Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-33 nr. 332

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 332 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juli 2011

Verwijzend naar de eerdere brieven van de toenmalige minister van Economische Zaken en de toenmalige minister van Justitie van 15 maart 20101 en 20 juli 20102, willen wij u hierbij nader informeren over de voortgang van de Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA). Deze brief is als volgt opgebouwd:

  • 1. Doel en achtergrond van ACTA

  • 2. Overzicht van de ACTA-onderhandelingen

  • 3. De inhoud van ACTA

  • 4. Internetconsultatie: verslag hiervan en de reactie/inzet van Nederland

  • 5. Afronding van ACTA

Eind 2010 zijn de onderhandelingen over ACTA succesvol afgerond en sinds 1 mei jl. staat het verdrag open ter ondertekening. Inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten houden niet op bij de grenzen van de lidstaten en van de EU. Daarom zijn internationale verdragen als ACTA van groot belang, ook als zij zoals ACTA niet alleen voorzien in regelgeving voor diverse wijzen van handhavend optreden in geval van (dreigende) inbreuken, maar ook in internationale samenwerking en uitwisseling van informatie en «best practices». Nederland en de EU hebben in de onderhandelingen steeds het standpunt verdedigd dat ACTA niet tot wijziging van de huidige Nederlandse wetgeving en het EU-acquis mocht leiden en de Commissie en Nederland hebben dat standpunt met succes gerealiseerd. Zo zal ACTA geen gevolgen hebben voor de mogelijkheden van burgers om legale goederen te kopen en te gebruiken en bestanden te downloaden en respecteert ACTA de fundamentele rechten en burgerlijke vrijheden.

Ad. 1. Doel en achtergrond van ACTA

Op initiatief van Japan en de Verenigde Staten zijn in juni 2008 de officiële onderhandelingen over ACTA van start gegaan. Aan deze onderhandelingen hebben, naast voornoemde landen, negen andere «landen» deelgenomen: Australië, Canada, de Europese Unie (en haar 27 lidstaten), Japan, Korea, Mexico, Marokko, Nieuw-Zeeland, Singapore en Zwitserland. Deze ontwikkeling werd kort daarna gesteund door de G8-leiders die na afloop van de Hokkaido Toyako Summit op 8 juli 2008 de volgende verklaring aflegden: (..) «17. Effective promotion and protection of IPR are critical to the development of creative products, technologies and economies. We will advance existing anti-counterfeiting and piracy initiatives through, inter alia, promoting information exchange systems amongst our authorities, as well as developing non-binding Standards to be Employed by Customs for Uniform Rights Enforcement (SECURE) at the World Customs Organization. We encourage the acceleration of negotiations to establish a new international legal framework, the Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA), and seek to complete the negotiation by the end of this year. We will promote practical cooperation between our countries to develop tools to combat new techniques in counterfeiting and piracy and spread best practices. We reaffirm our commitment on government use of software in full compliance with the relevant international agreements and call on other countries to follow our commitment.»

Inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten in het algemeen en namaak en piraterij in het bijzonder, zijn uitgegroeid tot een fenomeen met internationale dimensies, dat ernstige economische en sociale gevolgen heeft, de goede werking van de (interne) markt verstoort en de consumentenbescherming in het gedrang brengt, met name op het gebied van volksgezondheid en openbare veiligheid. Dit leidt tot ondermijning van de economie, een verlegging van handelsstromen en een verstoring van de concurrentie, waardoor bedrijven hun vertrouwen in de (interne) markt verliezen en minder investeren en innoveren. Hoewel het lastig is om eenduidige cijfers te verkrijgen kan wel worden gesteld dat het een probleem is van grote en groeiende omvang. Volgens de laatste cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) wordt de waarde van de internationale handel in nagemaakte en door piraterij verkregen goederen in 2007 op 250 miljard USD geraamd.3 In 2009 heeft de EU-douane aan de buitengrenzen van de Unie bij 43 500 controles 118 miljoen goederen tegengehouden waarvan zij vermoedde dat ze waren nagemaakt of door piraterij waren verkregen.4 Het is niet bekend hoe deze handelscijfers zich verhouden tot de waarde van de namaakgoederen die voor de Europese markt bestemd zijn, maar het is aannemelijk dat het bij namaakgoederen om honderden miljoenen, zo niet miljarden euro’s gaat.

ACTA heeft tot doel de wereldwijde handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in het algemeen en bestrijding van namaak en piraterij in het bijzonder te bevorderen en wil dit bereiken door:

  • 1. internationale samenwerking: de samenwerking tussen de partijen is een belangrijk onderdeel van ACTA, waaronder ook wordt verstaan het delen van informatie en samenwerking tussen handhavingsinstanties, capaciteitsopbouw en verbetering van de technische bijstand bij de handhaving;

  • 2. «best practices»: bestaande succesvolle handhavingpraktijken dienen niet alleen tussen de ACTA-deelnemers te worden uitgewisseld, maar ook met de rechthebbenden en andere belanghebbenden. Hieronder vallen onder andere ook het bevorderen van expertise binnen de rechtshandhavingsstructuren en het treffen van maatregelen voor het verhogen van het publieke bewustzijn over het belang van de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en de schadelijke effecten van inbreuken hierop;

  • 3. wettelijk kader: door het vaststellen van moderne en samenhangende gemeenschappelijke normen kan effectief worden opgetreden tegen namakers en piraten. Het betreft normen op het gebied van civiele en strafrechtelijke handhaving, grensmaatregelen en de digitale omgeving.

De ACTA-onderhandelingen zijn niet gevoerd onder de paraplu van een internationale organisatie, maar als een gezamenlijke inspanning van de deelnemers als reactie op het hiervoor genoemde fenomeen. Er is reeds een aantal gevestigde internationale verdragen die specifiek betrekking hebben op de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, waarvan sommige dateren van meer dan een eeuw geleden. Deze verdragen worden beheerd door de World Intellectual Property Organization (WIPO). Daarnaast plaatste de World Trade Organization (WTO) in de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van intellectuele-eigendomsrechten (TRIPS-Verdrag) in 1995 een aantal verplichtingen zoals opgenomen in de WIPO-verdragen in een handelscontext. Om de niet-aflatende groei van de wereldwijde omvang van namaak en piraterij aan te pakken bouwt ACTA voort op het TRIPS-Verdrag door doelgericht ten aanzien van een aantal specifieke gebieden verdergaande normen op te stellen. ACTA is dus niet opgesteld om het belangrijke werk van WIPO, WTO en andere organisaties te vervangen, maar bouwt voort op het werk dat op dit gebied al is verricht. Bovendien bevordert ACTA de internationale samenwerking en biedt het de deelnemers een forum voor de uitwisseling van informatie en «best practices».

Ad. 2. Overzicht van de ACTA-onderhandelingen

Voor de totstandkoming van ACTA hebben 11 onderhandelingsrondes plaatsgevonden:

  • 1. juni 2008 – Genève, Zwitserland

  • 2. juli 2008 – Washington, VS

  • 3. oktober 2008 – Tokio, Japan

  • 4. december 2008 – Parijs, Frankrijk

  • 5. juli 2009 – Rabat, Marokko

  • 6. november 2009 – Seoul, Zuid-Korea

  • 7. januari 2010 – Guadalajara, Mexico

  • 8. april 2010 – Wellington, Nieuw-Zeeland

  • 9. juni 2010 – Luzern, Zwitserland

  • 10. augustus 2010 – Washington, Verenigde Staten

  • 11. september 2010 – Tokio, Japan

In de brief aan uw Kamer van 20 juli 2010 zijn de onderhandelingen tot en met de 9e onderhandelingsronde aan de orde gekomen, zodat wij hier volstaan u te informeren over het vervolg. Zoals uw Kamer is bericht in eerdere Kamerbrieven heeft Nederland consequent gepleit voor transparantie van het ACTA-proces. Na de eerste publicatie van de concept-tekst van ACTA na de 8e ronde op 21 april 20105, zou Nederland graag gezien hebben dat ook na de daaropvolgende rondes openbaarmaking zou plaatsvinden. Helaas kon hierover tussen de deelnemers geen overeenstemming worden bereikt.

De 11e en laatste ronde van de onderhandelingen werd op 2 oktober 2010 succesvol afgerond in Tokio, Japan. De deelnemers aan deze onderhandelingen werkten constructief samen, waardoor bijna alle inhoudelijke kwesties konden worden opgelost en de geconsolideerde en grotendeels afgeronde tekst van de voorgestelde overeenkomst op 6 oktober 2010 kon worden gepubliceerd.

Voor wat betreft de nog openstaande kwesties kwamen de deelnemers overeen deze zo spoedig mogelijk op te lossen, met het oog op de definitieve afronding van de tekst van de overeenkomst, hetgeen op 16 november 2010 het geval was.

Ten slotte hebben begin december 2010 in Sydney, Australië de experts van de ACTA-deelnemers de tekst vanuit juridisch perspectief doorgenomen en gecontroleerd. De definitieve tekst is op 3 december 2010 op het internet gepubliceerd (bijlage 1).20 De deelnemers zijn nu voorbereidingen aan het treffen voor de nationale procedures ten behoeve van de ondertekening en ratificatie van ACTA. In onderdeel 5 gaan wij hier – voor Nederland en de EU – verder op in.

Ad. 3. De inhoud van ACTA

Zoals onder 1. aangegeven, bouwt ACTA voort op bestaande internationale regels op het gebied van intellectuele eigendom (met name het TRIPS-Verdrag) en is het verdrag bedoeld om het hoofd te bieden aan handhavingsproblemen, waarvan de deelnemers hebben vastgesteld dat er geen internationaal (juridisch) kader voor bestaat of dat dit kader moet worden versterkt. ACTA bestaat uit zes hoofdstukken, waarvan er twee zijn onderverdeeld in secties. Hierna volgt per hoofdstuk en sectie een korte beschrijving van de inhoud.

Hoofdstuk I – Inleidende bepalingen en algemene definities

Dit hoofdstuk regelt een aantal algemene zaken die op de gehele overeenkomst betrekking hebben, zoals (sectie 1) de relatie tot andere verdragen, het toepassingsgebied, de bescherming van privacy bij het verstrekken van informatie door de verdragsstaten en (sectie 2) definities. Het verdrag ziet in beginsel op dezelfde intellectuele-eigendomsrechten als het TRIPS-Verdrag: auteursrechten, naburige rechten, merken, modellen, octrooien, topografieën, geografische aanduidingen en de bescherming van niet-openbaar gemaakte informatie. Sommige artikelen zijn beperkt tot bepaalde rechten, doorgaans alleen merken-, auteurs- en naburige rechten.

Hoofdstuk II – Juridisch kader voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten

Sectie 1: Algemene verplichtingen

Dit onderdeel verwijst naar verplichtingen van de deelnemers om te voorzien in handhavingsprocedures om inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten tegen te gaan dan wel te voorkomen. Deze procedures moeten eerlijk en billijk zijn, mogen niet onnodig gecompliceerd of kostbaar zijn en geen onredelijke termijnen of ongerechtvaardigde vertragingen bevatten. Verder dient rekening te worden gehouden met de proportionaliteit tussen de ernst van de inbreuk, de belangen van derden en de betreffende maatregelen.

Sectie 2: Civiele handhaving

Dit hoofdstuk betreft in beginsel alle intellectuele-eigendomsrechten die ook in het TRIPS-Verdrag genoemd staan. Enkele bepalingen die gedetailleerd ingaan op bijvoorbeeld vormen van schadevergoeding en beslag zijn alleen van toepassing bij inbreuk op merken-, auteurs- en naburige rechten.

In deze sectie wordt bepaald dat de rechter de bevoegdheid moet hebben een verbod op een inbreuk op te leggen of een gebod om te voorkomen dat inbreukmakende goederen in het verkeer worden gebracht. Vervolgens moet de rechter ook de bevoegdheid hebben schadevergoeding op te leggen aan de inbreukmaker die wist of redelijke gronden had om te weten dat hij inbreuk pleegde. En die schadevergoeding moet voldoende zijn om de schade die de rechthebbende ten gevolge van de inbreuk leed, te vergoeden. Ook moet een rechter de bevoegdheid hebben corrigerende maatregelen op te leggen, waaronder vernietiging van goederen waarvan is vastgesteld dat zij een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht maken, en voorlopige maatregelen te treffen, waaronder de inbeslagneming van goederen, materialen of bewijsstukken. In geval van een inbreuk op merkrechten, auteursrechten of naburige rechten moet de rechter bevoegd zijn de in het ongelijk gestelde partij te veroordelen tot betaling van de proceskosten en passende advocatenkosten van de wederpartij.

Sectie 3: Maatregelen aan de grens

De douane-maatregelen zijn niet van toepassing op octrooien, op parallelimport en op goederen van niet-commerciële aard die in kleine hoeveelheden in de persoonlijke bagage van reizigers zitten. Het onderdeel gaat over de maatregelen die de douane en andere bevoegde autoriteiten mogen nemen om te voorkomen dat inbreukmakende goederen de grens overgaan. Verdragspartijen moeten zorgdragen voor een procedure waarin met betrekking tot import en export, zowel ambtshalve («ex officio») als op verzoek van een rechthebbende, de vrijgave van van inbreuk verdachte goederen wordt opgeschort. Inzake in-transit goederen is dit optioneel. Een rechthebbende dient in staat te worden gesteld dit verzoek te doen mits hij aan bepaalde voorwaarden voldoet, zoals het verschaffen van afdoende informatie en bewijs aan de douane-autoriteiten. Daarbij kan de bevoegde autoriteit eisen dat de rechthebbende redelijke zekerheid of gelijksoortige waarborg voldoet om de vermeende inbreukmaker te beschermen en misbruik te beletten.

Tevens bevat deze sectie procedures voor de bevoegde autoriteiten om te bepalen of de geschorste goederen daadwerkelijk inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten maken, om de vernietiging van de goederen te bevelen of de goederen – in uitzonderlijke gevallen – buiten het verkoopkanaal te houden. Verdragspartijen kunnen bepalen dat de bevoegde autoriteiten ook administratieve sancties mogen opleggen.

Sectie 4: Strafrechtelijke Handhaving

De verdragspartijen moeten voorzien in strafrechtelijke procedures met geldboetes en gevangenisstraffen in gevallen van opzettelijke inbreuk op merkenrechten, auteursrechten en naburige rechten op commerciële schaal, ook voor rechtspersonen. Van commerciële schaal is in ieder geval sprake bij commerciële activiteiten met direct of indirect economisch voordeel. Deelneming aan de strafbare inbreuken is ook strafbaar. Er is een optionele bepaling opgenomen voor het bestraffen van het kopiëren van een film tijdens een filmvoorstelling (zgn. «camcording»). De verdragspartijen zijn derhalve vrij om te beslissen of ze dit willen implementeren.

Verder moet er beslag gelegd kunnen worden op de inbreukmakende goederen en andere zaken die zijn gebruikt bij het delict, documenten die erop betrekking hebben en de gelden die erdoor zijn verkregen. De strafrechter moet de vernietiging of in ieder geval het uit de handel halen van de inbreukmakende goederen kunnen bevelen en verbeurdverklaring of vernietiging van productiemiddelen. Bij zware delicten moeten ook gelden die door de inbreuk zijn verkregen verbeurd verklaard kunnen worden. Inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten mogen niet alleen klachtdelicten zijn, er moet ook ex officio bevoegdheid moet zijn voor de autoriteiten om zelf onderzoek in te stellen naar inbreuken en deze te vervolgen.

Sectie 5: Handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving

De civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures die in ACTA zijn genoemd, moeten ook beschikbaar zijn in geval van een inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving. Een inbreuk kan ook omvatten het ongeoorloofde gebruik van middelen van wijdverspreide distributie voor inbreukmakende doeleinden. De verdragspartijen moeten er bij de invoering van procedures rond dergelijke inbreuken voor zorgen dat er geen barrières voor legale activiteiten worden opgeworpen en dat grondrechten worden gewaarborgd, zoals vrijheid van meningsuiting, eerlijke procesvoering en recht op privacy. Als voorbeeld hiervan wordt in het verdrag genoemd een regime van beperking van aansprakelijkheid van of van de maatregelen tegen online service providers, terwijl rekening wordt gehouden met de gerechtvaardigde belangen van rechthebbenden.

Verdragsstaten mogen de bevoegde autoriteiten (in overeenstemming met de nationale wetgeving) de bevoegdheid geven een online service provider te bevelen de rechthebbende informatie te geven om de houder te identificeren wiens account wordt vermoed te zijn gebruikt om inbreuk te maken, wanneer de rechthebbende een afdoende («legally sufficient») vordering wegens auteursrechtinbreuk heeft ingediend en de informatie nodig is ter bescherming of handhaving van dat recht. En ook als lidstaten van deze optie gebruik maken, moeten handelsbarrières en inbreuken op grondrechten voorkomen worden.

Ten slotte zijn in deze sectie bepalingen opgenomen die betrekking hebben op rechtsbescherming tegen het niet te goeder trouw omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen en op rechtsbescherming van elektronische informatie over het beheer van rechten tegen verwijdering en wijziging.

Hoofdstuk III – Handhavingspraktijken

Waar hoofdstuk II zich richt op bevordering van een meer effectieve handhaving via regelgeving, is hoofdstuk III gericht op de methoden die worden gebruikt door de autoriteiten die de regelgeving uitvoeren. Zo moeten de verdragspartijen er bijvoorbeeld voor zorgdragen dat de betrokken autoriteiten over gespecialiseerde expertise beschikken, dat er statistische en andere informatie verzameld en geanalyseerd wordt over inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten, dat er «best practices» worden uitgewisseld, dat er informatie over handhavingsprocedures, wetgeving en rechtspraak beschikbaar gesteld wordt voor het publiek en dat het publiek bewust gemaakt wordt van het belang van het respecteren van intellectuele-eigendomsrechten. Daarnaast moeten binnen iedere verdragsstaat de betrokken autoriteiten hun activiteiten coördineren en samenwerking stimuleren met adviesgroepen waarin andere betrokkenen zoals rechthebbenden vertegenwoordigd zijn en moet de efficiency van handhaving aan de grens verbeterd worden door internationale uitwisseling van informatie en overleg. Ten slotte moet de vernietiging van inbreukmakende goederen geschieden in overeenstemming met de nationale wetten inzake milieubescherming.

Hoofdstuk IV – Internationale samenwerking

Hoofdstuk IV gaat over internationale samenwerking tussen de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de handhaving, inclusief strafrechtelijke en douane-handhaving, en bevat onder andere de erkenning dat de internationale samenwerking bij de handhaving van vitaal belang is, evenals het delen van relevante informatie, zoals statistische gegevens, informatie over «best practices» en de daarmee samenhangende nationale wetten. Verder zullen verdragspartijen zich inspannen capaciteit en technische steun te bieden aan andere verdragspartijen ter verbetering van handhaving (o.a. training van douanemedewerkers) ook in samenwerking met de private sector en internationale organisaties.

Hoofdstuk V – Institutionele afspraken

Hoofdstuk V bevat bepalingen die nodig zijn voor de institutionele structuur, met inbegrip van vraagstukken in verband met de uitvoering van de overeenkomst. Iedere verdragsstaat zal een lid afvaardigen ten behoeve van het zogenaamde ACTA-Comité, een soort algemene vergadering die minimaal eenmaal per jaar vergadert over de implementatie en het functioneren van het verdrag, die wijzigingen kan aanbrengen en zal beslissen over de voorwaarden voor toetreding voor nieuwe partijen. Besluitvorming geschiedt in beginsel bij consensus. De procedureregels van het Comité moeten nog worden opgesteld.

Hoofdstuk VI – Slotbepalingen

De slotbepalingen bevatten bijzonderheden over de wijze waarop de overeenkomst zal functioneren, zoals wanneer ACTA in werking zal treden, hoe een verdragspartij zich kan terugtrekken, hoe de overeenkomst gewijzigd kan worden en wanneer een land partij bij de overeenkomst kan worden.

Ad. 4. Internetconsultatie: verslag hiervan en de reactie/inzet van Nederland

Zoals toegezegd en reeds aangekondigd in de brief aan uw Kamer van 20 juli 2010 heeft, naar aanleiding van de openbaarmaking van de concept-tekst na de onderhandelingsronde in Wellington, een consultatie van het publiek plaatsgevonden. Van 15 juni tot en met 15 augustus 2010 konden alle belanghebbenden via de website www.internetconsultatie.nl een reactie op (de concept-tekst van) ACTA geven. In totaal zijn 62 reacties ontvangen, 58 via voornoemde website en vier op andere wijze. Van de 58 via de website verkregen reacties hebben 38 respondenten kenbaar gemaakt dat hun reactie na sluiting van de termijn openbaar kon worden gemaakt, hetgeen ook is geschied.6 Als gevolg van een Wob-verzoek is op een later tijdstip alsnog een aantal niet openbaar gemaakte reacties openbaar gemaakt.7 Dit gebeurde met instemming van de respondenten. Na de publicatie van de concept-tekst na afloop van de onderhandelingsronde in Tokio in oktober 2010 is besloten geen nieuwe consultatie uit te schrijven. Deze concept-tekst lag, op een beperkt aantal punten na, tussen de ACTA-partijen vast en het streven was deze op korte termijn af te ronden.

Het kabinet is zich bewust van de grote belangstelling voor ACTA bij de verschillende belanghebbenden, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld en de industrie, en heeft de meningen respectievelijk de inbreng van belanghebbenden gedurende het gehele onderhandelingstraject nauwlettend in de gaten gehouden. Het betreft hier niet alleen de reacties op de internetconsultatie, maar ook de vele reacties, commentaren etc. die gegeven werden en worden via de Tweede Kamer, burgerbrieven, kranten, weblogs, digitale nieuwsbrieven etc. Met deze reacties is tijdens de (voorbereiding van de) onderhandelingen rekening gehouden, maar daar moet bij vermeld worden dat dit maar tot op zekere hoogte mogelijk was. Nederland en de EU hebben bij aanvang van de onderhandelingen het standpunt ingenomen dat ACTA niet tot wijziging van huidige Nederlandse wetgeving en het EU-acquis mocht leiden. Daarnaast zal ACTA alleen betrekking hebben op de manier waarop bedrijven en burgers hun rechten kunnen afdwingen in de rechtszaal, bij de buitengrenzen of in de digitale omgeving. Het creëert geen nieuwe intellectuele-eigendomsrechten, noch bepaalt het de duur, de reikwijdte van de bescherming, de wijze van verkrijging of overname hiervan. De ACTA-verdragsstaten zullen de intellectuele-eigendomsrechten handhaven overeenkomstig de nationale definities hiervan. Zij worden niet gedwongen om de het handhavingspotentieel in bepaalde mate te verdelen tussen de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en de rechtshandhaving in het algemeen. Het Nederlandse uitgangspunt dat strafrechtelijke handhaving van intellectuele-eigendomsrechten ultimum remedium is, wordt door ACTA dus ongemoeid gelaten. Bovendien grijpt ACTA niet in in de nationale vrijheid om de handel op internet te regelen. Ten slotte liepen de meningen van de belanghebbenden over ACTA sterk uiteen. Met inachtneming van de uitgangspunten van ACTA – de bevordering van handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in het algemeen en de bestrijding van namaak en piraterij in het bijzonder waarbij fundamentele rechten en burgerlijke vrijheden worden gerespecteerd – zijn al deze meningen zorgvuldig meegewogen.

De inhoud van de reacties op de internetconsultatie kunnen onderverdeeld worden in een aantal categorieën. Deze categorieën worden hieronder nader beschreven, waarna een reactie van onze zijde volgt.

Zoals hiervoor is aangegeven is de consultatie gehouden aan de hand van de concept-tekst die na de 8e onderhandelingsronde in Wellington, Nieuw Zeeland is gepubliceerd. Sindsdien hebben er nog 3 rondes plaatsgevonden en is de tekst gewijzigd (waaronder aanzienlijke wijzigingen in sectie 5 van hoofdstuk 2 over handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving). Dit heeft tot gevolg dat er opmerkingen zijn gemaakt over artikelen die nu niet langer meer in ACTA staan. Dit is het onvermijdbare gevolg van een consultatie over een concept-tekst die destijds nog in onderhandeling was. Dit is ook als bezwaar tegen de consultatie opgemerkt door een vijftal respondenten.

Burgerlijke vrijheden – balans

Een groot aantal respondenten geeft aan dat ACTA geen rekening houdt met fundamentele burgerrechten dan wel vrijheden als de vrijheid van meningsuiting en privacy inperkt; het zou een machtsmiddel van grote bedrijven (waaronder de entertainmentindustrie) lijken te zijn. Gewezen is op de belangen van kleine bedrijven, burgers en consumenten. Daarentegen geeft een aantal respondenten aan dat ACTA een goed initiatief is om tot een internationaal verdrag te komen met als doel een standaard op het gebied van handhaving van intellectuele-eigendomsrechten om namaak en piraterij effectief te bestrijden. Een respondent geeft aan dat ACTA echter doelt op een minimumset van verplichtingen met als gevolg dat de vraag naar aanvullende maatregelen blijft bestaan.

Ook in andere reacties wordt gesteld dat er in ACTA een balans moet zijn tussen de exploitatie van intellectuele-eigendomsrechten en de beperkingen op deze exclusieve rechten. Het is volgens enkele respondenten de taak van de overheid hiertoe voldoende «checks and balances» (waaronder eisen van proportionaliteit en subsidiariteit) in ACTA in te bouwen.

Als gevolg van het gebrek aan transparantie is bij sommigen de indruk ontstaan dat ACTA een verdrag is dat enkel gericht lijkt te zijn op grote (entertainment-)bedrijven. Wij kunnen ons daar niet in vinden. ACTA is een evenwichtige overeenkomst, waarin rekening is gehouden met opvattingen van leden van de Tweede Kamer en het Europees Parlement, niet-gouvernementele organisaties en andere stakeholders. Voor wat betreft de eerbiediging van de grondrechten, privacy en gegevensbescherming is bijvoorbeeld in artikel 4 lid 1, betreffende privacy en openbaarmaking van informatie, bepaald dat «niets in deze overeenkomst een partij verplicht tot openbaar maken van informatie waarvan openbaarmaking in strijd zou zijn met eigen wetgeving of internationale overeenkomsten» (met inbegrip van wetten ter bescherming van het recht van de persoonlijke levenssfeer). In artikel 27 lid 2 inzake handhaving in de digitale omgeving wordt ook het belang van «het behoud van de fundamentele beginselen zoals de vrijheid van meningsuiting, eerlijk proces en privacy» benadrukt.

De balans komt ook naar voren in het instandhouden van procedurele rechten en waarborgen zoals bepaald in het nationale civiele en strafrechtelijk procesrecht. In artikel 6 lid 2 is uitdrukkelijk bepaald dat elke procedure eerlijk en billijk moet zijn en dat de rechten van alle deelnemers aan de procedure moeten worden beschermd. Daarnaast bevat ACTA ook een aantal specifieke bepalingen voor de bescherming van vermeende inbreukmakers. Zo kan de aanvrager van een voorlopige maatregel gevraagd worden zekerheid te stellen en kan hij worden verplicht om compensatie te bieden voor schade veroorzaakt door deze voorlopige maatregelen.

Transparantie

De meeste reacties op de consultatie betreffen het gebrek aan transparantie over ACTA dan wel de mening dat ACTA op ondemocratische wijze tot stand is gekomen. Het openbaarmaken van de teksten na de 8e onderhandelingsronde en de internetconsultatie wordt door sommigen wel als een stap in de goede richting gezien.

Het is niet ongebruikelijk dat onderhandelingen over een concept-tekst van een handelsovereenkomst vertrouwelijk plaatsvinden. Hierdoor kunnen de deelnemers vrijuit en in vertrouwen van gedachten wisselen, wat de onderhandelingen en het sluiten van compromissen over complexe vraagstukken vergemakkelijkt. Nederland heeft zich de vele protesten van het publiek op dit gebied aangetrokken en zich in een vroeg stadium – waar maar mogelijk – zeer regelmatig en uitdrukkelijk gepleit voor meer transparantie in het onderhandelingsproces. Deze inspanningen hebben er mede toe geleid dat dit onderwerp tijdens de voorbereidingen van de onderhandelingsrondes binnen de EU steeds nadrukkelijker op de agenda kwam te staan en er ook vanuit de EU meer en meer werd aangedrongen op openbaarmaking van een tekst. Dat had effect, aangezien na de 8e en 11e onderhandelingsronde de concept-ACTA tekst werd gepubliceerd. Daarnaast is in informatie aan uw Kamer en op rijksweb.nl zo veel mogelijk informatie over de voortgang van de onderhandelingen gepubliceerd.

TRIPS-Verdrag

Enkele respondenten hebben opgemerkt dat ACTA consistent moet zijn met het TRIPS-verdrag en niet in conflict mag komen met de flexibiliteit die hierin is opgenomen. Anderen zijn van mening dat handhaving van intellectuele-eigendomsrechten niet thuis hoort in een handelsovereenkomst, maar bij de WIPO of de WTO.

Zoals hiervoor onder 1. al is aangegeven, zijn de ACTA-onderhandelingen niet gevoerd onder de paraplu van een internationale organisatie, maar als een gezamenlijke inspanning van de deelnemende landen om tezamen de strijd tegen mondiale inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten, aan te gaan. Om dit te kunnen doen bouwt ACTA voort op het TRIPS-Verdrag en op het eerder verrichtte belangrijke werk van WIPO, WTO en andere organisaties. Daarnaast zijn in de preambule en de tekst van ACTA het TRIPS-Verdrag en de principes van de 2001 Doha Verklaring (Verklaring van Doha inzake de TRIPS-overeenkomst en de Openbare Gezondheid) uitdrukkelijk erkend.

Scope van ACTA

De respondenten zijn zeer verdeeld over de scope van ACTA en de reacties lopen uiteen: ACTA zou alleen namaak, of alleen namaak en piraterij dan wel alle intellectuele-eigendomsrechten moet betreffen. Ook wordt aangegeven dat ACTA zich niet over octrooien mag uitstrekken omdat, ook na verwijdering van dit recht uit hoofdstuk 2 – sectie 3 over maatregelen aan de grens, er nog steeds gevaar is voor de goede toegang van medicijnen en groene technologie. Een respondent merkt op dat ACTA integraal octrooien moet omvatten omdat het niet-EU-concurrenten dan erg gemakkelijk wordt gemaakt en dit afbreuk zal doen aan het EU-concurrentievermogen. Weer anderen menen dat het EU-acquis leidend moet zijn.

Voor het kabinet is ook op dit onderwerp leidend geweest dat ACTA niet minder ver mag gaan dan het TRIPS-Verdrag en niet verder mag gaan dan het EU-acquis. Voor die onderwerpen die nog niet tot het EU-acquis behoren, zoals de strafrechtelijke handhaving, is ongewijzigde instandhouding van de Nederlandse wetgeving het uitgangspunt geweest in de onderhandelingen.

Inhoud van ACTA

Hoofdstuk 2 – sectie 4: strafrechtelijke handhaving

Volgens sommige respondenten moet dit hoofdstuk beperkt blijven tot namaak en piraterij dan wel moet de scope hiervan niet ingeperkt worden indien de nationale strafwetgeving een bredere bescherming biedt. Daarnaast is de legitimiteit van strafrechtelijke maatregelen regelmatig onderwerp van discussie. Volgens diverse respondenten moet het strafrecht nationaal geregeld worden, anderen zijn van mening dat ACTA leidt tot het criminaliseren van burgers en tot hoge schadevergoedingen. Een tweetal respondenten verzet zich tegen het strafbaar stellen van downloaden en van het aansporen daartoe.

De beoogde focus van dit onderdeel ligt op het vervolgen van inbreukmakende activiteiten die worden gepleegd op commerciële schaal, die voortkomen uit criminele organisaties of die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en veiligheid. ACTA zal geen impact hebben op de mogelijkheden van burgers om legale goederen te kopen en te gebruiken en bestanden te downloaden en respecteert de fundamentele rechten en burgerlijke vrijheden.

Hoofdstuk 2 – sectie 3: maatregelen aan de grens

Ook bij de douane-maatregelen lopen de meningen over de scope uiteen: een aantal respondenten is van mening dat dit onderdeel niet van toepassing mag zijn op octrooien, anderen vinden dat dit hoofdstuk onverkort van toepassing moet zijn op alle intellectuele-eigensomrechten. Diverse respondenten uiten hier zorg over de toegang tot medicijnen. Door de uitbreiding van de maatregelen in dit hoofdstuk naar goederen in transit is het mogelijk aldaar vermeende inbreukmakende medicijnen tegen te houden. Een respondent meent dat douanebeslag en vernietiging ook in transit mogelijk moeten zijn, behalve als duidelijk is dat er geen sprake is van inbreuk in het land van bestemming en de bestemming niet gewijzigd kan worden.

Naar onze mening zal ACTA de toegang tot betaalbare geneesmiddelen voor ontwikkelingslanden niet bemoeilijken. De onderhandelende partijen hebben ook herhaaldelijk benadrukt dat de overeenkomst niet het grensoverschrijdende verkeer van geneesmiddelen zal belemmeren. Om dit kracht bij te zetten zijn in deze sectie (en in het hoofdstuk over strafrechtelijke handhaving) octrooien uitdrukkelijk van de scope uitgesloten. Ook verwijzen wij naar de uitdrukkelijke erkenning in de preambule en tekst van ACTA van het TRIPS-Verdrag en de principes van de 2001 Doha Verklaring. De EU-Douaneverordening 1383/2003 inzake optreden bij inbreuken op intellectuele eigendom is overigens vele malen gedetailleerder dan dit ACTA-hoofdstuk.

Eerder is gesuggereerd dat de douane onder ACTA systematisch persoonlijke bagage van reizigers zou kunnen onderzoeken. Dit is niet juist, ACTA bevat geen verplichtingen voor juridische autoriteiten om persoonlijke bagage van reizigers te onderzoeken op bijvoorbeeld MP3-spelers, nagemaakte producten of iets dergelijks. Integendeel, krachtens artikel 14, de «de minimis-bepaling», zijn verdragspartijen gerechtigd dergelijke goederen van de werking van deze sectie uit te sluiten.

Hoofdstuk 2 – sectie 5: handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving

Een respondent merkt op dat dit hoofdstuk niet alleen auteursrechtelijk beschermde werken, maar ook modellen moet omvatten. Daarnaast zou ook «hadopi»-achtige regelgeving (dat wil zeggen dat consumenten die driemaal auteursrechtelijk beschermde werken downloaden uit illegale bron door hun service-providers van internet moeten worden afgesloten) onder de scope van deze sectie vallen, want dit zou in overeenstemming zijn met het EU-acquis. Een andere respondent geeft aan dat er eerst een fundamentele herbezinning van de informatievrijheid en intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving moet plaatsvinden. Anderen menen dat de overheid moet zorgen voor goede toegankelijkheid en betaalbaarheid van informatie. Ook hier is verdeeldheid over de mate van handhaving. Sommige respondenten zijn van mening dat het internet volledig vrij moet zijn en dat een ieder vrij moet zijn om te kopiëren en werken te wijzigen, terwijl anderen stellen dat een strenge handhaving noodzakelijk is.

Veel reacties betreffen internetregulering en de rol van internet service providers (ISP’s) bij inbreuken. Enerzijds zijn diverse respondenten van mening dat de safe harbour gehandhaafd moet blijven en dat ISP’s niet verplicht mogen worden tot het nemen van onevenredige maatregelen om internetpiraterij tegen te gaan, zoals het filteren van internet-verbindingen, monitoring en het actief opsporen van inbreukmakers. Ook zouden volgens sommigen ISP’s de privacy schenden van burgers door het openbaarmaken van de identiteit van abonnees. Een respondent meent dat, indien wordt gedacht aan «notice and takedown», eerst een beoordeling van het vermeende onrechtmatige materiaal moet plaatsvinden alvorens het wordt verwijderd. Anderzijds vinden diverse respondenten dat de sectie over handhaving in de digitale wereld in ACTA thuishoort en hierin ook afspraken opgenomen moeten worden over de verantwoordelijkheden van ISP’s. Ook dient er geen beperking van aansprakelijkheid van ISP’s opgenomen te worden. Daarnaast moet ACTA bescherming bieden voor zowel technologische maatregelen die de toegang tot online aangeboden werken regelen, als technologische maatregelen die ongeautoriseerd gebruik van werken tegengaan. Een respondent merkt op dat piraterij alles kapot maakt: de industrie neemt als reactie hierop extra beveiligingmaatregelen waarvan de burgers de dupe zijn. Piraten stellen dat hun handelen gerechtvaardigd wordt door de vrijheid van meningsuiting, maar onduidelijk is wat dit te maken heeft met illegaal downloaden. Piraten stelen, richten schade aan en duperen bedrijven en burgers en zij dienen daarom hard aangepakt te worden, aldus de respondent.

Meer in het algemeen geeft een aantal respondenten aan dat het overheidshandelen ten aanzien van het beoogde effect proportioneel moet zijn: zijn de sancties in ACTA passend ten aanzien van de fundamenteel andere problemen rond internetpiraterij? Anderen menen dat niemand vóór piraterij is, maar dat bepaalde branches er verouderde handelspraktijken op blijven nahouden. Er zijn echter volgens hen betere verdienmodellen dan handhaving van rechten door ACTA.

Naar onze mening leidt ACTA niet tot een wijziging van de geldende juridische situatie met betrekking tot het internet omdat het verdrag overeenkomstig de Nederlandse wet respectievelijk EU-regelgeving op dit gebied is. De algemene verplichting van de verdragspartijen om de wet ook te handhaven met betrekking tot het internet, met inbegrip van fundamentele eerbiediging van ieders rechten, is nu al onderdeel van ons rechtssysteem. Zoals in de speerpuntenbrief auteursrecht 20©20 is aangegeven, moet ook op internet rechtmatig gebruik de norm worden (Kamerstukken II 2010/11, 29 838, nr. 29, p. 3). De regels voor de bescherming van technische voorzieningen en van de elektronische informatie over het beheer van rechten zijn gelijk aan het toepasselijke recht in de EU en vereisen daarom geen wijziging. Het recht van de rechthebbende op informatie van een ISP is een optionele bepaling; het is overgelaten aan de verdragspartijen om te beslissen of ze deze bepaling in hun nationale wetgeving willen implementeren. Om nog maar eens te herhalen: ACTA bevat ook geen verplichtingen waardoor gebruikers door de herhaalde inbreuk op het auteursrecht worden uitgesloten van toegang tot internet (zgn. «three strikes, you're out» of dergelijke bepalingen overeenkomstig de Franse Hadopi-wet, zie ook hierboven).

Nederlandse wetgeving en EU-acquis

De inzet van Nederland in de onderhandelingen is steeds geweest om de productie van en handel in nagemaakte en illegaal gekopieerde goederen effectief te kunnen bestrijden. Het daarbij ingenomen uitgangspunt is gehandhaafd: ACTA zal niets veranderen aan de Nederlandse en EU-regelgeving die betrekking hebben op de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. Beide zijn reeds aanzienlijk meer geavanceerd dan de huidige internationale normen.

Het EU-acquis op het gebied van handhaving van intellectuele-eigendomsrechten omvat:

  • Richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten van 29 april 2004;

  • Verordening 1383/2003 inzake optreden van de douane tegen inbreukmakende goederen van 22 juli 2003;

  • Richtlijn 2001/29 inzake het auteursrecht in de informatiemaatschappij van 22 mei 2001;

  • Richtlijn 2000/31 betreffende de elektronische handel van 8 juni 2000;

  • Privacyrichtlijn 95/46 en Richtlijn 2002/58 betreffende privacybescherming van 24 oktober 1995 respectievelijk 12 juni 2002;

  • Telecom Reformpakket, met inbegrip van het regelgevingskader voor elektronische communicatie (Verordening 1211/2009, Richtlijn 2009/136 en Richtlijn 2009/140), alle van 25 november 2009.

Behalve deze regelgeving, waarvan op dit moment Richtlijn 2004/48, Richtlijn 2000/31 en Verordening 1383/2003 worden geëvalueerd en als gevolg hiervan wellicht zullen worden aangepast, wordt op Europees niveau al enige tijd gewerkt aan een gezamenlijke aanpak van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten in het algemeen en de bestrijding van namaak en piraterij in het bijzonder. Op 25 september 2008 heeft de Commissie de Mededeling «Een strategie inzake intellectuele-eigendomsrechten» aan de Raad gepresenteerd8. De Raad heeft daarop een Resolutie aangenomen om een Europees plan voor de bestrijding van namaak en piraterij op te stellen en daarbij vooral aandacht te besteden aan andere dan wetgevingsmaatregelen (Pb. EU. 2008, C 253). In deze Resolutie verzocht de Raad de Commissie en lidstaten om passende acties te ondernemen teneinde namaak en piraterij doeltreffend te bestrijden. Met de mededeling van 11 september 2009 «Voor een versterkte handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de interne markt», geeft de Commissie uitvoering aan de oproep tot een Europees plan.9 In aanvulling op het bestaande regelgevingskader kondigt de Commissie drie verschillende soorten niet-wetgevende maatregelen aan: invulling van de taken via een Europees Waarnemingscentrum, bevordering van administratieve samenwerking in de interne markt en het mogelijk maken van convenanten tussen belanghebbende partijen. Ten slotte heeft de Raad, op basis van voornoemde mededeling uit 2009, op 1 maart 2010 de resolutie «Handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de interne markt» aangenomen10. Met deze resolutie geeft de Raad een duidelijke boodschap af haar inspanningen op dit gebied te willen vergroten, met een centrale rol voor het Europees Waarnemingscentrum, waarbij de nadruk ligt op het verzamelen en analyseren van informatie en een betere samenwerking tussen autoriteiten.

Nederland heeft de resolutie gesteund en met name de nadruk die hierin wordt gelegd op het belang van goede en vergelijkbare informatie over inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten. Het is van groot belang dat betrokken instanties (zowel privaat als publiek) van elkaars activiteiten op de hoogte zijn en informatie daarover uitwisselen. Met wetgeving alleen kan de EU de strijd tegen namaak en piraterij niet winnen. Juist op het punt van betere informatie-uitwisseling, administratieve samenwerking en bewustwording kan de EU nog een belangrijke slag slaan. Omdat inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten in het algemeen en namaak en piraterij in het bijzonder niet ophouden aan de grens (van Nederland dan wel de EU), is het noodzakelijk dat er op dit vlak met landen buiten de EU wordt samengewerkt om dit probleem daadwerkelijk te kunnen aanpakken. Door middel van ACTA wil men dit realiseren. Het feit dat ACTA geen wijziging in Nederlandse respectievelijk Europese regelgeving vereist, wil niet zeggen dat dit verdrag daarom geen nut heeft. Omdat ACTA gesloten zal worden tussen diverse landen en na verloop van tijd ook wordt opengesteld voor toetreding door derde landen, ontstaat een sterk en modern kader voor de handhaving van deze rechten. Door internationale samenwerking en de uitwisseling van «best practices» kunnen handhavingsinstanties, rechthebbenden en andere belanghebbenden informatie en succesvolle praktijken delen, en samenwerken. Daarnaast hebben handhavingsinstanties, rechterlijke macht, en rechthebbenden de meest up-to-date instrumenten in handen om effectief grootschalige namaak en piraterij, die vaak voortkomen uit criminele activiteiten en/of een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en veiligheid, te bestrijden. Overigens heeft de Commissie op 24 mei jl. de Mededeling Een eengemaakte markt voor intellectuele-eigendomsrechten – Creativiteit en innovatie bevorderen met het oog op economische groei, kwaliteitsjobs en eersteklasproducten en -diensten in Europa goedgekeurd en gepresenteerd.11 Deze mededeling bevat een strategische visie van de Commissie en voorziet in een reeks essentiële beleidsmaatregelen op korte en lange termijn op uiteenlopende terreinen, waaronder de bestrijding van inbreuken op en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Uw Kamer wordt door middel van een BNC-fiche op korte termijn over dit voorstel geinformeerd.

Ad. 5. Afronding van ACTA

Nu de ACTA onderhandelingen zijn afgerond, is het aan elke ACTA-partij, in overeenstemming met haar interne procedures om te beslissen of en wanneer ACTA voor haar in werking treedt. Voor Nederland respectievelijk de EU gelden de volgende procedures. In Europees verband dient ten eerste goedkeuring door het College van Commissarissen verleend te worden. De lidstaten zullen de Commissie ook uitdrukkelijk moeten machtigen om ACTA te ratificeren, ook al valt het binnen de competentie van de EU. Daarbij is unanimiteit nodig. Vervolgens is goedkeuring en ondertekening van ACTA door de Raad vereist. Voordat ACTA in de EU in werking kan treden dient ook het Europees Parlement, op grond van het Verdrag van Lissabon, met ACTA in te stemmen. Overigens heeft het Europees Parlement op 24 november 2010 een resolutie aangenomen.12 De Europarlementariërs, die een vetorecht hebben over internationale akkoorden die de EU afsluit, gaven aan zich ervan bewust te zijn dat de bereikte overeenkomst geen definitieve oplossing biedt voor de complexe en multidimensionale problematiek van namaak, maar wel een goede stap in de richting is.

In de resolutie is bepaald dat de ontwerptekst tegemoet komt aan de belangrijkste bedenkingen die het Parlement had geformuleerd en verwelkomt het Europees Parlement de herhaalde verklaringen van de Commissie, namelijk dat ACTA de bestaande wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten niet zal veranderen. Bovendien wijst de tekst erop dat de bestaande EU-wetgeving al een stuk verder gaat dan de huidige internationale voorschriften.

De Europese Commissie heeft bevestigd dat ACTA een gemengde overeenkomst is met bevoegdheden voor zowel de Europese Commissie als de afzonderlijke lidstaten, waardoor zowel de EU als haar lidstaten partij bij ACTA zullen zijn. En dus zal ACTA ook in alle afzonderlijke lidstaten de nationale parlementaire procedure moeten doorlopen. Voor Nederland betekent dit dat aan de Tweede en Eerste Kamer een goedkeuringswet wordt voorgelegd om ACTA te ratificeren.

De verdragspartijen en andere WTO-leden die door de verdragspartijen bij consensus worden toegelaten, kunnen het verdrag ondertekenen tussen 1 mei jl. en 1 mei 2013. Hierna kan elk WTO-lid een verzoek tot toetreding doen. ACTA zal inwerkingtreden 30 dagen na het neerleggen van de zesde verklaring van ratificatie. Voor ieder volgend land treedt het verdrag in werking 30 dagen na het neerleggen van de ratificatieverklaring.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven


X Noot
1

Kamerstukken II 2009/10, 21 501-33, nr. 266.

X Noot
2

Kamerstukken II 2009/10, 21 501-33, nr. 285.

X Noot
3

OECD: Magnitude of counterfeiting and piracy of tangible products: an update, november 2009.

X Noot
4

European Commission: Report on EU Customs enforcement of intellectual property right result at EU border 2009.

X Noot
5

Zie: http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2010/april/tradoc_146029.pdf

X Noot
20

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
6

Zie: http://www.internetconsultatie.nl/acta

X Noot
7

Zie: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/wob-verzoeken/2010/11/29/deelbeschikking-wob-verzoek-openbaarmaking-acta-consultatie-deel-2–4.html

X Noot
8

Zie: http://www.consilium.europa.eu/ueDocs/cms_Data/docs/pressData/en/intm/103037.pdf

X Noot
9

Zie: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2009:0467:FIN:NL:PDF

X Noot
10

TK 2009–2010 22 112-953.

X Noot
11

http://ec.europa.eu/internal_market/copyright/docs/ipr_strategy/COM_2011_287_en.pdf

X Noot
12

B7–0618/2010Z – Resolutie van het Europees Parlement van 24 november 2010 over de handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak (ACTA). Zie: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2010–0432+0+DOC+XML+V0//NL&language=NL