Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-08 nr. 610

21 501-08 Milieuraad

Nr. 610 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 januari 2016

Graag informeer ik u over de Milieuraad die ik op woensdag 16 december jl. in Brussel heb bijgewoond. Hiermee voldoe ik tevens aan het verzoek van het lid-Geurts om te berichten over de uitvoering van de moties met Kamerstuk 21 501-08, nr. 607 (was 602) en met Kamerstuk 21 501-08, nr. 603, die werden aangenomen tijdens het VSO Milieuraad op 3 december jl. (Handelingen II 2015/16, nr. 33, item 7) en betrekking hebben op de Nederlandse inzet voor de NEC-Richtlijn (National Emission Ceilings).

Tijdens deze laatste Milieuraad onder Luxemburgs Voorzitterschap zijn er Raadsconclusies aangenomen over de tussentijdse evaluatie van de EU Biodiversiteitsstrategie. Ook is er een algemene oriëntatie overeengekomen over de NEC-richtlijn. Tijdens de informele ministeriele lunch gaf Eurocommissaris Vella een update over de besluitvorming over de Real Driving Emissions (RDE) testprocedure. Tot slot stond er een achttal diversenpunten op de agenda. Eén daarvan was mijn presentatie van het werkprogramma van het Nederlands Voorzitterschap op het gebied van milieu en klimaat.

Vanuit de Europese Commissie waren Eurocommissaris Arias Cañete (klimaat en energie), Commissaris Maroš Šefčovič (Energie Unie) en Commissaris Karmenu Vella (milieu, maritieme zaken en visserij) aanwezig bij deze Raad.

Tussentijdse evaluatie EU Biodiversiteitsstrategie

In oktober 2015 publiceerde de Commissie de tussentijdse evaluatie van de EU Biodiversiteitsstrategie. In de aanloop naar deze Milieuraad had het Luxemburgse Voorzitterschap Raadsconclusies voorbereid waarmee de Raad een appreciatie geeft van dit rapport. Hierin onderstreept de Raad het belang om vast te houden aan de doelen van Biodiversiteitsstrategie en worden zowel de Europese Lidstaten als de Commissie opgeroepen om meer werk te maken van de implementatie en realisatie van afgesproken acties. Ook wordt benadrukt dat er voldoende financiële middelen gemobiliseerd moeten worden voor investeringen in biodiversiteit en ecosysteemdiensten, en dat er een kader ontwikkeld moet worden om de voortgang van de implementatie van de Biodiversiteitsstrategie te kunnen monitoren. Tijdens de Milieuraad werden deze Raadsconclusies aangenomen.

Daarbij benadrukte Eurocommissaris Vella dat de in de Biodiversiteitsstrategie genoemde acties nu daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd. In het bijzonder noemde hij de implementatie van natuurbeleid zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijnen, het bestrijden van invasieve soorten en de integratie van natuurbeleid in beleid voor land- en bosbouw. Hij bedankte het Voorzitterschap voor de evenwichtige Raadsconclusies en het efficiënte proces dat ertoe heeft geleid dat deze Conclusies nu zijn aangenomen. Veel lidstaten sloten zich daarbij aan.

Lidstaten benadrukten hun inzet om de doelen van de Biodiversiteitsstrategie te behalen. Coherent beleid en de integratie van natuurbeleid in andere sectoren zijn hiervoor volgens veel lidstaten noodzakelijk. Ook benadrukten lidstaten dat ze de Vogel- en Habitatrichtlijnen niet willen aanpassen, maar dat deze richtlijnen wel beter geïmplementeerd moeten worden. De fitness check van deze richtlijnen, die de Commissie in het tweede kwartaal van 2016 zal publiceren, zal hiervoor mogelijk aanknopingspunten bieden. In juni 2016 zal onder Nederlands Voorzitterschap een conferentie rondom de fitness check plaatsvinden.

Het kabinet is tevreden met de aangenomen Raadsconclusies. Een aantal voor Nederland belangrijke punten, zoals het meenemen van ecosysteemdiensten in besluitvorming, de relatie tussen natuurlijk kapitaal en circulaire economie en het behoud van de huidige beschermingsniveaus van de Vogel- en Habitatrichtlijnen, komen hier duidelijk in naar voren.

NEC-Richtlijn

Tijdens deze Milieuraad is een algemene oriëntatie aangenomen over de herziening van de NEC-Richtlijn. Deze Richtlijn stelt voor alle lidstaten uitstootplafonds voor een aantal luchtverontreinigende stoffen.

In de aanloop naar de Raad was intensief overlegd tussen Voorzitterschap en lidstaten over de exacte hoogte van deze plafonds. In het uiteindelijke voorstel hoopte het Voorzitterschap de juiste balans te hebben gevonden tussen uitvoerbaarheid en ambitie, en voldoende rekening te hebben gehouden met verschillende nationale omstandigheden. Eurocommissaris Vella riep de lidstaten op ambitie te tonen, mede met het oog op het bereiken van een akkoord met het Europees parlement.

Een grote meerderheid van lidstaten sprak in de discussie hun steun uit voor de voorgestelde algemene oriëntatie en de balans tussen haalbaarheid en ambitie. Veel lidstaten gaven daarbij aan dat de huidige reductieplafonds voor hen het hoogst haalbare zijn.

Slechts enkele landen gaven aan liever een ambitieuzer voorstel te hebben gezien. Door deze lidstaten werd betreurd dat de te boeken gezondheidswinst, die in het oorspronkelijke Commissievoorstel op 52% lag, nu onder de 50% is gezakt. Ook werden door deze lidstaten vraagtekens gezet bij de verdeling van de lasten over de lidstaten. Tegelijkertijd zagen deze lidstaten wel de noodzaak om voortgang te boeken op dit dossier en wilden ze de besluitvorming daarom niet in de weg staan.

Nederland is één van de landen die liever een ambitieuzere Raadspositie had gezien. Ik heb in mijn interventie het belang van luchtkwaliteit voor milieu en gezondheid benadrukt, en aangegeven teleurgesteld te zijn in het ambitieniveau.

Het methaanplafond was al geschrapt uit de voorliggende algemene oriëntatie omdat hier geen meerderheid voor was in de Raad. Ik heb de Commissie daarom niet gevraagd naar de kosten en baten van een methaanplafond onder de NEC-Richtlijn. Zolang het methaanplafond niet terugkeert in het richtlijnvoorstel, beschouw ik motie met Kamerstuk 21 501-08, nr. 607 (was 602) als uitgevoerd.

Motie met Kamerstuk 21 501-08, nr. 603 verzocht om te pleiten voor het proportioneel wijzigen van de reductiepercentages voor ammoniak op basis van al bereikte uitstootreductie. In het Commissievoorstel wordt voor Nederland een reductiepercentage van 21% voorgesteld. De Nationale Energieverkenning 2015 geeft aan dat de combinatie van vastgesteld en voorgenomen beleid zal leiden tot een emissiereductie van ammoniak met 26% in 2030 ten opzichte van 2005. Dit is onder meer het gevolg van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De voorgestelde reductie wordt dus ruimschoots gehaald zonder aanvullend beleid. Hiermee beschouw ik deze motie als uitgevoerd en heb ik in de Milieuraad niet gepleit voor een gewijzigd ammoniakplafond voor Nederland.

Na een moeizame discussie – aangezien de reductieplafonds voor een aantal lidstaten nog steeds te streng waren – kon de algemene oriëntatie aangenomen worden met steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten. Nederland zal komend half jaar de onderhandelingen tussen Raad, Commissie en Europees parlement verder moeten brengen. Dit wordt een pittige klus gezien de uiteenlopende posities van lidstaten en parlement. Ik heb in de Milieuraad mijn hoop uitgesproken dat er tijdens het Nederlands Voorzitterschap een gebalanceerd compromis kan worden bereikt.

Diversen

Presentatie van het inkomend Voorzitterschap

Zoals gebruikelijk is als inkomend Voorzitter, heb ik het werkprogramma op het gebied van milieu en klimaat voor het komende half jaar gepresenteerd. Klimaat, circulaire economie, luchtkwaliteit (zie boven), betere (milieu)regelgeving en duurzame mobiliteit staan komend half jaar hoog op de agenda. Middels de «Voorzitterschapseditie Staat van de Europese Unie 2015» d.d. 16 november jl. (Kamerstuk 34 166, nr. 22) en de Kamerbrief over het werkprogramma en activiteiten van IenM d.d. 14 december jl. (Kamerstuk 34 139, nr. 8) bent u al uitgebreid geïnformeerd over de concrete inzet en activiteiten tijdens het Nederlands EU-Voorzitterschap.

Terugkoppeling klimaattop

Eurocommissaris Cañete blikte terug op de klimaattop in Parijs en het bereiken van een historisch klimaatakkoord op 12 december 2015. Veel dank ging uit naar het Franse Voorzitterschap van de klimaattop en het Luxemburgse EU-Voorzitterschap. De uitkomsten van de klimaattop en de verdere uitwerking van de afspraken staan ook op de agenda van de Milieuraad van 4 maart a.s., onder Nederlands Voorzitterschap.

Staat van de Energie Unie

Eurocommissaris Šefčovič presenteerde het recent verschenen rapport State of the Energy Union. Met dit nieuwe instrument wil de Commissie Juncker jaarlijks de voortgang rapporteren m.b.t. de energie- en klimaatdoelen van de Unie.

Aankondiging COP19 Barcelona Convention

De Griekse delegatie kondigde kort de 19e Conference of the Parties (COP) van de Barcelona Conventie aan, die in februari 2016 in Athene plaats zal vinden. Dit verdrag richt zich op de bescherming van het mariene milieu en kustgebied van de Middellandse Zee. Nederland is hierbij geen verdragspartij.

REACH-UP

Met steun van acht lidstaten (waaronder Nederland) vroeg het Voorzitterschap deze Milieuraad aandacht voor het functioneren van de REACH-verordening voor de registratie van chemische stoffen. Dezelfde lidstaten, verenigd in de zogenaamde «REACH-UP» groep, organiseerden in oktober 2015 een conferentie over het functioneren van REACH, mogelijke verbeteringen en wensen voor de toekomst. De uitkomsten van deze conferentie werden nu aangeboden aan de Milieuraad.

Een aantal lidstaten benadrukte hierbij nogmaals dat REACH versterkt moet worden en riep inkomende Voorzitterschappen op om hier aandacht aan te besteden. Enkele lidstaten riepen de Commissie bovendien op om zo snel mogelijk met criteria te komen voor het identificeren van hormoonverstorende stoffen; hierbij verwijzend naar de uitspraak van het Hof op 15 december jl. die de Commissie hiervoor in gebreke heeft gesteld.

Eurocommissaris Vella gaf in zijn reactie aan dat de effectbeoordeling voor hormoonverstorende stoffen op schema ligt en in 2016 zal verschijnen. Daarna kunnen verdere stappen ondernomen worden. Daarnaast gaf hij aan dat er in 2017 een fitness check zal verschijnen over alle wetgeving rondom chemicaliën buiten REACH om.

EU Geneesmiddelenstrategie

De Zweedse delegatie riep de Commissie op om snel met een strategische aanpak te komen van medicijnenresten in het milieu. Deze had eigenlijk in september 2015 al moeten verschijnen. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, spraken hun steun uit voor de Zweedse oproep. Eurocommissaris Vella gaf aan dat er, ondanks de vertraging, al wel een begin is gemaakt en dat de Commissie nog meer informatie en input vanuit de lidstaten zal verzamelen.

Europees statiegeldsysteem tegen afval op straat

De Belgische delegatie riep de Commissie op om te onderzoeken hoe de hoeveelheid afval op straat (blikjes, flesjes e.d.) verminderd kan worden, bijvoorbeeld met een Europees statiegeldsysteem. Enkele lidstaten toonden hun interesse, maar gaven ook aan dat gekeken moet worden naar de kosten en baten van een dergelijk systeem en naar de gevolgen voor de lidstaten die al nationaal beleid op dit terrein geïmplementeerd hebben.

Eurocommissaris Vella benadrukte dat lidstaten conform de bestaande Europese Verpakkingsrichtlijn al verplicht zijn om maatregelen te nemen voor afvalinzameling die goed passen bij hun nationale omstandigheden. In Nederland worden in 2016 en 2017 al pilots uitgevoerd voor de inzameling van kleine PET-flesjes en blikjes via innovatieve beloningssystemen.

Circulaire economie

Eurocommissaris Vella presenteerde het nieuwe Europese pakket voor de transitie naar een circulaire economie, dat op 2 december jl. gepubliceerd is. Hij gaf aan dat er nu een ambitieus pakket ligt waarin naar de hele productiecyclus gekeken wordt, van de ontwerpfase tot en met de afvalfase. Het commentaar van lidstaten op het teruggetrokken afvalpakket uit 2014 is verwerkt, waardoor het tijdsverlies door de intrekking beperkt is. Tevens worden de administratieve lasten voor lokale overheden en het MKB beperkt en wordt rekening gehouden met verschillende nationale omstandigheden.

Enkele lidstaten gaven een voorzichtig positieve reactie op het nieuwe pakket, dat als realistisch en volledig wordt beschouwd, maar vrijwel alle lidstaten zijn nog bezig met het analyseren van het voorstel en het bepalen van hun nationale positie.

Vooruitblik

De volgende Milieuraad zal op vrijdag 4 maart 2016 onder Nederlands Voorzitterschap plaatsvinden in Brussel. Dan zal o.a. het nieuwe circulaire economiepakket uitgebreid worden besproken. Voor deze Milieuraad is op 18 februari a.s. een algemeen overleg met uw Kamer voorzien. De geannoteerde agenda van deze Raad zal ik u begin februari doen toekomen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma