Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-07 nr. 1099

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1099 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 november 2013

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep van 22 november 2013 te Brussel.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Verslag extra Eurogroep 22 november 2013 te Brussel ten aanzien van de draft budgetary plans

De Eurogroep van 22 november jl. sprak over de opinie van de Commissie over de conceptbegrotingen, de zogenoemde «draft budgetary plans», die de lidstaten van de eurozone hebben ingediend. Eurozone lidstaten zijn sinds dit jaar in het kader van de zogenoemde two pack verplicht om de conceptbegroting in te sturen om de Europese begrotingscoördinatie verder te versterken. Nederland heeft dat gedaan bij brief (Kamerstuk 21 501-07, nummer 1086). Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van deze bijeenkomst. De verklaring die de Eurogroep na afloop van de vergadering heeft uitgegeven is bijgevoegd bij dit verslag1.

De Commissie heeft vrijdag 15 november jongstleden voor alle eurolanden, met uitzondering van de lidstaten met een macro-economisch aanpassingsprogramma, een opinie ten aanzien van de conceptbegrotingen gepubliceerd. De opinie van de Commissie vormt daarmee onderdeel van het Europees Semester, waarin budgettair en economisch beleid in Europese lidstaten gecoördineerd wordt. In deze opinie over de draft budgetary plans is aangegeven in hoeverre de begroting 2014 van de betreffende lidstaten in lijn is met de regels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). De Eerste en Tweede Kamer hebben een kabinetsreactie over deze appreciatie van de Commissie ontvangen (Kamerstuk 21 501-20, nr. 817).

Ten eerste is de budgettaire situatie voor de gehele eurozone tijdens de Eurogroep aan bod geweest. Na een aantal moeilijke jaren voor de eurozone, werpen alle inspanningen langzaamaan vruchten af: voor 2014 komt het gemiddelde tekort volgens de huidige inzichten onder de drie procent uit en stabiliseert de schuld. Ook in vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Japan, boekt de eurozone vooruitgang op het gebied van de overheidsfinanciën.

Tijdens de discussie over de eurozone als geheel is de consolidatiestrategie aan bod gekomen, dit is de manier waarop de lidstaten hun overheidsfinanciën gezond maken. De juiste compositie van maatregelen is van belang om bij te dragen aan een zo groeivriendelijk mogelijke consolidatie. Kern van de Nederlandse inzet tijdens deze discussie, is dat de eurozone zich moet blijven inspannen voor een ambitieus consolidatiebeleid, waarbij structurele hervormingen centraal staan en zo de potentiële groei voor de gehele eurozone wordt vergroot. Dit punt is door de Eurogroep onderschreven.

Ten tweede zijn individuele lidstaten aan bod gekomen tijdens de bespreking. Hierbij is ook Nederland besproken. De Commissie oordeelt dat Nederland effectief gevolg heeft gegeven aan de aanbevelingen in het kader van de buitensporigtekortprocedure. Tegelijkertijd heeft de Commissie aangegeven dat voor Nederland binnen dit oordeel geen ruimte bestaat om af te wijken van de ingeslagen weg. De Eurogroep steunt de opinie van de Commissie ten aanzien van Nederland.

Naast Nederland zijn ook de andere lidstaten aan bod gekomen waarvoor een opinie door de Commissie is opgesteld. Als eerste werd opgemerkt dat een aantal landen nog bezig is een regering te vormen (Duitsland, Luxemburg en Oostenrijk) en daarmee nog niet een volledige concept begroting heeft kunnen indienen. Op het moment dat de volledige begrotingsplannen bekend zijn, zal de Commissie deze opnieuw beoordelen. Vervolgens zijn de landen in volgorde besproken van de opinie van de Commissie; als eerste de lidstaten die op basis van de huidige begrotingsplannen voldoen aan de gestelde SGP-eisen, maar geen ruimte hebben om af te wijken van de ingeslagen weg (Nederland, Frankrijk en Slovenië), daarna de lidstaten die ruwweg voldoen (België, Oostenrijk en Slowakije) en ten slotte de landen met een risico om niet te voldoen aan de gestelde SGP-regels (Spanje, Italië, Luxemburg, Malta en Finland). Duitsland en Estland, die op basis van de huidige begrotingsplannen beide volledig voldoen aan de gestelde criteria, zijn inhoudelijk niet besproken. De Eurogroep heeft voor alle betreffende landen de opinie van de Commissie onderschreven.

Landen die een risico lopen om niet te voldoen aan de gestelde SGP-regels hebben aangegeven reeds aanvullende maatregelen te hebben genomen (Malta), zijn bezig nieuwe maatregelen aan te kondigen (Italië, Spanje en Finland) of zullen nog een nieuwe concept begroting indienen (Luxemburg) om aan de gestelde eisen te voldoen. Hierbij werd in de discussie onderscheid gemaakt tussen landen in de correctieve arm (Spanje en Malta) en de preventieve arm (Italië, Luxemburg en Finland). Bij de landen in de preventieve arm is daarbij aandacht gegeven aan de zogeheten «medium term objective» (MTO) en de schuldenbenchmark. De Commissie heeft aangekondigd de uitvoering van de consolidatie door lidstaten te blijven monitoren. De Eurogroep heeft met de gevoerde discussie duidelijk gemaakt dat lidstaten elkaar nauwlettend in de gaten houden ten aanzien van het handhaven van de nieuwe en strengere begrotingsregels, evenals het begrotingsbeleid voor het eurogebied als geheel om zo een groeivriendelijke consolidatiestrategie in de toekomst te garanderen.


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer