Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201222112 nr. 1343

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1343 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 januari 2012

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij 14 fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

  • Fiche 1: Mededeling en verordening Erasmus voor Iedereen (Kamerstuk 22 112, nr. 1332)

  • Fiche 2: Inzake verordeningen European Venture Capital Funds en Social Entrepreneurship Funds (Kamerstuk 22 112, nr. 1333)

  • Fiche 3: Mededeling Oplossing van grensoverschrijdende successiebelastingproblemen in de EU (Kamerstuk 22 112, nr. 1334)

  • Fiche 4: Mededeling Actie Plan financiering MKB (Kamerstuk 22 112, nr. 1335)

  • Fiche 5: Verordening inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) (Kamerstuk 22 112, nr. 1336)

  • Fiche 6: Richtlijn consulaire bescherming voor burgers van de Unie in het buitenland (Kamerstuk 22 112, nr. 1337)

  • Fiche 7: Richtlijn hergebruik van overheidsinformatie, mededeling Open gegevens en het besluit over hergebruik van documenten van de Commissie (Kamerstuk 22 112, nr. 1338)

  • Fiche 8: Verordening tot vaststelling van het programma «Europe for Citizens» 2014–2020 (Kamerstuk 22 112, nr. 1339)

  • Fiche 9: Mededeling over mensenrechten en democratie in het externe optreden van de EU (Kamerstuk 22 112, nr. 1340)

  • Fiche 10: Verordening maatregelen niet-duurzame visserij (Kamerstuk 22 112, nr. 1341)

  • Fiche 11: Verordening EU-ambtenarenstatuut (Kamerstuk 22 112, nr. 1342)

  • Fiche 12: Mededeling Eco-innovatie Actie Plan

  • Fiche 13: Richtlijn betreffende de gunning van concessieopdrachten (Kamerstuk 22 112, nr. 1344)

  • Fiche 14: Richtlijnen betreffende het gunnen van overheidsopdrachten(Kamerstuk 22 112, nr. 1345)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Fiche : Mededeling Eco-innovatie Actie Plan

1. Algemene gegevens

Titel voorstel: Mededeling Innovatie voor een duurzame toekomst – Het actieplan voor eco-innovatie (Eco-AP)

Datum Commissiedocument: 15 december 2011

Nr. Commissiedocument: COM (2011) 899

Pre-lex: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0899:FIN:NL:PDF

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: Niet opgesteld.

Behandelingstraject Raad: In de Milieuraad

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Infrastructuur en Milieu

2. Essentie voorstel

Het Eco-innovatie actieplan (Eco-AP) is de opvolger van het Environmental Technologies Action Plan (ETAP) van 2004. Eco-innovatie is elke vorm van innovatie die uitmondt in of gericht is op significante en aantoonbare vooruitgang in de richting van duurzame ontwikkeling, door:

  • het beperken van milieueffecten;

  • het verhogen van de bestandheid tegen milieudruk;

  • of het verwezenlijken van een efficiënter en verantwoordelijker gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

Eco-innovatie is van wezenlijk belang voor de uitvoering van de «Europa 2020-strategie» voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Het nieuwe actieplan beoogt stimulansen te bieden voor innovatie die de druk op het milieu doet afnemen en zal de kloof tussen innovatie en de markt dichten. Milieuvriendelijke innovaties zijn goed voor de bedrijven en helpen bij het creëren van nieuwe banen, waardoor eco-innovatie als cruciaal wordt gezien voor het economische concurrentievermogen van Europa. De Europese Commissie wil met stimulansen de eco-innovatie in alle sectoren van de economie versnellen door:

Actie 1: gebruik te maken van milieubeleid en milieuwetgeving als een stimulans om eco-innovatie te bevorderen;

Actie 2: demonstratieprojecten en partnerschappen te ondersteunen om veelbelovende, slimme en ambitieuze operationele technologieën die nog nauwelijks worden toegepast, naar de markt te brengen;

Actie 3: nieuwe normen te ontwikkelen die eco-innovatie stimuleren;

Actie 4: financiële instrumenten en ondersteunende diensten voor het mkb in te zetten;

Actie 5: internationale samenwerking te bevorderen;

Actie 6: de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden en banen en de bijbehorende

opleidingsprogramma's te ondersteunen om in te spelen op de behoeften van de

arbeidsmarkt;

Actie 7: eco-innovatie te bevorderen via de Europese innovatiepartnerschappen in het

kader van de Innovatie-Unie.

Voor eco-innovatie zal een multistakeholder-stuurgroep op hoog niveau worden opgericht om eco-innovatie te integreren, beleidsprocessen te vergemakkelijken, peer review van de genomen maatregelen mogelijk te maken en de uitvoering van dit actieplan te controleren. De uitvoering van het actieplan zal worden ondersteund door partnerschappen tussen belanghebbenden, de privé- en de overheidssector en de Europese Commissie.

De Commissie vraagt de lidstaten om op vrijwillige basis nationale roadmaps op te stellen om van elkaars beleid te leren. Verder zal de Commissie met de lidstaten samenwerken om eco-innovatie in het cohesie- en plattelandsbeleid in te bouwen. De Commissie maakt gebruik van de bevindingen van het «Eco-innovation Scoreboard» dat een vergelijking maakt van beleid en markt tussen de lidstaten. Nederland scoort daarbij «gemiddeld».

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling en de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

Bevoegdheid

De EU kent een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten op het gebied van milieu. Op grond van o.a. artikel 192 VWEU is de EU bevoegd maatregelen te nemen op dit gebied. Conform de Innovatie Unie zal de Commissie het regelgevingskader op milieugebied grondig onderzoeken en indien hierbij mogelijke leemten worden vastgesteld, nieuwe regels worden voorgesteld en bestaande regels worden herzien om tot een coherent wetgevingskader te komen dat eco-innovatie bevordert.

Subsidiariteit en Proportionaliteit

Ten aanzien van de inhoud waarop de mededeling zich richt beoordeelt Nederland de subsidiariteit positief. De mededeling richt zich op het gebruik maken van bestaand milieubeleid en – wetgeving om eco-innovatie te bevorderen. Dit wordt o.a. gedaan door het ontwikkelen van nieuwe normen en doelen bij herziening van beleid. Deze hernieuwde normen zullen te zijner tijd kritisch op functionaliteit, interactie met andere maatregelen en proportionaliteit worden geoordeeld. Daarbij is het voor Nederland met name van belang dat lidstaten ruimte krijgen om zo veel mogelijk zelf te kunnen bepalen welke middelen het meest doeltreffend zijn om de doelstellingen te behalen. Op die manier kan optimaal rekening worden gehouden met de uiteenlopende karakters van de betreffende sectoren en economieën van de lidstaten.

Financiële gevolgen

Deze mededeling heeft op zich geen financiële gevolgen. Een deel van de voorgestelde acties wordt gefinancierd uit het huidige meerjaren financieel kader (2007–2013), het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling, alsmede het Kaderprogramma voor Ondernemerschap en Innovatie, waarmee de Europese Commissie onderzoek, proefprojecten, en toegang tot de markt voor eco-innovatie stimuleert. Het Programma voor Milieu en Klimaat Actie (LIFE) voorziet in bevorderen van bewustwording van de kansen die eco-innovatie biedt. In Horizon 2020, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014–2020) zal eco-innovatie worden versterkt en een basis vormen voor de implementatie van het actieprogramma. Verder wil de Commissie met de lidstaten samenwerken om eco-innovatie in het Cohesie- en Plattelandsbeleid 2014–2020 in te bouwen. De uitwerking van de mededeling kan in de toekomst wel tot voorstellen leiden die ter zijner tijd zullen worden beoordeeld op de gevolgen die zij hebben voor de begroting van de lidstaten of voor burgers en bedrijven.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Algemeen

Nederland onderschrijft de voorgenomen acties van het Eco-AP.

De innovatie-uitdaging van dit moment zal erin bestaan ervoor te zorgen dat hulpbronnen langer meegaan en de negatieve impact van onze (economische) activiteiten op het milieu te verkleinen. Eco-innovatie is nodig om concurrerend te blijven in een wereld van toenemende beperkingen in het gebruik van grondstoffen. Wereldwijd is er vraag naar duurzame technologieën, producten en diensten. Europa heeft op dat gebied veel te bieden.

Uitvoering van het Eco-AP

De uitvoering past bij de Nederlandse situatie in Europa en de noodzaak om via internationale samenwerking de concurrentiepositie te versterken. De partnerschappen bieden aan het Nederlandse bedrijfsleven een platform om de uitdagingen op het gebied van eco-innovatie aan te gaan en aan de Nederlandse overheid om de beleidsprioriteiten op Europees niveau te agenderen.

Relatie met Nederlands beleid

Nederland draagt door actieve deelname aan de uitvoering van het Eco-AP bij aan het behouden van een level playing field, het bewerkstelligen van een gemeenschappelijke visie op eco-innovatie, het bepalen van standaarden, en daarmee aan het vergroten van marktkansen voor het bedrijfsleven.

Het topsectorenbeleid kan direct worden ondersteund via de in het plan beoogde partnerschappen. Samen met relevante sectoren (bv. chemie, water) kunnen initiatieven worden genomen voor de invulling van die acties die het meeste bij de wensen passen. Zo kan input worden geleverd in de Europese financiële instrumentarium en kan deelname aan die programma's door de overheid actief worden ondersteund. Het Nederlandse beleid zoals verwoord in de duurzaamheidsagenda kan door inpassing in de Europese context aan kracht winnen.

Nederland wil meedenken over hoe regelgeving beter in te zetten voor innovatie voor duurzaamheid maar zal in het algemeen geen steun geven aan nieuwe regelgeving. Daarbij is aandacht nodig voor het uitdragen van ervaringen (lessons learned) en best practices. Met name zal gericht worden op agendasetting en meewerken aan het verzilveren van nieuwe marktkansen.

Punten van aandacht

Voor het bevorderen van eco-design en het overbruggen van het gat tussen de beschikbaarheid van nieuw technologieën en de valorisatie daarvan zijn demonstratieprojecten van belang. Optimaliseren van de deelname aan Europese financiële programma’s is hierbij opportuun. De aandacht is nu vooral gericht op het Kaderprogramma voor Innovatie en Concurrentievermogen (CIP) en het Financieel Instrument voor Milieu en Natuur (LIFE). Vanaf 2014 wordt dat het nieuwe Horizon2020 voor onderzoek en innovatie.

De ontwikkeling van de financiële instrumenten (lening en waarborgdienst en een aandeleninstrument) voor onderzoek en innovatie  dienen in samenwerking en in afstemming met de binnen Horizon 2020 en LIFE+ voorgestane financiële instrumenten tot stand te komen. Ook moet dit worden gecoördineerd met de ontwikkeling van instrumentarium onder het toekomstige Programma ter vergroting van het concurrentievermogen van middelgrote en kleine ondernemingen (MKB), COSME 2014–20201

In relatie tot de door de Europese Commissie voorgestelde Actie 7, onderstreept Nederland het belang van een goede ondersteuning van het MKB bij de internationalisering. Het Enterprise Europe Network (EEN) zou zich daarbij met name moeten blijven richten op de ondersteuning van activiteiten van het MKB op de Europese markt. Nederland staat dan ook kritisch ten opzichte van de voorgestelde uitbreiding van EEN naar landen buiten de EU en de instelling van MKB-centra in landen buiten de EU.

De Nederlandse overheid ondersteunt het streven dat het cohesiebeleid in toenemende maten wordt aangewend voor eco-innovatie. Daartoe zullen in de operationele programma's 2014–2020 passende acties worden ondernomen.


X Noot
1

COM(2011) 834 definitief.