Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-07 nr. 831

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 831 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 8 augustus 2011

Binnen de vaste commissie voor Financiën1 hebben enkele fracties de behoefte om over de brief d.d. 25 juli 2011 over het verslag van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone van 21 juli 2011 (21 501-07, nr. 822), alsmede de brief van 31 juli jl. over de tijdelijke garantiestelling aan ECB in verband met Griekse rating event (21 501-07, nr. 821) enkele vragen en opmerkingen voor te leggen.

De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 8 augustus 2011.

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Dezentjé Hamming-Bluemink

De griffier van de commissie,

Berck

Vragen en opmerkingen van de fracties

Namens de commissie verzoek ik u uw reactie op de vragen en opmerkingen van de fracties uiterlijk maandag 8 augustus a.s. te 12.00 uur aan de Kamer te doen toekomen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brieven over het verslag van de bijeenkomst over de eurozone en de tijdelijke garantstelling voor de ECB.

Zoals in het vorige schriftelijke overleg reeds aangegeven, benadrukken de leden van de VVD-fractie dat de verantwoordelijkheid voor de financiële stabiliteit in de eurozone in de eerste plaats moet liggen bij de eurolanden zelf door het spoedig en geloofwaardig op orde brengen van de openbare financiën, de hoge schuldposities zo snel mogelijk af te bouwen en structurele hervormingen door te voeren om economische groei te bevorderen. De leden van de VVD-fractie zijn tevreden dat deze elementen ook uitgangspunt zijn van het tijdens de bijeenkomst van de eurozone afgesproken pakket aan maatregelen, net als de substantiële mate van betrokkenheid van de private sector. Tegelijkertijd hebben deze leden nog een aantal vragen en opmerkingen over de voorliggende uitkomsten.

Aan de verruiming van de mogelijkheden van de European Financial Stability Facility (EFSF) om preventief de stabiliteit van de eurozone beter te waarborgen heeft Nederland strikte eisen van conditionaliteit verbonden. In de conditionaliteit, zoals genoemd in de brief, ontbreekt betrokkenheid van het IMF. Is het de bedoeling dat voor landen die preventief een beroep doen op het EFSF ook, net zoals de landen die in een volledig programma zitten (Griekenland, Ierland en Portugal), aan het oordeel van het IMF onderworpen worden? Kunt u aangeven in welke gevallen er wel en niet preventief kan worden ingegrepen vanuit het EFSF? Immers, het kan toch niet de bedoeling zijn dat het EFSF ongebreideld voor alle eurolanden kan worden gebruikt?

In dit verband vragen de leden van de VVD-fractie eveneens wat het oordeel van het kabinet is over de stelling van de Franse president Sarkozy dat met de uitgebreidere bevoegdheden van de EFSF een Europees monetair fonds zou zijn gecreëerd. Hoe ziet de u dit?

Om de private sector aan te moedigen om de Griekse schuld die loopt tot medio 2014 te verlengen, is voor een bedrag van 17 miljard euro aan credit enhancements nodig. Voor de schuld die na 2014 afloopt, is nog eens voor 18 miljard euro aan credit enhancements nodig. Waaruit bestaan deze credit enhancements? Betreft het in beide gevallen (de 17 miljard tot 2014 en de 18 miljard euro daarna) dezelfde soort credit enhancements?

Daarnaast is onderdeel van de afspraken dat voor 20 miljard euro voor een totaal van 33 miljard euro aan private schuld kan worden teruggekocht. Wanneer wordt dit gedaan? Is dit (zeer) binnenkort of in de loop van de komende maanden/jaren?

Tot 2019 is er sprake van netto 106 miljard euro aan private sector betrokkenheid voor Griekenland. Aangezien de deelname van de private sector een vrijwillige is, vragen de leden van de VVD-fractie waarop het bedrag van 106 miljard euro is gebaseerd. Is dat bijvoorbeeld uitgaande van volledige deelname van alle bij het Institute of International Finance (IIF) aangesloten partijen? Of is het bedrag ergens anders op gebaseerd? In welke mate hebben partijen, al dan niet aangesloten bij het IIF, zich hieraan gecommitteerd?

De voorzitter van de Europese Raad, de heer Van Rompuy, stelt in NRC Handelsblad van zaterdag 30 juli 2011 dat de (vrijwillige) bijdrage van de private sector eenmalig is. Wat betekent deze opmerking? Zijn hier afspraken zijn over gemaakt en zo ja, welke?

Toekomstige leningen van het EFSF aan Griekenland worden verstrekt tegen een lagere rente en zullen een looptijd kennen tussen 15 en 30 jaar. In de brief van 25 juli 2011 stelt het kabinet dat deze extra financiering net als voorheen gepaard gaat met strikte condities en strenge monitoring, en dat dit betekent dat ook sprake zal zijn van langere en strikte monitoring ná de programmaperiode. Zijn er afspraken gemaakt, en zo ja welke, over de wijze waarop deze monitoring plaatsvindt na de programmaperiode? Zijn er sancties afgesproken, en zo ja welke, indien Griekenland zich niet aan eerder overeengekomen voorwaarden houdt? Is de conditionaliteit die gepaard gaat met het programma voor Griekenland (zoals financieel orde op zaken stellen, privatiseringen en IMF-betrokkenheid) van toepassing op de volledige looptijd van de EFSF-leningen? Wat is de afdwingbaarheid van afspraken die zich uitstrekken over een periode van 15 tot 30 jaar?

Welke technische assistentie wordt opgezet om Griekenland te helpen alle hervormingen door te voeren? Hoe wordt ervoor gezorgd dat deze «technische assistentie» niet de verantwoordelijkheden overneemt die de Griekse regering en het Griekse parlement uiteindelijk zelf zullen moeten dragen?

In de brief van 25 juli 2011 wordt aangegeven dat de rente op EFSF-leningen aan Griekenland wordt verlaagd tot een rente die in ieder geval de financieringskosten van het EFSF dekt. Kunt u nader ingaan op deze afspraak, in het licht van recente berichten dat Spanje en Italië (en andere landen) een opt-out zouden hebben van de afspraak om financieel bij te dragen aan het reddingspakket voor Griekenland, indien de cost of funding voor zo’n lidstaat hoger zijn dan de rente die Griekenland betaalt. Klopt het dat deze opt-out mogelijkheid bestaat en zo ja, wat betekent dat in het licht van de gestegen rentes voor Italië en Spanje in de laatste dagen?

In uw brief van 25 juli 2011 wordt gesteld dat het EFSF in uitzonderlijke omstandigheden zal kunnen interveniëren in de secundaire obligatiemarkt, indien de ECB oordeelt dat er ernstige risico’s voor de financiële stabiliteit bestaan. Hiervoor zal onderlinge overeenstemming tussen alle lidstaten vereist zijn, unanimiteit dus. Hoe verwacht u dat deze afspraak in de praktijk zal werken? Moet een oordeel van de Europese Centrale Bank (ECB) altijd door de lidstaten worden gevolgd of is hier ruimte voor discussie? Hoe stelt de u voor om met dit unanimiteitsvereiste om te gaan?

In de uitkomsten van de bijeenkomst van de eurozone is opgenomen, dat alle landen zich zullen houden aan de afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en uiterlijk in 2013 hun tekort onder de 3% BBP zullen hebben gebracht. Hoe afdwingbaar is deze afspraak, mede in het licht dat automatische sancties op het overtreden van de SGP-afspraken tot op heden ontbreken?

Wat vindt u van de opmerking van de Duitse minister van Financiën, Schäuble, afgelopen zondag in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, dat van lidstaten die het pact overtreden automatisch EU-subsidies zouden moeten worden teruggevorderd. De leden van de VVD-fractie zouden dat zeer toejuichen. Is de Nederlandse regering voornemens om een dergelijk Duits initiatief te steunen?

Wat betekent de afspraak, dat landen waarvoor een EU/IMF programma van toepassing is door verhoging van het co-financieringspercentage via de EU-begroting, hun absorptie van EU-fondsen kunnen vergroten? Hoeven deze landen gedurende kortere of langere tijd hun co-financiering niet meer zelf te betalen en zo ja, wat betekent dit voor de EU-begroting en het Nederlandse aandeel daarin?

In de conclusies van de eurozone bijeenkomst van 21 juli 2011 is het belang benadrukt van adequate backstops. Is Nederland hier al voldoende klaar voor of moeten er in Nederland nog regelingen worden getroffen voor zulke backstops, en zo ja, welke?

Tot slot is in de conclusies van de eurozone bijeenkomst opgenomen, dat Ierland zijn bezwaren tegen de voorgestelde CCCTB-richtlijn opgeeft, althans constructief gaat particperen in de discussies over die richtlijn. Eerder heeft een grote meerderheid van de Kamer bezwaren geuit tegen deze voorgestelde CCCTB-richtlijn, mede vanwege de forse negatieve financiële consequenties voor Nederland. In dit licht, wat betekent de afspraak in de conclusies van de eurozonebijeenkomst voor de Nederlandse opstelling ten aanzien van de CCCTB-richtlijn?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van de brief die 31 juli 2011 naar de Kamer is gestuurd inzake het Europese steunpakket voor Griekenland en van de vertrouwelijke brief die ter inzage is gelegd bij het Centraal Informatiepunt bij de Kamer.

De leden van de PvdA-fractie merken op dat de beroering die is ontstaan na de publicatie in NRC Handelsblad van 29 juli jl. over de hoogte van de eventuele garanties van de Eurolanden aan de ECB, voorkomen had kunnen en moeten worden. Verwarring en publieke onrust zouden zich niet hebben voorgedaan indien in de kabinetsbrief van 25 juli 2011 duidelijk zou zijn geformuleerd dat deze garanties wellicht gegeven zullen worden en indien in de brief was uitgelegd waarom over de hoogte van die garanties (nog) geen mededelingen kunnen worden gedaan.

De leden van de PvdA-fractie stellen vast dat het de tweede keer is binnen korte tijd dat het proces van informatievoorziening vanuit het kabinet te wensen overlaat waar het gaat over de steun aan Griekenland en meer in het algemeen de maatregelen ter verbetering van de financiële architectuur in het Eurogebied. Eerder is immers door de minister president na afloop van de Eurotop ten onrechte gesteld dat de betrokkenheid van de private sector bij de financiering van Griekenland tot 2014 ter waarde van 50 miljard euro in mindering dient te worden gebracht op het publieke deel van 109 miljard. Teneinde deze verwarring definitief weg te nemen verzoeken deze leden u en de minister president onomwonden te bevestigen dat deze weergave onjuist was. De leden van de PvdA-fractie dringen hier temeer op aan omdat de Nederlandse belastingbetaler recht heeft op eenduidige en niet voor meerdere uitleg vatbare informatie over de financiële bijdrage en nog te lopen financiële risico’s die op Nederland drukken bij steunoperaties in Europees verband.

Meer in het algemeen vragen de leden van de PvdA-fractie de regering om lessen te trekken uit bovengenoemde gebeurtenissen. Afgezien van de benodigde zorgvuldigheid bij de presentatie van de cijfers gaat het hierbij om (1) transparantie en volledigheid in het proces van informatievoorziening en (2) de noodzaak om een eerlijk en evenwichtig beeld te presenteren van de verdeling van de financiële lasten over de partijen die zijn betrokken bij de steun aan probleemlanden in het eurogebied.

Ad 1. Voor wat betreft de transparantie dringen de leden van de PvdA-fractie er op aan dat als er in de toekomst opnieuw sprake is van informatie of afspraken die niet openbaar gemaakt kunnen worden, dit duidelijk te melden en toe te lichten waarom geheimhouding noodzakelijk is en hoe lang dit duurt.

Op het punt van de transparantie en volledigheid hebben de leden van de PvdA-fractie verder nog enige dringende vragen naar aanleiding van het artikel dat de voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders de heer Van Rompuy heeft gestuurd naar een aantal Europese kranten (o.m. NRC Handelsblad 30 juli 2011). In zijn artikel stelt Van Rompuy dat tijdens de Europese Top enkele initiatieven zijn genomen om een einde te maken aan de speculaties van de financiële markten over de schulden elders in de eurozone. Daarop volgt de passage:

«Ten eerste hebben wij er geen enkele twijfel over laten bestaan dat de betrokkenheid van de particuliere sector een eenmalig karakter heeft. Wij begrijpen dat de markten altijd bevreesd zijn voor eenzijdige wijzigingen van de voorwaarden, zelfs als deze vrijwillig zijn, zoals nu het geval is met de particuliere schuldeisers die akkoord gaan met een zekere verlichting van de Griekse schuldenlast. In andere gevallen zal geen beroep worden gedaan op de particuliere sector.»

Betekent dit, zo vragen de leden van de PvdA-fractie, dat mocht bijvoorbeeld later blijken dat de schuldenlast van Ierland of Portugal onhoudbaar is omdat de rentelast te groot is om uit bezuinigingen en economische groei te financieren, dat dan geen beroep zal worden gedaan op de financiële sector om een deel van het verlies te nemen om zo de schuldenlast van deze landen tot een houdbaar niveau te verminderen? Betekent dit voorts dat alle eventuele toekomstige reddingsoperaties in Europees verband uitsluitend ten laste zullen komen van de belastingbetalers in het eurogebied? Hoe verhoudt dit standpunt zich met het standpunt van de Nederlandse regering, die er nooit een misverstand over heeft laten bestaan dat substantiële bijdragen vanuit de private sector een belangrijk element zijn in het Nederlandse beleid? En als dit inderdaad is afgesproken, waarom is dit dan niet gemeld in uw brief van 25 juli 2011? Welke (andere) opties staan nog open voor toekomstige private betrokkenheid bij eventuele toekomstige Europese initiatieven om de schuldenlast van probleemlanden houdbaar te maken?

Hoe dan ook constateren de leden van de PvdA-fractie dat er opnieuw de nodige onduidelijkheid bestaat over de passage in de verklaring van de Europese regeringsleiders over de «unieke» en «exceptionele» oplossing die voor Griekenland nodig is. Deze leden begrijpen dat de regeringsleiders hebben willen voorkomen dat het Griekse pakket wordt opgevat als een precedent. Maar dat is nog wat anders dan te zeggen dat in de toekomst geen private bijdrage zal worden gevraagd, zoals Van Rompuy stelt. Ook op dit punt geeft uw brief van 25 juli 2011 geen opheldering en deze leden vragen u deze alsnog te verschaffen.

Ad 2. Voor wat betreft het presenteren van een eerlijk en evenwichtig beeld aan burgers en belastingbetalers merken de leden van de PvdA-fractie op dat u in uw brief van 25 juli 2011 slordig omgaat met de begrippen «netto bijdragen» en «betrokkenheid» van de private- en publieke sector bij de financiering van de Griekse schuldenlast. De gehanteerde termen zijn vaag. Het wezenlijke onderscheid dat bestaat tussen bijdragen aan de financiering van de Griekse schuld en het daadwerkelijk verlies nemen op de rentebetalingen en/of de hoofdsom van de Griekse staatsschuld wordt niet in de brief gemaakt.

In grote lijnen is uw betoog dat in de periode tot 2020 de «netto private bijdrage» (106 miljard euro) «ongeveer vergelijkbaar» is met de additionele publieke bijdrage (109 miljard euro). De cijferopstelling in de tabel werkt evident naar dit eindbeeld toe.

De vraag in dit verband is of u de mening deelt van de leden van de PvdA-fractie dat deze gepresenteerde «vergelijkbaarheid» materieel weinig zegt. Het gaat immers bij de steun aan Griekenland in essentie niet om de omvang van de financiële stromen, maar om de verdeling van de risico’s die daarbij worden gelopen en de verliezen die daarop worden genomen. Deze leden constateren dat op dit punt de brief geen helder beeld schetst. In dit verband hebben deze leden de volgende aanvullende vragen:

  • 1. Kunt u reageren op de berekeningen van het IFF dat het netto verlies dat de banken incasseren als gevolg van de Griekse schuldherziening becijferd kan worden op 21%? Wat is daarbij het realiteitsgehalte van de onderliggende veronderstellingen ten aanzien van de gehanteerde discontovoet en het percentage deelnemende banken?

  • 2. Kan worden gesteld, ook indachtig het eerder genoemde artikel van Van Rompuy, dat het verlies van de banken na deze reddingsoperatie vanaf nu beperkt en duidelijk begrensd is, terwijl de blootstelling van de publieke sector in de eurozone aan de Griekse schuld geheel een open einde karakter heeft? Zo ja, zou met het oog op een evenwichtig beeld dit niet duidelijk gecommuniceerd moeten worden? Deze vraag klemt temeer omdat de omvang van de Griekse staatschuld ook na de jongste schuldherziening zeer hoog blijft en de kans aanzienlijk is dat er in de toekomst opnieuw op de Griekse schuld zal moeten worden afgeschreven. Kunt u uitleggen waarom er voor is gekozen om de banken in het vervolg buiten schot te laten?

  • 3. Kunt u voorts een opstelling geven waarin wordt vergeleken in welke mate de private- respectievelijk de publieke sector daadwerkelijk bijdraagt aan verlichting van de rente- en schuldenlasten van Griekenland?

Tenslotte hebben de leden van de PvdA-fractie nog enkele vragen over de Europese garanties aan de ECB en de omvang van het EFSF.

U stelt in uw brief van 31 juli 2011 dat een mogelijke optie is dat de garantie aan de ECB ten laste komt van het EFSF. Wat zijn de voor- en nadelen van deze optie en welke alternatieve opties zijn denkbaar? Voorts vraagt de leden van de PvdA-fractie zich af welk materieel verschil het afgeven van bovengenoemde garantie nu werkelijk maakt voor de eurolanden. Klopt het dat ook zonder de garantie aan de ECB de deelnemende eurolanden zouden opdraaien voor alle eventuele verliezen die de ECB kan lijden op de aan haar verstrekte onderpanden? Heeft het geven van de garantie aan de ECB invloed op de omvang van de «haircut» van de banken?

Hoe staat u tegenover de huidige omvang van het EFSF? Deelt u de mening van veel analisten dat het een gemiste kans is dat het EFSF niet aanzienlijk is vergroot is, omdat met een groter EFSF met meer geloofwaardigheid kan worden geïntervenieerd op de markten voor staatsobligaties in perioden van speculatieve onrust? Wat is uw interpretatie in dit verband van de opmerking van Van Rompuy dat «de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone opnieuw bevestigd hebben dat zij, indien er nog verdere middelen nodig zijn, alles in het werk zullen stellen om de financiële stabiliteit van de eurozone te vrijwaren». Moet dit opgevat worden als de bereidheid om het EFSF te vergroten? Zijn hierover formele of informele afspraken gemaakt tijdens de Eurotop? Hoe staat u tegenover het idee het EFSF te vergroten?

De leden van de PvdA-fractie hechten groot belang aan de inspanningen op Europees niveau gericht op terugkeer van stabiliteit in de eurozone. Om deze inspanningen te kunnen blijven steunen is het van cruciaal belang dat u alle relevante informatie verschaft en een eerlijk en reëel beeld geeft van de financiële gevolgen die dit heeft voor Nederland. Deze leden stellen vast dat verbeteringen noodzakelijk zijn en zal de regering ter zake kritisch op zijn verantwoordelijkheid blijven aanspreken.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de PVV-fractie hebben naar aanleiding van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone van 21 juli 2011 de volgende vragen:

  • 1. Kunt u aangeven met hoeveel de schuld stijgt of daalt door het opgestelde steunpakket tot en met 2014 en 2020 in bedragen en als percentage van het bruto binnenlands product van Griekenland?

  • 2. Wanneer verwacht u dat Griekenland zelfstandig zonder garanties en steun van EU-faciliteiten weer de kapitaalmarkt kan betreden? Is er een kans aanwezig dat we na 2020 weer in de buidel van de Nederlandse belastingbetaler moeten tasten om Griekenland financieel te ondersteunen? Zo ja, om welk bedrag gaat dit dan?

  • 3. Wanneer komt er duidelijkheid en een officiële mededeling over het totale pakket? Vindt u dat deze situatie van onduidelijkheden, het gissen naar bedragen en het onvolledig informeren, onrust veroorzaakt op de financiële markten?

  • 4. Hoe verklaart u het dat het besmettingsgevaar niet is gereduceerd, aangezien de rentes op Spaans, Grieks en Italiaans staatspapier blijven oplopen en de beurzen al zes dagen rode cijfers vertonen? Heeft dit opgezette pakket rust en stabiliteit op de financiële markten gebracht en de stabiliteit van de euro en de eurozone gewaarborgd? Zo ja, waar kunnen we dit dan feitelijk aan afleiden? Zo nee, kunt u dan garanderen dat bij inwerking treden van het tweede hulppakket de rust wederkeert?

  • 5. Volgens de voorzitter van de Europese Raad is bij de laatste evaluatie door het IMF, de ECB en de Europese Commissie de conclusie getrokken dat de schuld van Griekenland houdbaar is (NRC 30-7-2011 Nationaal belang dwingt tot integratie). Kunt u verklaren waarom er toch een tweede hulppakket aan Griekenland wordt verschaft, met waarschijnlijk wederom weinig tot geen effecten op de stabiliteit van de financiële markten in Europa? Acht u de kans van slagen van het tweede steunpakket groter dan het fiasco van het eerste steunpakket?

  • 6. Vanuit verschillende bronnen, zoals de persconferentie van de Duitse bondskanselier Merkel en de website van het Finse ministerie, is vermeld dat de totale publieke bijdrage van 109 miljard euro geldt tot 2014 (VK 27-07-2011 De eenzaamheid van Ruttes getallen). In uw brief, gerapporteerd aan de Kamer, staat echter dat dit bedrag bestemd is tot 2020. Kunt u dit nader verklaren? Indien de financiering is uitgestrekt tot 2014, hoeveel financiering behoeft Griekenland dan nog na 2014?

  • 7. In uw brief van 25 juli 2011 wordt gesproken over een ambitieus privatiseringsprogramma. Naar aanleiding van verschillende media hebben wij vernomen dat de kans dat privatisering van 50 miljard euro niet reëel en haalbaar is. Zijn er al enige projecten geprivatiseerd en hoe groot acht u de kans (in procenten) dat de privatisering zal slagen?

  • 8. Eén van de doelen uit het opgezette steunpakket is het versterken van de concurrentiepositie van Griekenland. In hoeveel jaar denkt u dat Griekenland weer concurrerend kan optreden op de mondiale wereldmarkt?

  • 9. Credit enhancements zouden nodig moeten zijn om de private sector aan te moedigen om de schuld te verlengen. Wat houden deze zogenoemde credit enhancements precies in, en wie staat garant voor het bedrag van 17 miljard euro dat gemoeid gaat met de credit enhancements?

  • 10. De arbeidsmarkt van Griekenland zit helemaal op slot en de economie krimpt. Het percentage zwartwerkers in Griekenland ligt op 20%. Hoeveel jaar heeft Griekenland nodig heeft om de arbeidsmarkt weer gezond te maken en te versterken?

  • 11. Het Nederlandse aandeel in een bijdrage aan het EFSF is 6,2%. Waarop is dit percentage gebaseerd?

  • 12. Indien de PIIGS landen de verplichtingen niet kunnen nakomen, worden de afgegeven garanties van deze landen aan het EFSF ingeroepen. Nederland zal dan moeten opdraaien voor de ingeroepen bedragen. Hoeveel procent gaat dit Nederland extra kosten in procenten boven op de 6,2%. Op welk deel van het hulppakket heeft de step-out regeling betrekking? Heeft deze ook betrekking op de zesde tranche? Zo ja, wat betekent dit dan voor de bijdrage van Nederland als Italië en Spanje niet deelnemen? Indien landen gebruik maken van de step-out regeling, wanneer zullen zijn dan weer meebetalen aan het hulppakket? Worden de ingeroepen garanties gecompenseerd indien de landen met een step-outregeling weer kunnen meedelen in het hulppakket? Welke landen kunnen op dit moment gebruik maken van de step-out regeling? Hoe groot acht u de kans dat Italië en Spanje hiervan gebruik gaan maken? Is deze step-out regeling een vrijwillige keuze van de landen?

  • 13. Er wordt vanuit gegaan dat 90% van de particuliere obligatiehouders de Griekse papieren zal omruilen voor nieuwe, met voor Griekenland gunstigere voorwaarden. Waar is dit percentage op gebaseerd?

  • 14. Waarom zouden obligatiehouders van Grieks staatspapier met een korte looptijd en een dekking van het Europese noodfonds, het waardepapier inwisselen voor nieuw Grieks staatspapier met een lagere waarde? Komt hierdoor de 90% grens niet in gevaar?

  • 15. Vindt u het niet vreemd dat het EFSF een tripple A rating heeft met waardeloze Griekse, Ierse en Portugese leningen? Waarom dient Nederland en andere eurolanden garant te staan voor waardeloos en risicovol staatspapier, waarop waarschijnlijk nooit een volledige terugbetaling zal plaatsvinden?

  • 16. Klopt het dat Cyprus op de nominatie staat voor financiële steun vanuit het EFSF? Zo ja, om welk bedrag gaat dit dan en voor welke periode? Wat betekent dit voor de eventuele extra garantiestelling van Nederland?

  • 17. Klopt het bericht dat Griekenland, Ierland, Portugal, Roemenie, Hongarije en Letland (Europa-nu.nl 1-8-2011 – De Commissie helpt zes landen aan meer EU-steun) ondanks een te lage bijdrage toch makkelijker toegang krijgen tot het Europese noodfonds en wat betekent dit voor de Nederlandse bijdrage aan de EU-begrotingen en het noodfonds?

  • 18. Bent u van mening dat landen uit de euro gezet moeten kunnen worden, indien zij zich niet committeren aan het Stabiliteits-en Groeipact, om zo een desastreuze situatie als in Griekenland te voorkomen?

  • 19. Hoeveel heeft tot nu toe de financiële bijdrage de Nederlandse belastingbetaler gekost (de 2,8 miljard euro uitgegeven bilaterale leningen) en hoeveel gaat een tweede steunpakket de Nederlandse belastingbetaler kosten?

De leden van de PVV-fractie hebben naar aanleiding van de tijdelijke garantiestelling aan de ECB in verband met Griekse rating event de volgende vragen:

  • 20. Bent u van mening dat de onvolledige informatievoorziening van de tijdelijke garantiestelling aan de ECB voor meer onrust op de financiële markten heeft gezorgd? Zo ja, had deze informatie niet gewoon gecommuniceerd moeten worden, zodat volledige transparantie voor de financiële markten gewaarborgd was geweest? Hoeveel bedraagt de Nederlandse bijdrage aan de garanties aan de ECB?

  • 21. Hoeveel staatspapier hebben de Griekse banken in bezit van Griekenland en wat is de marktwaarde hiervan? Is er al op deze staatspapieren afgeschreven of zijn deze nog opgenomen onder de boekwaarde?

  • 22. Is er een kans aanwezig dat Griekse banken niet in staat zijn leningen van de ECB terug te betalen? Zo ja, hoeveel gaat dit Nederland kosten?

  • 23. De kerntaak van de ECB is het bestrijden van de inflatie. De president van de ECB legt echter meer de nadruk op financiële stabiliteit, waardoor banken vrijwel onbeperkt krediet krijgen bij de ECB. Dit jaagt de inflatie op en brengt op langere termijn risico’s met zich mee. Kunt u dit nader verklaren?

  • 24. Is de 20 miljard euro reservering voor herkapitalisatie van de Griekse banken voldoende om mogelijke verliezen op leningen aan Griekse banken vanuit de ECB te voorkomen? Waar is het bedrag van 20 miljard euro op gebaseerd?

  • 25. Over welke mogelijkheden van vormgeving van de garanties zijn nog meer gesproken op ambtelijk niveau, buiten de opties van tijdelijke garantiestelling vanuit het EFSF?

  • 26. Hoe staat het met de kredietwaardigheid van de Griekse banken? Bent u van mening dat we niet garant moeten staan voor illiquide en insolvabele banken?

  • 27. Kunt u garanderen dat de eventuele extra garantie eenmalig van aard is aan de ECB betreffende Griekenland?

  • 28. Wat gebeurt er met de garanties van Nederland aan de ECB indien een credit event plaatsvindt? Is de Nederlandse belastingbetaler haar geld dan kwijt? Zo ja, onderschrijft u het dan ook als een te groot risico om deel te nemen aan de garanties aan de ECB?

  • 29. Op dit moment stijgen de rentes van Spanje en Italië boven de 6% en heeft een crisisberaad plaatsgevonden. Acht u de kans aanwezig dat er ook garanties aan de ECB moeten worden verleend voor steun aan Spaanse en Italiaanse banken en eventueel ook andere landen?

  • 30. Worden deze garanties alleen afgegeven aan de ECB, indien Griekenland wordt gewaardeerd als een (selective) default? Zo nee, wanneer worden deze garanties dan nog meer verstrekt aan de ECB?

  • 31. De ECB heeft voor meer dan 70 miljard euro aan Grieks staatspapier in bezit. Wordt van ECB verwacht om mee te doen aan het doorrollen van dit papier (private sector involvement)? Zo ja, wat betekent dit en voor welke periode worden deze leningen doorgerold?

  • 32. Kunt u een totaal overzicht van garanties en leningen verschaffen tot heden, tot in 2014 en de maximale potentiële bijdrage van Nederland inclusief de bijdrage en garanties aan de ECB, de Nederlandse bijdrage aan het IMF en de private bijdrage van Nederlandse financiële sector met betrekking tot de eurocrisis? Hoeveel kost het de Nederlandse belastingbetaler en de financiële sector indien de afgegeven garanties uitbetaald dienen te worden en de verstrekte leningen niet worden terugbetaald?

  • 33. Zijn er nog meer bedragen in het steunpakket van Griekenland waarvan de Kamer niet op de hoogte is? Zo ja, waarom zijn deze niet vermeld en van welke omvang zijn deze bedragen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennis genomen van het verslag van de eurotop van 21 juli j.l. en van uw brief over de tijdelijke garantiestelling aan de ECB. Deze leden zullen over beide documenten een aantal vragen stellen over het nieuwe leningenprogramma aan Griekenland, de uitbreiding van de bevoegdheden van het EFSF en de tijdelijke garantiestelling voor de ECB.

Ter introductie willen de leden van de CDA-fractie in algemene zin opmerken dat, hoewel het pakket eerst wel wat rust op de financiële markten heeft gebracht, waakzaamheid ten aanzien van de situatie op de financiële markten geboden blijft. Deze leden kijken met zorg naar de ontwikkelingen in Italië en Spanje. Kunt u ook aangeven hoe u tegen deze actuele ontwikkelingen aankijkt, juist ook tegen de achtergrond van het nu voorliggende pakket?

De leden van de CDA-fractie ondersteunen van harte de aan het eind van het verslag genoemde opmerking dat versterking van het Stabiliteits- en Groeipact van groot belang blijft. Invoering van het governancepakket met verdere minimumeisen aan nationale begrotingsraamwerken al in 2012 (i.p.v. 2013) lijkt deze leden een verstandige keuze. Aandringen op snelle besluitvorming en overeenstemming met het Europees Parlement lijkt ons noodzakelijk, maar wel onder de voorwaarde dat zeker aan de preventieve werking geen concessies gedaan worden. De leden van de CDA-fractie hechten aan een krachtdadig preventief pakket.

Voor de korte termijn is het nu echter zaak dat in de komende periode het proces van de Nederlandse Parlementaire beoordeling, van het veelomvattende pakket om de schuldencrisis in Griekenland te adresseren en de risico's van besmetting tegen te gaan, zo goed mogelijk verloopt. De leden van de CDA-fractie willen hierbij benadrukken dat de communicatie naar de Kamer door het kabinet optimaal dient te geschieden. Deze leden hechten er aan te benadrukken dat het voor een soepel verloop van het proces van groot belang is dat alle details van het pakket tijdig op tafel liggen. De complexheid van het pakket en de omvang laten zien dat niet op alle fronten exacte duidelijkheid gegeven kan worden. Echter deze leden vragen juist op die punten waar nog geen exacte duidelijkheid gegeven kan worden om dat ook expliciet te vermelden alsook aan te geven wat de mogelijke scenario's (wat is de minimale en maximale omvang) uiteindelijk zouden kunnen zijn. De leden van de CDA-fractie vragen tegen deze achtergrond het kabinet gedetailleerd aan te geven op welke punten parlementaire goedkeuring gevraagd wordt. Graag een nauwkeurig overzicht van deze punten zowel in omvang, vorm en tijd.

Ook zouden deze leden nog antwoord willen hebben op openstaande vragen uit het Schriftelijk Overleg ter voorbereiding van het Algemeen Overleg op 21 juli j.l. (zoals het Kabinet aangaf waren nog niet alle vragen beantwoord). De leden van de CDA- fractie merken op dat indien gekozen wordt voor een collectieve beantwoording voor de vragen, graag wordt vermeld welke vragen van de fracties daarmee beantwoord worden.

Griekenland

Verwachtingen Griekse economie

In het verslag wordt gesteld dat het pakket maatregelen van Griekenland een enorme inspanning vergt en de nodige offers. Kunt u gedetailleerd en overzichtelijk aangeven welke maatregelen dit precies zijn en welke offers dit precies vergt van de Grieken? Graag zouden de leden van de CDA-fractie ook vernemen op welke wijze dit programma – naar verwachting – zal bijdragen aan een hogere economische groei. Wat verstaat u onder duurzame groei in dit verband? Graag ook een toelichting op de opzet van de taskforce die zich zal richten op het verbeteren van de concurrentiekracht en het verbeteren van de arbeidsmarkt. Hoe zal de technische assistentie vorm krijgen? Welke financiële gevolgen voor Nederland zou dit kunnen hebben?

Financieringsbehoefte Griekenland

In het verslag wordt opgemerkt dat er eerst aandacht was voor de financieringsbehoefte van Griekenland tot 2014, maar dat er vanwege de betrokkenheid van de private sector nu ook aandacht is voor betrokkenheid van de private sector tot 2019. In de tabel van het verslag wordt echter ook voor de private sector alleen gesproken over financiering tot 2014. Kunt u de volledige financieringsbehoefte van Griekenland tot 2019 op een rij zetten en daarbij de ontwikkelingen per jaar van 2011 tot en met 2019 vermelden? Hoe ziet het verwachte schema van herfinanciering er nu precies uit op basis van de huidige schuld en de toekomstige ontwikkeling van die schuld van de Griekenland, ook eveneens voor de jaren 2011 tot en met 2019? Welk deel bestaat uit herfinanciering door (naar verwachting) de private sector en welk deel wordt door de publieke sector geherfinancierd?

De leden van de CDA-fractie hechten eraan om duidelijkheid te hebben over het exacte financieringsgat en hoe dat in tijd en omvang wordt ingevuld. Gekoppeld hieraan vragen deze leden u welke afspraken er gemaakt zijn over de monitoring van deze tijdslijnen en bedragen. Wat zijn de consequenties indien tijdslijnen of andere bijdragen niet worden gerealiseerd?

In dit verband vragen de leden van de CDA-fractie ook nadrukkelijk in te gaan op de bijdrage die ook Griekenland zelf levert aan deze analyse van de schuldhoudbaarheid. Deze leden vragen hierbij specifiek aandacht voor het totale privatiseringsprogramma (gespecificeerd naar tijd en omvang).

Ook zouden de leden van de CDA-fractie in dit kader graag een totaal overzicht ontvangen van directe en indirecte garantstellingen, die door overheden en intergouvernementele instellingen op dit moment zijn afgegeven op Griekse leningen (dus garantiestellingen, garantiestellingen op de ECB, het ECB-onderpand, de IMF-bijdrage en mogelijk andere leningen en garantiestelllingen). Kunt u een inschatting geven tot hoe hoog dit bedrag kan oplopen in 2015 voor elk van de categorieën?

Betrokkenheid van de private sector

Er wordt gesteld dat er met de private sector is overeengekomen dat het gros van de schuld dat afloopt tot medio 2014 wordt verlengd naar een beduidend langere periode. Wat zijn precies de afspraken die hierover gemaakt zijn? Tot wanneer is de periode verlengd? De leden van de CDA-fractie maken uit het verslag op dat dit gepaard gaat met een korting op de hoofdsom. Wat zijn hier voor afspraken over gemaakt? Hoe hoog is deze korting precies? In hoeverre betekent dit de facto toch niet een herstructurering van de schulden?

Om de private sector te bewegen tot het verlengen van de looptijd zijn er nu zekerheden gesteld om terugbetaling van de hoofdsom te garanderen. Dit verloopt via zogenaamde credit enhancements. In totaal worden er de komende tijd credit enhancements verstrekt van 35 miljard euro. Wat houden deze credit enhancements precies in? De leden van de CDA-fractie willen graag de precieze voorwaarden weten. Betekent dit dan ook dat banken worden vrijgesteld van een eventuele (onverhoopte) herstructurering van de Griekse schuld?

De mogelijkheid blijkt te bestaan om een private schuld van 33 miljard euro af te kopen voor 20 miljard euro. Dit is in feite dus een afboeking van EUR ruim 30%. Kunt u meer details geven over deze transactie? Wat is hier de achtergrond van?

Kunt u aangeven met hoeveel onzekerheden de private betrokkenheid in deze deal is omgeven? Wat zijn de eventuele alternatieven voor de private betrokkenheid?

U heeft altijd gesproken van «drang» naar de private sector om een bijdrage te leveren aan de stabiliteit van de eurozone. In hoeverre wordt deze drang in het programma vormgegeven. Kunt u daarbij aangeven over welke voorwaarden, bedragen, etc. het gaat?

Griekse bankwezen

Zekerheidshalve wordt er een bedrag van 20 miljard euro gereserveerd voor een herkapitalisatie van de banken. Waar is dit bedrag op gebaseerd? In hoeverre is hierbij gebruik gemaakt van de onlangs verschenen stresstests? Tot welke termijn blijft dit bedrag gereserveerd voor de Griekse banken? Op basis van welke criteria wordt dit bedrag eventueel toegekend aan de banken? Verwacht u dat dit bedrag ook nog hoger uit zou kunnen komen? In het vorige pakket was al ruim 12 miljard euro meegenomen voor ondersteuning van de financiële sector. In hoeverre is daar dan nu al gebruik van gemaakt c.q. hoe is dit bedrag verder verwerkt in deze deal?

Leningen aan Griekenland

Voor toekomstige leningen aan Griekenland zal een lager rentetarief worden gehanteerd dat in ieder geval de financieringskosten dekt. De leden van de CDA- fractie maken zich zorgen over de precedentwerking die deze lagere tarieven scheppen voor andere programmalanden zoals Ierland en Portugal. Verderop lijkt u zich ook bewust van deze zorgen. Onduidelijk blijft echter hoe hier nu precies mee wordt omgegaan. Voor welke periode gaan deze lagere tarieven gelden? Voor welke landen gaan deze tarieven gelden? Heeft dit ook betrekking op mogelijk toekomstige programmalanden? In hoeverre wordt hiermee afgeweken c.q. aangesloten bij de systematiek voor de bepaling van rentetarieven die het IMF hanteert in dit soort gevallen (steun moet in ieder geval kostendekkend zijn en er dient sprake te zijn van een zekere opslag, bijvoorbeeld 50 basispunten)?

Indien een programmaland, nu of in de toekomst, niet in aanmerking komt of wil komen voor een lager rentetarief, wat zijn dan de afgesproken voorwaarden?

Betrokkenheid IMF

Op dit moment is nog onduidelijk op welke wijze (en hoeveel) het IMF bijdraagt. Kunt u een richting aan geven aan welke omvang gedacht? Kan worden bevestigd dat de bijdrage in verhouding minimaal gelijk is aan de bijdrage in eerdere programma's? Wanneer wordt hierover wel volledige duidelijkheid verwacht?

Deelname EU- en eurolanden

Kunt u nog ingaan op de deelname door alle EU-lidstaten? Hoe komt deze verdeling tot stand? Bestaat bij alle EU-lidstaten een gelijke bereidheid tot deelname? Heeft bijvoorbeeld Slowakije ingestemd met de genomen besluiten en neemt deze lidstaat ook deel aan de uitvoering?

In hoeverre wordt er onderscheid gemaakt tussen Eurozone landen en de overige EU- lidstaten, als het gaat om pakketten die dienen ter correctie en modernisering van de economische situatie van Griekenland?

Aanpassing EFSF en ESM

Er zal een aantal wijzigingen worden doorgevoerd in het EFSF en vanaf 2013 parallel hiermee ook in het Europese Stabilisatie Mechanisme (ESM). Zo kan het EFSF leningen gaan verstrekken aan banken en in uitzonderlijke omstandigheden zal kunnen interveniëren in de secundaire obligatiemarkt. Ook zal waarschijnlijk de mogelijkheid van een precautionary arrangement komen om landen met goede fundamentals te beschermen tegen besmettingsgevaar, zoals het IMF dat nu ook al biedt. In het verslag wordt ook nadrukkelijk op deze parallelliteit met het IMF gewezen. Op welke wijze wordt de regering en parlement betrokken bij de institutionele opzet voor het EFSF (governance, bewindvoerders, rol ECB, etc)? De leden van de CDA-fractie willen hierover graag tijdig in betrokken worden. Hoe wordt dit nu opgepakt?

De Leden van de CDA fractie hebben een aantal specifieke vragen over het EFSF:

  • 1. Is het zo dat flexibilisering van het EFSF/ESM een harde voorwaarde is voor de totale deal om zodoende besmettingsgevaar te voorkomen? Zo ja, hoe hard zijn de gemaakte afspraken inzake omvang en voorwaarden rondom deze fondsen?

  • 2. In hoeverre kunnen landen een beroep doen op deze fondsen zonder dat die landen de status krijgen van een programmaland? Wat is in dit verband een «programmaland»?

  • 3. Kunnen landen een beroep doen of kunnen situaties ontstaan waar het EFSF leningen verstrekt en/of intervenieert, zonder dat het IMF hierin wordt betrokken?

  • 4. Nederland heeft nadrukkelijk ingebracht dat alleen steun uit het EFSF-programma gekregen kan worden onder de juiste conditionaliteit; wat is in dit verband «juiste conditionaliteit»?

  • 5. In het verslag staat de zin: « waar dat gepast is, zal een regeling worden getroffen om onderpand te verzekeren voor de lidstaten van de eurozone. Daarmee kan zo nodig een deel van het risico dat voortvloeit uit het EFSF waarborgen worden afgedekt»? Heeft dit betrekking op een open eind regeling? Wat kunnen daar de financiële gevolgen voor de lidstaten voor zijn?

Overige opmerkingen uit het verslag

Er wordt opgemerkt in het verslag dat voor stresstesten zogenaamde back stops van groot belang zijn. Wat gaat dit concreet betekenen? Op welke juridische en financiële mogelijkheden wordt gewezen? Hoe verhoudt zich dit tot de bevoegdheden van het EFSF die ook kapitaalsteun aan banken kunnen gaan geven?

Opgemerkt wordt dat de synergiemogelijkheden tussen de benutting van de EU-fondsen en leningenprogramma's verder wordt bekeken. De leden van de CDA-fractie vragen in dit verband de implicatie van de zin: «ook zal bezien worden hoe deze landen ( programmalanden) hun absorptie van EU-fondsen kunnen vergroten, onder meer door verhoging van cofinancieringpercentage via de EU-begroting»? Wat kan, bij een gelijkblijvende EU-begroting, dan het effect (zowel financieel als wat betreft de concurrentie) zijn voor Nederland?

Tijdens de afgelopen Eurotop is afgesproken dat de wijze waarop bestuurlijk omgegaan wordt met de onderhavige problemen in eurozone zal worden geëvalueerd. De nadruk zal worden gelegd op betere werkmethoden en een sterker crisisbeheer. Kunt u aangeven met welke bijdrage Nederland tijdens deze Eurotop deze discussie heeft gevoerd? Wat is volgens u «het bestuurlijke probleem»?

Tijdelijke garantiestelling voor de ECB

Tot slot gaan de leden van de CDA-fractie in op uw brief van 31 juli 2011 over de mogelijke tijdelijke garantiestelling voor de ECB.

Er bestaat een noodzaak van een garantiestelling door de eurolidstaten aan de ECB in geval van een (selective) default van Griekenland. Er wordt gesteld dat dit in lijn is met de Verdragsrechtelijke taak en de positie van de ECB. Kunt u dit punt nader toelichten? Wat zijn de risico's van zo'n garantiestelling? Bestaan er precedenten?

Binnen welke range ligt de betrokkenheid? Kunt u ook hier aangeven wat een «korte periode» behelst? En kunt u uitleggen wat in dit verband verstaan wordt onder een «selective default», «credit event» en een «rating event»?

De ECB heeft altijd terughoudend gestaan tegenover private betrokkenheid en de risico's die dat zou kunnen inhouden. Kunt u aangeven welke risico's de ECB in de onderhandelingen aangegeven heeft en op welke wijze deze nu in de totale overeenkomst zijn afgezwakt? En hebben deze afspraken ook betrekking op toekomstige private/publieke betrokkenheid? Zijn er in dit verband nog andere afspraken gemaakt in het kader van een goed flankerend beleid om «alle risico» s» te minimaliseren?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de brieven van de minister van 25 en 31 juli 2011. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen.

Tijdelijke garantstelling ECB

U meldt in de brief van 31 juli 2011 dat de staatshoofden en regeringsleiders de bereidheid hebben uitgesproken om in een tijdelijke garantstelling voor de ECB te voorzien. Betekent dit dat er concrete afspraken zijn gemaakt en dat alleen het bedrag nog moet worden ingevuld? Of moet er nog definitief worden besloten of die garantie er gaat komen? Heeft Nederland zich gecommitteerd aan een garantie van 35 miljard euro?

Verder vragen de leden van de SP-fractie zich af of u kunt aangeven om welk bedrag het gaat. In de media doen berichten de ronde dat het om een garantie van zo’n 35 miljard euro gaat. Klopt dat? Wat is het minimumniveau en wat is het maximumniveau van de garantie?

Mede met het oog op mogelijke reacties op de financiële markten is eerder niet uitvoerig stil gestaan bij de garantstelling. Kunt u uitleggen welke ongewenste reacties voorkomen moesten worden? Het woord «mede» duidt erop dat er ook andere redenen waren om in eerdere communicatie niet uitvoerig stil te staan bij de garantstelling. De leden van de SP-fractie zouden graag willen weten wat die andere redenen zijn.

De garantie is volgens u nodig vanwege een eventueel rating event in verband met een bijdrage van de private sector. Is er, nu de bijdrage van de private sector geheel vrijwillig is, nog acuut gevaar op een rating event? Verwacht u dat de bijdrage van de private sector op enig moment toch nog een meer dwingend karakter kan krijgen, waardoor de garantstelling aan de ECB nodig is?

Er worden zo blijkt uit de brief meerdere opties besproken over de vormgeving van de garantie. De leden van de SP-fractie zouden graag weten welke andere opties, naast een bijdrage uit het EFSF, onderdeel van de onderhandelingen zijn. Ook vragen zij zich af wat het aandeel van Nederland in die andere opties zou zijn.

Verslag bijeenkomst eurozone

De leden van de SP-fractie merken op dat de huidige aanpak ineffectief en onrechtvaardig is, omdat de banken niet daadwerkelijk gaan meebetalen aan de oplossing van het probleem dat ze zelf mede veroorzaakt hebben.

Volgens berichtgeving van Reuters Breaking Views en het Financieele Dagblad neemt de totale Griekse schuld meer toe dan de private schuldreductie. Oftewel, private schuld wordt zo omgewisseld voor publieke schuld. De leden van de SP-fractie vragen u of deze berichtgeving klopt. Zo nee, waarom klopt dit niet? Zo ja, vindt u het effectief om een schuldenprobleem met meer schulden op te lossen? Vindt u het effectief om de publieke bijdrage aan de het Griekse schuldenprobleem te vergroten, zodat de private sector iets meer tijd heeft om de posities af te bouwen?

Volgens het background document van het IFF moet van de zogenaamde credit enhancements nog 7 miljard euro buiten het nieuwe hulpprogramma voor Griekenland worden gefinancierd. De leden van de SP-fractie vragen zich af wie dat gaat financieren? Kunt u toezeggen dat Nederland en de andere eurolanden daar in ieder geval niet voor opdraaien. Zo nee, waarom kan hij dat niet toezeggen?

In het perscommuniqué van Van Rompuy naar aanleiding van de Europese top wordt opgemerkt dat «wij de rol van de privésector nu anders benaderen: deze rol zal beperkt blijven tot Griekenland, en uitsluitend Griekenland». Is dit daadwerkelijk afgesproken? Zo ja, waarom heeft u daar dan geen melding van gemaakt in uw brief? Zo nee, kunt u dan onomwonden bevestigen dat bij eventuele toekomstige (additionele) hulpprogramma’s voor Eurolanden een private bijdrage niet is uitgesloten?

Met de «flexibiliering» van het EFSF en de op stapel staande regelgeving met betrekking tot het stabiliteitspact worden steeds grotere stappen gezet naar een Europese economische regering. Te snelle Europese integratie is nu juist het probleem en niet de oplossing volgens de leden van de SP-fractie. Er gaan inmiddels ook berichten de ronde over een Frans plan voor een geformaliseerde Euroraad, met Van Rompuy als voorzitter die het economisch beleid in de eurozone moet gaan coördineren. De leden van de SP-fractie vragen u of uonomwonden afstand wilt nemen van dit soort plannen.

Verder vragen de leden van de SP-fractie zich af wat er precies is afgesproken met betrekking tot de bijdrage van de Eurolanden aan de hulppakketten voor Griekenland en de rente. De Commissie heeft dinsdag aangegeven dat alle landen gecommitteerd zijn aan de uitbetaling van de volgende tranche van het eerste hulpprogramma. Wel wordt opgemerkt dat er een compensatiemechanisme is in het geval de financieringskosten stijgen. Hoe werkt dat compensatiemechanisme precies? Is er ook zo’n compensatiemechanisme voor het tweede hulpprogramma? Klopt het dat er telefonisch overleg is geweest over de bijdrage van Spanje en Italië aan de nieuwe tranche en dat Italië overwogen heeft niet mee te doen aan de volgende tranche? Is Nederland onderdeel van dat overleg geweest? Kunt u aangeven of Italië en Spanje al hun toezeggingen met betrekking tot de steun aan Griekenland nog steeds bereid zijn na te komen, gezien de oplopende rentes voor Italiaanse en Spaanse staatsleningen?

Wat zijn de gevolgen van het compensatiemechanisme voor Nederland? Hoe hoog wordt de Nederlandse bijdrage als Spanje en/of Italië niet meer meedoen aan de hulpprogramma’s?

De minister-president zei na afloop van de Eurotop over de betrokkenheid van de banken: «Voor de totale omvang van het extra pakket waar tot nu is besloten komt die betrokkenheid uit op ongeveer 50 miljard euro netto op een totaalpakket van 109 miljard tot 2014». De leden van de SP-fractie kunnen deze verklaring niet in lijn brengen met de cijfers zoals deze door u in uw brief van 25 juli zijn weergegeven. Doordat het kabinet geen verklaring heeft gegeven voor de verschillende weergaven van de cijfers, blijft de suggestie bestaan dat Nederland niet wist waar het op de Eurotop mee instemde. De leden van de SP-fractie zouden daarom graag een bevestiging van u krijgen dat de verklaring van de minister president op dit punt inderdaad niet klopte en zouden graag willen weten hoe deze fout van circa 50 miljard euro heeft kunnen gebeuren. Wist Nederland waar het mee instemde bij de Eurotop?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D6-fractie hebben de volgende vragen:

  • 1. Financieringsgat:

    In de brief wordt gemeld dat het totale financieringsgat tot medio 2014 88 miljard euro bedraagt. Voor het dichten van het financieringsgat wordt 54 miljard euro bijgedragen door de private sector in de vorm van verlenging van looptijden van bestaande obligaties. Hier tegenover staan echter credit enhancements (in de brief genoemd «garanties op het terugbetalen van de hoofdsom») en garanties voor de banken die hierdoor in problemen komen voor ongeveer hetzelfde bedrag (totaal 55 miljard euro tot 2020).

    Hoe moet de publieke bijdrage worden gezien? Is het zo dat de credit enhancements en de reservering voor kapitalisatie van banken sowieso worden uitgegeven? Of betreft het hier echte garanties die eventueel tot uitkering komen? En zo ja, onder welke voorwaarden komen deze bedragen tot uitkering? En wat is de inschatting van de Nederlandse regering over de uitkering van deze garanties?

    Met andere woorden: is de private bijdrage een echte bijdrage aan het (her)financieringsgat of dekken de publieke uitgaven de facto het gehele financieringsgat en heeft de private sector betrokkenheid alleen betrekking op het verlichten van de schuldenlast van Griekenland naar de toekomst toe? Graag een nadere toelichting.

  • 2. Schuldterugkoop:

    In de brief van 25 juli 2011 wordt gemeld dat met een bedrag van 20 miljard euro publiek geld een private schuld ter hoogte van 33 miljard euro kan worden teruggekocht. Hoe zit dit precies in elkaar? Tegen welke korting worden de openstaande private schulden ingekocht? En hoe wordt dan het bedrag van 33 miljard euro bereikt? In de brief wordt gemeld dat hiermee de private sector betrokkenheid met nog eens 13 miljard euro toeneemt. Hoe moet deze 13 miljard euro worden gelezen?

  • 3. Private sector bijdrage:

    Hoe is de totale private sector bijdrage van 106 miljard euro tot aan 2020 berekend? Welke veronderstellingen liggen ten grondslag aan deze berekeningen, bijvoorbeeld ten aanzien van de rente en de kortingen? In de media zijn berichten verschenen dat een deel van de banken toch niet wil meedoen aan de vrijwillige bijdrage. Komt hiermee de totale private sector bijdrage onder druk te staan?

  • 4. EFSF:

    Het EFSF gaat langere leningen aanbieden aan Griekenland tegen een lagere rente. De rente wordt volgens de brief bepaald door in ieder geval de fundingskosten voor het EFSF af te dekken. In de brief staat de volgende passage hierover:

    «Zoals bekend, leveren landen van de eurozone elk een aandeel in de garanties en achtervanggaranties van de door EFSF te lenen hoofdsom. Het Nederlands aandeel daarin bedraagt 6,2%. Daarnaast moeten ook de rentelasten van het EFSF gegarandeerd worden gedurende de looptijd van de verplichtingen van het EFSF. Ook de omvang daarvan is nog niet bekend, temeer daar ook de gemiddeld looptijd van het pakket nog niet bekend is. Wel staat vast dat de gemiddelde looptijd substantieel langer zal zijn dan de 7,5 jaar waarvan nu voor leningen uit het EFSF steeds is uitgegaan.»

    De risico-opslag die de Grieken betaalden verdwijnt (overigens ook voor Ierland en Portugal). Tegelijkertijd zien wij dat de fundingskosten voor landen als Spanje en Italië oplopen. Hoe werkt de bepaling van het renteniveau dat Griekenland moet betalen in de praktijk? Wordt de in rekening gebrachte rente bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de fundingskosten van de lidstaten die steun geven?

    De lidstaten geven garanties af aan het EFSF om zelfstandig op de markt geld aan te trekken. Maar als de garanties van andere lidstaten «minder waard worden», betekent dit dan dat Nederland meer garanties moet afgeven om de kredietwaardigheid van het EFSF in stand te houden? En gaat dan het Nederlandse aandeel omhoog?

    In de bovenstaande passage uit de brief wordt expliciet gesproken over de garanties die aan het EFSF worden gegeven om de rentelasten van het EFSF af te dekken. Kunt u uitleggen waarom deze extra garantie nodig is?

    In het verlengde hiervan: twee maanden geleden is de discussie gevoerd om de effectieve uitleencapaciteit van het EFSF daadwerkelijk op het bedrag van 750 miljard euro te brengen (dit was lager door hoge buffers die moesten worden aangehouden om kredietwaardigheid te versterken). Wat is de stand van zaken m.b.t. deze discussie? Is de effectieve uitleencapaciteit verhoogd? En zo ja, wat betekent dit voor de garanties die Nederland heeft afgegeven aan het EFSF?

  • 5. Hoogte noodfonds:

    Verschillende monetaire autoriteiten hebben reeds gepleit voor een verhoging van het noodfonds in het geval er sprake kan zijn van een credit event (o.a..voormalig DNB-president Wellink). Waarom is vorige week op de top niet besloten om de omvang van het noodfonds te verhogen? En welke afwegingen zijn daarbij door Nederland gemaakt?

  • 6. Griekse concurrentiepositie:

    In de brief wordt gesproken over een verlengde monitoring van de Griekse hervormingen. Expliciet wordt ingegaan op een taskforce die «zich zal richten op het verbeteren van de concurrentiekracht en het versterken van de arbeidsmarkt». Waar moet dan aan worden gedacht? Gaat de Commissie (in samenwerking met het IMF) hervormingen eisen van de Griekse overheid om de arbeidsmarkt toekomstbestendiger te maken? En waar moet dan aan worden gedacht?

  • 7. Schuldhoudbaarheid:

    Wat is het totale effect op de schuldhoudbaarheid van dit pakket in combinatie met de maatregelen die de Griekse overheid zelf heeft aangekondigd? Is er in Griekenland naar het oordeel van de regering nog steeds sprake van een liquiditeits- en geen solvabiliteitsprobleem? In het verlengde hiervan: de OECD heeft afgelopen week berekeningen gemaakt dat de Griekse overheid de schulden op termijn weer op een houdbaar pad kan krijgen (zelfs onder de grenzen van het SGP). Wat is het oordeel van de Nederlandse regering over deze berekeningen van de OECD?

  • 8. Garanties aan de ECB:

    In de openbare brief over de garanties aan de ECB staat de volgende passage: «Overigens heeft de minister-president in zijn algemeenheid in de bijeenkomst benadrukt een voorbehoud te maken voor de parlementaire goedkeuring van het gehele pakket, inclusief dit specifieke punt (van de ECB-garanties). Aangezien de situatie waarin deze tijdelijke garantiestelling noodzakelijk is nu nog niet aan de orde is, bestaat de mogelijkheid om te zijner tijd hierover te spreken met de Kamer, waar ik op dat moment verslag zal doen over de verschillende opties. De Kamer is derhalve ten volle en in de gehele breedte in de gelegenheid om een afweging te maken ten aanzien van de tijdelijke garantiestelling aan de ECB zodra daar nadere concrete informatie over kan worden verschaft».

    Uit de persberichten (NRC en Reuters) hebben wij de indruk overgehouden dat de garantstelling wel degelijk reeds is afgegeven door de eurolanden na afloop van de top. Klopt dit? En zo ja, betekent dit dat de garantie wel reeds is afgegeven ondanks het feit dat de situatie nog niet aan de orde is. Waarom heeft u er niet voor gekozen om deze garantstelling – eventueel vertrouwelijk – als bijlage mee te sturen met de brief van het verslag van de bijeenkomst van 21 juli 2011?

  • 9. Totale omvang Nederlandse bijdragen en garanties:

    Kunt u een overzicht geven van de totale maximale omvang van de Nederlandse bijdragen en de door Nederland afgegeven garanties voor de stabiliteit van de Euro op dit moment? Bij ons zijn bekend:

    • a. Bilaterale lening aan Griekenland: 4,7 miljard euro.

    • b. Bilaterale lening aan Griekenland via IMF (30 miljard euro), Nederlandse aandeel 2,14% (?) : 0,65 miljard euro.

    • c. Garantie op het noodfonds van deel Eurolanden (EFSF) (440 miljard euro), Nederlandse aandeel 6,2%: 27,3 miljard euro.

    • d. Garantie op het noodfonds EU (EFSM) (60 miljard euro), Nederlandse aandeel 5%: 3 miljard euro.

    • e. Garantie op het IMF-deel van het noodfonds (250 miljard euro), Nederlandse aandeel 2,14% (?):5,35 miljard euro.

    • f. Garantie op ECB: onbekend.

      Totaal dan circa 5,4 miljard euro aan leningen en maximaal 35,65 miljard euro aan garanties op het EFSF. Kloppen deze bedragen en percentages? Zo nee, wat is de stand van zaken op dit moment en hoe komt dit overzicht terug in de Miljoenennota?

  • 10. Governance:

    In de brief staat de volgende passage: «Voorts is ook afgesproken de wijze waarop de eurozone bestuurlijk met problemen als het onderhavige omgaat, te evalueren en waar nodig in oktober met concrete voorstellen te komen voor betere werkmethoden en een sterker crisisbeheer.» Betekent deze passage dat er in Europa daadkrachtiger kan worden opgetreden in tijden van crisis? Aan welke verbeteringen moet dan worden gedacht? Worden hier ook de suggesties van de heer Trichet (ECB) meegenomen over een begrotingsautoriteit op Europees niveau (bijvoorbeeld in de vorm van «Mister Euro»?

  • 11. Communicatie:

    Bent u met de leden van de D66-fractie van mening dat de «misrekening» van 50 miljard euro door de minister president en de garantstelling aan de ECB die niet door het kabinet maar door een krant bekend is gemaakt het vertrouwen van mensen schaadt? Waarom is er niet gekozen voor een meer open en transparante communicatie waarmee misschien geen «overwinningen» kunnen worden binnengehaald, maar wel meer vertrouwen kan worden opgebouwd?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de ChristenUnie

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben de volgende vragen:

  • 1. Deelt u de mening van de leden van de ChristenUnie-fractie dat de Kamer recht heeft op alle relevante informatie om haar (controlerende) taak uit te oefenen?

  • 2. Deelt u de mening van deze leden dat het risico van mogelijke reacties op de financiële markten geen reden is informatie niet of onvolledig te geven, maar hooguit een afweging vraagt op welke wijze (openbaar/vertrouwelijk) informatie wordt doorgegeven?

  • 3. Naar aanleiding van de vragen 1 en 2: waarom heeft u niet direct de Kamer volledig geïnformeerd over de in Brussel gemaakte afspraken met betrekking tot garanties voor de ECB?

  • 4. Zijn er nog meer afspraken gemaakt tijdens de bijeenkomst van staatshoofden en regeringleiders op 21 juli 2011 waar de Kamer niet volledig van op de hoogte is gebracht? Zo ja, welke?

  • 5. Waarom is ertoe besloten de hoogte van de af te geven garanties niet direct mee te nemen in het totale financiële steunpakket, zoals afgesproken op de Europese Top van 21 juli 2011?

  • 6. Wat is de verhouding van de duur van een (selective) default tot de hoogte van de garanties die moeten worden afgegeven?

  • 7. Wanneer zou een dergelijke situatie zich volgens de ECB kunnen voordoen? Speelt de waardering van de rating agencies nog een rol of is het een eigenstandige beslissing van de ECB?

  • 8. Mocht de situatie weer normaliseren, komen afgegeven garanties dan weer terug bij de lidstaten?

  • 9. Maakt u zich er ook sterk voor dat garanties worden afgegeven door EFSF, zoals u nu in de brief van 31 juli 2011 als een mogelijkheid suggereert?

  • 10. Hoe hoog is het percentage van de bijdrage van Nederland aan de garanties?

Antwoorden van de minister

Algemeen

PvdA, SP, PVV, D66

(1) Deze partijen stellen vragen over de informatievoorziening over de afspraken van de eurozonetop, o.a. welke lessen trekt het kabinet uit de onduidelijkheid die is ontstaan, of de verklaring van de minister-president wel klopte, of Nederland wist waarmee het instemde, en of onduidelijkheid over cijfers niet bijdraagt aan de onrust op de financiële markten en het vertrouwen van mensen schaadt. Daarnaast wordt verzocht om in de toekomst duidelijk toe te lichten waarom geheimhouding noodzakelijk is en hoe lang dit duurt.

Bij de presentatie van Nederland na afloop van de Eurotop van 21 juli jl. is geconcentreerd op de periode tot en met 2014 en is uitgegaan van de financieringsbehoefte van Griekenland voor die periode. De Europese Commissie hanteert niet het uitgangspunt van de financieringsbehoefte, maar van de publieke middelen die beschikbaar dienen te komen ten behoeve van de periode tot en met 2019/2020. Het kabinet was zich terdege bewust van de afspraken waarmee het tijdens de eurozone top van 21 juli jl. heeft ingestemd. Het kabinet betreurt dat over een aantal onderdelen verwarring is ontstaan. Een les voor de toekomst is dat tijdens dit soort bijeenkomsten duidelijke afspraken worden gemaakt over wat na afloop de kern van de boodschap is die naar buiten zal worden gebracht.

In het overleg met de Tweede Kamer streven wij er naar u steeds op de hoogte te houden van alle relevante stappen. Zo nodig zal dat gebeuren in vertrouwelijk overleg of door middel van vertrouwelijke schriftelijke informatie.

PVV

(2) Wanneer komt er duidelijkheid en een officiële mededeling over het totale pakket?

De Kamer is volledig geïnformeerd over het totale pakket aan maatregelen zoals dat nu bekend is via het verslag van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone en de beide brieven (openbaar en vertrouwelijk) over de tijdelijke garantiestelling aan de ECB. In de komende weken wordt het pakket verder uitgewerkt. Zodra hierover meer bekend is, naar verwachting in de tweede helft van augustus, zal ik u hierover nader informeren.

CU

(3) Deelt u de mening van de leden van de ChristenUnie-fractie dat de Kamer recht heeft op alle relevante informatie om haar (controlerende) taak uit te oefenen?

Ja.

CU

(4) Deelt u de mening van deze leden dat het risico van mogelijke reacties op de financiële markten geen reden is informatie niet of onvolledig te geven, maar hooguit een afweging vraagt op welke wijze (openbaar/vertrouwelijk) informatie wordt doorgegeven?

Ja.

CU

(5) Waarom heeft u niet direct de Kamer volledig geïnformeerd over de in Brussel gemaakte afspraken met betrekking tot garanties voor de ECB?

CU

Waarom is ertoe besloten de hoogte van de af te geven garanties niet direct mee te nemen in het totale financiële steunpakket, zoals afgesproken op de Europese Top van 21 juli 2011?

Zoals ik in de brief van 31 juli jl. heb aangegeven, is de noodzaak van de tijdelijke ECB garantstelling in eerdere overleggen met de Kamer uitgebreid aan de orde gekomen. In de brief van 25 juli jl. is gekozen om dichtbij de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders te blijven. Mede met het oog op mogelijke reacties op de financiële markten is niet uitvoerig stilgestaan door andere regeringsleiders/staatshoofden bij deze tijdelijke garantie aan de ECB. Dit hing samen met de afspraak tussen staatshoofden en regeringsleiders om hier vertrouwelijk mee om te gaan. Daarnaast is van belang dat het nog onzeker is hoe deze garantie wordt vormgegeven en dat deze tijdelijke garantie onvergelijkbaar is met de bedragen die in de brief genoemd worden voor het nieuwe aanvullende steunprogramma voor Griekenland. (zie ook de antwoorden op vraag 15 t/m 24).

CDA

(6) De complexheid van het pakket en de omvang laten zien dat niet op alle fronten exacte duidelijkheid gegeven kan worden. Echter deze leden vragen juist op die punten waar nog geen exacte duidelijkheid gegeven kan worden om dat ook expliciet te vermelden alsook aan te geven wat de mogelijke scenario's (wat is de minimale en maximale omvang) uiteindelijk zouden kunnen zijn. De leden van de CDA-fractie vragen tegen deze achtergrond het kabinet gedetailleerd aan te geven op welke punten parlementaire goedkeuring gevraagd wordt. Graag een nauwkeurig overzicht van deze punten zowel in omvang, vorm en tijd.

Onderstaand vindt u een overzicht van de verschillende onderdelen van het pakket. Allereerst dienen de onderdelen die nodig zijn voor een nieuw aanvullend steunprogramma voor Griekenland te worden voorbereid. Daartoe zal in augustus technisch ambtelijk overleg plaatsvinden over:

  • 1. Vormgeving private sector betrokkenheid (PSI);

  • 2. Vormgeving credit enhancements PSI, onderpand, schuldinkoop en ECB-garantie;

  • 3. Aanpassing bilaterale leningenprogramma voor Griekenland.

In augustus zal een missie van de Trojka (Commissie, ECB, IMF) naar Griekenland gaan voor het opstellen van een nieuw programma. Tevens zal de Trojka een review van het lopende programma maken op basis waarvan in september besloten kan worden over het vrijgeven van de zesde tranche van het bestaande bilaterale leningenprogramma voor Griekenland. Deze zesde tranche is voorzien voor medio september en vindt plaats omdat voor die tijd het nieuwe steunprogramma voor Griekenland nog niet afgerond zal zijn. Formeel is voor de beslissing over het vrijgeven van de volgende tranche geen parlementaire goedkeuring vereist, maar zoals ik eerder heb aangegeven, zal ik geen stappen nemen zonder met de Kamer hierover gesproken te hebben. Het eerste politieke overleg in eurogroepverband is op dit moment voorzien voor begin september. Voorafgaande daaraan zal ik de Kamer in de tweede helft van augustus informeren over de stand van zaken van de uitwerking.

In september dienen vervolgens de volgende stappen te worden gezet:

  • 1. Parlementaire goedkeuring in alle eurolidstaten voor herstel effectieve capaciteit EFSF (de Tweede Kamer heeft hier reeds goedkeuring aan verleend);

  • 2. Uitkering 6e tranche bilaterale leningenprogramma;

  • 3. Uitvoering PSI-operatie en besluitvorming over nieuwe Griekse programma;

  • 4. IMF-besluitvorming over bijdrage aan nieuwe steunprogramma voor Griekenland;

  • 5. Aanpassing voor programma’s voor Ierland en Portugal;

  • 6. Wijziging van EFSF-raamwerkovereenkomst en mogelijke aanpassing EFSM-verordening.

Wat betreft de parlementaire goedkeuring van het nieuwe steunprogramma voor Griekenland merk ik op dat de hiervoor benodigde publieke middelen afkomstig zullen zijn uit het EFSF en IMF. Ook hiervoor geldt dat formeel geen parlementaire goedkeuring is vereist, maar dat ik gelet op mijn eerdere toezegging aan de Kamer hier natuurlijk met u over zal spreken. Ditzelfde geldt voor de uitvoering van de PSI-operatie en de wijziging van de EFSF-raamwerkovereenkomst. Voor alle onderdelen die leiden tot wijzigingen op de begroting geldt vanzelfsprekend het budgetrecht van de Kamer. De begrotingsaanpassingen zullen zo mogelijk bij de Miljoenennota worden verwerkt en aan de Kamer ter goedkeuring worden voorgelegd. Een belangrijk onderdeel van de begrotingsgevolgen is de Nederlandse garantie voor het EFSF die bestaat uit een garantie op de hoofdsom, rente en achtervanggaranties op rente en hoofdsom, zoals in de voorjaarsnota 2011 is toegelicht. Een verlenging van de looptijd van de leningen die verstrekt worden door het EFSF verhoogt de garantie op de (variabele) rentecomponent van de garantie en de bijbehorende achtervanggarantie.

Naar verwachting zal daarna in eurogroepverband gesproken worden over wijzigingen in het ESM-verdrag parallel aan de aanpassingen van het EFSF. Het formele goedkeuringstraject voor het (gewijzigde) ESM-verdrag zal plaatsvinden nadat de Raad van State hierover advies heeft uitgebracht, gelijktijdig met de goedkeuring van de beperkte wijziging van het EU-Werkingsverdrag. Daarnaast komen in oktober de concrete voorstellen van ER-voorzitter Van Rompuy aangaande de werkmethoden en verbetering van crisismanagement in de eurozone. Ook hier zal het kabinet graag met de Kamer van gedachten over wisselen. Over de eventuele noodzakelijke parlementaire goedkeuring voor deze voorstellen kan in dit stadium nog niets worden gezegd.

CU

(7) Zijn er nog meer afspraken gemaakt tijdens de bijeenkomst van staatshoofden en regeringleiders op 21 juli 2011 waar de Kamer niet volledig van op de hoogte is gebracht? Zo ja, welke?

PVV

Zijn er nog meer bedragen in het steunpakket van Griekenland waarvan de Kamer niet op de hoogte is? Zo ja, waarom zijn deze niet vermeld en van welke omvang zijn deze bedragen?

Nee, er zijn geen bedragen uit dit pakket waarvan het kabinet kennis draagt en die aan het parlement geïnformeerd moeten worden waarbij dat nog niet is gebeurd (vertrouwelijk of openbaar).

Betrokkenheid private sector (PSI)

VVD

(8) Om de private sector aan te moedigen om de Griekse schuld die loopt tot medio 2014 te verlengen, is voor een bedrag van 17 miljard euro aan credit enhancements nodig. Voor de schuld die na 2014 afloopt, is nog eens voor 18 miljard euro aan credit enhancements nodig. Waaruit bestaan deze credit enhancements? Betreft het in beide gevallen (de 17 miljard tot 2014 en de 18 miljard euro daarna) dezelfde soort credit enhancements?

PVV

Credit enhancements zouden nodig moeten zijn om de private sector aan te moedigen om de schuld te verlengen. Wat houden deze zogenoemde credit enhancements precies in, en wie staat garant voor het bedrag van 17 miljard euro dat gemoeid gaat met de credit enhancements?

CDA

Om de private sector te bewegen tot het verlengen van de looptijd zijn er nu zekerheden gesteld om terugbetaling van de hoofdsom te garanderen. Dit verloopt via zogenaamde credit enhancements. In totaal worden er de komende tijd credit enhancements verstrekt van 35 miljard euro. Wat houden deze credit enhancements precies in? De leden van de CDA-fractie willen graag de precieze voorwaarden weten. Betekent dit dan ook dat banken worden vrijgesteld van een eventuele (onverhoopte) herstructurering van de Griekse schuld?

SP

Volgens het background document van het IIF moet van de zogenaamde credit enhancements nog 7 miljard euro buiten het nieuwe hulpprogramma voor Griekenland worden gefinancierd. De leden van de SP-fractie vragen zich af wie dat gaat financieren? Kunt u toezeggen dat Nederland en de andere eurolanden daar in ieder geval niet voor opdraaien. Zo nee, waarom kan hij dat niet toezeggen?

PvdA

Kan worden gesteld, ook indachtig het eerder genoemde artikel van Van Rompuy, dat het verlies van de banken na deze reddingsoperatie vanaf nu beperkt en duidelijk begrensd is, terwijl de blootstelling van de publieke sector in de eurozone aan de Griekse schuld geheel een open einde karakter heeft? Zo ja, zou met het oog op een evenwichtig beeld dit niet duidelijk gecommuniceerd moeten worden?

De credit enhancements zullen naar het zich nu laat aanzien voornamelijk bestaan uit 15 of 30 jaars AAA schuldpapier (men denkt hierbij aan zogenaamde «zero coupon bonds»). Dit geldt voor zowel de enhancements tot 2014 als die daarna. Dit schuldpapier zal door Griekenland moeten worden aangeschaft om als onderpand te geven aan private partijen die deelnemen aan de omruil. In het officiële programma is rekening gehouden met de middelen die Griekenland hier voor nodig zal hebben.

Het IIF-voorstel (Institute of International Finance) biedt banken de mogelijkheid ervoor te kiezen nu reeds hun schuldpapier door te rollen of pas op het moment dat het huidige schuldpapier afloopt (wel moet er dan nu reeds worden vastgelegd door banken die voor deze laatste optie kiezen dat ze daadwerkelijk zullen doorrollen als hun schuldpapier afloopt). De credit enhancements voor schuldpapier dat pas daadwerkelijk omgeruild wordt na 2014 hoeven dus niet in het financieringsprogramma tot 2014 te worden meegenomen. Het IIF schat dat het hierbij gaat om een bedrag van 7 miljard euro aan extra credit enhancements. Griekenland zal zelf zorgdragen voor deze financiering, omdat de verwachting van de Trojka is dat Griekenland dan weer toegang heeft tot de markt en het financieringsprogramma van de eurolanden en het IMF dan is afgelopen.

De verstrekking van credit enhancements op de hoofdsom van het nieuwe schuldpapier betekent niet dat banken bij een eventuele (onverhoopte) herstructurering van de Griekse schuld zouden zijn vrijgesteld. De banken blijven namelijk kredietrisico lopen op de rentebetalingen door Griekenland op het omgeruilde schuldpapier.

Een herstructurering kan vele vormen aannemen. Over de precieze verdeling van de lasten tussen private en publieke sector kan op voorhand daarom niet veel worden gezegd. Voor de private sector worden soms couponnen verlaagd en/of hoofdsommen kwijtgescholden, andere keren worden leningen alleen verlengd of is sprake van een combinatie van beide.2 Bij een herstructurering is altijd sprake van een zogenaamd contante waarde verlies, dat ervoor zorgt dat er sprake is van schuldverlichting. Dit contante waarde verlies is het meest zichtbaar als couponnen en/of hoofdsommen worden verlaagd, maar ontstaat bijvoorbeeld ook als couponnen bij een verlenging van de looptijd onder de vigerende marktrente komen te liggen en de hoofdsom verder in de toekomst wordt terugbetaald. Bij zeer lang lopende leningen, waarin huidige leningen conform het IIF-voorstel worden omgeruild, vertegenwoordigen de couponnen, in tegenstelling tot wat het geval is bij korte leningen, een relatief groot deel van de contante waarde, omdat de terugbetaling van de hoofdsom ver in de toekomst ligt en dus al relatief weinig waard is. Het is onwaarschijnlijk dat de private sector bij een eventuele (onverhoopte) herstructurering zou worden vrijgesteld, omdat zonder waardeverlies op de couponnen onvoldoende waardeverlies en dus onvoldoende schuldverlichting zou kunnen worden gerealiseerd.

VVD

(9) Tot 2019 is er sprake van netto 106 miljard euro aan private sector betrokkenheid voor Griekenland. Aangezien de deelname van de private sector een vrijwillige is, vragen de leden van de VVD-fractie waarop het bedrag van 106 miljard euro is gebaseerd. Is dat bijvoorbeeld uitgaande van volledige deelname van alle bij het Institute of International Finance (IIF) aangesloten partijen? Of is het bedrag ergens anders op gebaseerd? In welke mate hebben partijen, al dan niet aangesloten bij het IIF, zich hieraan gecommitteerd?

PVV

Er wordt vanuit gegaan dat 90% van de particuliere obligatiehouders de Griekse papieren zal omruilen voor nieuwe, met voor Griekenland gunstigere voorwaarden. Waar is dit percentage op gebaseerd?

CDA

Kunt u aangeven met hoeveel onzekerheden de private betrokkenheid in deze deal is omgeven? Wat zijn de eventuele alternatieven voor de private betrokkenheid? U heeft altijd gesproken van «drang» naar de private sector om een bijdrage te leveren aan de stabiliteit van de eurozone. In hoeverre wordt deze drang in het programma vormgegeven. Kunt u daarbij aangeven over welke voorwaarden, bedragen, etc. het gaat?

PvdA

In grote lijnen is uw betoog dat in de periode tot 2020 de «netto private bijdrage» (106 miljard euro) «ongeveer vergelijkbaar» is met de additionele publieke bijdrage (109 miljard euro). De cijferopstelling in de tabel werkt evident naar dit eindbeeld toe. De vraag in dit verband is of u de mening deelt van de leden van de PvdA-fractie dat deze gepresenteerde «vergelijkbaarheid» materieel weinig zegt. Het gaat immers bij de steun aan Griekenland in essentie niet om de omvang van de financiële stromen, maar om de verdeling van de risico’s die daarbij worden gelopen en de verliezen die daarop worden genomen. Deze leden constateren dat op dit punt de brief geen helder beeld schetst.

D66

Hoe is de totale private sector bijdrage van 106 miljard euro tot aan 2020 berekend? In de media zijn berichten verschenen dat een deel van de banken toch niet wil meedoen aan de vrijwillige bijdrage. Komt hiermee de totale private sector bijdrage onder druk te staan?

Het voorstel voor private sector betrokkenheid is afkomstig van het IIF, dat goed doordrongen is van de drang die besloten ligt in de eis van de Eurogroep van een substantiële bijdrage van de private sector voordat de Eurogroep kan instemmen met een nieuw hulppakket. Omdat het voorstel van het IIF komt, is de veronderstelling dat de leden van de IIF zich gecommitteerd zullen voelen. Dit is belangrijk want het IIF vertegenwoordigt een groot deel van de mondiale financiële sector.

In de komende dagen en weken zal het IIF-voorstel door Griekenland met een aantal adviseurs nader worden uitgewerkt. Er zal op korte termijn een brief gaan naar de relevante instellingen met het verzoek aan te geven of zij meedoen aan de omruil. Voordat definitief over het doorgaan van het nieuwe Griekse pakket wordt besloten, zal daarom duidelijk zijn hoeveel de private sector bereid is bij te dragen en in hoeverre de 90% wordt gehaald.

De basis van de 106 miljard euro aan netto private sector betrokkenheid is een schatting van het IIF op basis van het op dit moment uitstaande bedrag aan Griekse bonds bij private partijen (dus exclusief de ECB). De 106 miljard zou moeten worden opgebouwd uit drie onderdelen. Ten eerste zou de private sector de aflopende schuld tot 2014 moeten verlengen naar 15–30 jaar. Dit zou netto 37 miljard euro moeten opleveren (dus inclusief credit enhancements) voor het dichten van het financieringsgat. Ten tweede zou ook een aanzienlijk deel van de schuld tot eind 2019 op dezelfde manier verlengd moeten worden, ter hoogte van netto 56 miljard euro (dus inclusief credit enhancements). Ten derde zal er voor 20 miljard euro terugkoop moeten plaatsvinden van obligaties met een hoofdsom van 33 miljard euro (zie vraag 12), wat neer zal moeten komen op een private bijdrage van 13 euro miljard. Bij de berekeningen wordt 90% deelname van financiële instellingen verondersteld. Niet deelnemen heeft voor investeerders het risico dat het hele pakket onder druk komt te staan, met alle risico’s van dien.

Tot slot, de netto 106 miljard aan private sector betrokkenheid is ongeveer vergelijkbaar met de additionele publieke bijdrage van 109 miljard. De 106 miljard van de private sector bestaat uit 13 miljard schuldverlichting en 93 miljard zeer lang lopende leningen; de 109 miljard bestaat volledig uit zeer lang lopende leningen. Wel kan aan bepaalde onderdelen van de bijdrages meer of minder risico vastzitten, en ook kunnen verschillende partijen eenzelfde risico anders waarderen. Voor lidstaten is het bijvoorbeeld minder erg om lang op terugbetaling te moeten wachten, zolang de kosten (rente) maar vergoed worden. Voor banken en andere financiële instellingen zal vaker gelden dat zij meer waarde hechten aan geld nu in plaats van later. Ook waarderen zij bijvoorbeeld de verhandelbaarheid van bepaalde schuldentitels hoger dan landen.

CDA

(10) Er wordt gesteld dat er met de private sector is overeengekomen dat het gros van de schuld dat afloopt tot medio 2014 wordt verlengd naar een beduidend langere periode. Wat zijn precies de afspraken die hierover gemaakt zijn? Tot wanneer is de periode verlengd? De leden van de CDA-fractie maken uit het verslag op dat dit gepaard gaat met een korting op de hoofdsom. Wat zijn hier voor afspraken over gemaakt? Hoe hoog is deze korting precies? In hoeverre betekent dit de facto toch niet een herstructurering van de schulden?

PvdA

Kunt u reageren op de berekeningen van het IIF dat het netto verlies dat de banken incasseren als gevolg van de Griekse schuldherziening becijferd kan worden op 21%? Wat is daarbij het realiteitsgehalte van de onderliggende veronderstellingen ten aanzien van de gehanteerde discontovoet en het percentage deelnemende banken?

PVV

Waarom zouden obligatiehouders van Grieks staatspapier met een korte looptijd en een dekking van het Europese noodfonds, het waardepapier inwisselen voor nieuw Grieks staatspapier met een lagere waarde? Komt hierdoor de 90% grens niet in gevaar?

D66

Welke veronderstellingen liggen ten grondslag aan de berekeningen, bijvoorbeeld ten aanzien van de rente en de kortingen?

Het IIF heeft een palet van vier opties voor verlenging van de private leningen opgesteld. Deze verschillen onder andere in de mate van looptijdverlenging (15 tot 30 jaar) en couponhoogte. Onder de assumpties van het IIF leiden alle vier de opties tot verlenging van de leningen economisch gezien tot eenzelfde gemiddeld verlies ten opzichte van volledige aflossing van 21%. Er is geen sprake van herstructurering voor zover de omruil van leningen op vrijwillige basis plaatsvindt. Bij vrijwillige omruil vindt ook geen credit event plaats, zoals bij een herstructurering optreedt.

Het IIF berekent de 21% door twee aannames te maken. De eerste aanname is dat het verlies becijferd wordt ten opzichte van de nominale waarde van het schuldpapier (en niet bijvoorbeeld ten opzichte van de huidige marktwaarde). De tweede aanname is dat de te gebruiken discontovoet 9% is. Deze discontovoet is relatief laag ten opzichte van de huidige rente die Griekenland betaalt. De veronderstelling hierbij lijkt dat door het nieuwe Griekenlandpakket het vertrouwen van de markten in Griekenland zal herstellen en de rente op Grieks papier weer omlaag gaat. Volgens onderzoekers van Deutsche Bank en JP Morgan is deze veronderstelde daling optimistisch. Zo berekent JP Morgan dat bij de huidige rente het waardeverlies van de verlenging van de leningen ten opzichte van volledige aflossing 31% is.

Het is tot slot waar dat het voor houders van Grieks staatspapier met een relatief korte looptijd minder aantrekkelijk is om mee te doen dan voor houders van papier met een relatief lange looptijd. Het is echter ook zo dat partijen die korter lopend papier hebben vaak ook langer lopend papier hebben, waardoor ze belang hebben bij het slagen van dit initiatief. Dit kan een prikkel zijn om ook kortlopend papier aan te melden.

PVV

(11) De ECB heeft voor meer dan 70 miljard euro aan Grieks staatspapier in bezit. Wordt van ECB verwacht om mee te doen aan het doorrollen van dit papier (private sector involvement)? Zo ja, wat betekent dit en voor welke periode worden deze leningen doorgerold?

Het Griekse schuldpapier dat de ECB bezit, zal niet worden doorgerold.

VVD

(12) Daarnaast is onderdeel van de afspraken dat voor 20 miljard euro voor een totaal van 33 miljard euro aan private schuld kan worden teruggekocht. Wanneer wordt dit gedaan? Is dit (zeer) binnenkort of in de loop van de komende maanden/jaren?

CDA

De mogelijkheid blijkt te bestaan om een private schuld van 33 miljard euro af te kopen voor 20 miljard euro. Dit is in feite dus een afboeking van EUR ruim 30%. Kunt u meer details geven over deze transactie? Wat is hier de achtergrond van?

D66

In de brief van 25 juli 2011 wordt gemeld dat met een bedrag van 20 miljard euro publiek geld een private schuld ter hoogte van 33 miljard euro kan worden teruggekocht. Hoe zit dit precies in elkaar? Tegen welke korting worden de openstaande private schulden ingekocht? En hoe wordt dan het bedrag van 33 miljard euro bereikt? In de brief wordt gemeld dat hiermee de private sector betrokkenheid met nog eens 13 miljard euro toeneemt. Hoe moet deze 13 miljard euro worden gelezen?

Op de Eurotop van 21 juli is voorgesteld dat Griekenland als onderdeel van het totale hulppakket een lening ter hoogte van 20 miljard euro krijgt om uitstaand schuldpapier met een nominale waarde van 33 miljard euro terug te kopen. Hierdoor zou de Griekse schuld met 13 miljard euro kunnen verminderen. De gedachte hierachter is het volgende: uitstaand Griekse schuldpapier met lange looptijden handelt op de markt, vanwege marktverwachtingen over mogelijke herstructurering, op een flinke discount van soms meer dan 30%. Door nu met vers geld uitstaand schuldpapier dat handelt op een flinke discount terug te kopen, zou met 20 miljard euro nieuw geld 33 miljard euro aan oude schuld terug kunnen worden gekocht. Het verschil tussen 20 en 33 miljard euro is daarbij de directe verbetering van de schuldpositie van Griekenland. Dit verschil wordt bekostigd door de private sector, die ervoor kiest vrijwillig een verlies te nemen bij de terugkoop door Griekenland.

Over het precieze moment van de schuldinkoop is nog niets bepaald, maar als overeenstemming is bereikt over het nieuwe Griekse programma, zal deze inkoop vrij snel daarna kunnen plaatsvinden.

VVD

(13) De voorzitter van de Europese Raad, de heer Van Rompuy, stelt in NRC Handelsblad van zaterdag 30 juli 2011 dat de (vrijwillige) bijdrage van de private sector eenmalig is. Wat betekent deze opmerking? Zijn hier afspraken zijn over gemaakt en zo ja, welke?

PvdA

Betekent dit, zo vragen de leden van de PvdA-fractie, dat mocht bijvoorbeeld later blijken dat de schuldenlast van Ierland of Portugal onhoudbaar is omdat de rentelast te groot is om uit bezuinigingen en economische groei te financieren, dat dan geen beroep zal worden gedaan op de financiële sector om een deel van het verlies te nemen om zo de schuldenlast van deze landen tot een houdbaar niveau te verminderen? Betekent dit voorts dat alle eventuele toekomstige reddingsoperaties in Europees verband uitsluitend ten laste zullen komen van de belastingbetalers in het eurogebied? Hoe verhoudt dit standpunt zich met het standpunt van de Nederlandse regering, die er nooit een misverstand over heeft laten bestaan dat substantiële bijdragen vanuit de private sector een belangrijk element zijn in het Nederlandse beleid? En als dit inderdaad is afgesproken, waarom is dit dan niet gemeld in uw brief van 25 juli 2011? Welke (andere) opties staan nog open voor toekomstige private betrokkenheid bij eventuele toekomstige Europese initiatieven om de schuldenlast van probleemlanden houdbaar te maken?

SP

In het perscommuniqué van Van Rompuy naar aanleiding van de Europese top wordt opgemerkt dat «wij de rol van de privésector nu anders benaderen: deze rol zal beperkt blijven tot Griekenland, en uitsluitend Griekenland». Is dit daadwerkelijk afgesproken? Zo ja, waarom heeft u daar dan geen melding van gemaakt in uw brief? Zo nee, kunt u dan onomwonden bevestigen dat bij eventuele toekomstige (additionele) hulpprogramma’s voor Eurolanden een private bijdrage niet is uitgesloten?

In de verklaring van de Eurotop staat dat Griekenland een uitzonderlijke en unieke oplossing vereist. Alle overige euro-lidstaten inclusief de lidstaten met een EU/IMF-programma hebben bevestigd hun verplichtingen volledig na te komen en de gemaakte afspraken over houdbare openbare financiën en structurele hervormingen na te leven. Daarmee hebben de euro-lidstaten samen en ieder afzonderlijk aangegeven dat private sector betrokkenheid in Griekenland geen precedent schept en dat PSI geen alternatief is voor gedisciplineerd en verantwoord beleid. De mogelijkheid dat PSI ook in andere gevallen toegepast zou kunnen worden bemoeilijkt de markttoegang van alle lidstaten waarvan ook maar de minste twijfel ontstaat of zij zonder enige problemen aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

Ik merk daarbij nog op dat in het oprichtingsverdrag van het toekomstige Europese Stabiliteitsmechanisme expliciet is opgenomen dat ernaar wordt gestreefd dat de private sector per geval op passende en evenredige wijze daarbij wordt betrokken.

Backstops

VVD

(14) In de conclusies van de eurozone bijeenkomst van 21 juli 2011 is het belang benadrukt van adequate backstops. Is Nederland hier al voldoende klaar voor of moeten er in Nederland nog regelingen worden getroffen voor zulke backstops, en zo ja, welke?

CDA

Er wordt opgemerkt in het verslag dat voor stresstesten zogenaamde back stops van groot belang zijn. Wat gaat dit concreet betekenen? Op welke juridische en financiële mogelijkheden wordt gewezen? Hoe verhoudt zich dit tot de bevoegdheden van het EFSF dat ook kapitaalsteun aan banken kan gaan geven?

Nederland heeft net als alle andere landen in de EU, conform de conclusies van de Europese Raad van 24 en 25 maart 2011, voorafgaande aan de publicatie van de resultaten van de EBA stresstest op 15 juli jl. reeds de benodigde voorbereidingen getroffen voor backstops.

De gedachte achter backstops is dat financiële instellingen die gezakt zijn voor de stresstest eerst de mogelijkheid krijgen zelf hun kapitaal te versterken via private wegen. Indien ze daar binnen een aantal maanden niet in slagen, worden ze gedwongen publiek kapitaal te aanvaarden en zullen zij, conform de huidige staatssteunregels van de EU, bij de EU een herstructureringsplan moeten indienen. Deze publieke herkapitalisatie heet «backstop».

Wil de backstop geloofwaardig zijn dan moet onder andere de toezichthouder de juridische mogelijkheid hebben een instelling te dwingen haar kapitaal te versterken indien de toezichthouder de kapitaalspositie als gevaarlijk laag kwalificeert. Wil de overheid dit kapitaal kunnen verschaffen indien banken zich niet op private wijze kunnen versterken, dan moet zij wel zelf markttoegang hebben en over voldoende financiële armslag beschikken.

Toen in het kader van de stresstesten backstops werden opgesteld was de idee dat lidstaten die hun banken niet zelf konden herkapitaliseren bij het IMF en EFSF konden aankloppen voor een lening met een bijbehorende programma. In dit programma zou dan een deel van het financieringsprogramma voor bankherkapitalisatie gereserveerd worden (zoals dat nu ook bij bijvoorbeeld het Ierse, Portugese en Griekse programma het geval is). Dit was onder de veronderstelling dat indien een land niet naar de markt kon om zijn banken te herkapitaliseren dit land waarschijnlijk ook bredere problemen zou hebben. De nieuwe functionaliteit van EFSF om een lening aan een lidstaat te geven die daarmee vervolgens zelf kapitaalssteun aan banken kan geven, moet nog nader worden uitgewerkt. Deze optie zou in bepaalde gevallen, mede gegeven de beperkte omvang van EFSF, een kostenefficiënt alternatief voor een volledig programma kunnen zijn, bijvoorbeeld in het geval dat een land enkel een bankenprobleem en een zeer beperkt liquiditeitsprobleem heeft. De lidstaat kan dan door de lening ten behoeve van de herkapitalisatie van zijn banken de tijd krijgen de noodzakelijke hervorming van de bancaire sector in die lidstaat door te voeren.

Tijdelijke garantiestelling aan ECB

SP

(15) Mede met het oog op mogelijke reacties op de financiële markten is eerder niet uitvoerig stil gestaan bij de garantstelling. Kunt u uitleggen welke ongewenste reacties voorkomen moesten worden? Het woord «mede» duidt erop dat er ook andere redenen waren om in eerdere communicatie niet uitvoerig stil te staan bij de garantstelling. De leden van de SP-fractie zouden graag willen weten wat die andere redenen zijn.

Hiervoor verwijs ik naar mijn vertrouwelijke brief die ik hierover op 29 juli jl. aan de Kamer zond. Hierbij speelde mee dat er nog veel onzekerheden waren over vormgeving, maatvoering, en duur van de tijdelijke garantie. Tevens was van belang dat naast de mogelijke reacties op de financiële markten mee dat de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone afgesproken hadden op dit punt vertrouwelijkheid te betrachten.

SP

(16) Verder vragen de leden van de SP-fractie zich af of u kunt aangeven om welk bedrag het gaat. In de media doen berichten de ronde dat het om een garantie van zo’n 35 miljard euro gaat. Klopt dat? Wat is het minimumniveau en wat is het maximumniveau van de garantie?

PVV

Hoeveel bedraagt de Nederlandse bijdrage aan de garanties aan de ECB?

Hiervoor verwijs ik naar mijn vertrouwelijke brief die ik hierover op 29 juli jl. aan de Kamer zond. In mijn brief aan de Kamer van 31 juli jl. heb ik herhaald dat bij de omvang van deze tijdelijke garantie een relatie bestaat met de onderpanden die door de Griekse banken aan de ECB zijn gegeven (en daarmee van substantiële aard kan zijn). Indien de tijdelijke garantie aan de ECB zou plaatsvinden vanuit het EFSF dan zou het Nederlands aandeel in deze garantie 6,2% zijn.

SP

(17) U meldt in de brief van 31 juli 2011 dat de staatshoofden en regeringsleiders de bereidheid hebben uitgesproken om in een tijdelijke garantstelling voor de ECB te voorzien. Betekent dit dat er concrete afspraken zijn gemaakt en dat alleen het bedrag nog moet worden ingevuld? Of moet er nog definitief worden besloten of die garantie er gaat komen? Heeft Nederland zich gecommitteerd aan een garantie van 35 miljard euro?

Op ambtelijk niveau zijn gesprekken gestart over de vormgeving van de tijdelijke garantie aan de ECB. Zoals vermeldt in het antwoord op vraag 6 dient deze tijdelijke garantie gereed te zijn op het moment dat de PSI-operatie wordt uitgevoerd. De tijdelijke garantstelling voor de ECB kan niet los worden gezien van de private sector betrokkenheid. Zonder garantstelling voor de ECB zullen de Griekse banken geen toegang meer hebben tot de liquiditeitsverstrekking van de ECB, wat een acute bankencrisis in Griekenland zou kunnen veroorzaken.

Indien de garantie zodanig wordt vormgegeven dat dit gevolgen voor de begroting zou kunnen hebben, dan heeft de Kamer daarbij instemmingsrecht. Indien besloten wordt om deze garantie vanuit het EFSF plaats te laten vinden dan is er formeel gesproken geen instemmingsrecht van de Kamer zolang het vastgestelde garantieplafond voor Nederland niet zou worden overschreden. Mede gelet op de aandacht voor deze garantiestelling en mijn eerdere toezeggingen omtrent de betrokkenheid van de Kamer bij het nieuwe aanvullende steunprogramma voor Griekenland zal ik geen stappen zetten voordat ik met de Kamer hierover heb kunnen spreken. Wat betreft de omvang van deze garantie verwijs ik overigens naar mijn antwoord op vraag 16.

D66

(18) Uit de persberichten (NRC en Reuters) hebben wij de indruk overgehouden dat de garantstelling wel degelijk reeds is afgegeven door de eurolanden na afloop van de top. Klopt dit? En zo ja, betekent dit dat de garantie wel reeds is afgegeven ondanks het feit dat de situatie nog niet aan de orde is. Waarom heeft u er niet voor gekozen om deze garantstelling – eventueel vertrouwelijk – als bijlage mee te sturen met de brief van het verslag van de bijeenkomst van 21 juli 2011?

Zie antwoord vraag 5 en 17.

PVV

(19) Worden deze garanties alleen afgegeven aan de ECB, indien Griekenland wordt gewaardeerd als een (selective) default? Zo nee, wanneer worden deze garanties dan nog meer verstrekt aan de ECB?

Ja, zowel bij een default als een selective/restricted default. Een restricted default is vergelijkbaar met een selective default. Een selective default betekent dat een debiteur niet aan de oorspronkelijke voorwaarden van specifieke schuldcontracten voldoet, terwijl aan andere schuldcontracten wel wordt voldaan. Een default betekent dat een debiteur in algehele wanbetaling is danwel door de rating agencies in wanbetaling wordt gezien.

PvdA

(20) U stelt in uw brief van 31 juli 2011 dat een mogelijke optie is dat de garantie aan de ECB ten laste komt van het EFSF. Wat zijn de voor- en nadelen van deze optie en welke alternatieve opties zijn denkbaar? Voorts vragen de leden van de PvdA-fractie zich af welk materieel verschil het afgeven van bovengenoemde garantie nu werkelijk maakt voor de eurolanden. Klopt het dat ook zonder de garantie aan de ECB de deelnemende eurolanden zouden opdraaien voor alle eventuele verliezen die de ECB kan lijden op de aan haar verstrekte onderpanden? Heeft het geven van de garantie aan de ECB invloed op de omvang van de «haircut» van de banken?

SP

Er worden zo blijkt uit de brief meerdere opties besproken over de vormgeving van de garantie. De leden van de SP-fractie zouden graag weten welke andere opties, naast een bijdrage uit het EFSF, onderdeel van de onderhandelingen zijn. Ook vragen zij zich af wat het aandeel van Nederland in die andere opties zou zijn.

PVV

Over welke mogelijkheden van vormgeving van de garanties zijn nog meer gesproken op ambtelijk niveau, buiten de opties van tijdelijke garantiestelling vanuit het EFSF?

CU

Maakt u zich er ook sterk voor dat garanties worden afgegeven door EFSF, zoals u nu in de brief van 31 juli 2011 als een mogelijkheid suggereert?

CU

Mocht de situatie weer normaliseren, komen afgegeven garanties dan weer terug bij de lidstaten?

CU

Wat is de verhouding van de duur van een (selective) default tot de hoogte van de garanties die moeten worden afgegeven?

Een van de opties voor de tijdelijke garantiestelling aan de ECB is deze te laten plaatsvinden vanuit het EFSF. Concreet zou dit betekenen dat het EFSF de middelen aan Griekenland leent voor het onderpand van deze garantie. Het voordeel van deze optie is dat via het EFSF alle euro-lidstaten zonder EU/IMF-programma indirect garant staan. Een andere optie zou zijn een garantie door één of meerdere lidstaten, maar daar zitten praktische en mogelijk ook juridische haken en ogen aan. Aangezien de garantie naar verwachting voor een korte tijd nodig is, wordt gezocht naar een eenvoudig uitvoerbare optie. Bij een garantie die via de betrokken lidstaten zou lopen, zou de risicoverdeling tussen lidstaten naar mijn verwachting hetzelfde zijn als bij een garantie vanuit het EFSF.

De risico’s voor de lidstaten nemen door deze garantie inderdaad over het geheel genomen niet toe. Als de ECB verliezen zou lijden op de liquiditeitsverstrekking aan Griekse banken, komt dit via de winst- en verliesrekening van de nationale centrale banken ook bij de lidstaten terecht. Met een tijdelijke garantie komen de verliezen in het ergste geval ook bij de lidstaten terecht.

Reden voor de garantie is dat op grond van artikel 18.1 van de statuten van de ECB en het ESCB het niet toegestaan is voor de ECB om ontoereikend onderpand te accepteren. Daarmee is de garantie een belangrijk vereiste voor de ECB om de Griekse banken te kunnen blijven voorzien van liquiditeit. Zonder de garantie is de ECB niet in staat om deze liquiditeit te verschaffen. De onderpandverstrekking aan de ECB die noodzakelijk is voor de PSI is verder geen onderdeel van de PSI, en heeft dan ook geen invloed op de «haircut» voor de banken.

Het is de verwachting dat de periode van (selective) default kort zal zijn, waarop bij de vormgeving van de PSI ook wordt aangestuurd. Daarna komt de tijdelijke garantie aan de ECB ook weer direct te vervallen.

Er zit geen verband tussen de duur en de hoogte van de garanties. De garanties moeten worden afgegeven voor de duur van de selective default, maar dat heeft geen invloed op de hoogte van de garanties.

CU

(21) Wanneer zou een dergelijke situatie zich volgens de ECB kunnen voordoen? Speelt de waardering van de rating agencies nog een rol of is het een eigenstandige beslissing van de ECB?

SP

De garantie is volgens u nodig vanwege een eventueel rating event in verband met een bijdrage van de private sector. Is er, nu de bijdrage van de private sector geheel vrijwillig is, nog acuut gevaar op een rating event? Verwacht u dat de bijdrage van de private sector op enig moment toch nog een meer dwingend karakter kan krijgen, waardoor de garantstelling aan de ECB nodig is?

De kredietbeoordelaars wijzen aan schuldtitels het kenmerk «(selective) default» toe. De regels van de ECB verbieden dat de ECB onderpand van onvoldoende kwaliteit accepteert, en bij elke redelijke maatstaf is een onderpand dat in default is, van onvoldoende kwaliteit. Zie ook vraag 24.

Ook al is de bijdrage van de private sector vrijwillig, rating agencies zien er toch zoveel «drang» in dat zij het schuldpapier dat in aanmerking komt voor de omruil desalniettemin naar verwachting lager zullen gaan waarderen door middel van een selective default rating. De garantstelling voor de ECB, die Verdragsrechtelijk noodzakelijk is door deze verwachte rating downgrade naar selective default, is dus ook nodig bij een volledig vrijwillige bondomruil.

CDA

(22) Er bestaat een noodzaak van een garantiestelling door de eurolidstaten aan de ECB in geval van een (selective) default van Griekenland. Er wordt gesteld dat dit in lijn is met de Verdragsrechtelijke taak en de positie van de ECB. Kunt u dit punt nader toelichten?

In de Statuten van de ECB en het ESCB, die deel uitmaken van het EU werkingsverdrag, is vastgelegd dat het eurosysteem alleen krediet mag verstrekken tegen toereikend onderpand (Artikel 18.1). Om dat te waarborgen – en daarmee het eurosysteem in de gelegenheid te stellen in de liquiditeitsbehoefte van specifiek het Griekse bankwezen te kunnen blijven voorzien – zijn in het geval van een selective default van de Griekse overheid de genoemde garantie noodzakelijk. Daarnaast impliceert Artikel 130 van het EU werkingsverdrag dat de lidstaten moeten zorgen dat de ECB beschikking heeft over voldoende financiële middelen.

PVV

(23) Wat gebeurt er met de garanties van Nederland aan de ECB indien een credit event plaatsvindt? Is de Nederlandse belastingbetaler haar geld dan kwijt? Zo ja, onderschrijft u het dan ook als een te groot risico om deel te nemen aan de garanties aan de ECB?

Er is geen direct verband tussen een credit event en de garanties aan de ECB. Een credit event heeft gevolgen voor het triggeren van CDS’en (credit default swaps). Verder moet er een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het moment dat garanties moeten worden afgegeven aan de ECB en het moment dat de ECB de garanties zou kunnen inroepen.

De garanties aan de ECB moeten worden afgegeven alleen als er sprake is van een rating downgrade naar default of selective default van Griekenland. Op dat moment kan de ECB het onderpand in de vorm van Griekse staatsobligaties die in bezit zijn van de Griekse banken niet meer accepteren zonder deze garanties. Dat zou leiden tot naar alle waarschijnlijkheid het omvallen van de Griekse banken, die op dat moment een grote verplichting hebben bij de ECB doordat de ECB ze liquiditeit verstrekt. De ECB zou dan forse verliezen kunnen leiden, die voor rekening komen van de lidstaten. Door de garantie af te geven, wordt de ECB dus in staat gesteld om onderpand van Griekse banken te blijven accepteren, waardoor een default van de Griekse banken en de daaropvolgende verliezen voor de ECB voorkomen worden.

Vervolgens kunnen de garanties aan de ECB pas worden ingeroepen als dit onderpand door de ECB verkocht wordt om verliezen onder specifieke omstandigheden te dekken. De ECB mag een beroep op de onderpandsgarantie doen indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: (i) een financiële instelling failliet gaat (ii) waaraan de ECB krediet verstrekt heeft (iii) tegen Grieks overheidspapier en het faillissement plaats vond tijdens (iv) een Griekse (selective) default en (v) voor zover eventuele ECB-verliezen uit dit faillissement niet door het overige onderpand gedekt zijn. Vervolgens draagt de Griekse overheid het eerste risico van deze constructie. Pas als ook de Griekse overheid niet in staat is om de EFSF-lening te betalen, dan zou dit leiden tot verliezen voor het EFSF en daarmee de lidstaten.

De garantiestelling draagt aan de ene kant dus het risico dat er verliezen ontstaan als de garantie (deels) wordt ingeroepen. Aan de andere kant dient de garantiestelling ook om verliezen te voorkomen door verhandelbaar schuldpapier uitgegeven of gegarandeerd door de Griekse overheid acceptabel te houden als onderpand in geval van (selective) default. Overigens heeft de belastingbetaler er juist ook belang bij dat de ECB niet in problemen komt, omdat Nederland via DNB financieel belanghebbende is van de ECB. Het gaat hier om de verhouding tussen lidstaten en de ECB waarbij die lidstaten linksom of rechtsom financieel belanghebbend zijn.

CDA

(24) Wat zijn de risico's van zo'n garantiestelling? Bestaan er precedenten? Binnen welke range ligt de betrokkenheid? Kunt u ook hier aangeven wat een «korte periode» behelst? En kunt u uitleggen wat in dit verband verstaan wordt onder een «selective default», «credit event» en een «rating event»?

De garantiestelling wordt gegeven in de vorm van additioneel hoogwaardig onderpand aan de ECB. Voor de Nederlandse overheid kan via de EFSF een verlies ontstaan indien dit onderpand door de ECB verkocht wordt om verliezen onder specifieke omstandigheden te dekken. De ECB mag een beroep op het onderpand doen indien (i) een financiële instelling failliet gaat (ii) waaraan de ECB krediet verstrekt heeft (iii) tegen Grieks overheidspapier en het faillissement plaatsvond tijdens (iv) een Grieks (selective) default en (v) voor zover eventuele ECB-verliezen uit dit faillissement niet door het overige onderpand gedekt is. Vervolgens draagt de Griekse overheid het eerste risico van deze constructie. Pas als ook de Griekse overheid default, zou dit (als ze niet terug kunnen betalen) leiden tot verliezen voor het EFSF en daarmee de lidstaten.

Deze situatie heeft zich in de eurozone nog niet eerder voorgedaan, en de Nederlandse Staat heeft dan ook nog niet eerder bijgedragen aan aanvullende zekerheden voor de ECB om de kwaliteit van onderpand te versterken.

«Selective default» betekent dat een debiteur niet aan de oorspronkelijke voorwaarden van specifieke schuldcontracten voldoet, terwijl aan andere schuldcontracten wel wordt voldaan. Een «credit event» is een gebeurtenis die uitbetaling onder CDS-contracten als gevolg heeft. Met een «rating event» wordt een wijziging van de rating door de kredietbeoordelaars bedoeld.

ECB

PVV

(25) Is er een kans aanwezig dat Griekse banken niet in staat zijn leningen van de ECB terug te betalen? Zo ja, hoeveel gaat dit Nederland kosten?

PVV

De kerntaak van de ECB is het bestrijden van de inflatie. De president van de ECB legt echter meer de nadruk op financiële stabiliteit, waardoor banken vrijwel onbeperkt krediet krijgen bij de ECB. Dit jaagt de inflatie op en brengt op langere termijn risico’s met zich mee. Kunt u dit nader verklaren?

De Griekse banken zijn in hun financiering deels afhankelijk van monetaire kredietverlening. Een significant deel van het onderpand dat de Griekse banken hebben aangedragen bestaat uit Griekse staatsobligaties of door de Griekse overheid gegarandeerde obligaties. In het geval van een default van de Griekse overheid of selective default van Griekse schuldtitels is het aannemelijk dat de Griekse banken ook in problemen geraken. Er is dan een realistische kans dat het aangedragen onderpand niet voldoende oplevert om de leningen af te lossen. De garantie op Grieks onderpand en de vrijgemaakte buffer voor eventuele kapitaalbehoefte verkleint uiteraard de risico’s aanzienlijk.

Mocht een Griekse tegenpartij toch in problemen komen, dan zijn de potentiële verliezen lastig te voorspellen. De zogenoemde recovery rate hangt van veel variabelen af waaronder contractuele verplichtingen, onderhandelingen met de schuldhouders, economische omgeving, etc. Indien in een scenario van een default van de Griekse overheid en banken zou worden uitgegaan kunnen de (directe) verliezen uit hoofde van monetaire kredietverlening flink oplopen. Voormalig DNB-president Wellink heeft eerder aangegeven dat de totale verliezen voor DNB in een dergelijk geval 4 miljard bedragen. Een groot deel van dit bedrag komt door directe verliezen uit hoofde van monetaire kredietverlening aan Griekse banken.

Het monetaire beleid van de ECB tijdens de financiële crisis is in feite een combinatie van standaard en niet-standaardmaatregelen. De standaardmaatregelen, de monetaire beleidsbeslissingen, zijn gericht op het handhaven van prijsstabiliteit op de middellange termijn, de hoofddoelstelling van de ECB. De niet-standaard maatregelen zijn gericht op de monetaire beleidsimplementatie. Zij waarborgen de effectiviteit van het transmissiemechanisme van het monetaire beleid in het geval van disfunctionele marktsegmenten. Er bestaat een strikte scheiding tussen de standaard- en niet-standaardmaategelen.

PVV

(26) Is de 20 miljard euro reservering voor herkapitalisatie van de Griekse banken voldoende om mogelijke verliezen op leningen aan Griekse banken vanuit de ECB te voorkomen? Waar is het bedrag van 20 miljard euro op gebaseerd?

PVV

Hoe staat het met de kredietwaardigheid van de Griekse banken? Bent u van mening dat we niet garant moeten staan voor illiquide en insolvabele banken?

CDA

Zekerheidshalve wordt er een bedrag van 20 miljard euro gereserveerd voor een herkapitalisatie van de banken. Waar is dit bedrag op gebaseerd? In hoeverre is hierbij gebruik gemaakt van de onlangs verschenen stresstests? Tot welke termijn blijft dit bedrag gereserveerd voor de Griekse banken? Op basis van welke criteria wordt dit bedrag eventueel toegekend aan de banken? Verwacht u dat dit bedrag ook nog hoger uit zou kunnen komen? In het vorige pakket was al ruim 12 miljard euro meegenomen voor ondersteuning van de financiële sector. In hoeverre is daar dan nu al gebruik van gemaakt c.q. hoe is dit bedrag verder verwerkt in deze deal?

Zoals bekend is de kredietwaardigheid van de Griekse banken sterk gerelateerd aan de kredietwaardigheid van de Griekse staat. De beste manier om de kredietwaardigheid van de Griekse banken te waarborgen is dan ook te zorgen dat de Griekse staat door middel van strikte uitvoering van het EU-IMF programma in staat wordt gesteld zijn schuldpositie langzaam af te bouwen. Voor mogelijke problemen bij de Griekse banken die samenhangen met de impact van PSI en een sterke verslechtering van kredietportefeuilles voorziet het nieuwe EU-IMF programma in een additionele buffer van 20 miljard om de Griekse banken indien nodig te kunnen herkapitaliseren.

De 20 miljard is door de Trojka vastgesteld. De Trojka heeft hiervoor toegang gehad tot alle relevante data. Het bedrag kan worden gebruikt om de banken te herkapitaliseren indien de Griekse banken niet meer aan de toezichtseisen aangaande o.a. solvabiliteit voldoen en zich niet op private wijze kunnen herkapitaliseren. In het vorige pakket was hier reeds 10 miljard euro voor gereserveerd. In het pakket is tevens een garantie opgenomen ten behoeve van de continuïteit van de ECB-financiering van Griekse banken. Deze garantie dient primair om Griekse banken toegang te laten houden tot het onderpandsraamwerk van de ECB in het geval van een (selective) default.

CDA

(27) De ECB heeft altijd terughoudend gestaan tegenover private betrokkenheid en de risico's die dat zou kunnen inhouden. Kunt u aangeven welke risico's de ECB in de onderhandelingen aangegeven heeft en op welke wijze deze nu in de totale overeenkomst zijn afgezwakt? En hebben deze afspraken ook betrekking op toekomstige private/publieke betrokkenheid? Zijn er in dit verband nog andere afspraken gemaakt in het kader van een goed flankerend beleid om «alle risico’s» te minimaliseren?

Een belangrijke reden waarom de ECB terughoudend stond tegenover (gedwongen) private betrokkenheid is het risico dat Griekenland in een (selective) default zou geraken. In dat geval kan de ECB Griekse schuldtitels niet langer als onderpand voor ECB-leningen aanvaarden, waardoor het Griekse bankensysteem onvoldoende adequaat onderpand zou hebben om deel te nemen in de herfinancieringsoperaties van de ECB. De ECB heeft altijd aangedrongen dat, indien besloten wordt tot private betrokkenheid, deze vrijwillig zou moeten zijn en dat zij alleen aanvaardbaar onderpand door gezonde tegenpartijen kan accepteren. Tegen deze achtergrond is de garantiestelling door de eurozone-lidstaten aan de ECB afgegeven en is financiering vrijgemaakt voor de adequate kapitalisatie van het Griekse bankwezen.

Grieks programma

D66

(28) In de brief wordt gemeld dat het totale financieringsgat tot medio 2014 88 miljard euro bedraagt. Voor het dichten van het financieringsgat wordt 54 miljard euro bijgedragen door de private sector in de vorm van verlenging van looptijden van bestaande obligaties. Hier tegenover staan echter credit enhancements (in de brief genoemd «garanties op het terugbetalen van de hoofdsom») en garanties voor de banken die hierdoor in problemen komen voor ongeveer hetzelfde bedrag (totaal 55 miljard euro tot 2020). Hoe moet de publieke bijdrage worden gezien? Is het zo dat de credit enhancements en de reservering voor kapitalisatie van banken sowieso worden uitgegeven? Of betreft het hier echte garanties die eventueel tot uitkering komen? En zo ja, onder welke voorwaarden komen deze bedragen tot uitkering? En wat is de inschatting van de Nederlandse regering over de uitkering van deze garanties? Met andere woorden: is de private bijdrage een echte bijdrage aan het (her)financieringsgat of dekken de publieke uitgaven de facto het gehele financieringsgat en heeft de private sector betrokkenheid alleen betrekking op het verlichten van de schuldenlast van Griekenland naar de toekomst toe? Graag een nadere toelichting.

De garanties worden niet gegeven door het EFSF, maar door Griekenland zelf. Het EFSF leent aan Griekenland alleen de middelen om AAA-gerate bonds te kopen waarmee Griekenland die garanties kan afgeven. Voor het EFSF is er dan ook geen verschil in risico met gewone leningen aan Griekenland. Het betreft hierbij ook echte garanties. Ervan uitgaande dat Griekenland de komende 30 jaar zijn schulden blijft betalen, vervallen aan het eind de garanties en worden de verplichtingen aan de banken door de Griekse overheid afgelost. De Griekse overheid kan op dat moment ook zijn verplichtingen aan het EFSF aflossen door de garanties terug te geven. Als Griekenland op enig moment in default zou raken, dan krijgen de banken na 30 jaar de opbrengst van de in onderpand liggende AAA-bonds. Griekenland zou achterblijven met een schuld aan het EFSF.

De private sector loopt hier nog steeds wel een aanzienlijk risico, in de vorm van de rente die Griekenland gedurende de looptijd moet betalen. Daarvoor is de private sector niet gedekt, en over 30 jaar ontvangen ze alleen de hoofdsom via de credit enhancements. Dus als Griekenland voor die tijd default, loopt de private sector rente-inkomsten over een aantal jaren mis.

CDA

(29) Wat is exact het financieringsgat en hoe wordt dat in tijd en omvang ingevuld? Welke afspraken zijn gemaakt over monitoring van deze tijdslijnen en bedragen? Wat zijn de consequenties indien tijdslijnen of andere bijdragen niet worden gerealiseerd?

Het geraamde financieringsgat tot medio 2014 bedraagt 88 miljard euro. Verder kan met een bedrag van 20 miljard euro private schuld worden teruggekocht. Het financieringsgat is met name ontstaan omdat de Trojka (IMF, Commissie en ECB) verwacht dat Griekenland niet in 2012 maar pas vanaf 2014 weer geleidelijk toegang tot de markt krijgt. De additionele steun van de eurolanden en het IMF en de bijdrage van de private sector moeten dit gat dichten. De Trojka zal ook voor deze nieuwe lening een gedetailleerd programma opstellen, waarin precies het betalingsschema, de monitoring en de conditionaliteit die hieraan zijn verbonden worden vastgelegd. Het is belangrijk dat het programma volgens schema wordt uitgevoerd, zodat Griekenland zich op een pad naar schuldhoudbaarheid begeeft. De Trojka zal er streng op toezien dat de gemaakte afspraken worden nagekomen.

CDA

(30) Op dit moment is nog onduidelijk op welke wijze (en hoeveel) het IMF bijdraagt. Kunt u een richting aan geven aan welke omvang gedacht? Kan worden bevestigd dat de bijdrage in verhouding minimaal gelijk is aan de bijdrage in eerdere programma's? Wanneer wordt hierover wel volledige duidelijkheid verwacht?

Het is inderdaad nog niet duidelijk hoeveel het IMF precies gaat bijdragen, omdat het programma eerst nog verder moet worden uitgewerkt. De bijdrage van het IMF is uiteraard afhankelijk van de besluitvorming binnen het Fonds. Wij zullen ons inspannen voor een substantiële bijdrage, maar in deze fase kan nog weinig worden gezegd over de uitkomst. De verwachting is dat hier kort na de zomer volledige duidelijkheid over komt, wanneer het nieuwe programma verder is uitgewerkt (meer duidelijkheid over PSI etc.).

VVD

(31) Welke technische assistentie wordt opgezet om Griekenland te helpen alle hervormingen door te voeren? Hoe wordt ervoor gezorgd dat deze «technische assistentie» niet de verantwoordelijkheden overneemt die de Griekse regering en het Griekse parlement uiteindelijk zelf zullen moeten dragen?

CDA

Graag ook een toelichting op de opzet van de taskforce die zich zal richten op het verbeteren van de concurrentiekracht en het verbeteren van de arbeidsmarkt. Hoe zal de technische assistentie vorm krijgen? Welke financiële gevolgen voor Nederland zou dit kunnen hebben?

D66

In de brief wordt gesproken over een verlengde monitoring van de Griekse hervormingen. Expliciet wordt ingegaan op een taskforce die «zich zal richten op het verbeteren van de concurrentiekracht en het versterken van de arbeidsmarkt». Waar moet dan aan worden gedacht? Gaat de Commissie (in samenwerking met het IMF) hervormingen eisen van de Griekse overheid om de arbeidsmarkt toekomstbestendiger te maken? En waar moet dan aan worden gedacht?

Tot dusver heeft technische assistentie aan Griekenland altijd op een ad hoc basis plaatsgevonden. Zo heeft Eurostat de andere eurolanden verzocht om assistentie te leveren op statistisch terrein en hebben meerdere landen, waaronder Nederland, assistentie aan Griekenland verstrekt. Het is de bedoeling om deze technische assistentie in de toekomst minder ad hoc te maken door middel van de vormgeving van deze taskforce. Deze taskforce zal de technische assistentie systematisch gaan vormgeven en monitoren waarbij onder meer gedacht kan worden aan verdere technische assistentie op het gebied van de belastingheffing en de privatiseringen. Naast assistentie vanuit eurolidstaten kan technische assistentie vanuit de Commissie en het IMF vormgegeven worden door concrete maatregelen te formuleren die de concurrentiekracht en werking van de arbeidsmarkt moeten bevorderen.

PVV

(32) In uw brief van 25 juli 2011 wordt gesproken over een ambitieus privatiseringsprogramma. Naar aanleiding van verschillende media hebben wij vernomen dat de kans dat privatisering van 50 miljard euro niet reëel en haalbaar is. Zijn er al enige projecten geprivatiseerd en hoe groot acht u de kans (in procenten) dat de privatisering zal slagen?

Er zijn in het kader van de nieuwe aanvullende afspraken over privatisering voor zover mij nu bekend nog geen privatiseringen uitgevoerd. Wel is er medio dit jaar een aandelenpakket verkocht van een telecombedrijf door de Griekse overheid. Verder is er nu een structuur opgezet die zeker stelt dat beslissingen om te privatiseren onomkeerbaar zijn. De Trojka en de eurolanden zullen deze privatisering nauwgezet in de gaten houden, onder andere door het benoemen van enkele toezichthouders.

PVV

(33) Kunt u aangeven met hoeveel de schuld stijgt of daalt door het opgestelde steunpakket tot en met 2014 en 2020 in bedragen en als percentage van het bruto binnenlands product van Griekenland? Kunt u voorts een opstelling geven waarin wordt vergeleken in welke mate de private- respectievelijk de publieke sector daadwerkelijk bijdraagt aan verlichting van de rente- en schuldenlasten van Griekenland?

CDA

In dit verband vragen de leden van de CDA-fractie ook nadrukkelijk in te gaan op de bijdrage die ook Griekenland zelf levert aan deze analyse van de schuldhoudbaarheid. Deze leden vragen hierbij specifiek aandacht voor het totale privatiseringsprogramma (gespecificeerd naar tijd en omvang).

D66

Wat is het totale effect op de schuldhoudbaarheid van dit pakket in combinatie met de maatregelen die de Griekse overheid zelf heeft aangekondigd? Is er in Griekenland naar het oordeel van de regering nog steeds sprake van een liquiditeits- en geen solvabiliteitsprobleem? In het verlengde hiervan: de OECD heeft afgelopen week berekeningen gemaakt dat de Griekse overheid de schulden op termijn weer op een houdbaar pad kan krijgen (zelfs onder de grenzen van het SGP). Wat is het oordeel van de Nederlandse regering over deze berekeningen van de OECD?

PVV

Volgens de voorzitter van de Europese Raad is bij de laatste evaluatie door het IMF, de ECB en de Europese Commissie de conclusie getrokken dat de schuld van Griekenland houdbaar is (NRC 30-7-2011 Nationaal belang dwingt tot integratie). Kunt u verklaren waarom er toch een tweede hulppakket aan Griekenland wordt verschaft, met waarschijnlijk wederom weinig tot geen effecten op de stabiliteit van de financiële markten in Europa? Acht u de kans van slagen van het tweede steunpakket groter dan het fiasco van het eerste steunpakket?

SP

Volgens berichtgeving van Reuters Breaking Views en het Financiële Dagblad neemt de totale Griekse schuld meer toe dan de private schuldreductie. Oftewel, private schuld wordt zo omgewisseld voor publieke schuld. De leden van de SP-fractie vragen u of deze berichtgeving klopt. Zo nee, waarom klopt dit niet? Zo ja, vindt u het effectief om een schuldenprobleem met meer schulden op te lossen? Vindt u het effectief om de publieke bijdrage aan de het Griekse schuldenprobleem te vergroten, zodat de private sector iets meer tijd heeft om de posities af te bouwen?

Het IMF zal als de details van het pakket bekend zijn, een nieuwe analyse maken van de schuldhoudbaarheid. Echter, het IMF heeft begin juli al op basis van conservatieve aannames over PSI en additionele steun van de eurozone geschat dat de staatsschuld van Griekenland na een piek in 2012 van 172% BBP geleidelijk zal afnemen naar een niveau van 130% BBP in 2020. De recente analyse van de OECD laat ook een dergelijk houdbaar pad zien. Er zitten elementen in het pakket die de schuld doen afnemen (renteverlaging, schuldterugkoop, 20% korting op de hoofdsom als opties voor PSI) en elementen die schuldverhogend werken (met name onderpand). De uiteindelijke optelsom daarvan is pas te maken als er meer inzicht is in de uiteindelijk gerealiseerde PSI.

Ik merk daarbij nog op dat ook in de schuldhoudbaarheidsanalyses van het IMF, die gemaakt zijn voordat er sprake was van private sector betrokkenheid, de schuld de eerste jaren nog verder opliep. Dit komt doordat het tekort dat Griekenland heeft groter is dan de economische groei, waardoor de Griekse schuld op dit moment nog zou groeien als percentage van het BBP. Dit tekort wordt gefinancierd vanuit het hulpprogramma. Doordat de private schuld bovendien nu voor een significant deel met 15 tot 30 jaar verlengd wordt, vinden er lange tijd weinig aflossingen van bestaande schuld plaats. Hierdoor wordt zo min mogelijk private schuld vervangen door publieke schuld.

Overigens komt de belangrijkste bijdrage aan de schuldhoudbaarheid van Griekenland door de bezuinigingen en belastingverhogingen die de overheidsbegroting weer op orde moeten brengen en anderzijds de structurele hervormingen die de groei van de Griekse economie moeten stimuleren, zodat de schuldenlast als percentage van het BBP kan gaan dalen. Het privatiseringsprogramma draagt op twee manieren bij aan de schuldhoudbaarheid van Griekenland. Ten eerste door de directe opbrengsten van de verkoop van staatsbedrijven, die de schuld omlaag brengen en ten tweede door de efficiëntiewinsten die verwacht worden als deze bedrijven in private handen komen. Voorziene cashflows van de privatiseringsopbrengsten zijn 3 miljard euro in 2011, 7,5 miljard euro in 2012, 11 miljard euro in 2013, 13,5 miljard euro in 2014 en 15 miljard euro in 2015 (cijfers op basis van de vierde review van het IMF). Dit laat zien dat de kern van de oplossing van de problemen in Griekenland het volledig uitvoeren van de privateriserings-, bezuinigings- en hervormingsplannen is.

In het geval van Griekenland is het duidelijk dat het moeilijk is om onderscheid te maken tussen een liquiditeitsprobleem en een solvabiliteitsprobleem. Landen die te maken krijgen met grote liquiditeitsproblemen kunnen de rente die ze moeten betalen op hun staatsleningen zodanig zien oplopen dat op een gegeven moment ook de solvabiliteit in het gedrang komt.

PVV

(34) Wanneer verwacht u dat Griekenland zelfstandig zonder garanties en steun van EU-faciliteiten weer de kapitaalmarkt kan betreden? Is er een kans aanwezig dat we na 2020 weer in de buidel van de Nederlandse belastingbetaler moeten tasten om Griekenland financieel te ondersteunen? Zo ja, om welk bedrag gaat dit dan?

Mogelijk zal het nieuwe Griekse EU/IMF-programma, dat nog moet worden opgesteld, uitgaan van een geleidelijke terugkeer vanaf het 4e kwartaal 2014. Het pakket aan maatregelen met betrekking tot Griekenland draagt bij aan verbetering van de schuldhoudbaarheid.

PVV

(35) Eén van de doelen uit het opgezette steunpakket is het versterken van de concurrentiepositie van Griekenland. In hoeveel jaar denkt u dat Griekenland weer concurrerend kan optreden op de mondiale wereldmarkt?

Het is moeilijk om dit in jaren aan te geven. Sinds het ontstaan van de EMU zijn de lonen in Griekenland – zowel in de publieke als private sector – sterker toegenomen dan de productiviteit. Griekenland heeft zich hierdoor uit de markt geprijsd, waardoor Griekse importen veel hoger zijn dan de exporten. De herziening van het belastingstelsel die Griekenland nu in het kader van het EU/IMF-programma doorvoert leiden eveneens tot een verhoging van de kostprijs van Griekse producten. Het enige recept is het strikt uitvoeren van bezuinigingen in de publieke sector gecombineerd met loonoffers in de private sector. Verder moeten structurele hervormingen worden doorgevoerd om de productiviteit te verhogen. Ook met deze combinatie van maatregelen zal het echter jaren duren voordat de gevolgen van langdurig schadelijk financieel-economisch beleid teniet zijn gedaan.

PVV

(36) De arbeidsmarkt van Griekenland zit helemaal op slot en de economie krimpt. Het percentage zwartwerkers in Griekenland ligt op 20%. Hoeveel jaar heeft Griekenland nodig heeft om de arbeidsmarkt weer gezond te maken en te versterken?

Het herstel van de Griekse arbeidsmarkt is afhankelijk van twee dingen: economisch herstel en hervormingen. Wat de economie betreft, is de verwachting dat het ergste achter de rug is. Het IMF verwacht voor 2012 een terugkeer naar positieve groei ter hoogte van 0,6%, gevolg door 2,1% in 2013 en 2,3% in 2014. Daarnaast is er een uitgebreid pakket aan hervormingsmaatregelen geformuleerd, met een nadruk op het bevorderen van de toeristenindustrie en het opheffen van barrières voor export. Op basis hiervan verwacht het IMF dat na 2012 de werkloosheid op een dalend pad terecht komt.

CDA

(37) In het verslag wordt gesteld dat het pakket maatregelen van Griekenland een enorme inspanning vergt en de nodige offers. Kunt u gedetailleerd en overzichtelijk aangeven welke maatregelen dit precies zijn en welke offers dit precies vergt van de Grieken? Graag zouden de leden van de CDA-fractie ook vernemen op welke wijze dit programma – naar verwachting – zal bijdragen aan een hogere economische groei. Wat verstaat u onder duurzame groei in dit verband?

Griekenland neemt pijnlijke maatregelen om daarmee de economie op orde te brengen. Zo heeft Griekenland het tekort teruggebracht van 15,4%BBP in 2009 naar 10,5%BBP in 2010. Griekenland heeft daartoe o.a. de lonen in de publieke sector met 15% verminderd (en bij staatsbedrijven zelfs met 30%), de pensioenen (zowel publiek en privaat) met 10% gekort, het ambtenarenapparaat met 10% ingekrompen, de BTW en de accijnzen verhoogd, en wordt de pensioenleeftijd verhoogd en afhankelijk gemaakt van de levensverwachting. Het pakket aan maatregelen dat het Griekse parlement heeft aangenomen in aanloop naar de eurotop is beschreven in Kamerstuk 21 501-07, nr. 808. Het IMF verwacht dat Griekenland hiermee een positieve groei ter hoogte van 0,6% BBP zal realiseren in 2012, gevolgd door 2,1% in 2013 en 2,3% in 2014. Dit herstel is duurzaam volgens het IMF: ook de langetermijnprojecties van de Griekse BBP-groei liggen boven de 2% per jaar.

CDA

(38) In het verslag wordt opgemerkt dat er eerst aandacht was voor de financieringsbehoefte van Griekenland tot 2014, maar dat er vanwege de betrokkenheid van de private sector nu ook aandacht is voor betrokkenheid van de private sector tot 2019. In de tabel van het verslag wordt echter ook voor de private sector alleen gesproken over financiering tot 2014. Kunt u de volledige financieringsbehoefte van Griekenland tot 2019 op een rij zetten en daarbij de ontwikkelingen per jaar van 2011 tot en met 2019 vermelden? Hoe ziet het verwachte schema van herfinanciering er nu precies uit op basis van de huidige schuld en de toekomstige ontwikkeling van die schuld van de Griekenland, ook eveneens voor de jaren 2011 tot en met 2019? Welk deel bestaat uit herfinanciering door (naar verwachting) de private sector en welk deel wordt door de publieke sector geherfinancierd?

Ten aanzien van het financieringsgat hebben de eurolanden verklaard garant te staan voor de financieringsbehoefte van Griekenland tot 2014 van € 108 miljard euro, waarbij het IMF ook een deel voor haar rekening zal nemen. Griekenland blijft wel actief op de geldmarkt om zichzelf met kort papier te financieren.

Het is de bedoeling dat Griekenland na afloop van het programma terugkeert naar de markt om zichzelf te financieren. Hoe hoog de financieringsbehoefte op dat moment is, is grotendeels afhankelijk van de bijdrage van de private sector. Als alle partijen doorrollen, vinden de aflossingen pas over 15–30 jaar plaats en hoeft Griekenland deze schuld in de tussenliggende tijd ook niet te herfinancieren. Dan resteert alleen het geld dat nodig is voor het lopende tekort. Het IMF gaat ervan uit dat dit zal afnemen van 7,6% BBP in 2011 naar 2,6% BBP in 2014. Dit betekent dat Griekenland vanaf eind 2014 voor een aantal jaren slechts een zeer beperkt beroep hoeft te doen op de kapitaalmarkt, wat de kans op een succesvolle terugkeer aanzienlijk doet toenemen.

Voor de private sector geldt dat een bijdrage wordt geleverd aan het dichten van het financieringsgat tot 2014 ter hoogte van 50 miljard euro netto. De schuldhoudbaarheid is verder verbeterd door een bijdrage van de private sector voor de periode 2014–2019 ter hoogte van 56 miljard euro. Zoals is uitgelegd in het verslag zijn deze bedragen netto, dus verminderd met zogeheten publieke credit enhancements.

Over de tranchering van het totale publieke pakket van 109 miljard euro wordt momenteel gesproken in technische werkgroepen in Brussel. Naar verwachting zal een substantieel deel, met name de credit enhancements en het geld voor herkapitalisatie van banken, op korte termijn geleverd moeten worden.

PVV

(39) Hoeveel heeft tot nu toe de financiële bijdrage de Nederlandse belastingbetaler gekost (de 2,8 miljard euro uitgegeven bilaterale leningen) en hoeveel gaat een tweede steunpakket de Nederlandse belastingbetaler kosten?

De Nederlandse bijdrage aan het Griekse leningenprogramma bedraagt tot nu toe 2,8 miljard euro (t/m uitkering 5e tranche). De kosten voor Nederland voor het aantrekken van deze middelen zijn lager dan de Griekse rentevergoeding. Over de gevolgen van het nieuwe Griekse programma kunnen nog geen definitieve cijfers worden gegeven, in verband met de noodzakelijke uitwerking van de afspraken. De effecten voor Nederland zullen zo mogelijk in de Miljoenennota worden verwerkt.

EFSF

VVD

(40) Is het de bedoeling dat voor landen die preventief een beroep doen op het EFSF ook, net zoals de landen die in een volledig programma zitten (Griekenland, Ierland en Portugal), aan het oordeel van het IMF onderworpen worden? Kunt u aangeven in welke gevallen er wel en niet preventief kan worden ingegrepen vanuit het EFSF?

CDA

Kunnen landen een beroep doen of kunnen situaties ontstaan waar het EFSF leningen verstrekt en/of intervenieert, zonder dat het IMF hierin wordt betrokken? Nederland heeft nadrukkelijk ingebracht dat alleen steun uit het EFSF-programma gekregen kan worden onder de juiste conditionaliteit; wat is in dit verband «juiste conditionaliteit»?

Tijdens de eurotop is afgesproken dat het EFSF (en in de toekomst het ESM) preventieve programma’s zal kunnen uitvoeren, met de juiste conditionaliteit. Hoe dit exact gaat worden vormgegeven en welke kwalificatiecriteria gaan gelden voor een dergelijk preventief programma moet nog worden uitgewerkt. Dan zal ook worden bekeken hoe hierbij koppelingen kunnen worden gemaakt met de preventieve instrumenten die het IMF heeft, zoals de Flexible Credit Line (FCL) en de Precautionary Credit Line (PCL). Nederland vindt het belangrijk ook hierin nauw op te trekken met het IMF.

Echter, Nederland vindt het ook belangrijk dat er aan deze preventieve instrumenten conditionaliteit verbonden zit. Hoe dit precies vorm wordt gegeven moet zoals gezegd nog worden uitgewerkt, maar hierbij kan gedacht worden aan afspraken dat eerder toegezegde beleidsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld het tekortreductiepad in het Stabiliteitsprogramma, worden nagekomen.

CDA

(41) Voor welke periode gaan de lagere rentetarieven van het EFSF gelden en voor welke landen en hoe verhoudt dit zich tot de IMF systematiek?

Afgesproken is dat de lagere rente en de langere looptijden voor toekomstige EFSF leningen aan Griekenland ook zullen worden toegepast op Ierland en Portugal. Deze voorwaarden zullen de komende periode verder uitgewerkt worden. Het doel van de renteverlaging en de looptijdverlenging is het verbeteren van de schuldpositie van de programmalanden op dit punt. Omdat het IMF op een andere manier haar rente bepaalt, wordt hiermee de IMF-systematiek qua rente en looptijd losgelaten. De rente zal daarbij niet onder de cost of funding van het EFSF uitkomen.

CDA

(42) In hoeverre kunnen landen een beroep doen op deze fondsen zonder dat die landen de status krijgen van een programmaland? Wat is in dit verband een «programmaland»?

Een programmaland is een land dat financiële steun heeft gevraagd en ontvangt. Op dit moment zijn dat ten eerste Griekenland, via de bilaterale leningen van de eurozone lidstaten en de bijdrage van het IMF, ten tweede Ierland dat steun ontvangt van het EFSF, het EFSM, via bilaterale leningen van Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Zweden en de bijdrage van het IMF en ten derde Portugal, dat steun ontvangt van het EFSF, het EFSM en de bijdrage van het IMF. De precieze conditionaliteit waaraan landen gebonden zijn voor de additionele instrumenten moet nog verder uitgewerkt worden. Wel staat vast dat voor de leningen ten behoeve van het herkapitaliseren van banken het niet nodig zal zijn dat het betrokken land een programmaland is. Dit betekent niet dat voor de andere instrumenten geen conditionaliteit zal worden gesteld.

VVD

(43) Hoe denkt het kabinet over de stelling van de Franse President Sarkozy dat met uitgebreidere bevoegdheden van de EFSF een Europees monetair fonds zou worden gecreëerd?

De aanpassingen in het EFSF (en parallel daarmee het ESM) verruimen de mogelijkheden van dit fonds om stabiliteit van de eurozone te waarborgen. Het EFSF is een financieel vangnet op regionaal niveau en daarmee aanvullend aan het IMF dat deze rol speelt op mondiaal niveau. Echter, de naam «monetair fonds» komt bij het IMF ook voort uit de rol die het IMF heeft als toezichthouder op de stabiliteit van het mondiale monetaire systeem en het feit dat het IMF leningen verstrekt aan landen door gebruik te maken van reserves van de andere IMF-leden.

VVD

(44) Zijn er afspraken gemaakt, en zo ja welke, over de wijze waarop deze monitoring plaatsvindt na de programmaperiode? Zijn er sancties afgesproken, en zo ja welke, indien Griekenland zich niet aan eerder overeengekomen voorwaarden houdt? Is de conditionaliteit die gepaard gaat met het programma voor Griekenland (zoals financieel orde op zaken stellen, privatiseringen en IMF-betrokkenheid) van toepassing op de volledige looptijd van de EFSF-leningen? Wat is de afdwingbaarheid van afspraken die zich uitstrekken over een periode van 15 tot 30 jaar?

De monitoring van landen die een EU/IMF-programma hebben gekregen, zal gewoon blijven plaatsvinden als het programma is afgelopen en de leningen nog niet terug zijn betaald. Er is vastgelegd dat de Commissie, het IMF, en de ECB een aantal keer per jaar op missie blijven gaan naar deze landen en daarbij verslag doen van de stand van zaken.

Dit is ook in lijn met de gebruikelijke en gedegen «exitstrategie» van het IMF voor programmalanden. De reguliere instrumenten hiervoor zijn follow-upprogramma’s zonder financiering en versterkte surveillance en monitoring.

Indien noodzakelijk staan in de toekomst ook de versterkte mechanismen van het Stabiliteits- en Groeipact en de onevenwichtighedenprocedure ter beschikking om te bevorderen dat landen prudent budgettair en economisch beleid voeren.

VVD

(45) In uw brief van 25 juli 2011 wordt gesteld dat het EFSF in uitzonderlijke omstandigheden zal kunnen interveniëren in de secundaire obligatiemarkt, indien de ECB oordeelt dat er ernstige risico’s voor de financiële stabiliteit bestaan. Hiervoor zal onderlinge overeenstemming tussen alle lidstaten vereist zijn, unanimiteit dus. Hoe verwacht u dat deze afspraak in de praktijk zal werken? Moet een oordeel van de Europese Centrale Bank (ECB) altijd door de lidstaten worden gevolgd of is hier ruimte voor discussie? Hoe stelt u zich voor om met dit unanimiteitsvereiste om te gaan?

Deze afspraak zal nog concreet moeten worden uitgewerkt. Ik hecht sterk aan unanimiteit bij alle belangrijke beslissingen van het EFSF, waarbij eenparigheid van stemmen is vereist van de lidstaten die aan stemmingen deelnemen en stemonthoudingen geen beletsel vormen voor het bereiken van een besluit. Hoewel het oordeel van de ECB zwaarwegend en van groot belang is, ligt de uiteindelijke beslissing en verantwoordelijkheid bij de lidstaten.

PvdA

(46) Hoe staat u tegenover de huidige omvang van het EFSF? Deelt u de mening van veel analisten dat het een gemiste kans is dat het EFSF niet aanzienlijk is vergroot is, omdat met een groter EFSF met meer geloofwaardigheid kan worden geïntervenieerd op de markten voor staatsobligaties in perioden van speculatieve onrust? Wat is uw interpretatie in dit verband van de opmerking van Van Rompuy dat «de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone opnieuw bevestigd hebben dat zij, indien er nog verdere middelen nodig zijn, alles in het werk zullen stellen om de financiële stabiliteit van de eurozone te vrijwaren». Moet dit opgevat worden als de bereidheid om het EFSF te vergroten? Zijn hierover formele of informele afspraken gemaakt tijdens de Eurotop? Hoe staat u tegenover het idee het EFSF te vergroten?

D66

Verschillende monetaire autoriteiten hebben reeds gepleit voor een verhoging van het noodfonds in het geval er sprake kan zijn van een credit event (o.a. voormalig DNB-president Wellink). Waarom is vorige week op de top niet besloten om de omvang van het noodfonds te verhogen? En welke afwegingen zijn daarbij door Nederland gemaakt?

Op de eurotop zijn geen afspraken gemaakt over een verhoging van het EFSF. Een verhoging van het EFSF kan niet worden beschouwd als panacee en kan geen alternatief zijn voor met voorrang structurele hervormingen doorvoeren en orde op zaken stellen op het gebied van schuldhoudbaarheid. Een eventuele aanzienlijke verhoging van het EFSF kan via grotere uitstaande garanties ook gevolgen hebben voor de kredietwaardigheid van garanderende lidstaten.

D66

(47) De risico-opslag die de Grieken betaalden verdwijnt (overigens ook voor Ierland en Portugal). Tegelijkertijd zien wij dat de fundingskosten voor landen als Spanje en Italië oplopen. Hoe werkt de bepaling van het renteniveau dat Griekenland moet betalen in de praktijk? Wordt de in rekening gebrachte rente bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de fundingskosten van de lidstaten die steun geven?

CU

Hoe hoog is het percentage van de bijdrage van Nederland aan de garanties?

VVD

In de brief van 25 juli 2011 wordt aangegeven dat de rente op EFSF-leningen aan Griekenland wordt verlaagd tot een rente die in ieder geval de financieringskosten van het EFSF dekt. Kunt u nader ingaan op deze afspraak, in het licht van recente berichten dat Spanje en Italië (en andere landen) een opt-out zouden hebben van de afspraak om financieel bij te dragen aan het reddingspakket voor Griekenland, indien de cost of funding voor zo’n lidstaat hoger zijn dan de rente die Griekenland betaalt. Klopt het dat deze opt-out mogelijkheid bestaat en zo ja, wat betekent dat in het licht van de gestegen rentes voor Italië en Spanje in de laatste dagen?

Het percentage waarin lidstaten bijdragen aan de EFSF-garanties en aan de bilaterale leningenfaciliteit voor Griekenland is gebaseerd op de ECB-kapitaalverdeelsleutel. Nu Griekenland, Ierland en Portugal een programma voor steun hebben en niet (meer) participeren, is de verdeelsleutel daarop aangepast, wat voor de Nederlandse bijdrage neerkomt op 6,2%.

Het EFSF haalt zelf geld op de markt op, en is dus niet afhankelijk van de financieringskosten van de lidstaten. De rente die Griekenland moet betalen voor de nieuwe lening is dan ook gekoppeld aan de financieringskosten van het EFSF, en niet aan die van de lidstaten. Het resultaat hiervan is dat het EFSF niet een tekort kan krijgen doordat de rente die Griekenland op haar leningen betaalt altijd de financieringskosten van het EFSF zal dekken. Voor het EFSF is dan ook geen opt-out, behalve als landen zelf een programma aanvragen.

Bij de bilaterale leningfaciliteit voor Griekenland is er wel een opt-out mogelijk, maar alleen met unanimiteit. Landen met hogere financieringskosten dan de rente die Griekenland betaalt, worden hiervoor gecompenseerd. Er is dus voor Italië en Spanje geen reden om uit te stappen vanwege een te hoge rente die ze zelf moeten betalen op leningen.

PVV

(48) Vindt u het niet vreemd dat het EFSF een triple A rating heeft met waardeloze Griekse, Ierse en Portugese leningen? Waarom dient Nederland en andere eurolanden garant te staan voor waardeloos en risicovol staatspapier, waarop waarschijnlijk nooit een volledige terugbetaling zal plaatsvinden?

De rating van het EFSF is gebaseerd op de garanties van de eurozonelanden, niet op de leningen die het EFSF in het bezit heeft. Nederland heeft evenals de andere lidstaten vertrouwen in de capaciteit van alle drie de lidstaten om met een goed ombuigings- en hervormingsprogramma terug te keren naar een situatie waarin deze lidstaten in staat zullen zijn om hun schulden af te lossen aan de overheden.

PVV

(49) Indien de PIIGS landen de verplichtingen niet kunnen nakomen, worden de afgegeven garanties van deze landen aan het EFSF ingeroepen. Nederland zal dan moeten opdraaien voor de ingeroepen bedragen. Hoeveel procent gaat dit Nederland extra kosten in procenten boven op de 6,2%. Op welk deel van het hulppakket heeft de step-out regeling betrekking? Heeft deze ook betrekking op de zesde tranche? Zo ja, wat betekent dit dan voor de bijdrage van Nederland als Italië en Spanje niet deelnemen? Indien landen gebruik maken van de step-out regeling, wanneer zullen zijn dan weer meebetalen aan het hulppakket? Worden de ingeroepen garanties gecompenseerd indien de landen met een step-outregeling weer kunnen meedelen in het hulppakket? Welke landen kunnen op dit moment gebruik maken van de step-out regeling? Hoe groot acht u de kans dat Italië en Spanje hiervan gebruik gaan maken? Is deze step-out regeling een vrijwillige keuze van de landen?

SP

Verder vragen de leden van de SP-fractie zich af wat er precies is afgesproken met betrekking tot de bijdrage van de Eurolanden aan de hulppakketten voor Griekenland en de rente. De Commissie heeft dinsdag aangegeven dat alle landen gecommitteerd zijn aan de uitbetaling van de volgende tranche van het eerste hulpprogramma. Wel wordt opgemerkt dat er een compensatiemechanisme is in het geval de financieringskosten stijgen. Hoe werkt dat compensatiemechanisme precies? Is er ook zo’n compensatiemechanisme voor het tweede hulpprogramma? Klopt het dat er telefonisch overleg is geweest over de bijdrage van Spanje en Italië aan de nieuwe tranche en dat Italië overwogen heeft niet mee te doen aan de volgende tranche? Is Nederland onderdeel van dat overleg geweest? Kunt u aangeven of Italië en Spanje al hun toezeggingen met betrekking tot de steun aan Griekenland nog steeds bereid zijn na te komen, gezien de oplopende rentes voor Italiaanse en Spaanse staatsleningen? Wat zijn de gevolgen van het compensatiemechanisme voor Nederland? Hoe hoog wordt de Nederlandse bijdrage als Spanje en/of Italië niet meer meedoen aan de hulpprogramma’s?

D66

De lidstaten geven garanties af aan het EFSF om zelfstandig op de markt geld aan te trekken. Maar als de garanties van andere lidstaten «minder waard worden», betekent dit dan dat Nederland meer garanties moet afgeven om de kredietwaardigheid van het EFSF in stand te houden? En gaat dan het Nederlandse aandeel omhoog?

D66

In de bovenstaande passage uit de brief wordt expliciet gesproken over de garanties die aan het EFSF worden gegeven om de rentelasten van het EFSF af te dekken. Kunt u uitleggen waarom deze extra garantie nodig is?

D66

In het verlengde hiervan: twee maanden geleden is de discussie gevoerd om de effectieve uitleencapaciteit van het EFSF daadwerkelijk op het bedrag van 750 miljard euro te brengen (dit was lager door hoge buffers die moesten worden aangehouden om kredietwaardigheid te versterken). Wat is de stand van zaken m.b.t. deze discussie? Is de effectieve uitleencapaciteit verhoogd? En zo ja, wat betekent dit voor de garanties die Nederland heeft afgegeven aan het EFSF?

PVV

Het Nederlandse aandeel in een bijdrage aan het EFSF is 6,2%. Waarop is dit percentage gebaseerd?

Wat betreft de mogelijkheid voor een lidstaat om (al dan niet tijdelijk) niet deel te nemen aan een van de beschikbare faciliteiten, moet onderscheid gemaakt worden tussen de bilaterale leningfaciliteit en het EFSF. Voor de bilaterale leningenfaciliteit voor Griekenland geldt dat een lidstaat dat op het moment van de uitgifte van een tranche hogere financieringskosten heeft dan wat Griekenland op die tranche betaalt kan verzoeken door de overige lidstaten te worden gecompenseerd voor dit verschil. Als alternatief kan een lidstaat in een dergelijk geval verzoeken uit de faciliteit stappen. Een verzoek daartoe moet door de andere lidstaten goedgekeurd worden. Het betrokken land zal dan niet meer meedoen aan de uit te keren tranche. Dit betekent dat de capaciteit van het programma daalt met het nog niet uitgekeerde deel van dat land. Nederland zal door het uitstappen van een lidstaat niet meer geld uitlenen aan Griekenland dan het vooraf afgesproken maximale leningbedrag.

Voor het EFSF geldt geen rentecompensatie. Het gaat immers om leningen van het EFSF onder garantie van de lidstaten. Een lidstaat kan zijn deelname aan het EFSF beëindigen wanneer het in zwaar financieel weer komt en het een verzoek doet voor een eigen EU/IMF-programma. Daarbij wordt de overige lidstaten gevraagd ermee in te stemmen dat deze lidstaten geen verdere garanties meer hoeft te verstrekken. De bestaande garantieverplichtingen (die per volledig landenprogramma worden verstrekt) blijven bestaan. Dit betekent dat de capaciteit van het EFSF daalt met de nog niet afgegeven garanties door de betrokken lidstaat. Ook hier geldt dat de percentuele bijdragen van de overige landen worden aangepast, maar dat hun individuele garantieplafonds gelijk blijven.

Het percentage was oorspronkelijk gebaseerd op de verdeelsleutel van het ECB-kapitaal tussen de eurolidstaten. Griekenland, Portugal en Ierland zijn echter uitgestapt omdat zij zelf een programma hebben. Daardoor is het percentage voor Nederland licht toegenomen van 5,7% naar nu 6,2%. Het Nederlandse garantieplafond van 26 miljard euro blijft dus echter gelijk.

Bij het aangepaste EFSF, waarmee uw Kamer reeds heeft ingestemd, maar dat nog niet van kracht is, geldt dat het uitstappen van niet AAA gewaardeerde landen geen gevolgen heeft voor de leencapaciteit van 440 miljard euro. Door de achtervanggarantie van 165% wordt ondervangen dat wanneer niet-AAA landen uit moeten stappen, dit door de AAA garanties wordt gedekt.

Vorige week is in een teleconferentie in euroverband op hoog ambtelijk niveau in het algemeen gesproken over de situatie op de financiële markten. Daarbij is ook aan de orde gekomen de oplopende financieringskosten van sommige lidstaten. Geen enkele lidstaat heeft aangegeven dat hij niet zou participeren aan de volgende tranche van de bilaterale leningfaciliteit.

De rentelasten die het EFSF heeft ten aanzien van de financiering die zij aantrekt voor de leningen aan lidstaten worden ook gegarandeerd. Zowel hoofdsom als rente op de financiering worden gegarandeerd door de lidstaten om ervoor te zorgen dat het EFSF te allen tijde haar financiers kan terugbetalen. Deze garantie valt onder de eerder genoemde 6,2% en onder het met uw Kamer afgesproken garantieplafond voor het huidige EFSF.

De stand van zaken met betrekking tot het herstellen van de effectieve uitleencapaciteit van het EFSF naar 440 miljard euro is dat dit in werking kan treden wanneer alle betrokken landen hun nationale procedures daartoe hebben doorlopen. Met het instemmen van uw Kamer met deze wijzigingen is de Nederlandse procedure doorlopen. De verwachting is dat op korte termijn de overige landen hun procedures zullen doorlopen en dat daarna het gewijzigde EFSF in werking kan treden.

PVV

(50) Klopt het dat Cyprus op de nominatie staat voor financiële steun vanuit het EFSF? Zo ja, om welk bedrag gaat dit dan en voor welke periode? Wat betekent dit voor de eventuele extra garantiestelling van Nederland?

Cyprus heeft tot op heden geen aanvraag gedaan voor steun.

CDA

(51) Kunt u nog ingaan op de deelname door alle EU-lidstaten? Hoe komt deze verdeling tot stand? Bestaat bij alle EU-lidstaten een gelijke bereidheid tot deelname? Heeft bijvoorbeeld Slowakije ingestemd met de genomen besluiten en neemt deze lidstaat ook deel aan de uitvoering? In hoeverre wordt er onderscheid gemaakt tussen Eurozone landen en de overige EU-lidstaten, als het gaat om pakketten die dienen ter correctie en modernisering van de economische situatie van Griekenland?

Ik ga ervan uit dat alle eurolanden zullen deelnemen, inclusief Slowakije, dat ook participeert in het EFSF. Niet-eurolanden kunnen, evenals al gebeurd is bij het programma voor Ierland, op vrijwillige basis bijdragen aan de steun van een land.

CDA

(52) Op welke wijze worden de regering en parlement betrokken bij de institutionele opzet voor het EFSF (governance, bewindvoerders, rol ECB, etc)? De leden van de CDA-fractie willen hierover graag tijdig in betrokken worden. Hoe wordt dit nu opgepakt?

Nederland neemt deel aan alle internationale vergaderingen over het EFSF en draagt daarbij het gezamenlijke standpunt van de regering en het parlement uit, zoals ook blijkt uit bijvoorbeeld de verslagen van de Ecofin raad. Dit zal in de toekomst ook zo blijven. Bovendien kan het EFSF alleen op basis van unanimiteit worden aangepast.

CDA

(53) Is het zo dat flexibilisering van het EFSF/ESM een harde voorwaarde is voor de totale deal om zodoende besmettingsgevaar te voorkomen? Zo ja, hoe hard zijn de gemaakte afspraken inzake omvang en voorwaarden rondom deze fondsen?

Het doel van de flexibilisering van het EFSF en daarmee van het ESM is de effectiviteit van het EFSF en van het ESM te verbeteren en om besmettingsgevaar voorkomen. De voorwaarden van de additionele instrumenten moeten de komende tijd nog worden uitgewerkt.

CDA

(54) In het verslag staat de zin: «waar dat gepast is, zal een regeling worden getroffen om onderpand te verzekeren voor de lidstaten van de eurozone. Daarmee kan zo nodig een deel van het risico dat voortvloeit uit het EFSF worden afgedekt»? Heeft dit betrekking op een openeindregeling? Wat kunnen daar de financiële gevolgen voor de lidstaten voor zijn?

De regeling om onderpand te verzekeren zal de komende tijd verder worden uitgewerkt, ook om de reikwijdte daarvan vast te stellen. Deze regeling betreft niet een openeinderegeling. In tegendeel, door het verkrijgen van onderpand wordt extra zekerheid verkregen voor de betrokken partijen. Het doel van de regeling is om financiële gevolgen voor lidstaten te mitigeren.

Gevolgen begroting

PVV

(55) Hoeveel heeft tot nu toe de financiële bijdrage (aan Griekenland) de Nederlandse belastingbetaler gekost (de 2,8 miljard euro uitgegeven bilaterale leningen) en hoeveel gaat een tweede steunpakket de Nederlandse belastingbetaler kosten?

Kunt u een totaal overzicht van garanties en leningen verschaffen tot heden, tot in 2014 en de maximale potentiële bijdrage van Nederland inclusief de bijdrage en garanties aan de ECB, de Nederlandse bijdrage aan het IMF en de private bijdrage van Nederlandse financiële sector met betrekking tot de eurocrisis? Hoeveel kost het de Nederlandse belastingbetaler en de financiële sector indien de afgegeven garanties uitbetaald dienen te worden en de verstrekte leningen niet worden terugbetaald?

CDA

Kunt u een totaal overzicht geven van directe en indirecte garantstellingen, die door overheden en intergouvernementele instellingen op dit moment zijn afgegeven op Griekse leningen (dus garantiestellingen, garantiestellingen op de ECB, het ECB-onderpand, de IMF-bijdrage en mogelijk andere leningen en garantiestelllingen). Kunt u een inschatting geven tot hoe hoog dit bedrag kan oplopen in 2015 voor elk van de categorieën?

D66

Totale omvang Nederlandse bijdragen en garanties:

Kunt u een overzicht geven van de totale maximale omvang van de Nederlandse bijdragen en de door Nederland afgegeven garanties voor de stabiliteit van de Euro op dit moment? Bij ons zijn bekend:

  • a. Bilaterale lening aan Griekenland: 4,7 miljard euro.

  • b. Bilaterale lening aan Griekenland via IMF (30 miljard euro), Nederlandse aandeel 2,14% (?) : 0,65 miljard euro.

  • c. Garantie op het noodfonds van deel Eurolanden (EFSF) (440 miljard euro), Nederlandse aandeel 6,2%: 27,3 miljard euro.

  • d. Garantie op het noodfonds EU (EFSM) (60 miljard euro), Nederlandse aandeel 5%: 3 miljard euro.

  • e. Garantie op het IMF-deel van het noodfonds (250 miljard euro), Nederlandse aandeel 2,14% (?):5,35 miljard euro.

  • f. Garantie op ECB: onbekend.

Totaal dan circa 5,4 miljard euro aan leningen en maximaal 35,65 miljard euro aan garanties op het EFSF. Kloppen deze bedragen en percentages? Zo nee, wat is de stand van zaken op dit moment en hoe komt dit overzicht terug in de Miljoenennota?

Nederland heeft zich gecommitteerd voor een bilaterale lening van 4,7 miljard euro aan Griekenland in de periode van 2010–2013. In 2010 is ruim 1,2 miljard euro uitgeleend, in 2011 is een lening van 2,2 miljard euro geraamd, voor 2012 1,1 miljard euro en in 2013 0,2 miljard euro. Tegenover de uitgaven staat een vordering op Griekenland van eenzelfde bedrag. Daarnaast wordt er rente over de lening ontvangen. In 2010 is 30 miljoen euro. aan rente en service fee ontvangen, in 2011 is in de begroting 101 miljoen euro aan renteontvangsten geraamd.

In tabel 1 staat een overzicht met de Nederlandse uitgaven en afgegeven garanties ten behoeve van de stabiliteit van het eurogebied. Dit is de begrotingsstand per voorjaarsnota 2011.

De bijdragen van het IMF met betrekking tot de stabiliteit van eurolidstaten worden uit de reguliere middelen van het IMF verstrekt. Voor het Nederlandse aandeel in deze middelen geeft de Nederlandse Staat een garantie af op het kredietrisico dat DNB uit hoofde van de Staat loopt op financiering van IMF verplichtingen. Deze staatsgaranties zijn in de begroting verwerkt. Het IMF – en niet zijn leden – verstrekt een lening aan Griekenland en andere programmalanden en draagt het gerelateerde kredietrisico. Kredietwaardige landen verzorgen de nodige liquiditeit voor IMF leningen. De reserves van het IMF en de preferred credit status bieden deze landen een hoge beschermingswal.

Aangezien belangrijke elementen van het nieuwe aanvullende steunprogramma voor Griekenland nog uitgewerkt moeten worden, kunnen nog geen uitspraken worden gedaan over de effecten voor Nederland van dit pakket (inclusief de effecten van de garantie aan de ECB en de bijdrage van de Nederlandse financiële sector aan de private sector betrokkenheid). De begrotingsaanpassingen zullen zo mogelijk bij de Miljoenennota worden verwerkt. Een belangrijk onderdeel van de begrotingsgevolgen is de Nederlandse garantie voor het EFSF die bestaat uit een garantie op de hoofdsom, rente en achtervanggaranties op rente en hoofdsom, zoals in de voorjaarsnota 2011 is toegelicht. Een verlenging van de looptijd van de leningen die verstrekt worden door het EFSF verhoogt de garantie op de (variabele) rentecomponent van de garantie en de bijbehorende achtervanggarantie.

Tabel 1: Overzicht ramingen van garanties en uitgaven in mld. euro m.b.t. stabiliteit eurogebied in de begroting (stand VJN 2011)

Garanties

tot en met 20111

2012

2013

2014

2015

2016

EFSF

55,9

         

EFSM

2,9

         

ESM

   

35,5

     
             

Totaal garanties

58,8

 

35,5

 

 

 

             

Uitgaven

           

Lening Griekenland

3,4

1,1

0,2

     

Uitgave ESM

   

0,9

0,9

0,9

0,9

             

Totaal uitgaven

3,4

1,1

1,1

0,9

0,9

0,9

X Noot
1

In deze kolom vindt u een optelling van de cijfers tot en met 2011. In de begroting worden de uitgaven en garanties per jaar gepresenteerd.

Governance

CDA, D66, SP

(56) De leden van het CDA, D66 en de SP hebben gevraagd naar de aanleiding van het verzoek aan de voorzitter van de Europese Raad om in oktober met concrete voorstellen te komen voor betere werkmethoden en een sterker crisisbeheer in de eurozone, aan welke verbeteringen daarbij gedacht wordt en of hierbij ook de suggesties van dhr. Trichet voor een Europese begrotingsautoriteit en een Frans plan voor een geformaliseerde Euroraad met dhr. Van Rompuy als voorzitter worden betrokken.

Tijdens de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone is gezamenlijk vastgesteld dat het de aanbeveling verdient de werkwijze bij de besluitvorming over de Europese crisisaanpak de komende maanden tegen het licht te houden. ER-voorzitter Van Rompuy zal hier, in overleg met Commissievoorzitter Barroso en Eurogroep-voorzitter Juncker, suggesties voor ontwikkelen. Uiteraard zullen de lidstaten hierover ook geconsulteerd worden.

Het kabinet steunt de wens om de Europese crisisaanpak waar mogelijk te versterken. Daarbij staat voor het kabinet voorop dat deze aanpak primair tot doel moet hebben de stabiliteit van de eurozone te waarborgen door het versterken van de naleving van het Stabiliteits- en Groeipact en het doorvoeren van economische hervormingen, in het bijzonder in die lidstaten die het hardst getroffen zijn door de financieel-economische crisis. Er liggen op dit moment nog geen concrete voorstellen op tafel voor betere werkmethoden of een sterker crisisbeheer. Zodra dit wel het geval is zullen deze voorstellen met de Tweede Kamer worden besproken.

VVD

(57) Hoe afdwingbaar is de afspraak dat alle landen uiterlijk in 2013 hun tekort onder de 3% BBP zullen hebben gebracht? Hoe afdwingbaar is deze afspraak, mede in het licht dat automatische sancties op het overtreden van de SGP-afspraken tot op heden ontbreken?

Alle eurolanden, behalve Griekenland en Ierland, moeten in het kader van de buitensporigtekortprocedure uiterlijk in 2013 weer onder de 3%-grens komen. Aangezien er nog geen akkoord is tussen de Raad, de Commissie, en het Europese Parlement over het governancepakket, is het nieuwe sanctieregime nog niet van toepassing.

VVD

(58) Wat vindt u van de opmerking van de Duitse minister van Financiën, Schäuble, dat van lidstaten die het pact overtreden automatisch EU-subsidies zouden moeten worden teruggevorderd. Is de Nederlandse regering voornemens een dergelijk Duits initiatief te steunen?

Nederland is voorstander van zoveel mogelijk automatisme in het SGP en zal voorstellen die leiden tot meer automatisme dan ook steunen. De werkgroep Van Rompuy heeft, mede op aandringen van Nederland, afgesproken dat bij het nieuwe meerjarig financieel kader de mogelijkheid wordt gecreëerd om meer EU-subsidies als sanctie-instrument te gebruiken voor landen die zich niet houden aan de afspraken.

PVV

(59) Bent u van mening dat landen uit de euro gezet moeten kunnen worden, indien zij zich niet committeren aan het Stabiliteits- en Groeipact, om zo een desastreuze situatie als in Griekenland te voorkomen?

Ik ben voorstander van strenge sancties voor landen die zich niet houden aan het SGP en zet mij hier dan ook volledig voor in. Ik ga ervan uit dat de versterkte governance zal zorgen dat ontsporing zoals we de laatste tien jaar hebben gezien wordt voorkomen.

Overig

PVV

(60) Hoeveel staatspapier hebben de Griekse banken in bezit van Griekenland en wat is de marktwaarde hiervan? Is er al op deze staatspapieren afgeschreven of zijn deze nog opgenomen onder de boekwaarde?

De Griekse banken bezitten volgens de openbare statistieken van de Griekse centrale bank 54 miljard euro aan Grieks staatspapier (naast 22 miljard euro aan kredietverstrekking aan de overheid) per mei 2011. Wij beschikken niet over gedetailleerde informatie over de boekhoudkundige behandeling van het Griekse staatspapier bij de Griekse banken. Waarschijnlijk wordt dit Grieks papier grotendeels hold-to-maturity aangehouden. De precieze waardering van deze uitzettingen is onbekend. Wel blijken financiële instellingen in Europa voor de halfjaarcijfers nu een waardeafslag op Grieks staatspapier te nemen.

VVD

(61) Tot slot is in de conclusies van de eurozone bijeenkomst opgenomen, dat Ierland zijn bezwaren tegen de voorgestelde CCCTB-richtlijn opgeeft, althans constructief gaat participeren in de discussies over die richtlijn. Eerder heeft een grote meerderheid van de Kamer bezwaren geuit tegen deze voorgestelde CCCTB-richtlijn, mede vanwege de forse negatieve financiële consequenties voor Nederland. In dit licht, wat betekent de afspraak in de conclusies van de eurozonebijeenkomst voor de Nederlandse opstelling ten aanzien van de CCCTB-richtlijn?

De Nederlandse opstelling ten opzichte van de voorgestelde CCCTB-richtlijn blijft ongewijzigd.

CDA

(62) Deze leden kijken met zorg naar de ontwikkelingen in Italië en Spanje. Kunt u ook aangeven hoe u tegen deze actuele ontwikkelingen aankijkt, juist ook tegen de achtergrond van het nu voorliggende pakket?

PVV

Hoe verklaart u het dat het besmettingsgevaar niet is gereduceerd, aangezien de rentes op Spaans, Grieks en Italiaans staatspapier blijven oplopen en de beurzen al zes dagen rode cijfers vertonen? Heeft dit opgezette pakket rust en stabiliteit op de financiële markten gebracht en de stabiliteit van de euro en de eurozone gewaarborgd? Zo ja, waar kunnen we dit dan feitelijk aan afleiden? Zo nee, kunt u dan garanderen dat bij inwerking treden van het tweede hulppakket de rust wederkeert?

PVV

Op dit moment stijgen de rentes van Spanje en Italië boven de 6% en heeft een crisisberaad plaatsgevonden. Acht u de kans aanwezig dat er ook garanties aan de ECB moeten worden verleend voor steun aan Spaanse en Italiaanse banken en eventueel ook andere landen

De rentes waartegen Spanje en Italië moeten lenen op de kapitaalmarkt zijn inderdaad zorgelijk. Spanje en Italië moeten met name in september weer flink de markt op, dus is het belangrijk dat voor hen de markttoegang gewaarborgd blijft. Investeerders maken zich niet alleen zorgen over de economische fundamenten van beide landen, maar ook over de mogelijkheid dat door de spanning op de financiële markten een self-fulfilling prophesy ontstaat van steeds verder oplopende rentes. Bij de eurotop hebben de eurolanden hun verantwoordelijkheid genomen door een uitgebreid en sluitend pakket voor Griekenland overeen te komen. Het is nu aan Spanje en Italië om substantiële maatregelen te nemen om de schuldhoudbaarheid te bevorderen en daarmee investeerders gerust te stellen. De door Italië en Spanje aangekondigde extra budgettaire en structurele maatregelen (waaronder het eerder bereiken van een begrotingsevenwicht door Italië) zijn dus meer dan welkom. We blijven de ontwikkelingen op de financiële markten uiteraard nauwgezet volgen.

VVD

(63) Wat betekent de afspraak, dat landen waarvoor een EU/IMF programma van toepassing is door verhoging van het co-financieringspercentage via de EU-begroting, hun absorptie van EU-fondsen kunnen vergroten? Hoeven deze landen gedurende kortere of langere tijd hun co-financiering niet meer zelf te betalen en zo ja, wat betekent dit voor de EU-begroting en het Nederlandse aandeel daarin?

PVV

Klopt het bericht dat Griekenland, Ierland, Portugal, Roemenie, Hongarije en Letland (Europa-nu.nl 1-8-2011 – De Commissie helpt zes landen aan meer EU-steun) ondanks een te lage bijdrage toch makkelijker toegang krijgen tot het Europese noodfonds en wat betekent dit voor de Nederlandse bijdrage aan de EU-begrotingen en het noodfonds?

CDA

De leden van de CDA-fractie vragen in dit verband de implicatie van de zin: «ook zal bezien worden hoe deze landen ( programmalanden) hun absorptie van EU-fondsen kunnen vergroten, onder meer door verhoging van cofinanciering-percentage via de EU-begroting»? Wat kan, bij een gelijkblijvende EU-begroting, dan het effect (zowel financieel als wat betreft de concurrentie) zijn voor Nederland?

Hiermee wordt gedoeld op het verminderen van de beperkende werking die uit kan gaan van de verplichte cofinanciering op de absorptie van de beschikbare EU-middelen voor cohesiebeleid. De Commissie heeft op 1 augustus voorstellen gepubliceerd om in de lidstaten met een EU/IMF-programma te weten Griekenland, Ierland, Portugal, Roemenië, Hongarije en Letland, tijdelijk de verplichte nationale bijdrage aan Europese sociale en regionale steunprogramma’s te verlagen van 15 naar 5 procent. De Commissie stelt geen extra middelen hiervoor beschikbaar: het gaat om het in de tijd naar voren halen van reeds voor de betreffende lidstaten geoormerkte gelden. Voor Nederland staat voorop dat de uitgaven ingepast dienen te worden in de EU-begroting zonder een verhoging van de begroting als geheel. Er is dan geen effect op de Nederlandse EU-afdrachten. De 27 EU-lidstaten en het Europees Parlement zullen nu een standpunt gaan bepalen over deze Commissievoorstellen.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Dezentjé Hamming-Bluemink, I. (VVD), voorzitter, Omtzigt, P.H. (CDA), Irrgang, E. (SP), Knops, R.W. (CDA), Neppérus, H. (VVD), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Dijck, A.P.C. van (PVV), Spekman, J.L. (PvdA), Thieme, M.L. (PvdD), Heijnen, P.M.M. (PvdA), ondervoorzitter, Bashir, F. (SP), Sap, J.C.M. (GL), Harbers, M.G.J. (VVD), Plasterk, R.H.A. (PvdA), Groot, V.A. (PvdA), Bemmel, J.J.G. van (PVV), Braakhuis, B.A.M. (GL), Vliet, R.A. van (PVV), Dijkgraaf, E. (SGP), Verhoeven, K. (D66), Koolmees, W. (D66), Huizing, M.E. (VVD) en Schouten, C.J. (CU).

Plv. leden: Broeke, J.H. ten (VVD), Werf, M.C.I. van der (CDA), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Hijum, Y.J. van (CDA), Leegte, R.W. (VVD), Haverkamp, M.C. (CDA), Graus, D.J.G. (PVV), Bouwmeester, L.T. (PvdA), Ouwehand, E. (PvdD), Veen, E. van der (PvdA), Vacature, (SP), Grashoff, H.J. (GL), Schaart, A.H.M. (VVD), Vermeij, R.A. (PvdA), Smeets, P.E. (PvdA), Beertema, H.J. (PVV), Gent, W. van (GL), Jong, L.W.E. de (PVV), Staaij, C.G. van der (SGP), Koşer Kaya, F. (D66), Pechtold, A. (D66), Ziengs, E. (VVD) en Slob, A. (CU).

X Noot
2

Voor de systematiek van de publieke sector zie Kamerstukken II, 2010–2011, 21 501-20 nr. 551. Hierbij wordt opgemerkt dat de leden van de Club van Parijs aan vergelijkbare landen als Griekenland nog nooit hebben kwijtgescholden op bilaterale leningen die geherstructureerd worden via de Club van Parijs.