Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201222112 nr. 1366

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1366 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 februari 2012

De brief van de voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken van 25 januari jongstleden (zie bijlage), over de afspraken die zijn gemaakt tijdens het algemeen overleg van 21 december 2011 over de informatievoorziening over EU-dossiers, geeft aanleiding tot de volgende aanvullingen en reactie namens het kabinet:

A. BNC-fiches

  • 1. Er is een sjabloon voor BNC-fiches over wetgevende voorstellen en een voor fiches over mededelingen. Beide sjablonen gaan uw Kamer in bijlage bij deze brief toe.

  • 2. Zoals door uw Kamer verzocht, zullen voortaan recesperiodes volledig worden meegeteld bij de bepaling van de zes en drie weken-termijn voor BNC-fiches, met uitzondering van de vier weken in augustus die overeenkomen met het zomerreces van de Europese instellingen. Zoals tijdens het algemeen overleg besproken, wijkt dit dan overigens af van hoe uw Kamer omgaat met de bepaling van de termijnen voor haar eigen behandelvoorbehoud op nieuwe Commissievoorstellen. Voor die termijnen geldt dat alle recessen opschortende werking hebben.

    Een notie die niet is opgenomen in de lijst met afspraken in de brief van 25 januari, maar die wel aan de orde is geweest tijdens het debat en waarover ook eerder tussen uw Kamer en het kabinet afspraken zijn gemaakt, is dat naast de zes en drie weken-termijn het belangrijkste richtpunt voor de tijdigheid van de fiches dient te zijn dat deze hoe dan ook ruim voor de eerste «Brusselse» behandeling op Raadsniveau van het betreffende voorstel de Kamer dienen toe te gaan. Ik hecht eraan die notie aan de lijst met gemaakte afspraken toe te voegen.

  • 3. Sinds het algemeen overleg van 21 december 2011 heeft het kabinet over alle overschrijdingen van de zes en drie weken-termijn een schriftelijk uitstelbericht aan beide Kamers verzonden.

  • 4. Als horizontaal verantwoordelijke bewindspersoon voor EU-aangelegenheden zal ik mijn collega’s binnen het kabinet attenderen op onverhoopte frequente overschrijding van de toezendingstermijnen, maar dit laat de eigen politieke verantwoordelijkheid van die collega-bewindspersonen voor de naleving van de termijnen onverlet.

  • 5. Zoals afgesproken tijdens het Notaoverleg over het Commissiewerkprogramma op 6 februari jongstleden, zal ik uw Kamer, alsmede de Eerste Kamer, een in omvang beperkt overzicht toezenden van EU-voorstellen waarover het kabinet voornemens is geen BNC-fiche op te stellen, inclusief motivatie.

  • 6. Ik zie uit naar het verslag van het overleg terzake tussen uw Kamer en de Eerste Kamer.

B. Geannoteerde agenda’s

  • 7. Tijdens het algemeen overleg op 21 december 2011 ben ik uitvoerig ingegaan op de gegroeide praktijk van grote verschillen tussen de verschillende vaste commissies van uw Kamer en de betreffende bewindslieden ten aanzien van de termijn van toezending van de geannoteerde agenda voorafgaand aan een Raadsvergadering. Ik wees de leden van uw Kamer er tijdens het debat op dat er meerdere raadsformaties zijn waar een termijn van een week ertoe zou leiden dat er nog volstrekt onvoldoende duidelijkheid zou zijn over de agendapunten van de Raadsvergadering, laat staan de Nederlandse positie ten aanzien van die punten. Daarbij refereerde ik als voorbeeld aan de Ecofin-raad, de Raden Algemene en Buitenlandse Zaken en de Europese Raad. In dat licht kan ik mij vinden in de afspraak om over de gehele breedte te streven naar een geannoteerde agenda een week voorafgaand aan de Raad, maar wil ik daarbij, zoals ik ook tijdens het debat heb gedaan, duidelijk aantekenen dat er Raadsformaties zijn waarvoor dit niet tot een gewenst resultaat zou leiden. Daarvoor bestaan derhalve afwijkende werkwijzen die zowel uw Kamer als het kabinet tot tevredenheid stemmen. Dergelijke gegroeide praktijken in het verkeer tussen Kamercommissie en bewindspersoon gaan mijns inziens voor generieke afspraken zoals verwoord in de brief van 25 januari onder dit punt.

  • 8. Over het krachtenveld in de Raad en de positie van het Europees Parlement hebben we tijdens het algemeen overleg van 21 december 2011 een aantal argumenten gewisseld die ik niet terugzie in de bewoordingen waarmee in de brief van 25 januari de betreffende afspraak is vastgelegd. Nu is het ook moeilijk om een dergelijk debat om te zetten in een heldere afspraak, maar voor zover dat mogelijk is denk ik dat de termen «voor zover bekend» (t.a.v. krachtenveld in de Raad) en «voor zover relevant» (voor de positie van – fracties in – het Europees Parlement) op basis van de discussie van 21 december 2011 beter vervangen zouden moeten worden door «voor zover opportuun» bij beide categorieën. Het streven van het kabinet naar zo uitgebreid mogelijke informatieverschaffing aan de Kamer op deze aspecten, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van het Europees Parlement, staat daarmee wat mij betreft overigens nog steeds buiten kijf.

  • 9. Ook de wijze waarop deze afspraak is verwoord, weerspiegelt mijns inziens niet hetgeen we tijdens het algemeen overleg hierover hebben gewisseld. Zo lees ik in het verbatim van uw Kamer dat ik zelf tijdens het algemeen overleg heb gesteld dat «als wij de Kamer in de laatste dagen over allerlei details per definitie toelichtende brieven zouden gaan sturen, zouden wij het enorm verbureaucratiseren en verwachtingen creëren die we waarschijnlijk niet waar kunnen maken.» De afspraak die tijdens het algemeen overleg nogmaals is herbevestigd is dan ook dat uw Kamer zo volledig mogelijk wordt geïnformeerd, indien nodig ook nog aanvullend, over de agenda van de Raadsvergadering. Bovendien informeert het kabinet uw Kamer op hoofdlijnen over wat de Nederlandse inzet daarbij zal zijn en wordt uw Kamer in staat gesteld die inzet voorafgaand aan de Raadsvergadering met de beleidsverantwoordelijke bewindspersoon te bespreken.

C. Onderhandelingsrapportages

  • 10. Geen aanvullingen.

  • 11. Geen aanvullingen.

  • 12. Het overzicht waar ik tijdens het algemeen overleg uit putte en dat ik naar aanleiding van een verzoek toezegde uw Kamer te zullen toezenden, is een stuk van uw Kamer zelf. Het gaat om bijlage 2 bij het rapport «Bovenop Europa» van 6 april 2011 (Kamerstuk 32 726, Nr. 1). Graag zeg ik u toe dat ik onze ambassades in de betreffende hoofdsteden de gegevens uit dit overzicht zal laten nagaan en dat ik uw Kamer de weerslag van die inventarisatie zal toezenden.

D. Groen- en witboeken

  • 13. Deze staande afspraak over groenboeken en witboeken zal ik nogmaals onder de aandacht brengen van mijn collega’s in het kabinet.

  • 14. Idem.

Met u vertrouw ik erop dat met deze afspraken verder zal worden bijgedragen aan een actieve en vroegtijdige betrokkenheid van uw Kamer bij de Europese besluitvorming.

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Bijlage 1 – sjabloon BNC-fiches wetgevende voorstellen

Fiche : .... (hier titel vermelden die in verder traject CoCo, MR en Kamer consequent gebruikt kan worden)

1. Algemene gegevens

Titel voorstel

Datum Commissiedocument

Nr. Commissiedocument

Prelex

Nr. Impact Assessment Commissie en Opinie Impact Assessment Board

Behandelingstraject Raad

Eerstverantwoordelijk ministerie

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

  • a) Rechtsbasis

  • b) Besluitvormingsprocedure Raad en rol Europees Parlement

  • c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

2. Samenvatting BNC-fiche (max. 15 regels)

  • Korte inhoud voorstel

  • Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

  • Implicaties/risico’s/kansen

  • Nederlandse positie

3. Samenvatting voorstel (max. 20 regels)

  • Inhoud voorstel

  • Impact assessment Commissie

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

  • a) Bevoegdheid

  • b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

  • c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

  • a) Consequenties EU-begroting

  • b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

  • c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

  • d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

6. Implicaties juridisch

  • a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

  • b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

  • c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

  • a) Uitvoerbaarheid

  • b) Handhaafbaarheid

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

9. Nederlandse positie

Bijlage 2 – sjabloon BNC-fiches mededelingen

Fiche : ... (hier titel vermelden die in verder traject CoCo, MR en Kamer consequent gebruikt kan worden)

1. Algemene gegevens

Titel voorstel

Datum Commissiedocument

Nr. Commissiedocument

Pre-lex

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

Behandelingstraject Raad

Eerstverantwoordelijk ministerie

2. Essentie voorstel

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling en de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

4. Nederlandse positie over de mededeling

Bijlage

Aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

de heer dr. B. Knapen

Den Haag, 25 januari 2012

Naar aanleiding van het algemeen overleg d.d. 21 december 2011 zet ik in deze brief de (herbevestigde) afspraken uiteen die in goed en constructief overleg tussen Tweede Kamer en regering zijn gemaakt aangaande de informatievoorziening over Europese besluitvorming. Hierbij cluster ik deze afspraken volgens de vier besproken thema’s.

A. BNC-fiches

  • 1. De regering zal het sjabloon voor BNC-fiches aan de Kamer zenden.

  • 2. Recesperioden hebben geen schorsende werking op de toezendingstermijn, met uitzondering van de vier weken in augustus die overeenkomen met het zomerreces van de Europese instellingen.

  • 3. Indien onverhoopt een overschrijding van de toezendingstermijn is te verwachten, zal de regering een uitstelbericht aan de Kamer zenden.

  • 4. De Kamer zal de regering berichten op welke beleidsterreinen zij een frequente overschrijding van de toezendingstermijn ervaart, zodat de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken zijn collega-bewindspersonen daarop kan aanspreken.

  • 5. De regering zendt de Kamer periodiek, gedurende een proefperiode van één jaar, een overzicht van de nieuwe Europese Commissievoorstellen waarover de regering voornemens is geen fiche op te stellen, op basis waarvan de Kamer kan besluiten af te zien van het ontvangen van een BNC-fiche.

  • 6. De Tweede Kamer zal in overleg treden met de Eerste Kamer om te bezien in hoeverre hun werkwijzen in relatie tot het Werkprogramma van de Europese Commissie te harmoniseren zijn. Hierover zal verslag worden uitgebracht aan de regering.

B. Geannoteerde agenda’s

  • 7. De geannoteerde agenda van de Raadsbijeenkomsten wordt in principe één week van tevoren toegezonden aan de Kamer.

  • 8. De regering zal hierin nadrukkelijk en concreet ingaan op de Nederlandse regeringsinzet en, voor zover bekend, op het krachtenveld in de Raad en, voor zover relevant, op de positie van het Europees Parlement in het kader van de inter-institutionele onderhandelingen over Europese voorstellen.

  • 9. De Kamer wordt nader geïnformeerd als de agenda van de Raadsvergadering wijzigt of als zich relevante positiewijzigingen in het krachtenveld van de Raad voordoen.

C. Onderhandelingsrapportages

  • 10. De regering zal ruimhartig openbare informatie verschaffen over lopende EU-onderhandelingen, voor zover het onderhandelingsproces dit toelaat, zulks ter beoordeling door de regering.

  • 11. De regering zal onderhandelingsdocumenten vertrouwelijk ter inzage leggen, als de Kamer daartoe verzoekt.

  • 12. De regering zendt de Kamer een overzicht van de werkwijzen met betrekking tot de parlementaire controle op de voortgang van Europese onderhandelingen en de regeringsinzet in andere EU-lidstaten.

D. Groen- en witboeken

  • 13. Conceptkabinetsreacties op groenboeken en witboeken worden ten minste dertig dagen voor het verstrijken van de reactietermijn aan de Kamer gezonden.

  • 14. Definitieve kabinetsreacties op groen- en witboeken aan de Europese Commissie worden in afschrift aan de Kamer gezonden.

Naar mijn overtuiging zullen deze afspraken verder bijdragen aan een actieve betrokkenheid van de Kamer bij Europese besluitvorming, aan een versterkte controle op de regeringsinzet in het EU-onderhandelingsproces alsmede aan een voorspoedige samenwerking tussen Kamer en regering in Europa, behoudens ieders verantwoordelijkheid in ons constitutioneel bestel.

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Knops