Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-07 nr. 1331

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1331 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 4 december 2015

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de brief van 7 juli 2015 over Aanbieding Jaarverslag van het ESM over het jaar 2014, het jaarverslag van het auditcomité van het ESM en de reactie van het ESM management op de aanbevelingen van het auditcomité van het ESM (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1279).

De vragen en opmerkingen zijn op 16 oktober 2015 aan de Minister van Financiën voorgelegd. Bij brief van 3 december 2015 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Duisenberg

De waarnemend griffier van de commissie, Van den Eeden

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de fractie van de VVD hebben met belangstelling kennisgenomen van het jaarverslag van het ESM en de bijbehorende stukken. Deze leden hebben nog een aantal vragen en opmerkingen.

Helaas hebben de leden van de VVD-fractie moeten constateren dat het verslag van de Board of Auditors vertrouwelijk is. Dit vinden deze leden een bijzonder vreemde gang van zaken. Op welke bepaling in het verdrag is de vertrouwelijkheid gebaseerd? Is de Minister bereid de vertrouwelijkheid op te heffen? Zo nee, waarom niet? Wat gaat de Minister eraan doen om deze stukken voortaan openbaar verstrekt te krijgen?

Belangrijk in deze kwestie is de toezegging gedaan op 22 mei 2012 bij de behandeling van het wetsvoorstel tot ratificatie van het ESM-Verdrag. De Minister van Financiën heeft de Kamer toen toegezegd: «De heer Harbers heeft gevraagd of het sturen van het verslag binnen 30 dagen aan de nationale parlementen inhoudt dat het ook onverwijld kan. In het verdrag staat dat het jaarverslag inclusief het rapport van de Board of Auditors binnen 30 dagen aan de nationale parlementen moet worden gestuurd. Als het beschikbaar is, kan het onverwijld. Het kost altijd enige tijd om iets te sturen, maar het wordt ook onmiddellijk op internet gepubliceerd. Wij zullen het zo snel mogelijk doen.»

De toezegging, ook om op internet te publiceren, gold ook het rapport van de Board of Auditors. De reden voor de vraag en toezegging lag ook toen al besloten in het vraagstuk dat er een apart controle instrumentarium werd opgezet, buiten de reguliere rol van de Rekenkamer(s). Juist om te voorkomen dat er een sfeer van achterdocht en geheimhouding zou ontstaan, is om de toezegging gevraagd en is deze gedaan. Openbaarmaking, en wel zo snel mogelijk, in één van de ESM-lidstaten betekent per saldo namelijk dat het in alle lidstaten toegankelijk is en daarmee openbaar. Wat gaat de Minister doen om deze toezegging, en ook de strekking daarvan, nu en in de toekomst na te komen?

Het jaarverslag laat zien dat het ESM een stabiel fonds is met een zeer hoge kredietwaardigheid. Kan de Minister aangeven hoe deze stabiliteit gewaarborgd kan blijven? Kan er bijvoorbeeld gedacht worden om een risicoparagraaf in het jaarverslag op te nemen of apart te publiceren, of wellicht iets vergelijkbaars met de «schokproef» uit de Nederlandse miljoenennota’s? Kan de Minister hier specifiek ingaan op het valutarisico bij het investeren in vreemde valuta en hoe deze risico’s afgedekt worden?

Kan de Minister ingaan op hoe het niveau van risico’s wordt vastgesteld? Wie of welke gremia geven hun goedkeuring voor een acceptabel niveau van risico? Kan de Minister ook ingaan op de betrokkenheid van de aandeelhouders en het parlement in deze beslissing?

In het jaarverslag is te lezen dat het ESM en het EFSF samen tot de grootste partijen horen voor wat betreft de uitgifte van «euro bills» en «bonds». Kan de Minister aangeven aan de leden van de fractie van de VVD hoe hij hier tegenaan kijkt? Is het zijn insteek om deze uitgifte de komende jaren te verminderen?

Wat gebeurt er met de winst die het ESM maakt, vragen de leden van de VVD-fractie zich af.

Kan de Minister aangeven wat de meest succesvolle hervormingen zijn die programmalanden hebben geïmplementeerd? Wat zijn de succesvolle elementen? Is de Minister het met de leden van de VVD-fractie eens dat programmalanden ook moeten streven naar een begrotingsevenwicht? Kunt u verder aangeven of er een rol is, en zo ja, wat de rol van het ESM is bij het vergroten van betrouwbaarheid van nationale statistische bureaus of gegevens (bijv. in Griekenland?)

De leden van de fractie van de VVD vragen zich af of best practises van programmalanden ook gebruikt worden bij andere programmalanden, zoals Griekenland. Het jaarverslag noemt een aantal geslaagde voorbeelden, zoals de herkapitalisatie van banken in Ierland. Of door de succesvolle «tax collection». Op pagina 27 van het jaarverslag wordt daarnaast gesproken over hoger dan verwachtte opbrengsten door het aanpakken van belastingontwijking in Portugal. Hoe wordt gebruik gemaakt van deze best practises in andere landen, zoals bijvoorbeeld in Griekenland?

Kan de Minister ingaan op de rol van het ESM bij Post-Programme Surveillance?

Het jaarverslag spreekt over het DRI-instrument, ofwel de directe bankherkapitalisatie. Heeft het ESM een banklicentie nodig voor dit instrument? Heeft het ESM überhaupt een banklicentie?

Het ESM wordt in het jaarverslag genoemd als een «lender of last resort» omdat de ECB deze rol vanwege de Europese verdragen niet kan oppakken. Hoe borgt men dat de functies van deze instituties niet met elkaar botsen, vooral ook bij directe bankherkapitalisatie?

De leden van de VVD-fractie stellen tevreden vast dat het ESM als losstaande entiteit van de Europese rechtsorde is verankerd. Zij constateren dat er desondanks oproepen geweest zijn om het ESM om te vormen tot een breder «conjunctuurstabilisatiefonds». Kan de Minister (her)bevestigen dat de fondsen uit het ESM onder geen mogelijkheid gebruikt zullen gaan worden voor financiering van andere doeleinden dan die van het ESM, noch dat hij voorstander is om dit op een later moment te doen?

Kan de Minister aangeven hoe hij zijn rol als voorzitter van de Board of Governors van het ESM heeft ingevuld? Zijn er bepaalde accenten die hij heeft aangelegd die een ander niet zou leggen? Heeft hij zelf nog voornemens of ambities voor het komende jaar rond het ESM?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA

De leden van de PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het jaarverslag 2014 van het ESM. Zij hebben hierbij enkele vragen.

De leden van de PvdA-fractie constateren tevreden dat van de vijf landen die steun hebben gekregen van het ESM (of EFSF), inmiddels drie landen het programma hebben verlaten, namelijk Portugal, Ierland en Spanje. Deze landen hebben de noodzakelijke maatregelen genomen om weer het vertrouwen te krijgen van de markt. Welke rente betalen deze landen nu op de markt? Wat is het verschil in tarief met Duitsland? In hoeverre weerspiegelen deze tarieven reële marktvoorwaarden? Betalen deze landen nog altijd een lagere rente dan men zou verwachten op basis van de zelfstandige economieën van deze landen, met andere woorden, in hoeverre neemt de markt nog impliciete garanties aan?

Het ESM geeft in het eerste hoofdstuk een interessante analyse over de lessen van de eurocrisis. In hoeverre deelt de Minister deze analyse? Het ESM stelt dat zij tegen gunstige voorwaarden kan lenen, zonder dat moral hazard een onoverkomelijk probleem wordt. Als verklaring hiervoor wordt de politieke schade genoemd. Waar baseert het ESM dit op? In hoeverre deelt de Minister die stelling?

Het ESM stelt dat met de huidige gereedschapskist, de gevolgen van de afgelopen crisis milder waren geweest. Deelt de Minister die analyse? In hoeverre acht de Minister de Eurozone klaar voor een eventuele nieuwe crisis? In hoeverre is de bankenunie op voldoende niveau?

Het ESM stelt, in tegenstelling tot het IMF, dat de contante waarde van de staatsschuld van Griekenland relevant is voor de beoordeling van de schuldhoudbaarheid. Zij stelt evenwel niet hoe hoog de contante waarde van de Griekse schuld is ten opzichte van het nationale inkomen. Wat is de hoogte van de contante waarde van de Griekse staatsschuld ten opzichte van de Griekse economie? Het ESM stelt wel dat de maatregelen zoals een lagere rente en verlengde aflossingstermijnen hebben geresulteerd in een effectieve schuldverlichting van 49% van het Griekse BBP. Hoe beoordeelt de Minister deze stelling? Deelt het IMF deze analyse? Wat beschouwt de Minister als een houdbare schuld, uitgaande van de contante waarde van de schuld?

Ierland laat ontegenzeggelijk mooie groeicijfers zien. Tegelijkertijd is het begrotingstekort nog altijd vrij hoog. Hoe vindt de Minister dit verhouden tot het lage vennootschapsbelastingtarief voor buitenlandse bedrijven in Ierland? In hoeverre draagt Ierland bij aan haar eigen begrotingstekort door de race to the bottom te leiden? Hoe beoordeelt de Minister een minimumtarief in de vennootschapsbelasting om de race to the bottom te beëindigen, en zo landen als Ierland in staat te stellen een reëel bedrag aan vennootschapsbelasting te heffen?

Het ESM hanteert een risicoprofiel. Wat voor risicoprofiel hanteert het ESM? In hoeverre is hier discussie over in de board of directors?

Het ESM heeft een winst geboekt van EUR 443 miljoen. Welke bestemming heeft deze winst? In hoeverre wordt deze winst teruggegeven aan programmalanden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het ESM jaarverslag over 2014. Zij hebben hierover nog een aantal vragen.

De leden lezen in het jaarverslag dat met de huidige eurozone toolbox de crisis milder zou zijn uitgepakt. De weergave van het effect van de toolbox op de economische of financiële situaties die uiteindelijk bijdroegen aan het ontstaan van de crisis, is echter zeer beknopt, zo constateren de leden. Kan de Minister per instrument uit de toolbox, en het daarbij geschetste «what if»-scenario, aangeven in hoeverre hij de analyse van het ESM deelt?

In het jaarverslag wordt de lancering van het eerste technische assistentie project genoemd. Het ESM heeft in dit project een adviserende rol. Hoe wordt dit advies opgesteld (in hoeverre worden de regeringen van deze landen, in dit geval Cyprus, actief betrokken), willen de leden van de SP-fractie weten. Wordt er advies gegeven op basis van de vragende partij, of worden landen benaderd door het ESM? Wat is de status van dit advies voor landen die er gebruik van maken? Zijn deze adviezen openbaar?

Het valt de leden van de SP-fractie op dat de tekstuele uitleg bij het financiële rapport nogal summier is. Zo wordt er geen toelichting gegeven bij de stafuitbreiding van het ESM, noch bij administratieve service die verleend zou zijn aan het EFSF, terwijl het om tientallen miljoenen euro’s gaat. Kan deze toelichting alsnog worden gegeven? De leden van de SP-fractie vragen de Minister om er bij het ESM op aan te dringen dergelijke uitgaven in het volgende jaarverslag transparant te maken. Is de werkwijze van het ESM volgens de Minister in algemene zin transparant te noemen? Waar (in welke bestuurslagen en procedures) zou de Minister graag verbetering zien?

De leden van de SP-fractie zijn geïnteresseerd of de Minister het PwC-rapport over 2014 ingezien heeft. Kan dit rapport ook beschikbaar worden gemaakt aan de Tweede Kamer?

Het Rekenkamerrapport «Noodsteun voor eurolanden tijdens de crisis» constateert dat de democratische controle van de noodfondsen tekortschiet, en dat de nationale parlementen in het geval van het ESM zelfs buitenspel staan. Bij de opmerking dat ons parlement akkoord is gegaan met de procedure die de uitkering van ESM-noodsteun regelt, en dat deze procedure formeel gezien dus democratisch genoemd kan worden, plaatst de Algemene Rekenkamer kritische kanttekeningen. In hoeverre deelt de Minister deze opvattingen van de Rekenkamer? Kan de Minister een duiding geven van de democratische controle en verantwoording van het ESM middels dit jaarverslag, en de kritiek en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer op dit punt?

De leden van de SP-fractie constateren dat het verslag van het auditcomité vertrouwelijk is, hoewel daar in het ESM-verdrag nergens melding van wordt gemaakt. Kan de Minister toelichten waarom het rapport van het auditcomité en de reactie van het ESM management daarop vertrouwelijk worden toegestuurd? Is hij bereid om zich in internationaal verband in te spannen voor de openbaarmaking van deze stukken?

Wat de uitvoering van effectiviteit binnen het ESM betreft, willen de leden van de SP-fractie van de Minister horen hoe hij de interne procedures van het ESM, die doelmatigheid moeten beoordelen, apprecieert. Kan daarbij ook worden ingegaan op de openbare en democratische controle van de procedures?

De leden van de SP-fractie vragen de Minister of hij bereid is om zich in te spannen voor het opnemen van een risicoparagraaf in het jaarverslag van het ESM, die momenteel ontbreekt. Ook willen zij weten in hoeverre de parlementaire controle van het ESM volgens de Minister in Nederland voldoende is gewaarborgd. Ziet de Minister mogelijkheden tot versterking van de parlementaire controle van het ESM, inclusief het risicomanagement?

In het jaarverslag wordt de mogelijkheid genoemd om in de toekomst te investeren in andere valuta dan de euro. Kan de Minister scenario’s schetsen waarin er gekozen zou kunnen worden voor investeringen in vreemde valuta, en op welke wijze de daarmee gepaard gaande risico’s zouden worden afgedekt?

In het jaarverslag lezen de leden van de SP-fractie dat er in 2014 in totaal 443.9 miljoen euro winst is gemaakt. Kan de Minister toelichten hoe deze winst is aangewend?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag 2014 van het ESM. Zij merken op dat het goed is dat er een uitgebreid jaarverslag voorligt, maar stellen ook dat er nog veel zaken onbesproken blijven. Daarom maken deze leden gebruik van de mogelijkheid tot het stellen van vragen. De leden van de CDA-fractie maken zich ernstig zorgen over de controle op de miljardensteun uit het EFSF en het ESM. Zij wijzen de Minister hierbij ook op het Rekenkamerrapport ««Noodsteun voor eurolanden tijdens de crisis» in deze. 1

Voor de controle op het EFSF is er geen board of auditors. De leden van de CDA-fractie zijn teleurgesteld dat het kabinet niet akkoord ging met het voorstel om de board of auditors van het ESM ook voor het EFSF van toepassing te laten zijn.

Uit de Miljoenennota blijkt een garantstelling van € 49 miljard aan het EFSF en een garantstelling van € 35 miljard aan het ESM. Het EFSF/ESM, dat gezamenlijk gerund wordt, is dus de grootste garantstelling van de Nederlandse overheid en op die garantstelling dient een fatsoenlijke controle te zijn met een board of auditors en een antwoord.

De leden van de CDA-fractie blijven zorgen houden over de controle op het ESM. Is de Minister met deze leden van mening dat een sterkere borging van de controle binnen de bestaande Europese instituties van meerwaarde zou kunnen zijn? De leden van de CDA-fractie snappen de overwegingen die ten grondslag lagen aan het besluit om van het ESM geen EU-instituut te maken, maar een communautaire instantie. Toch zouden deze leden graag zien dat het ESM zich vervolgens wel houdt aan de EU-wetgeving zoals we dat voor andere instituties wel kennen. Is de Minister bereid te onderzoeken hoe dit het beste kan worden vormgegeven? En zo niet, waarom niet?

Tot grote ergernis van de leden van de CDA fractie heeft de Minister dit jaar besloten om het rapport van het court of auditors vertrouwelijk aan de Tweede Kamer te verschaffen. Dit betekent dat Kamerleden er kennis van kunnen nemen, maar zelfs tijdens het lezen geen aantekeningen mogen maken. De commissie Financiën heeft op initiatief van deze leden besloten een vertrouwelijk overleg te voeren, waarbij zowel de vragen als de antwoorden vertrouwelijk blijven. Maar dit werkt zeer belemmerend in de controlefunctie en is een grote stap terug. Vorig jaar kreeg de Tweede Kamer het rapport van de court of auditors (21 501-07, nr. 1158) gewoon als openbaar stuk in de Tweede Kamer. Nu is het in een keer supergeheim. Nou ja, supergeheim…. Het Vlaams parlement publiceert deze documenten gewoon openlijk op haar website. Het parlement van Malta publiceert de brief van het management.

Na lezing van de stukken kunnen de leden van de CDA-fractie echt geen enkele reden bedenken waarom dit stuk geheel of slechts voor een deel vertrouwelijk zou moeten zijn. Kan de Minister die redenen wel geven? Wat is het oordeel van de Minister zelf over het feit dat dit rapport geheim blijft? En wil de Minister, die tevens voorzitter is van de board of governors van het ESM, ervoor zorgen dat deze stukken standaard openbaar worden, evenals het schriftelijk overleg dat de Tweede Kamer met hem erover voert?

Dit jaar waren eerst zowel de leningvoorwaarden aan Griekenland geheim als de controle. Voor de leden van de fractie van het CDA is dat een onacceptabele gang van zaken. Gelukkig werden de leningvoorwaarden openbaar voor het parlementaire debat. Deze leden roepen de Minister op hetzelfde te doen met het verslag van de court of auditors en de reactie van het ESM daarop. Is de Minister daartoe bereid? En is hij bereid om de by laws van het ESM tegen het licht te houden?

De leden van de CDA-fractie hebben zorgen over de controle op de doelmatigheid van uitgaven aan de organisatorische kant van het ESM. Acht de Minister die controle nu voldoende? Andere zorgen hebben deze leden over het risicomanagement van het ESM. Gezien de grote bedragen die er in het ESM omgaan, nu en in de toekomst, is een strakkere sturing op risico’s wat deze leden betreft geen overbodige luxe. Is de Minister dit met deze leden eens en is hij bereid om te pleiten voor een risicoparagraaf in het jaarverslag van het ESM?

Tenslotte vragen deze leden naar het financieel beheer van winsten binnen het ESM. Kan de Minister aangeven wat er met de winst over 2014 gebeurd? Kan de Minister aangeven welke bestemming hij wenst voor winsten van het ESM?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het ESM jaarverslag over 2014. Zij hebben hierover nog een aantal vragen.

De leden lezen in het jaarverslag dat met de huidige eurozone toolbox de crisis milder zou zijn uitgepakt. De weergave van het effect van de toolbox op de economische of financiële situaties die uiteindelijk bijdroegen aan het ontstaan van de crisis, is echter zeer beknopt, zo constateren de leden. Kan de Minister per instrument uit de toolbox, en het daarbij geschetste «what if»-scenario, aangeven in hoeverre hij de analyse van het ESM deelt?

In het jaarverslag wordt de lancering van het eerste technische assistentie project genoemd. Het ESM heeft in dit project een adviserende rol. Hoe wordt dit advies opgesteld (in hoeverre worden de regeringen van deze landen, in dit geval Cyprus, actief betrokken), willen de leden van de SP-fractie weten. Wordt er advies gegeven op basis van de vragende partij, of worden landen benaderd door het ESM? Wat is de status van dit advies voor landen die er gebruik van maken? Zijn deze adviezen openbaar?

Het valt de leden van de SP-fractie op dat de tekstuele uitleg bij het financiële rapport nogal summier is. Zo wordt er geen toelichting gegeven bij de stafuitbreiding van het ESM, noch bij administratieve service die verleend zou zijn aan het EFSF, terwijl het om tientallen miljoenen euro’s gaat. Kan deze toelichting alsnog worden gegeven? De leden van de SP-fractie vragen de Minister om er bij het ESM op aan te dringen dergelijke uitgaven in het volgende jaarverslag transparant te maken. Is de werkwijze van het ESM volgens de Minister in algemene zin transparant te noemen? Waar (in welke bestuurslagen en procedures) zou de Minister graag verbetering zien?

De leden van de SP-fractie zijn geïnteresseerd of de Minister het PwC-rapport over 2014 ingezien heeft. Kan dit rapport ook beschikbaar worden gemaakt voor de Tweede Kamer?

Het Rekenkamerrapport «Noodsteun voor eurolanden tijdens de crisis» constateert dat de democratische controle van de noodfondsen tekortschiet, en dat de nationale parlementen in het geval van het ESM zelfs buitenspel staan. Bij de opmerking dat ons parlement akkoord is gegaan met de procedure die de uitkering van ESM-noodsteun regelt, en dat deze procedure formeel gezien dus democratisch genoemd kan worden, plaatst de Algemene Rekenkamer kritische kanttekeningen. In hoeverre deelt de Minister deze opvattingen van de Rekenkamer? Kan de Minister een duiding geven van de democratische controle en verantwoording van het ESM middels dit jaarverslag, en de kritiek en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer op dit punt?

De leden van de SP-fractie constateren dat het verslag van het auditcomité vertrouwelijk is, hoewel daar in het ESM-verdrag nergens melding van wordt gemaakt. Kan de Minister toelichten waarom het rapport van het auditcomité en de reactie van het ESM management daarop vertrouwelijk worden toegestuurd? Is hij bereid om zich in internationaal verband in te spannen voor de openbaarmaking van deze stukken?

Wat de uitvoering van effectiviteit binnen het ESM betreft, willen de leden van de SP-fractie van de Minister horen hoe hij de interne procedures van het ESM, die doelmatigheid moeten beoordelen, apprecieert. Kan daarbij ook worden ingegaan op de openbare en democratische controle van de procedures?

De leden van de SP-fractie vragen de Minister of hij bereid is om zich in te spannen voor het opnemen van een risicoparagraaf in het jaarverslag van het ESM, die momenteel ontbreekt. Ook willen zij weten in hoeverre de parlementaire controle van het ESM volgens de Minister in Nederland voldoende is gewaarborgd. Ziet de Minister mogelijkheden tot versterking van de parlementaire controle van het ESM, inclusief het risicomanagement?

In het jaarverslag wordt de mogelijkheid genoemd om in de toekomst te investeren in andere valuta dan de euro. Kan de Minister scenario’s schetsen waarin er gekozen zou kunnen worden voor investeringen in vreemde valuta, en op welke wijze de daarmee gepaard gaande risico’s zouden worden afgedekt?

In het jaarverslag lezen de leden van de SP-fractie dat er in 2014 in totaal 443.9 miljoen euro winst is gemaakt. Kan de Minister toelichten hoe deze winst is aangewend?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag ESM 2014 en de bijbehorende brief van de Minister.

Naar aanleiding van het genoemde punt brengen de leden van de PVV-fractie het volgende naar voren.

Allereerst vragen de leden van de PVV-fractie naar een overzicht van de voorwaarden (prior actions) waar Griekenland reeds aan voldaan moest hebben en in hoeverre hier reeds aan voldaan is. Wat gebeurt er als hier niet aan voldaan wordt?

Daarnaast willen de leden van de PVV-fractie weten hoeveel Nederland inmiddels garant staat voor Griekenland door de noodfondsen en de interventies van de ECB. Hoe groot is de schade voor Nederland als Griekenland alsnog besluit om niets terug te betalen en uit de euro te stappen (incl. Target-2 risico)?

Voorts vragen de leden van de PVV-fractie of de Minister middels een tijdlijn een overzicht kan geven van wanneer de programmalanden afgelost hebben en af zullen lossen en aan welk orgaan.

Ook vragen de leden van de PVV-fractie naar een overzicht van de looptijden, het aflossingsschema en de rentestanden van de verschillende steunprogramma’s aan de verschillende programmalanden.

De leden van de PVV-fractie willen ten slotte weten op welke wijze leningen worden gewaardeerd. Is dat tegen de nominale waarde? Heeft een daling van de rente en/of verlening van de looptijd een effect op de waarde van de lening?

II Reactie van de Minister

Vertrouwelijkheid van documenten

De leden van de fracties van de VVD, SP en CDA hebben gevraagd waarom het rapport van het auditcomité en de reactie van het ESM management daarop vertrouwelijk worden toegestuurd. De leden van de VVD-fractie vragen op welke bepaling in het verdrag de vertrouwelijkheid is gebaseerd. Ook vragen de leden van de VVD en SP-fracties of de Minister bereid is de vertrouwelijkheid op te heffen, zich hiervoor internationaal in te spannen en wat de Minister eraan gaat doen om deze stukken voortaan openbaar verstrekt te krijgen. De leden van de VVD-fractie geven aan dat er op 22 mei 2012 een toezegging is gedaan aan de Tweede Kamer dat het jaarverslag, maar ook het rapport van de Board of Auditors aan de Tweede Kamer gestuurd zou worden en op internet gepubliceerd zou worden. De leden van de VVD-fractie vragen wat de Minister gaat doen om deze toezegging, en ook de strekking daarvan, nu en in de toekomst na te komen.

In algemene zin is door de Board of Auditors van het ESM en het ESM Management gekozen voor vertrouwelijkheid, omdat het rapport ook in moet kunnen gaan op marktgevoelige aspecten van het werk van het ESM. Door ex ante voor vertrouwelijkheid te kiezen zou de Board of Auditors niet geremd worden om alle zaken (ook vertrouwelijke, marktgevoelige informatie) te bespreken. Als, zoals in dit geval, echter blijkt dat een rapport geen marktgevoelige informatie bevat, dan ben ik het met u eens dat deze stukken omwille van de transparantie gewoon publiekelijk beschikbaar moeten komen. Na de jaarvergadering van het ESM in juni 2015 is door Nederland aan het ESM gevraagd of het rapport van de Board of Auditors alsmede de reactie van het ESM Management openbaar gemaakt kunnen worden. Het ESM heeft toen besloten beide documenten als vertrouwelijk te labellen. Daarom heb ik begin juli besloten de documenten vertrouwelijk aan de Algemene Rekenkamer en het parlement te sturen (vertrouwelijk meegestuurd bij Kamerstuk 21 501-07, nr. 1279). Ik ben er voor om zoveel mogelijk ESM documenten (inclusief het Board of Auditors rapport) standaard publiekelijk beschikbaar te stellen, tenzij er zwaarwegende redenen van de auteurs voor vertrouwelijkheid zijn. Daarom is door Nederland ook meerdere keren aan het ESM gevraagd de stukken openbaar te maken (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1330). Ik heb ook aangegeven in een gesprek met de aftredend en aankomend voorzitter van de ESM Board of Auditors op 28 oktober jl. dat ik voorstander ben om documenten in principe publiek beschikbaar te stellen. Op de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs in juni 2016 zullen de gouverneurs bespreken hoe er voortaan omgegaan zal worden met de publicatie van het jaarlijkse rapport van de Board of Auditors en de reactie van het ESM Management op dat rapport. Ik zal me daar inzetten voor openheid zoals hiervoor geschetst. Het Board of Auditors rapport bij het ESM jaarverslag alsmede de reactie van het ESM Management hierop zou wat mij betreft standaard na bespreking in de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs publiekelijk beschikbaar gesteld kunnen worden, tenzij de Raad van Gouverneurs zwaarwegende redenen ziet om dit niet te doen. Hiermee kom ik ook de toezegging aan de Tweede Kamer van de voorgaande Minister van Financiën na.

De leden van de CDA-fractie hebben gevraagd of de Minister bereid is de by-laws tegen het licht te houden.

Momenteel zie ik daar geen aanleiding voor, omdat de by-laws niet voorschrijven dat het rapport van de Board of Auditors vertrouwelijk aan nationale parlementen, het Europees parlement, de Europese Rekenkamer en de nationale Rekenkamers verzonden moet worden. Zoals aangegeven kan de Raad van Gouverneurs hier zelf duidelijke afspraken over maken en ik zal me in de vergadering van de Raad van gouverneurs sterk maken voor het openbaar maken van het rapport van de Board of Auditors en de reactie van het ESM management hierop, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit niet te doen.

Risicobeleid ESM

De leden van de VVD-fractie vragen hoe de stabiliteit van het ESM gewaarborgd kan blijven. Ook vragen de leden van de VVD- CDA- en PvdA-fractie of in het jaarverslag een risicoparagraaf kan worden opgenomen of iets vergelijkbaars met de schokproef overheidsfinanciën. Tenslotte heeft de PvdA-fractie gevraagd welk risicoprofiel het ESM hanteert en in hoeverre hier discussie over is in de Raad van bewind van het ESM.

Om de stabiliteit van het ESM te waarborgen is het van belang dat het ESM een betrouwbare marktpartij blijft voor investeerders. Dit hangt samen met het investerings-, financierings- en risicobeleid dat het ESM voert. Dit beleid is vastgelegd in diverse richtsnoeren die zijn bekrachtigd door de Raad van Bewind van het ESM. Daarnaast is het voor de stabiliteit en kredietwaardigheid van het ESM ook van belang dat de aandeelhouders, oftewel de lidstaten, voldoende kredietwaardig zijn.

Het ESM rapporteert in het jaarverslag over het risicobeleid in een risicoparagraaf. De discussie over het risicoprofiel vindt in eerste instantie plaats in een subcomité van de Raad van Bewind (Board Risk Comité) dat op regelmatige basis door het ESM wordt geïnformeerd over het risicobeleid van het ESM. De Board Risk Comité rapporteert aan de Raad van bewind, die uiteindelijk de beslissingen neemt. Ook kent het ESM een zogenaamde Early Warning procedure. Deze procedure houdt in dat het ESM de lidstaten die financiële steun hebben ontvangen uit het EFSF en ESM monitort en de terugbetaalcapaciteit beoordeelt. Zodra het ESM grote risico’s signaleert, bijvoorbeeld een aanstaande mogelijke wanbetaling van een lidstaat die ESM-steun ontvangt of heeft ontvangen, dan kan het ESM tijdig dit risico beoordelen. Als het nodig blijkt dan kan de Managing Director van het ESM ook voorstellen presenteren hoe om te gaan bij het missen van een betaling. De uiteindelijke beslissing om actie te ondernemen is aan de Raad van Bewind van het ESM.

De leden van de fracties van de VVD en de PvdA hebben gevraagd naar het valutarisico bij het investeren in vreemde valuta’s en hoe deze risico’s worden afgedekt.

Het ESM heeft te maken met een lage rente omgeving in Europa, dit betekent dat het ESM momenteel weinig rendement haalt op de investeringen die gedaan worden. Het investeren in vreemde valuta’s is een van de mogelijkheden die het ESM heeft onderzocht om ondanks de lage renteomgeving toch voldoende rendement te behalen. Het investeringsbeleid van het ESM staat dit ook toe. In artikel 2 van het investeringsbeleid staat verder voorgeschreven dat het ESM de valutarisico’s moet afdekken bij investeringen in vreemde valuta’s. Het ESM doet dit door zogenaamde valuta swaps en valuta forwards af te sluiten. Investeren in vreemde valuta is echter nooit helemaal zonder risico’s, daarom hebben investeringen van het ESM in vreemde valuta alleen korte looptijden, wordt er alleen geïnvesteerd in de belangrijkste internationale valuta en wordt er alleen geïnvesteerd in zeer kredietwaardige instellingen. Door het investeren in vreemde valuta kan er in de huidige lage renteomgeving een hoger rendement gehaald worden en daarmee kan de waarde van het ingelegde ESM kapitaal behouden worden. Het ESM onderzoekt of de instrumenten die er zijn om in vreemde valuta te investeren in de toekomst kunnen worden uitgebreid, bijvoorbeeld om langere looptijden van investeringen in vreemde valuta mogelijk te maken. Hierbij geldt echter wel dat het valutarisico steeds moet worden afgedekt zoals artikel 2 van het Investeringsbeleid voorschrijft.

De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister kan ingaan op hoe het niveau van risico’s wordt vastgesteld? De leden van de VVD-fractie vragen wie goedkeuring geeft hiervoor en vraagt de Minister in te gaan op de betrokkenheid van aandeelhouders en het parlement in deze beslissing.

Afgevaardigden van lidstaten hebben in 2012 samen met het ESM de richtlijnen opgesteld voor het risicobeleid en het investeringsbeleid van het ESM, in lijn met artikel 22 van het ESM-Verdrag. De Raad van Bewind heeft in oktober 2012 ingestemd met deze richtsnoeren2. Het ESM moet zich houden aan deze richtsnoeren bij het bepalen van het risico- en investeringsbeleid. Het ESM kent een Three Lines of Defense model voor het beheersen van de risico’s (zie Kamerstuk 21 501-07, nr. 1332 voor meer informatie over dit model). Het ESM heeft een intern risicocomité, onder leiding van de «Head of Risk» van het ESM, die het risicobeleid van het ESM vaststelt en hierover rapporteert. Door het Three Lines of Defense Model is de Chief Risk Officer betrokken bij alle risicomanagementactiviteiten van het ESM. De Board Risk Comité, het subcomité van de Raad van Bewind spreekt op regelmatige basis over het risicobeleid van het ESM. Veel van de onderwerpen die in de Board Risk Comité worden besproken zijn vertrouwelijk, gezien de marktgevoelige informatie. Besluitvorming over aanpassingen in de richtlijnen worden uiteindelijk, na eerste besluitvorming in de Board Risk Comité, genomen in de Raad van Bewind. De aandeelhouders zijn daarmee goed betrokken bij het risicobeleid van het ESM. In het ESM-Verdrag is geen separate rol voorzien voor parlementen in het vaststellen van het risicobeleid van het ESM.

Investeringsbeleid ESM

De leden van de VVD vragen hoe de Minister aankijkt tegen het feit dat het ESM en het EFSF samen tot de grootste partijen behoren voor wat betreft de uitgifte van euro bills en bonds.

Het ESM geeft obligaties en t-bills uit om geld op te halen op de financiële markten. Dit is nodig om de taak uit te kunnen voeren, namelijk het verstrekken van leningen aan lidstaten met een ESM-programma hebben. Het is van belang dat het ESM obligaties en t-bills uitgeeft op regelmatige basis en daarmee een betrouwbare investeerder is voor marktpartijen. Het ESM heeft namelijk te maken met grote bedragen die worden uitgeleend, waardoor er vaak snel veel geld beschikbaar moet zijn. Dat kan alleen met een solide uitgifte- en investeringsbeleid. Gezien de omvang van het maatschappelijk kapitaal van het ESM en de leningen die verstrekt worden is het daarmee onvermijdelijk dat het ESM tot een van de grootste partijen hoort als het gaat om uitgifte van euro bills en bonds. Het uitgiftebeleid van obligaties en t-bills door het ESM is vastgelegd in de borrowing guidelines van het ESM3. Deze borrowing guideline is opgesteld op basis van artikel 21 van het ESM-Verdrag en door de Raad van Bewind goedgekeurd.

Winst van het ESM

In 2014 heeft het ESM 443,9 miljoen euro winst gemaakt. De leden van de fracties van de VVD, PVDA, SP en CDA hebben gevraagd wat er gedaan wordt met deze winst.

In lijn met artikel 24(2) van het ESM-Verdrag is het netto resultaat over 2014 toegevoegd aan het reservefonds. De Raad van gouverneurs heeft op 18 juni 2015 ingestemd met het toevoegen van het netto resultaat aan het reservefonds. U bent hierover geïnformeerd in het verslag van de Eurogroep en Ecofin raad van 18 en 19 juni (zie 21 501–07, nr. 1269). Bij eventuele verliezen op ESM-leningen wordt (zoals is bepaald in art. 25 van het ESM-verdrag) eerst het reservefonds aangesproken voordat het door de lidstaten ingelegde kapitaal wordt aangesproken. De Raad van bewind van het ESM kan, op voorstel van de Management Director van het ESM, ook besluiten om dividend uit te keren aan de ESM-leden i.p.v. een storting in het reservefonds. In de dividendrichtlijn4 van het ESM staan de afspraken omtrent het uitkeren van dividend aan ESM-leden beschreven. Als er landen in een leningenprogramma zitten en het paid-in capital volledig is gestort mag de Raad van bewind van het ESM besluiten, op basis van een voorstel van de Management Director van het ESM, dividend uit te keren. Het ESM moet dividend uitkeren als het volledige paid-in capital is gestort en als er geen lidstaten zijn die leningen van het ESM ontvangen. Uiteraard kan alleen dividend worden uitgekeerd in «normale situaties». Dus alleen als het volgestorte kapitaal en het reservefonds voldoen aan het niveau dat nodig is om het leningenvolume op peil te houden (dit betekent dat er geen risico is dat garanties van lidstaten ingeroepen moeten worden) en er geen risico is dat crediteuren niet betaald kunnen worden.

Directe herkapitalisatie ESM

De leden van de VVD-fractie hebben gevraagd of het ESM een banklicentie heeft en of het ESM dit nodig heeft voor het instrument van directe bankenherkapitalisatie.

Het ESM heeft geen banklicentie5, heeft niet de intentie om er een aan te vragen en heeft dit ook niet nodig mocht het eventuele gebruik van het ESM instrument voor directe bankenherkapitalisatie aan de orde zijn. In het geval van directe herkapitalisatie van een bank door het ESM wordt het ESM aandeelhouder, het is niet nodig om daar een banklicentie voor te hebben.

De leden van de VVD-fractie vragen op welke wijze er wordt gewaarborgd dat de functies van de ECB en het ESM als «lender of last resort» niet met elkaar botsen, vooral bij het gebruik van het instrument van directe bankherkapitalisatie.

Zoals ook aangegeven door de VVD-fractie wordt er in het ESM jaarverslag aangegeven dat de ECB niet als «lender of last resort» op kan treden ten behoeve van overheden, omdat dit indruist tegen de monetaire taak die de ECB heeft. Hiertoe is dan ook het ESM opgericht. Dit is dan ook een duidelijke scheiding van de taak van de ECB en de taak van het ESM. Ook bij banken in problemen is er een duidelijke scheiding tussen de rol van de ECB en de rol van het ESM. Ten aanzien van banken kan de ECB noodliquiditeitssteun (Emergency Liquidity Assistance ofwel ELA) verstrekken aan een solvente financiële instelling of groep van solvente financiële instellingen die kampt met tijdelijke financiële problemen, zonder dat een dergelijke transactie deel uitmaakt van het gemeenschappelijk monetair beleid.6 Omdat het hier gaat om een liquiditeitsprobleem, hoeft hier dan ook geen bail-in plaats te vinden. Het ESM instrument van directe herkapitalisatie daarentegen kan alleen worden ingezet als sluitstuk, indien private en andere (nationale) publieke oplossingen uitgeput zijn om de solvabiliteit van een bank te herstellen. Hiertoe dient dan ook eerst sprake te zijn van 8% bail-in voordat publieke middelen kunnen worden aangewend voor bankenherkapitalisatie7.

Lessen van de Eurocrisis

De leden van de PvdA-fractie vragen of de Minister de analyse van het ESM deelt over de lessen van de eurocrisis.

Ik kan me goed vinden in deze analyse van het ESM. Het ESM benoemt de grote verschillen in concurrentievermogen en oplopende begrotingstekorten die er waren tussen lidstaten en de gevolgen die dit had voor de aantrekkelijkheid van het land voor investeerders. Daarnaast ben ik het met het ESM eens dat diverse lidstaten de overheidsfinanciën niet op orde hadden, waardoor tekorten en schulden hoger waren dan toegestaan onder de regels van het SGP. Ook ben ik het eens met het ESM dat de economic governance in de eurozone niet voldoende op orde was. Ik deel ook de analyse van het ESM dat er in de eurozone geen vangnet was voor lidstaten die het vertrouwen van investeerders verloren. De ECB kon deze rol niet vervullen, waardoor de eurozone lidstaten genoodzaakt waren een noodfonds voor eurozone landen op te richten. Daarnaast had de financiële crisis al eerder duidelijk gemaakt dat er lacunes waren in het financieel toezicht op de financiële sector en dat er nieuwe Europese standaarden nodig waren om het toezicht te verbeteren. Op al deze terreinen zijn al veel stappen gezet en/of worden er nog verdere stappen gezet om in de toekomst een soortgelijke crisis te voorkomen.

De leden van de PvdA-fractie vragen of de Minister de stelling van het ESM deelt dat het ESM tegen gunstige voorwaarden kan lenen zonder dat moral hazard een onoverkomelijk probleem wordt, met als verklaring de politieke schade.

Ik deel deze mening van het ESM. Lidstaten die ESM-steun aanvragen moeten namelijk in ruil voor financiële steun voldoen aan voorwaarden. Deze voorwaarden hebben als doel om de begroting van de lidstaat op orde te krijgen, de financiële stabiliteit te herstellen en de economie structureel te hervormen. ESM-steun betekent dus ook dat een regering maatregelen moet uitvoeren die politiek impopulair zijn en niet zonder politieke gevolgen kunnen zijn. In diverse lidstaten heeft het ook vaak lang geduurd alvorens een regering overging tot een steunaanvraag bij het ESM, denk aan Cyprus en Griekenland. Ik ben het dus eens met de stelling van het ESM dat de gunstige financiële voorwaarden van de ESM-leningen lidstaten niet ertoe aanzetten ESM-steun aan te vragen.

De leden van de PvdA- en SP-fractie vragen of de Minister per instrument uit de «toolbox» (bz. 16) van het ESM jaarverslag, en het daarbij horende what-if scenario kan aangeven in hoeverre de Minister de analyse van het ESM deelt.

Ik deel de analyse van het ESM dat er de afgelopen jaren in de eurozone met de aanscherping van de regels van het SGP en de introductie van de MEOP, de introductie van de bankenunie en de European Systematic Risk Board almede de oprichting van de noodfondsen enorm veel gebeurd is om toekomstige crises te voorkomen. Lidstaten hebben de begrotingstekorten teruggebracht en structurele hervormingen doorgevoerd om de economie op middellange termijn te versterken. Het is natuurlijk niet met zekerheid te zeggen dat er geen financiële crisis was ontstaan als deze instrumenten uit de toolbox al hadden bestaan, maar waarschijnlijk hadden we sommige gebeurtenissen wel eerder kunnen zien aankomen en/of in een eerder stadium kunnen ingrijpen.

De MEOP en het SGP zien met name op crisispreventie, door respectievelijk het signaleren en aanpakken van schadelijke economische onevenwichtigheden en het waarborgen van houdbare overheidsfinanciën in de lidstaten. Ik deel de mening van het ESM dat de MEOP ons in staat stelt om schadelijke onevenwichtigheden in een eerder stadium te identificeren. Om onevenwichtigheden ook daadwerkelijk aan te pakken moet de hele procedure van de MEOP echter worden gebruikt. Hiertoe zou er meer automatisme in de MEOP-procedure moeten worden ingebed.

Ook deel ik de analyse van het ESM dat de hervormingen van het SGP van de afgelopen jaren bijdragen aan striktere begrotingsdiscipline in de lidstaten. Meer aandacht voor schuldhoudbaarheid, kwantificeren van significante afwijking van de MTO en versterkte begrotingscoördinatie tussen de lidstaten dragen bij aan houdbare overheidsfinanciën in de lidstaten.

De leden van de PvdA-fractie hebben ook de vraag gesteld in hoeverre de bankenunie op voldoende niveau is.

De afgelopen 3 jaar is de architectuur van de bankenunie vormgegeven. Er zijn inmiddels belangrijke stappen gezet in de vormgeving van de bankenunie, maar de bankenunie is nog niet af. Onder andere is nog werk nodig aan een geharmoniseerde set aan wet- en regelgeving voor banken, het zogenaamde single rulebook. Veel werk is op het gebied van het single rulebook al verricht, o.a. door de invoering van de BRRD, CRR/CRD IV en DGSD. De komende tijd is het belangrijk dat deze regelgeving daadwerkelijk wordt toegepast en daarmee ervaring wordt opgedaan. Tegelijkertijd is het single rulebook nog niet af. Zo is het bijvoorbeeld voor het goed functioneren van het SSM van belang dat verdere harmonisatie van het prudentiële raamwerk voor banken plaatsvindt, het SSM heeft nu nog ongeveer 150 nationale opties en (toezichthouder)discreties in de Europese kapitaaleisenwetgeving heeft geïdentificeerd. Striktere prudentiële behandeling van staatobligaties en het invoeren van een financiële stabiliteitstoets voor fusies en overnames zijn andere voorbeelden waarop volgens Nederland harmonisatie dient plaats te vinden. Tot slot heeft de Europese Commissie in het licht van het vervolmaken van de bankenunie een voorstel gepresenteerd voor een Europese depositoherverzekering, wat gezien kan worden als een eerste stap richting een volwaardig Europees depositogarantiestelsel. Nederland ziet een Europees depositogarantiestelsel als een sluitstuk van de bankenunie, omdat dit vergaande risicodeling met zich meebrengt. Hiervoor is eerst verdere harmonisatie van regelgeving voor banken nodig en dient de bankenunie zich voldoende te hebben bewezen.

Toekomst ESM

De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister kan (her)bevestigen dat de fondsen uit het ESM onder geen mogelijkheid gebruikt kunnen worden voor financiering van andere doeleinden dan die van het ESM, noch dat de Minister voorstander is om dit op een later moment te doen.

Volgens het ESM-Verdrag, specifiek artikel 3 is het doel van het ESM het vrijmaken van middelen en het verstrekken van stabiliteitssteun, onder stringente voorwaarden die passend zijn voor het gekozen financiële bijstandinstrument, ten gunste van ESM-leden die te maken hebben met of worden bedreigd door ernstige financieringsproblemen, indien zulks onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit van de eurozone in haar geheel en van de lidstaten ervan te vrijwaren. Wijziging van het ESM-Verdrag is op dit moment niet aan de orde en ik ben daar op dit moment ook geen voorstander van.

Rol voorzitter Raad van gouverneurs

De leden van de VVD-fractie vragen hoe de Minister zijn rol als voorzitter van de Raad van gouverneurs van het ESM heeft ingevuld. Gevraagd wordt naar de accenten die de Minister heeft aangelegd en de ambities voor het komende jaar.

De vergaderingen van de Raad van gouverneurs van het ESM vinden doorgaans en marge plaats van de Eurogroep-vergaderingen en daarmee vindt in de vergadering van de Raad van gouverneurs veelal de technische uitwerking plaats van de in de Eurogroep genomen politieke besluiten. Daarmee liggen de twee functies, voorzitter van de Eurogroep en voorzitter van de Raad van gouverneurs van het ESM zeer met elkaar in het verlengde, dat ik niet specifiek kan aangeven of er bepaalde accenten zijn gelegd die te maken hebben met deze specifieke functie.

Financiële rapport jaarverslag ESM

De leden van de SP-fractie hebben verzocht om een nadere uitleg bij de toename in de personeelskosten en de aan het EFSF verleende administratieve diensten bij het financieel rapport 2014.

In het jaarverslag van het ESM is na het hoofdstuk over het financiële rapport een overzicht te vinden van de cijfers (zogenaamde Financial Statements). Bij deze cijfers wordt ook een toelichting door het ESM gegeven. Onder punt 19 op pagina 113/114 wordt meer informatie gegeven over het personeel en de bijbehorende kosten. De toename in de personeelskosten is te verklaren door de toename in het aantal medewerkers van het ESM. Eind 2013 werkten er 102 personen bij het ESM, eind 2014 werkten er 122 personen bij het ESM. Een toename in medewerkers is inherent aan het oprichten van een nieuwe organisatie. De ESM Raad van Bewind heeft in november 2013 vastgesteld dat het ESM in 2014 mocht groeien naar maximaal 165 medewerkers om als volwassen organisatie goed alle taken te kunnen uitvoeren. In november 2014 heeft de Raad van Bewind van het ESM ingestemd met het handhaven van een niveau van maximaal 165 FTE in 2015. Het ESM heeft toen aangegeven te streven naar een gemiddelde bezetting van 155 FTE in 2015. De toename in het aantal medewerkers was in 2014 ruim binnen de hiervoor gestelde grenzen en ook in 2015 zit het ESM onder deze maximaal toegestane bezetting. Nederland volgt de ontwikkeling in de omvang van het aantal medewerkers van het ESM nauw en is voorstander van een kleine organisatie. De aan het EFSF verleende diensten worden toegelicht in het jaarverslag onder punt 18 op pagina 113 en punt 21 op pagina 114. Het ESM verleent administratieve en ondersteunde werkzaamheden voor het EFSF en wordt daar door het EFSF voor betaald. De achtergrond hiervan is dat het EFSF sinds juli 2013 geen nieuwe leningen meer verstrekt, maar nog wel de huidige uitstaande leningen moet beheren. Bij deze resterende werkzaamheden wordt het EFSF dus ondersteund door diensten vanuit het ESM.

De leden van de SP-fractie vragen om er bij het ESM op aan te dringen bovengenoemde uitgaven voortaan transparant te maken. De leden van de SP-fractie hebben in het algemeen gevraagd of de Minister de werkwijze van het ESM transparant vindt en waar volgens de Minister verbetering mogelijk is.

Ik ben van mening dat de informatievoorziening die ik ontvang van het ESM die nodig is om vergaderingen voor te kunnen bereiden of ter informatie worden verstuurd voldoende transparant is. Daarnaast heeft Nederland op alle niveaus goed contact met het ESM. Het ESM is altijd bereid toelichting te geven op onduidelijkheden of vragen vanuit lidstaten. De Raad van Bewind kan het ESM verzoeken bepaalde onderwerpen in het jaarverslag en de Financial statements op te nemen, uiteraard alleen als het een redelijk verzoek is en niet strijdig is met de voorschriften over het opstellen van het jaarverslag zoals beschreven in het ESM-Verdrag en de by-laws. Zoals reeds aangegeven ben ik voorstander om zoveel mogelijk ESM documenten standaard publiekelijk beschikbaar te stellen, tenzij er zwaarwegende redenen van de auteurs voor vertrouwelijkheid zijn. Dat draagt mijn inziens bij aan meer transparantie.

Interne en externe controle op het ESM

De leden van de SP-fractie hebben gevraagd of de Minister het PwC-rapport over 2014 heeft ingezien en of dit rapport ook beschikbaar kan worden gemaakt aan de Tweede Kamer.

De externe accountant van het ESM, momenteel PwC, voert onafhankelijk de controle uit op het jaarverslag van het ESM. Elk jaar informeert de externe accountant de Raad van Bewind en Raad van gouverneurs over het oordeel van de accountant over de Financial Statements van dat jaar. De externe auditor heeft een Management Letter opgesteld, waar aanbevelingen in staan aan het Management van het ESM. Deze brief is ter informatie gestuurd aan de Raad van Bewind en de Board of Auditors. Deze Management Letter is een intern document van het ESM. In het jaarverslag van het ESM is een verklaring van de externe accountant opgenomen, die geheel in lijn is met de Management Letter van de externe accountant en beschikbaar voor het publiek. De Raad van gouverneurs en Raad van Bewind hebben geen andere rapporten van de externe accountant ontvangen en u heeft dus dezelfde informatie ontvangen als de Raad van Bewind en de Raad van gouverneurs.

De leden van de CDA-fractie hebben zorgen over de controle op de doelmatigheid van uitgaven aan de organisatorische kant van het ESM. De leden vragen of de Minister de controle voldoende acht.

Ik ben het met de leden van het CDA eens dat de controle op doelmatigheid van uitgaven aan de organisatorische kant voldoende gewaarborgd moet zijn. Deze doelmatigheid wordt gecontroleerd door een intern controle proces dat met behulp van de Board of Auditors is opgezet. Hiernaast controleren de Board of Auditors zelf en is er een externe account die de boeken van het ESM controleert. Ook de ESM Raad van Bewind houdt toezicht op de doelmatigheid van uitgaven van het ESM. De Raad van Bewind moet jaarlijks de begroting van het ESM goedkeuren en er wordt dan altijd kritisch gekeken naar de begrote kosten. Ik ben van mening dat daarmee de controle op de doelmatigheid van de uitgaven van het ESM goed geregeld is.

Democratische controle op het ESM

De leden van de SP-fractie vragen in hoeverre de Minister de opvatting van de Algemene Rekenkamer deelt dat de democratische controle van de noodfondsen tekortschiet en dat de nationale parlementen in het geval van het ESM zelfs buitenspel staan. Ook plaatst de Algemene Rekenkamer volgens de leden van de SP-fractie kritische kanttekeningen bij de procedure die de uitkering van ESM-noodsteun regelt en vraagt zich af of die procedure democratisch genoemd kan worden. Ook vragen de leden of de Minister duiding kan geven van de democratische controle en verantwoording van het ESM middels het jaarverslag en de kritiek en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer op dit punt. Daarnaast vragen de leden van de SP in hoeverre de parlementaire controle van het ESM volgens de Minister in Nederland voldoende is gewaarborgd. Ziet de Minister mogelijkheden tot versterking van de parlementaire controle van het ESM, inclusief het risicomanagement.

De opvatting dat de democratische controle van de noodfondsen tekortschiet en dat de nationale parlementen in het geval van het ESM zelfs buitenspel staan wordt door mij niet gedeeld. Het is een politiek besluit geweest om het ESM een intergouvernementeel karakter te geven. Nationale parlementen hebben daarmee een belangrijke rol in de besluitvorming rondom de noodfondsen. Zo hebben alle nationale parlementen van de eurozone het ESM-Verdrag geratificeerd. In Nederland hebben kabinet en Tweede Kamer daarnaast in het informatieprotocol afspraken gemaakt hoe het kabinet de Tweede Kamer informeert over ESM en EFSF-besluiten (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1217 d.d. 15 december 2014). Ook andere lidstaten hebben afspraken met nationale parlementen gemaakt over de informatie- en besluitvormingsprocedures. In de by-laws is vastgelegd wat het ESM in het jaarverslag moet opnemen (Financial statements, beschrijving van de activiteiten en werkzaamheden van het ESM, de conclusies van de externe accountant en het auditcomité over het jaarverslag). In lijn met het ESM-verdrag worden de Financial Statement gecontroleerd door de externe accountant en het auditcomité. Hiermee legt het ESM dus verantwoording af. Ik ben van mening dat de controle op de cijfers hiermee goed geregeld is en dat het jaarverslag een complete weergave is van de belangrijkste activiteiten van het ESM.

De leden van de SP-fractie vragen hoe de Minister de interne procedures van het ESM, die doelmatigheid moeten beoordelen, apprecieert en of hierbij kan worden ingegaan op de openbare en democratische controle van de procedures.

Ten tijde van de ratificatie van het ESM-Verdrag zijn ook de richtsnoeren opgesteld waarbinnen het ESM moet opereren, bijvoorbeeld de investeringsrichtsnoeren, borrowing guideline en richtsnoeren voor het risicobeleid. Deze richtsnoeren zijn openbaar en zijn ten tijde van de ratificatie van het ESM-Verdrag met de Tweede Kamer gedeeld. Het ESM heeft de afgelopen jaren dit beleid verder vorm gegeven, waar de Raad van bewind of de Raad van gouverneurs bij betrokken zijn geweest. Daarnaast is de interne controlefunctie van het ESM, mede door de bijdrage van de Board of Auditors, de afgelopen jaren sterk verbeterd (zie Kamerstuk 21 501-07, nr. 1332 voor de omschrijving van het Three Lines of Defense Model). De Board of Auditors heeft een belangrijke rol in de beoordeling van de doelmatigheid van de interne procedures van het ESM. Hierover rapporteert de Board of Auditors ook in het rapport bij het jaarverslag en bespreekt deze bevindingen met de Raad van bewind van het ESM. Ik ben van mening dat de huidige opzet van de interne controlefunctie, de controle van de Board of Auditors en de externe auditors alsmede de controle van de Raad van bewind en Raad van gouverneurs goed geregeld is en zie momenteel geen reden om de procedures aan te passen.

De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister met deze leden van mening is dat een sterkere borging van de controle op het ESM binnen de bestaande Europese instituties van meerwaarde zou kunnen zijn. Daarnaast geven de leden van de CDA-fractie aan dat ze graag zouden zien dat het ESM zich houdt aan EU-wetgeving. Ze vragen of de Minister bereid is om te onderzoeken hoe dit kan worden vormgegeven en dit toe te lichten.

Het ESM is een intergouvernementele organisatie onder internationaal publiekrecht. Dit wil zeggen dat het ESM, als intergouvernementele organisatie, niet aan EU-regelgeving gebonden is en de controle op het ESM niet onder de bevoegdheid van Europese instituties valt. Bij de uitvoering onder het ESM-Verdrag zal wel moeten worden gehandeld in overeenstemming met het EU-recht, zowel primaire als secundaire wetgeving. De EU-verdragen hebben hierbij voorrang op het ESM-Verdrag. Ook sluit het ESM waar mogelijk zoveel mogelijk aan bij EU-regelgeving, zoals bij de aanbestedingsprocedures (zie Kamerstuk 21 501-07, nr. 1332). Ik zie momenteel geen aanleiding om het ESM-Verdrag te herzien.

Controle op EFSF

De leden van de CDA-fractie zijn teleurgesteld dat het kabinet niet akkoord ging met het voorstel om de Board of Auditors van het ESM ook voor het EFSF van toepassing te laten zijn. De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat er fatsoenlijke controle moet zijn op het EFSF en het ESM met een Board of Auditors gezien de omvang van de garantie aan het EFSF en ESM.

Ik ben het met de leden van het CDA eens dat de controle op de noodfondsen voldoende gewaarborgd moet zijn. In de onderhandelingen rondom het ESM-Verdrag en de by-laws heeft Nederland zich hier altijd hard voor gemaakt. Zoals ook in het jaarverslag en het rapport van de Board of Auditors is te lezen heeft het ESM de afgelopen jaren de interne en externe controlefunctie ontwikkeld en verbeterd. Het kabinet is van mening dat de werkzaamheden van het ESM-auditcomité hebben bijgedragen aan het verbeteren hiervan. Het werk van de Board of Auditors is daardoor van cruciaal belang voor het kabinet.

In 2013 zijn reeds de mogelijkheden door het kabinet verkend om de onafhankelijke externe controle op het noodfonds EFSF onder te brengen bij de Board of Auditors van het ESM (u bent hierover al meerdere keren geïnformeerd o.a. in september 2013 via de memorie van toelichting op de begrotingsstaten van Financiën voor 2014, Kamerstukken II 2013–2014 33 750 IX nr. 2). Deze verkenning heeft uitgewezen dat dit niet mogelijk is; het EFSF kan als private onderneming onder Luxemburgs recht niet worden gecontroleerd door een gremium dat niet bestaat uit leden van de Board of Directors. Op aandringen van Nederland, heeft de Board of Directors van het EFSF op 17 december 2013 formeel besloten tot instelling van een EFSF-auditcomité. Dit auditcomité bestaat uit een aantal leden van de Board of Directors van het EFSF. Naar het oordeel van het kabinet is hiermee de controle op het EFSF op een gewenste manier versterkt en het maximaal haalbare gerealiseerd dat mogelijk is bij een private onderneming naar Luxemburgs recht (zie ook de bestuurlijke reactie op het rapport over Noodsteun voor eurolanden tijdens de crisis van de Algemene Rekenkamer8 van 10 september 2015).

Programmalanden

De leden van de VVD-fractie vragen naar de meest succesvolle hervormingen die programmalanden hebben geïmplementeerd. De leden van de VVD-fractie vragen wat de meest succesvolle elementen zijn.

Ierland, Spanje en Portugal hebben reeds het leningenprogramma verlaten. Al deze landen hebben inmiddels weer volledige toegang tot de financiële markt. Daarnaast laten al deze landen weer positieve groei zien, worden begrotingstekorten teruggedrongen en schulden afgebouwd. De hervormingen die deze lidstaten hebben genomen gedurende de programmaperiode verschilden van land tot land, omdat de uitdagingen ook verschilden tussen lidstaten, maar hebben wel ervoor gezorgd dat deze landen het programma succesvol hebben kunnen verlaten. Cyprus en Griekenland hebben momenteel nog een leningenprogramma en het is daarom nog lastig aan te geven of de leningenprogramma’s het gewenste effect hebben bereikt. Enkele voorbeelden die gezien kunnen worden als succesvolle elementen zijn voor Ierland o.a. het herstructureren en herkapitaliseren van de Ierse banken en arbeidsmarkthervormingen (hervorming minimumloon en actiever participatiebeleid). Uit de Post-programme surveilance rapporten komt naar voren dat Portugal succesvol de administratieve lasten voor bedrijven heeft verlaagd en vergunningsprocedures zijn vereenvoudigd wat heeft bijgedragen aan de verbetering van het investeringsklimaat. Spanje heeft succesvol de banken geherkapitaliseerd en geherstructureerd. Het is al duidelijk dat Cyprus grote stappen heeft gezet in de hervorming van de financiële sector en het terugdringen van het begrotingstekort. Griekenland heeft in de afgelopen jaren al stappen gezet in de bestrijding van corruptie en het verbeteren van het bedrijfsklimaat (bijvoorbeeld de vereenvoudiging van het starten van een bedrijf).

Ook vragen de leden van de VVD-fractie of de Minister het eens is dat programmalanden ook moeten streven naar een begrotingsevenwicht.

Voor programmalanden geldt de buitensporigtekortprocedure van het Stabiliteits- en Groeipact. Bij het vaststellen van een programma wordt een budgettair pad vastgesteld dat afhankelijk is van veel verschillende factoren. De hoogte van de publieke schuld, het begrotingstekort, het vertrouwen van financiële markten en de economische verwachtingen zijn indicatoren die o.a. gewogen worden om tot een optimaal pad te komen. Hierbij wordt ook gekeken naar het tempo en de haalbaarheid van bezuinigingen. Hoe sterk een land moet bezuinigen hangt dus af van veel verschillende factoren. Voor sommige landen zal er dus een begrotingsevenwicht bereikt moeten worden in de programmaperiode, voor andere een klein tekort of een klein overschot, geheel afhankelijk van de omstandigheden.

De leden van de VVD-fractie hebben ook gevraagd of er een rol is van het ESM bij het vergroten van betrouwbaarheid van nationale statistische bureaus of gegevens.

Het ESM heeft hierin geen rol, omdat dit niet binnen de taakbeschrijving van het ESM ligt. In het Memorandum of Understanding voor Griekenland is opgenomen dat het Griekse statistisch bureau ELSTAT onafhankelijk moet zijn en de statistieken betrouwbaar moeten zijn. Eurostat verleent in dit kader technische assistentie aan Griekenland.

De leden van de VVD-fractie hebben gevraagd in hoeverre best practices in verschillende programmalanden gebruikt worden in bijvoorbeeld het programma voor Griekenland. Specifiek wordt hierbij de herkapitalisatie in Ierland genoemd en belastinginning in Portugal.

In algemene zin wordt er bij het opstellen van een programma natuurlijk gekeken naar ervaringen in andere landen. Dit kunnen best practices zijn in programmalanden, maar ook de ervaringen van andere landen in de EU. In het Memorandum of Understanding behorende bij het ESM-programma van Griekenland is bijvoorbeeld vastgelegd op welke gebieden aangesloten moet worden bij EU/internationale best practices. Zo moeten o.a. op het gebied van bestrijding van belastingontwijking, het verbeteren van de governance van Griekse banken en de arbeidsmarkt maatregelen doorgevoerd worden om aan te sluiten bij best practices in andere landen.

De leden van de VVD-fractie hebben gevraagd naar de rol van het ESM bij Post-Programme Surveillance (PPS).

In Verordening 472/2013 waarin de regelgeving omtrent PPS staat is geen formele rol voor het ESM vastgelegd. De Commissie en de ECB komen elke zes maanden met een rapport over de economische, financiële en budgettaire situatie. De Commissie en de ECB geven ook, zoals in het laatste PPS rapport voor Spanje, een inschatting van het risico van wanbetaling aan het ESM of EFSF. In het ESM-Verdrag staat dat het ESM een Early Warning Systeem moet opzetten waarmee een inschatting gemaakt kan worden of er een risico is van wanbetaling door lidstaten die leningen hebben ontvangen van het ESM. Het ESM monitort daarom de ontwikkelingen in de lidstaten die steun hebben ontvangen uit het EFSF en ESM totdat alle leningen zijn terugbetaald. Het ESM is daardoor nauw betrokken bij de PPS-missies die de Europese Commissie en de ECB, waar relevant samen met het IMF, uitvoeren.

De leden van de PvdA-fractie hebben gevraagd naar een overzicht van het renteniveau van de landen die inmiddels het programma hebben verlaten, te weten Ierland, Portugal en Spanje, en vragen ook naar het verschil met de Duitse rente.

Onderstaande tabel geeft de rente op 10-jaars staatsobligaties weer voor Duitsland, Ierland, Portugal en Spanje (stand 27 november). De rentes die landen betalen worden bepaald door vraag en aanbod op de kapitaalmarkt. Alle drie de lidstaten zijn weer in staat om zelf leningen met verschillende looptijden (zowel lang – als kortlopende leningen) op de markt aan te trekken. De leden van de PvdA-fractie vragen of de markt nog uitgaat van impliciete garanties en in hoeverre deze tarieven de reële marktvoorwaarden weerspiegelen. Uit de marktrente valt op te maken dat in tegenstelling tot vlak voor de crisis, de markt nu duidelijk onderscheid maakt in risico tussen landen, door middel van een significante «spread» tussen Duitsland en de voormalige programmalanden. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de markt in elk geval niet uitgaat van een volledige impliciete garantie. Of de markt geen enkele garantie meer inprijst kan echter niet met zekerheid gezegd worden en het kan dus ook niet gezegd worden of de tarieven (de spread) de reële risico’s van deze obligaties weerspiegelen.

 

Rente % (10-jaars)

Spread (basispunten t.o.v. Duitsland

Duitsland

0,45

0

Ierland

0,94

49

Spanje

1,52

107

Portugal

2,26

181

De leden van de fractie van de PvdA hebben gevraagd naar de contante waarde van de Griekse schuld ten opzichte van de Griekse economie en wat een houdbare schuld, uitgaande van de contante waarde zou zijn.

Naar mijn mening is de netto contante waarde van de Griekse schuld ten opzichte van het Griekse BBP geen bruikbare parameter om de Griekse schuldhoudbaarheid te meten. Gezien het schuldprofiel van Griekenland, met lange looptijden en voor een belangrijk deel een rente die niet vaststaat voor de gehele periode van de lening9 is elke netto contante waardeberekening afhankelijk van aannames over wat de rente over de volledige looptijd van de Griekse leningen gaat doen, en tegen welke discontovoet toekomstige kasstromen verdisconteerd moeten worden.

Verder vragen de leden van de PvdA-fractie naar de stelling van het ESM dat de reeds genomen schuldverlichtende maatregelen hebben geresulteerd in een effectieve schuldverlichting voor Griekenland van 49% van het BBP.

Het precieze cijfer laat ik voor rekening van het ESM, maar het cijfer illustreert wel dat de reeds genomen maatregelen al een significante bijdrage hebben geleverd om de Griekse staatsschuld houdbaar te maken.

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe het Ierse begrotingstekort zich verhoudt tot het lage vennootschapsbelastingtarief voor buitenlandse bedrijven in Ierland en in hoeverre Ierland bijdraagt aan haar eigen begrotingstekort door de race to the bottom te leiden. Daarnaast vragen de leden van de PvdA-fractie hoe de Minister een minimumtarief in de vennootschapsbelasting om de race to the bottom te beëindigen beoordeelt en zo landen als Ierland in staat te stellen een reëel bedrag aan vennootschapsbelasting te heffen.

Belastingbeleid is een bevoegdheid van individuele lidstaten en niet van de EU. Het is aan de regeringen en parlementen van individuele landen om belastingtarieven vast te stellen. Ierland heeft de afgelopen jaren flinke hervormingen doorgevoerd, de begroting op orde gebracht en de financiële sector is weer stabiel. Dit heeft inderdaad tot hoge groeicijfers geleid, maar ook tot een daling van het begrotingstekort sinds 2011. Ierland heeft momenteel een EMU-tekort van 2,8%, terwijl dit in 2011 nog 12,7% was en in 2012 8,1% bbp. Daarbij heeft de Ierse regering het standaardtarief van de vennootschapsbelasting onveranderd gelaten (12,5%). Overigens geldt het tarief van de Ierse vennootschapsbelasting niet alleen voor buitenlandse bedrijven in Ierland, maar voor alle bedrijven.

De leden van de SP-fractie vragen naar de adviserende rol van het ESM in het eerste technische assistentie project aan Cyprus. De leden vragen hoe het advies van het ESM wordt opgesteld, in hoeverre de Cypriotische regering wordt betrokken en of er advies wordt gegeven op basis van de vragende partij. Ook vragen de leden of het advies openbaar is.

Het ESM verleent technische assistentie op verzoek van de regering van een lidstaat. Deze technische assistentie is gericht op schuldmanagement, herstructurering financiële sector en investeringsbeleid; terreinen waar het ESM veel expertise heeft. Het ESM zet de situatie in de betreffende lidstaat af tegen best practices en baseert daarop een advies om beleid te verbeteren. Het is de verantwoordelijkheid van de regering van de vragende lidstaat om het advies om te zetten in implementatie. De TA-rapporten worden opgesteld door het ESM op basis van de informatie die zij hebben ontvangen gedurende de TA-missies. Het rapport met bevindingen en aanbevelingen wordt aan de autoriteiten van de lidstaat gepresenteerd. De autoriteiten zijn actief betrokken bij de TA-projecten en TA wordt afgestemd met de andere instellingen die technische assistentie verlenen. De TA-rapporten worden gepresenteerd aan de autoriteiten van de lidstaat. Het is aan de vragende partij, in dit geval de autoriteiten van de betreffende lidstaat, op te besluiten om deze rapporten openbaar te maken.

De leden van de PVV-fractie hebben gevraagd naar een overzicht van de prior actions waar Griekenland aan moest voldoen en wat er gebeurt als Griekenland hier niet aan voldoet.

In de Eurogroep van 14 augustus is afgesproken dat de eerste tranche van het ESM programma voor Griekenland een omvang heeft van 26 miljard in totaal (zie voor het verslag van deze Eurogroep de Kamerbrief met Kamerstuk 21 501-07, nr. 1295). Uit deze eerste tranche is op 20 augustus jl. 13 miljard uitgekeerd aan Griekenland. Hiernaast is 10 miljard op een rekening bij het ESM apart gezet voor eventuele steun aan de Griekse banken. Voor deze eerste uitkeringen uit de eerste tranche heeft Griekenland een set aan prior actions (in totaal 58 maatregelen) geïmplementeerd met maatregelen op het gebied van o.a. de belastingadministratie, belastinginning, openbare financiën, pensioenen, gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en de financiële sector. De Eurogroep heeft op 14 augustus, op basis van een compliance rapport van de instituties, de implementatie van de set prior actions verwelkomd. De resterende drie miljard uit de eerste tranche is opgeknipt in twee delen: een deel van twee miljard en een deel van één miljard. U bent hierover op 23 november jl. geïnformeerd (zie Kamerbrief Implementatie van de maatregelen behorende bij de uitkering van de subtranche van twee miljard euro en het proces van herkapitalisatie van de Griekse banken met Kamerstuk 21 501, nr. 1322). Als programmalanden niet aan de voorwaarden voldoen, zullen de instituties de voortgang niet positief beoordelen en zal er geen (sub)tranche uitgekeerd worden.

De leden van de PVV-fractie vragen hoeveel Nederland garant staat voor Griekenland door de noodfondsen en de interventies van de ECB. Ook vragen de leden hoe groot de schade is voor Nederland als Griekenland besluit niets terug te betalen en uit de euro te stappen.

U wordt op regelmatige momenten geïnformeerd over de blootstelling van Nederland aan de noodfondsen en het risico dat Nederland loopt via de interventies van de ECB. U bent hierover geïnformeerd op 15 september 2015, in de Miljoenennota 2016 (box 4.1.1. pagina 88)(Kamerstuk 34 300, nr. 1)

De leden van de PVV-fractie vragen naar een tijdlijn met het overzicht wanneer programmalanden afgelost hebben en af zullen lossen aan de verschillende crediteuren. Ook vragen de leden van de PVV-fractie naar een overzicht van de looptijden en de rentestanden van de verschillende steunprogramma’s.

De crediteuren ESM, EFSF, IMF en Europese Commissie (voor het EFSM) publiceren op hun websites de aflossingen en geplande aflossingen voor alle programmalanden10.

Hieronder vindt u een globaal overzicht met de totaal gecommitteerde bedragen, aflossingen, uitstaande bedragen, de aflossingsperiode en de gemiddelde maximale looptijd. Bedragen zijn in miljarden euro’s.

Griekenland 1

Totaal

Afgelost

Uitstaand

Aflossingsperiode in jaren

Gemiddelde maximale looptijd

Bilaterale leningen

52,9

0

52,9

2020–2041

30 jaar

IMF1

21,7

17,0

4,7

2013–2016

n.v.t.

X Noot
1

Door fluctuaties in de SDR-EUR wisselkoers kunnen er kleine verschillen zijn in de cijfers van de IMF-leningen. In deze tabel is gerekend met de wisselkoers van 15 oktober 2015.

Griekenland 2

Totaal

Afgelost

Uitstaand

Aflossingsperiode in jaren

Gemiddelde maximale looptijd

EFSF

130,9

0

130,9

2023–2054

32,5 jaar

IMF1

29,5

0

12,7

2016–2024

n.v.t.

X Noot
1

Door fluctuaties in de SDR-EUR wisselkoers kunnen er kleine verschillen zijn in de cijfers van de IMF-leningen. In deze tabel is gerekend met de wisselkoers van 15 oktober 2015.

Griekenland 3

Totaal

Afgelost

Uitstaand

Aflossingsperiode in jaren

Gemiddelde maximale looptijd

ESM

Max. 86,0

0

25,0

2034–2059

32,5 jaar

Ierland

Totaal

Afgelost

Uitstaand

Aflossingsperiode in jaren

Gemiddelde maximale looptijd

EFSF

17,7

0

17,7

2029–2042

21 jaar

EFSM

22,5

0

22,5

2016–2042

19,5 jaar

IMF1

24,1

19,4

4,7

2021–2023

n.v.t.

Bilaterale leningen

4,8

0

4,8

n.b.

7,5 jaar

X Noot
1

Door fluctuaties in de SDR-EUR wisselkoers kunnen er kleine verschillen zijn in de cijfers van de IMF-leningen. In deze tabel is gerekend met de wisselkoers van 15 oktober 2015.

Portugal

Totaal

Afgelost

Uitstaand

Aflossingsperiode in jaren

Gemiddelde maximale looptijd

EFSF

26,0

0

26,0

2025–2040

21 jaar

EFSM

24,3

0

24,3

2016–2042

19,5 jaar

IMF1

29,4

8,1

20,3

2018–2024

n.v.t

X Noot
1

Door fluctuaties in de SDR-EUR wisselkoers kunnen er kleine verschillen zijn in de cijfers van de IMF-leningen. In deze tabel is gerekend met de wisselkoers van 15 oktober 2015.

Spanje

Totaal

Afgelost

Uitstaand

Aflossingsperiode in jaren

Gemiddelde maximale looptijd

ESM

41,4

5,6

35,7

2022–2027

12,5 jaar

Cyprus

Totaal

Afgelost

Uitstaand

Aflossingsperiode in jaren

Gemiddelde maximale looptijd

ESM

9,0

0

6,3

2025–2031

15 jaar

IMF1

1,1

0

0,85

2017–2024

n.v.t.

X Noot
1

Door fluctuaties in de SDR-EUR wisselkoers kunnen er kleine verschillen zijn in de cijfers van de IMF-leningen. In deze tabel is gerekend met de wisselkoers van 15 oktober 2015.

Voor de leningen van het IMF geldt dat er geen gemiddelde maximale looptijd voor de leningen geldt. Het IMF heeft verschillende leningenprogramma’s met verschillende voorwaarden per programma. De terugbetaalperiode verschilt per gekozen instrument. Portugal en Ierland hebben al vervroegd afgelost aan het IMF, hierdoor liggen de resterende aflossingen verder in de toekomst. Voor de leningen die het EFSM aan Ierland en Portugal heeft uitgegeven geldt dat Ierland en Portugal zodra de huidige looptijd van de leningen afloopt het EFSM kan verzoeken de leningen door te rollen tot een maximale gemiddelde looptijd van 19,5 jaar (zie verslagvan de Eurogroep en informele Ecofin Raad van 12 en 13 april 2013 te Dublin met Kamerstuk 21 501-07, nr. 1045, waar is overeengekomen dat de looptijden van de EFSF- en EFSM-leningen van Ierland en Portugal met 7 jaar verlengd konden worden). De aflossingsperiode kan dan nog aangepast worden. Voor de ESM-leningen aan Griekenland is enkel de aflossingsperiode bekend van de tot nu toe uitgegeven leningen. Ook dit is dus de stand van dit moment en kan nog veranderen als het ESM meer leningen heeft verstrekt.

Lidstaten die steun ontvangen uit het EFSF betalen aan het EFSF bij ontvangst van een lening een service fee van 50 basispunten (dit is 0,5% rente) per verstrekte lening. Daarnaast betaalt het steunontvangende land de financieringskosten die deze instellingen maken, een commitment fee plus een renteopslag. De gemiddelde financieringskosten van het EFSF zijn variabel. Het verschuldigde rentepercentage is een samenstelling van de rente die EFSF betaalt voor uitgiftes met verschillende looptijden; voor kortlopende leningen (looptijd 3–6 maanden) bedraagt de huidige rente circa 0%, voor driejaars leningen betaalde het EFSF in mei 2015 circa 0,25% rente en voor tienjaars-leningen betaalde het EFSF in april 2015 circa 0,2% rente11. Op basis van de op de markt aangetrokken middelen berekent het EFSF op dagbasis de gemiddelde financieringskosten, welke worden doorberekend aan de programmalanden.

Lidstaten die steun ontvangen van het ESM betalen aan het ESM bij ontvangst van een lening een service fee van 50 basispunten (0,5% rente) en jaarlijks een service fee van 0,5 basispunten (0,005% rente). Daarnaast betaalt het steunontvangende land de financieringskosten die deze instellingen maken, een commitment fee plus een renteopslag. De renteopslagen die steunontvangende lidstaten betalen verschillen per instrument. De exacte opslagen zijn vastgelegd in de beprijzingsrichtsnoer van het ESM. 12 De gemiddelde financieringskosten van het ESM zijn, net als bij het EFSF, variabel. Voor kortlopende leningen (looptijd 3–6 maanden) bedraagt de huidige rente circa – 0,2%, voor 2,5-jaars leningen betaalde het ESM in maart 2015 circa 0% rente en voor tienjaars-leningen betaalde het ESM in september 2015 circa 1% rente13. Op basis van de op de markt aangetrokken middelen berekent het ESM op dagbasis de gemiddelde financieringskosten, welke worden doorberekend aan de programmalanden.

Griekenland betaalde aan de lidstaten die bilaterale leningen hebben verstrekt per verstrekte lening een service fee van 50 basispunten (0,5% rente). De rentekosten die Griekenland over de leningen betaalt is de 3-maands Euribor plus een renteopslag. Momenteel (27 november 2015) is de 3-maands Euribor circa -0,11%. In juni 2014 was de 3-maands Euribor circa 0,3% en in december 2011 was de Euribor circa 1,5%.

De leden van de PVV vragen naar de wijze van waardering van leningen en de effecten van een daling van de rente of verlenging van de looptijd op de waarde van een lening.

Leningen in het kader van de Europese steunpakketten worden gewaardeerd op basis van de nominale waarde. Een daling van de rente of verlenging van de looptijd heeft geen invloed op de nominale waarde van een lening.


X Noot
1

Kamertukken II, 2015/16, 21 501-07, nr. 1307.

X Noot
2

Deze richtsnoeren zijn te vinden op de website van het ESM http://esm.europa.eu/about/legal-documents/index.htm. De richtsnoeren zijn ten tijde van de ratificatie van het ESM-Verdrag in 2012 aan de Tweede Kamer gestuurd. Op 2 november 2012 heb ik u hierover een brief gestuurd (zie opheffen vertrouwelijkheid van de richtsnoeren van de instrumenten van het ESM en toezending richtsnoer over de beprijzing van de ESM-instrumenten d.d. 2 november 2012, met Kamerstuk 21-501-07, nr. 954.

X Noot
3

Deze richtsnoer is te vinden op de website van het ESM http://esm.europa.eu/about/legal-documents/index.htm. De richtsnoeren zijn ten tijde van de ratificatie van het ESM-Verdrag in 2012 aan de Tweede Kamer gestuurd. Op 2 november 2012 heb ik u hierover een brief gestuurd (zie opheffen vertrouwelijkheid van de richtsnoeren van de instrumenten van het ESM en toezending richtsnoer over de beprijzing van de ESM-instrumenten d.d. 2 november 2012, met Kamerstuk 21 501-07, nr. 954.

X Noot
4

Deze richtsnoeren zijn te vinden op de website van het ESM http://esm.europa.eu/about/legal-documents/index.htm. De richtsnoeren zijn ten tijde van de ratificatie van het ESM-Verdrag in 2012 aan de Tweede Kamer gestuurd. Op 2 november 2012 heb ik u hierover een brief gestuurd (zie opheffen vertrouwelijkheid van de richtsnoeren van de instrumenten van het ESM en toezending richtsnoer over de beprijzing van de ESM-instrumenten d.d. 2 november 2012, met Kamerstuk 21 501-07, nr. 954.

X Noot
5

Zie Artikel 32 lid 9 van het ESM-Verdrag.

X Noot
7

Zie: Kamerstuk 21 501-07, nr. 1155.

X Noot
8

De bestuurliijke recaatie is te vinden op de website van de Algemene Rekenkamer http://www.rekenkamer.nl/Publicaties/Onderzoeksrapporten/Introducties/2015/09/Noodsteun_voor_eurolanden_tijdens_de_crisis

X Noot
9

De rente op de bilaterale leningen (GLF) is gebaseerd op de 3-maands Euribor, de rente op EFSF en ESM leningen is gebaseerd op de financieringskosten van het EFSF/ESM en wordt elk kwartaal opnieuw vastgesteld.

X Noot
10

Zie voor de actuele stand over de uitgekeerde tranches ook de website van de Europese Commissie http://ec.europa.eu/economy_finance/eu_borrower/efsm/index_en.htm, de website van het IMF http://www.imf.org/external/country/index.htm, de website van het EFSF: www.efsf.europa.eu en de website van het ESM: www.esm.europa.eu.

X Noot
11

Zie de website van het EFSF voor de uitgiftes van kortlopend en langlopende obligaties: http://www.efsf.europa.eu/investor_relations/issues/index.htm

X Noot
13

Zie de website van het ESM voor de uitgiftes van kortlopend en langlopende obligaties: http://www.esm.europa.eu/investors/transactions/index.htm