22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1467 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 september 2012

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij drie fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Mededeling ontwikkelingsfinanciering (Kamerstuk 22 112, nr. 1465)

Fiche 2: Verordeningen CO2 normen voor personenauto’s en lichte

Bedrijfsvoertuigen (Kamerstuk 22 112, nr. 1466)

Fiche 3: Mededeling Europees innovatiepartnerschap (EIP) Smart Cities and Communities

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Fiche : Mededeling Europees innovatiepartnerschap (EIP) Smart Cities and Communities

1. Algemene gegevens:

Voorstel

Mededeling van de Commissie betreffende het Europees innovatiepartnerschap Smart Cities and Communities (EIP Smart Cities and Communities).

Datum Commissiedocumenten

7 juli 2012

Nr. Commissiedocument

C (2012) 4 701

Pre-lex

http://ec.europa.eu/energy/technology/initiatives/doc/2012_4701_smart_cities_en.pdf

Behandelingstraject Raad

Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie (Energie)

Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in nauwe samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2. Essentie voorstel

Europese Innovatie Partnerschappen (aangekondigd door de Commissie in 2010 in de Innovatie Unie) (hierna: EIP’s) moeten het bestaande Europese onderzoek- en innovatiebeleid stroomlijnen. De doelstelling is tweeledig: het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen en het versterken van de Europese concurrentiekracht.

De partnerschappen vormen een gezamenlijk platform van samenwerking en zijn niet een nieuw financieringsprogramma – of instrument, niet een nieuwe juridische entiteit, en komen niet in de plaats van bestaande besluitvormingsprocessen.

De mededeling Europese Innovatie Partnerschap Smart Cities and Communities betreft een eerste opzet voor een nieuw EIP. Eerder zijn mededelingen over EIP «actief en gezond ouder worden1», «productiviteit en duurzaamheid in de landbouw2», «grondstoffen3» en «water4» verschenen.

Hierover is de Tweede Kamer in een brief van 5 april 2012 (Kamerstuk 22 112, nr.1391) en van 15 juni 2012 geïnformeerd (Kamerstuk 22 112, nr. 1429).

Doelstellingen EIP Smart Cities and Communities

Het EIP Smart Cities and Communities is een partnerschap op het terrein van energie, transport en ICT met als doel om zowel innovatieve technologieën als organisatorische en economische oplossingen gericht op een efficiëntere omgang met energie en grondstoffen in stedelijke gebieden te stimuleren. Duurzaam transport en het drastisch reduceren van CO2 en andere vervuilende stoffen zijn speerpunten van het platform.

Het EIP is gericht op lokale toepassingen en gebiedsgerichte aanpak. Steden zijn de voorlopers van transitie naar een CO2-arme en grondstoffen efficiënte economie en het partnerschap wil de lokale initiatieven als motor van de transitie verder versterken. Het doel van het partnerschap is om in 2020 tenminste 20 grote doorbraken en commercieel haalbare innovatiegebieden te hebben gerealiseerd die energie, transport en ICT technologie combineren en het steden mogelijk maakt om de EU doelstellingen t.a.v. CO2-reductie, verbetering van luchtkwaliteit, gebruik van duurzame energie en energiebesparing te realiseren.

Het EIP wordt door de industrie geleid en is gericht op nieuwe producten en diensten op de terreinen waar energieproductie, -distributie en -gebruik, mobiliteit en transport en ICT elkaar raken en die nieuwe interdisciplinaire mogelijkheden bieden.

Het EIP Smart Cities and Communities draagt bij aan de algemene doelstellingen van het energiebeleid van de EU «A strategy for competive, sustainable and secure energy» (COM(2010) 639) en het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik(COM(2011)57). Daarnaast sluit dit EIP aan bij het Strategic Energy Technology (SET) Plan «Investing in the Development of Low Carbon Technologies» (COM(2009) 519 final). Ook uitdagingen ten aanzien van mobiliteit en transport, informatie en communicatietechnologie komen aan de orde.

Werkwijze

De Europese Commissie stelt voor om acties te ontplooien rond:

  • het verbeteren van de markttoegang van innovatieve en geïntegreerde energie, transport en ICT technologie en concepten in stedelijke toepassingen.

  • het ondernemen van horizontale maatregelen en markt georiënteerde maatregelen om commerciële toepassingen te realiseren.

  • het leren van best practices om innovatie «gaps» te overbruggen en om samenhang op de drie terreinen te versterken.

  • voortbouwen op, versterken en rationaliseren van het huidige portfolio van vele initiatieven door standaardisatie en het realiseren van coherentie in wet- en regelgeving (open standaarden en interoperabiliteit) naast projectfinanciering en maatregelen gericht op innovatief aanbesteden.

De eerste fase is gericht op het werkprogramma van het 7e Kaderprogramma. In het kaderprogramma is speciale aandacht voor geïntegreerde projecten op het terrein van energie, transport en ICT (Smart Cities tender). Deze projecten moeten vervolgens worden gecomplementeerd met de ontwikkeling van businessmodellen, standaardisatie, regelgevende kaders en innovatief aanbesteden.

In de tweede fase moeten «lighthouse» projecten ontstaan. Dit moeten strategische partnerschappen worden waar consortia uit de drie sectoren samenwerken met lokale overheden.

Lighthouse projecten zullen worden gefinancierd uit verschillende bronnen (EU, nationale en regionale gelden en private investeringen).

Vervolgens zal de Commissie horizontale activiteiten formuleren die specifieke uitdagingen te lijf moeten gaan en stakeholders zal informeren over best practices. Een belangrijk onderdeel is bijvoorbeeld om succesvolle business modellen te identificeren.

De Commissie vraagt ook aandacht voor internationale samenwerking en kennisuitwisseling op dit terrein, ook met derde landen.

Er zal afstemming en samenwerking plaatsvinden met regionale programma’s onder Europees Sociaal Fonds (ESF) en Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds (EFRO), maar bijvoorbeeld ook met andere EIP’s.

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling en de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

In dit fiche is ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling, financiële gevolgen en regeldruk en administratieve lasten aangesloten bij de standpunten zoals uiteen gezet in het eerder verschenen fiches over de EIP’s (Kamerstuk 22 112, nr. 1391).

Bevoegdheidsvaststelling

De EU heeft een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling. De uitoefening van de bevoegdheden van de EU belet de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen (artikel 4, lid 3 VWEU). Op basis daarvan is de Commissie bevoegd tot het nemen van initiatieven die onderzoeks- en innovatie-inspanningen van lidstaten aanvullen en coördineren.

Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

Europese publiek-publieke en publiek-private partnerschappen dragen bij aan vermindering van fragmentatie van onderzoeksinspanningen op Europees niveau en het tegengaan van duplicatie. Een gezamenlijke aanpak om focus en bundeling van krachten binnen Europa te realiseren, versnippering van inspanningen te voorkomen en grensoverschrijdende samenwerking te stimuleren biedt meerwaarde. Er is sprake van een duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden. Het Nederlandse oordeel over de subsidiariteit luidt positief.

Nederland beoordeelt de proportionaliteit eveneens positief. De Europese Commissie wil slimmere verbindingen creëren in de bestaande innovatiepraktijk. De gekozen aanpak staat in verhouding tot het doel dat moet worden bereikt. De lidstaten maken zelf de afweging of wordt deelgenomen aan dit partnerschap.

Financiële gevolgen

De mededeling heeft geen directe financiële gevolgen voor de nationale begroting. Lidstaten maken uiteindelijk zelf de afweging of ze vanuit nationale begrotingen een bijdrage willen leveren aan de partnerschappen. Indien er de wens is van een Nederlandse bijdrage, dan zullen de budgettaire gevolgen moeten worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.

In geval van budgettaire gevolgen voor de EU-begroting tot en met 2013, is Nederland van mening is dat de financiële middelen gevonden dienen te worden binnen de bestaande financiële kaders van de EU-begroting. In geval van budgettaire gevolgen voor de EU na 2013, dan zullen de financiële aspecten van dit voorstel integraal onderdeel uitmaken van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2014–2020. De Commissie overweegt om middelen ter beschikking te stellen uit het zevende kaderprogramma en diens opvolger (Horizon 2020). De lidstaten worden aangemoedigd om het EIP Smart Cities and Communities zoveel mogelijk te koppelen aan programma’s in het kader van de Structuurfondsen 2014 – 2020.

De onderhandelingen over Horizon 2020 en structuurfondsen maken voor wat betreft de financiële aspecten integraal onderdeel uit van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). In dit licht hecht Nederland eraan dat besprekingen over Horizon 2020 en structuurfondsen niet vooruitlopen op de integrale besluitvorming betreffende het MFK. De beleidsmatige inzet van Nederland ten aanzien van Horizon 2020 en structuurfondsen zal ondersteunend moeten zijn aan de Nederlandse inzet in de MFK-onderhandelingen, te weten een substantiële vermindering van de Nederlandse afdrachten aan de EU en een hervormde begroting die is toegespitst op de prioriteiten van dit decennium. Binnen dit kader blijft vanzelfsprekend de ruimte bestaan om op de inhoud actief in te spelen op het verloop van de onderhandelingen. In het licht van het streven naar een moderne begroting is het wenselijk dat er voldoende middelen worden vrijgespeeld om binnen het krappere budgettaire kader meer te kunnen investeren in concurrentievermogen en innovatie (in lijn met de Europa 2020-strategie).

Regeldruk en administratieve lasten

Europese Innovatiepartnerschappen hebben de doelstelling om het Europese onderzoeks- en innovatiebeleid gericht op een bepaalde maatschappelijke uitdaging te stroomlijnen. Dit moet een efficiënter en effectiever Europees onderzoeks- en innovatielandschap opleveren. De partnerschappen willen belemmeringen in het innovatieproces tegengaan waaronder vermindering van de administratieve lasten en een lagere regeldruk. Dit sluit aan op de Nederlandse inzet en de doelstelling van de Europese Commissie voor administratieve lastenverlichting voor de deelnemers aan het Europese onderzoek- en innovatieprogramma Horizon 2020 (COM (2011) 808-812).

Ten aanzien van de governance structuur van EIP’s zal Nederland kritisch blijven volgen dat dit niet zal leiden tot verhoging van de regeldruk en administratieve lasten. Nederland hecht aan lichte efficiënte coördinatiestructuren.

4. Nederlandse positie over de mededeling

In lijn met de Nederlandse positie ten aanzien van de eerdere mededelingen over de Europese Innovatiepartnerschappen, de conclusies van de Europese raad van 6 december 2011 en de raadsconclusies van 30/31 mei 2012 steunt het kabinet de nieuwe mededeling over het EIP Smart Cities and Communities.

Het EIP sluit goed aan bij de onderwerpen die voor het Nederlandse onderzoeks- en innovatiebeleid van belang zijn, en bij de innovatiethema’s van Topsector Energie en High Tech Systemen en Materialen (HTSM) de Topsector Water en het Deltaprogramma. Bovendien draagt het EIP bij aan belangrijke Europese initiatieven voor duurzaamheid, zoals de Roadmap on resource efficiency, en de energiedoelen. Als zodanig biedt het perspectief voor de Nederlandse Topsectoren Energie, smart grids en HTSM, ict/automotive (elektrisch, waterstof) daarnaast zijn er duidelijke dwarsverbanden met andere Topsectoren Logistiek, Water en Creatieve Industrie). Er zijn grote overeenkomsten tussen de (beoogde) aanpak van het EIP en de Topsector Energie, in het bijzonder met de thema’s smart grids en elektrisch vervoer met betrekking tot probleemanalyse, actieagenda en ideeën over publiek- private samenwerking en gebiedsgerichte implementatie. Belangrijke gemeenschappelijke uitdagingen zijn het ontwikkelen van businesscases, het realiseren van interoperabiliteit en open standaarden, versterken van de vraagsturing vanuit het bedrijfsleven, ondersteunen van het MKB, het zoeken naar dwarsverbanden in kennis en technologie in de sectoren Energie, Transport en ICT.

Het kabinet benadrukt, in lijn met de raadsconclusies tijdens de Raad voor Concurrentievermogen van 30/31 mei 2012, het belang van een goede betrokkenheid van het bedrijfsleven, met name het MKB, bij het EIP. Het borgen van deze betrokkenheid zal helder in het strategisch uitvoeringsplan uiteengezet moeten worden. Ook benadrukt het kabinet het belang van goede monitoring van de voortgang in het behalen van de maatschappelijke en economische doelen van het EIP Smart Cities and Communities.

Het kabinet verwelkomt de probleemgerichte aanpak en het streven naar een verbeterde afstemming tussen vraag en aanbod, waarbij het doorbreken van innovatiebarrières centraal staat. Ook staat het kabinet positief tegenover het inrichten van innovatiegebieden, het zoveel mogelijk gebruikmaken van bestaande Europese en nationale netwerken en instrumenten. Het kabinet benadrukt een goede afstemming en samenwerking met de andere EIP’S en synergie met andere instrumenten als het gezamenlijk programmeringsinitiatief JPI Urban Europe,

Het EIP Smart Cities and Communities kan bijdragen aan marktontwikkeling voor Nederlandse bedrijven, onder meer door partnering met buitenlandse bedrijven en kennisinstellingen.

Nederland steunt de focus op de stedelijke gebieden. Dit is in overeenstemming met het belang van steden bij het vergroten van de concurrentiekracht en het verbeteren van de bereikbaarheid van stedelijke gebieden. Ook is juist in stedelijke gebieden op de betreffende terreinen het meeste rendement te behalen bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid.

De mededeling sluit aan bij het te sluiten convenant van EL&I met de 32 grootste gemeenten van Nederland, Stichting Stedenlink en het kennisinstituut NICIS, dat ook als titel «Smart Cities» heeft. De basis van dit convenant is de samenwerking op basis van de Digitale Steden Agenda van de G32 en de Digitale Agenda.nl van het kabinet. In dit convenant wordt de samenwerking tussen de deelnemende partijen beschreven in een zevental thema’s. Het gaat dan om onderwerpen als Veiligheid, Zorg, ICT diensten ontwikkeling, Energie (Smart Grids en decentrale energievoorziening) en regeldruk beleid. Het convenant ligt momenteel ter goedkeuring bij de colleges van B&W van de G32.

Nederland onderschrijft de koppeling van de drie terreinen energie, transport en ICT. Deze integrale aanpak dwingt tot de aandacht voor de brede maatschappelijke en ruimtelijke context die nodig is innovatie te vermarkten. Nederland ziet ook graag een koppeling met stedelijke (her)ontwikkelingsprojecten, zodat technische innovaties en ruimtelijk ontwerp elkaar kunnen versterken. Hier liggen bij uitstek perspectieven voor privaat-publieke samenwerking. Op dit punt is het kansrijk en van belang een link te leggen met het beleid van de Commissie ten aanzien van klimaatadaptatie in steden (DG Clima/ Cities Adapt). De kwetsbaarheid van steden voor overstromingen, hevige regenval, langdurige droogte en hitte is een belangrijke bepalende factor voor het economische vestigingsklimaat.

In zijn algemeenheid geldt dat concrete projecten voor wat betreft de genoemde thema’s vaak in ruimtelijke besluitvormingsprocedures hun beslag krijgen en verbonden worden. De effectiviteit van oplossingen kan aanzienlijk toenemen wanneer ze worden ontwikkeld en geïmplementeerd in samenhang met het ruimtelijk ontwerp. In omgekeerde richting biedt deze koppeling kansen voor ruimtelijke innovatie en innovatie in het ruimtelijke besluitvormingsproces. Nederland zou graag zien dat dit in het voorstel wordt opgenomen en zal zich hiervoor in Brussel inzetten.

Omdat smart cities vaak in samenspel met hun omgeving effectief zijn en ook onderlinge samenwerking tussen nabijgelegen steden tot extra rendement leidt, wil Nederland graag de relatie met het regionale en nationale niveau in het programma opgenomen zien en zal zich hiervoor in Brussel inzetten.

Het kabinet is wel beducht voor de bestuurlijke drukte, met de oprichting van een nieuwe high level stuurgroep en vraagt de Commissie een overzicht te geven van bestaande gremia op dit terrein, op welke wijze ze zijn gerelateerd en hoe de besluitvormingsprocedures met betrekking tot financiële programma's of beleids/regelgevingsdocumenten zijn georganiseerd.

Het kabinet staat positief tegenover de oproep van de Europese Commissie om het EIP Smart Cities, en specifiek de fysieke innovatiegebieden, zoveel mogelijk te koppelen aan de structuurfondsen. Deze oproep is in lijn met het kabinetsstandpunt over de inzet van structuurfondsen voor de topsectoren. In de uitwerking zou echter tevens aandacht moeten zijn voor samenhang met andere programma’s in de stad, zoals E2B (bouw), ECTP (bouw), COST (ruimtelijke ontwikkeling en transport), Eracobuild en Urban Europe. Het is zaak EIP nadrukkelijk te richten op integrale thema’s voortbouwend op resultaten uit andere sectorale programma’s voor bouw, transport, duurzame energie etc.


X Noot
1

COM(2012) 83

X Noot
2

COM(2012) 79

X Noot
3

COM(2012) 82

X Noot
4

COM (2012) 216

Naar boven