Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-20 nr. 835

21 501-20 Europese Raad

Nr. 835 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 december 2013

Hierbij bied ik u aan, mede namens de Minister-President, het verslag van de Europese Raad van 19 en 20 december 2013.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Verslag van de Europese Raad van 19 en 20 december 2013

De Europese Raad hield, voor het eerst sinds 2008, een diepgaande discussie over het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). Daarnaast sprak de ER over een aantal thema’s van sociaal en economisch beleid. Tenslotte is gesproken over een aantal onderwerpen van buitenlands beleid, zoals de situatie in de Centraal Afrikaanse republiek, het Oostelijk Partnerschap en het conflict in Syrië.

De bijeenkomst begon met de traditionele gedachtewisseling met de voorzitter van het Europees parlement, Martin Schulz (toespraak bijgevoegd).

Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid

Defensie doet ertoe. Dat was de boodschap van de leden van de Europese Raad. De strategische en geopolitieke context van de Europese Unie verandert. De Europese Unie zal steeds meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor de bescherming van de eigen veiligheid en belangen. Tegelijkertijd staan de defensiebegrotingen in veel lidstaten onder druk. Door een gezamenlijke Europese aanpak kan voldoende investering in militaire capaciteiten en behoud van hoogwaardige kennis en innovatievermogen gewaarborgd blijven. Een effectief Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) is belangrijk voor de veiligheid van Europese burgers en draagt bij aan vrede en stabiliteit buiten de Europese Unie. Tijdens de bespreking met de Secretaris-Generaal van de NAVO, Anders Fogh Rasmussen, werd nadruk gelegd op het belang van meer samenwerking, coördinatie en samenhang van de militaire inzet binnen Europa, trans-Atlantisch en tussen de EU en NAVO.

De discussie verliep langs de lijnen van de drie GVDB-clusters die in de aanloop van de Europese Raad waren geïdentificeerd.

Cluster 1 / Effectiviteit van het GVDB: De Europese Raad bevestigde, in lijn met de inbreng van de Minister-President, het belang van een geïntegreerde benadering waarin de EU en de lidstaten het beschikbare instrumentarium op samenhangende wijze inzetten op basis van een gedeelde analyse. Daarnaast hecht de Europese Raad eraan dat de EU partnerlanden en regionale organisaties in staat stelt zorg te dragen voor de eigen veiligheid. Snelle en effectieve inzetbaarheid van civiele en militaire instrumenten, zoals de Battle Groups, zou verbeterd moeten worden. De Minister-President benadrukte in dit verband goede en vroegtijdige parlementaire betrokkenheid. Ook identificeerde de Europese Raad een aantal nieuwe uitdagingen, waar de interne en externe veiligheidsdimensie met elkaar verbonden zijn: cyber, maritiem beleid, energie en illegale migratie.

Cluster 2 / Capaciteitsversterking: De leden van de Europese Raad erkenden dat samenwerking op het gebied van gezamenlijke capaciteiten (pooling and sharing) cruciaal is voor het behouden van sleutelcapaciteiten, maar ook ter voorkoming van overlap of tekorten. Hierbij werd door meerdere lidstaten, waaronder Nederland, nadruk gelegd op transparantie van de defensieplanning en op het behalen van schaalvoordelen door gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling. Nederland heeft zich in dit verband tevens sterk gemaakt voor een stapsgewijze benadering, gebaseerd op regionale clusters en kleinere samenwerkingsverbanden, zoals het geval is met het European Air Transport Command (EATC).

Cluster 3 / Europese defensiemarkt- en industrie: Om de juiste militaire capaciteiten te kunnen genereren en werkgelegenheid te stimuleren, onderstreepten de leden van de Europese Raad het belang van een geïntegreerde, innovatieve, concurrerende en goed functionerende defensie-industrie. Het vergroten van synergie in financiering van civiel en militair onderzoek, in het bijzonder voor zogenaamde dual use goederen, zal de innovatiekracht ten goede komen. Tevens werd het belang van een open defensiemarkt benadrukt waarin gelijke kansen voor Europese toeleveranciers zijn gewaarborgd. De Minister-President heeft in dit verband een lans gebroken voor het waarborgen van de toegang van het innovatieve MKB tot de internationale toeleveringsketens, hetgeen heeft geleid tot een verzoek aan de Commissie om te bezien welke additionele maatregelen hiertoe kunnen worden genomen.

De Europese Raad zal in juni 2015 verder spreken over het GVDB.

EMU-governance

De Europese Raad heeft uitgebreid gesproken over een versterking van de coördinatie van economisch beleid, in het bijzijn van de president van de ECB, de heer Draghi. Daarbij is de noodzaak onderstreept van vergroting van het ownership van economische hervormingen bij individuele lidstaten. In dit verband heeft een uitgebreide discussie plaatsgevonden over partnerschappen gebaseerd op contractuele arrangementen en solidariteitsmechanismen.

Minister-President Rutte heeft het belang van structurele hervormingen voor het creëren van groei en banen in de Eurozone benadrukt. Hij heeft de lidstaten opgeroepen hiertoe hun verantwoordelijkheid te nemen. Daarbij heeft hij aangegeven welke randvoorwaarden dienen te gelden bij het vormgeven van eventuele partnerschappen. Uitgangspunt bij de contracten dient wat Nederland betreft te zijn dat een contract slechts tot stand komt indien de betreffende lidstaat daarmee instemt. Mocht geen overeenstemming worden bereikt tussen lidstaat en Commissie, dan komt derhalve geen contract tot stand. Bovendien dienen de contracten geen juridisch bindende kracht te hebben: de inhoud ervan kan niet door sancties of anderszins worden afgedwongen. Een contract kan wel uitdrukking geven aan een politiek commitment van de lidstaat in kwestie tot het doorvoeren van hervormingen. Deze voorwaarden hebben hun weerslag gevonden in de conclusies van de Europese Raad. In het bijzonder is op verzoek van Nederland het woord «bindend» geschrapt uit de tekst en is op verschillende plaatsen toegevoegd dat eventuele contracten «wederzijds overeengekomen» dienen te zijn. Voor wat betreft de solidariteitsmechanismen heeft de Minister-President als voorwaarde gesteld dat deze geen extra financiële afdrachten van lidstaten mogen impliceren. In de conclusies is opgenomen dat de eventuele solidariteitsmechanismen de budgettaire soevereiniteit van de lidstaten intact laten. Afgesproken is dat de voorzitter van de Europese Raad, in nauwe coördinatie met de voorzitter van de Commissie, over dit onderwerp zal rapporteren aan de Europese Raad in oktober 2014, waar zal worden bezien of hierover overeenstemming kan worden bereikt. De lidstaten zullen nauw bij dit proces worden betrokken.

De Europese Raad heeft het op 18 december jl. in de Ecofin bereikte akkoord over het Single Resolution Mechanism verwelkomd, evenals het finale akkoord tussen Raad en Europees Parlement over de Richtlijn inzake Deposito Garantiestelsels (DGSD) en de Richtlijn inzake bankherstel en resolutie (BRRD). Voor de inhoud van het SRM-akkoord wordt verwezen naar de brief van de Minister van Financiën van 19 december jl. (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1112).

Economisch en sociaal beleid

Op basis van de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie (Annual Growth Survey) en het Waarschuwingsmechanisme verslag (Alert Mechanism Report) werd gesproken over de economische situatie in de lidstaten en in de Eurozone als geheel. Geconstateerd werd dat de economische vooruitzichten positiever zijn, maar dat het herstel nog bescheiden is en ongelijk verdeeld. Dit onderdeel werd bijgewoond door de president van de Europese Investeringsbank (EIB), de heer Hoyer. Hij gaf een overzicht van de activiteiten van de EIB ten behoeve van kredietverlening aan het Midden en Kleinbedrijf. De Europese Raad heeft de recente EIB kapitaalverhoging van de EIB verwelkomd en opgeroepen het initiatief voor kredietverlening aan het MKB in januari 2014 van start te laten gaan. De heer Hoyer gaf aan dat de leencapaciteit in de EU met 40% is gestegen als gevolg van de kapitaalverhoging.

M.b.t het onderwerp belastingen is door de Europese Raad opgeroepen tot het bereiken van een akkoord over de herziening van de Spaartegoeden Richtlijn. De Commissie zal in maart 2014 rapporteren over de stand van zaken m.b.t. tot onderhandelingen met derde landen. Zoals bekend leggen Luxemburg en Oostenrijk een verband tussen voortgang in deze onderhandelingen en instemming met de Spaartegoeden Richtlijn.

Externe betrekkingen

9e WTO Conferentie

De Europese Raad verwelkomde de succesvolle uitkomst van de 9e WTO ministeriële conferentie in Bali en benadrukte het potentieel van de nieuwe Trade Facilitation Agreement voor economische groei en creatie van banen.

Syrië

De leden van de Europese Raad verwelkomden de aankondiging van VN Secretaris-Generaal Ban Ki-Moon om een Syrië-conferentie bijeen te roepen op 22 januari aanstaande. Tevens uitten zij hun zorg over de humanitaire situatie in Syrië en benadrukten zij de leidende rol van de EU in internationale hulpinspanningen, mede met het oog op de donorconferentie die op 15 januari in Koeweit zal plaatsvinden.

Centraal Afrikaanse Republiek

De leden van de Europese Raad uitten hun zorgen over de snel verslechterende situatie in de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR). De Franse President deelde informatie over de situatie in de CAR en de Franse inzet. Hij vroeg aandacht voor drie onderwerpen die als leidraad zouden kunnen dienen voor versterkte EU-inzet: veiligheid en ontwapening, humanitaire hulp en democratie-opbouw. De Europese Raad verwelkomde de Franse interventie in de CAR en gaf aan bereid te zijn de inzet van beschikbare relevante instrumenten te onderzoeken om bij te dragen aan stabilisatie van het land. De Hoge Vertegenwoordiger is verzocht een voorstel terzake te doen.

Oostelijk Partnerschap

Tijdens de Europese Raad werd door meerdere lidstaten stilgestaan bij de uitkomsten van de top voor het Oostelijk Partnerschap in Vilnius van 28–29 november jl. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 819). De parafering van de Associatieakkoorden (AA) en Deep and Comprehensive Trade Areas (DCFTA’s) door Georgië en Moldavië werd verwelkomd. Tevens werd benadrukt dat de EU bereid blijft de AA/DCFTA met Oekraïne te tekenen zodra Oekraïne daarvoor klaar is en werd de hoop geuit dat een vreedzame oplossing wordt gevonden voor de politieke crisis in het land.

De leden van de Europese Raad bekrachtigden tot slot de conclusies die de Raad Algemene Zaken op 17 december jl. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1313) over de uitbreiding van de Europese Unie heeft aangenomen.