Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-08 nr. 663

21 501-08 Milieuraad

Nr. 663 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 februari 2017

Op 28 februari a.s. vindt de eerste Milieuraad onder Maltees Voorzitterschap plaats. Bij deze ontvangt u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerde agenda van deze Raad. Bijgevoegd is het voortgangsoverzicht van actuele Europese wetgevingsinitiatieven op het gebied van infrastructuur en milieu1.

Mogelijk wordt er tijdens deze Milieuraad een gemeenschappelijk standpunt aangenomen over de herziening van het Europees emissiehandelssysteem voor broeikasgassen (ETS). Daarnaast staan er twee discussies geagendeerd: over de Commissiemededeling met betrekking tot de implementatie van de Sustainable Development Goals en over de Environmental Implementation Review en het Europees Semester. Onder «Diversen» verwacht Nederland onder andere informatie van de Europese Commissie over het EU ETS voor de luchtvaart en het EU Actieplan voor de circulaire economie.

Nederland zal tijdens deze Milieuraad in het bijzonder aandacht vragen voor de uitvoering van het Parijs Akkoord.

Europees emissiehandelssysteem

Het is mogelijk dat een gemeenschappelijk standpunt voor het ETS op de agenda van deze Raad wordt gezet. Dit hangt af van de voortgang die komende weken op dit dossier wordt geboekt. Tijdens het AO Milieuraad op 21 februari zal ik u hierover nader informeren.

Inzet Nederland

Om in te kunnen stemmen met een eventueel gemeenschappelijk standpunt zijn voor Nederland, conform de motie Remco Dijkstra2, een lineaire reductiefactor van ten minste 2,2% en een adequate bescherming van de bedrijven met een daadwerkelijk risico op koolstoflekkage belangrijke voorwaarden. Nederland zet in op een meer gerichte bescherming tegen koolstoflekkage, opdat alleen bedrijven met een daadwerkelijk risico hierop emissierechten ontvangen. Op basis van de huidige teksten komen veel sectoren in aanmerking voor volledige bescherming, terwijl het aantal rechten dat beschikbaar is voor gratis allocatie beperkt is. Nederland wil vasthouden aan de voorgestelde verdeling tussen gratis rechten en te veilen rechten en wil reële benchmarks die rekening houden met technologische ontwikkeling. Voorts is van belang dat de middelen die onder het ETS worden gereserveerd voor innovatie en modernisering van het energiesysteem daadwerkelijk bijdragen aan broeikasgasreducties.

Daarnaast zet Nederland in op een verdere versterking van het ETS. Belangrijke elementen van het Commissievoorstel zijn in dit kader het aanscherpen van het ETS-plafond naar 2,2% vanaf 2021 en het afschaffen van de mogelijkheid voor bedrijven om na 2020 nog rechten buiten de EU te gebruiken. Nederland stelt dat vanwege het belang van sturen op CO2 en een geleidelijke transitie er méér nodig is, bijvoorbeeld door het ETS-plafond met meer dan 2,2% per jaar aan te scherpen of op Europees niveau een deel van het surplus van rechten uit de markt te halen.

Indicatie krachtenveld

Er zijn nu meer lidstaten die bereid zijn om tot compromissen te komen om snel een gemeenschappelijk standpunt te bereiken. Er is slechts gering draagvlak om de hoeveelheid bedrijfssectoren die in aanmerking komen voor koolstoflekkagebescherming aanzienlijk te beperken. Een aantal lidstaten wil de algehele kortingsfactor voorkomen door het aandeel gratis weg te geven emissierechten te verhogen ten koste van het aandeel te veilen emissierechten. Dit heeft niet de voorkeur van Nederland, omdat de inzet van Nederland er juist op is gericht het weggeven van gratis rechten te beperken tot die sectoren waar dit nodig is om ze te beschermen. Hiermee kan echter wel de algehele kortingsfactor voorkomen worden. Het krachtenveld rond het treffen van maatregelen om het surplus aan emissierechten verder terug te dringen, is verdeeld.

Commissiemededeling Sustainable Development Goals

In de Milieuraad zal op verzoek van verschillende lidstaten een gedachtewisseling plaatsvinden over de implementatie van de Sustainable Development Goals (SDG’s) met een focus op de milieudimensie.

Eind november 2016 publiceerde de Europese Commissie de langverwachte mededeling «Next steps for a sustainable European future» ten behoeve van de implementatie van de SDG’s in de Europese context. Deze mededeling brengt in kaart hoe de SDG’s verband houden met het bestaande en recent aangekondigde EU-beleid. In de mededeling wordt geen nieuw beleid aangekondigd. Wel worden op enkele thema’s aandachtspunten gesignaleerd, zoals op het tegengaan van biodiversiteitsverlies, maatschappelijk verantwoord ondernemen en het stimuleren van investeringen in duurzaamheid. Uw Kamer is geïnformeerd middels een BNC-fiche3.

De Europese Commissie schetst een tweesporenbeleid in de mededeling. Het eerste spoor is de beleidsinventarisatie van bestaand en aangekondigd beleid in de betreffende mededeling. Het tweede spoor is het ontwikkelen van een langetermijnvisie voor de periode na 2020. Daarin zal onder andere worden gekeken hoe sectoraal beleid meer toegespitst zou kunnen worden om de SDG’s te realiseren. Het is vooralsnog onduidelijk wanneer deze visie wordt gepubliceerd en in hoeverre deze nieuwe beleidsinitiatieven zal bevatten.

Inzet Nederland

De Commissiemededeling is beperkt gebleven tot een beleidsinventarisatie op hoog abstractieniveau. Nederland vindt het van belang dat een beter beeld wordt gekregen van waar het ingezette EU-beleid tekortschiet om de SDG’s te verwezenlijken, en waar wet- en regelgeving het streven naar verduurzaming op lokaal en nationaal niveau in de weg staat. Dit is volgens Nederland een gezamenlijke uitdaging voor de Europese Commissie en lidstaten. Daarnaast vraagt Nederland zich af hoe de Europese Commissie de voortgang op het bereiken van de SDG’s zal bewaken en hoe beleidscoherentie gewaarborgd wordt.

Krachtenveld

Ondanks het feit dat lidstaten lang hebben aangedrongen op een Commissiemededeling over de Europese implementatie van de SDG’s, voldeed deze voor veel lidstaten niet aan hun verwachtingen. Meerdere lidstaten merkten in de eerste Raadsbesprekingen een gebrek aan ambitie bij de Europese Commissie op. Een groot deel van de lidstaten heeft behoefte aan een meer diepgaande analyse van de beleidsactie die op EU-niveau nodig is om de SDG’s te behalen.

De Environmental Implementation Review en het Europees Semester

De Milieuraad zal zich buigen over de vraag hoe het Europees Semester en de Environmental Implementation Review (EIR) inzicht kunnen geven in factoren die de implementatie van milieuregelgeving en het bereiken van een goede milieukwaliteit in de weg staan.

Het Europees Semester is ingevoerd in 2011 en is bedoeld om het economisch en budgettair beleid van de lidstaten te monitoren en met elkaar af te stemmen. Aanvullend op de EIR is er – ter vergroening van het Europees Semester – ook onder het Semester aandacht voor milieuprioriteiten, zoals bijvoorbeeld zichtbaar bij de Annual Growth Survey waarin de circulaire economie als onderdeel van de groeiprioriteiten voor het Semester 2017 wordt genoemd.

Het implementatietekort op het gebied van milieuregelgeving heeft significante gevolgen voor de milieukwaliteit, gezondheid, economie en sociale omstandigheden. Ook doen implementatietekorten in lidstaten af aan de geloofwaardigheid van de EU en hebben ze consequenties voor het gelijk speelveld tussen de landen. Daarom heeft de Europese Commissie in 2016 de mededeling «Voordeel halen uit het milieubeleid van de EU door een regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van het milieubeleid» uitgebracht. Met deze EIR wil de Europese Commissie hiaten in implementatie in de lidstaten zichtbaar maken en een vinger krijgen achter de (gezamenlijke) oorzaken die hieraan ten grondslag kunnen liggen. Uw Kamer is geïnformeerd middels een BNC-fiche4.

Op 6 februari heeft de Europese Commissie een vervolgmededeling gepubliceerd met een overkoepelende analyse over de implementatie van de Europese milieuregels. In de bijgevoegde landenrapporten wordt per land de implementatie van de Europese milieuregels beoordeeld. Hierover zal de Europese Commissie bilaterale besprekingen met de lidstaten beleggen. Uw Kamer wordt hierover nog nader geïnformeerd.

Inzet Nederland

Nederland staat positief tegenover een betere integratie van milieuaspecten, zoals goed gebruik van grondstoffen, in de Europese economie. Daarnaast steunt Nederland de EIR en zal Nederland er constructief aan meewerken. Hierbij gaat Nederland ervan uit dat het hele proces zodanig vorm wordt gegeven dat de EIR ook voor andere beleidsvelden dan milieu meerwaarde heeft en dat de administratieve lasten zoveel mogelijk beperkt blijven. Nederland zet zich ervoor in dat er in de dialoog met de Europese Commissie ook ruimte is om suggesties aan te dragen om de Europese milieuregels beter uitvoerbaar en handhaafbaar te maken, zoals dat nu al gebeurt in het kader van het Make it Work-project.

Krachtenveld

Het krachtenveld binnen de Raad is vooralsnog verdeeld. Sommige lidstaten zijn kritisch, omdat de uitkomst van de EIR voor hen kan betekenen dat er een extra inspanning zal moeten worden geleverd, waarvoor capaciteit en financiële middelen nodig zijn. Andere lidstaten steunen de extra aandacht voor de implementatie van milieuwetgeving, vanwege de milieuwinst en versterking van het gelijke speelveld die hiermee bereikt kunnen worden. Daarnaast vreest een aantal lidstaten voor extra bureaucratie, administratieve lasten en bemoeienis van de Europese Commissie met interne aangelegenheden. Het Europees parlement heeft de EIR positief ontvangen en zal de Commissiemededeling met de landenrapporten als bijlagen ook zeker agenderen voor verdere behandeling.

Parijs Akkoord: internationale ontwikkelingen

Op verzoek van Nederland zal de Milieuraad ingaan op de internationale ontwikkelingen met betrekking tot het Parijs Akkoord. Doel is vooral om de lidstaten de mogelijkheid te geven om nogmaals hun steun uit te spreken voor volledige implementatie van het Parijs Akkoord, en andere actoren op te roepen verder te gaan met de reeds ingezette transitie.

Nederland vindt het belangrijk dat de EU, en vooral de ministers die verantwoordelijk zijn voor milieu en/of klimaat, duidelijk uitspreken dat zij vastberaden zijn om in nauwe samenwerking met mondiale partners uitvoering te geven aan het Parijs Akkoord, dat de transitie die de wereld heeft ingezet noodzakelijk en onomkeerbaar is, en dat deze tegelijkertijd de gelegenheid biedt om economische kansen te benutten.

Diversen

Begin oktober 2016 heeft de International Civil Aviation Organisation (ICAO) tijdens haar driejaarlijkse Assemblee een mondiaal akkoord bereikt over het terugdringen van de CO2-uitstoot in de luchtvaartsector. Nu het besluit over de invoering van een mondiaal systeem is genomen en de tijdelijke aanpassing van het EU ETS voor de luchtvaart (alleen intra-Europees verkeer) per 1 januari 2017 is geëindigd, zal de EU moeten bepalen hoe verder te gaan met luchtvaart in het EU ETS. Onder andere Nederland heeft daarop aangedrongen. Naar verwachting zal de Europese Commissie hier tijdens de Milieuraad een toelichting op geven. Juridische zekerheid voor de maatschappijen is belangrijk nu de «stop the clock» regeling verlopen is.

Tevens zal de Europese Commissie de Milieuraad informeren over de voortgang op het EU Actieplan Circulaire Economie. Hiertoe publiceerde de Europese Commissie op 24 januari een voortgangsrapportage. De Luxemburgse delegatie zal aankondigen dat van 20–22 juni 2017 het Luxembourg Circular Economy Hotspot event plaatsvindt.

De Europese Commissie vraagt verder aandacht voor het Solidariteitscorps. Dit initiatief van de Europese Commissie biedt jonge Europeanen mogelijkheden om vrijwillig hulp te bieden bij sociaal-maatschappelijke activiteiten, waaronder het meewerken aan natuurbeheer en -behoud.

De Litouwse delegatie zal aandacht vragen voor de aanleg van een kerncentrale in Wit-Rusland, vlakbij de Litouwse grens. Volgens Litouwen is dit in strijd met het Espoo-verdrag omdat er geen grensoverschrijdende milieueffectrapportage is uitgevoerd.

Tot slot vraagt de Poolse delegatie aandacht voor de uitkomsten van de internationale conferentie over duurzame ontwikkeling en klimaat die op 15 oktober plaatsvond in Warschau. De encycliek van Paus Franciscus, «Wees geprezen – over de zorg voor het gemeenschappelijke huis», stond hier centraal.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-08, nr. 627

X Noot
3

Kamerstuk 22 112, nr. 2270

X Noot
4

Kamerstuk 22 112, nr. 2271