Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201722112 nr. 2346

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2346 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 mei 2017

Inleiding

Op 10 mei 2017 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) een mededeling (COM 2017, 228) uitgebracht inzake een evaluatie (mid-term review) van de Digitale Interne Markt Strategie uit 2015.1 Hiermee evalueert de Commissie de voortgang van de strategie. Verder benoemt de Commissie een aantal ontwikkelingen binnen het domein van digitalisering die volgens haar een Europese aanpak vereisen. Daarnaast blikt de mid-term review vooruit op beleidsthema’s die essentieel zijn voor een succesvolle digitale transformatie van de Europese economie en maatschappij. Tenslotte geeft de mid-term review aandacht aan de inzet van de EU op het gebied van digitalisering in mondiaal verband. Deze brief is in plaats van een BNC-fiche.

Implementatie Digitale Interne Markt Strategie

De mededeling inzake de Digitale Interne Markt Strategie kondigde 16 wetgevende en niet-wetgevende maatregelen aan met het gemeenschappelijke doel om een Europese digitale interne markt te realiseren. Over deze mededeling en de daaruit volgende 16 voorstellen bent u door middel van afzonderlijke BNC-fiches geïnformeerd. In deze fiches is ook het standpunt van het kabinet opgenomen.

Inmiddels heeft de Commissie alle aangekondigde voorstellen gepubliceerd en de strategie wordt op dit moment geïmplementeerd door de Raad en het Europees Parlement. In het eerste onderdeel van de mid-term review somt de Commissie de voorstellen op. De onderhandelingen over de gepubliceerde wetsvoorstellen bevinden zich in verschillende fases, daarbij zijn de onderhandelingen inzake drie wetsvoorstellen afgerond: regels voor wholesale roamingsmarkten, portabiliteit van digitale inhoud en het gebruik van de 470–790 MHz frequentieband.

De Commissie roept de Raad en het Europees Parlement op om de voorstellen van de Digitale Interne Markt Strategie in 2017 volledig te implementeren. Nederland steunt deze ambitie van de Commissie inzake de voortgang. Het kabinet stelt dat de algehele strategie op een ambitieuze wijze geïmplementeerd dient te worden.

Dit betekent dat de implementatie niet alleen voortvarend verloopt, maar dat er ook kwalitatieve eindresultaten worden bereikt die de digitale interne markt daadwerkelijk verbeteren en daarmee de concurrentiepositie van de Europese economie verstevigen.

Ontwikkelingen binnen het digitale domein

De Commissie stipt daarnaast een aantal prangende economische en maatschappelijke ontwikkelingen aan welke het gevolg zijn van nieuwe digitale technologieën (de zogenaamde emerging trends & challenges). Volgens de Commissie betreffen dit opkomende en grensoverschrijdende ontwikkelingen die acties op Europees niveau vereisen. Deze acties vullen de maatregelen van de Digitale Interne Markt Strategie aan.

Vorig jaar heeft de Commissie in een mededeling het beleidskader rondom online platforms geschetst.2 In de mid-term review geeft de Commissie vervolg hieraan, en gaat in op twee punten: (i) de handelspraktijken tussen platforms en professionele afnemers en (ii) de rol van platforms met betrekking tot illegale content. Ten aanzien van het eerste punt doet de Commissie momenteel nader onderzoek. Voorlopige onderzoeksresultaten wijzen uit dat sommige platforms handelspraktijken hanteren welke een nadelig effect hebben op de positie van professionele gebruikers van het platform. De Commissie kondigt aan dat er verdere acties worden voorbereid om deze oneerlijke praktijken aan te pakken, in dit kader worden eventuele wetgevende maatregelen niet uitgesloten.

Volgens de Commissie is er behoefte aan een meer gebalanceerde en transparante aanpak van illegale content door platforms. Tegelijkertijd dient deze aanpak niet af te doen aan fundamentele rechten (vrijheid van meningsuiting) en digitale innovatie. Er lopen nu diverse dialogen tussen de Commissie en platforms inzake de aanpak van illegale content. In dit kader stelt de Commissie dat er behoefte is aan meer coördinatie. De focus ligt hierbij op mechanismes en technische oplossingen om illegale content aan te pakken. De Commissie kan hierbij sturing bieden aan platforms inzake procedure aspecten (op het gebied van notificatie en verwijderen van illegale content), aansprakelijkheidsregelgeving en vrijwillige initiatieven.

De maatregelen op de genoemde punten volgen dit jaar, aldus de Commissie.

Het kabinet steunt het uitgangspunt van een eerlijke platformeconomie en de aanpak van illegale content en waardeert de aandacht die de Commissie aan beide thema’s geeft. Het kabinet vindt het echter belangrijk dat bij vraagstukken inzake platforms eerst wordt gekeken of die kunnen worden aangepakt via bestaande wet- en regelgeving. Nieuwe regelgeving is het sluitstuk. Het kabinet is bij nieuwe regelgeving geen voorstander van een generieke aanpak, maar prefereert maatwerk.3 Eventuele acties met betrekking tot de aanpak van illegale content dienen in overeenstemming te zijn met de e-commerce richtlijn (Richtlijn 2000/31/EG), in het bijzonder het daarin vastgelegde uitgangspunt dat er geen algemene toezichtverplichtingen worden opgelegd, en andere wet- en regelgeving in de lidstaten. Het kabinet zal eventuele maatregelen op hun eigen merites beoordelen.

Om de potentie van de data-economie volledig te kunnen benutten dient het principe van het vrij dataverkeer sterker geborgd te worden. Hierbij ligt de focus op niet-persoonlijke data, de Commissie zal zich inspannen om het kader van vrij verkeer van data te versterken. Een aspect hiervan betreft de aanpak van ongerechtvaardigde datalocatie-vereisten.

Om de Europese samenwerking op het gebied van het vrije dataverkeer te versterken wordt er in de tweede helft van 2017 een wetgevende maatregel gepresenteerd. Hierbij neemt de Commissie het principe van vrij dataverkeer, het principe van portabiliteit van niet-persoonlijke data en het principe van grensoverschrijdende beschikbaarheid van data voor nationale toezichthouders en handhavers als uitgangspunt. Hieraan gekoppeld zal de Commissie belemmeringen van dataverkeer, die in strijd zijn met het vrij verkeer van diensten, aanpakken via inbreukprocedures. Verder zal er in eerste helft van 2018 een initiatief genomen worden omtrent de toegang tot en hergebruik van publieke data en publiek gefinancierde (onderzoeks-)data. In dit verband zal de Commissie ook onderzoek doen naar private data die publieke belangen raken.

Recente ontwikkelingen op het gebied van het Internet of Things brengen vraagstukken met zich mee omtrent veiligheid en aansprakelijkheid. In dit kader zal de Commissie het regelgevend kader op dit terrein (bijvoorbeeld de richtlijn productaansprakelijkheid) evalueren, waarbij beoordeeld wordt in hoeverre de relevante regelgeving nog voldoet aan de vereisten van het digitale tijdperk. Ook zal er een evaluatie plaatsvinden van de databankenrichtlijn en de richtlijn inzake overheidsinformatie.

Nederland steunt het belang van een vrij dataverkeer en ziet vrijwillige samenwerking op dit gebied als belangrijk.4 Inbreukprocedures om barrières voor het vrije dataverkeer weg te nemen kunnen in het algemeen rekenen op de steun van het kabinet. Onder voorbehoud kan het kabinet eventuele wetgevende maatregelen voor de aanpak van ongerechtvaardigde datalocatie-vereisten steunen.

Echter het kabinet plaatst vraagtekens omtrent de onderhavige wetsvoorstellen inzake het Europese samenwerkingsverband op het gebied van vrije dataverkeer. De Commissie kondigt aan een zwaardere interventie te plegen voor de aanpak van belemmeringen op het gebied van vrije dataverkeer dan aanvankelijk is meegegeven in de mededeling Building an European data economy.5 Bij het genoemde principe van portabiliteit van niet-persoonlijke data is het niet duidelijk of hier een nieuw recht op portabiliteit van niet-persoonlijke data wordt gecreëerd (parallel aan het recht op portabiliteit van persoonlijke data in de Algemene Verordening Persoonsgegevens). Als dit het geval is dan is het kabinet terughoudend om het vraagstuk van dataportabiliteit in een wetgevend voorstel over datalocatie-eisen op te nemen. Een recht op portabiliteit voor niet- persoonlijke data behoeft verdere evaluatie van de economische noodzaak, bestaande wetgeving en overleg met belanghebbenden voordat het kabinet een standpunt kan innemen over de wenselijkheid van wetgevende voorstellen hierover. Nadere maatregelen zullen op hun eigen merites beoordeeld worden.

De Commissie stelt dat het belang van cybersecurity zal toenemen. Hiertoe zullen er maatregelen volgen die het Europees kader op het gebied van cybersecurity dienen te verstevigen. Ten eerste zal de Cybersecurity Strategie herzien worden. Ook streeft de Commissie naar een sterkere rol van het Europees Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging (ENISA) bij het bieden van ondersteuning aan lidstaten. Verder worden er maatregelen op Europees niveau voorzien om de betrouwbaarheid en veiligheid van ICT-systemen te vergroten. Hierbij kan het gaan om acties op het gebied van certificering, labelvoorschriften en veiligheidsvoorschriften. De Commissie zal zich verder focussen op het aanjagen van investeringen in de cybersecurity sector.

Nederland beschouwt veiligheid binnen het digitale domein als een onontbeerlijke randvoorwaarde voor het vertrouwen van burgers en bedrijven in digitalisering. Het kabinet kijkt uit naar de herziening van de Cybersecurity Strategie en erkent het belang van Europese samenwerking op dit gebied. Hierbij dient de Commissie zoveel mogelijk uit te gaan van en aansluiting te zoeken bij bestaande structuren, organisaties, initiatieven en mechanismen. Ook dient de strategie te blijven binnen de verdragsrechtelijke afspraken betreffende de bevoegdheden van lidstaten op het gebied van nationale veiligheid.

Digitale transformatie

De Commissie noemt de thema’s waarop de Europese inzet verstevigd dient te worden om de digitale transformatie van de Europese economie en maatschappij te doen slagen: digitale vaardigheden, digitalisering van de industrie, digitalisering van publieke dienstverlening en digitale infrastructuur. Per thema geeft de Commissie aan welke acties er lopen. Daarnaast kondigt de Commissie vervolgacties en ambities aan, die het proces van de digitale transformatie bevorderen.

De Commissie benadrukt digitale vaardigheden als een onontbeerlijk element voor een succesvolle digitale transformatie. Er zullen op de huidige arbeidsmarkt banen verdwijnen, wijzigen en er zullen nieuwe functies gecreëerd worden. De ontwikkelingen op dit vlak zijn vooralsnog onvoldoende, aldus de Commissie.

De Commissie voorziet een ondersteunende rol op dit beleidsterrein en wijst naar de Nieuwe Vaardighedenagenda voor Europa.6 Deze agenda kondigde in de paragraaf over digitale vaardigheden een centrale rol aan voor een coalitie van overheden, bedrijfsleven en sociale partners (Digital Skills and Jobs Coalition) en ging ook vergezeld van een voorstel voor het verhogen van basisvaardigheden, waaronder digitale, bij de beroepsbevolking in de lidstaten.7 De Commissie roept de lidstaten op om de acties uit de Nieuwe Vaardighedenagenda te implementeren, in het bijzonder het versterken van het commitment aan de Digital Skills and Jobs Coalition en de vorig jaar in raadskader aanbevolen verhoging van basisvaardigheden waarvan de resultaten in 2018 zullen worden geëvalueerd8. Verder kondigt de Commissie voor 2018 een proefproject aan voor grensoverschrijdende traineeplekken om ervaring op te doen in het digitale domein («Digitale Kans»).

Het kabinet ziet digitale vaardigheden als een randvoorwaarde voor burgers in een moderne samenleving. In 2015 is met uw Kamer een lange termijn aanpak voor de bestrijding van laaggeletterdheid waaronder digitale geletterdheid besproken.9 Het kabinet zet in op versterking van digitale vaardigheden via diverse programma’s (Human Capital Agenda, Techniekpact, Tel mee met Taal en het Digivaardig- en Digiveilig-programma) en via de beoogde curriculumvernieuwing in het funderend onderwijs. Het bevorderen van digitale vaardigheden via het onderwijs en via het stimuleren van leven lang leren is een nationale competentie. Het kabinet kan echter een stimulerende rol en ondersteuning hierbij door de Commissie verwelkomen, bijvoorbeeld door middel van de genoemde coalitie en ondersteuning van stageplaatsen in het buitenland.

Ook de Europese industrie dient optimaal te profiteren van digitalisering. De ontwikkelingen op dit terrein verschillen sterk per sector en regio, aldus de Commissie. In de mededeling Digitalisering Industrie is een aanpak aangekondigd om digitalisering van de industrie aan te jagen, onder meer door een sterkere coördinerende rol voor de Commissie.10 Naar aanleiding van de mededeling is in maart 2017 een programma gelanceerd om de verschillende nationale initiatieven op het gebied van digitale industrie elkaar te laten versterken en aan te vullen.

De Commissie roept de lidstaten op om de acties uit de mededeling te implementeren, en de resultaten van de implementatie begin 2018 te monitoren. Verder zal de Commissie in samenwerking met de lidstaten zich ertoe inspannen dat er grootschalige investeringen landen in de digitalisering van de industrie, in het bijzonder via publiek-private programma’s. Hierbij richt de Commissie zich onder meer op digitale industriële platforms, waarbij waardeketens verder worden geïntegreerd en de innovatiecapaciteit wordt versterkt.

In het kader van digitalisering van de industrie besteedt de Commissie verder aandacht aan de energiesector, de transportsector en de financiële sector. De maatregelen die volgen uit de Europese voorstellen over het marktontwerp van de elektriciteitsmarkt versterken de relatie tussen data en energieverbruik.11

Om digitale transformatie van transportsector te bewerkstellingen zijn draadloze netwerken en een vrij dataverkeer vereist. In dit kader zal de Commissie samen met lidstaten stappen zetten om grensoverschrijdende en geautomatiseerde automobiliteit te bewerkstelligen. Dit thema zal benoemd worden in een pakket op het gebied van mobiliteit, de Commissie voorziet publicatie van dit pakket nog in de eerste helft van dit jaar.

Het stimuleren van digitalisering van de financiële sector is ook een aandachtspunt (FinTech), waaronder verdere ontwikkeling van blockchain-technologie.

Zoals reeds vermeld in het genoemde BNC-fiche12, steunt het kabinet een Europese coördinatie rondom digitalisering van de industrie alsmede het belang van investeringen. Daarbij is het kabinet ook overtuigd van het belang van digitalisering in de meer gevestigde sectoren. Nadere investeringsacties zullen echter op hun afzonderlijke merites beoordeeld worden.

Een ander speerpunt betreft de digitalisering in de publieke dienstverlening. Hiertoe is het eGovernment Actieplan 2016–2020 gepresenteerd.13 De Commissie deelt mee dat het actieplan constant aangevuld zal worden met nieuwe maatregelen om verdere stappen te zetten richting het digitaliseren van publieke dienstverlening. Het kabinet neemt kennis van deze inzet. De EU-verdragen kennen de EU geen zelfstandige bevoegdheid op het gebied «e-overheid» toe. Het kan echter wel voorkomen dat uitoefening van EU-bevoegdheden op specifieke terreinen, bijvoorbeeld op het terrein van de interne markt, raakt aan de digitalisering van de overheid. Het optreden van de EU op het terrein van e-overheid is aanvullend aan de uitoefening van die specifieke bevoegdheden. Nadere acties die de Commissie aankondigt zullen op hun afzonderlijke merites beoordeeld worden.

Digitale technologieën kunnen antwoorden bieden voor vraagstukken op het gebied van gezondheid en zorg. De Commissie zal acties ondernemen om e-health aan te jagen. Hiertoe zal de Commissie dit jaar een mededeling uitbrengen waarin nadere maatregelen op het gebied van e-health worden aangekondigd. De maatregelen zullen onder meer ingaan op het vereenvoudigen van het grensoverschrijdend verkeer van medische gegevens ten behoeve van patiënten, binnen de kaders van privacy- en datawetgeving. Daarnaast zal het verbeteren van infrastructuur van medische data een aandachtspunt betreffen.

Het kabinet steunt de doelstellingen van Europese samenwerking op het gebied van digitalisering van zorg. Eventuele acties worden op hun merites beoordeeld, waarbij deze acties onder meer in overeenstemming dienen te zijn met de subsidiariteit, proportionaliteit en bestaande juridische kaders op het gebied van gegevensbescherming.

Een sterke digitale interne markt vereist een optimale digitale infrastructuur. Dit heeft betrekking op zowel de fysieke infrastructuur als een optimaal klimaat voor verwerking van data. Er worden Europese middelen geïnvesteerd in de digitale infrastructuur. Om de infrastructuur daadwerkelijk te optimaliseren dienen deze investeringen door Commissie en lidstaten verhoogd te worden, aldus de Commissie. Hiertoe wordt ook door de Commissie overwogen om de Europese middelen verder te bundelen, met daarbij vooral aandacht voor publiek-private programma’s.

De Commissie heeft eerder aangekondigd zich in het bijzonder te richten op de ontwikkeling van een Europese Open Science Cloud, high performance computing en een Europese data infrastructuur.14 Als stap richting het vrij toegankelijk maken van resultaten uit publiek gefinancierd onderzoek is de Commissie voornemens een European Open Science Cloud te realiseren, met de ambitie dat in 2020 (onderzoeks-)data eenvoudig opgeslagen, gedeeld en hergebruikt kunnen worden. De Commissie is voornemens om in de tweede helft van 2017 een implementatie roadmap te presenteren.

In het kader van high performance computing wordt ingezet op het ontwikkelen van roadmaps. Op 23 maart 2017 werd in Rome op 23 maart 2017 tijdens de Digital Day door zeven lidstaten, waaronder Nederland, een verklaring ondertekend dat het belang erkent van de volgende generatie supercomputers. Nederland is op deze wijze nauw betrokken bij de ontwikkelingen op dit gebied. Daarnaast zet de Commissie verder in op het juridisch vereenvoudigingen van het kader om de benodigde middelen voor grootschalige investeringen in high performance computing en data-infrastructuur bijeen te brengen. Hiertoe is de Commissie voornemens om in de tweede helft van het jaar maatregelen aan te kondigen. Verder zal de Commissie zich richten op het stimuleren van kunstmatige intelligentie.

Het kabinet steunt in beginsel de bovengenoemde inzet tot het versterken van de digitale infrastructuur, en zal nadere acties op hun eigen merites beoordelen.

Mondiale context

De ontwikkelingen van digitale technologieën vinden plaats op mondiaal niveau. Een open mondiaal klimaat inzake digitalisering is van groot belang voor de Europese en Nederlandse economie.

De EU neemt verder actief deel aan dialoogstructuren op globaal niveau omtrent het open internet, cybersecurity, handhaving van intellectueel eigendom en standaardisatie. Ook werkt de EU samen met partners uit andere werelddelen op innovatieprojecten. Voorts onderstreept de Commissie dat de EU zich zal blijven inspannen markttoegang te verkrijgen in derde landen, onder meer via handelsakkoorden. Deze handelsakkoorden dienen onder meer aandacht te besteden aan grensoverschrijdende gegevensstromen en elektronische handel.

Tegelijkertijd ontfermt de Commissie zich over de bescherming van strategische belangen van de EU, bijvoorbeeld bij investeringen in hightech bedrijven door actoren vanuit derde landen die investeringen vanuit Europa beperken.

De Commissie streeft naar een mondiaal handelsverkeer van data, waarbij een hoog niveau van bescherming op het gebied van persoonsgegevens geborgd wordt. Eerbiediging van privacybescherming is immers een voorwaarde voor een stabiel, veilig en competitief handelsverkeer van data op mondiaal niveau. De Commissie spant zich in om discussies te starten met de belangrijkste handelspartners van de EU die aan het niveau van bescherming van privacy en persoonsgegevens om tot mogelijke adequaatheidsbesluiten te komen, zodat uitwisseling van persoonsgegevens zonder aanvullende waarborgen mogelijk is.15 Tegelijkertijd wordt digitalisering meegenomen in het Europese beleid voor internationale samenwerking en het nabuurschapsbeleid.

Het kabinet erkent dat de ontwikkelingen binnen het digitale domein op mondiaal niveau verlopen. Hiertoe hecht het kabinet waarde aan een open en betrouwbare globale digitale markt. Nederland verwelkomt de aandacht van de Commissie voor het beschermen van de strategische belangen van de EU. Tegelijkertijd is het belangrijk dat bij eventuele maatregelen de nadelige gevolgen voor het Europese investeringsklimaat tot een minimum worden beperkt.

Waar de Commissie in de toekomst ruimte ziet voor adequaatheidsbesluiten voor Japan, Zuid-Korea, India en een groep landen uit Latijns-Amerika, spreekt Nederland dat niet tegen, maar waarschuwt het wel voor overspannen verwachtingen. Nederland verwelkomt de aandacht van de Commissie voor gegevensstromen en elektronische handel in handelsakkoorden. Nederland spoort de Commissie aan zo spoedig een tekstvoorstel voor grensoverschrijdende gegevensstromen in handelsakkoorden met de Raad en het Europese Parlement te delen in vervolg op het concept-paper dat de Commissie in januari met de lidstaten heeft gedeeld.16

Bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

Vanuit het oogpunt van bevoegdheden heeft het kabinet een positieve grondhouding ten aanzien van de mededeling. De EU heeft een gedeelde bevoegdheid op het gebied van die maatregelen die rechtstreeks invloed hebben op de interne markt. Wetsvoorstellen van dien aard worden doorgaans gebaseerd op artikel 114 VWEU.

De interne markt is basis van Europese economische samenwerking. De digitale interne markt is een essentieel aspect van de interne markt. Grensoverschrijdende problemen die zich op de digitale interne markt voordoen zijn het gevolg van verschillen in de nationale aanpak (beleids- en regelgevende kaders). Het verder verstevigen van de digitale interne markt dient op Europees niveau verricht te worden. Tegelijkertijd is het belangrijk om de ruimte en bevoegdheid te behouden om beleid toe te snijden op nationale omstandigheden en uitdagingen. De voorstellen die in deze mededeling aangekondigd worden, zullen door Nederland steeds afzonderlijk worden beoordeeld op bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit. Het kabinet is waakzaam wat betreft de subsidiariteit en proportionaliteit inzake een wetgevende aanpak op het gebied van platforms en de data-economie, de daadwerkelijke wetsvoorstellen dienen op hun eigen merites beoordeeld te worden.

Conclusie

Het kabinet beschouwt een Europese digitale interne markt als een essentiële randvoorwaarde voor een succesvolle digitale transformatie alsmede voor het behoud van een sterke concurrentiepositie in het mondiale speelveld.

Het kabinet steunt dan ook het streven van de Commissie om de Digitale Interne Markt Strategie voortvarend te implementeren en zet in op resultaten die daadwerkelijk tot een digitale interne markt leiden. Verdere stappen die leiden tot het aanpakken van barrières op de digitale interne markt worden dan ook verwelkomd. Dit sluit ook aan bij de inzet van de Europese Raad van juni 2016, zoals neergelegd in de conclusies van deze Raad.17

Het kabinet is groot voorstander van een open digitale economie welke innovatie en nieuwe bedrijfsmodellen aanjaagt en concurrentie bevordert. Tegelijkertijd dienen de belangen van burgers bij verdere digitalisering te worden geborgd. Hiertoe is een toekomstbestendig en horizontaal Europees beleidskader, nodig waarbij interventies op Europees niveau digitale innovatie stimuleren. Dit betekent onder meer dat het principe van vrij verkeer van data geborgd wordt in regelgevend- en beleidskader, gepaard met een hoog niveau van privacybescherming. Ook dient de Europese digitale economie veilig, betrouwbaar en veerkrachtig te zijn.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Kamerstuk 22 112, nr. 1967.

X Noot
2

Kamerstuk 22 112, nr. 2169.

X Noot
3

Kamerstuk 22 112, nr. 2169.

X Noot
4

Kamerstuk 22 112, nr. 2305.

X Noot
5

Kamerstuk 22 112, nr. 2305.

X Noot
6

Kamerstuk 22 112, nr. 2174.

X Noot
7

Idem.

X Noot
8

Kamerstuk 21 501-34, nr. 266 en nr. 268 (= GA resp. verslag OJCS Raad).

X Noot
9

Kamerstuk 28 760, nr. 53.

X Noot
10

Kamerstuk 22 112, nr. 2129.

X Noot
11

Kamerstuk 34 663, nr. 6.

X Noot
12

Kamerstuk 22 112, nr. 2129.

X Noot
13

Kamerstuk 22 112, nr. 2132.

X Noot
14

Kamerstuk 22 112, nr. 2130.

X Noot
15

Kamerstuk 22 112 nr. 2309.

X Noot
16

Kamerstuk 25 501-02, nr. 1719.