21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 876 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 september 2015

Graag informeer ik u over de uitkomsten van de informele Landbouwraad die plaatsvond van 13 tot en met 15 september 2015 te Luxemburg. Met deze brief en mijn brief van 10 september jl. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 874) geef ik uitvoering aan mijn toezegging uit het Algemeen Overleg van 3 september jl. om uitgebreid in te gaan op de uitkomsten van de Raad.

Daarnaast meld ik u hoe ik uitvoering geef aan enkele moties (Kamerstuk 21 501-32, nr. 872, nr. 873, nr. 854 en nr. 866) en informeer ik u over het protocol visserijpartnerschapsovereenkomsten.

Uitkomsten van de informele Raad

De Raad heeft tijdens de informele zitting op 15 september jl. steun gegeven aan het pakket maatregelen dat de Europese Commissie op 7 september heeft gepresenteerd (Kamerstuk 21 501-32, nr. 874) en op 15 september verder heeft verduidelijkt. In dit pakket stelt de Europese Commissie 500 miljoen euro beschikbaar voor de melkveehouderij en varkenshouderij die te kampen hebben met grote marktproblemen.

Nederland krijgt 29,94 miljoen euro voor de zuivelsector en varkenshouderij per 16 oktober 2015. Daarmee hebben slechts drie landen meer gekregen dan Nederland. Ik verwijs hiervoor naar het overzicht dat als bijlage is bijgevoegd1. Deze middelen kunnen voor marktproblemen in zowel de zuivel- als varkenssector worden ingezet. Dat is conform mijn inzet. Bovendien zijn mijn wensen voor de particuliere opslagregeling voor varkensvlees gehonoreerd (meer producten die opgeslagen kunnen worden, een hogere vergoeding en flexibiliteit in de periode van opslag). Ook zijn, mede op mijn verzoek, de controlevoorwaarden voor vervroegde uitbetaling van de directe steun versoepeld. Ik ben tevreden over het resultaat van de onderhandelingen, zeker gezien het feit dat de Nederlandse wensen in het maatregelenpakket zijn terug te vinden.

Met dit pakket is een krachtig Europees antwoord gegeven op de moeilijke situatie waar veel boeren in de genoemde sectoren zich momenteel in bevinden.

Inhoud maatregelenpakket

De Europese Commissie gaf aan goed geluisterd te hebben naar de opmerkingen en vragen van de lidstaten tijdens de Raad van 7 september jl. en deze meegenomen te hebben bij de verdere invulling van het pakket. De Europese Commissie bevestigde nogmaals dat het budget afkomstig is uit de beschikbare begrotingsmarge, met gebruikmaking van de bestemmingsontvangsten, en niet uit de landbouwcrisisreserve. Daarmee worden de maatregelen gefinancierd binnen de bestaande kaders voor landbouwuitgaven in het meerjarig financieel kader. Bovendien benadrukte Eurocommissaris Hogan dat alle maatregelen in hun geheel als één pakket beoordeeld moeten worden.

Directe steun

Voor het verbeteren van de liquiditeit van veel landbouwers op korte termijn stelt de Europese Commissie 420 miljoen euro beschikbaar, die verdeeld zal worden onder de lidstaten middels nationale enveloppen. Het grootste gedeelte van het bedrag, namelijk 80%, wordt verdeeld op basis van het melkquotum van het afgelopen jaar. 20% van het bedrag is verdeeld op basis van de mate waarin lidstaten te maken hebben met lage melkprijzen, vraaguitval in de varkenshouderij en de droogte afgelopen zomer. De lidstaten krijgen de flexibiliteit om de directe steun naar eigen inzicht in te zetten, ook voor onder andere de varkenssector.

Hoewel niet alle lidstaten tevreden waren met het hun toegekende bedrag, konden de meeste lidstaten instemmen met de gebruikte criteria en de toegekende enveloppe. Ik heb mijn steun uitgesproken voor deze verdeling.

Particuliere opslag

Om het marktstabiliserende effect van particuliere opslag van magere melkpoeder te vergroten, verhoogt de Europese Commissie het steunbedrag fors en stelt een opslagperiode van een jaar vast.

In de vernieuwde particuliere opslagregeling voor kaas zal ruimte zijn voor 100.000 ton, die verdeeld wordt over de lidstaten op basis van hun kaasproductie. Het tonnage dat na 3 maanden nog niet gebruikt is, zal verdeeld worden over de lidstaten die meer gebruik wensen te maken van de regeling.

De nieuwe particuliere opslagregeling voor varkensvlees wordt ook opengesteld voor verse reuzel. Dit als reactie op het verzoek van meerdere lidstaten, waaronder Nederland, om ook onderdelen afkomstig uit het «vijfde kwart» op te nemen in de regeling.

Ik heb, gesteund door verschillende collega's, er opnieuw voor gepleit het hele «vijfde kwart» van het varken voor particuliere opslag in aanmerking te laten komen. Verder was een grote groep lidstaten tevreden met de aanvullingen die de Europese Commissie heeft aangebracht naar aanleiding van hun verzoeken op 7 september jl.

Promotie

De Europese Commissie heeft aangegeven dat er 30 miljoen euro beschikbaar zal komen voor promotie van zuivel en varkensvlees met name naar derde landen. Daarnaast bevestigde de Europese Commissie de extra inzet op het vinden van nieuwe afzetmarkten. Voorstellen voor promotiecampagnes kunnen naar verwachting begin 2016 ingestuurd worden. Ik heb aangegeven de extra inzet voor het vinden van nieuwe afzetmarkten te ondersteunen.

Vervroegde uitbetaling

De Europese Commissie heeft in reactie op de wens van veel lidstaten besloten de vervroegde uitbetaling van de directe steun mogelijk te maken vanaf het moment dat de administratieve controles voltooid zijn, en voordat de controles ter plaatse voltooid zijn.

Hoewel lidstaten blij waren met deze versoepeling, vroeg een aantal lidstaten om ook al te kunnen betalen voordat alle administratieve controles zijn uitgevoerd.

Staatssteun

Verschillende lidstaten hebben gepleit voor de mogelijkheid om nationale top ups te mogen geven. Met een aantal lidstaten heb ik mij daartegen verzet. De Europese Commissie heeft vooralsnog geen voorstel gedaan, maar slechts aangegeven de mogelijkheden te verkennen. Uit een oogpunt van een gelijk speelveld zal ik mij daartegen blijven verzetten.

Vluchtelingencrisis

Er zal ongeveer 30 miljoen euro besteed worden aan maatregelen voor vluchtelingen. De inhoud van deze maatregelen moet nog verder worden uitgewerkt. Voor de noodzaak om een bijdrage te leveren aan de vluchtelingencrisis bestond brede steun. Ook ik heb mijn steun hiervoor uitgesproken.

Voedselketen en voedsel toeleveringsketen

De Europese Commissie heeft opnieuw de noodzaak aangegeven van een diepgaande analyse van de werking van de hele voedselketen. Een in te stellen «high level group» gaat onder andere mogelijkheden verkennen van instrumenten die bijdragen aan risicospreiding, zoals futures-markten.

Ik heb benadrukt dat naast de korte termijnaanpak, een structurele verandering noodzakelijk is, die ervoor zorgt dat grillen van de markt kunnen worden weerstaan.

Een aantal lidstaten gaf aan nog steeds van mening te zijn dat verhoging van de interventieprijzen een effectievere en efficiëntere oplossing zou zijn, maar men gaf aan het pakket een kans te willen geven. Mocht de marktsituatie echter niet verbeteren, dan zou verhoging van de interventieprijs alsnog overwogen moeten worden, wat deze lidstaten betreft. Met vele andere lidstaten heb ik mij daartegen verzet. Ook de Europese Commissie heeft aangegeven niet van plan te zijn om met voorstellen te komen.

Verschillende lidstaten vroegen om de mogelijkheid om de maatregelen nationaal te cofinancieren, en zo de financiële impuls in de markt te vergroten. Ik heb, in lijn met de motie van de leden Lodders, Dijkgraaf en Koşer Kaya om in te zetten op een maatregelenpakket met heldere criteria en voorwaarden die een gelijk speelveld binnen Europa waarborgen (Kamerstuk 21 501-32, nr. 872), de Europese Commissie een krachtig signaal gegeven dat Nederland geen voorstander is van nationale cofinanciering, omdat daarmee een gelijk speelveld kan worden verstoord. Ik werd hierin gesteund door enkele andere lidstaten.

Op korte termijn zal ik met vertegenwoordigers uit de zuivelsector en varkenshouderij overleggen over de invulling van het maatregelenpakket.

Met het bereikte resultaat heb ik uitvoering gegeven aan de motie van de leden Koşer Kaya en Dikkers, waarin gevraagd wordt om extra aandacht binnen het door de Europese Commissie gepresenteerde maatregelenpakket voor een overgang van bulkproductie naar een duurzame en toekomstbestendige landbouwsector en het prioritair inzetten van de Nederlandse enveloppe voor melkvee- en varkenshouders die zich committeren aan een dergelijke omslag (Kamerstuk 21 501-32, nr. 873). Ik heb aangegeven dat het noodzakelijk is om het geld dat we nu beschikbaar hebben voor het maatregelenpakket in te zetten op een manier dat dit een structurele verbetering van de marktsituatie oplevert. Dat betekent ook een productie die past bij de vraag, zowel wat betreft kwantiteit als kwaliteit.

Overig

Regiegroep fosfaatrechten

In reactie op de door uw Kamer aangenomen motie van het lid Smaling (Kamerstuk 21 501-32, nr. 854) kan ik u melden dat vertegenwoordigers van het Netwerk Grondig zijn toegevoegd aan de Regiegroep Fosfaatrechten en op 7 september jl. voor de eerste maal hebben deelgenomen aan een ambtelijk overleg, ter voorbereiding op de eerste regiegroep.

Verlenging termijn inzaaien groenbemester en uitrijden mest

Over de door uw Kamer aangenomen motie van het lid Dijkgraaf c.s. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 866) kan ik aangeven dat ik een advies van de Technische commissie bodem gevraagd en ontvangen heb. Daarnaast heb ik een antwoord op mijn brief naar de Europese Commissie ontvangen over het verzoek in de motie. Waar het advies van de TCB kritisch is, geeft de Europese Commissie ruimte voor een verlenging van de termijn, waarbij dit niet tot negatieve effecten voor het milieu mag leiden. Op basis van deze adviezen heb ik besloten, in lijn met de motie Dijkgraaf c.s., een tijdelijke vrijstelling te verlenen waarmee de uitrijtermijn voor mest en de inzaaiperiode voor groenbemesters wordt verlengd tot 1 oktober 2015. Dit betreft het uitrijden van dierlijke mest en het toepassen van kunstmest op bouwland (uitgezonderd land waarop in 2015 snijmaïs wordt geteeld), onder de voorwaarde dat op dit bouwland een groenbemester wordt geteeld. Ik zal op korte termijn de regeling hiervoor publiceren in de Staatscourant.

Protocol visserijpartnerschapsovereenkomsten

Op 23 juli 2016 loopt het huidige protocol in het kader van de visserijpartnerschapovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Gabon af. Met het oog op de continuïteit heeft de Europese Commissie een mandaat voorgelegd voor onderhandelingen over een nieuw protocol. De Europese Commissie voorziet de start van deze onderhandelingen in november 2015.

Uit de onafhankelijke evaluatie blijkt dat de vangstmogelijkheden onder het huidige protocol goed zijn benut en in lijn zijn met de beheerplannen van ICCAT (Internationale Commissie voor het beheer van Atlantische Tonijn). In de wateren van West-Afrika wordt op skipjack-, grootoog- en geelvintonijn gevist. Volgens de evaluatie is er geen sprake van overbevissing van deze soorten in de wateren van de Republiek Gabon. Ter bescherming van geelvintonijn en grootoogtonijn heeft ICCAT sinds 2012 een geïntegreerd meerjarig beheerplan. Vanaf 2015 geldt dit beheerplan ook voor de skipjacktonijn. De bijvangst van haaien in de tonijnvisserij in West-Afrikaanse wateren blijft een punt van voortdurende aandacht. De uitbreiding van het mandaat van ICCAT om gerichte beheermaatregelen te nemen ten behoeve van de haaienvangst in de tonijnvisserij biedt meer mogelijkheden voor bescherming van haaien in deze regio. Daarnaast vind ik dat het (nu grootschalig) gebruik van lokvlotten langs de kust van de Republiek Gabon in lijn moet zijn met de aanbevelingen van de werkgroep van ICCAT over lokvlotten.

De Europese Commissie beoordeelt het lopende protocol als het beste van de protocollen tussen de EU en derde landen in termen van «value for money». Ook in de evaluatie wordt deze overeenkomst beoordeeld als belangrijk voor de vloot van de EU-lidstaten. Het geeft tonijnvaartuigen, vooral van Franse en Spaanse komaf, de mogelijkheid migrerende tonijn te volgen naar de wateren van de Republiek Gabon en deze daar te vangen. Daarnaast wordt in de evaluatie ingeschat dat een nieuw protocol zal bijdragen aan een betere monitoring, controle en beheer van de tonijnvisserij in de regio.

Het conceptmandaat dat de Europese Commissie heeft voorgelegd is in overeenstemming met de gemaakte afspraken over de externe dimensie van het Europees Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Duurzaamheid en economische aantrekkelijkheid zijn daarbij de basis. De inzet op vangstmogelijkheden zal gebaseerd zijn op de best beschikbare wetenschappelijke adviezen en de beheermaatregelen van de Regionale Visserij Organisaties zoals ICCAT. De clausule ten aanzien van opschorting in geval van schending van mensenrechten en democratische beginselen is zoals gebruikelijk ook opgenomen.

In het huidige protocol is de jaarlijkse EU-bijdrage voor toegang tot de Gabonese wateren 900.000 euro. Daarnaast is 450.000 euro gereserveerd voor het ontwikkelen van het sectorale visserijbeleid in de Republiek Gabon. De evaluatie laat zien dat het huidige protocol een goede economische waarde biedt voor de EU, namelijk 4 euro opbrengst voor elke bestede euro. De vaartuigen uit de EU landen echter niet aan in de Republiek Gabon, vanwege het ontbreken van een goede infrastructuur. Volgens de evaluatie is de sectorale steun onderbenut, onder meer door een reorganisatie van het Directoraat-Generaal voor Visserij en Aquacultuur in de Republiek Gabon. Op dit onderdeel van het partnerschap is dus nog winst te boeken, opdat de lokale economie daadwerkelijk daarvan profiteert en de controle en monitoring verder verbeteren.

Ik ben voornemens in te stemmen met het onderhandelingsmandaat, dat in mijn ogen voldoet aan de voorwaarden om te komen tot een nieuw duurzaam protocol. Ik vind het belangrijk dat de EU via een visserijprotocol betrokken blijft bij het beheer van de tonijnvisserij in deze regio. De duurzaamheid van de visserij, de financiële voorwaarden voor de vloot en de ontwikkeling van de lokale sector zijn daarbij gebaat. Het alternatief – private akkoorden – ontneemt de EU directe invloed en voorziet niet in het ontwikkelingsaspect in het partnerland. Ik zal uiteraard het uiteindelijke ontwerpprotocol aan een kritisch oordeel onderwerpen en uw Kamer tijdig informeren over dat oordeel.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven