Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201422112 nr. 1868

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1868 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juni 2014

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij zeven fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Richtlijn bevordering aandeelhoudersbetrokkenheid

(Kamerstuk 22 112, nr. 1866)

Fiche 2: Aanbeveling over kwaliteit van de rapportage over corporate

governance («pas toe of leg uit») (Kamerstuk 22 112, nr. 1867)

Fiche 3: Mededeling Innovatie in de blauwe economie

Fiche 4: Verordening gastoestellen (Kamerstuk 22 112, nr. 1869)

Fiche 5: Mededeling rol van de private sector in ontwikkeling

(Kamerstuk 22 112, nr. 1870)

Fiche 6: Verordening verbod op visserij met drijfnetten (Kamerstuk 22 112, nr. 1871)

Fiche 7: Mededeling De Europese film in het digitale tijdperk

(Kamerstuk 22 112, nr. 1872)

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Fiche: Mededeling innovatie in de blauwe economie

1. Algemene gegevens

Titel voorstel

Mededeling innovatie in de blauwe economie: het werkgelegenheids- en groeipotentieel van onze zeeën en oceanen benutten

Datum ontvangst Commissiedocument

12 mei 2014

Nr. Commissiedocument

COM (2014) 254

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

n.v.t.

Behandelingstraject Raad

Raad Algemene Zaken

Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

2. Essentie voorstel

Om de blauwe groei strategie voor duurzame ontwikkeling van de zee en kust tot stand te laten komen constateert de Europese Commissie dat er op het gebied van innovatie nog steeds te weinig samenwerking is tussen de overheids- en de particuliere sector. Kennisintensieve sectoren hebben niet alleen te kampen met het onvermogen om onderzoeksresultaten in producten en diensten te vertalen, maar ook met een steeds groter wordende vaardigheidskloof. De Commissie zal daarom onderzoeken welke maatregelen er op communautair niveau kunnen worden genomen om de volgende problemen die zich specifiek in de blauwe economie voordoen, aan te pakken:

  • hiaten in kennis en gegevens met betrekking tot de toestand van onze oceanen, de hulpbronnen in de zeebodem, de mariene biotechnologie (gebruik van algen en wieren voor bijvoorbeeld cosmetica en medicijnen) en de risico's voor leefgebieden in het mariene milieu (habitats) en ecosystemen;

  • ongecoördineerde onderzoeksinspanningen in de mariene en maritieme wetenschappen, waardoor interdisciplinaire studie wordt belemmerd en technologische doorbraken op het gebied van belangrijke technologieën en in innovatieve bedrijfstakken worden vertraagd;

  • tekorten aan wetenschappers, ingenieurs en geschoolde arbeidskrachten die in staat zijn om nieuwe technologieën in het mariene milieu toe te passen.

De Commissie stelt 5 acties voor om bij te dragen aan het overbruggen van de geïdentificeerde kloof.

  • 1. Opzetten van een proces om mariene gegevens beter toegankelijk, interoperabel en vrij van gebruiksbeperkingen te maken (gebaseerd op EMOD -het Europees Monitoring en Data netwerk-, het gegevensverzamelingskader, Copernicus en WISE-Marine – the Water Information System for Europe, voor mariene wateren). Implementatie is voorzien vanaf 2014.

  • 2. Opleveren van een multiresolutiekaart van de gehele zeebodem van de Europese wateren per januari 2020.

  • 3. Oprichten van een informatieplatform voor marien onderzoek voor het gehele Horizon 2020-programma, en informatie over nationaal gefinancierde mariene onderzoeksprojecten. Voor 31 december 2015.

  • 4. Oprichting van een bedrijfs- en wetenschappelijk forum voor de blauwe economie, waarvan de eerste vergadering gehouden zal worden op de Europese Dag van de Zeevaart 2015.

  • 5. Stimuleren van de ontwikkeling van een alliantie voor vaardigheden in de mariene sector.

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling en de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

Het EU-beleid op het terrein van geïntegreerd maritiem beleid kent geen expliciete rechtsbasis in het verdrag. De Commissie refereert bij de grondslag voor het geïntegreerd maritiem beleid gewoonlijk in zijn algemeenheid aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en in het bijzonder artikelen 42, 43(2), 91(1), 100(2), 173(3), 175, 188, 192(1), 194(2) en 195(2).

De Unie is bevoegd op te treden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling, zonder dat de lidstaten belet worden hun bevoegdheden uit te oefenen (artikel 4, lid 3 VWEU). De Unie is bevoegd de ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten bij hun inspanningen op het gebied van hoogwaardig onderzoek en hoogwaardige technologische ontwikkeling te stimuleren (artikel 179 VWEU). Daarnaast dragen de EU en de lidstaten gezamenlijk zorg voor het versterken van het concurrentievermogen. Hiervoor heeft de Commissie met name een rol bij de coördinatie van de activiteiten in de lidstaten (artikel 181, lid 2 VWEU).

De Commissie kondigt in deze mededeling geen nieuwe wet- of regelgeving aan. Interoperabiliteit van algemene data en onderzoeksgegevens, het opleveren van een multiresolutiekaart van de gehele zeebodem van de Europese wateren zijn activiteiten die grensoverschrijdend beter vormgegeven kunnen worden. Nederland heeft daarom een positieve grondhouding voor de subsidiariteit. De mededeling kondigt geen bindende maatregelen aan, maar wil samenwerking stimuleren door bestaande onderzoeksgelden en initiatieven beter bij elkaar te brengen. Daarom heeft Nederland ook voor de proportionaliteit een positieve grondhouding.

De acties zijn reeds voorzien onder het geïntegreerd maritiem beleid van de EU en passen binnen het nieuwe meerjarige financiële kader voor de EU voor 2014–2020; onder andere via het Europees Maritiem en Visserij Fonds en Horizon 2020.

Eventuele budgettaire gevolgen voor Nederland worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline. Er worden geen gevolgen voorzien voor regeldruk en administratieve lasten.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Nederland kan in principe instemmen met de voorgenomen inspanning van de Commissie om bij te dragen aan verbeterde samenwerking op de genoemde onderwerpen en de ondersteuning die de Commissie wil bieden om Europese middelen ten gunste te laten komen aan (deel)onderwerpen van de Blauwe Groei strategie. De voorziene integratie van informatiesystemen en bundeling van kracht voor onderzoek zijn positief en geven invulling aan de Nederlandse wens om meer te doen dan het verzamelen en weer ter beschikking stellen van data en monitoring-gegevens. Het gaat er Nederland om dat hiervan informatie en kennis beschikbaar komt die ten dienste staat aan de samenleving en bruikbaar is voor politieke besluitvorming. De punten die de Commissie identificeert en waarvoor zij acties benoemt zijn niet nieuw en in de afgelopen jaren ook door Nederland geagendeerd. De mededeling en de acties die de Commissie voorziet en aankondigt mogen er echter niet toe leiden dat de Commissie het voortouw overneemt van de lidstaten als het gaat om de uitwisseling van data en gegevens, het doen van onderzoek, het scholen van het toekomstig arbeidspotentieel en de overdracht van kennis en expertise tussen belanghebbenden en overheden. De lidstaten dienen geconsulteerd en betrokken te blijven bij de diverse deelacties onder de vlag van mariene kennis. Alle acties van de Commissie dienen voorts binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2014–2020 te vallen en moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de EU-jaarbegroting.

Nederland zal via artikel 25 van het Europees Maritiem en Visserijfonds blijven sturen op de acties die de Europese Commissie onder de noemer van directe financiering uitvoert op het onderwerp EMODnet. Het betreffende artikel draagt er zorg voor dat de lidstaten kunnen meebeslissen over de uitgaven die de Europese Commissie wil doen met het geld voor het geïntegreerd maritiem beleid onder direct beheer. Nederland zet er op in dat EMODnet wordt uitgebreid naar functionele toepassingen voor de markt en overheden en minder de focus legt op verzamelen, koppelen en via de Europese Atlas van de zee ter beschikking stellen van (hoge resolutie kaarten van) monitoring en datagegevens. Die gegevens zouden volgens de INSPIRE afspraken al door de lidstaten worden opgeleverd. De inspanning van de Europese Commissie dient er daarom op gericht te zijn meerwaarde toe te voegen. Het Virtual Knowledge Centre in de Middellandse Zee kan als voorbeeld dienen.