Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201222112 nr. 1331

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1331 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 januari 2012

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij 15 fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 01: Verordening betreffende een monitoring en rapportage systeem broeikasgassen en overige klimaatrelevante informatie (Kamerstuk 22 112, nr. 1317)

Fiche 02: Richtlijn alternatieve beslechting consumentengeschillen (Kamerstuk 22 112, nr. 1318)

Fiche 03: Verordening online beslechting consumentengeschillen (Kamerstuk 22 112, nr. 1319)

Fiche 04: Verordening Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij voor 2014–2020 (Kamerstuk 22 112, nr. 1320)

Fiche 05: Verordening inzake de implementatie en exploitatie Europese satelliet navigatie systemen (Kamerstuk 22 112, nr. 1321)

Fiche 06: Verordening Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) met besluit over de Strategische Innovatie Agenda van het EIT (Kamerstuk 22 112, nr. 1322)

Fiche 07: Verordening inzake grondafhandelingsdiensten op EU-luchthavens en tot intrekking richtlijn 96/67/EG (Kamerstuk 22 112, nr. 1323)

Fiche 08: Verordening betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op luchthavens in de Europese Unie (Kamerstuk 22112, nr. 1324)

Fiche 09: Verordening geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op civiele luchthavens in de Europese Unie (Kamerstuk 22 112, nr. 1325)

Fiche 10: Verordening programma concurrentievermogen (MKB’s) COSME 2014–2020 (Kamerstuk 22 112, nr. 1326)

Fiche 11: Mededeling over de toekomst van de BTW (Kamerstuk 22 112, nr. 1327)

Fiche 12: Verordening wijzigingen Informatienet Landbouwbedrijfboekhoudingen (ILB) (Kamerstuk 22 112, nr. 1328)

Fiche 13: Verordening betreffende het geluidsniveau van motorvoertuigen (Kamerstuk 22 112, nr. 1329)

Fiche 14: Europa in de wereld: verordeningen voor de instrumenten van extern beleid 2014–2020 (Kamerstuk 22 112, nr. 1330)

Fiche 15: Verordening Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Fiche: Verordening Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR)

1. Algemene gegevens

Titelvoorstel: Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council Establishing the European Border Surveillance System (EUROSUR)

Datum Commissiedocument: 12 december 2011

Nr. Commissiedocument: COM (2011) 873

Prelex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier.cfm?CL=nl&DosID=201193

Nr. Impact Assessment Commissie en Opinie Impact Assessment Board:

SEC (2011) 1 537

SEC (2011) 1 538

Geen opinie Impact Assessment Board

Behandelingstraject Raad: Behandeling in JBZ Raad onder Deens voorzitterschap

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

a) Rechtsbasis

Artikel 77(2)(d) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

b) Besluitvormingsprocedure Raad en rol Europees Parlement

Gewone wetgevingsprocedure (gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming in de Raad, medebeslissing Europees parlement).

c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

N.v.t.

2. Samenvatting BNC-fiche

Korte inhoud voorstel

Het voorstel van de Commissie dient ertoe een noodzakelijk wettelijk kader te bieden voor de oprichting en verdere ontwikkeling van een Europees grensbewakingssysteem van de maritieme en landgrenzen van de EU te versterken (EUROSUR). EUROSUR beoogt de samenwerking en coördinatie te versterken op het gebied van bewaking door te voorzien in een systeem waarin operationele informatie binnen en tussen de lidstaten en met Frontex wordt uitgewisseld. Doel is de controle van de buitengrenzen van de EU te versterken en, dit geldt met name voor de zuidelijke maritieme grenzen van de EU, levens op zee te redden.

Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

Het Europese Parlement en de Raad stellen maatregelen vast voor de geleidelijke invoering van een geïntegreerd systeem van beheer van de buitengrenzen. In het voorstel kiest de Commissie de daartoe dienende basis van artikel 77 lid 2 onder d van het VWEU. Volgens Nederland is dit de juiste rechtsbasis.

Het subsidiariteitsoordeel luidt positief. De oprichting van EUROSUR levert een beleidsinstrument op om op Europees niveau de operationele samenwerking en coördinatie hiervan te versterken. Dit kan alleen op Europees niveau worden vastgelegd. Het oordeel over proportionaliteit luidt positief met uitzondering van een aantal voorstellen rond de rol van Frontex. Het voorstel gaat op onderdelen uit van een grotere rol van Frontex dan Nederland aangewezen acht.

Implicaties/risico’s/kansen

Het succes van het systeem is deels afhankelijk van de bereidheid van derde landen tot samenwerken en gegevensuitwisseling ten behoeve van EUROSUR. In de Mediterrane regio zijn er samenwerkingsverbanden tussen lidstaten en derdelanden die daarbij zouden kunnen ondersteunen. Voor de Noordzee zijn er eveneens bestaande structuren waarbij zou kunnen worden aangehaakt.

In het voorstel wordt aandacht besteed aan de grondrechten, de gegevensbescherming en het respecteren van het beginsel van non-refoulement. Het systeem is er niet op gericht om persoonlijke gegevens via de situatiebeelden uit te wisselen, maar veeleer op het uitwisselen van geanonimiseerde informatie. Echter, de technische mogelijkheid tot het uitwisselen van persoonlijke gegevens bestaat. Aangrenzende lidstaten kunnen persoonlijke gegevens uitwisselen mits dit valt binnen de strikte wettelijk kaders inzake dataprotectie van de EU.

Het voorstel is onderworpen aan diepgaand onderzoek door de Commissie met het oog op de grondrechten, dataprotectie, non-refoulement en de bescherming van rechten van het kind. Speciale aandacht is besteed aan artikelen 4 en 19 lid 2 van het EU Handvest van de grondrechten. In artikel 18 lid 2 van de verordening zijn bepalingen opgenomen over non-refoulement1.

Nederlandse positie en eventuele acties

Nederland onderschrijft de doelstelling om te streven naar een volledig beeld van de situatie aan de buitengrenzen van de EU. Hiermee zal het reactievermogen van (handhavings-) autoriteiten om illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit tegen te gaan, worden vergroot. Verder zal het zoeken en redden van personen die in gevaar zijn («search and rescue») worden vergemakkelijkt. De in de mededeling genoemde maatregelen dragen bij aan het door Nederland ondersteunde beleid om te streven naar een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de EU en gaan uit van de door Nederland gehanteerde concentrische benadering2 van het grenstoezicht3.

3. Samenvatting voorstel

– Inhoud voorstel

Deze verordening maakt deel uit van het geïntegreerd beheer van de EU buitengrenzen en de interne veiligheidsstrategie van de EU en volgt op de mededeling van de Europese Commissie over het onderzoek naar een Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR) van 13 februari 2008. Het onderzoek was onderdeel van een pakket van drie voorstellen gericht op het verbeteren van de veiligheid van de buitengrenzen van de Unie en op het vergemakkelijken van reizen voor burgers, toeristen en legale migranten.

In 2008 heeft de Commissie een mededeling aangenomen met als titel «Onderzoek naar de mogelijkheden tot instelling van een Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR)» en een routekaart vastgesteld voor de ontwikkeling, het testen en de toepassing van het systeem. Op basis van de uitkomsten hiervan is dit voorstel van de Commissie tot stand gekomen. De aan EUROSUR toegekende prioriteit is door de Europese Raad in juni 2011 bevestigd, waarbij is verzocht het systeem met prioriteit verder te ontwikkelen zodat het in 2013 in werking kan treden.

EUROSUR voorziet in een mechanisme voor de grensautoriteiten van de lidstaten (grenswachten, kustwachten, politie, douane en marine) en voor het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX) om operationele gegevens uit te wisselen en samen te werken om het aantal illegale migranten dat de EU bereikt te verminderen alsmede zware criminaliteit, zoals drugs- en mensenhandel, te voorkomen en te bestrijden. De betere uitwisseling van informatie en het gebruik van door EUROSUR geïntroduceerde moderne bewakingstechnologie kunnen ook van belang zijn bij het redden van levens van migranten die in moeilijk op te sporen kleine en onzeewaardige bootjes de kusten van de EU-lidstaten proberen te bereiken.

EUROSUR zal de uitwisseling van informatie en de samenwerking tussen de grensbewakingsautoriteiten van de lidstaten en met Frontex versterken. Daartoe zal elke lidstaat met externe land- en zeegrenzen een nationaal coördinatiecentrum voor grensbewaking moeten opzetten, dat via een beveiligd communicatienetwerk informatie zal uitwisselen met andere nationale coördinatiecentra en met Frontex.

In het kader van EUROSUR zal informatie worden uitgewisseld door middel van «situatiebeelden», die kunnen worden omschreven als grafische interfaces die gegevens, informatie en inlichtingen weergeven. Deze situatiebeelden zullen op nationaal en Europees niveau worden ontwikkeld en dezelfde structuur krijgen om de onderlinge informatiestroom te vergemakkelijken. Om kleine schepen beter te kunnen opsporen, zal Frontex ook een dienst voor de gemeenschappelijke toepassing van bewakingsinstrumenten opzetten. Hiermee worden onder andere satellietbeelden gecombineerd met informatie die afkomstig is van scheepsrapportagesystemen.

Het systeem zal vooral aan de zuidelijke en oostelijke grenzen bijdragen aan een afname van het aantal illegale migranten dat de EU ongedetecteerd weet te bereiken. Door een verbeterde situational awareness en de detectie van kleine schepen op zee, zal het systeem tevens search and rescue operaties vergemakkelijken. Hierdoor kunnen drenkelingen beter worden gered en doden op zee worden voorkomen.

Voor de lidstaten aan de noordkant van de EU buitengrenzen zal het systeem vooral een secundair effect hebben op de afname van illegale migratie. EUROSUR zal echter leiden tot een betere opsporing van kleine schepen die ook worden ingezet bij grensoverschrijdende criminaliteit, zoals drugssmokkel. De door de criminele netwerken gebruikte routes kunnen beter worden opgespoord en in kaart worden gebracht. Het nieuwe systeem vormt een bijdrage aan de oprichting van een geïntegreerd grensbeheersysteem op de langere termijn.

Daarom zetten de lidstaten momenteel nationale coördinatiecentra voor grensbewaking op, die als aanspreekpunt zullen fungeren voor de directe uitwisseling van gegevens, informatie en inlichtingen tussen grenswachten, kustwachten, de politie en andere nationale autoriteiten alsook met Frontex en de overige nationale coördinatiecentra. In Nederland is het Kustwachtcentrum als Nationaal Coördinatie Centrum voor EUROSUR aangewezen.

Frontex heeft in november 2011 in het kader van een proefproject de eerste zes nationale coördinatiecentra4 via een beveiligd communicatienetwerk aan elkaar gekoppeld5.De resterende nationale coördinatiecentra van de lidstaten zullen in 2012 en 2013 worden aangesloten. Voor de lidstaten aan de zuidelijke en oostelijke EU grenzen is de verordening per 1 oktober 2013 van kracht6. De druk van de illegale migratie is daar het grootst. Voor de andere lidstaten met zee- en land buitengrenzen, waaronder Nederland treedt de verordening per 1 oktober 2014 in werking7.

Impact assessment Commissie

Een aantal beleidspakketten is geanalyseerd. Daarbij is onder andere gekeken naar de mate van centralisatie van het systeem. Uit de impact assessment kwam het gedecentraliseerde systeem als beste optie uit de bus. Nederland ondersteunt deze conclusie, ook omdat dit model het meest uitgaat van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de grensbewakingsgegevens en het uitwisselen ervan.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

a) Bevoegdheid

Het Europese Parlement en de Raad stellen maatregelen vast voor de geleidelijke invoering van een geïntegreerd systeem van beheer van de buitengrenzen. In het voorstel kiest de Commissie de daartoe dienende wetsbasis van artikel 77 lid 2 onder d van het VWEU. Volgens Nederland is dit de juiste rechtsbasis.

b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

Het subsidiariteitsoordeel luidt positief. De oprichting van EUROSUR levert een beleidsinstrument op om op Europees niveau de operationele samenwerking en coördinatie hiervan te versterken. Dit kan alleen op Europees niveau worden vastgelegd.

Het oordeel over proportionaliteit luidt positief met uitzondering van een aantal voorstellen rond de rol van Frontex. Het voorstel gaat op onderdelen uit van een grotere rol van Frontex dan Nederland aangewezen acht. Zo is Nederland tegen het verplicht leveren van informatie aangaande buitengrenzen aan Frontex. De lidstaten dienen de ruimte te hebben daarvan af te wijken op grond van technische en financiële beperkingen en of andere gegronde redenen. Daarnaast is Nederland kritisch ten aanzien van het voorschrijven van maatregelen die lidstaten dienen naar aanleiding van risicoanalyse van de buitengrenzen.

Het is aan de lidstaten zelf om te beoordelen welke maatregelen moeten worden getroffen als bijbehorende reactie op de impact niveaus (impact levels) die aan het grenssegment is toegekend (laag, middel, hoog).

Ten slotte is Nederland voorhands geen voorstander van een centrale rol van Frontex als het gaat om de monitoring en evaluatie van de technische en operationele inzet van EUROSUR ten opzicht van de gestelde doelen. Volgens Nederland zou dit op zijn minst een gedeelde verantwoordelijkheid moeten zijn van de lidstaten en Frontex.

c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

N.v.t.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting

De geschatte totaalkosten voor EUROSUR bedraagt € 338 miljoen voor de periode 2011–2020.

Dit bestaat uit de volgende componenten:

1: Inrichten van Nationale Coördinatiecentra van de lidstaten (€ 99 miljoen)

2: Inrichten van het Frontex Situation Centre (€ 96 miljoen);

3: Inrichten en onderhoud van het EUROSUR netwerk (€ 47 miljoen);

4: Het samenstellen van het gemeenschappelijke veiligheidsbeeld voor de buitengrenzen (€ 29 miljoen);

5: De samenwerking met derde landen: aansluiten bij regionale samenwerkingsverbanden (€ 5 miljoen);

6: de gemeenschappelijke toepassing van bewakingsinstrumenten (b.v. gebruik van satellietbeelden) (€ 62 miljoen).

Voor het eerste component voorziet de begrotingslijn in een 75 % EU cofinanciering van deze kosten. De begrotingslijn voorziet niet in de resterende 25 % cofinanciering door de lidstaten. Deze kosten zullen per lidstaat verschillen naar gelang de wijzen waarop lidstaten hun NCC hebben georganiseerd.8 Voor Nederland betekent dit een eenmalige investering door de betrokken diensten, Koninklijke Marechaussee en Zeehavenpolitie van € 62 500.

De € 338 miljoen wordt geheel gedragen door bestaande EU programma’s onder het huidige en toekomstige meerjaren financieel kader van de EU. De verschillende componenten van EUROSUR zullen hoofdzakelijk worden uitgevoerddoor het Frontex en de lidstaten (gedeeld beheer) op basis van de routekaart EUROSUR die in 2008 is vastgesteld.

Met betrekking tot het opzetten van denationale coördinatiecentra, zullen de lidstaten in 2012–2013 worden ondersteund door bijdragen uit het Buitengrenzenfondsen het instrumentvoor financiële steunvoor de buitengrenzen en visa, als onderdeel van het geplandefonds voor interne veiligheid in 2014–2020.

Frontex zal gebruik maken van zijn eigen budget voor het opzetten van hetcommunicatienetwerk en andere gemeenschappelijk componenten van EUROSUR, zoals het gemeenschappelijke veiligheidsbeeld voor de buitengrenzen. Wanneer nodig, wordt dit aangevuld door een bijdrage uit het interne Veiligheidsfonds 2014–2020.

Voor de gemeenschappelijke toepassing van bewakingsinstrumentenin 2012–2013, zal gebruikt worden gemaakt van fondsen uit het 7e kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling.

Maatregelen innaburige derde landen in 2012–2013 zullen worden ondersteund door het thematische programma voor Asiel enMigratie, als onderdeel van het instrument voor ontwikkelingssamenwerking.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/of decentrale overheden

Nederland heeft eerder in het kader van het Europese Grenzenfonds een inschatting gemaakt voor de kosten voor het nationale deel. Met een cofinancieringspercentage van 25 % betekent dit een investering van € 62 500 door de betrokken diensten, Koninklijke Marechaussee en Zeehavenpolitie. Budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

N.v.t.

a) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

Eventuele eisen op het gebied van rapportage (aan de Commissie of Frontex) zijn niet in het voorstel opgenomen en dienen zoveel mogelijk in lijn en compatibel te zijn met reeds bestaande rapportage-verplichtingen.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

N.v.t

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

De datum van inwerkintreding voor Nederland is 1 oktober 2014. Volgens de betrokken uitvoerende organisaties is dit is een haalbare termijn. Nederland zal pleiten voor een spoedige aansluiting op het systeem eventueel in pilotopstelling om voorafgaand aan de uiterlijke datum van inwerkingtreding reeds ervaring op te doen met het gebruik ervan.

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

De bepaling in artikel 20 van het voorstel, die evaluatie voorziet, is wenselijk. Dit is ook in lijn met het regeerakkoord en de kabinetsbrief privacybeleid (29 april 2011), die een evaluatiebepaling automatisch vereist waar het gaat om grootschalige gegevensverwerking.

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

a) Uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid worden geen problemen verwacht.

b) Handhaafbaarheid

Het Nederlandse deel van het EUROSUR-systeem kan op het Kustwachtcentrum worden aangesloten en gevuld. De Koninklijke Marechaussee is de eerstverantwoordelijke hiervoor. Daarbij wordt samengewerkt met de Zeehavenpolitie, de Douane en zo nodig andere betrokken (handhavings)-diensten. De Zeehavenpolitie die geen deel uit maakt van het samenwerkingsverband van de Kustwacht neemt maatregelen om de gegevens op een veilige wijze te kunnen delen met het Kustwachtcentrum.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen.

9. Nederlandse positie

Nederland onderschrijft de doelstelling om te streven naar een volledig beeld van de situatie aan de buitengrenzen van de EU. Hiermee zal het reactievermogen van (handhavings-)autoriteiten om illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit tegen te gaan, worden vergroot. Verder zal het zoeken en redden van personen die in gevaar zijn («search and rescue») worden vergemakkelijkt. De in de mededeling genoemde maatregelen dragen bij aan het door Nederland ondersteunde beleid om te streven naar een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de EU en gaan uit van de door Nederland gehanteerde concentrische benadering van het grenstoezicht Nederland steunt dan ook de instelling en ontwikkeling van EUROSUR.

Nederland onderschrijft de voorgestelde operationalisering van het systeem door middel van het instellen van Nationale Coördinatiecentra (NCC), waar 24 uur per dag de activiteiten van de met grenstoezicht belaste autoriteiten (waarneming, identificatie, opsporing, interceptie) worden gecoördineerd. Dit zal een effectieve en efficiënte manier van grenstoezicht bevorderen. In Nederland is het Kustwachtcentrum het aangewezen NCC. De uitwisseling van relevante gegevens op het gebied van grenstoezicht tussen de participerende organisaties in Kustwachtverband zal op basis van deze verordening plaatsvinden.

Nederland steunt het uitgangspunt van de Europese Commissie om bij de totstandkoming en de verdere ontwikkeling van EUROSUR uit te gaan van het aansluiten bij relevante digitale en technologische ontwikkelingen op IT gebied en onderkent met de Commissie het belang van veilige gegevensuitwisseling. De mogelijkheid van het aansluiten van Nationale systemen zoals het Zeevaart Uitbreidbaar Informatiesysteem (ZUIS) van de Zeehavenpolitie en de Koninklijke Marechaussee kan een belangrijke meerwaarde inhouden voor EUROSUR.

Nederland wil wel meer duidelijkheid over de aard van de uitwisseling van gegevens. Deze is op punten vrijblijvend waar die dwingend zou moeten zijn. Zo wordt in artikel 12 aangegeven dat Frontex op aanvraag gegevens over een sectie van de buitengrens van een lidstaat kan leveren. Als voorbeeld wordt genoemd een vaartuig dat is geïdentificeerd als een schip dat ingezet wordt voor illegale migratie of grensoverschrijdende criminaliteit. Dergelijke informatie zou te allen tijde met de betrokken lidstaat moeten worden gedeeld. De lidstaten zijn daarentegen verplicht informatie aan Frontex te leveren, terwijl er voor de lidstaten ruimte zou moeten zijn daarvan af te wijken op grond van technische en financiële beperkingen en of andere gegronde redenen.

Nederland ondersteunt de voorstellen om het reactievermogen van de betrokken diensten te verbeteren en daartoe de buitengrenzen onder te verdelen en aan deze segmenten risicovolle, gemiddelde of weinig risicodragende niveaus toe te kennen. De opvolging op basis van de door EUROSUR gedeelde gegevens zal hierdoor aan effectiviteit en efficiëntie winnen. Dit komt een geïntegreerd grensmanagement ten goede. Nederland is echter van mening dat Frontex daarbij een rol toegedeeld krijgt die aan de lidstaten toekomt. Immers het is aan de lidstaten zelf om te beoordelen welke maatregelen moeten worden getroffen als bijbehorende reactie op de impact niveaus (impact levels) die aan het grenssegment zijn toegekend (laag, middel, hoog). In het voorstel van de Commissie wordt nu in dwingende maatregelen voorzien onder andere op het gebied van middelen en personeel.

Nederland is voorhands geen voorstander van een centrale rol van Frontex als het gaat om de monitoring en evaluatie van de technische en operationele inzet van EUROSUR ten opzicht van de gestelde doelen. Dit is een bevoegdheid van de lidstaten (of op zijn minst een gedeelde bevoegdheid van de lidstaten en Frontex).

Nederland heeft ook begrip voor de fasering die de Commissie aanbrengt in de implementatie van het systeem. De Commissie geeft prioriteit aan de lidstaten aan de zuidelijke en oostelijke buitengrenzen van de EU. Nederland zal volgens het voorstel in de tweede fase aansluiten, vanaf 1 oktober 2014 samen met Duitsland, België en Zweden. Nederland tekent daarbij wel aan dat de later aansluitende lidstaten als Nederland moeten kunnen rekenen op de beschikbaarheid van EU fondsen vergelijkbaar met die voor de eerste fase.

Nederland staat kritisch tegenover de over de toegevoegde waarde van gegevens van «near to real time». EUROSUR maakt deze informatie-uitwisseling mogelijk maar de vraag is in hoeverre deze toepassing kosteneffectief is en of een verbetering van het reactievermogen niet op eenvoudiger wijze had kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast is Nederland kritisch over de kosten en baten van de mogelijke inzet van satelliet- waarneming en andere hoogwaardig technische oplossingen. De Commissie maakt de kosteneffectiviteit in het voorstel onvoldoende duidelijk. Nederland zal de Commissie verzoeken meer duidelijkheid hierover te verschaffen.

Nederland hecht groot belang aan de instelling en inzet van EUROSUR in lijn met de verschillende rechten als neergelegd in het EU Handvest van de Grondrechten (zie ook BNC Kamerstukken II 2010–2011 22 112, nr. 1097: BNC fiche over de Commissiemededeling strategie implementatie handvest grondrechten).

Het voorstel voor EUROSUR maakt voor wat betreft de financiële aspecten integraal onderdeel uit van de onderhandelingen over het MFK. Nederland hecht eraan dat besprekingen over EUROSUR niet vooruitlopen op de integrale besluitvorming betreffende het MFK. De beleidsmatige inzet van Nederland bij de vormgeving van het programma zal ondersteunend moeten zijn aan de Nederlandse inzet in de MFK-onderhandelingen, te weten een substantiële vermindering van de Nederlandse afdrachten aan de EU en een hervormde begroting die is toegespitst op de prioriteiten van dit decennium. Binnen dit kader blijft vanzelfsprekend de ruimte bestaan om op de inhoud actief in te spelen op het verloop van de onderhandelingen.


X Noot
1

Verbod om een vluchteling terug te zenden (refouler) naar een land waar hij of zij vervolging te vrezen heeft. Het beginsel van non-refoulement is niet alleen opgenomen in het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties, maar ook in het Grondrechtenhandvest van de Europese Unie. Daarnaast is dit beginsel indirect af te leiden uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

X Noot
2

In deze benadering wordt het begrip grens gezien als een reeks denkbeeldige opeenvolgende concentrische cirkels. De buitenste cirkel wordt gevormd door activiteiten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Verder kunnen achtereenvolgens cirkels worden onderscheiden waarin ambassades, consulaten, immigratie liaison officers, vervoerders en pre-boarding teams van de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het buitenland actief zijn. De binnenste cirkels zien op de activiteiten van de grenstoezichtdiensten aan de fysieke grens en het binnenlands toezicht in Nederland.

X Noot
3

Zie: Kaderdocument grenstoezicht, pg 4., TK 2008–2009, 30 315.

X Noot
5

De volgende lidstaten hebben in het kader van de uitvoering van de zogenoemde Big Pilot meegedaan: Spanje, Finland, Frankrijk, Italië, Polen en Slowakije.

X Noot
6

Bulgarije, Cyprus, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië en Spanje.

X Noot
7

België, Duitsland, Nederland en Zweden.

X Noot
8

Zie voetnoot 35 op pagina 35 van het voorstel.