Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op
28 september 2021.
De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt
onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door ten minste vijftien leden
van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven
uiterlijk op 28 oktober 2021.
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 september 2021
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8 van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking
verdragen, en met het oog op artikel 7, onderdeel b, van die Rijkswet, heb ik de eer
u mede te delen dat de regering het voornemen heeft om over te gaan tot het sluiten
van het volgende uitvoeringsverdrag:
Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Bondsrepubliek
Duitsland houdende een verdrag tot wijziging van het verdrag ter uitvoering van de
Aanvullende Overeenkomst met Duitsland bij het NAVO Statusverdrag.
De NAVO Status of Forces Agreement (NAVO SOFA, NAVO statusverdrag; Trb. 1951, nr. 114) wordt aangevuld door een Aanvullende Overeenkomst met Duitsland (Trb. 1960, nr. 37). Deze Aanvullende Overeenkomst regelt de rechtspositie van defensiepersoneel dat
gestationeerd is in Duitsland.
In 2004 is met Duitsland een uitvoeringsverdrag bij de Aanvullende Overeenkomst gesloten
waarin de rechtspositie van een tweetal organisaties is geregeld (Trb. 2004, nr. 254).
In 2010 zijn deze twee organisaties gefuseerd. Deze fusie is toen vastgelegd in een
uitvoeringsverdrag dat het uitvoeringsverdrag van 2004 wijzigt (Trb. 2013, nr. 26).
De naam van de stichting is vorig jaar gewijzigd. Het Koninkrijk en Duitsland wensen
ook deze wijziging bij verdrag te regelen zodat de stichting onder haar nieuwe naam
haar voorrechten en vrijstellingen behoudt.
De bovengenoemde notawisseling regelt deze naamswijziging. De notawisseling betreft
een uitvoeringsverdrag dat net als het uitvoeringsverdrag van 2013 het uitvoeringsverdrag
van 2004 wijzigt.
Wat betreft het Koninkrijk, zal het uitvoeringsverdrag alleen voor het Europese deel
van Nederland gelden.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H.P.M. Knapen