Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201122112 nr. 1196

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1196 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juli 2011

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij zeven fiches aan te bieden dat werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

  • Fiche 1: Verordening vaststelling van de lijst visumplicht voor derdelanders (kamerstuk 22 112, nr. 1191)

  • Fiche 2: Richtlijn gebruikswijzen verweesde werken (kamerstuk 22 112, nr. 1192)

  • Fiche 3: Mededeling bescherming financiële belangen EU, via strafrecht en administratieve onderzoeken (kamerstuk 22 112, nr. 1193)

  • Fiche 4: Verordening handhaving intellectuele-eigendomsrechten door de douane (kamerstuk 22 112, nr. 1194)

  • Fiche 5: Mededeling Intellectueel Eigendom (kamerstuk 22 112, nr. 1195)

  • Fiche 6: Mededeling normalisatie

  • Fiche 7: Richtlijn over energie-efficiëntie (kamerstuk 22 112, nr. 1197)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Fiche: Mededeling normalisatie

1. Algemene gegevens

Titel voorstel: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité: Een strategische visie voor Europese normen; de duurzame groei van de Europese economie tussen nu en 2020 bevorderen en versnellen.

Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese normalisatie en tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/105/EG en 2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad.

Datum Commissiedocument: 1 juni 2011

Nr. Commissiedocument: COM(2011) 311 definitief en COM(2011) 315 definitief

Prelex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=200501

http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=200502

Nr. Impact Assessment Commissie en Opinie Impact Assessment Board: SEC(2011)671

http://ec.europa.eu/governance/impact/ia_carried_out/docs/ia_2011/sec_2011_0671_en.pdf

http://ec.europa.eu/governance/impact/ia_carried_out/docs/ia_2011/sec_2011_0673_en.pdf

Behandelingstraject Raad: Het onderwerp zal worden behandeld in de Raad voor Concurrentievermogen. De datum van de raadsbehandeling is nog niet bekend.

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

a) Rechtsbasis

De rechtsbasis van de verordening is artikel 114 VWEU.

b) Besluitvormingsprocedure Raad en rol Europees Parlement

Voor de verordening geldt de reguliere wetgevingsprocedure.

c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

De Commissie krijgt bijstand van een comité. Zowel de raadplegings- als de onderzoeksprocedure uit verordening 182/2011 zijn van toepassing op dit comité.

2. Samenvatting BNC-fiche

De Europese Commissie heeft een voorstel uitgebracht om het huidige Europese normalisatiestelsel te moderniseren en te verbeteren. Dit voorstel bestaat uit een mededeling en een verordening. Nederland steunt het voorstel van de Commissie en acht het voorstel subsidiair en proportioneel. Het voorstel dient ertoe de normontwikkeling zoveel mogelijk op Europees niveau te laten plaatsvinden. Op deze manier wordt voorkomen dat er verschillende nationale normen bestaan en ontstaan. Door de normen te harmoniseren worden handelsbelemmeringen weggenomen/voorkomen. Nederland is hier voorstander van. Daarnaast acht Nederland het, net zoals de Commissie, van groot belang dat de basisprincipes van normalisatie in stand blijven. Zo dient het opstellen van de normen vrijwillig, op basis van consensus en door alle belanghebbende partijen te geschieden. Op een aantal punten is Nederland het echter niet helemaal met de Commissie eens of wenst zij toelichting/opheldering. Zo is Nederland van mening dat de verantwoordelijkheid voor deelname van belanghebbenden aan het normalisatieproces uiteindelijk bij de normalisatie-instanties ligt en niet bij de lidstaten, dient de Commissie nader uit een te zetten waarvoor het comité uit de verordening dient en zal Nederland de Commissie om opheldering vragen over de bepaling dat de nationale normalisatie-instanties geen bezwaar mogen maken tegen nieuwe onderwerpen op het werkprogramma van een Europese normalisatie-instantie.

3. Samenvatting voorstel

• Inhoud voorstel

De mededeling geeft een visie over de bijdrage van Europese normalisatie aan de duurzame groei van de Europese economie voor 2020. De mededeling bevat 29 acties ter versterking van de inzet van normalisatie bij Europees beleid en wetgeving. De acties richten zich op verbetering van alle aspecten rondom het bestaande normalisatieproces, zoals het beter betrekken van belanghebbenden, het gebruik van normen, betere interactie tussen normalisatie-instellingen en fora en consortia en het wereldwijd uitventen van Europese normalisatie ter verbetering van de handelsmogelijkheden. De acties zijn gericht op de Commissie zelf, op de Europese en nationale normalisatie-instellingen en op de lidstaten. De verordening moderniseert het besluit over ICT-normalisatie, het besluit over de financiering van Europese normalisatie en de transparantie-eisen over normalisatie uit de notificatierichtlijn. De verordening incorporeert al deze zaken in één wetgevend document. De modernisering zal er toe leiden dat: de samenwerking tussen de nationale normalisatie-instanties transparanter wordt, dienstennormen worden opgenomen in de scope voor de notificatie van normalisatie-initiatieven (dit leidt tot harmonisatie en het tegengaan van belemmeringen door verschillende nationale normen voor eenzelfde dienst), de Commissie de mogelijkheid krijgt tot het doen van verzoeken tot het maken van normen over diensten en de (gedeeltelijke) financiering daarvan, producten van fora en consortia (geen formele normalisatie-instellingen) uit de ICT-wereld kunnen worden gebruikt bij openbaar aanbesteden en om beleidsontwikkelingen en wetgeving te vergemakkelijken, zwakke partijen beter in de gelegenheid worden gesteld om deel te nemen aan het Europese normalisatieproces en de financiering van Europese normalisatie eenvoudiger wordt, met minder procedurele lasten.

• Impact assessment Commissie

Uit het Impact Assessment blijkt dat mogelijke oplossingen voor het verbeteren van het normalisatiestelsel de volgende zijn: het specificeren van de deadlines en het transparanter en makkelijker maken van de procedures voor het opstellen van de Europese geharmoniseerde normen, het geven van financiële steun aan organisaties die het MKB en maatschappelijke belanghebbenden vertegenwoordigen en het verwijzen naar normen van fora en consortia bij het aanbesteden van ICT.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

a) Bevoegdheid

De Commissie baseert de bevoegdheid van de EU op artikel 114 VWEU. Er is sprake van een gedeelde bevoegdheid. Nederland kan zich hierin vinden.

b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

  • Subsidiariteit: Positief

  • Proportionaliteit: Positief

  • Onderbouwing:

Nederland vindt het belangrijk dat handelsbelemmeringen worden voorkomen/weggenomen. Door het beleid en de wetgeving over normalisatie op Europees niveau te regelen, wordt voorkomen dat er in de lidstaten verschillende nationale normen bestaan die tot handelsbelemmeringen kunnen leiden. Nederland is er dan ook voorstander van dat de Commissie met Europees beleid en wetgeving komt om het Europese normalisatiestelsel te verbeteren en is van mening dat dit voorstel van de Commissie subsidiair is.

Het voorstel gaat alleen over Europese normalisatie. Het voorstel leidt niet tot administratieve lasten voor het bedrijfsleven of de burgers. Ook legt het voorstel geen/nauwelijks verplichtingen op aan de lidstaten. Bovendien verwacht Nederland dat het voorstel daadwerkelijk tot een verbetering van het Europese normalisatiestelsel leidt. Nederland vindt het voorstel van de Commissie dan ook proportioneel.

c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

Op grond van de verordening is de Commissie bevoegd om de bijlagen bij de verordening te wijzigen. Dit betekent dat de Commissie de lijst van de Europese normalisatie-instellingen kan bijwerken, de criteria voor de erkenning van normen op ICT-gebied kan aanpassen aan technische ontwikkelingen en de criteria voor organisaties die het MKB en maatschappelijke belanghebbenden vertegenwoordigen kan aanpassen aan verdere ontwikkelingen in verband met het ontbreken van een winstoogmerk en hun representativiteit. Nederland begrijpt de keuze van de Commissie om deze bevoegdheden te delegeren. Het zou immers wel erg ver gaan om voor een wijziging van de lijst van de Europese normalisatie-instellingen het wetgevingstraject te moeten doorlopen. Bovendien is er controle van het Parlement en de Raad aangezien de gedelegeerde handeling pas in werking treedt als noch het Parlement noch de Raad binnen twee maanden bezwaar heeft gemaakt. Wel is Nederland van mening dat de Commissie eventuele wijzigingen eerst met de lidstaten moet bespreken op deskundigenniveau.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting

De financiële consequenties van het voorstel van de Commissie beperken zich tot het verschuiven van budget van een aantal algemene (niet alleen voor normalisatie bedoelde) bestaande begrotingsartikelen naar het budget van een aantal nieuwe begrotingsartikelen die zich alleen richten op normalisatie. De EU blijft financiële steun aan de Europese normalisatie-instellingen geven voor de voortdurende verbetering van de prestaties van deze instellingen. Tegelijkertijd worden deze bijdragen meer gerelateerd aan het behalen van bepaalde prestaties en vastgestelde doelen, die bijdragen aan de visie van normalisatie in Europa: snelheid van ontwikkelen van normen, behoorlijke vertegenwoordiging van belanghebbenden en de kwaliteit, relevantie en tijdigheid van de geproduceerde normen. Financiële steun voor zwakkere partijen (zoals het Midden- en Kleinbedrijf en consumenten) blijft intact.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/of decentrale overheden

Geen.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

De Commissie doet voorstellen voor het (financieel) ondersteunen van het MKB en maatschappelijke belanghebbenden (zoals consumenten en milieuorganisaties) bij deelname van deze organisaties aan het normalisatieproces. Daarnaast richt de Commissie zich onder meer op versimpeling van het normalisatieproces en vraagt de Commissie actie van de Europese en nationale normalisatie-instanties om te waarborgen dat normen naar behoren rekening houden met consumenten-, milieu- en toegankelijkheidsfactoren. Dit heeft mogelijk een daling van de financiële (en personele) inzet van deze organisaties als gevolg. Tegelijkertijd is het denkbaar dat er in de toekomst meer normen tot stand komen, onder meer op het terrein van diensten, die juist weer meer financiële (en personele) inzet vraagt van genoemde organisaties. Wat het exacte effect is, kan op dit moment niet goed worden ingeschat.

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

Het voorstel van de Europese Commissie heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten van de rijksoverheid en de decentrale overheden. De verordening heeft wel een potentiële daling van lasten als gevolg voor met name het MKB en maatschappelijke belanghebbenden. Zo wordt opgeroepen deelname van deze organisaties aan het normalisatieproces (financieel) te (blijven) ondersteunen. Daarnaast gaat de Commissie de processen voor het verkrijgen van financiële steun stroomlijnen en overzichtelijker maken, zodat deze processen eenvoudiger worden en meer aansluiten bij de behoeften van genoemde organisaties. Een denkbare toename van de aantallen normen, onder andere vanwege de uitbreiding naar diensten, kan dit effect weer deels teniet doen. Hoe de balans uiteindelijk uitslaat, is op dit moment lastig in te schatten.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de nationale regelgeving. De Commissie heeft in haar voorstel ook geen handhavings- of sanctioneringsbepalingen opgenomen.

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

Indien de verordening wordt aangenomen, zal zij vanaf 1 januari 2013 van toepassing zijn. De verordening leidt er niet toe dat er nationale regelgeving moet worden opgesteld of gewijzigd. Wel zal het Nederlands normalisatie-instituut mogelijk zijn werkwijze op een aantal punten moeten aanpassen. De verordening richt zich echter vooral op de Europese normalisatie-instanties. Nederland verwacht dan ook dat 1 januari 2013 haalbaar is.

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

Actie 29 uit de mededeling houdt in dat er uiterlijk in 2013 een onafhankelijke evaluatie zal worden gestart om te beoordelen in hoeverre de strategische doelstellingen zijn verwezenlijkt en of het huidige bestuur van het Europese normalisatiesysteem goed functioneert. Er zal worden gekeken welke maatregelen genomen kunnen worden om het normalisatieproces sneller, inclusiever en efficiënter te maken en tegelijkertijd de strategische positie van de EU ten opzichte van onze belangrijkste handelspartners te behouden. De Commissie zal tevens zorgen voor afstemming op het meerjarig financieel kader voor de periode na 2013 en op het Financieel Reglement. Nederland vraagt zich af of het niet te vroeg is om in 2013 al een evaluatie te laten plaatsvinden. Vooral omdat de verordening pas op 1 januari 2013 van toepassing is.

De verordening bevat ook een evaluatiebepaling. In deze bepaling staat dat de Commissie op 31 december 2015 (en elke vijf jaar daarna) een rapport zal presenteren aan het Europees Parlement en de Raad over de werking van deze verordening. Nederland acht dit wenselijk.

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

a) Uitvoerbaarheid

Het voorstel van de Commissie heeft geen gevolgen voor de uitvoering door uitvoeringsinstanties of overheden. Wel kan het voorstel er toe leiden dat het Nederlands normalisatie-instituut zijn werkwijze moet aanpassen.

b) Handhaafbaarheid

n.v.t.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Internationale normen dragen bij tot de opheffing van handelsbelemmeringen die het gevolg zijn van verschillen tussen de technische voorschriften van landen en zijn een krachtig hulpmiddel om convergentie van regelgeving te bevorderen. Nederland is van mening dat dergelijke handelsbelemmeringen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen/weggenomen. Het kabinet is dan ook positief over het voornemen van de EU zich te blijven inzetten voor de toepassing van internationale normen en zich proactief te blijven opstellen om protectionistische maatregelen in de wereldmarkt te voorkomen. Dit leidt ertoe dat ook de handelsbelemmeringen voor ontwikkelingslanden worden weggenomen en dat het voor deze landen makkelijker wordt om producten op de Europese markt aan te bieden. De voorstellen sluiten naadloos aan bij de WTO/TBT voorschriften voor normalisatie en ondersteunen het beleid voor de wederzijdse erkenning.

9. Nederlandse positie

Nederland erkent, net zoals de Commissie, het belang van normalisatie voor de (Europese) economie. Nederland is dan ook een voorstander van het voorstel van de Europese Commissie om het Europese normalisatiestelsel te moderniseren. Nederland acht het daarbij van groot belang dat de basis principes van normalisatie in stand blijven. Zo dient het opstellen van de normen op vrijwillige basis, op basis van consensus en door alle belanghebbende partijen te geschieden.

Deelname belanghebbenden

Nederland hecht er veel waarde aan dat alle belanghebbende partijen bij het opstellen van een norm worden betrokken. Op deze manier wordt voorkomen dat er normen tot stand komen waarbij de belangen van belanghebbenden onevenredig worden geschaad. Momenteel zijn echter niet alle belanghebbenden voldoende in het normalisatieproces vertegenwoordigd. Nederland is het dan ook met de Commissie eens dat de betrokkenheid van Europese koepelorganisaties die zwak geachte partijen vertegenwoordigen (MKB-, consumenten-, milieu- en maatschappelijke organisaties) op Europees niveau belangrijk is. De Commissie wil de betrokkenheid van dergelijke organisaties onder andere bevorderen door financiële steun te (blijven) verlenen. Nederland steunt dit. Ook heeft de Commissie in de mededeling opgenomen dat zij in 2013 een onafhankelijke review zal laten uitvoeren, waarbij bekeken zal worden of deze Europese organisaties stemrecht moeten krijgen bij het Europese normalisatieproces. Nederland is er een voorstander van om middels deze review te bekijken of deze Europese organisaties stemrecht moeten krijgen. Door het geven van stemrecht aan deze organisaties worden de belangen van de belanghebbende partijen die op nationaal niveau mogelijk ondervertegenwoordigd zijn toch in het normalisatieproces betrokken.

Daarnaast heeft de Commissie in de mededeling opgenomen dat de lidstaten voor een effectieve deelname van belanghebbenden aan het normalisatieproces moeten zorgen en dat de lidstaten de deelname van nationale vertegenwoordigende organisaties moeten ondersteunen, zo nodig ook financieel. Het kabinet is al een aantal acties gestart om de deelname van zwak geachte partijen te bevorderen. Zo heeft het kabinet onderzocht op welke wijze belanghebbenden directer en goedkoper (via ICT) bij het normalisatieproces kunnen worden betrokken en is het kabinet twee projecten gestart om de toegang van de normen zelf te verbeteren. Hierbij is Nederland van mening dat de verantwoordelijkheid voor de deelname van belanghebbende partijen op nationaal niveau uiteindelijk bij de normalisatie-instanties en de belanghebbende partijen zelf ligt. Daarnaast is het aan de verschillende belanghebbende partijen om zich te laten vertegenwoordigen door koepelorganisaties. Vertegenwoordiging van deze partijen op Europees niveau kan dan ook efficiënt zijn.

Toegankelijkheid van de normen

Nederland hecht er veel waarde aan dat de normen voor een ieder toegankelijk zijn. Het gaat hier om de toegang en het gebruik van de norm zelf en niet om het normalisatieproces. In Nederland zijn een aantal acties gestart om de toegang tot normen te verbeteren. Zo worden de nationale normen waarnaar in wet- en regelgeving wordt verwezen zoveel mogelijk lastenarm gemaakt en worden de nationale normen waar dwingend naar wordt verwezen gratis ter beschikking gesteld (zie hiervoor de kabinetsreactie op kenbaarheid van normen en normalisatie). De Europese Commissie gaat in haar voorstel niet op de toegang tot normen in. Nederland zal de Europese Commissie vragen ook aandacht te besteden aan dit aspect bij normalisatie.

Dienstennormen

Op het gebied van diensten zijn er de laatste jaren in Europa vooral nationale normen ontwikkeld. Doordat er geen uniforme Europese normen bestaan, maar verschillende nationale normen, ontstaan er belemmeringen voor het aanbieden van diensten binnen de Europese Unie. Daarom heeft de Commissie de dienstennormen, naast de normen voor producten, opgenomen in het toepassingsgebied van de verordening. Op deze manier wordt de kans op verschillende en tegenstrijdige nationale normen kleiner en krijgt de Commissie de mogelijkheid om verzoeken voor de ontwikkeling van Europese dienstennormen te doen. Nederland steunt dit. Nederland vindt het erg belangrijk dat handelsbelemmeringen worden voorkomen/weggenomen. Nederland benadrukt echter dat elk verzoek aan de Europese normalisatie-instanties tot het maken van een dienstennorm alleen kan worden gedaan na consultatie en bevestiging van de stakeholders dat zij daadwerkelijk behoefte hebben aan een dergelijke norm. Een normalisatie-initiatief moet gebaseerd zijn op de vraag uit de markt. Daarnaast moet het maken en toepassen van een norm vrijwillig blijven. Met deze uitgangspunten draagt normalisatie positief bij aan een innovatief en concurrerend Europees bedrijfsleven. De Commissie heeft deze aandachtspunten ook in de mededeling opgenomen.

Fora en consortia

Naast de Europese normalisatie-instanties zijn er fora en consortia die ICT-normen opstellen. Omdat deze normen niet zijn opgesteld door de Europese normalisatie-instanties worden deze ICT-normen niet erkend als Europese normen en maakt de Commissie geen gebruik van deze normen. Met het voorstel van de Europese Commissie wil zij bereiken dat deze ICT-normen toch gebruikt kunnen worden bij overheidsaanbestedingen en bij het EU-beleid. Nederland ondersteunt deze gedachte. Wel is Nederland van mening dat deze normen aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Zo is het belangrijk dat deze normen vrijwillig, op basis van consensus en met betrokkenheid van alle belanghebbende partijen tot stand zijn gekomen. Ook moeten deze normen, net zoals de Europese normen, voor een ieder toegankelijk zijn.

Snelheid van het normalisatieproces

Eén van de doelstellingen van de Commissie is het bevorderen van de snelheid van het normalisatieproces om snel in te kunnen spelen op technologische ontwikkelingen. Nederland steunt dit voornemen. Nederland wil echter wel opmerken dat de snelheid van het normalisatieproces niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de normen. Het opstellen van de normen gebeurt op basis van consensus en soms kost het tijd om tot consensus te komen. Daarnaast is Nederland van mening dat er bij het indienen van verzoeken door de Commissie voor het ontwikkelen van Europese normen ook tijdswinst te behalen is. Nederland zal de Commissie vragen om ook aandacht te besteden aan dit aspect van het normalisatieproces.

Comité 98/34

In de verordening is een bepaling opgenomen dat de Commissie wordt ondersteunt door een comité, waarbij zowel de raadplegings- als de onderzoeksprocedure uit verordening 182/2011 van toepassing is. Het wordt echter niet duidelijk wie er lid zijn of worden van dit comité, wat de taak van het comité is en hoe vaak zij bijeen zal komen. Het lijkt er op dat dit comité dient ter vervanging van het normalisatiedeel van comité 98/34 (op basis van de notificatierichtlijn: richtlijn 98/34) en dat de Commissie dit comité in dezelfde samenstelling wil gebruiken als zij op basis van deze notificatierichtlijn gebruikte. In deze richtlijn stonden de taken van het comité wel nader uitgewerkt. Aangezien de notificatierichtlijn op grond van dit voorstel niet meer van toepassing zal zijn op normen, dient de Commissie nader uiteen te zetten hoe zij de rol van het comité uit artikel 18 van de verordening ziet.

Geen bezwaar mogelijk tegen het werkprogramma van de Europese normalisatie-instanties

In de verordening is een bepaling opgenomen dat de nationale normalisatie-instanties geen bezwaar mogen maken tegen een nieuw onderwerp op het werkprogramma van een Europese normalisatie-instantie. Deze bepaling komt Nederland merkwaardig over. Nederland zal de Commissie op dit punt om opheldering vragen.