Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-28 nr. 137

21 501-28 Defensieraad

Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 februari 2016

Op donderdag 4 en vrijdag 5 februari jl. vond in Amsterdam de informele bijeenkomst van EU-ministers van Defensie plaats. Deze eerste GVDB-gerelateerde ministeriële bijeenkomst tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap is zeer goed verlopen. Met deze brief doe ik verslag van de bijeenkomst.

Artikel 42 lid 7 van het Verdrag van Lissabon

Bij aanvang van de eerste werksessie blikten Hoge Vertegenwoordiger (HV) Mogherini en de Franse Minister van Defensie Le Drian terug op het Franse besluit om na de aanslagen in Parijs in november 2015 de wederzijdse bijstandsclausule (artikel 42.7 van het Verdrag van Lissabon) te activeren. Zij prezen de getoonde solidariteit van de lidstaten. Le Drian bedankte de lidstaten die bilaterale bijdragen hebben toegezegd. Ook het Nederlandse besluit om de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië te intensiveren werd daarbij genoemd.

Defensiesamenwerking en het defensie actieplan

Tijdens de eerste werksessie over het versterken van Europese defensiesamenwerking benadrukte HV Mogherini dat de EU steeds vaker als veiligheidsactor zal moeten optreden, in de omringende landen maar ook daar buiten. Zij onderstreepte dat de EU over voldoende capaciteiten dient te beschikken om effectief te kunnen optreden. Zij refereerde daarbij aan de afspraken die zijn gemaakt tijdens de Europese Raad van december 2013 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 835), maar ook aan de uitkomsten van de Navo top in Wales in 2014 (Kamerstuk 28 676, nr. 210). HV Mogherini beklemtoonde dat de EU-lidstaten zich niet alleen hadden gecommitteerd aan toereikende defensiebestedingen, maar ook aan het zo efficiënt mogelijk gebruik hiervan voor versterking van capaciteitenontwikkeling, defensieonderzoek en samenwerking. De secretaris-generaal van de Navo, de heer Stoltenberg, voegde daar aan toe dat een sterk Europa een voorwaarde is voor een sterke Navo en een goede trans-Atlantische relatie. De SG Navo juichte het voornemen om de Europese defensiesamenwerking te versterken dan ook toe.

Tijdens de discussie heb ik onderstreept dat de EU over voldoende beleidskaders en instrumenten beschikt om defensiesamenwerking te bevorderen. Ook bestaan er reeds een aantal succesvolle bilaterale en regionale samenwerkingsinitiatieven die als voorbeeld kunnen dienen. Het uitbreiden van de Duits-Nederlandse samenwerking op marinegebied, waarvan ik in de Kamerbrief van 25 januari jl. (Kamerstuk 33 763 nr. 93) melding heb gemaakt, de integratie van de Luchtmobiele Brigade in de Duitse Division Schnelle Kräfte en de integratie van de 43e Gemechaniseerde Brigade in de Duitse Eerste Pantserdivisie zijn daar recente voorbeelden van. Politieke wil is het sleutelwoord in dezen. Ik heb gesteld dat wij ons, gezien de huidige veiligheidssituatie, niet langer achter zogenoemde nationale belangen kunnen verschuilen. Onderling vertrouwen en meer openheid over voorgenomen veranderingen in de nationale defensiebegroting en plannen voor capaciteitsontwikkeling vormen de basis voor de verdere versterking van de defensiesamenwerking in Europa. Ik heb daarom voorgesteld om de EU-ministers van Defensie tenminste een keer per jaar verantwoording aan elkaar te laten afleggen, onder meer door het opmaken van en dus het bespreken van de actie-punten om capaciteitstekorten te adresseren. Mogelijk kunnen wij hier tijdens de Raad Buitenlandse Zaken met Ministers van Defensie op 19 april aanstaande al een begin mee maken. Het EDA zal dan haar tussentijdse voortgangsrapportage over het beleidskader voor langdurige, structurele defensiesamenwerking presenteren.

De Europese Commissie heeft de stand van zaken met betrekking tot het defensie actieplan toegelicht. Het actieplan, dat dient bij te dragen aan de ontwikkeling van een moderne, competitieve en innovatieve defensie-industrie en het versterken van de European Defence Technological and Industrial Base (EDTIB), wordt in het najaar verwacht. De Europese Commissie benadrukte dat actieve bijdragen nodig zijn om het actieplan zo goed mogelijk op de behoeften van de lidstaten te laten aansluiten. In repliek onderstreepten lidstaten het belang van de Preparatory Action (PA) om GVDB-gerelateerd onderzoek mogelijk te maken evenals de maatregelen die de mogelijkheden voor het MKB op de internationale defensiemarkt verbeteren. Ook riepen zij de Commissie op om te onderzoeken hoe civiele of dual-use technologieën en innovaties beter kunnen worden benut om de defensiesector te versterken.

Samen met een aantal andere lidstaten heb ik het belang van consistentie en volgordelijkheid tussen de nieuwe EU Buitenland- en Veiligheidsstrategie, een GVDB deelstrategie (of witboek-achtig document) en het actieplan benadrukt. Daarbij dient het actieplan zich te richten op het versterken van de defensiemarkt en -industrie en kan een GVDB deelstrategie worden gebruikt om de civiele en militaire taken en capaciteiten te identificeren die nodig zijn om de EU Buitenland- en veiligheidsstrategie uit te voeren.

GVDB-missies en -operaties

De lidstaten hebben de strategische herzieningen van de EU-missies en operaties in de Sahel-regio en de Hoorn van Afrika regio verwelkomd. Ook hebben zij herhaald voorstander te zijn van een voortgezette EU-presentie in de beide regio’s. De GVDB-missies en operaties aldaar dragen immers bij aan het stabiliseren van de regio’s en kunnen ook bijdragen aan de aanpak van de vluchtelingen- en migratiecrisis.

De secretaris-generaal van de Navo, de heer Stoltenberg, pleitte voor betere samenwerking in landen waarin zowel de EU als de Navo actief zijn. Als voorbeeld noemde hij Afghanistan waar de Navo de Resolute Support Mission leidt. Hij noemde de Navo- en EU-steun voor de Afghaanse veiligheidstroepen essentieel en riep de EU op om het eerdere besluit om de EUPOL-missie ter ondersteuning van de Afghaanse Nationale Politie te beëindigen te herzien. HV Mogherini zal hiertoe binnenkort nieuwe voorstellen presenteren. De plaatsvervangend secretaris-generaal van de VN voor vredesoperaties, de heer Ladsous, onderstreepte het belang van nauwere EU-VN samenwerking met name in Mali, de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) en Libië.

Ten aanzien van de situatie in Libië onderstreepte HV Mogherini dat de EU de vorming van een nationale eenheidsregering nauwgezet volgt. Wanneer de nieuwe regering hiertoe verzoekt, zou de EU het land kunnen bijstaan door activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw en grensbewaking. Daarbij is samenwerking tussen de EU en andere actoren zoals de VN, in het kader van UNSMIL, uiteraard van belang.

EU Buitenland en Veiligheidsstrategie

Tijdens de gezamenlijke lunch met de Ministers van Buitenlandse Zaken is gesproken over de nieuwe EU Buitenland- en Veiligheidsstrategie. Samen met Minister Koenders heb ik gesteld dat de nieuwe strategie de EU in staat moet stellen om als geloofwaardige en competente veiligheidspartner op te treden in de directe omgeving van de EU en daarbuiten. Daarnaast hebben wij gepleit voor een GVDB deelstrategie om de uitvoering van de EU Buitenland- en veiligheidsstrategie te faciliteren en de daarvoor benodigde militaire en civiele taken en capaciteiten te identificeren. Hiervoor is reëel draagvlak bij andere lidstaten. In de Kamerbrief van Minister Koenders van 12 februari jl. (het verslag van de Informele Raad Buitenlandse Zaken «Gymnich» van 5 en 6 februari 2016) wordt in meer detail verslag gedaan van de gezamenlijke lunchsessie.

Defensiesamenwerking met Duitsland

Voorafgaand aan de ministeriële bijeenkomst heb ik een ontmoeting gehad met mijn Duitse collega dr. Ursula von der Leyen aan boord van het Joint Support Ship (JSS) Zr.Ms. Karel Doorman. Daar hebben wij de Letter of Intent over marinesamenwerking getekend alsmede de Technical Arrangement over de integratie van de 43e Gemechaniseerde Brigade in de Eerste Duitse Pantserdivisie.

Als onderdeel van de marinesamenwerking wordt Duitsland in nader te bepalen perioden medegebruiker van het JSS. Duitsland stelt dan een eigen bevoorradingsschip beschikbaar aan Nederland. Verder wordt het Duitse Seebataillon geïntegreerd in de Koninklijke Marine. Samenwerking op het gebied van het JSS is ook met andere landen mogelijk, zoals met het Verenigd Koninkrijk in het kader van de Joint Expeditionary Force. Zoals eerder toegezegd zal ik u binnenkort nader informeren over het internationale medegebruik van de Zr.Ms. Karel Doorman.

Zoals ik heb gemeld tijdens het algemeen overleg met de vaste commissie voor Defensie van 2 februari jl. wordt de samenwerking met Duitsland steeds intensiever. Eind januari hebben het Commando Landstrijdkrachten en de Duitse luchtmacht tevens een samenwerkingsovereenkomst getekend over de grondgebonden luchtverdediging. Duitsland en Nederland werken al samen op het terrein van de Patriot, maar bij de nieuwe samenwerking ligt de nadruk op de luchtverdediging voor de korte afstand. De twee landen streven onder andere naar een gezamenlijk opleidingsinstituut en zullen gezamenlijk onderzoek doen naar dit type grondgebonden luchtverdediging. Verder wordt bezien of een Duitse luchtverdedigingseenheid kan worden geïntegreerd in het Nederlandse Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert