Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-08 nr. 527

21 501-08 Milieuraad

Nr. 527 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 oktober 2014

Hierbij doe ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerde agenda toekomen van de Milieuraad die op 28 oktober 2014 plaatsvindt in Luxemburg. Deze geannoteerde agenda is gebaseerd op de voorlopige agenda zoals uitgebracht door het Italiaanse Voorzitterschap. De inhoud geeft de meest recente stand van zaken weer. Mocht de agenda van de Milieuraad zich nog in belangrijke mate wijzigen, dan zal ik u hierover informeren.

De Nederlandse inzet voor de klimaatconferentie COP20 in Lima ontvangt u separaat.

Tenslotte treft u in de bijlage een voortgangsoverzicht aan van actuele Europese wetgevinginitiatieven op het terrein van Infrastructuur en Milieu.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Geannoteerde Agenda Milieuraad 28 oktober 2014

Samenvatting

Op 28 oktober 2014 vergadert de Milieuraad in Luxemburg. De Raad zal raadsconclusies aannemen over de inzet van de EU voor de komende klimaatconferentie COP20 in Lima, Peru. Hiermee verband houdend, en vooralsnog geagendeerd als diversenpunt, zal de Raad terugblikken op de besluitvorming op de Europese Raad van 23/24 oktober 2014 over het EU 2030 klimaat- en energiepakket. Naast het klimaatonderwerp is er een gedachtewisseling over het vergroenen van het Europees Semester en de Europa 2020 Strategie, waarover ook raadsconclusies zullen worden aangenomen.

Voorbereiding van Klimaatconferentie in Lima, Peru (COP20 en CMP10)

Raadsconclusies

Inhoud

De Milieuraad beoogt raadsconclusies aan te nemen over de EU-brede inzet voor de klimaatconferentie in Lima. Inzake de specifiek Nederlandse inzet voor deze conferentie zal uw Kamer een separate brief ontvangen. De Ecofinraad zal op 7 november de financiële aspecten van het internationale klimaatbeleid bespreken.

De Raad streeft naar compacte conclusies op hoofdlijnen; deze worden aangenomen met unanimiteit. De concept Raadsconclusies1 herhalen dat de Europese Unie en haar lidstaten reeds aan de verplichtingen onder de tweede verplichtingenperiode van het Kyoto Protocol voldoen en dat de EU de amenderingen van dat Protocol, zoals aangenomen in Doha in 2012, zo spoedig mogelijk zal ratificeren. De conceptconclusies bevestigen dat de Europese Unie haar voorgenomen nationaal bepaalde bijdrage («Intended Nationally Determined Contributions/INDC) aan het 2015 Akkoord zal indienen in het eerste kwartaal van 2015, in lijn met het tijdpad dat is afgesproken in Warschau (COP19). De conceptconclusies geven ook aan wat voor de Unie de belangrijkste uitkomsten zouden moeten zijn van COP20 in Lima, namelijk: een akkoord over de belangrijkste elementen van een concept onderhandelingstekst voor het 2015 Akkoord; een akkoord over een proces voor de communicatie en vervolgens de beoordeling en analyse van de voorgenomen nationaal bepaalde bijdragen (of in het geval van de EU de gezamenlijke bijdrage van de 28 lidstaten waarover de eerstkomende Europese Raad mogelijk besluit), inclusief welke informatie landen hierin moeten opnemen. De conceptconclusies onderstrepen dat mitigatie de kern moet zijn van de voorgenomen nationaal bepaalde bijdragen en wijzen tegelijk op het belang van adaptatie in het 2015 Akkoord. Met betrekking tot het 2015 Akkoord benadrukken de conceptconclusies dat dit dynamisch en flexibel moet zijn om brede en effectieve participatie mogelijk te maken. Tot slot benadrukken de conceptconclusies dat COP20 het belang moet erkennen en de zichtbaarheid moet verbeteren van de rol van internationale initiatieven en subnationale actie bij groeiende mitigatie ambitie.

Stand van zaken

Open staat in ieder geval nog een punt van Polen dat in de paragraaf over de door de EU in te dienen bijdrage het woord «commitment» wil veranderen in «target».

Nederlandse inzet en krachtenveld

De Raad is het grotendeels eens over de conclusies. Nederland kan instemmen met de Raadsconclusies zoals deze nu voorliggen. Nederland staat neutraal tegenover de door Polen gewenste aanpassing.

Vergroening Europees Semester en de EU 2020 Strategie

Gedachtewisseling en Raadsconclusies

Inhoud

De Milieuraad is voornemens Raadsconclusies2 over het vergroenen van het Europees Semester en de EU 2020 strategie aan te nemen. Dit gebeurt op basis van unanimiteit. De onderhandelingen over de tekst zijn nog volop gaande. De tekst die nu voorligt benadrukt dat verdere vergroening van de economie, die uiteindelijk moet uitmonden in een maatschappij waarin afval niet meer bestaat en waarbij de milieudruk binnen en buiten de EU minimaal is, kansen biedt voor het bedrijfsleven en de werkgelegenheid. Hiervoor moet een waaier aan beleidsinstrumenten worden ingezet. Om te bepalen of er voortgang wordt gemaakt is een geschikte indicator nodig. Over de vraag of hieraan ook een indicatieve doelstelling moet worden verbonden, lopen de meningen uiteen.

Stand van zaken

Voor een transitie richting een circulaire en duurzame economie staan diverse instrumenten en beleidsmaatregelen ter beschikking. Tijdens de Informele Milieuraad op 17 juli jl. heeft een gedachtewisseling plaatsgevonden over de vraag hoe groene groei een «boost» kan worden gegeven in de EU3. De herziening van de EU 2020 strategie in 2015 zou hiervoor benut kunnen worden door de groene dimensie ervan uit te bouwen. Daarbij zal specifiek aandacht moeten worden gegeven aan een efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De Commissie heeft tijdens de Informele Milieuraad de recent uitgebrachte initiatieven gepresenteerd die hiermee verband houden4.

Nederlandse inzet

Nederland zal bij een discussie in de Milieuraad putten uit het beleid zoals vastgelegd in het SER Energieakkoord, de Groene Groeibrief5 en de recente brief Van Afval naar Grondstof (VANG)6, alsmede de kabinetsreactie op de consultatie van de Europese Commissie over de Europa 2020-strategie die op 19 september j.l. aan de Tweede Kamer is gestuurd. De Nederlandse positie is er op gebaseerd dat een beperkt aantal concrete en meetbare doelstellingen de belangrijkste kracht is van de Europa 2020-strategie. Nederland is er dan ook geen voorstander van dit aantal verder uit te breiden en in de periode tot 2020 kan vanwege continuïteitsoverwegingen vastgehouden worden aan de bestaande drie doelen. Met betrekking tot energie en klimaat is gekozen voor een drieledig doel, namelijk CO2-reductie, energie-efficiëntie en duurzame energie Het aspect duurzaamheid ontbreekt evenwel, en daarom zou binnen het Europees Semester ook informatie over «resource productivity» kunnen worden verzameld. Met de juiste indicatoren op dit gebied kan een beter beeld geschetst worden van de ontwikkelingen op het gebied van hulpbronefficiëntie in Europa.

Krachtenveld

Veel lidstaten steunden de aanpak van het voorzitterschap om de raadsconclusies er op te richten dat in de Europa 2020 strategie een (vrijblijvende) ambitie voor grondstoffenefficiëntie wordt opgenomen. Alle lidstaten (inclusief de Commissie) onderkennen tegelijkertijd dat een perfecte indicator om te meten of de ten doel gestelde ambitie wordt gehaald, nog niet voorhanden is. Weerstand is er tegen het opnemen van een doelstelling in Europa 2020 omdat de ambities te hoog zouden zijn (a.s. Hongarije, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Roemenie), de indicator niet voldoet (Tsjechië, Nederland, Zweden, Roemenie) of omdat het onwenselijk zou zijn om nieuwe doelen aan de Europa 2020 strategie toe te voegen (Verenigd Koninkrijk, Zweden, Nederland). Het Verenigd Koningrijk maakt voorts bezwaar tegen het opnemen van een tekst over belastingen en kreeg enige steun voor het schrappen of afzwakken ervan.

Diversenpunten

Klimaat- en Energiepakket 2030

Op 23/24 oktober 2014 ligt in de Europese Raad besluitvorming voor over de hoofdlijnen van het EU 2030 klimaat- en energiepakket. Tijdens de Milieuraad blikt de Raad terug op de Europese Raad en het besluit dat daar is genomen.


X Noot
1

Raadsdocument 12124/2/14.

X Noot
2

Raadsdocument 13072/14).

X Noot
3

Verslag Informele Milieuraad, kamerstuk 21 501-08, nr. 524.

X Noot
4

COM(2014) 397, Voorstel voor een richtlijn inzake doelstellingen afvalstoffenbeleid.

COM(2014) 440l, Groen actieplan voor het MKB.

COM(2014) 445, Mededeling resource efficiency in de bouw.

COM(2014) 446l, Initiatief voor groene werkgelegenheid.

X Noot
5

Kamerstuk 33 043, nr. 14.

X Noot
6

Kamerstuk 33 043, nr. 28.