Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201021501-33 nr. 285

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 285 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juli 2010

Hierbij willen wij u nader informeren over de voortgang van de onderhandelingen over een verdrag op het terrein van de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, het Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA). Tevens wordt ingegaan op de brief van de heer M. te A. die wij op 22 april jl. van u ontvingen en waarop u een reactie wenst te ontvangen (2010ZO6813/2010D1994).

In onze brief van 15 maart jl. (kamerstukken II 2009/10, 21 501-33, nr. 266) over de ACTA-onderhandelingen hebben wij u bericht dat Nederland zich, samen met andere landen, onverkort sterk maakt voor transparantie van het ACTA-onderhandelingsproces en van de ontwerpverdragstekst omdat het publiek, de Tweede Kamer en het Europees Parlement duidelijkheid dienen te krijgen over hetgeen concreet besproken wordt. Wij zijn verheugd te kunnen melden dat deze inspanningen ertoe hebben bijgedragen dat de geanonimiseerde concepttekst van ACTA eind april jl. op het internet is gepubliceerd.1

Inhoud van de gepubliceerde concepttekst

Het streven is dat ACTA zich richt op toenemende internationale samenwerking op het gebied van handhaving van intellectuele eigendomsrechten, de uitwisseling van «best practices» op dit terrein en het bewerkstelligen van een effectief juridisch kader voor de bestrijding van namaak en piraterij. De verdragsluitende partijen maken daarbij minimumafspraken op het terrein van de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Het ontwerpverdrag bestaat uit zes hoofdstukken, waarin de verdragspartijen de volgende verplichtingen op zich nemen:

  • Hoofdstuk 1 – Inleidende bepalingen en definities: verhouding tot andere overeenkomsten, reikwijdte en definities.

  • Hoofdstuk 2 – Juridisch kader voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, onderverdeeld in vijf afdelingen:

    • Afdeling 1 – Algemene bepalingen.

    • Afdeling 2 – Civielrechtelijke handhaving: zorg dragen voor procedures in geval van inbreuk, uit de markt halen van inbreukmakende goederen, schadevergoeding en winstafdracht, proceskostenveroordeling, verstrekken van informatie over de herkomst en distributiekanalen van de inbreukmakende goederen, het treffen van voorlopige maatregelen om een inbreuk te voorkomen en beslaglegging.

    • Afdeling 3 – Douanemaatregelen: op verzoek van de rechthebbende en op eigen initiatief door de douane tegenhouden van mogelijk inbreukmakende goederen, het informeren van rechthebbenden over op eigen initiatief tegengehouden goederen, een uitzondering voor een hele kleine hoeveelheid inbreukmakende goederen zonder handelsoogmerk in reizigersbagage, het verstrekken van een garantstelling door degene die om douaneoptreden vraagt en het vaststellen van de inbreuk van de tegengehouden goederen naar nationaal recht.

    • Afdeling 4 – Strafrechtelijke handhaving: zorg dragen voor procedures en straffen in geval van opzettelijke inbreuk op commerciële schaal, aansprakelijkheid van rechtspersonen, strafbare deelnemingsvormen, inbeslagneming en confiscatie van o.a. inbreukmakende goederen, ambtshalve optreden door de bevoegde autoriteiten en het garanderen van de bescherming van de rechten van de verdachten.

    • Afdeling 5 – Handhavingsprocedures in een digitale omgeving: zorg dragen voor procedures in geval van inbreuk, aansprakelijkheid van derden voor hun betrokkenheid bij IE-inbreuken, beperking van aansprakelijkheid van internetserviceproviders (ISP) die geen enkele actieve betrokkenheid hebben bij inbreukmakende activiteiten via internet, mogelijkheid om ISP’s te veroordelen, mee te werken aan het verwijderen van inbreukmakende activiteiten op internet, bescherming tegen het omzeilen van technologische beschermingsmaatregelen en bescherming van informatie met betrekking tot rechtenbeheer (digital rights management).

  • Hoofdstuk 3 – Internationale samenwerking: delen van informatie en opbouwen van capaciteit en technische hulp.

  • Hoofdstuk 4 – Handhavingspraktijken: verzamelen van statistische informatie, internationale coördinatie van activiteiten, verbetering van douane-inspecties, publiceren van nationale IE-wetgeving, publiciteitscampagnes over belang van IE-bescherming.

  • Hoofdstuk 5 – Institutionele afspraken: oprichting van Comité van Toezicht die implementaties evalueert en geschillen oplost, functie van het secretariaat, overleg en mogelijkheid tot uitnodigen waarnemers zoals internationale organisaties of non-gouvernementele organisaties.

  • Hoofdstuk 6 – Slotbepalingen: notificeren van uitvoering van het verdrag, toetreding, inwerkingtreding en wijziging van het verdrag.

Consultatie

Nu de concepttekst openbaar is, is ook de in de hiervoor genoemde brief van 15 maart jl. toegezegde consultatie van het publiek inmiddels van start gegaan. Op www.internetconsultatie.nl, de website die is opengesteld in het kader van het rijksbrede experiment met internetconsultatie bij departementale voorbereiding bij wetgeving, is de gepubliceerde concepttekst (in het Engels en in het Nederlands) met een korte toelichting geplaatst en kunnen alle belanghebbenden een reactie hierop achterlaten. De consultatie staat open tot en met 15 augustus a.s. Binnen vijf werkdagen na sluiting van de inspraakperiode worden de reacties op de website openbaar gemaakt.

Op deze manier worden de bijdragen voor iedereen zichtbaar en kan kennis worden genomen van de input van andere actoren. Alle bijdragen die tegemoet komen aan de voorwaarden voor deelname aan het experiment met internetconsultatie, en waarvan de afzender geen bezwaar heeft gemaakt tegen openbaarmaking, worden met vermelding van de naam gepubliceerd. Dus ook de reacties die minder bruikbaar lijken. Van de ingekomen reacties wordt vervolgens een verslag opgesteld. Hierin staan de resultaten van de internetconsultatie op hoofdlijnen en wordt tevens aangegeven hoe met deze resultaten is omgegaan. Het verslag zal eerst naar uw Kamer worden gestuurd en daarna ook op de website www.internetconsultatie.nl worden geplaatst. Op dit moment kan nog geen tijdstip hiervoor worden aangegeven, dat is namelijk afhankelijk van de voortgang van de ACTA-onderhandelingen.

Inzet van Nederland

De inzet van Nederland in de onderhandelingen is om de productie van en handel in nagemaakte en illegaal gekopieerde goederen effectief te bestrijden. Daarbij is het uitgangspunt dat ACTA niet verder zal gaan dan de huidige EU-regelingen die betrekking hebben op de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Dit EU-acquis geeft aan wat de grenzen zijn die de Commissie in acht moet nemen in de onderhandelingen namens de lidstaten. Het gaat hierbij vooral om Richtlijn 2000/31/EG betreffende de elektronische handel, Richtlijn 2001/29/EG inzake het auteursrecht in de informatiemaatschappij, Richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, de Kaderrichtlijn Elektronische communicatienetwerken 2009/140/EG en Verordening 1383/2003 inzake optreden van de douane tegen inbreukmakende goederen. Tevens dient daarbij de bescherming van persoonsgegevens, zoals geregeld door de algemene privacyrichtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG betreffende privacybescherming in de telecommunicatiesector, in acht genomen te worden. Het bestaande EU-acquis is ook de inzet van Nederland voor de onderhandelingen over het mandaat van de Europese Commissie in de ACTA-onderhandelingen; het verdrag dient binnen de grenzen van het EU-acquis te blijven. Dit betekent o.a. dat Nederland alert blijft dat in ACTA geen bepalingen worden opgenomen over het afsluiten van internet van consumenten die auteursrechtelijk beschermde werken downloaden (zoals «three strikes out» bepalingen), en evenmin verplichtingen worden geïntroduceerd voor ISP’s om de inhoud van documenten, die via hen op internet geplaatst worden, te monitoren en te filteren.

In het ontwerpverdrag staat ook een hoofdstuk over strafrechtelijke handhaving, dat niet onder het mandaat van de EU-Commissie valt. Daarover onderhandelt het voorzitterschap na overleg met de EU-lidstaten. Op grond van de thans overeengekomen teksten is de verwachting dat het ACTA-Verdrag niet noopt tot aanpassing van de Nederlandse strafwetgeving. De in het ontwerpverdrag omschreven inbreuken kunnen in Nederland reeds strafrechtelijk worden gesanctioneerd. Verder omvat het strafrechtelijke hoofdstuk in het ontwerpverdrag vooral een aantal bepalingen inzake onderwerpen die min of meer standaard zijn terzake van strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen, strafbare deelnemingsvormen, en inbeslagneming en confiscatie.

Wat betreft het hoofdstuk over institutionele zaken heeft Nederland bepleit de ACTA-organisatie zo klein mogelijk te houden en dit hoofdstuk pas af te ronden zodra de hoofdstukken over handhaving afgerond zijn. Dit laatste geldt ook voor de overige hoofdstukken (zoals over definities en internationale samenwerking).

Voortgang onderhandelingen

Sinds de publicatie van de concepttekst op het internet heeft een nieuwe onderhandelingsronde plaatsgevonden in Luzern, Zwitserland van 28 juni tot en met 1 juli jl. Helaas hebben de ACTA-deelnemers geen overeenstemming kunnen bereiken over de publicatie van de aldaar tot stand gekomen concepttekst. Evenals voorheen zal Nederland zich onverkort sterk blijven maken dat de concepttekst na afloop van de volgende onderhandelingsronde(s) wel weer openbaar wordt gemaakt.

Ten aanzien van de resultaten die in de laatste onderhandelingsronde zijn geboekt, geldt de afspraak tussen de ACTA-deelnemers, die bij aanvang van de ACTA-onderhandelingen is gemaakt, om de inhoud van de ACTA-documenten en de onderhandelingen vertrouwelijk te behandelen echter nog altijd, waardoor wij er hier niet in detail op kunnen ingaan. Tijdens deze ronde is gesproken over de hoofdstukken en afdelingen betreffende algemene bepalingen, civielrechtelijke handhaving, douanemaatregelen, strafrechtelijke handhaving, handhavingsprocedures in een digitale omgeving, internationale samenwerking en institutionele afspraken. Verwijzend naar de door de ACTA-deelnemers na afloop van de onderhandelingen uitgegeven persverklaring (bijlage 1) zijn partijen o.a. overeengekomen dat ACTA:

  • niet bedoeld is om nieuwe intellectuele eigendomsrechten in het leven te roepen of om de omvang van bestaande intellectuele eigendomsrechten te wijzigen,

  • zich niet zal mengen in de fundamentele rechten en vrijheden van de individuele ACTA-deelnemers,

  • in overeenstemming zal zijn met de Wereldhandelsovereenkomst, het Verdrag inzake de Handelsaspecten van de Intellectuele Eigendom (TRIPS-Verdrag) en de DOHA-verklaring inzake de TRIPS-overeenkomst en de Openbare Gezondheid uit 2001,

  • doorvoer van generieke medicijnen niet zal belemmeren doordat octrooien geen onderdeel zullen uitmaken van afdeling 3 over Douanemaatregelen, en

  • geen verplichting aan douaneautoriteiten oplegt om reizigersbagage of persoonlijke elektrische apparaten te onderzoeken op inbreukmakend materiaal.

Het voornemen van de ACTA-deelnemers is eind juli met elkaar te spreken over meer technische aangelegenheden, waarna half september een nieuwe onderhandelingsronde zal plaatsvinden.

Brief van de heer M. te A. van 11 februari 2010

De heer M. verzet zich in zijn brief – kort gezegd – tegen de geheimhouding rond ACTA en geeft aan dat het voor de politiek essentieel is dat er goed naar de burgers wordt geluisterd. Hij vraagt u hier aandacht aan te besteden. Wij delen de mening van de heer M.. Zoals wij in onze brief van 15 maart jl. hebben aangegeven, hebben wij ons ingezet om tot meer openheid ten aanzien van het ACTA-proces en de ontwerpverdragstekst te komen, en ons voortdurende beroep hierop (tezamen met andere lidstaten en enkele andere ACTA-deelnemers) heeft geresulteerd in de publicatie van de concepttekst in april jl. Onzes inziens dient dit geen eenmalige actie te blijven, en wij blijven ons dan ook sterk maken voor meer transparantie. Wij achten het voorts van groot belang dat ondernemingen en personen die bedrijfsmatig worden geraakt door piraterij, alsook individuele burgers die bezorgd zijn over deze ontwikkelingen, worden gehoord. Juist om de visie van alle belanghebbenden over ACTA te vernemen, hebben wij een consultatie via internetconsultatie.nl opengesteld.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.