22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2269 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 december 2016

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij zeven fiches, die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche: Mededeling EU toetreding tot de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV); (Kamerstuk 22 112, nr. 2266)

Fiche: Mededeling de toekomstige leiders van Europa: het starters- en opschalingsinitiatiefWijnbouw en Wijnbereiding (OIV); (Kamerstuk 22 112, nr. 2267)

Fiche: Wijziging verordening aanvullende steun bij natuurrampen; (Kamerstuk 22 112, nr. 2268)

Fiche: Mededeling modelstatusovereenkomst inzake acties in derde landen in het kader van de verordening voor een Europese grens- en kustwacht;

Fiche: Mededeling Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst; (Kamerstuk 22 112, nr. 2270)

Fiche: Mededeling Nieuwe EU Consensus on Development; (Kamerstuk 22 112, nr. 2271)

Fiche: Verordening definitie, presentatie en etikettering gedistilleerde dranken. (Kamerstuk 22 112, nr. 2272)

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Fiche: Mededeling modelstatusovereenkomst inzake acties in derde landen in het kader van de verordening voor een Europese grens- en kustwacht (Frontex)

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Modelstatusovereenkomst als bedoeld in artikel 54, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    22 november 2016

  • c) Nr. Commissiedocument

    COM (2016) 747

  • d) EUR-Lex

    http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?qid=1481554318360&uri=CELEX:52016DC0747

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

    Niet opgesteld.

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken.

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Veiligheid en Justitie

2. Essentie voorstel

Op 6 oktober 2016 is de verordening Europese grens- en kustwacht1 in werking getreden. Actieve samenwerking met derde landen is een belangrijk onderdeel van de aanpak voor een effectief beheer van de Europese buitengrenzen. Het Europese grens en kustwacht agentschap (Frontex) faciliteert op basis van deze nieuwe verordening technische en operationele samenwerking tussen lidstaten en derde landen, zoals volgt uit artikel 54 lid 1 van genoemde verordening 2016/1624. Frontex kan bijvoorbeeld samenwerken met derde landen op basis van werkafspraken op het gebied van informatie-uitwisseling, trainingen onderzoek en ontwikkeling pilotprojecten. Daarnaast kan Frontex de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen inzake het beheer van de buitengrenzen coördineren. Frontex kan bovendien terugkeeroperaties organiseren of coördineren. Waarbij samenwerking met derde landen ook van belang is. Voor het uitvoeren van een Frontex operaties op het grondgebied van een derde land moet een modelstatusovereenkomst worden opgemaakt met derde landen. Deze mededeling voorziet in een modelstatusovereenkomst, zoals volgt uit artikel 54 lid 5 van de verordening Europese grens- en kustwacht. Een dergelijke modelstatusovereenkomst stelt een raamwerk vast voor de samenwerking tussen Frontex aan de ene kant en de bevoegde autoriteiten van derde landen aan de andere kant. De modelstatusovereenkomst is in de annex bij de Mededeling opgenomen. De modelstatusovereenkomst regelt onder de bevoegdheid van grenswachters van lidstaten om in het kader van Frontexoperaties in een derde land op te treden. De modelstatusovereenkomst wordt ook gebruikt voor het uitvoeren van andere operationele politiële of militaire missies van de Europese Unie in derde landen.

3. Nederlandse positie ten aanzien van de mededeling/aanbeveling

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Het kabinet is voorstander om het grensbeheer aan de buitengrenzen te versterken en om samenwerking met derde landen ten behoeve van de bestrijding van mensensmokkel en illegale migratie te intensiveren. De mededeling modelstatusovereenkomst op basis waarvan Frontexoperaties in derde landen kunnen worden uitgevoerd sluit dan ook aan bij de ambities van het kabinet op deze terreinen. Nederland heeft altijd een belangrijke bijdrage geleverd aan de Frontexoperaties aan de buitengrenzen van de EU.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Het kabinet verwelkomt de mededeling modelstatusovereenkomst omdat het kabinet het van belang acht dat Frontexoperaties ook op het grondgebied van een derde land kunnen worden uitgevoerd. Voor een integraal Europees grensbeheer, een effectieve aanpak van illegale immigratie en bestrijding van mensensmokkel is samenwerking met derde landen essentieel. Het uitvoeren van gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen van het Schengengebied en in derde landen wordt door het kabinet ondersteund. Hiervoor is het noodzakelijk dat de randvoorwaarden, bevoegdheden en immuniteit van grenswachters voor het uitvoeren van dergelijke operaties duidelijk zijn. In dit verband wordt het voorgestelde raamwerk voor de activiteiten van Frontex in derde landen door het kabinet ondersteund.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

De verwachting is dat de lidstaten en ook het Europees Parlement deze mededeling zullen ondersteunen omdat met deze mededeling de bevoegdheid en immuniteit van grenswachters geregeld wordt opdat zij in staat zijn om Frontexoperaties in derde landen uit te voeren.

4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten

Nederland heeft een positieve grondhouding ten opzichte van de subsidiariteit en proportionaliteit.

a) Bevoegdheid

Positieve grondhouding ten aanzien van bevoegdheidsvaststelling, gelet op artikel 77 VWEU. De Unie en de lidstaten hebben een gedeelde bevoegdheid op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht (art. 4, lid 2, onder j, VWEU). Het kabinet onderschrijft het principe dat om de veiligheid in de EU te bevorderen en het grensbeheer aan de buitengrenzen te versterken, lidstaten doelgericht moeten samenwerken. De bevoegdheid van de Commissie om een modelstatusovereenkomst op te stellen volgt uit artikel 54 lid 5 verordening 2016/1624 Europese grens- en kustwacht.

b) Subsidiariteit

Het versterken van de buitengrenzen en de interne veiligheid zijn bij uitstek terreinen waar een Europese samenwerking noodzakelijk is. Het kabinet heeft dan ook een positieve grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit.

c) Proportionaliteit

Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de proportionaliteit. Het kabinet is positief omdat de mededeling bijdraagt aan de versterking van het grensbeheer van de Europese Unie en in derde landen en de bestrijding van illegale immigratie en mensensmokkel. De voorgestelde modelstatusovereenkomst is geschikt om dit doel te bereiken.

d) Financiële gevolgen

Frontex heeft voor de nieuwe taken volgend uit de herziene verordening extra financiële middelen gekregen. Het kabinet gaat ervan uit dat operaties in derde landen met deze financiële middelen worden gefinancierd. Verder is het kabinet van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2014–2020 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijk departement, conform de regels van de budgetdiscipline.

e) Gevolgen voor regeldruk, administratieve lasten en concurrentiekracht

Niet van toepassing.


X Noot
1

Verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad

Naar boven