22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2668 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juli 2018

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 14 fiches, die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC). De onderhavige fiches maken onderdeel uit van het Meerjarig Financieel Kader (2021–2027).

Fiche: MFK – Verordening Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) 2021–2027 (Kamerstuk 22 112, nr. 2663)

Fiche: MFK – Verordening Digital Europe programma (2021–2027) (Kamerstuk 22 112, nr. 2664)

Fiche: MFK – Invest EU-programma (Kamerstuk 22 112, nr. 2665)

Fiche: MFK – Verordening programma Europees Solidariteitskorps (Kamerstukken 22 112 en 34 738, nr. 2666)

Fiche: MFK – Verordening Douane-programma (Kamerstuk 22 112, nr. 2667)

Fiche: MFK – Verordening Fiscalis-programma

Fiche: MFK – EU-Ruimtevaartprogramma (Kamerstuk 22 112, nr. 2669)

Fiche: MFK – LGO-besluit (Kamerstuk 22 112, nr. 2670)

Fiche: MFK – Verordening financieel programma ontmanteling nucleaire faciliteiten en beheer kernafval (Kamerstuk 22 112, nr. 2671)

Fiche: MFK – Verordening tot oprichting Asiel en Migratiefonds (AMF) (Kamerstuk 22 112, nr. 2672)

Fiche: MFK – Verordening Fonds voor interne veiligheid (Kamerstuk 22 112, nr. 2673)

Fiche: MFK – Verordening voor het instrument voor grensbeheer en visa als onderdeel van het Geïntegreerd Grensbeheerfonds (Kamerstuk 22 112, nr. 2674)

Fiche: MFK – Verordening Instrument financiering douanecontroleapparatuur (Kamerstuk 22 112, nr. 2675)

Fiche: MFK – Oprichting van het Europees Defensiefonds (Kamerstuk 22 112, nr. 2676)

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

Fiche: MFK – Verordening Fiscalis-programma

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Fiscalis-programma voor samenwerking op het gebied van belastingen

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    8 juni 2018

  • c) Nr. Commissiedocument

    COM (2018) 443

  • d) EUR-Lex

    https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52018PC0443

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing

    SWD (2018) 323

    SWD (2018) 324

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad economische en financiële zaken

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Financiën

  • h) Rechtsbasis

    Art. 114 VWEU

    Art. 197 VWEU

  • i) Besluitvormingsprocedure Raad

    Gekwalificeerde meerderheid

  • j) Rol Europees Parlement

    Medebeslissing

2. Essentie voorstel

a) Inhoud voorstel

Dit voorstel is onderdeel van het pakket aan voorstellen dat de Commissie heeft uitgebracht in het kader van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor 2021–2027. Met de verordening doet de Europese Commissie (hierna: Commissie) een voorstel voor een programma dat de samenwerking tussen Europese belastingautoriteiten zal ondersteunen. Het Fiscalis-programma loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027. Het betreft een vervolgprogramma voor het reeds bestaande samenwerkingsprogramma Fiscalis 2020, dat startte in 2013 en op 31 december 2020 zal aflopen. Reden voor een vervolgprogramma, is dat nationale belastingautoriteiten steeds weer voor nieuwe uitdagingen komen te staan. Voorbeelden hiervan zijn belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking, digitalisering en nieuwe bedrijfsmodellen, maar ook het vermijden van onnodige administratieve lasten voor burgers en bedrijven bij grensoverschrijdende transacties. Deze ontwikkelingen vereisen betere en innovatieve manieren waarop de belastingautoriteiten hun kerntaak uitvoeren. Met het nieuwe Fiscalis-programma komen er instrumenten en middelen beschikbaar om het fiscale beleid en de uitvoeringspraktijk van Europese belastingautoriteiten te ondersteunen. Dit gebeurt enerzijds door middel van activiteiten ten behoeve van bestuurlijke en IT-capaciteitsopbouw en anderzijds door operationele samenwerking waarbij best practices en praktische kennis kunnen worden uitgewisseld tussen de lidstaten en andere landen die aan het programma deelnemen. Het programma valt onder direct beheer van de Commissie.

De belastingen waarop het voorstel betrekking heeft, zijn belastingen over de toegevoegde waarde, accijnzen op alcohol- en tabaksproducten, belastingen op energieproducten en elektriciteit en andere belastingen en rechten voor zover zij van belang zijn voor de interne markt. Landen die deelnemen aan het programma zijn de EU-lidstaten, toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten en landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen. Ook andere derde landen (zoals Noorwegen en Zwitserland), waarmee een specifieke overeenkomst over ad hoc deelname aan het Fiscalis-programma wordt gesloten, kunnen deelnemen aan het programma. Deze laatste groep landen kon niet deelnemen aan het huidige Fiscalis 2020-programma. Verder kunnen ook internationale organisaties zoals de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en Intra-European Organisation of Tax Administrations (IOTA) deelnemen aan het Fiscalis-programma.1

Ten opzichte van het lopende Fiscalis 2020-programma zijn er nog een aantal andere nieuwe punten opgenomen in het Commissievoorstel. Zo is een ruimer gebruik van eenheidskosten2 opgenomen. Ook stelt de Commissie voor om, in verband met administratieve besparingen, meerjarige werkprogramma's vast te stellen. In het huidige Fiscalis 2020-programma wordt er jaarlijks een werkprogramma vastgesteld. Daarnaast biedt het programma de mogelijkheid om de Europese elektronische systemen aan te passen of uit te breiden naar de hierboven genoemde andere derde landen of internationale organisaties.

Voor de uitvoering van het programma wordt voor de totale periode een budget van 270 miljoen euro (lopende prijzen) voorgesteld.

b) Impact assessment Commissie

De Commissie heeft een ex-ante evaluatie uitgevoerd. Daarbij is gekeken naar verschillende beleidsopties voor een volgend programma. De Commissie heeft gekozen voor de beleidsoptie «continuïteit plus», in vergelijking met het huidige Fiscalis 2020-programma. Met deze voorkeursoptie zou het programma erop gericht zijn de agenda van het Europese fiscaal beleid volledig te verwezenlijken door niet alleen IT-systemen te ontwikkelen en te onderhouden, maar ook de huidige en nieuwe belastinguitdagingen, zoals belastingfraude, effectief aan te pakken. Dit natuurlijk in overeenstemming met recente politieke ontwikkelingen en toekomstige toezeggingen met het oog op de hoge verwachtingen van EU-burgers en bedrijven om gezamenlijk belastingfraude en -ontwijkingsproblemen aan te pakken.

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Zoals vastgelegd in de Kamerbrief van 1 juni 2018 over de Kabinetsappreciatie van het Commissie MFK-voorstel (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1349), richt de Nederlandse onderhandelingspositie op het MFK zich op een modern en financieel houdbaar MFK. Nieuwe uitdagingen vragen om een herijking van de invulling en prioriteiten van de EU-begroting opdat het MFK nieuwe prioriteiten zoals onderzoek en innovatie, veiligheid, migratie en klimaat sterker reflecteert. Dit vraagt een ambitieus gemoderniseerde begroting die de EU in staat stelt gezamenlijke uitdagingen adequaat en tijdig te adresseren en die effectief en efficiënt optimale Europese toegevoegde waarde genereert. Brexit vereist een neerwaartse bijstelling van het MFK; een kleinere EU vraagt om een kleiner budget. De inzet is om via bezuinigingen op bestaand beleid versterkte of nieuwe prioriteiten te financieren, als ook de financiële gevolgen van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk op te vangen. Voorkomen moet worden dat Brexit leidt tot een onevenredig hoge rekening voor andere lidstaten en een stijging van de afdrachten. De financiering van het MFK moet rechtvaardig, transparant en simpel waarbij de lasten eerlijk moeten worden verdeeld. De Nederlandse netto betalingspositie dient ook in het komende MFK in lijn te zijn met de positie van lidstaten met een vergelijkbaar welvaartsniveau.

Nederland neemt momenteel, binnen het lopende Fiscalis 2020-programma, deel aan een scala aan activiteiten. De Nederlandse inzet is erop gericht om samenwerking met belastingautoriteiten van andere lidstaten binnen de EU te behouden en te versterken. Een goede samenwerking tussen de Europese belastingdiensten is van belang voor de EU als geheel en voor Nederland. Het kabinet hecht aan het verder ontwikkelen en verbeteren van de samenwerking tussen de Europese belastingdiensten om op de best mogelijke wijze bij te dragen aan het ondersteunen van belastingheffing om de werking van de single market te verbeteren. Ook heeft samenwerking tot doel het concurrentievermogen van de Unie te bevorderen en de financiële en economische belangen van de Unie en haar lidstaten te beschermen.

De Nederlandse deelname aan het lopende Fiscalis 2020-programma en inbreng in de discussies brengen de Nederlandse visie en het Nederlandse (uitvoerings)beleid direct onder de aandacht van lidstaten, overige (Europese) deelnemende landen en de Commissie. Ervaringen met de uitvoering van het programma en deelname door de Nederlandse belastingdienst (o.a. ten aanzien van administratieve samenwerking, het uitwisselen van informatie en best practices) zijn positief.

Nederland streeft ernaar dat processen op gelijksoortige wijze worden ingericht in de lidstaten, hetgeen zal kunnen leiden tot een lastenverlichting voor burgers en het bedrijfsleven.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Nederland kan het vervolg van het Fiscalis 2020-programma ondersteunen en is van mening dat het programma een goede bijdrage levert aan de doelstellingen van de EU op het terrein van fiscale samenwerking. Het voorstel voor het Fiscalis-programma biedt aan nationale belastingdiensten de mogelijkheid administratieve samenwerking te intensiveren en best practices uit te wisselen op uitvoerend en beleidsniveau. Dit gebeurt o.a. door deelname aan Europese projectgroepen, seminars en workshops waarin specifieke onderwerpen t.b.v. de uitvoeringspraktijk van belastingdiensten worden uitgewerkt. Ook kunnen activiteiten onder het Fiscalis-programma worden ontplooid die beleidsvoorbereidend van aard zijn.

Het kabinet is over het algemeen genomen positief over het voorgestelde Fiscalis-programma, omdat de activiteiten die vallen onder het programma ten goede komen aan de uitvoeringspraktijk van de belastingdienst.

De mogelijkheid om gezamenlijke controles in te stellen, wordt door het kabinet verwelkomd. Momenteel heeft Nederland een voortrekkersrol binnen de OESO om het concept van gezamenlijke controles nader uit te werken. Internationale ontwikkelingen in de belastingdienstpraktijk, zoals de uitwisseling van gegevens, en internationalisering leiden tot het ontwikkelen van nieuwe aanpakken in de controlepraktijk. Gezamenlijke controles worden daarom de komende jaren doorontwikkeld, ook onder het Fiscalis-programma. Verder steunt het kabinet de deelname van derde landen aan het programma. Het is gezien de internationale ontwikkelingen op fiscaal gebied van belang en onontkoombaar dat er meer wordt samengewerkt met derde landen. Belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking stoppen immers niet bij de Europese grens.

Het kabinet vindt het voorstel voor een meerjarig werkprogramma echter onwenselijk. Het voorgestelde meerjarig werkprogramma wijkt af van het huidige Fiscalis 2020-programma, waarin jaarlijks een werkprogramma wordt opgesteld. Meerjarige werkprogramma's zouden de administratieve lasten voor de Commissie (en in mindere mate de lidstaten) moeten verlichten. Een jaarlijks programma biedt voor lidstaten voordelen, omdat flexibeler kan worden gewerkt en ingespeeld kan worden op actuele ontwikkelingen binnen/tussen belastingdiensten. Zo kunnen er acties in het jaarlijks werkprogramma opgenomen worden die bijvoorbeeld beter inspelen op ontwikkelingen die specifieke internationaal te coördineren actie vereisen. Het voorgestelde meerjarig werkprogramma biedt deze mogelijkheid niet. Daarnaast is er bij een meerjarig werkprogramma voor de lidstaten minder ruimte om de Commissie bij te sturen en te zien waar de Commissie zich mee bezighoudt. Daarom geniet het behoud van een jaarlijks werkprogramma de voorkeur. Het kabinet zal daar tijdens de onderhandeling op inzetten.

De kosten van deelname aan activiteiten door lidstaten worden gedekt vanuit het programma. Daarnaast komt een aanzienlijk deel van het door de Commissie voorgestelde budget ten goede aan IT-ondersteuning voor Europese systemen. Hiermee wordt de gegevensuitwisseling binnen de EU bevorderd. Dit is voor Nederland een speerpunt, omdat gegevensuitwisseling tussen lidstaten steeds belangrijker wordt voor de uitvoeringspraktijk van de Nederlandse belastingdienst. Nederland wil graag duidelijkheid over hoe de budgetten worden besteed en is voorstander van transparantie en helderheid ten aanzien van de aanbesteding van toekomstbestendige IT-projecten.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

De verordening wordt op hoofdlijnen door het merendeel van de lidstaten verwelkomd. Het lopende Fiscalis 2020-programma is nuttig gebleken en heeft bijgedragen aan betere samenwerking tussen lidstaten. In het algemeen kijken lidstaten positief naar het voorgestelde Fiscalis-programma en de mogelijkheden die daar in zijn vervat om verder samen te werken. Wel is de verwachting dat sommige lidstaten tegen de financiering van gezamenlijke controles onder het programma zijn.

4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

a) Bevoegdheid

De Commissie baseert de bevoegdheid voor het voorstel op de artikelen 114 VWEU en 197 VWEU. Artikel 114 VWEU betreft de harmonisatie van nationale wetgeving die de instelling en de goede werking van de interne markt betreffen. Wanneer de Commissie initiatieven neemt om te komen tot coördinatie en het uitwisselen van best practices op het gebied van belastingen wordt vaak voor deze grondslag gekozen. Artikel 197 VWEU voorziet in de bevoegdheid voor de Unie om maatregelen vast te stellen die de inspanningen van de lidstaten ter verbetering van hun administratieve vermogen om het recht van de Unie uit te voeren, steunen. Het kabinet acht dit de juiste rechtsbasis.

b) Subsidiariteit

De subsidiariteit van dit voorstel wordt door het kabinet positief beoordeeld. Voor een efficiënte tenuitvoerlegging van de Europese en de nationale belastingwetgeving zijn samenwerking en coördinatie op Europees niveau noodzakelijk. De doelstellingen van de EU op het gebied van de belastingen, namelijk belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking bestrijden, de belastingen eerlijker en transparanter maken en de werking van de single market en het concurrentievermogen ondersteunen, kunnen het beste op EU-niveau worden verwezenlijkt. Er is behoefte aan gemeenschappelijke regels en aan coördinatie en samenwerking tussen de belastingautoriteiten van de lidstaten om deze doelstellingen te verwezenlijken en het hoofd te bieden aan alle uitdagingen die hiermee samenhangen.

c) Proportionaliteit

De proportionaliteit van dit voorstel wordt door het kabinet als positief met een kanttekening beoordeeld. De voorgestelde inhoud staat in beginsel in evenredige verhouding tot het na te streven doel, maar Nederland steunt het voorstel van de Commissie om, in verband met administratieve besparingen, meerjarige (in plaats van jaarlijkse) werkprogramma’s vast te stellen niet. In dat opzicht geeft het voorstel minder ruimte aan de lidstaten om de Commissie bij te sturen en gaat het voorstel volgens Nederland verder dan strikt genomen noodzakelijk is.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting

Zoals vastgelegd in de Kamerbrief van 1 juni 2018 over de Kabinetsappreciatie van het Commissie MFK-voorstel, maken de onderhandelingen over het Fiscalis-programma voor wat betreft de financiële aspecten, integraal onderdeel uit van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021–2027. Nederland hecht eraan dat besprekingen over het Fiscalis-programma niet vooruitlopen op de integrale besluitvorming betreffende het MFK. De beleidsmatige inzet van Nederland ten aanzien van het Fiscalis-programma zal ondersteunend moeten zijn aan de Nederlandse inzet in de MFK-onderhandelingen zoals hierboven toegelicht, te weten een ambitieus gemoderniseerd en financieel houdbaar MFK. Dit vraagt om scherpe keuzes, én bezuinigingen. Om het vertrek van het Verenigd Koninkrijk op te kunnen vangen en nieuwe prioriteiten te kunnen financieren moeten substantiële bezuinigingen worden doorgevoerd. Het kabinet streeft naar substantiële bezuinigingen binnen traditionele beleidsterreinen zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en het cohesiebeleid, waarmee een aanvullende Nederlandse bijdrage als gevolg van Brexit vermeden kan worden en die ruimte bieden voor de financiering van nieuwe beleidsprioriteiten. Binnen dit kader blijft vanzelfsprekend de ruimte bestaan om op de inhoud actief in te spelen op het verloop van de onderhandelingen.

Voor het Fiscalis-programma is 270 miljoen euro (lopende prijzen) beschikbaar in de periode 1 januari 2021 t/m 31 december 2027. Dit is een stijging ten opzichte van het fonds voor het huidige programma Fiscalis 2020, waar 234,3 miljoen euro voor werd begroot. Ten opzichte van de huidige periode (2014–2020) stelt de Commissie een nominale stijging van 22% voor. Hierbij is rekening gehouden met een EU-uittreding van het VK, door de uitgaven van de EU in het VK voor het huidige MFK af te trekken van de omvang van het programma. Hierbij moet tevens worden opgemerkt dat het Fiscalis-programma enigszins gewijzigd is en er ten opzichte van de huidige periode hogere uitgaven zijn begroot voor IT-capaciteit. Nederland wil graag duidelijkheid over hoe de budgetten worden besteed en is voorstander van transparantie en helderheid ten aanzien van de aanbesteding van IT-projecten. Een gedeelte van de verhoging van het budget wordt opgevangen door de financiële bijdrage van derde landen, die onder het Fiscalis 2020-programma niet konden deelnemen.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/of decentrale overheden

Het voorstel heeft geen financiële consequenties voor nationale overheden. Mochten er uiteindelijk toch budgettaire gevolgen zijn, dan worden deze ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

Geen.

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

De effecten van het voorgestelde Fiscalis-programma zullen worden beoordeeld in een tussentijdse en een eindevaluatie en ook aan de hand van een permanent toezicht op een reeks prestatie-indicatoren. Het evaluatierapportagesysteem moet garanderen dat de gegevens voor de evaluatie van het programma efficiënt, doeltreffend, tijdig en op het juiste niveau worden verzameld. De betreffende gegevens en informatie zullen door de lidstaten aan de Commissie worden verstrekt. Er zullen daarom evenredige rapportagevereisten worden opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie. De resultaten en uitkomsten van het Fiscalis-programma zullen regelmatig worden beoordeeld via een alomvattend toezichtsysteem, op basis van vastgestelde indicatoren, om verantwoording af te leggen over de kosten en baten.

Daarnaast sturen de lidstaten de Commissie uiterlijk op 31 maart een jaarlijks voortgangsverslag toe over de uitvoering van het IT strategische meerjarenplan voor belastingen. Deze jaarlijkse verslagen worden gebaseerd op een vooraf vastgesteld model. De Commissie stelt jaarlijks uiterlijk op 31 oktober een geconsolideerd verslag op met een evaluatie van de door de lidstaten en de Commissie gemaakte vorderingen en zij maakt dat verslag bekend. De Commissie zal elk jaar een voortgangsverslag over het programma opstellen met een samenvatting van de vorderingen die zijn geboekt op weg naar de doelstellingen van het programma, en de desbetreffende output- en resultaatindicatoren. Het is niet zo dat de belastingautoriteiten meer investeringen of inspanningen moeten verrichten als het programma wordt ingevoerd.

Door, zoals dit voorstel beoogt, op EU-niveau beter samen te werken (en ervoor te zorgen dat nationale belastingautoriteiten hun taken effectief en efficiënt uit kunnen voeren) kan mogelijk vermeden worden dat burgers en bedrijven bij grensoverschrijdende transacties met onnodige administratieve lasten te maken krijgen.

e) Gevolgen voor concurrentiekracht

Geen.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

n.v.t.

b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan

Om te garanderen dat de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de doelstellingen ervan doeltreffend wordt beoordeeld, krijgt de Commissie in art. 13 en art. 14 van het voorstel de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen. Zo kan de Commissie inspelen op veranderingen in de fiscale beleidsprioriteiten en kan zij de lijst van indicatoren, waarmee de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van het programma wordt gemeten, wijzigen. Tevens kan de Commissie de verordening aanvullen met bepalingen over de opstelling van een toezichts- en evaluatiekader. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2028. De keuze voor gedelegeerde handelingen ligt hier juridisch voor de hand omdat de bevoegdheid tot het aanvullen van het basisinstrument aan de Commissie alleen via gedelegeerde handelingen kan worden verleend.

De (meerjarige) werkprogramma's worden door de Commissie vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. De Commissie wordt daarbij bijgestaan door het Comité Fiscalis-programma.

Het kabinet kan instemmen met de keuze voor het vaststellen van uitvoeringshandelingen in bovengenoemd geval, omdat deze erop gericht is om de verordening in de lidstaten volgens eenvormige voorwaarden uit te voeren. Op het vaststellen van de uitvoeringshandelingen is voorts de onderzoeksprocedure van toepassing. De keuze voor de onderzoeksprocedure is volgens het kabinet geschikt, omdat het hier gaat om handelingen van algemene strekking (zie art. 2 lid 2, onder a van Verordening 182/2011 (de Comitologieverordening)).

c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

Dit voorstel treedt in werking op 1 januari 2021. Nederland hoeft niet te pleiten voor een verruiming van de termijn.

d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

De Commissie zal een tussentijdse en een definitieve evaluatie uitvoeren. Tijdens de evaluaties wordt o.a. beoordeeld welk effect het instrument heeft, de mate waarin het instrument relevant, effectief en efficiënt kan worden geacht, en de mate waarin het een meerwaarde oplevert voor de EU en samenhangend is met andere beleidsterreinen van de EU. In de evaluaties worden tekortkomingen/problemen geïdentificeerd, en wordt gekeken welke mogelijkheden er bestaan om de acties of hun resultaten te verbeteren en ervoor te zorgen dat ze een zo groot mogelijk effect hebben. In het kader van de evaluaties wordt ook gekeken welke kosten, baten en besparingen de regelgeving oplevert. Het kabinet steunt deze aanpak.

7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving

n.v.t.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen implicaties voor ontwikkelingslanden.


X Noot
1

Art. 8 van de Verordening voorziet in het betrekken van internationale organisaties in acties. Internationale organisaties kunnen alleen onder een aantal vooraf gestelde voorwaarden deelnemen aan gezamenlijke acties onder het programma. Zij dragen ook bij aan de kosten van het programma, nadat deze zijn vastgesteld door de Commissie (o.a. ten aanzien van gezamenlijk te ontwerpen producten).

X Noot
2

In het huidige programma zijn vaste bedragen vastgesteld per land voor reis- en verblijfkosten. In de verantwoording van de door lidstaten gemaakte kosten moeten deze kosten zeer gedetailleerd worden gespecificeerd. Bedragen die nu worden uitgesplitst in deelonderwerpen (reiskosten per vliegtuig, trein, OV, taxi, verblijfkosten, ontbijt etc.) worden in de nieuwe Verordening veranderd in «eenheidskosten». Dit leidt tot een administratieve lastenverlichting voor zowel de Commissie als lidstaten.

Naar boven