Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201921501-07 nr. 1565

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1565 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 januari 2019

De vaste commissie voor Financiën heeft mij bij brief van 7 december 2018 verzocht te reageren op de verklaring van het Contactcomité van de presidenten van de nationale rekenkamers van de EU en de Europese Rekenkamer over tekortkomingen in de verantwoordings- en controleregelingen van het toezichtsmechanisme voor banken in de eurozone.1 Hierbij ontvangt uw Kamer de verzochte reactie.

De rekenkamerpresidenten vragen in de verklaring aandacht voor lacunes in de controlebevoegdheden: nationale rekenkamers die voorheen een mandaat hadden om het toezicht op alle banken te controleren, zijn met de komst van het Europees bankentoezicht niet meer in staat om deze rol te vervullen ten aanzien van de zogeheten significante instellingen. Het verlies van dit controlemandaat wordt niet gecompenseerd door het mandaat van de Europese Rekenkamer ten aanzien van de Europese Centrale Bank. De rekenkamerpresidenten doen tegen deze achtergrond een drietal aanbevelingen die overeenkomen met de aanbevelingen uit het gezamenlijke rapport dat vijf nationale rekenkamers van de EU, waaronder de Algemene Rekenkamer, in december 2017 presenteerden.2 Nieuw is dat het Contactcomité ook een nadrukkelijk beroep doet op de nationale regeringen en parlementen, als ook op de relevante organen van de EU, om de lacunes weg te nemen.

Zoals ik uw Kamer in eerdere brieven heb laten weten, vind ik onduidelijkheid over het mandaat van de Europese Rekenkamer onwenselijk.3 Nederland is voorstander van goed georganiseerde, sluitende publieke controle op het bankentoezicht, op zowel nationaal als Europees niveau, en zet zich in Europa actief in voor verduidelijking van het mandaat alsmede verbetering van de informatiepositie van de Europese Rekenkamer. Bij brief van 6 februari 2017 heeft mijn ambtsvoorganger de vorige voorzitter van het centrale bankentoezicht, Danièle Nouy, opgeroepen de juridische mogelijkheden te onderzoeken om de Europese Rekenkamer voldoende toegang tot informatie te verlenen.4 Ook heeft Nederland in de Eurogroep van 26 en 27 januari 2017 zorgen uitgesproken over het «controlegat» en de Commissie en de Europese Centrale Bank gevraagd te zoeken naar een manier om afspraken te maken tussen de Europese Centrale Bank en de Europese Rekenkamer.5 De Europese Centrale Bank heeft daarbij toegezegd binnen de juridische grenzen hieraan te gaan werken. Ook heeft de Commissie, in haar mededeling van 11 oktober 2017, de Europese Centrale Bank en de Europese Rekenkamer uitgenodigd een inter-institutionele overeenkomst over hun onderlinge informatie-uitwisseling te sluiten in het kader van de controles van de Europese Rekenkamer.6 Ondanks deze inspanningen is een inter-institutionele overeenkomst nog niet tot stand gekomen. In dit licht bezie ik de recente oproep van de rekenkamerpresidenten.

De termijn van Danièle Nouy is sinds 1 januari 2019 ten einde; haar opvolger is Andrea Enria. Hij zal naar verwachting dit voorjaar een Eurogroepvergadering bijwonen. Ik zal van die gelegenheid gebruik maken om het onderwerp nogmaals bij de voorzitter van het centrale bankentoezicht, nu in de persoon van de heer Enria, onder de aandacht te brengen. Ik zal hem daarbij vragen naar de voortgang op dit onderwerp en wijzen op de inmiddels verstreken tijd.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Verklaring van het Contactcomité van de EU (CC 1/2018) van 13 november 2018, aangeboden door de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer bij brief van 26 november 2018, Kamerstuk 21 501-07, nr. 1555.

X Noot
2

Dit rapport is opgenomen als bijlage bij Kamerstuk 21 501-07, nr. 1476.

X Noot
3

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1484 resp. nr. 1502.

X Noot
4

De brief is opgenomen als bijlage bij Kamerstuk 22 112, nr. 2323.

X Noot
5

Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 26 en 27 januari 2017 in Brussel, Kamerstuk 21 501-07, nr. 1412.

X Noot
6

Report from the Commission to the European Parliament and the Council on the Single Supervisory Mechanism established pursuant to Regulation (EU) No 1024/2013, Brussel, 2017, COM (2017) 591.