Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-07 nr. 822

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 822 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 juli 2011

Op donderdag 21 juli heb ik, voorafgaand aan de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone in Brussel, een Algemeen Overleg gehad met de Kamer over de Nederlandse inzet. Hierbij ben ik onder andere ingegaan op de acceptatie van de ECB van obligaties in selective default als onderpand. In dat verband heb ik ook aangegeven dat een substantiële omvang van PSI extra garanties aan de ECB met zich mee zou kunnen brengen. Daarbij heb ik direct ook gezegd dat een selective default waarschijnlijk een vrij beperkte periode zou beslaan van mogelijk slechts enkele dagen. Op maandag 25 juli heb ik, mede namens de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken, de Kamer schriftelijk geïnformeerd over de uitkomsten van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders (kamerstuk 21 501-07, nr. 820). In deze brief ben ik uitgebreid ingegaan op de verschillende onderdelen van het pakket en de elementen die voor Nederland van groot belang zijn. Daarbij heb ik beperkt aandacht geschonken aan de tijdelijke garantiestelling van de eurozone-lidstaten aan de ECB; dit was in lijn met de schriftelijke verklaring van staatshoofden en regeringsleiders. Naar aanleiding van vragen van leden van de Vaste Commissie voor Financiën en berichtgeving in de media, wil ik u, naast de eerdere uitgebreidere vertrouwelijke brief die ik u zond1, in deze brief nader informeren over de achtergrond en stand van zaken omtrent het voornemen om deze tijdelijke garantiestelling te verschaffen.

Tijdens de bijeenkomst van 21 juli is onder meer gesproken over de noodzaak van een garantiestelling door de eurozone-lidstaten aan de ECB voor het geval dat de ECB Griekse schuldtitels niet langer als onderpand voor ECB-leningen kan aanvaarden. Deze situatie doet zich voor op het moment dat Griekenland in een (selective) default zou geraken. Sinds het begin van de discussie over PSI en de exacte vormgeving daarvan is deze garantiestelling aan de ECB aan de orde geweest en heb ik de Kamer hierop gewezen. De tijdelijke garantiestelling aan de ECB kan worden beschouwd als de implementatie van de Verdragsrechtelijke taak van de EMU-lidstaten om een onafhankelijke centrale bank en een goede werking van de geldmarkt in het eurogebied zeker te stellen. Met deze tijdelijke garantie aan de ECB voor zolang het rating event duurt, wordt de ECB gevrijwaard van mogelijke verliezen in het geval Griekse banken leningen van de ECB met staatsgelieerde onderpanden niet zouden kunnen terugbetalen. Het komt er op neer dat de lidstaten van de eurozone door de garantie waarborgen dat de ECB te allen tijde verzekerd is van het door het Verdrag vereiste toereikend onderpand bij het verlenen van toegang tot het Eurosysteem voor Griekse banken.

In de verklaring en in de brief aan de Kamer van 25 juli jl. (kamerstuk 21 501-07, nr. 821) is (nog) niet uitvoerig ingegaan op bovengenoemde garantiestelling. Mede met het oog op mogelijke reacties op de financiële markten is hier ook niet uitvoerig bij stilgestaan door de voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy, de Commissie-voorzitter Barroso, stafleden van de Commissie danwel door de verschillende regeringsleiders. In de persconferentie van ECB-president Trichet na afloop van de bijeenkomst is na vragen van de pers wel nader op deze faciliteit ingegaan, mede gelet op het belang hiervan voor de ECB. Ook eurogroep-voorzitter Juncker heeft in zijn communicatie hierover met ECB-president Trichet vertrouwelijkheid betracht. Hieruit kan worden afgeleid dat over deze tijdelijke garantiestelling met terughoudendheid moest worden gecommuniceerd en dat het niet wenselijk was in een openbare brief aan de Kamer hier nader op in te gaan.

De staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone hebben op de bijeenkomst de bereidheid uitgesproken om, in lijn met de Verdragsrechtelijke taak en positie van de ECB, in een tijdelijke garantiestelling voor de ECB te voorzien. Overigens heeft de minister-president in zijn algemeenheid in de bijeenkomst benadrukt een voorbehoud te maken voor de parlementaire goedkeuring van het gehele pakket, inclusief dit specifieke punt. Aangezien de situatie waarin deze tijdelijke garantiestelling noodzakelijk is nu nog niet aan de orde is, bestaat de mogelijkheid om te zijner tijd hierover te spreken met de Kamer, waar ik op dat moment verslag zal doen over de verschillende opties. De Kamer is derhalve ten volle en in de gehele breedte in de gelegenheid om een afweging te maken ten aanzien van de tijdelijke garantiestelling aan de ECB zodra daar nadere concrete informatie over kan worden verschaft. Op dit moment is de verwachting dat het overleg over de technische vormgeving van het pakket inclusief de garantiestelling eind augustus of uiterlijk begin september afgerond zou moeten zijn. Verder wil ik nog opmerken dat de kans dat deze tijdelijke garantie aan de ECB dient te worden ingeroepen, verkleind wordt door de 20 mld euro voor herkapitalisatie die ter versterking van de kapitaalspositie van de Griekse banken opzij gezet is. Deze 20 mld is voorzien in het programma en opgenomen in de Kamerbrief van 25 juli jongstleden.

Wat betreft de uiteindelijke exacte omvang en vormgeving van de voor de ECB benodigde garantie dient nog overleg plaats te vinden. Ten aanzien van de omvang merk ik op dat ik in de Kamer duidelijk heb aangegeven dat hierbij een relatie bestaat met de onderpanden die door de Griekse banken aan de ECB zijn gegeven (en daarmee van substantiële aard kan zijn). Een van de opties voor de vormgeving, die op ambtelijk niveau genoemd is maar waarover nog overleg moet plaatsvinden, zou kunnen zijn deze tijdelijke garantiestelling vanuit het EFSF te laten plaatsvinden. Aangezien het voor een korte periode zou zijn, zou deze garantiestelling uit de reeds goedgekeurde capaciteit van het EFSF vrij gemaakt kunnen worden en zodra de garantiestelling vervalt weer beschikbaar staan van het EFSF, waardoor de volledige capaciteit wordt hersteld. Ik wil benadrukken dat dit nog slechts een optie van de mogelijke vormgeving betreft waarover nog niet op politiek niveau in Europa is gesproken.

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Op korte termijn vindt op ambtelijk niveau een eerste vooroverleg plaats over de implementatie van de besluiten van 21 juli jl. waarbij de vormgeving van de tijdelijke garantiestelling aan de ECB ook aan de orde zal komen. Ik ben gaarne bereid om zodra er meer informatie bekend is, naar verwachting 2e helft augustus, in een volgend Algemeen Overleg nader hierop in te gaan.

De minister van Financiën, J. C. de Jager


X Noot
1

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer der Staten-Generaal.