Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-02 nr. 1313

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1313 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2013

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 17 december 2013.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

VERSLAG RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 17 DECEMBER 2013

Evaluatie EDEO

De Raad bereikte overeenstemming over Raadsconclusies inzake de evaluatie van de EDEO1. In de conclusies werden de bevindingen en aanbevelingen van HV Ashton ten aanzien van het functioneren van de EDEO sinds de oprichting in 2011 op hoofdlijnen onderschreven. Met name de voorstellen gericht op het verbeteren van de samenwerking tussen de EDEO, Commissie, Raadssecretariaat, Europees Parlement en Lidstaten en voorstellen gericht op het verbeteren van de interne organisatie van de EDEO binnen de bestaande institutionele en juridische kaders werden positief ontvangen.

De conclusies wijzen verder op het belang van betere coördinatie op het terrein van het GVDB/crisismanagement en de noodzaak van een goede inbedding van de EU Speciale Vertegenwoordigers (EUSV's) als belangrijk instrument voor extern beleid. Een onderwerp dat niet nadrukkelijk in het rapport van Ashton naar voren kwam, maar waarvoor in de Raadsconclusies actief aandacht wordt gevraagd, betreft de voorbereiding van Raadsbijeenkomsten. Tot slot is in de conclusies vastgelegd dat aanbevelingen van de HV die verder gaan dan de huidige kaders, waaronder zaken gerelateerd aan de toekomstige relatie van de HV met de Commissie, in aanloop naar het aantreden van de nieuwe Commissie nader zullen worden bestudeerd.

Voorbereiding van de Europese Raad van 19-20 december 2013

Met het oog op de Europese Raad van 19-20 december 2013 gaven Ministers van alle lidstaten hun visie op de ontwerpconclusies voor deze Europese Raad en bespraken deze met Voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy. De Europese Raad zal zich als bekend concentreren op het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid, de EMU (waaronder de Bankenunie) en de uitbreiding van de EU. Ook zal aandacht worden besteed aan de buitenlandspolitieke actualiteit.

Uitbreiding en Stabilisatie- en Associatieproces

De Raad besprak het uitbreidingspakket 2013 van de Europese Commissie van 16 oktober jl. en nam conclusies aan2. Deze zullen door de Europese Raad worden bekrachtigd. Het kabinet is tevreden met de aangenomen conclusies, waarin de voor Nederland belangrijke punten goed worden gereflecteerd3. Uitzondering hierop vormen de conclusies ten aanzien van Macedonië: het bleek opnieuw niet mogelijk toetredingsonderhandelingen met dit land te openen, noch om de naamskwestie onderdeel te maken van het onderhandelingsproces.

Essentie eerst

De conclusies bevestigen dat de grondbeginselen van de Unie, in het bijzonder de rechtsstaat, centraal staan in het uitbreidingsproces. Bijzondere aandacht gaat uit naar het opbouwen van een solide track record in de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. De Raad verwelkomt de beoogde versterking van de dialoog met de uitbreidingslanden over aanpassing van hun economisch bestuur zodat zij beter zijn voorbereid op een toekomstige toetreding waar het gaat om structurele economische hervormingen, concurrentievermogen en werkvoorziening.

Het kabinet steunt deze focus op de kernkwesties. De voornaamste uitdagingen in het uitbreidingsproces de komende jaren, waaronder de rechtsstaat, het functioneren van democratische instellingen en fundamentele rechten, bijvoorbeeld de rechten van LHBT-personen, dienen vroeg in het proces te worden aangepakt om optimaal gebruik te maken van het gehele toetredingstraject. De conclusies van de Raad onderstrepen deze visie.

Turkije

De Raad ziet actieve en geloofwaardige toetredingsonderhandelingen als beste manier om het volle potentieel van de EU-Turkije relaties te benutten. In deze context verwelkomt de Raad de recente opening van hoofdstuk 22 over regionaal beleid. De Raad verwelkomt de voortgang in hervormingen waaronder de verdere uitvoering van het derde justitiële hervormingspakket en het begin van de uitvoering van het vierde justitiële hervormingspakket. Ook het recent aangenomen democratiseringspakket biedt perspectief op verdere, positieve hervormingen. De Raad moedigt Turkije aan hieraan verder te werken.

Tegelijkertijd benadrukt de Raad dat meer inspanningen nodig zijn om naleving van fundamentele rechten en vrijheden te garanderen, bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, godsdienstvrijheid en eigendomsrechten. De Raad roept op excessief geweld tegen demonstranten te adresseren en effectief te onderzoeken. Ook uit de Raad ernstige zorgen over de beperkingen ten aanzien van mediavrijheid, inclusief het grote aantal rechtszaken tegen schrijvers, journalisten, academici, mensenrechtenverdedigers en de brede toepassing van onder andere terrorismewetgeving. Het belang van bestendiging van de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en efficiëntie van de rechterlijke macht wordt in de conclusies opnieuw benadrukt.

Gezien het feit dat Turkije een van de voornaamste transitlanden is voor illegale immigratie naar de EU, verwelkomt de Raad de ondertekening van de terug- en overnameovereenkomst, evenals de daaraan gekoppelde start van de dialoog over visumliberalisatie. Het kabinet onderschrijft dat strenge voorwaarden leidend zijn in het visumliberalisatietraject en niet het tijdspad. Ook roept de Raad Turkije op zich te committeren aan goede betrekkingen met buurlanden en de vreedzame oplossing van conflicten, alsmede de soevereiniteit van lidstaten over hun territoriale wateren te respecteren. Opnieuw spreekt de Raad teleurstelling uit over het in gebreke blijven bij de uitvoering van het Ankara-protocol, evenals het uitblijven van voortgang in de normalisering van relaties met Cyprus. Het besluit van de Raad om acht onderhandelingshoofdstukken te bevriezen, blijft daarom onveranderd van kracht.

IJsland

De Raad neemt nota van het besluit van de IJslandse regering de toetredingsonderhandelingen op te schorten en bevestigt klaar te staan de onderhandelingen te hervatten, zou IJsland hiertoe besluiten.

Montenegro

De Raad verwelkomt de voortgang in de onderhandelingen en verwijst daarbij in het bijzonder naar de implementatie van de nieuwe methodiek voor de rechtsstaatshoofdstukken. De Raad is tevreden dat beide hoofdstukken al vroeg in het onderhandelingsproces centraal staan. Montenegro dient het hervormingsproces verder te intensiveren, waarbij special aandacht moet uitgaan naar het opbouwen van een solide track record op het gebied van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. In deze context kijkt de Raad uit naar de tijdige en volledige implementatie van de actieplannen voor de rechtsstaatshoofdstukken, die om diepe en blijvende politieke hervormingen vragen.

Servië

In navolging van het besluit van de Raad van juni dit jaar om toetredingsonderhandelingen te openen, op voorwaarde dat Servië voortgang zou blijven boeken in de normalisering van betrekkingen met Kosovo, concludeerde de Raad dat Servië hieraan heeft voldaan en dat onderhandelingen in januari 2014 formeel van start zullen gaan. De Raad nam eveneens het onderhandelingsraamwerk aan. Het kabinet is tevreden dat hierin duidelijk is vastgelegd wat er van Servië wordt verwacht ten aanzien van de normalisering van de betrekkingen met Kosovo. Dat wil zeggen dat de betrekkingen moeten worden genormaliseerd en dat dit voor het eind van het onderhandelingsproces wordt vastgelegd in een juridisch bindende overeenkomst tussen beide partijen.

Met oog op het aankomende onderhandelingsproces roept de Raad Servië op speciale aandacht te richten op de rechtsstaat, met name op de hervorming van de rechterlijke macht en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, hervorming van het openbaar bestuur, de onafhankelijkheid van sleutelinstituties, mediavrijheid, verdere verbetering van het ondernemingsklimaat en de rechten en positie van kwetsbare groepen zoals Roma, evenals het bestrijden van discriminatie van LHBT-personen. De Raad zal verdere voortgang in de normalisering van betrekkingen met Kosovo nauwlettend blijven volgen. De Raad verwacht eveneens dat Servië effectief blijft samenwerken met EULEX en actief bijdraagt aan een volledige en ongehinderde uitvoering van het mandaat van de missie.

Macedonië

De Raad noteert dat de politieke crisis eerder dit jaar diepe divisies tussen de politieke partijen heeft blootgelegd die gevolgen hadden voor het functioneren van het parlement. De Raad verwelkomt de voortgang, maar spreekt tegelijkertijd zorgen uit over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, en mediavrijheid. Het belang van het oplossen van de naamskwestie en het onderhouden van goede betrekkingen met buurlanden wordt in de conclusies benadrukt.

De Raad deelt in grote lijnen de visie dat Macedonië nog steeds in voldoende mate voldoet aan de politiek criteria en neemt nota van de aanbeveling van de Commissie om toetredingsonderhandelingen te openen. Nederland had kunnen instemmen met het openen van onderhandelingen met Macedonië en het opnemen van de naamskwestie als vroeg ijkpunt in het onderhandelingsproces. Zeker de start van het screeningsproces op de rechtsstaatshoofdstukken had een belangrijke nieuwe impuls in het hervormingsproces kunnen betekenen. Hierover kon tijdens de Raad echter geen overeenstemming worden bereikt. Een groot aantal lidstaten sprak hierover teleurstelling uit. Macedonië heeft wel een concreet vooruitzicht gekregen op een mogelijk besluit tot het openen van onderhandelingen in 2014. De Commissie zal hiertoe een nieuw voortgangsrapport uitbrengen, onder andere over voortgang in hervormingen en tastbare stappen in het verbeteren van de relatie met buurlanden, inclusief de naamskwestie.

Albanië

Nederland heeft tijdens de Raad benadrukt dat voor Albanië toekennen van de kandidaat-lidstatus, nu niet aan de orde is, ook niet op een voorwaardelijke basis. Hoewel Albanië in grote mate heeft voldaan aan de door de Raad in 2012 gestelde voorwaarden voor kandidaat-lidstatus, is er wat het kabinet betreft een beter verankerd zicht op duurzame implementatie van de afgesproken hervormingen van de rechtsstaat nodig om een positief oordeel te kunnen vellen. Het kabinet is tevreden dat hierover overeenstemming is bereikt in de Raad, ondanks het feit dat de overgrote meerderheid van lidstaten de aanbeveling van de Commissie ook nu al had kunnen volgen.

In de conclusies verwelkomt de Raad de aanname van belangrijke wetgeving en hervormingsmaatregelen, met brede steun van het parlement, evenals het succesvolle verloop van de parlementsverkiezingen in juni 2013. De Raad prijst de Albanese regering voor het commitment en de geïntensiveerde inspanningen onder andere op het gebied van de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad en moedigt de autoriteiten aan dit momentum te behouden. De Raad zal, op basis van een rapport van de Commissie over voortgang in implementatie van wetgeving en in de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, de verdere voortgang beoordelen. In juni 2014 zal opnieuw een afweging worden gemaakt met betrekking tot de mogelijke toekenning van de kandidaat-lidstatus.

Bosnië-Herzegovina

De Raad is ernstig bezorgd over het gebrek aan voortgang in Bosnië-Herzegovina. Het politieke leiderschap dient zonder verder uitstel uitvoering te geven aan het Sejdic-Finci arrest van het EHRM, evenals een EU-coördinatiemechanisme op te zetten zodat het met één stem kan spreken ten aanzien van de EU-agenda. De Raad neemt er nota van dat de Commissie verdere besprekingen over IPA II heeft moeten uitstellen vanwege het ontbreken van een dergelijk mechanisme. Het spijt de Raad dat het onvermogen van de leiders te voldoen aan de EU-vereisten dit jaar al heeft geleid tot een verlies van IPA-fondsen. Het kabinet steunt deze korting van middelen en ziet dit als een goed voorbeeld van de toepassing van de incentive based approach.

De conclusies benadrukken dat Bosnië meer aandacht moet besteden aan onder andere justitiële hervorming, de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, oorlogsmisdaden, openbaar bestuurshervorming en economische hervorming, vrijheid van meningsuiting en het bestrijden van discriminatie. De Raad benadrukt eveneens het belang van de juiste behandeling van zaken betreffende oorlogsmisdaden. Het recht moet worden verzekerd voor slachtoffers en hun families en moet bijdragen aan de bredere inspanningen voor verzoening in het land. Verdachten van oorlogsmisdaden moeten voor het gerecht worden gebracht. In deze context spreekt de Raad zorg uit over de recente aanpak van bepaalde zaken, waarbij personen veroordeeld voor oorlogsmisdaden en genocide in vrijheid zijn gesteld.

Kosovo

De Raad neemt nota van de start van onderhandelingen over een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst en de intentie van de Commissie deze af te ronden in 2014. De Raad zal verdere voortgang in de normalisering van betrekkingen met Servië nauwlettend blijven volgen. Kosovo wordt verder opgeroepen zich te richten op de implementatie van hervormingen. De Raad vraagt Kosovo ruim voor de algemene verkiezingen in 2014 het wettelijk kader te hervormen op basis van Europese en internationale praktijken. Speciale aandacht moet uitgaan naar het aanpakken van georganiseerde misdaad en corruptie, het doorvoeren van justitiële en openbaar bestuurshervormingen, het waarborgen van de bescherming van fundamentele rechten, mensenrechten en de rechten van minderheden, alsmede economische hervormingen en handelskwesties. De Raad verwacht eveneens dat Kosovo effectief blijft samenwerken met EULEX en actief bijdraagt aan een volledige en ongehinderde uitvoering van het mandaat van de missie.

Overig

Diverse lidstaten, waaronder Nederland, refereerden aan de tweede gele kaart die nationale parlementen recent hebben getrokken tegen het voorstel van de Commissie inzake een Europees Openbaar Ministerie (EOM). Er werd teleurstelling uitgesproken over het niet serieus nemen van deze bezwaren door de commissie en de hoop geuit dat de Commissie zich opnieuw zal bezinnen over haar aanpak in dit dossier.

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg d.d. 12 december jl. over de RAZ sprak de Minister van Buitenlandse Zaken en marge van de Raad met zijn Roemeense collega, waarbij hij onder meer de recente wetswijzigingen inzake de exemptie van strafvervolging wegens corruptie voor leden van het Roemeense parlement ter sprake stelde. Voorbeelden als deze tonen naar mening van het kabinet eens te meer aan dat het meerwaarde zou hebben als er een mechanisme zou worden ontwikkeld waarbij dergelijke situaties in EU-verband aan de orde kunnen worden gesteld.