Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201922054 nr. 301

22 054 Wapenexportbeleid

Nr. 301 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 21 september 2018

De algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Buitenlandse Zaken over de brief van 17 mei 2018 inzake het rapport over het Nederlandse wapenexportbeleid in 2017 (Kamerstuk 22 054, nr. 297).

De Ministers hebben deze vragen beantwoord bij brief van 20 september 2018. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, De Roon

De griffier van de commissie, Van Toor

1

Wat is de reden dat Nederland in 2017 vier maal (3 maart, NL0074CDIU0048803; 12 juni, NL0074CDIU0054676; 18 oktober, NL0074CDIU0065046; en 2 november, NL0074CDIU0066756) tijdelijk delen van Hawk-vliegtuigen uit de Verenigde Arabische Emiraten importeerde en weer retour zond? Werd hieraan een «economische handeling» verricht? Zo ja welke?

Antwoord

Deze transactie betrof aanvragen voor retour-na-reparatie zendingen van onderdelen van Hawk en Aermacchi MB-339 trainingsvliegtuigen. De reparatie van de onderdelen geldt als een economische handeling.

2

Bij de grootste wapenexportvergunningen in 2017 (tot 20 miljoen euro) zitten vier vergunningen voor multilaterale verbanden, zoals NAVO+ of Europese Unie; kunt u aangeven welke de landen van eindbestemming zijn? (zie 1-9-2017 – ML10; 18-4-2017 – ML10d; 17-2-2017 – ML10a; 11-1-2017 – ML10a)

Antwoord

Bij de vergunning van 1-9-2017 zijn de landen van eindbestemming Australië, Canada, IJsland, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Verenigde Staten en Zwitserland. Bij de vergunning van 18-4-2017 gaat het om meerdere afnemers in de Verenigde Staten. Bij de vergunning van 17-2-2017 gaat het om alle lidstaten van de Europese Unie behalve Cyprus. En bij de vergunning van 11-1-2017 gaat het om Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Malta, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden.

3

Kunt u vermelding van vergunningen in de maandoverzichten onder de omschrijving van goederen niet langer weergeven als «globale vergunning» (zoals NL0074CDIU0060216, NL0074CDIU0060499 en NL0074CDIU0062452) maar in plaats daarvan een concrete omschrijving van de goederen te geven? Indien neen, waarom niet?

Antwoord

Bij dergelijke vergunningen gaat het om een veelheid van producten of technologieën die onder verschillende militaire categorieën kunnen vallen. Een concrete omschrijving van de goederen zou meerdere pagina’s tekst in beslag nemen, wat moeilijk in een overzicht met kerngegevens valt op te nemen. Omdat het om relatief kleine zendingen naar niet-controversiële bestemmingen gaat (EU/NAVO+ minus Turkije en Cyprus), kunnen grote globale vergunningen worden verstrekt in plaats van honderden of misschien wel duizenden individuele vergunningen.

4

Regelmatig staan in de omschrijving van geleverde wapens zeer verschillende en zeer grote wapentypen vermeld; kunt u – aangezien het hier gaat om belangrijke wapensystemen – aangeven en om welke typen vliegtuigen of raketten het gaat, zoals bij Tigre, NH90, A400M, F-16, F-35, Tornado's, Sea Sparrow etc. in individuele gevallen soms wel gebeurt?

Antwoord

Uitgangspunt bij de openbaarmaking van de kerngegevens van afgegeven vergunningen in de maandoverzichten is dat de naam van de exporteur niet wordt verstrekt of eenvoudig te herleiden is. Bij systeemleveranties wordt dus geen tot de exporteur te herleiden merknaam vermeld. Systeemleveranties zijn in Nederland echter een zeldzaamheid. De bulk van de vergunningen wordt afgegeven voor de uitvoer van onderdelen voor buitenlandse systemen. In die gevallen wordt de naam van het desbetreffende systeem zo veel als mogelijk wel vermeld.

5

Kunt u een overzicht geven van de export van met Nederlandse delen geassembleerde wapens naar Turkije en landen buiten de EU en overige NAVO+?

Antwoord

Nee. Als bij een toeleverantie van componenten bekend is dat de systeembouwer deze componenten zal integreren in systemen voor een specifieke eindgebruiker in een derde land, dan zal de aanvraag getoetst worden op dat derde land en zal dat derde land in de verschillende rapportages ook vermeld worden als land van eindbestemming. In veel gevallen is bij toeleverantie aan systeembouwers echter nog niet bekend voor wie de te bouwen systemen bestemd zijn. In die gevallen wordt een oordeel geveld over de kwaliteit van de exportcontrole in het land van de systeembouwer. Als die adequaat is, mag geleverd worden onder de voorwaarde dat de systeembouwer bij eventuele export van met Nederlandse delen geassembleerde systemen een uitvoervergunning bij zijn exportcontrole-autoriteiten aanvraagt. Deze procedure is eerder uiteengezet in antwoorden op Kamervragen van het toenmalige lid Van Velzen (SP), Vergaderjaar 2003–2004, Aanhangsel Handelingen II 2003/04, nr. 1592.

6

Welke type mijnen is ter vernietiging aangeboden aan Zweden (NL0074CDIU0051447)?

Antwoord

Het betrof overtollige en/of onbruikbare anti-tank- en anti-personeelmijnen.

7

Voor welk type wapensysteem zijn de aluminium delen (NL0074CDIU0044860) en of wie zijn de afnemende NAVO en EU landen?

Antwoord

De aluminium halffabricaten (profielen, gietdelen) zijn bestemd voor systeembouwers in Noorwegen, Zwitserland en de VS en worden verwerkt in klein kaliber geweren, radiocommunicatie-ontvangers, luchtafweergeschut, pantservoertuigen en raketlanceerinrichtingen.

8

Wat zijn de overwegingen geweest om een vergunning af te geven voor de export van tankwielen voor Turkse all terrain vehicles (ATV) ter waarde van € 1.444.000 (NL0074CDIU0057613)?

Antwoord

De afkorting ATV staat in dit geval voor Anti-Tank Vehicle. De goederen worden geïntegreerd in pantservoertuigen met een anti-tank functionaliteit met als defensieve functie het uitschakelen van tanks. Mede gelet op de aard van de goederen (wielen voor antitank-voertuigen) was toetsing aan de 8 criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportbeleid positief.

9

Is uit te sluiten dat Nederlandse exportvergunningen naar Duitsland voor Fennek-pantservoertuigonderdelen betekenen dat deze export eindigt in Qatar? Zo nee, waarom hebt u dan een vergunning verleend?

Antwoord

Het kan niet worden uitgesloten dat de Fennek-pantservoertuigonderdelen, die vanuit Nederland zijn geëxporteerd naar Duitsland, opnieuw geëxporteerd worden naar Qatar. Indien echter van tevoren bekend is dat die delen bestemd zijn voor verwerking in voertuigen die aan Qatar worden geleverd, dan moet dit in de aanvraag worden vermeld.

Duitsland beschikt over een vergelijkbaar exportcontrolesysteem als Nederland. Exportaanvragen naar landen die niet behoren tot de NAVO- en EU-lidstaten en daarmee gelijkgestelde landen (Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland) worden getoetst aan de 8 criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport.

10

Voor welk type munitie zijn de nabijheidsbuizen (NL0074CDIU0039669 en NL0074CDIU0060748) die aan Turkije werden geleverd? Is uit te sluiten dat Turkije deze projectielen inzet in het binnenland, Syrië of Irak? Indien neen, waarom is dan een vergunning verleend?

Antwoord

Vergunningaanvraag NL0074CDIU0060748 betreft de export van lithiumbatterijen ten behoeve van de productie van 40mm granaten met air burst capaciteit. In de eindgebruikersverklaring geeft de ontvangende partij aan dat de batterijen enkel door het bedrijf zelf zullen worden gebruikt ten behoeve van de ontwikkeling van de genoemde air burst capaciteit. Deze goederen mogen dan ook niet worden doorverkocht aan een derde partij en zijn niet bedoeld voor operationele inzet.

Vergunningaanvraag NL0074CDIU0039669 betreft de export van lithiumbatterijen ten behoeve van de productie van nabijheidsbuizen voor 122mm raketsystemen. De eindgebruiker van deze goederen is de Turkse landmacht.

Toetsing aan de 8 criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportbeleid was positief voor beide aanvragen.

Vanwege de ontwikkelingen in Turkije toetst het kabinet de vergunningaanvragen voor exporten van militaire goederen naar Turkije sinds 2016 extra kritisch. In 2017 wees Nederland als enige EU-lidstaat die ook lid is van de NAVO meerdere uitvoervergunningen voor de Turkse strijdkrachten af.

11

Wat is de toepassing van de optische sensoren waarvoor Nederland onderdelen aan Israël leverde (NL0074CDIU0055138)?

Antwoord

De lichtgevoelige halfgeleiders worden verwerkt in door een Israëlisch defensiebedrijf geproduceerde optische sensoren. Deze sensoren kunnen verschillende toepassingen hebben maar worden over het algemeen ingezet om bewegende doelen, zoals inkomende raketten, te detecteren.

12

Voor welk type onbemand vliegtuig (UAV) voor India verleende Nederland een vergunning voor de export van onderdelen (NL0074CDIU0055375)?

Antwoord:

Transactie NL0074CDIU0055375 betreft de export van 9 slipringen voor Unmanned Aerial Vehicles (UAVs) naar een aan het Indiase Ministerie van Defensie gelieerd elektronicabedrijf. Het elektronicabedrijf waaraan de slipringen geleverd werden, werkt momenteel samen met de Defence Research and Development Organisation (DRDO) aan de ontwikkeling van de Rustom II, die na een eerste proefvlucht in november 2016 is omgedoopt in de TAPAS-BH-201, een acronym voor Tactical Airborne Platform for Aerial Surveillance-Beyond Horizon-201. Deze UAV wordt ontwikkeld om met verschillende typen surveillance-apparatuur te kunnen vliegen.

13

Om wat voor type communicatiesystemen ging het in geval van Egypte (NL0074CDIU0051110)? Ging het hier om losse systemen of systemen die geïntegreerd zijn in een wapensysteem, zo ja van welke soort?

Antwoord

Het betrof datamanagementsystemen voor de onder het Amerikaanse FMS-programma geleverde Fast Missile Crafts voor de Egyptische marine. Een datamanagementsysteem maakt het mogelijk om sensordata tussen verschillende schepen «real time» uit te wisselen.

14

Is het mogelijk om de goederenomschrijving «elektronische apparatuur voor militair gebruik» voor Algerije (NL0074CDIU0049411) nader te preciseren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Vergunningsaanvraag NL0074CDIU0049411 betreft de uitvoer van printplaten (dragers ter ondersteuning, verbinding en geleiding van elektronische componenten) die geïntegreerd zullen worden in Fuchs pantservoertuigen, zogenaamde Armoured Personnel Carriers. De eindgebruiker is de Algerijnse krijgsmacht.

15

Zijn alle 20 dual-use leveringen aan Egypte voor informatiebeveiliging in 2017 bedoeld voor de veiligheid bij telefoniebedrijven en valt uit te sluiten dat de technologie gebruikt voor controle en repressie van burgers?

Antwoord

De leveringen betroffen diverse eindgebruikers in verschillende civiele sectoren. Bij elke aanvraag wordt een zorgvuldige afweging gemaakt, waarbij extra aandacht wordt besteed aan het risico op mensenrechtenschendingen en het omleidingsrisico. Risico’s met betrekking tot controle en repressie worden gemitigeerd door standaard voorwaarden aan de vergunning te verbinden. Onder deze voorwaarden kan een vergunning voor dual-usegoederen voor civiel eindgebruik niet worden gebruikt voor export naar militaire entiteiten, inlichtingendiensten, politiemachten en andere wetshandhavingsdiensten. De voorwaarden staan niet toe dat de goederen, zoals vermeld op de vergunning, worden gebruikt voor cryptanalyse (het ontsleutelen van encryptie) of voor het onderscheppen en monitoren van communicatieverkeer. Tot slot verplicht de vergunning exporteurs te beschikken over een goedgekeurd Internal Compliance programma waarin waarborgen zijn opgenomen om mensenrechtenschendingen te voorkomen.

16

Wil Nederland er in Europees verband op aandringen dat alle lidstaten een rapportage systeem voor tweedehands militaire goederen instellen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet hecht belang aan transparantie en openheid in het wapenexportcontrolesysteem. Deze boodschap draagt Nederland voortdurend uit in Europees verband, en daarbuiten, onder andere door een Engelstalige vertaling van het jaarrapport over het Nederlandse wapenexportbeleid aan te bieden. In dit rapport wordt standaard een bijlage opgenomen met een overzicht van de afstoting van defensiematerieel naar het buitenland in het desbetreffende jaar. Ondanks deze inspanningen verwacht Nederland beperkt draagvlak voor een formeel rapportagesysteem voor de export van tweedehands militaire goederen.

17

Nederland levert overtollig defensiemateriaal onder andere aan private bedrijven in NAVO+ en EU-landen waarbij nog niet vaststaat wie de eindgebruiker wordt; in dat geval wordt via een Internationaal Importcertificaat vastgelegd dat eventuele (weder-)export onder de controle van het betreffende EU/NAVO+-land zal staan, maar kan zo voorkomen worden dat leveringen aan bedrijven in bijvoorbeeld de VS uiteindelijk belanden in Saoedi-Arabië? Kunt u dat toelichten?

Antwoord

Nederland heeft de afspraak dat er onder bepaalde voorwaarden overtollig materieel geëxporteerd mag worden naar private bedrijven. Dit betreft het verkopen van onderdelen aan Original Equipment Manufacturers (OEM’s) en door OEM erkende (zogenaamde «officiële») distributeurs voor zover deze gevestigd zijn in NAVO- en EU-landen en de daaraan gelijkgestelde landen Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland, zonder dat vooraf bekend is aan welke eindgebruiker zij zullen doorverkopen. Turkije en Cyprus zijn uitzonderingen op deze «EU/NAVO+» regel.

Bij het nagaan of het om een officiële distributeur gaat, ligt de bewijslast bij de distributeur zelf. Vervolgens zal ook bij de OEM nagegaan worden of het hier werkelijk een officiële distributeur betreft. Omdat in dit geval de eindgebruiker niet van te voren bekend is, wordt het land van de OEM of diens officiële distributeur als het land van bestemming geregistreerd.

18

Klopt het dat de Tweede Kamer niet wordt geïnformeerd over alle tweedehandsexport, zoals wel is bepleit in de motie van het lid van der Doel c.s. (Kamerstuk 22 054, nr. 24)? Zo ja, waarom is dat het geval?

Antwoord

Sinds december 1996 (motie Van den Doel) worden voorgenomen verkopen van wapensystemen in de slotfase van de onderhandelingen aan de Tweede Kamer gemeld d.m.v. een brief van de Minister van Defensie. Als het een transactie van meer dan € 2 miljoen en export buiten de EU/NAVO betreft, volgt er na afgifte van de exportvergunning via de versnelde procedure een Kamerbrief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Buitenlandse Zaken met een toelichting op de toetsing aan de 8 criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport (motie van het lid El Fassed c.s.(Kamerstuk 22 054, nr. 181). Alle afstotingszaken buiten Nederland, dus ook die van onderdelen, zijn vermeld in bijlage 6 van het jaarrapport 2017.

19

Kunt u een toelichting geven op het verstrekken van een vergunning voor de uitvoer van apparatuur voor interceptie of storing van mobiele communicatiesystemen voor opsporing naar Bangladesh (NL0074CDIU0057460), mede in het licht van gewelddadig optreden en mensenrechtenschendingen door politie en veiligheidstroepen in dit land?

Antwoord

Deze aanvraag naar een niet-EU/NAVO+-land is zorgvuldig getoetst aan het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Daarbij wordt kritisch getoetst aan criterium 2 (mensenrechten en internationaal humanitair recht).Vergunningaanvraag NL0074CDIU0057460 is dan ook beoordeeld op basis van een zorgvuldige afweging van de mensenrechtensituatie in Bangladesh enerzijds en de veiligheidsbehoefte anderzijds.

De aanvraag betreft de uitvoer van Radio Access Network System apparatuur voor de interceptie of verstoring van mobieltelecommunicatiesystemen. De eindgebruiker is de Directorate General of Forces Intelligence, onderdeel van de Bangladeshi krijgsmacht. De apparatuur heeft vooral een functie voor observatiedoeleinden en het verstoren van telecommunicatie. Dit past binnen de legitieme taak van inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Gezien de aard van de goederen is het risico beperkt geacht dat deze goederen direct bijdragen aan een verslechtering van de mensenrechtensituatie.

Alhoewel er zorgen zijn over de groeiende druk op mensenrechten in Bangladesh, is vanwege aanhoudende terroristische dreigingen binnen de landsgrenzen, de legitieme veiligheidsbehoefte van Bangladesh doorslaggevend geweest in de toekenning van deze vergunning.

20

Kunt u een toelichting geven op het verstrekken van een vergunning voor de uitvoer van apparatuur voor interceptie of storing van mobiele communicatiesystemen voor opsporing naar Kenia (NL0074CDIU0051678), mede in het licht van gewelddadig optreden en mensenrechtenschendingen door politie en veiligheidstroepen in dit land?

Antwoord

Zoals het geval is bij alle aanvragen voor wapenexport naar niet-EU/NAVO+-landen, is ook bij deze aanvraag zorgvuldig getoetst aan het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Daarbij wordt uiteraard kritisch getoetst aan criterium 2 (mensenrechten en internationaal humanitair recht).Vergunningaanvraag NL0074CDIU0051678 is dan ook beoordeeld op basis van een zorgvuldige afweging van de mensenrechtensituatie in Kenia enerzijds en de veiligheidsbehoefte anderzijds.

De aanvraag betreft de uitvoer van vier stuks apparatuur voor de interceptie of het verstoren van mobieltelecommunicatiesystemen. De eindgebruiker is de Keniaanse National Intelligence Service. De apparatuur voor interceptie van telecommunicatie heeft vooral een functie voor observatiedoeleinden, en kan ook worden ingezet voor het verstoren van telecommunicatie. Dit past binnen de legitieme taak van inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Alles afwegende, werd met het oog op de aard van de goederen de kans klein geacht dat deze transactie zou leiden tot een significante verslechtering van de mensenrechtensituatie.

Vanwege aanhoudende terroristische dreigingen binnen de landsgrenzen is de legitieme veiligheidsbehoefte van Kenia zorgvuldig meegewogen in de toetsing. Een van de hoofdtaken van de Keniaanse National Intelligence Service is het bewaken van de binnenlandse veiligheid en het adviseren van andere overheidsorganen op dat thema. Daarmee is deze organisatie een belangrijke speler van het tegengaan van terrorisme in Kenia en het bewaken van de staatsveiligheid. De goederen in deze aanvraag kunnen daarbij instrumenteel zijn, bijvoorbeeld voor het onderscheppen van communicatie in bepaalde gebieden als er een specifieke dreiging bestaat. Alhoewel er zorgen zijn over de rol van de Keniaanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten bij mensenrechtenschendingen, was, gezien de beoogde inzet van de apparatuur, het veiligheidsbelang doorslaggevend in de afweging.

21

Hoe verklaart u dat de totale waarde van de afgegeven vergunningen in 2017 zo veel lager was dan in het voorgaande jaar?

Antwoord

Uit het staafdiagram van bijlage 2 van het jaarrapport over het Nederlandse wapenexportbeleid in 2017 blijkt dat de totale waarde van de afgegeven vergunningen met een enkele uitschieter jaarlijks fluctueert rond de € 1 miljard. Dat bedrag valt lager uit in jaren waarin de nadruk op componentenleveranties ligt en hoger als er in een jaar meerdere marineschepen of grote radarsystemen geleverd worden of belangrijke afstotingszaken spelen.

22

Vindt u het positief dat de totale waarde van de afgegeven vergunningen in 2017 zo veel lager was dan in het voorgaande jaar?

Antwoord

Wapenexportbeleid en wapenexportcontrole hebben niet als primair doel de export van militaire goederen te verminderen of te vergroten. Conventionele wapens dienen het recht van landen op zelfverdediging. Binnen de grenzen van de internationale rechtsorde en de bevordering van vrede en veiligheid mag de Nederlandse industrie, naar het oordeel van het kabinet, voorzien in de legitieme veiligheidsbehoefte van andere landen. Wapenexportcontrole dient om te voorkomen dat uitvoer van militaire goederen en technologie bijdraagt aan mensenrechtenschendingen, binnenlandse onderdrukking of regionale instabiliteit.

23

Welke gevolgen had de relatief lage waarde van de totale waarde van afgegeven vergunningen voor de Defensie-industrie?

Antwoord

In zijn algemeenheid geldt dat de meeste bedrijven in deze sector niet kunnen renderen zonder buitenlandse opdrachten, maar dat laat zich niet altijd uitdrukken in de vergunningenwaarde in een bepaald jaar. Als een land bijvoorbeeld drie korvetten in Nederland bestelt, komt de waarde van de uitvoervergunning op een bepaald jaar te drukken, maar heeft de werf daardoor misschien wel voor vier of vijf jaar werk.

24

Dragen militaire goederen bij aan meer veiligheid? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord

Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Conventionele wapens dienen het recht op zelfverdediging, maar Nederland is vastbesloten de uitvoer van militaire goederen en technologie te voorkomen als er een reëel risico bestaat dat die voor binnenlandse onderdrukking of internationale agressie zullen worden gebruikt, dan wel bijdragen aan regionale instabiliteit. Wapens in verkeerde handen vormen een bedreiging voor de veiligheid, maar het beschikken over een goed uitgeruste krijgsmacht zal de veiligheid in een land over het algemeen kunnen bevorderen.

25

Hoe beoordeelt u het level playing field in de EU op het gebied van export van militaire goederen?

Antwoord

Zolang de lidstaten zelf verantwoordelijk zijn voor de toetsing van aanvragen zullen er verschillen bestaan in de interpretatie van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. De toetsingscriteria zijn weliswaar al bijna twee decennia gelijk, maar de uitkomsten wijken nog altijd van elkaar af. Nederland streeft naar meer harmonisatie (op basis van onze strikte toetsting) maar wil niet dat daardoor de lat lager komt te liggen. Nederland is daarom zelf ook niet bereid onvoorwaardelijk die nationale competentie af te staan. Nederland blijft onverminderd inzetten op het versterken van het no undercut beginsel, ofwel het verminderen van het aantal gevallen waarbij de ene EU-lidstaat een vergunning afwijst waarna een andere EU-lidstaat de vergunning alsnog toewijst.

26

Streeft de regering naar een grotere of kleinere wapenexport voor de komende jaren?

Antwoord

Wapenexportbeleid en wapenexportcontrole hebben niet als primair doel de export van militaire goederen te verminderen of te vergroten. Conventionele wapens dienen het recht van landen op zelfverdediging. Binnen de grenzen van de internationale rechtsorde en de bevordering van vrede en veiligheid mag de Nederlandse industrie, naar het oordeel van het kabinet, voorzien in de legitieme veiligheidsbehoefte van andere landen. Wapenexportcontrole dient om te voorkomen dat uitvoer van militaire goederen en technologie bijdraagt aan mensenrechtenschendingen, binnenlandse onderdrukking of regionale instabiliteit.

27

Op welke wijze maakt Nederland gebruik van de gegevens uit het Working Party on Convential Arms System (COARM) online systeem waarin denials van vergunningen en informatie over afgegeven vergunningen naar specifieke gevoelige bestemmingen worden gedeeld?

Antwoord

Raadpleging van het online systeem van de Europese werkgroep inzake conventionele wapenexport (COARM) is standaard onderdeel van de zorgvuldige behandeling van een vergunningaanvraag. Wanneer uit deze database blijkt dat een andere EU-lidstaat een vergelijkbare vergunningaanvraag heeft afgewezen, consulteert Nederland deze EU-lidstaat. In de uiteindelijke toetsing worden de overwegingen van de desbetreffende EU lidstaat zorgvuldig meegewogen.

28

Gegeven dat de defensie- en veiligheid gerelateerde export in 2014 (€ 3,1 miljard in 2014) significant veel groter is dan de vergunningplichtige export, heeft u een voldoende beeld van de niet-vergunningplichtige export?

Zo ja, hoe schat u veiligheidsrisico’s voor dergelijke exporten in?

Zo nee, deelt u de opvatting dat het waardevol is wel zo’n beeld te hebben, ook met het oog op het feit dat soms het eindgebruik/de eindgebruiker wel degelijk een rol speelt bij de beoordeling van mogelijke veiligheidsrisico’s?

Hoe staat u tegenover een meldplicht (denk bijvoorbeeld aan de vroegere «Beschikking aanmelding buitenlandse militaire orders 1958»), om beter zicht te hebben op niet-vergunningplichtige export met een militaire dan wel veiligheidsgerelateerde bestemming, ondermeer ook om in voorkomende gevallen (bijvoorbeeld export naar embargolanden) via de catch all beschikking alsnog vergunningsplicht te kunnen opleggen? Kunt u dat toelichten?

Antwoord

De in Nederland toegepaste lijsten van goederen die onder exportcontrole staan, vloeien voort uit onderhandelingen in de multilaterale exportcontroleregimes. In die regimes wordt de afweging gemaakt tussen enerzijds de veiligheidsrisico’s rond een goed of technologie en anderzijds de nadelen van overheidsingrijpen in het economisch verkeer, inclusief de bijbehorende administratieve lasten. Bij die afweging spelen zaken zoals militaire relevantie, verkrijgbaarheid buiten de regimepartners om en de mate van civiel gebruik een belangrijke rol. Goederen die niet op deze lijsten zijn opgenomen kunnen niettemin veiligheidsrisico’s hebben. De EU dual-use-verordening verplicht exporteurs dan ook om voorgenomen exporten van niet-vergunningplichtige goederen te melden bij de autoriteiten indien zij weten dat deze geheel of ten dele bestemd zijn voor de ontwikkeling of productie van massavernietigingswapens, militaire producten naar embargolanden, of verwerking in militaire producten voorkomend op de nationale militaire lijst van andere EU lidstaten. Deze meldplicht is proportioneel, geldt EU-breed en draagt daarmee bij aan het level playing field.

29

Bent u bereid, in overleg met het Ministerie van EZK, nieuwe kwantitatieve gegevens over het defensie- en veiligheid gerelateerde

bedrijfsleven te laten verzamelen, teneinde een actueler beeld te hebben en verschaffen?

Antwoord

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is voornemens een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren. Naar verwachting wordt de opdracht in het laatste kwartaal verstrekt. De resultaten kunnen dan in 2019 beschikbaar zijn.

30

Wanneer is sprake van een aan de NAVO- en EU-lidstaten «gelijkgesteld» land? Wie stelt dit vast?

Antwoord

Al ruim twee decennia lang worden aanvragen voor de uitvoer van militaire goederen naar Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland op dezelfde manier behandeld als naar NAVO- en EU-lidstaten.

Hoe de gelijkstelling van deze vier landen toentertijd is vastgesteld valt moeilijk te achterhalen, naar alle waarschijnlijkheid vloeide dit voort uit afspraken binnen de Coördinatie Commissie voor multilaterale strategische exportcontroles (CoCom), waaraan de NAVO-landen plus Australië en Japan ten tijde van de Koude Oorlog deelnamen en waarvan onder meer Nieuw-Zeeland en Zwitserland de besluiten volgden.1 Deze landen hanteren een vergelijkbaar exportcontrolesysteem als Nederland. Aangezien wapenexportcontrole uiteindelijk een nationale competentie is, is deze gelijkstelling door de Nederlandse regering vastgesteld.

31

Kunt u nader toelichten hoe Nederland het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie precies uitvoert?

Antwoord

Nederland is als EU-lidstaat gehouden aan het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Dat houdt in dat aanvragen voor uitvoervergunningen van militair materieel per geval door de Nederlandse overheid worden getoetst aan de acht criteria van het EU-wapenexportbeleid. Hierbij worden de aard van het goed, de eindbestemming en de eindgebruiker in acht genomen. Consultaties met EU-lidstaten over vergelijkbare aanvragen zijn onderdeel van het beoordelingsproces.

32

Klopt het dat ingevolge het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie, bij de beslissing over het verlenen van Nederlandse wapenexportvergunningen moet worden getoetst aan (het bijdragen aan) mensenrechtenschendingen door het land van eindbestemming, los van de vraag of het te exporteren wapenmaterieel hierbij gebruikt zal worden?

Antwoord

Nee, dat klopt niet. Criterium 2 van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport stelt dat lidstaten een uitvoervergunning weigeren als er een duidelijk risico bestaat dat het uit te voeren materieel gebruikt zal worden voor binnenlandse onderdrukking. Hierbij zijn, naast de aard van het goed, de beoogde inzet en de eindgebruiker van het materieel doorslaggevend. Het criterium stelt ook dat lidstaten zeer zorgvuldig toetsen indien door bevoegde instanties (Verenigde Naties, Europese Unie, Raad van Europa) ernstige mensenrechtenschendingen in het ontvangende land zijn geconstateerd. Op basis van dit criterium wordt de mensenrechtensituatie in het land van bestemming inderdaad zeer zorgvuldig bestudeerd voordat de vergunning wel of niet kan worden toegekend. In de uiteindelijke toetsing is een zorgvuldige afweging van de aard van het materieel in relatie tot het risico dat dit materieel bijdraagt aan mensenrechtenschendingen in het land van bestemming per geval doorslaggevend. De beslissing over het verlenen van een exportvergunning kan dan ook niet worden genomen zonder rekening te houden met de aard van het te exporteren materieel.

33

Op welke manier houden EU-lidstaten, dan wel COARM, contact met niet-lidstaten die zich aan het gemeenschappelijk standpunt van de EU hebben gecommitteerd? Ligt het in de lijn der verwachtingen dat na Noorwegen ook andere landen op de COARM online database aangesloten worden? Vindt ook op een andere manier overleg plaats met deze landen? Zo ja, wat is daarvan het resultaat?

Antwoord

Contacten met niet-lidstaten die zich aan het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport hebben gecommitteerd worden door de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) onderhouden. Daarnaast vinden binnen multilaterale ontwapeningsinitiatieven zoals het Arms Trade Treaty (ATT) of het Actieprogramma van de Verenigde Naties inzake kleine en lichte wapens gesprekken plaats met staten die een al dan niet vergelijkbaar wapenexportsysteem hanteren. Daarnaast kunnen alle EU-lidstaten op bilaterale basis hun eigen contacten hebben. Op dit moment ligt het niet in de lijn der verwachtingen dat na Noorwegen ook andere landen op de online database van de Europese werkgroep inzake conventionele wapenexport (COARM) aangesloten worden. Een aantal EU-lidstaten heeft eerder aangegeven dit niet te kunnen steunen.

34

Hoe beoordeelt u het feit dat over 2017 10,23% van de Nederlandse wapenexport een eindbestemming in het Midden-Oosten had? Deelt u de mening dat voor conflictgebieden in principe terughoudendheid betracht moet worden met het toeleveren van wapenmaterieel? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

In lijn met criterium 3 van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport worden uitvoervergunningen voor militaire goederen geweigerd indien het uit te voeren materieel gewapend conflict uitlokt of verlengt dan wel bestaande spanningen of conflicten in het land van eindbestemming verergert. Daarnaast weigeren lidstaten op basis van criterium 4 een uitvoervergunning indien er een duidelijk risico bestaat dat de uit te voeren goederen worden gebruikt voor agressie jegens een ander land of ten behoeve van territoriale aanspraken. Daarom wordt bij het toekennen van uitvoervergunningen naar conflictgebieden inderdaad zeer zorgvuldig getoetst en waar nodig terughoudend geoordeeld.

Alle vergunningaanvragen naar het Midden-Oosten zijn getoetst aan de hand van de hierboven beschreven werkwijze. Daarom kan worden aangenomen dat het onwaarschijnlijk werd geacht dat de geëxporteerde goederen ten behoeve waarvan deze aanvragen werden ingediend zouden worden ingezet voor de risico’s die onder het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport zijn omschreven.

35

Waarom heeft voor de exportvergunning voor Pakistan geen versnelde rapportage plaatsgehad? Mocht u menen dat het hier niet om een «systeemleverantie» gaat, deelt u de opvatting dat in de geest van de motie van het lid El Fassed c.s. (Kamerstuk 22 054, nr. 181) ook dergelijke grote vergunningen voor niet-bondgenoten versneld gerapporteerd zouden moeten/kunnen worden?

Antwoord

Bij deze vergunning ging het om het ontwerp, het gereedschap en onderdelen ten behoeve van twee patrouillevaartuigen, dus niet om een systeemleverantie. Voor de selectie van afgegeven vergunningen waarover versneld gerapporteerd wordt, gelden duidelijke criteria. Een van die criteria is dat het om een of meer complete systemen moet gaan.

36

Deelt u de opvatting dat uitvoer van militaire goederen naar België en Luxemburg door Nederland ook gemeld moet worden, hoewel deze niet meegerekend wordt omdat voor die landen in het kader van de BeNeLux geen vergunningplicht geldt? Indien neen, waarom niet? Zo ja, wanneer zult u dat doen?

Antwoord

Nederland interpreteert de BeNeLux vrijstelling zo dat uitsluitend militaire goederen waarvan de eindbestemming in België of Luxemburg ligt voor die vrijstelling in aanmerking komen. Het aantal goederen dat niet binnen deze categorie valt is zeer beperkt, hoewel er wel militaire technologie in de vorm van testrapporten aan het European Defence Agency (EDA) in Brussel geleverd worden en er vanuit Nederland aan de Belgische marine (onderdelen mijnbestrijdingsapparatuur) en aan de Belgische luchtmacht (onderdelen F-16) geleverd worden. Als daar vergunningen voor aangevraagd worden, wordt de waarde daarvan meegenomen in de rapportages.

37

Heeft u sinds de levering van F16-gevechtsvliegtuigen naar Jordanië

(NL0074CDIU0050004) contact gehad met de Jordaanse autoriteiten over de garanties dat deze vliegtuigen niet ingezet worden boven Jemen? Zo ja, wat hield dit contact in? Zo nee, heeft u op andere wijze geprobeerd de naleving van deze garanties te controleren?

Antwoord

Zoals middels de Kamerbrief van 8 december 2017 aan uw Kamer is gemeld, heeft de regering van Jordanië bevestigd dat Nederlands defensiematerieel niet zal worden gebruikt in enige militaire operatie in Jemen. Deze garantie is in de daaropvolgende bilaterale contacten meermaals bevestigd.

38

Hoe functioneert de nieuwe functionaliteit in COARM voor uitwisseling van gegevens over leveranties met een gevoelige eindbestemming tot nu toe?

Antwoord

Nederland classificeert de ervaringen met de nieuwe functionaliteit (tour-de-table) voor de uitwisseling van gegevens over leveranties aan gevoelige eindbestemmingen als positief. De beveiligde online database maakt het eenvoudiger om bepaalde vraagstukken voor te leggen en er sneller antwoord op te krijgen dan middels het verkeer via de Correspondance Europeenne (COREU). Het blijft echter op vrijwillige basis. Nederland beoordeelt de drempelverlagende werking van deze functionaliteit als een positieve ontwikkeling.

39

Welke concrete stappen gaat Nederland ondernemen om een meer tijdige publicatie van de toekomstige EU-jaarrapporten te realiseren?

Antwoord

Ieder jaar worden alle lidstaten opgeroepen om tijdig hun nationale data aan te leveren. Het gaat hier echter niet om een afdwingbare verplichting. Nederland probeert andere EU-lidstaten te beïnvloeden door zelf zeer tijdig (dit jaar als eerste EU-lidstaat) de data aan te leveren. Daarnaast steunt Nederland de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) bij het naar voren schuiven van de deadline voor het aanleveren van de data en heeft Nederland voorgesteld om een concrete deadline in het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport op te nemen. Het is echter niet waarschijnlijk dat Nederland voor laatstgenoemde voldoende steun zal krijgen.

40

In hoeverre komt de eerste versie van de functionaliteit om gegevens inzake denials van vergunningen, als ook informatie over afgegeven vergunningen naar specifieke gevoelige bestemmingen, in het COARM online systeem overeen met dat gene wat Nederland heeft gepleit tussen 2015 en 2017?

Antwoord

Dit komt in grote mate overeen, mede dankzij de voortrekkersrol van Nederland bij de totstandkoming van deze functionaliteit.

41

Kunt u achterhalen hoeveel de totale waarde van de door Zweden afgegeven vergunningen in het jaar 2017 bedroeg?

Antwoord

Over het jaar 2017 is nog geen EU rapport verschenen. Nederland gaat in principe niet over rapportage activiteiten van EU-lidstaten, dit is een nationale competentie van lidstaten.

Echter, in het jaarlijkse rapport over wapenexportbeleid van de Zweedse inspectie van strategische goederen (ISP) is te vinden dat de totale waarde van de door Zweden afgegeven vergunningen € 1,055 miljard bedroeg in 2017. Deze waarde kan echter verschillen van de waarde in het EU rapport, afhankelijk van de gebruikte gegevens.

42

Kunt u achterhalen hoeveel de totale waarde van de door Spanje afgegeven vergunningen in het jaar 2017 bedroeg?

Antwoord

Over het jaar 2017 is nog geen EU rapport verschenen. Nederland gaat in principe niet over rapportage activiteiten van andere EU-lidstaten, dit is een nationale competentie van lidstaten.

Op de website van het Spaanse betrokken ministerie is wel te vinden dat de totale waarde van de door Spanje afgegeven vergunningen in het jaar 2017 € 4.348 miljoen bedroeg, een toename van 7,3% ten opzichte van de waarde in 2016 (€ 4.052 miljoen)2.

43

Kunt u achterhalen hoeveel de totale waarde van de door Frankrijk afgegeven vergunningen in het jaar 2017 bedroeg?

Antwoord

Over het jaar 2017 is nog geen EU rapport verschenen. Nederland gaat in principe niet over rapportage activiteiten van andere EU-lidstaten, dit is een nationale competentie van lidstaten.

In het jaarlijkse rapport over wapenexportbeleid van het Franse Ministerie van de strijdkrachten is te vinden dat de totale waarde van de door Frankrijk afgegeven vergunningen in het jaar 2017 € 6,9 miljard bedroeg, ten opzichte van € 14 miljard in 20163.

44

Kunt u achterhalen hoeveel de totale waarde van de door Canada afgegeven vergunningen in het jaar 2017 bedroeg?

Antwoord

Nederland gaat niet over de rapportage activiteiten van andere landen.

In het jaarlijkse rapport over wapenexport van Canada is te vinden dat de totale waarde aan afgegeven vergunningen door Canada $ 1.031 miljard bedraagt4, of € 883 miljard. In dit overzicht is echter niet de waarde van vergunningen voor export naar de VS meegerekend, deze waarde is onbekend.

45

Welke nieuwe ontwikkelingen zijn er in de onderhandelingen over het op Europees niveau uitbreiden van exportcontrole op cybersurveillancegoederen sinds uw antwoorden op Kamervragen hierover d.d. 26 april 2018?

Antwoord

Het kabinet ziet de uitbreiding van exportcontrole op cybersurveillance technologie onverminderd als noodzakelijk en vindt de dual-useverordening het geschikte instrument om die uitbreiding te verwezenlijken. In de Raad is hierover de afgelopen maanden een tweedeling zichtbaar geworden tussen EU-lidstaten die de voorgestelde uitbreiding van controle steunen en lidstaten die menen dat dit onderwerp op nationaal niveau aangepakt moet worden. Nederland voert momenteel bilaterale gesprekken met deze lidstaten om het belang van controle op cybersurveillance technologie en mensenrechten in de dual-useverordening nogmaals te benadrukken en een weg voorwaarts te vinden in de Raadsbesprekingen.

46

Kunt u aangeven welke besproken onderwerpen in het Wassenaar Arrangement nog niet tot consensus leidden in de Expert Group, en waarom dat het geval was?

Antwoord

De exportcontroleregimes, inclusief het Wassenaar Arrangement, publiceren alleen lijstwijzigingen waarover wel consensus is bereikt, en pas nadat deze zijn bekrachtigd.

47

In welke mate is tot nu toe gebruik gemaakt van de dankzij Nederland tot stand gekomen ruimte in het WA-informatiesysteem voor vrijwillige uitwisseling van informatie over vervalste eindgebruikersverklaringen of frauduleus gebruik daarvan?

Antwoord

Vooralsnog heeft alleen Nederland documenten in deze ruimte geplaatst, maar die zijn al wel zo’n 60 maal door WA-deelnemers geraadpleegd.

48

Welk concreet commitment wil Nederland van India en Pakistan zien op het gebied van non-proliferatie van kernwapens, alvorens Nederland kan instemmen met een lidmaatschap van de Nuclear Suppliers Group (NSG) voor deze landen?

Antwoord

De Nuclear Suppliers Group (NSG) is een belangrijk internationaal exportcontroleregime dat bijdraagt aan non-proliferatie door de controle op de handel in nucleaire technologie en producten. Lidmaatschap dient in het belang te zijn van het functioneren van deze groep en daarmee de internationale non-proliferatie te dienen. Een lidmaatschapsaanvraag wordt in dit licht bekeken en op individuele basis beoordeeld. Een land dient in ieder geval voldoende commitment te tonen aan internationale non-proliferatie doeleinden en op een overtuigende wijze de nationale exportcontrole te hebben ingericht in lijn met de NSG richtlijnen. Nederland heeft de lidmaatschapsaanvraag van India positief beoordeeld en steunt de toetreding van India tot de NSG; Nederland is nog niet overtuigd dat Pakistan daaraan voldoet.

49

Worden overtollige of verouderde kleine en lichte wapens die zijn gebruikt door Nederlandse gewapende diensten standaard vernietigd? Zo nee, wat gebeurt er dan met deze wapens en hoe past dit binnen het VN-actieprogramma voor kleine wapens?

Antwoord

Overtollige of versleten kleine en lichte wapens die zijn gebruikt door de Nederlandse gewapende diensten worden vernietigd, permanent onklaar gemaakt, of onder strikte exportvoorwaarden geëxporteerd naar buitenlandse overheidsinstanties. Voor de export moeten vergunningen en eindgebruikersverklaringen worden afgegeven. Dit is volledig in lijn met de afspraken uit het Actieprogramma van de Verenigde Naties inzake kleine en lichte wapens.

50

Wat is uw appreciatie van de recente ontwikkelingen t.a.v. het VN-wapenregister en vooral ook m.b.t. tot aantal rapporterende landen en de kwaliteit van de rapportages, als ook hoe de relevantie van het register overeind kan blijven, in het licht ook van aan het Arms Trade Treaty (ATT) rapporterende verdragspartijen?

Antwoord

De effectiviteit van het VN-wapenregister valt of staat met wereldwijde participatie. Daarom blijft Nederland streven naar universele, consistente deelname aan de rapportages. In dat opzicht is het jammer dat er zich sinds mei 2016 geen nieuwe landen bij het Arms Trade Treaty (ATT) hebben aangesloten. Wel hebben drie reeds aangesloten landen het ATT in die periode geratificeerd, waardoor zij zich nu ook gecommitteerd hebben aan het leveren van rapportages aan het VN-Wapenregister.

Nederland constateert verschil in de kwaliteit van de rapportages. Om zowel het aantal als de kwaliteit van de rapportages te bevorderen heeft Nederland bijgedragen aan het ATT Sponsor Programma dat lage inkomenslanden in staat stelt de benodigde kennis op te doen om goede rapportages in te dienen. Daarnaast rapporteert Nederland elk jaar aan het ATT.

51

Kunt u aangeven voor welk krijgsmachtdeel en/of wapensysteem de vergunning voor Bangladesh voor radar- en C3-apparatuur dient? (CDIU0068456 en CDIU0068455)

Antwoord

De delen van radar- en C3-systemen waarvoor de vergunning is aangevraagd zullen gebruikt worden voor onderhoud en/of reparatie van vanaf 2001 aan de marine van Bangladesh geleverde systemen. Het fregat BNS Bangabandhu is uitgerust met een uit Nederland afkomstig Combat Management System en verscheidene radar- en radarvuurleidingssystemen.

52

Kunt u uiteenzetten waarom niet voor een versnelde rapportage is gekozen in geval van de vergunning ter waarde van 27,5 mln euro voor Maleisië (NL0074CDIU0063958)?

Antwoord

Er is niet versneld gerapporteerd omdat er geen sprake was van een systeemleverantie. De vergunning is afgegeven voor materiaalpakketten met uiteenlopende scheepsonderdelen (deuren, ladders, pompen e.d.), maar niet een compleet bouwpakket dat alleen nog maar assemblage behoeft. Dat blijkt ook wel uit de vergunningwaarde. Volgens berichten in de vakpers zouden de schepen in totaal 738,9 miljoen Maleise Ringgit kosten, hetgeen op ruim € 154 miljoen uitkomt.

53

Voor welke militaire goederen zijn vergunningen verleend in 2017 aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE)?

Antwoord

In 2017 zijn vergunningen verleend aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) voor de volgende militaire goederen:

  • Doorvoer van onderdelen van trainingsvliegtuigen (type Aermacchi MB 339, BAE Hawk-102, CASA CN-235, Grob 115TA, Pilatus PC-7, Beechcraft King Air C90 en Pilatus PC-21) (CDIU 0040807, 0041990, 0043718, 0045138 en 0042869);

  • Tijdelijke uitvoer van beschermings- en detectiematerieel (beschermende kleding, decontaminatiehandschoenen en twee radiatiedetectoren) t.b.v. demonstratie tijdens een evenement (CDIU 0047350);

  • Doorvoer van onderdelen van trainingsvliegtuigen (type Aermacchi MB 339, BAE Hawk-102 en Pilatus PC-21) (CDIU 0047139 en 0047946);

  • After-sales van onderdelen voor reparatie en onderhoud van radar- en C3 systemen (CDIU 0047998 en 0047999);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type Aermacchi MB 339) (CDIU 0048803);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type BAE Hawk-102) (CDIU 45844);

  • Definitieve uitvoer van onderdelen van radarsystemen voor onbewapende maritieme verkenningsvliegtuigen (type Bombardier Global 6000)(CDIU 0050499);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type Aermacchi MB-339)(CDIU 0050967);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type Aermacchi MB-339, Pilatus PC-7, Pilatus PC-21 en Grob 115TA) (CDIU 0052470);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type Aermacchi MB 339 en BAE Hawk-102)(CDIU 0053479);

  • Definitieve uitvoer van een volledig beschadigd militair gevechtsvoertuig getest door TNO op explosiebestendigheid en bijbehorend testrapport (CDIU 0055203);

  • Tijdelijke uitvoer van een lichtgewicht militair voertuig t.b.v. demonstratie tijdens een evenement (CDIU 0055082);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type Aermacchi MB 339 en BAE Hawk-102)(CDIU 0054676);

  • Retour na reparatie onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type Aermacchi MB 339, Pilatus PC-21 en BAE Hawk-102)(CDIU 0056172).

  • Verlengingsverzoek voor uitvoer van technologie voor de integratie van radar- en C3 systemen in Arialah-klasse patrouilleschepen (CDIU 0055389);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type BAE Hawk-102 en Grob 115TA)(CDIU 0058001);

  • Definitieve uitvoer van reserveonderdelen en bijbehorende documentatie van Mk30 lanceerbuizen voor Evolved Sea Sparrow Missile-launchers (ESSM’s) voor Baynunah-klasse fregatten (CDIU 0057212);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type Hawk) (CDIU 0065046);

  • Retour na reparatie van onderdelen van militaire trainingsvliegtuigen (type Hawk) (CDIU 0066756);

  • Definitieve uitvoer van fluorkoolstoffen voor het testen van NBC-filters van luchtbehandelingssystemen op een korvet (CDIU 0065638);

  • Definitieve uitvoer van technologie, pantserplaten, vormdelen en helmschalen t.b.v. demonstratie- en onderzoek naar de anti-ballistische potentie van polyethleen (kunststof) (CDIU 0070676).

54

Kunt u aangeven waarom doorvoervergunningen ter waarde van 4,5 miljoen euro voor groot kaliber wapens voor de VAE zijn toegekend in het licht van de oorlog in Jemen en het Nederlandse beleid daaromtrent?

Antwoord

Deze aanvraag betrof de tijdelijke doorvoer van 5 raketlanceerinrichtingen ten behoeve van de International Defence Exhibition & Conference (IDEX). De IDEX 2017 vond plaats van 19 tot en met 23 februari. Deze tweejaarlijkse internationale tentoonstelling wordt bezocht door ongeveer 1.100 bedrijven uit ruim 50 landen. Tijdens de tentoonstelling zouden de goederen in het bezit van het bedrijf blijven. Daarom is enkel op criterium 7 (omleidingsrisico) getoetst. Vanwege het toezicht dat het bedrijf houdt op de goederen en de wederinvoerverplichting die Nederland heeft opgelegd als voorwaarde voor het verlenen van de vergunning was de toetsing op criterium 7 positief. De raketlanceerinrichtingen stond op die beurs, en zijn daarna teruggegaan naar Europa. De strijdkrachten van de VAE zijn nooit in bezit geweest van de goederen en daarom was er geen risico op de inzet van de lanceerinrichtingen in het conflict in Jemen.

55

Waarom staat de doorvoer van handvuurwapens, magazijnen en munitie, kal. 5,56mm uit het Verenigd Koninkrijk naar Afghanistan waarvoor op 26 juni 2017 een vergunning is gegeven (NL0074CDIU0056854) niet in de lijst met doorvoer? Kunt u dat toelichten?

De zending, die overigens bestemd was voor beveiligers van de Finse ambassade in Kaboel, staat niet in de maandoverzichten van doorvoermeldingen omdat het een vergunning betrof en geen melding. Deze doorvoerzending is wel opgenomen in bijlage 4 van het jaarrapport en in de maandoverzichten van afgegeven vergunningen voor de uit- en doorvoer van militaire goederen.

56

Waarom gaf Nederland toestemming voor de doorvoer van groot kaliber wapens naar de Verenigde Arabische Emiraten? Waar is deze vergunning terug te vinden in de maandrapporten?

Antwoord

Voor het eerste gedeelte van deze vraag, zie het antwoord op vraag 54. Deze vergunning is terug te vinden bij de afgiftedatum 20-01-2017 in de «maandelijkse rapportage uitvoer militaire goederen».

57

Kunt u een toelichting geven op het toestaan van de doorvoer van munitie (NL0074CDIU0049784) en kogelpatronen (2017-93) naar Togo, mede in het licht van de gespannen situatie en gewelddadig optreden van veiligheidstroepen tegen oppositie in dit land?

Antwoord

Bij doorvoer zonder overlading die van bondgenoten afkomstig is wordt slechts een melding van de doorvoer gedaan en wordt in voorkomende gevallen gekeken of het vervoerstraject overeenkomt met de bestemming die door de exportcontrole-autoriteiten van de betreffende bondgenoot vergund is. Nederland voert geen eigen toetsing uit op dergelijke zendingen.

58

Kunt u een toelichting geven op het toestaan van de doorvoer van kogelpatronen naar El Salvador (2017–25), mede in het licht van gewelddadig optreden door veiligheidstroepen in dit land?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 57.

59

Herinnert u zich uw toezegging van 9 november 2016 in gesprek te willen gaan met bondgenoten, in het bijzonder Tsjechië, over de doorvoer van munitie naar mogelijk controversiële bestemmingen? Heeft u in dit kader één of meerdere gesprekken gevoerd? Zo ja, met wie en wat was de inhoud van deze gesprekken? Zo nee, waarom is dit niet gebeurd en bent u bereid dit alsnog te doen?

Antwoord

Het kabinet is via de daarvoor bedoelde fora, waaronder de Europese werkgroep inzake conventionele wapenexport (COARM) en de bijeenkomsten van het Wassenaar Arrangement, continu in gesprek met bondgenoten – inclusief Tsjechië – over het blijvend verbeteren van de exportcontrolesystemen en de internationale samenwerking daaromtrent.

60

Herinnert u zich uw toezegging van 9 november 2016 naar de procedure met betrekking tot doorvoer te willen kijken, in verband met de doorvoer van munitie naar mogelijk controversiële bestemmingen? Zo ja, wat is de conclusie die u hieruit getrokken heeft? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?

Antwoord

Ja. Nederland houdt de procedures omtrent de export en doorvoer van strategische goederen voortdurend kritisch tegen het licht.

Doorvoerzendingen van- en naar bondgenoten zonder overlading zijn niet vergunningplichtig. De exportcontroletoets wordt dan uitgevoerd door de bondgenoot, die over een vergelijkbaar exportcontrolesysteem als Nederland beschikt. Wel geldt voor deze doorvoertransacties een meldplicht door de exporteur, waarmee altijd alsnog een vergunningplicht opgelegd kan worden indien er zorgen bestaan omtrent het omleidingsrisico.

Voor alle overige doorvoer geldt een vergunningplicht. Hierbij kan voor doorvoer van «minder gevoelige goederen» van bondgenoten naar derde landen gebruik worden gemaakt van een Algemene Vergunning.

Sinds juli 2016 geldt dat een Algemene Vergunning niet meer kan worden gebruikt voor doorvoer met overlading naar Jemen, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten of Qatar. Voor deze doorvoerzendingen moet een individuele vergunning aangevraagd worden. Hierbij wordt zorgvuldig getoetst aan de 8 criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Dit geldt zowel voor «gevoelige goederen» (zoals kleine en lichte wapens, munitie en hele systemen) als voor «minder gevoelige goederen». Door deze maatregel is het toezicht op de doorvoer van bondgenoten naar een aantal niet-bondgenoten vergroot.

De huidige procedure waarborgt dat alle doorvoerzendingen via Nederland aan een niet-bondgenoot worden getoetst op een manier die gelijk aan of vergelijkbaar is met het Nederlandse exportcontrolesysteem.

61

Hoe goed geven uw cijfers over het aantal afgewezen vergunningen het werkelijke aantal afwijzingen weer? Hoe vaak komt het voor dat een aanvraag vroegtijdig wordt ingetrokken, of een fabrikant aangeeft de aanvraag niet eens te zullen indienen?

Antwoord

De cijfers over het aantal afgewezen vergunningen zijn representatief voor het werkelijke aantal afwijzingen. Exporteurs kunnen bezwaar maken tegen een afwijzing. Indien het bezwaar gegrond wordt verklaard, wordt de vergunning alsnog toegekend. Daardoor kan er een klein verschil zitten tussen de desbetreffende cijfers.

In 2017 zijn 148 aanvragen tussentijds door de exporteur ingetrokken. De redenen hiervoor zijn divers, zoals ontbrekende informatie, wanneer blijkt dat er geen vergunning nodig is of de aanvraag dubbel is ingebracht.

Exporteurs kunnen een sondage («proefaanvraag») indienen wanneer zij een indicatie willen hebben van de uiteindelijke beslissing op een daadwerkelijke vergunningaanvraag. In 2017 is in 16 gevallen een sondage niet gevolgd door een vergunningaanvraag. Het komt ook voor dat exporteurs geen aanvragen indienen omdat deze op voorhand goed geïnformeerd zijn over de risico’s van de voorgenomen export. Hierover zijn geen cijfers beschikbaar.

62

Welke op pagina 33 genoemde afgewezen vergunningen hebben uiteindelijk geleid tot een leverantie van een soortgelijk product aan dezelfde eindgebruiker? Kunt u daarbij aangeven wie de uiteindelijke leverancier was?

Antwoord

Deze vraag kan maar ten dele beantwoord worden omdat de Nederlandse exportcontrole autoriteiten over het algemeen niet geïnformeerd worden over leveranties vanuit derde landen. Echter, op grond van de uit het Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport voortvloeiende consultaties over afwijzingen binnen de EU weten we dat een andere lidstaat wel een vergunning heeft verleend voor een leverantie van F16-onderdelen aan Pakistan die Nederland eerder had afgewezen. Aangezien het bij de Nederlandse afwijzingen in 2017 in de meeste gevallen gaat om goederen die niet in Nederland zelf geproduceerd zijn, is het waarschijnlijk dat er in de overige gevallen uiteindelijk ook leveranciers in andere landen gevonden zijn.

63

Kunt u een overzicht geven van de afgewezen dual-use vergunningaanvragen, zoals in bijlage 5 voor afgewezen vergunningen voor militaire goederen? Indien neen, waarom niet?

Kunt u een overzicht met toelichting geven van de 19 afgegeven en 3 afgewezen «catch all» vergunningen in tabel 12, met daarbij in elk geval om wat voor soort goederen, welk land van (eind)bestemming en welke gebruiker het gaat, de reden van het opleggen van de catch all en in het geval van een afwijzing de reden daarvan? Indien neen, waarom niet?

Antwoord

Nee. Dual-usegoederen worden in voorkomend geval heimelijk verworven voor programma’s voor massavernietigingswapens of overbrengingsmiddelen daarvoor, of om wapenembargo’s te omzeilen. Hetzelfde geldt voor niet-vergunningplichtige goederen waarvoor de Nederlandse overheid, op basis van aanwijzingen over ongewenst eindgebruik, een catch-all heeft opgelegd (zie vraag 28). Publicatie van afwijzingen van aanvragen voor dual-use- en catch-allgoederen geeft inzicht in het actuele kennisniveau van de Nederlandse overheid over deze verwervingspogingen en bemoeilijkt het tegengaan van dergelijke heimelijke verwerving.


X Noot
1

Zie het AIV-advies «Conventionele wapenbeheersing» van april 1998, blz. 40, noot 42.

X Noot
3

Ministère des Armées de France, Rapport au parlement 2018 sur les exportations d’armement de la France https://www.defense.gouv.fr/content/download/536160/9221135/RAP%202018%20-%20Exportations%20armement%20de%20la%20France.pdf.