21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1909 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 november 2022

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van 5 en 6 december a.s. Ik ben voornemens deel te nemen aan deze vergaderingen.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

De publicatie door de Europese Commissie van het voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad voor de goedkeuring van het Hongaarse herstelplan en de relevante informatie van de Commissie voor de besluitvorming over het uitvoeringsbesluit van de Raad voor het opschorten van EU-fondsen voor Hongarije in het kader van de MFK-rechtsstaatverordening wordt momenteel voor 30 november verwacht. Hoewel ik van mening ben dat dit te laat is voor agendering op de 6 december voorzie ik dat er brede steun zal zijn onder de lidstaten om deze zaken toch al op deze Ecofinraad te behandelen. In dat geval zal ik samen met mijn collega’s in het kabinet mijn uiterste best doen om u de appreciatie van de voorstellen en informatie van de Commissie en de Nederlandse inzet bij de besluitvorming op deze twee uitvoeringsbesluiten op donderdag 1 december aan uw Kamer te verzenden. In het geval dat een extra Ecofinraad wordt gepland later in december om deze zaken te bespreken zal ik u tijdig voorafgaand aan die extra Raad informeren.

De benoeming van de nieuwe directeur van het Europees Stabiliteitsmechanisme zoals benoemd in de geannoteerde agenda vindt al plaats op 25 november.

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag

Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 5 en 6 december 2022

Eurogroep

Beoordeling ontwerpbegrotingen en de budgettaire situatie en vooruitzichten van de Eurozone als geheel

Document: de documenten zijn online te vinden op: https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-and-fiscal-governance/stability-and-growth-pact/annual-draft-budgetary-plans-dbps-euro-area-countries/draft-budgetary-plans-2023_en

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t

Toelichting:

De Eurogroep zal spreken over de ontwerpbegrotingen voor 2023 die de eurolanden medio oktober hebben ingediend bij de Europese Commissie (de Commissie) en de opinies van de Commissie over deze ontwerpbegrotingen. Naast een bespreking van de begrotingen van de individuele lidstaten zal ook worden gesproken over de budgettaire situatie en vooruitzichten in de eurozone als geheel. De Eurogroep zal naar verwachting, net als vorige jaren, na afloop van de bespreking een verklaring publiceren. De opinies van de Commissie ten aanzien van de ontwerpbegrotingen zijn gepubliceerd op 22 november jl. Naast de eurolanden heeft Kroatië ook een ontwerpbegroting ingediend, in verband met de toetreding van Kroatië tot de eurozone op 1 januari 2023. De ontwerpbegroting van Italië zal later worden ingediend dan de gebruikelijke deadline in oktober, vanwege het aantreden van de nieuwe Italiaanse regering. Op korte termijn wordt deze ontwerpbegroting verwacht, waarna de Commissie deze zal beoordelen.

De beoordeling van de ontwerpbegrotingen heeft dit jaar als gevolg van de macro-economische schok naar aanleiding van de Russische oorlog in Oekraïne opnieuw een ander karakter dan gebruikelijk. De beoordeling is gebaseerd op de landspecifieke aanbevelingen van de Raad van de Europese Unie t.a.v. het begrotingsbeleid voor 2023 (vastgesteld op 12 juli 2022). Deze aanbevelingen zijn net als de adviezen voor de begroting van 2022 voornamelijk kwalitatief van aard, zonder specifieke numerieke doelstellingen voor het begrotingstekort. De Commissie en de Raad hebben in de aanbevelingen voor de begrotingen van 2023 gedeeltelijk onderscheid gemaakt in haar adviezen op basis van de schuldpositie van landen. Landen met hoge schulden zijn opgeroepen om in 2023 prudent begrotingsbeleid te voeren, voornamelijk door de uitgavengroei te beperken en lager te houden dan de potentiële economische groei op de middellangetermijn. Landen met een lage en middelhoge publieke schulden, waaronder Nederland, hebben de aanbeveling ontvangen om de uitgavengroei in lijn te houden met de potentiële economische groei op de middellangetermijn, waarbij het begrotingsbeleid in 2023 als geheel neutraal is. Bij de boordeling van de naleving met deze begrotingsaanbevelingen door de Commissie wordt de tijdelijke en gerichte steun aan huishoudens en bedrijven in verband met de hoge energieprijzen en de eventuele kosten gerelateerd aan vluchtelingen uit Oekraïne, in acht genomen. Beide groepen landen zijn daarnaast opgeroepen om hun overheidsuitgaven aan te passen aan de veranderende situatie indien nodig. Tot slot is aanbevolen om de investeringen in de groene en digitale transitie en energiezekerheid te intensiveren, en daarbij gebruik te maken van de verschillende beschikbare Europese fondsen, waaronder RepowerEU en de herstel- en veerkracht faciliteit (Recovery and Resilience Facility, RRF).

Ten eerste merkt de Commissie op dat de overheidstekorten substantieel zijn gedaald in 2022 na een piek van 7% bbp in 2020, dankzij het economisch herstel en het uitfaseren van de steunmaatregelen na de coronacrisis. Desalniettemin liggen de tekorten in alle eurolanden nog hoger dan voor de coronacrisis (2019), onder andere door enkele overgebleven coronamaatregelen, genomen steunmaatregelen in reactie op de hoge energieprijzen en overige structurele maatregelen. De Commissie merkt op dat de totale kosten voor de steunmaatregelen in reactie op de hoge energieprijzen 1,3% bbp beslaan in 2022 en minder dan 30% van deze maatregelen tijdelijk en gericht is. Hierbij komt dat twee derde van deze maatregelen prijsmaatregelen zijn (in plaats van inkomensmaatregelen), hetgeen de prikkel tot energiebesparing kan verminderen. De Commissie verwacht dat de energiemaatregelen in 2023 0,9% bbp in de eurozone zullen beslaan, maar merkt hierbij op dat nog niet alle eurolanden hun energiemaatregelen voor 2023 reeds hebben aangekondigd.

De Commissie stelt dat het verwachte tekort van tien eurolanden boven de referentiewaarde van 3% bbp voor het begrotingstekort van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) zal liggen in 2023. De schuld in de eurozone als geheel wordt verwacht te dalen naar 92% bbp in 2023 in vergelijking met 99% bbp in 2020, voornamelijk door de huidige hoge inflatie. Het begrotingsbeleid als geheel in de eurozone blijft naar verwachting expansief in 2022 met 2,25% bbp. In 2023 wordt dit verwacht grotendeels neutraal te zijn. De Commissie stelt dat dit grotendeels in lijn is met de aanbevelingen van de Raad van 12 juli jl. en de Eurogroepverklaring van 3 oktober jl.1 Deze verklaring riep ook op tot het bedwingen van maatregelen die zouden bijdragen aan verdere inflatiedruk. Gegeven de aanhoudende onzekerheid omtrent de energieprijzen en het gegeven dat meerdere lidstaten hun energiemaatregelen voor 2023 nog niet hebben aangekondigd, stelt de Commissie dat het begrotingsbeleid voor de eurozone als geheel in 2023 expansiever kan uitpakken dan momenteel wordt verwacht.

Er heeft alleen een kwalitatieve beoordeling van de ontwerpbegrotingen van de individuele landen voor 2023 plaatsgevonden. Ten aanzien van de landen met hoge schulden stelt de Commissie het volgende. De uitgavengroei van Frankrijk, Griekenland en Spanje wordt verwacht onder de potentiële economische groei op de middellangetermijn te blijven, zoals aanbevolen door de Raad. Dit is niet het geval in België, waar de uitgavengroei naar verwachting boven de potentiële groei zal liggen. In Portugal wordt verwacht dat de uitgavengroei dichtbij de potentiële groei zal liggen, ervan uitgaande dat de geplande vermindering van de genomen energiemaatregelen wordt uitgevoerd. Alle lidstaten zijn voornemens te investeren in de klimaat- en digitale transitie en energiezekerheid. Op basis hiervan constateert de Commissie dat de ontwerpbegrotingen van Frankrijk, Griekenland en Spanje in lijn zijn met de landspecifieke aanbevelingen van 12 juli jl., dat de ontwerpbegroting van België deels in lijn is met de aanbevelingen en de ontwerpbegroting van Portugal riskeert deels in lijn te zijn met de aanbevelingen.

Ten aanzien van de landen met lage en middelhoge schulden stelt de Commissie dat het begrotingsbeleid in 2023 in Letland, Ierland, Cyprus en Malta wordt verwacht verkrappend te zijn. In Kroatië, Oostenrijk en Finland zal dit overwegend neutraal zijn in 2023 en in Litouwen, Duitsland, Estland, Luxemburg, Nederland, Slovenië en Slowakije wordt expansief begrotingsbeleid verwacht. Alle lidstaten met lage en middelhoge schulden zijn voornemens te investeren in de klimaat- en digitale transitie en energiezekerheid. Op basis van het bovenstaande concludeert de Commissie dat de ontwerpbegrotingen van Kroatië, Cyprus, Finland, Ierland, Letland en Malta in lijn zijn met de landspecifieke aanbevelingen. De ontwerpbegrotingen van Oostenrijk, Litouwen, Duitsland, Estland, Luxemburg, Nederland, Slovenië en Slowakije zijn gedeeltelijk in lijn met de aanbevelingen.

De Commissie sluit af met een waarschuwing over de genomen energiemaatregelen. Volgens de Commissie zal een verlenging van de bestaande maatregelen of het in het leven roepen van nieuwe maatregelen bijdragen aan hogere uitgavengroei en hogere tekorten en schulden in 2023. Het is daarom belangrijk dat lidstaten deze maatregelen gerichter maken op de meest kwetsbare huishoudens en bedrijven, ook om de prikkel tot energiebesparing intact te laten en deze maatregelen te laten aflopen zodra de energieprijzen normaliseren.

Het kabinet steunt de in juli 2022 door de Raad aangenomen landspecifieke aanbevelingen voor het begrotingsbeleid in 2023.2 Het kabinet kan zich vinden in het oordeel van de Europese Commissie over de diverse ontwerpbegrotingen voor 2023, met name ten aanzien van de oproep aan landen met de energiemaatregelen te laten aflopen zodra mogelijk is en deze zoveel mogelijk te richten op de meest kwetsbare huishoudens en bedrijven. Het kabinet ziet dat het vormgeven van gerichte steunmaatregelen in de praktijk meerdere uitdagingen kent, waarmee alle eurolanden, ook Nederland, worden geconfronteerd. Om deze reden zal het kabinet met andere lidstaten ideeën uitwisselen hoe dit in beter te realiseren.

Verder stelt de Commissie dat Nederland gedeeltelijk niet aan de landspecifieke aanbeveling voldoet omdat het verwachte expansieve begrotingsbeleid niet overeenkomt met het aanbevolen neutrale begrotingsbeleid voor 2023. Het kabinet erkent dat de uitgaven in 2023 snel zullen groeien. Het coalitieakkoord bevat omvangrijke investeringen om meerdere maatschappelijke uitdagingen te kunnen adresseren. Gezien de urgentie hiervan accepteert het kabinet een tijdelijke verslechtering van de overheidsfinanciën. Om niet onnodig rekeningen door te schuiven en de inflatie niet verder aan te jagen, heeft het kabinet het koopkrachtpakket in augustus van dekking voorzien. Het kabinet is van plan de aanvullende maatregelen, waaronder het prijsplafond, in het voorjaar van dekking te voorzien. De Commissie zal in het voorjaar van 2023 de nationale begrotingen opnieuw aan de landspecifieke aanbevelingen toetsen.

Presentatie van de Europese Commissie van de ontwerpaanbevelingen voor de eurozone

Document: https://ec.europa.eu/info/publications/2023-european-semester-autumn-package_en

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Europese Commissie zal in de Eurogroep haar aanbevelingen voor de Raadsaanbeveling betreffende het economisch beleid in de eurozone presenteren. De ontwerpaanbevelingen voor de eurozone zijn op 22 november jl. gepubliceerd als onderdeel van het herfstpakket.3 Naar verwachting zal de Eurogroep de (eventueel nog aangepaste) ontwerpaanbevelingen in januari goedkeuren.

Wat betreft de eurozone-aanbevelingen stelt de Europese Commissie voor om in 2023 het begrotingsbeleid te coördineren om tijdig terug te keren naar het inflatiedoel van 2%. Om huishoudens en bedrijven te beschermen tegen hoge energieprijzen moeten lidstaten steunmaatregelen ontwerpen die tijdelijk en gericht zijn en generieke steunmaatregelen vermijden. Daarbij is het van belang dat de prikkel om gasverbruik te verminderen blijft bestaan. Verder wordt aanbevolen om op middellange termijn begrotingsbeleid te voeren dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën waarborgt en de potentiële economische groei verhoogt. De tweede aanbeveling heeft betrekking op publieke investeringen om economische en sociale veerkracht te versterken en de groene en digitale transitie te ondersteunen. Ook dienen lidstaten middels RepowerEU Europa’s energie-onafhankelijkheid te vergroten. In aanbeveling drie wordt onder andere opgeroepen om de teruggang in koopkracht te beperken, met name voor lage inkomens, door middel van loongroei waarbij zogenaamde tweede ronde effecten voor de inflatie voorkomen dienen te worden. Aanbeveling vier gaat in op het belang dat steun aan bedrijven tijdelijk moet zijn en gericht op levensvatbare bedrijven en dat de prikkel voor gasbesparingen moet blijven bestaan. Daarnaast is het van belang om de effectiviteit van insolventieraamwerken te versterken. Tot slot beveelt de Commissie aan om de macro-economische stabiliteit te waarborgen, financiële integratie te stimuleren en risico’s te monitoren.

Nederland kan zich in grote lijnen in de ontwerpaanbevelingen vinden en zal in de Ecofinraad het belang benadrukken van begrotingsbeleid dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op middellange termijn waarborgt. Voorafgaand aan de bespreking in de Eurogroep in januari zal de Kamer een brief ontvangen met een uitgebreide kabinetsappreciatie van het herfstpakket. In deze brief zal ook worden stilgestaan bij de ontwerpaanbevelingen voor de eurozone. Na bespreking van de ontwerpaanbevelingen in de Eurogroep in januari zal de Raad van de Europese Unie (de Raad) de (aangepaste) aanbeveling goedkeuren. Hierna zal Europese Raad deze aanbeveling bekrachtigen, waarna de Raad de aanbevelingen formeel aanneemt

Post-programma surveillance

Document: Post-programme surveillance reports Greece, Cyprus, Ireland, Portugal, Spain, november 2022

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal een terugkoppeling ontvangen van de post-programma surveillance (PPS) rapporten over alle vijf lidstaten die daaronder vallen: Griekenland, Cyprus, Ierland, Portugal en Spanje. Voor Griekenland is dit het eerste PPS-rapport, eerdere rapporten voor Griekenland waren in het kader van verscherpt toezicht. Met het aflopen van het verscherpt toezicht in augustus jl. valt Griekenland nu onder dezelfde procedures als de andere voormalige programma-landen.

Griekenland

Op basis van het rapport over Griekenland zal naar verwachting een besluit worden genomen over de laatste tranche van schuldverlichtende maatregelen die in juni 2018 zijn overeengekomen. Het gaat daarbij specifiek om de laatste (8e) tranche van de SMP-ANFA winsten ter hoogte van 644 miljoen euro, het annuleren van de renteopslag van 2% op een deel van de EFSF-leningen4 voor de laatste 6 maanden van 2022 (een besparing voor Griekenland van 123 miljoen euro) en het definitief annuleren van deze renteopslag van 200 basispunten voor de resterende duur van de lening tot 2049. Dit is conform de afspraken die hierover in 2018 zijn gemaakt5 en waarover u per brief in 2018 bent geïnformeerd.6 Deze schuldverlichtende maatregelen waren onderdeel van een pakket waarmee de schuldhoudbaarheid van Griekenland en de terugkeer naar de kapitaalmarkt zou worden ondersteund. Het annuleren van de rente-opslag leidt voor Griekenland tot een besparing op de rentelasten op de EFSF-leningen van ca. 226 miljoen euro per jaar tot 2043 en een kleiner wordend bedrag tot 2049 omdat de aflossingen in 2043 beginnen. De tranche van de SMP-ANFA winsten is reeds op de Financiënbegroting verwerkt. Het annuleren van de rente-opslag leidt tot lagere renteopbrengsten voor het EFSF op een deel van de verstrekte leningen. Dit heeft geen gevolgen voor de Rijksbegroting.

De Europese Commissie (de Commissie) concludeert in het rapport dat Griekenland aan de afgesproken hervormingen heeft voldaan, ondanks de gevolgen van de oorlog van Rusland in Oekraïne. Griekenland heeft acties voltooid op het gebied van begrotingsbeleid, belastinginning, justitie, financiële sector hervormingen, verbeteringen aan het kadaster en privatiseringen. Op enkele gebieden moet nog wel verdere voortgang worden geboekt, onder meer op het gebied van gezondheidszorg, arbeidswetgeving en het wegwerken van betalingsachterstanden.

De economie van Griekenland is sterk gegroeid in het eerste halfjaar van 2022, maar wordt nu gehinderd door de hoge energieprijzen en de daarmee gepaard gaande inflatie, net zoals de rest van Europa. De Commissie raamt de economische groei voor 2022 in zijn geheel op 6%, in 2023 op 1% en in 2024 op 2%. De Commissie merkt daarbij op dat de implementatie van het herstel en veerkrachtplan belangrijk is voor het ondersteunen van de economie onder de huidige moeilijke economische omstandigheden.

Budgettair verwacht de Commissie dat het primair begrotingstekort van 1,6% bbp in 2022 weer zal omslaan in een primair overschot van 1,1% in 2023 en 2,2% in 2024. De verwachte verbetering is deels toe te schrijven aan de uitfasering van de nog overgebleven steunmaatregelen ter reactie op de coronapandemie en het invoeren van belastingmaatregelen om de budgettaire kosten van energiesubsidies te dekken, zoals een belasting op elektriciteitswinsten boven een bepaald niveau. Voor deze laatste categorie, de energie-gerelateerde maatregelen (netto kosten van 2,3% bbp in 2022 en 0,5% bbp in 2023) gaat de Commissie ervan uit dat ze eind 2024 worden uitgefaseerd.

Verder houdt Griekenland de groei van lonen in de publieke sector en van uitkeringen beperkt. De schuldratio van Griekenland zal als gevolg hiervan naar verwachting dalen van 194,5% bbp in 2021 naar 156,9% bbp in 2024.

Nederland waardeert de voortgang van de Griekse autoriteiten op het doorvoeren van hervormingen en de snelle terugkeer naar een primair begrotingsoverschot, wat belangrijk is voor de schuldhoudbaarheid, mede in het licht van de stijgende rente. Het doorvoeren van hervormingen blijft essentieel voor de potentiële economische groei en weerbaarheid van Griekenland. Met het Griekse herstel- en veerkrachtplan wordt daar ook de komende jaren weer een verdere impuls aan gegeven. Hoewel op enkele gebieden van de in 2018 toegezegde hervormingen nog verdere voortgang moet worden geboekt is Nederland van mening dat Griekeland sindsdien voldoende inspanningen heeft geleverd om in aanmerking te komen voor de laatste tranche schuldmaatregelen, zoals die in 2018 overeengekomen zijn in de Eurogroep. Nederland zal Griekenland wel vragen naar de plannen om ook de laatste elementen van de toegezegde hervormingen af te ronden. Nederland is voornemens om in te stemmen met het vrijgeven van het resterende bedrag aan SMP-ANFA-winsten en met het definitief annuleren van de rente-opslag op een deel van de EFSF-leningen. Formele besluitvorming daarover vindt na de Eurogroep plaats door de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) en de Eurogroup Working Group (EWG).

Cyprus

Het (13e) rapport geeft aan dat de groei in de eerste helft hoog was van 2022 door hogere binnenlandse vraag en toenemend toerisme, maar dat daarna de groei is afzwakt. De Commissie verwacht voor 2022 een reële groei van het bbp van 5,6%, die afzwakt in 2023 naar 1%. De hoge groei zorgt er mede voor dat Cyprus in 2022 uitkomt op een begrotingsoverschot van 1,1% bbp en een dalende staatschuld en ook voor 2023 en 2024 zijn de budgettaire vooruitzichten positief. De staatsschuld daalt naar verwachting naar 77,7% bbp in 2024 (van 101% in 2021). Onzekerheden zijn er echter wel, door de onzekere internationale macro-economische situatie en mogelijke noodzaak voor het voortzetten van bestaande maatregelen om de effecten van de hoge energieprijzen te mitigeren, of eventueel nieuwe maatregelen die in dat kader genomen moeten worden.

Portugal

Het (16e) rapport constateert dat de groei in Portugal significant is afgenomen als gevolg van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne, van 2,4% in het eerste kwartaal van 2022 naar 0,1% in het tweede kwartaal. De verwachting is dat het bbp licht zal dalen in het vierde kwartaal van 2022 en het eerste kwartaal van 2023 en daarna geleidelijk zal verbeteren. Desondanks zal het overheidstekort van Portugal geleidelijk blijven verbeteren, van 1,9% in 2022 naar respectievelijk 1,1% en 0,8% in 2023 en 2024. Ook de schuld laat een dalende trend zien, van 125,5% in 2021 naar 115,9% in 2022 en verder dalend tot 105,3% in 2024. Verder benoemt de Commissie dat de bancaire sector in Portugal in de eerste helft van 2022 goede resultaten boekte met hogere winstgevendheid en daling van het aantal niet-renderende leningen. Voor de toekomst waarschuwt de Commissie wel dat door de grotere geopolitieke onzekerheid en het verslechterend macro-economische beeld het wel belangrijk zal zijn om voldoende voorzieningen en kapitaalbuffers in stand te houden.

Ierland

Het (17e) rapport geeft aan dat de Ierse economie in de eerste helft van 2022 sterk groeide, maar dat deze groei in de zomer afnam. Desondanks komt de groei in 2022 uit op 7,9%, om in 2023 terug te vallen naar 3,2% in 2023 en 3,1% in 2024. Voor 2023 heeft de regering een pakket aangekondigd gericht op het beperken van de stijging van de kosten van levensonderhoud van 11 miljard euro, deels in de vorm van belastingverlaging, deels in de vorm van overheidsuitgaven. Desondanks blijft de verwachting dat de overheid in 2023 en daarna een begrotingsoverschot zal hebben en dat de schuld in 2024 zal dalen tot onder de 40% bbp. Voor de lange termijn ziet de Commissie meer risico’s, deels door vergrijzingsgerelateerde uitgaven en door een mogelijke terugval in de belastingontvangsten van bedrijven. De financiële sector in Ierland is gezond, het volume aan niet-renderende leningen is dalende.

Spanje

Het (18e) rapport constateert dat de Spaanse economie in 2022 naar verwachting zal groeien met 4,5% bbp, om in 2023 terug te vallen naar 1%, onder dezelfde moeilijke macro-economische omstandigheden waar andere lidstaten mee te kampen hebben. Daarbij is ook sprake van verdere neerwaartse risico’s, in de vorm van mogelijke verdere problemen op de energiemarkten en de stijgende rente, die van invloed kan zijn op de economische activiteit over de komende jaren. Het Spaanse overheidsbudget blijft kwetsbaar. Zo zal het begrotingstekort in 2022 naar verwachting uitkomen op 4,6% en in 2023 en 2024 slechts beperkt afnemen tot respectievelijk 4,3% en 3,6%. Naar verwachting van de Commissie zal de Spaanse staatsschuld stabiliseren rond de 114% bbp. De Spaanse bankensector is stabiel, met een afnemende hoeveelheid niet-renderende leningen. De Commissie ziet daar wel risico’s, doordat als gevolg van de stijgende rente in combinatie met de stijgende energieprijzen er mogelijk problemen kunnen ontstaan bij het vermogen van schuldenaren om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Tot slot merkt de Commissie op dat de maatregelen uit het RRF Spanje zullen helpen om op de korte tot middellange termijn de groei te bevorderen en de weerbaarheid van de economie te vergroten, wat ook zal bijdragen aan de schuldhoudbaarheid.

Nederland zal de terugkoppelingen voor deze landen aanhoren.

Eurogroep werkprogramma voor I/2023

Document: nog niet beschikbaar, wordt gepubliceerd op: https://www.consilium.europa.eu/en/eurogroup/work-programme/

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

In de Eurogroep zal het werkprogramma voor de Eurogroep tot aan juli 2023 worden toegelicht. Voor de Eurogroep wordt gewoonlijk per halfjaar een werkprogramma per vergadering opgesteld met de onderwerpen die waarschijnlijk besproken zullen worden. Dit draagt bij aan meer langetermijnfocus en kan helpen bij het voorbereiden van de discussies.

De besprekingen in de Eurogroep in de eerste helft van 2023 zullen in het teken staan van de oorlog in Oekraïne, de hoge energie- en grondstoffenprijzen en de inflatie. Herstel en duurzame groei van de economie op de lange termijn zal daarbij centraal staan. De Eurogroep zal in het bijzonder aandacht hebben voor het voorstel van de Europese Commissie inzake de toekomst van het stabiliteits- en groeipact en de macro-economische onevenwichtighedenprocedure. Net als in 2022 zullen waarschijnlijk ook gesprekken plaatsvinden over de toekomst van de Economische en Monetaire Unie, versterking van de bankenunie en de digitale euro.

Naar verwachting kan Nederland de toelichting over het werkprogramma aanhoren.

Voorbereiding voor de Eurotop in december

Document: n.v.t.

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

En marge van de Europese Raad van 15 en 16 december 2022 zal een Eurotop worden gehouden. Tijdens de vorige Eurotop op 24 juni 2022 is gesproken over de economische situatie in de context van de Russische agressie tegen Oekraïne en de stijgende inflatie. Daarbij gaf de president van de Europese Centrale Bank (ECB) een toelichting op recente besluiten van de Governing Council van de ECB. Daarnaast ging tijdens deze top veel aandacht uit naar de toekomst van de Bankenunie. De regeringsleiders verwelkomden de toezegging van de Eurogroep om op basis van consensus verdere maatregelen vast te stellen ter versterking en voltooiing van de Bankenunie. Daarbij riepen zij in het bijzonder op tot verdere inspanningen om de kapitaalmarktenunie te verdiepen.

De voorzitter van de Eurogroep zal bij de Eurotop in december 2022 de Europese Raad informeren over de voortgang op deze dossiers. Daarnaast zal naar verwachting tijdens de Eurotop wederom worden stilgestaan bij de huidige economische situatie. Naar verwachting zal de voorzitter van de Eurogroep tijdens de bespreking in de Eurogroep aangeven hoe hij voornemens is terug te koppelen aan de Europese Raad. Nederland kan de toelichting aanhoren.

Raad van Gouverneurs ESM

Document: n.v.t.

Aard bespreking: besluitvorming

Besluitvormingsprocedure: Over de toetreding van Kroatië en het beëindigen van de tijdelijke correctie periode van Estland wordt besloten met unanimiteit. Voor de goedkeuring van de externe accountant en de nieuwe directeur wordt besloten met gekwalificeerde meerderheid (80%).

Toelichting:

De Raad van Gouverneurs (RvG) van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) komt op 5 december samen en wordt gevraagd om op vier punten om een besluit te nemen. Ten eerste ligt het besluit voor omtrent het aflopen van de tijdelijke correctieperiode van Estland. Dit betekent dat Estland ongeveer 56 miljoen euro kapitaal moet inleggen per 2023 en dat de overige deelnemende landen geld terugkrijgen.7 Daarnaast zal de RvG besluiten over de toetreding van Kroatië tot het ESM. Kroatië heeft hiervoor een aanvraag bij het ESM ingediend en voert per 1 januari 2023 de euro als betaalmiddel in. Verder wordt de RvG gevraagd om in te stemmen met een andere externe accountant. In de statuten is vastgelegd dat iedere zes jaar de accountant gewisseld moet worden. Vanaf het jaar 2023 is er een nieuwe accountant nodig en het ESM stelt voor om KPMG hiervoor in te huren. Tot slot zal de RvG besluiten over een nieuwe directeur van het ESM. Er zijn op dit moment nog geen kandidaten officieel voorgedragen. Mogelijk worden er één of meerdere kandidaten kort voor de RvG officieel als kandidaat gepresenteerd. De termijn van de waarnemend ESM directeur Christoph Frankel loopt eind december 2022 af.

Nederland is voornemen om in te stemmen met het beëindigen van de tijdelijke correctieperiode van Estland, de toetreding van Kroatië tot het ESM en de aanstelling van KMPG als externe accountant. Met betrekking tot de nieuwe ESM directeur is het voor Nederland van belang dat de kandidaat voldoet aan de eisen van het ESM-verdrag; afkomstig uit een land dat lid is van het ESM en relevante internationale en financieel-economische werkervaring heeft.

Ecofinraad

(mogelijk) Uitvoeringsbesluit maatregelen tegen Hongarije op grond van de MFK-rechtsstaatsverordening

Document: nog niet beschikbaar.

Aard bespreking: besluitvorming

Besluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

De precieze datum waarop dit onderwerp op de Ecofinraad wordt besproken is op het moment van schrijven van deze geannoteerde agenda nog niet duidelijk, omdat de eindbeoordeling van de Commissie ten aanzien van de zeventien corrigerende maatregelen door Hongarije waarschijnlijk pas op 30 november verwacht wordt. Mogelijk is er voldoende steun voor besluitvorming op de 6 december. Dit betekent dat het tijdspad voor informatievoorziening aan de Tweede Kamer erg kort is voor het Commissiedebat. Het is ook mogelijk dat besluitvorming pas tijdens een extra Ecofinraad in december plaatsvindt – vermoedelijk tussen 10 en 13 december.

Het voorstel van de Commissie tot een uitvoeringsbesluit van de Raad heeft betrekking op het opschorten van 65% van de cohesiemiddelen aan Hongarije. De Tweede Kamer is op 7 oktober jl. per brief geïnformeerd over de stand van zaken en de kabinetsappreciatie van het voorstel.8 De Raad heeft op 13 oktober besloten om het besluit hierover met twee maanden uit te stellen zodat rekening kan worden gehouden met de geboekte voortgang in de uitwerking en implementatie van de zeventien corrigerende maatregelen door Hongarije.9 Hongarije heeft zich gecommitteerd aan een tijdsschema om de belangrijkste hervormingen op 19 november as. te hebben afgerond. Het is op het moment van schrijven nog onduidelijk in welke vorm de Commissie haar beoordeling hiervan zal presenteren en of de Commissie naar aanleiding daarvan zal besluiten om haar voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad tot opschorting van middelen ongewijzigd te laten, het voorstel terug te trekken of een aangepast voorstel voor te leggen aan de Raad.

Indien het oorspronkelijke voorstel wordt gehandhaafd of in aangepaste vorm wordt voorgelegd aan de Raad, besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid op grond van de MFK-rechtstaatsverordening (art 6, lid 10 en overweging 26 van de MFK-rechtsstaatverordening) tot het wel of niet opschorten van de middelen. Ook heeft de Raad de mogelijkheid om het voorstel met gekwalificeerde meerderheid te wijzigen, waardoor bijvoorbeeld een kleiner deel van de middelen opgeschort wordt. Er is in de besluitvorming over het voorstel geen rol voor het Europees Parlement.

Het kabinet zal de Tweede Kamer na publicatie van de beoordeling van de Commissie zo snel als mogelijk en voorafgaand aan de betreffende Ecofinraad per brief informeren over het Nederlandse standpunt en het krachtenveld.

(mogelijk) Economisch herstel in Europa

Document: n.v.t.

Aard bespreking: gedachtewisseling of besluitvorming Hongaars herstelplan

Besluitvormingsprocedure: n.v.t. of gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

Tijdens de Ecofinraad zal worden stilgestaan bij de stand van zaken ten aanzien van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (Recovery and Resilience Facility; RRF).

De Ecofinraad heeft inmiddels 26 uitvoeringsbesluiten goedgekeurd, waaronder op 4 oktober jl. het uitvoeringsbesluit voor het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan. De Kamer is hierover geïnformeerd in diverse brieven.10 Met een uitvoeringsbesluit wordt de beoordeling van een herstel- en veerkrachtplan in het kader van de RRF goedgekeurd. Daarnaast worden in een uitvoeringsbesluit de hervormingen en investeringen die een lidstaat zal ondernemen vastgelegd, inclusief de bijbehorende mijlpalen en doelen, alsook de financiële bijdrage waarop de lidstaat aanspraak kan maken.

De Raad is nog in afwachting van een voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad voor de goedkeuring van het Hongaarse herstelplan. Dit wordt waarschijnlijk op 30 november gepubliceerd. De precieze datum waarop dit onderwerp in de Ecofinraad wordt besproken is op het moment van schrijven van deze geannoteerde agenda nog niet duidelijk. Mogelijk is er voldoende steun voor besluitvorming in de Ecofin op 6 december. Dit betekent dat het tijdspad voor informatievoorziening aan de Tweede Kamer erg krap is voor het Commissiedebat. Het is ook mogelijk dat besluitvorming pas tijdens een extra Ecofinraad in december plaatsvindt – vermoedelijk tussen 10 en 13 december. De Raad stemt met gekwalificeerde meerderheid over de uitvoeringsbesluiten in het kader van de RRF.

Het kabinet zal de Tweede Kamer na publicatie van het voorstel voor een uitvoeringsbesluit ter goedkeuring van het Hongaarse herstelplan door de Commissie zo snel mogelijk en voorafgaand aan de betreffende Ecofinraad per separate brief informeren over de Nederlandse inzet en het krachtenveld.

Wetgevingspakket voor financiële steun aan Oekraïne

Document:

  • a) Regulation amending Regulation 2020/2093 laying down the multiannual financial framework for the years 2021 to 2027

  • b) Regulation establishing an Instrument for providing support to Ukraine for 2023 (macro-financial assistance +)

  • c) Regulation amending Regulation 2018/1046 as regards the establishment of a diversified funding strategy as a general borrowing method

Aardbespreking: besluitvorming

Besluitvormingsprocedure: a) unanimiteit b) gekwalificeerde meerderheid c) gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

De Ecofinraad zal besluiten over het Commissievoorstel voor macro-financiële bijstand (MFB) aan Oekraïne in 202311 en twee hiermee samenhangende voorstellen voor technische wijzigingen van de MFK-verordening en het Financieel Reglement. De Tweede Kamer ontvangt de volledige appreciatie van deze voorstellen via een separate Kamerbrief die het BNC-fiche vervangt, mede namens de Minister voor Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Steun voor de voorstellen is nog niet zeker, omdat Hongarije heeft aangegeven niet in te willen stemmen met de benodigde wijziging van de MFK-verordening. Omdat de beoogde bespreking van de uitvoeringsbesluiten van de Raad ten aanzien van de opschorting van EU-middelen voor Hongarije en de goedkeuring van het Hongaarse herstelplan in het kader van de RRF op de Ecofinraad wellicht niet haalbaar is, wordt de besluitvorming over de steun aan Oekraïne mogelijk uitgesteld tot een nog te plannen extra Ecofinraad later in december.

De voorstellen volgen op de oproep van de Europese Raad van 20-21 oktober jl. tot een structurelere oplossing voor het verlenen van financiële bijstand aan Oekraïne. Volgens de Commissie heeft Oekraïne voor 2023 behoefte aan grootschalige financiële steun voor behoud van onder andere macro-economische stabiliteit en herstel van kritieke infrastructuur. De MFB-steun bestaat uit 18 miljard euro in de vorm van concessionele leningen met lange looptijden en waarbij de eerste 10 jaar niet hoeft te worden afgelost door Oekraïne. Om de leningen te financieren zal de Commissie namens de Unie middelen op de kapitaalmarkt lenen, die zij voorts uitleent aan Oekraïne. Daarnaast stelt de Commissie voor een rentesubsidie te verlenen aan Oekraïne die in het Commissievoorstel wordt gefinancierd via aanvullende bijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting. Daarnaast worden er afspraken gemaakt tussen de EU en Oekraïne over het eerbiedigen van onder andere mensenrechten, de rechtsstaat en over rapportage en besteding van middelen.

Doorgaans worden MFB-leningen gegarandeerd door een bestaand garantiefonds op de EU-begroting. Net als bij de tweede tranche van MFB aan Oekraïne12 zijn hiervoor onvoldoende middelen beschikbaar op de Europese begroting. Om zeker te stellen dat de EU in staat is om aan haar financiële verplichtingen richting de markt te voldoen stelt de Commissie voor om de voorliggende MFB te garanderen via de daarvoor beschikbare ruimte onder de plafonds zoals die zijn opgenomen in het Eigenmiddelenbesluit (de zogenoemde headroom). De gerichte aanpassing van de MFK-verordening is nodig omdat onder het huidige MFK het mobiliseren van garanties alleen boven de MFK-plafonds mag worden gefinancierd voor middelen die zijn geleend ten behoeve van steun aan EU-lidstaten, en niet voor steun aan derde landen.

In tegenstelling tot de eerdere MFB-steun stelt de Commissie voor om de looptijd voor de leningen die zij aangaat op de kapitaalmarkt en de looptijd van de leningen die zij aan Oekraïne verstrekt niet een-op-een op elkaar af te stemmen (back-to-back financiering), maar om als onderdeel van de totale schulduitgifte van de Unie in een gediversifieerde financieringsstrategie middelen op de markt te lenen en dit te benutten voor het verstrekken van leningen aan Oekraïne. De wijziging van het Financieel Reglement is nodig om het gebruik van deze gediversifieerde financieringsstrategie mogelijk te maken bij programma’s voor financiële bijstand. Volgens de Commissie zorgt de gediversifieerde financieringsstrategie voor meer flexibiliteit en lagere kosten.

Zoals ook beschreven in de genoemde kabinetsappreciatie vindt het kabinet het belangrijk om bij te dragen aan de noodzakelijke financiële steun aan Oekraïne en om dit, in lijn met motie van het lid Piri13 structureler vorm te geven. Ten aanzien van de voorwaarden vindt het kabinet het belangrijk om oog te houden voor de schuldhoudbaarheid van Oekraïne en steunt daarom ook de rentesubsidie. Het kabinet heeft gevraagd om te verkennen in welke mate de Europese begroting een bijdrage kan leveren aan deze rentesubsidie. Verder verwelkomt het kabinet de gebruikelijke politieke voorwaarden voor toegang tot MFB.

Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de voorgestelde wijziging van de MFK-verordening aangezien dit nodig is om de voorgenomen MFB mogelijk te maken voor Oekraïne. De scope van de wijziging is voldoende afgebakend en maakt enkel incidenteel een uitzondering voor de oorlogssituatie in Oekraïne. Het kabinet steunt tevens de technische wijziging van het financieel reglement, waarmee opname in de gediversifieerde financieringsstrategie van de Commissie mogelijk wordt, aangezien dit flexibeler is, lagere kosten met zich meebrengt en snelle uitkering van middelen aan Oekraïne bevordert.

Nederland is voornemens in te stemmen met de voorliggende wetgeving tijdens de Ecofinraad.

Het Europees Parlement heeft tijdens de plenaire vergadering van 22 november (met gewone meerderheid) reeds ingestemd met het wetgevingspakket.

Richtlijnvoorstel betreffende algemeen minimumbelastingniveau voor multinationals in de EU

Document: ST 10497/22

Aard bespreking: Aanname van het Richtlijnvoorstel

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

Het Tsjechische voorzitterschap streeft ernaar om een akkoord te bereiken over het richtlijnvoorstel betreffende een algemeen minimumbelastingniveau voor multinationals in de Europese Unie (EU) (richtlijnvoorstel Pijler 2). Dit richtlijnvoorstel is op 22 december 2021 gepubliceerd. De rechtsbasis van dit richtlijnvoorstel is art. 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De besluitvorming ten aanzien van het voorstel is unanimiteit (met raadpleging van het Europees Parlement).

Het voorstel was reeds voor een algemene benadering14 geagendeerd voor de Ecofinraden van 15 maart, 4 april, en 17 juni 2022. Bijna alle lidstaten, waaronder Nederland, spraken hun steun uit voor het compromisvoorstel. Hongarije gaf op 17 juni jl. aan niet in te kunnen stemmen.

In lijn met diverse moties15 en zoals uiteengezet in het BNC-fiche bij dit richtlijnvoorstel, steunt Nederland de inzet om tot een snelle aanname van het richtlijnvoorstel te komen. Daarom heeft Nederland, zoals aangegeven in de Kamerbrief van 9 september jl.16, samen met Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje op 8 september een verklaring afgelegd met daarin de wens voor een akkoord in de Raad en de inzet om Pijler 2 in 2023 te implementeren. Nederland kan zich – in het kader van het bereiken van een compromis – (nog steeds) inhoudelijk vinden in het voorstel van juni. Nederland vindt het belangrijk om op de korte termijn een akkoord te bereiken in de Europese Unie zodat verdere voortgang kan worden geboekt met de nationale implementatie van het voorstel.

Herziening van de Richtlijn energiebelastingen

Document: op dit moment nog niet beschikbaar

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Raad zal van gedachten wisselen over de herziening van de Richtlijn energiebelastingen ten behoeve van het verdere onderhandelingsproces over deze herziening. De herziening van de Richtlijn energiebelastingen is onderdeel van het Fit for 55-pakket dat de Commissie op 14 juli 2021 heeft gepubliceerd. De rechtsbasis is art. 113 en art. 192 lid 2 VWEU. De besluitvorming ten aanzien van het voorstel is unanimiteit (met raadpleging van het Europees Parlement).

Sinds september 2021 zijn de onderhandelingen over de herziening van de Richtlijn energiebelastingen in Raadswerkgroepverband gaande. Dit onderwerp staat op de agenda van de Ecofin om politieke richting te geven aan het verdere onderhandelingsproces. Het Tsjechische voorzitterschap legt twee vragen voor aan de lidstaten op de Ecofin. Deze vragen zien op het spanningsveld tussen enerzijds de klimaatambitie en anderzijds het rekening houden met de huidige situatie op de energiemarkt en verschillen tussen lidstaten in welvaartsniveau, energiesysteem en geografische situatie.

Nederland is conform het BNC-fiche17 voorstander van een klimaatambitieuze herziening van de Richtlijn energiebelastingen en streeft naar hogere minimumtarieven en minder vrijstellingen, waarbij oog is voor het internationale gelijke speelveld. Nederland onderstreept het belang van klimaatambitie bij de herziening van de Richtlijn energiebelastingen en zal daar bij andere lidstaten en het aankomende Zweedse voorzitterschap aandacht voor vragen. In Raadswerkgroepverband is het merendeel van de lidstaten voor het bieden van meer flexibiliteit om boven de minimumtarieven zelf de tarieven te kiezen. Daarbij kan gedacht worden aan voorstellen voor het vervallen van de verplichte gelijke tarieven voor brandstoffen binnen een tariefgroep, het vervallen de verplichte koppeling tussen de tarieven voor elektriciteit en aardgas en het kunnen blijven differentiëren naar volume. Ook Nederland is daar voorstander van, omdat dit bijdraagt aan het voorkomen van averechtse effecten op klimaat en belastingopbrengsten.

Nederland heeft verder begrip voor de verschillen tussen lidstaten en de uitdagingen waar de huidige situatie op de energiemarkt ons voor stelt. Nederland blijft het echter van belang vinden om de klimaatdoelen niet uit het oog te verliezen, te meer omdat een snelle energietransitie ook juist kan helpen om de energieafhankelijkheid te verkleinen. Het hanteren van minder vrijstellingen en hogere minimumtarieven in de Richtlijn energiebelastingen kan bijdragen aan die transitie. Nederland kan daar in de Ecofin dan ook aandacht voor vragen. Bij het beoordelen van de effecten van de herziening van de Richtlijn energiebelastingen moet volgens Nederland tot slot ook oog zijn voor de effecten van en samenhang met andere voorstellen uit het Fit for 55-pakket, zoals de uitbreiding van het EU-ETS naar de gebouwde omgeving en transport.

Nieuwe eigen middelen – stand van zaken

Document: op dit moment nog niet beschikbaar. Het document wordt voorafgaand aan de vergadering op het Delegates Portal geplaatst onder de titel «Presidency progress report on new own resources».

Aard bespreking: Rapportage van voorzitterschap

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Het voorzitterschap zal een toelichting geven op de ontwikkelingen rondom de door de Europese Commissie voorgestelde nieuwe eigen middelen tijdens het Tsjechische voorzitterschap. De Europese Commissie deed op 22 december 2021 een voorstel voor de introductie van drie nieuwe eigen middelen via een voorstel tot wijziging van het Eigenmiddelenbesluit (EMB)18 19. Het betrof eigen middelen waarvoor de grondslag wordt gevormd door de inkomsten uit drie beleidsvoorstellen. Het betreft de beleidsvoorstellen voor (wijzigingen in) het EU-emissiehandelssysteem (Emission Trading System, ETS)20, een koolstofcorrectie aan de grens (Carbon Border Adjustment Mechanism, CBAM)21, en een herverdeling van de winsten en heffingsrechten tussen landen via Pijler 1 uit het Inclusive Framework-akkoord (IF) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De ETS- en de CBAM-beleidsvoorstellen zijn door de Commissie gedaan als onderdeel van het Fit for 55-pakket (Ff55). Een voorstel voor de Europese implementatie van Pijler 1 volgt mogelijk pas medio 2023 en wellicht nog later, na onderhandelingen over de technische uitwerking binnen het IF die vertraging hebben opgelopen.

In het interinstitutioneel akkoord van de Raad van de Europese Unie (de Raad), het Europees Parlement (EP) en de Europese Commissie (de Commissie) over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021–202722 is een tijdpad opgenomen voor de introductie van nieuwe eigen middelen. Hierin is tevens afgesproken om een voorstel voor aanpassing van het Eigenmiddelenbesluit voor de zomer van 2022 te bespreken in de Raad. Het Franse voorzitterschap heeft hier opvolging aan gegeven in de Ecofinraad van juni 2022. Het huidige Tsjechische voorzitterschap zal in een presidency note de voortgang sinds die bespreking schetsen. Er is geen besluitvorming voorzien.

De afgelopen maanden hebben met name technische besprekingen plaatsgevonden over de nieuwe eigen middelen, in het specifiek over de voorgestelde wijzigingen van het Eigenmiddelenbesluit en de daaraan gerelateerde uitvoeringsregelingen die de terbeschikkingstelling van de eigen middelen regelen (Making Available Regulation; MAR en Implementing Measures on the System of Own Resources; IMSOR). Een diepgaande gedachtewisseling over de voorgestelde eigen middelen is pas goed mogelijk als er meer duidelijkheid bestaat over de precieze vormgeving van de hierboven genoemde beleidsvoorstellen waar de grondslagen voor nieuwe eigen middelen op gebaseerd zijn. Dat is nu nog onvoldoend het geval. Het voorzitterschap zal tijdens de Ecofinraad waarschijnlijk ook de voortgang op deze beleidsvoorstellen zal schetsen.

De Commissie heeft reeds aangegeven in het derde kwartaal van 2023 een voorstel te presenteren voor nog twee nieuwe eigen middelen. Het kabinet beoordeelt voorstellen voor nieuwe eigen middelen op hun eigen merites. In het BNC-fiche23 over de in december 2021 voorgestelde nieuwe eigen middelen heeft het kabinet aangegeven in principe open te staan voor de introductie van eigen middelen gebaseerd op de inkomsten uit CBAM en ETS. Het eigen middel op basis van inkomsten uit Pijler 1 kan het kabinet nog niet beoordelen omdat er nog niet genoeg informatie beschikbaar is en er nog geen beleidsvoorstel gepubliceerd is. Waar nodig zal Nederland tijdens de Ecofinraad langs deze lijnen deelnemen aan een eventuele gedachtewisseling en de volgordelijkheid benadrukken van eerst besluitvorming over de beleidsvoorstellen en dan pas besluitvorming over voorgestelde nieuwe eigen middelen die hier op gebaseerd zijn.

Stand van de uitvoering van wetgeving inzake financiële diensten

Document: op dit moment nog niet beschikbaar. Het document wordt voorafgaand aan de vergadering op het Delegates Portal geplaatst onder de titel «Progress on financial services legislative files».

Aard bespreking: informatievoorziening

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Het voorzitterschap van de Raad voorziet de Ecofinraad op reguliere basis van informatie over de lopende wetgevingsvoorstellen op het terrein van financiële diensten. Nederland kan de updates van het voorzitterschap ten aanzien van financiële diensten dossiers aanhoren.

Mededeling van de Europese Commissie inzake het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en de Macro-economische onevenwichtigheidsprocedure (MEOP)

Document: Commission communication on economic governance review. He document is online te raadplegen op https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-and-fiscal-governance/economic-governance-review_en

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Raad zal spreken over de mededeling van de Europese Commissie van 9 november jl. waarin zij uiteen zet wat volgens haar de contouren moeten zijn van de hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en de Macro-Economische Onevenwichtigheidsprocedure (MEOP). Eerst zal de Europese Commissie een presentatie geven, waarna lidstaten hierover van gedachten zullen wisselen.

De mededeling volgt op de evaluatie van de Europese Commissie van het SGP en de MEOP, waarover het parlement op 11 februari 2020 is geïnformeerd24, en de consultatiesessies over de eventuele hervorming die zich van oktober 2021 tot de zomer van 2022 hebben voltrokken. De Raad van de Europese Unie (de Raad) en mogelijk ook de Europese Raad zullen de door de Europese Commissie geschetste contouren de komende maanden bespreken om tot een reflectie te komen op deze contouren. Eventuele wetgevende voorstellen worden niet eerder dan in het voorjaar van 2023 verwacht. Het kabinet zal de Kamer dan via de reguliere wijze opnieuw informeren over de nadere inzet van het kabinet.

Tijdens de Ecofinraad van 6 december zal een eerste gedachtewisseling plaatsvinden. Daar zal mogelijk ook een verder proces overeengekomen worden voor de besprekingen in de Raad. De Tweede Kamer zal op 25 november over de mededeling en de kabinetsappreciatie hiervan worden geïnformeerd middels een Kamerbrief die dient ter vervanging van het gebruikelijke BNC-fiche. Het kabinet zal tijdens de Ecofinraad van 6 december interveniëren langs de lijnen van de kabinetsinzet zoals uiteengezet in de Kamerbrief.

Het kabinet zal aangeven dat het voorgestelde raamwerk in de mededeling op meerdere aspecten aansluit bij de Nederlandse inzet zoals uiteengezet in een Kamerbrief van 4 maart jl.25 en het gezamenlijke paper met Spanje van 4 april jl.26, maar ook dat dit opheldering en meerdere waarborgen vereist. Er is nog veel aanvullende informatie van de Europese Commissie nodig om de voorstellen goed te kunnen beoordelen. Daarnaast zijn er waarborgen nodig volgens het kabinet, voornamelijk op het gebied van transparantie, gelijke behandeling, voldoende ambitie voor schuldafbouw door landen met hoge schulden en effectieve handhaving. Het kabinet zal de noodzaak van waarborgen op deze punten benadrukken. Het kabinet zal in de komende maanden waar mogelijk samen met andere lidstaten bepleiten dat deze aandachtspunten en oplossingsrichtingen onderdeel uitmaken van de conclusies van de Raad en mogelijk ook de Europese Raad, zodat de Commissie hier rekening mee houdt in de verwachte wetgevende voorstellen. Aanpassingen aan het SGP moeten volgens het kabinet leiden tot een daadwerkelijke versterking van het begrotingsraamwerk, waarin opwaartse economische convergentie, houdbare overheidsfinanciën en effectieve naleving en handhaving van de begrotingsregels centraal staan.

Europees Semester: herfstpakket

Document:

Aard bespreking: presentatie

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Europese Commissie zal in de Ecofinraad het herfstpakket presenteren dat op 22 november 2022 is gepubliceerd in het kader van het Europees Semester.27 Het pakket bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder: de jaarlijkse analyse van groeiprioriteiten van de Europese Unie (Annual Sustainable Growth Survey, ASGS), het jaarlijkse rapport over het waarschuwingsmechanisme (Alert Mechanism Report, AMR) in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) en het voorstel voor de aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone (eurozone-aanbeveling). De rechtsbasis is artikel 121 en 136 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De Kamer zal naar verwachting op 16 december zoals gebruikelijk een brief ontvangen met een kabinetsappreciatie van het volledige herfstpakket.

De Ecofinraad neemt waarschijnlijk in januari conclusies aan over de Annual Sustainable Growth Survey en het Alert Mechanism Report. De Eurogroep zal het voorstel voor de eurozone-aanbeveling naar verwachting in januari bespreken, waarna de Raad van de Europese Unie (de Raad) de (aangepaste) aanbevelingen goedkeurt. De Europese Raad bekrachtigt daarna deze aanbeveling, waarna de Raad deze formeel aanneemt. Het parlement wordt t.z.t. nader geïnformeerd in de geannoteerde agenda voor de betreffende vergaderingen.

In de Annual Sustainable Growth Survey blikt de Europese Commissie vooruit op de belangrijkste economische beleidsuitdagingen voor het komende jaar. De prioriteiten zijn door de Commissie onderverdeeld in vier gebieden: 1) klimaatbeleid, 2) productiviteit, 3) rechtvaardigheid en 4) macro-economische stabiliteit, en hebben tot doel om de economie duurzamer, veerkrachtiger en inclusiever te maken.

In het Alert Mechanism Report worden aan de hand van een scorebord met indicatoren mogelijke macro-economische onevenwichtigheden opgespoord en bepaald welke lidstaten onderworpen worden aan nader onderzoek. Deze onderzoeken moeten uitwijzen of en in welke mate de betreffende lidstaten te kampen hebben met macro-economische onevenwichtigheden en in hoeverre deze een risico vormen voor de lidstaten zelf, de eurozone, of de Europese Unie als geheel.

De Commissie is voornemens om dit jaar in tien lidstaten met bestaande onevenwichtigheden de ontwikkeling ervan nader te onderzoeken. Dit zijn Frankrijk, Duitsland, Nederland, Portugal, Roemenië, Spanje, Zweden, Cyprus, Griekenland en Italië. Hiervan zijn in Cyprus, Griekenland en Italië ernstige onevenwichtigheden geconstateerd. Daarnaast wil de Commissie ook onderzoeken starten naar potentiële nieuwe onevenwichtigheden in Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Luxemburg en Slowakije. De resultaten van de diepteonderzoeken worden in het voorjaar van 2023 verwacht. Als onderdeel van het analytische raamwerk voor de diepteonderzoeken zal de Commissie drie thematische notities opstellen over de ontwikkelingen op de huizenmarkt, concurrentievermogen en over handelsbalansen.

Wat betreft de eurozone-aanbevelingen stelt de Europese Commissie voor om in 2023 het begrotingsbeleid te coördineren om tijdig terug te keren naar het inflatiedoel van 2%. Om huishoudens en bedrijven te beschermen tegen hoge energieprijzen moeten lidstaten steunmaatregelen ontwerpen die tijdelijk en gericht zijn en generieke steunmaatregelen vermijden. Daarbij is het van belang dat de prikkel om gasverbruik te verminderen blijft bestaan. Verder wordt aanbevolen om op middellange termijn begrotingsbeleid te voeren dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën waarborgt en de potentiële economische groei verhoogt. De tweede aanbeveling heeft betrekking op publieke investeringen om economische en sociale veerkracht te versterken en de groene en digitale transitie te ondersteunen. Ook dienen lidstaten middels RepowerEU Europa’s energie-onafhankelijkheid te vergroten. In aanbeveling drie wordt onder andere opgeroepen om de teruggang in koopkracht te beperken, met name voor lage inkomens, door middel van loongroei waarbij zogenaamde tweede ronde effecten voor de inflatie voorkomen dienen te worden. Aanbeveling vier gaat in op het belang dat steun aan bedrijven tijdelijk moet zijn en gericht op levensvatbare bedrijven en de prikkel voor gasbesparingen moet blijven bestaan. Daarnaast is het van belang om de effectiviteit van insolventieraamwerken te versterken. Tot slot beveelt de Commissie aan om de macro-economische stabiliteit te waarborgen, financiële integratie te stimuleren en risico’s te monitoren.

Nederland kan de presentatie van het herfstpakket aanhoren. Zoals hierboven aangegeven wordt het parlement per brief geïnformeerd over de Nederlandse inzet in de besprekingen over het herfstpakket die in de komende maanden zullen volgen.

Ecofin rapport voor de Europese Raad voor fiscale vraagstukken

Document: WK 15159 2022 REV 1

Aard bespreking: aanname rapport (hamerstuk)

Besluitvormingsprocedure: unanimiteit

Toelichting:

Tijdens de Ecofin Raad zal het Ecofin rapport voor fiscale vraagstukken, als hamerstuk worden aangenomen. In dit rapport wordt zoals gebruikelijk een stand van zaken gegeven van alle lopende ontwikkelingen. Er is geen bespreking voorzien tijdens de Ecofin Raad. Graag maakt het kabinet gebruik van de gelegenheid om in deze geannoteerde agenda twee ontwikkelingen toe te lichten; 1) de recente ontwikkelingen ten aanzien van het Debt Equity Bias Reduction Allowance (DEBRA)-richtlijnvoorstel28 en 2) vraagstuk over hoe om te gaan met door Oekraïne gederfde inkomstenbelasting.

Na een aantal technische besprekingen heeft het voorzitterschap – onder meer vanwege de volle agenda – voorgesteld om de onderhandelingen over het DEBRA-richtlijnvoorstel te bevriezen in afwachting van andere voorstellen op het gebied van de directe belastingen die op dit moment besproken worden en nog gepresenteerd zullen worden. Hierbij wordt onder andere gedoeld op het aankomende Business in Europe: Framework for Income Taxation (BEFIT)-richtlijnvoorstel dat naar verwachting in het derde kwartaal van 2023 door de Commissie zal worden gepresenteerd. Gezien de hoeveelheid fiscale voorstellen die thans besproken worden in de Raad en ook nog gepresenteerd zullen worden, en een mogelijke samenhang tussen het DEBRA-richtlijnvoorstel en het BEFIT-richtlijnvoorstel begrijpt het kabinet dat het de voorkeur heeft van verschillende lidstaten en het Tsjechische voorzitterschap om verdere behandeling van het DEBRA-richtlijnvoorstel uit te stellen.

Oekraïne heeft bij de Europese Commissie aandacht gevraagd voor door Oekraïne gederfde inkomstenbelasting als gevolg van gevluchte Oekraïners die (op afstand) in dienst blijven van een Oekraïense werkgever, en daarvoor inkomen ontvangen. Als deze Oekraïners langer dan een half jaar in een ander land verblijven dan verschuift de belastingplicht in veel gevallen van Oekraïne naar het andere land. Hierdoor loopt Oekraïne belastinginkomsten mis. De lidstaten hebben aangegeven dat het belangrijk is om Oekraïne te ondersteunen en daarbij ook verwezen naar de bredere steunpakketten van de lidstaten en de EU. Daarnaast hebben de lidstaten aangegeven maatregelen te kunnen verkennen om de gederfde inkomsten te minimaliseren. Het kabinet staat hier welwillend tegenover en zal dit verder bezien – ook in het licht van de bredere steunpakketten.

Presentatie Jaarverslag van de EU-begroting 2021 door de Europese Rekenkamer

Document: https://www.eca.europa.eu/nl/Pages/DocItem.aspx?did=61254

Aard bespreking: presentatie van Europese Rekenkamer

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Europese Rekenkamer (ERK) zal in de Ecofinraad het jaarverslag over EU-begroting 2021 presenteren. De presentatie van het jaarverslag met de bevindingen van de ERK is voor de Raad het startpunt van de dechargeprocedure.

Op basis van het jaarverslag stelt de Raad ieder jaar Raadsaanbevelingen op voor het Europees Parlement, dat decharge verleent aan de Europese Commissie over de uitvoering van de Europese begroting. In januari 2023 starten de inhoudelijke en technische besprekingen in het ambtelijke Begrotingscomité, die resulteren in een dechargeadvies van de Raad aan het Europees Parlement. De Ecofinraad beslist, waarschijnlijk in februari of maart, met gekwalificeerde meerderheid over het dechargeadvies. De rechtsbasis is art. 319 VWEU.

De ERK geeft in hun rapport over het verslagjaar 2021 wederom een afkeurende verklaring ten aanzien van de uitgaven van de EU-begroting. Het gemiddelde foutenpercentage (onrechtmatigheden) schat de ERK in op 3,0%. Dit is een toename ten opzichte van 2020, toen het foutenpercentage 2,7% was. De tolerantiegrens is maximaal 2%. Met name de uitgaven met een hoog risico, waarbij sprake is van vergoedingen op basis van declaraties (ten opzichte van bijvoorbeeld het toekennen van subsidies), kennen een relatief hoog foutenpercentage van 4,7% (2020: 4,0%). Dergelijke uitgaven zijn vaak omgeven door complexe regels voor het ontvangen en aanvragen van deze vergoedingen.

Het foutenpercentage betekent niet dat sprake is van fraude. De ERK heeft echter wel vijftien gevallen van vermoedelijke fraude geconstateerd, die zijn gemeld aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). De ERK heeft verder een goedkeurende verklaring afgegeven over de betrouwbaarheid van de financiële overzichten, zoals de balans en kasstroomoverzichten. Ook de ontvangsten bevatten geen fouten van materieel belang.

Voor Nederland vormen het oordeel en de bevindingen van de ERK een belangrijke bijdrage in de standpuntbepaling ten aanzien van de aanname van Raadsaanbevelingen voor decharge. In eerdere jaren heeft Nederland zich doorgaans kritisch opgesteld in de discussie over de Raadsaanbevelingen voor decharge. De Raadsaanbevelingen waren volgens Nederland in het verleden in de meeste jaren onvoldoende in lijn met het oordeel van de ERK, wat meestal resulteerde in een tegenstem voor de aanname van de Raadsaanbevelingen. Ook dit jaar zal het kabinet zich actief inzetten voor Raadsaanbevelingen die de conclusies van de ERK voldoende reflecteren. Indien de concept-Raadsaanbevelingen dit jaar een onvoldoende krachtig signaal geven met betrekking tot het overschrijden van de materialiteitsgrens zal het kabinet tegen aanname daarvan stemmen.

De Tweede Kamer wordt te zijner tijd geïnformeerd over de inhoud van de Raadsaanbevelingen over de decharge en het uiteindelijke oordeel van het kabinet hierover.


X Noot
2

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1702.

X Noot
4

Het betreft hier de rente-opslag op een EFSF-lening van 11,3 miljard euro die gebruikt is voor de terugkoop van schulden in kader van de Griekse schuldherstructurering. Op de overige EFSF-leningen betaalt Griekenland al geen rente-opslag, maar alleen de financieringskosten van het EFSF.

X Noot
6

Kamerstuk 21 501-07 nr. 1530.

X Noot
7

De teruggave van kapitaal is al verwerkt in de begroting van Financiën voor 2022: Kamerstuk 35 925 IX, nr. 2.

X Noot
8

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1871.

X Noot
9

De Raad heeft normaalgesproken in principe een maand de tijd om te beslissen vanaf het moment waarop de Commissie een voorstel heeft gedaan, maar kan de termijn van besluitvorming in «uitzonderlijke gevallen» met twee maanden verlengen.

X Noot
10

Kamerstuk 21 501-07, nrs. 1766, 1769, 1772, 1773, 1786, 1788 en 1842, Kamerstuk

35 982, H en Kamerstuk 21 501-07 nr. 1897.

X Noot
11

Uitkering van middelen kan plaatsvinden tot uiterlijk 31 maart 2024.

X Noot
12

Kamerstukken 22 112 en 36 045, nr. 3520.

X Noot
13

Motie van het lid Piri (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1829).

X Noot
14

Dit is een besluit van de Raad waarin een politiek standpunt wordt aangenomen over het voorstel. Bij een algemene benadering wordt bewerkstelligd dat de lidstaten politiek akkoord zijn met het voorstel, zodat snelle afronding kan volgen.

X Noot
15

Kamerstuk 25 087, nr. 234, Kamerstuk 35 663, nr. 14 en Kamerstuk 25 087, nr. 277.

X Noot
16

Kamerstuk 25 087, nr. 299.

X Noot
17

Kamerstuk 22 112, nr. 3187.

X Noot
19

Het huidige EMB is tot stand gekomen op 14 december 2020 te Brussel en per 1 juni 2021 in werking getreden met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021. In december 2021 heeft de Commissie een voorstel voor een besluit van de Raad ter wijziging van het Eigenmiddelenbesluit gepubliceerd ter introductie van drie nieuwe eigen middelen.

X Noot
20

Kamerstuk 22 112, nr. 3192.

X Noot
21

Kamerstuk 22 112, nr. 3197.

X Noot
23

Kamerstukken 22 112, nr. 3279.

X Noot
24

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1510.

X Noot
25

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1815.

X Noot
26

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1837.

X Noot
28

Richtlijnvoorstel met regels ter vermindering van de ongelijke behandeling van vreemd en eigen vermogen en ter beperking van de renteaftrek in de vennootschapsbelasting, COM(2022) 216.

Naar boven