Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-20 nr. 817

21 501-20 Europese Raad

Nr. 817 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 november 2013

Op woensdag 13 november jl. publiceerde de Europese Commissie haar analyse van prioriteiten voor groeiversterking in de Europese Unie voor 2013 (Annual Growth Survey) en haar analyse van mogelijke macro-economische onevenwichtigheden in de EU (Alert Mechanism Report). Daarnaast is op vrijdag 15 november door de Commissie de opinie en beoordeling ten aanzien van de draft budgetary plans, de effective action reports en de economic partnership programs (EPP) van onder andere Nederland gepubliceerd.1

In deze brief wordt de kabinetsvisie op deze Commissiemededelingen beschreven, waarbij achtereenvolgens ingegaan wordt op de

  • 1. Draft budgetary plans, buitensporige tekortprocedure en Economic Partnership Program;

  • 2. Annual Growth Survey;

  • 3. het Alert Mechanism Report.

De Commissiepublicaties zijn alle onderdeel van het Europees Semester, waarin budgettair en economisch beleid in Europese lidstaten gecoördineerd wordt. Het doel is om via krachtige rapporten en aanbevelingen verstandig budgettair en economisch beleid in de lidstaten te bevorderen. De rapporten zullen in de komende maanden besproken worden in diverse Raadsformaties, te beginnen met een eerste discussie over de beoordeling van begrotingen in de Eurogroep van 22 november 2013. De Europese Raad van 19 en 20 december zal eveneens een discussie houden over deze rapporten. De Europese Voorjaarsraad zal de groeiprioriteiten voor 2014 uiteindelijk vaststellen. De Tweede Kamer wordt, zoals gebruikelijk, bij de voorbereiding van de vakraden en de Europese Raad betrokken.

De Commissiepublicaties zijn inhoudelijk verbonden door de huidige context van zichtbaar, maar fragiel economisch herstel. De crisisaanpak van de EU en de omvangrijke hervormingen in diverse lidstaten beginnen hun vruchten af te werpen. De Europese economie is in het tweede kwartaal van dit jaar weer gaan groeien en de toename van de werkloosheid in de EU is sinds maart 2013 een halt toegeroepen. Daarnaast zijn de begrotingstekorten in de EU afgenomen van gemiddeld 6,9 procent in 2009 tot naar verwachting 3,5 procent in 2013. Dat neemt niet weg dat we in de EU voor omvangrijke uitdagingen staan. Overheidstekorten worden afgebouwd, maar de overheidsschuld in de EU is met een gemiddelde van 85 procent in 2012 nog altijd hoog. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van werkloosheid in de EU. Hoewel de werkloosheid EU-breed is gestabiliseerd, is deze met name in bepaalde lidstaten onacceptabel hoog. Tot slot kampen volgens de Commissie verschillende lidstaten met een ernstig verlies aan concurrentiekracht en staat de kredietverlening aan bedrijven EU-breed onder druk. De eerste tekenen van herstel geven dan ook geen aanleiding voor verminderde ambitie. De drie Commissiemededelingen sluiten goed aan bij deze noodzaak en bij de kabinetsinzet in Nederland en de EU. Met de mededelingen spoort de Commissie lidstaten aan tot behoud van ambitie in het aanpakken van economische kwetsbaarheden, het versterken van economisch groeivermogen en het afbouwen van schulden.

1. Appreciatie van de Europese Commissie ten aanzien van de draft budgetary plans, de buitensporigtekortprocedure en het Economic Partnership Programme

Vrijdag 15 november jongstleden heeft de Commissie de opinie ten aanzien van de draft budgetary plans, het oordeel ten aanzien van de buitensporigtekortprocedure en opinie betreffende het Economic Partnership Programme gepubliceerd. In de opinie over de draft budgetary plans is aangegeven in hoeverre de begroting 2014 van de betreffende lidstaten in lijn is met de regels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). De opinie vloeit voort uit de nieuwe rapportageverplichting voor eurolanden om de conceptbegroting in te sturen. Deze rapportage is sinds dit jaar in het kader van de zogenoemde two pack verplicht voor alle eurolanden en heeft als doel de Europese begrotingscoördinatie verder te versterken. Voor eurolanden die in het afgelopen voorjaar nieuwe aanbevelingen hebben gekregen in het kader van de buitensporigtekortprocedure heeft de Commissie daarnaast geoordeeld over de inspanning om het buitensporigtekort terug te dringen (op basis van de ingediende effective action reports) en een opinie opgesteld ten aanzien van de ingediende Economic Partnership Programmes.2 Zie bijlage 1 voor een volledig overzicht van de appreciatie van de Commissie voor alle individuele lidstaten.

Voor Nederland heeft de Commissie geconcludeerd dat aan de vereiste rapportageverplichtingen wordt voldaan. De Commissie oordeelt dat Nederland effectief gevolg heeft gegeven aan de aanbevelingen in het kader van de buitensporigtekortprocedure. Tegelijkertijd heeft de Commissie aangegeven dat voor Nederland binnen dit oordeel geen ruimte bestaat om af te wijken van de ingeslagen weg. Dit oordeel is in lijn met de aanbeveling van afgelopen voorjaar, aangezien «ten minste» 6 miljard van Nederland aan additionele maatregelen is gevraagd en Nederland recent een aanvullend consolidatiepakket van structureel 6 miljard euro heeft neergelegd.3

Dit oordeel van de Commissie is een steun in de rug voor één van de prioriteiten van dit kabinet: het op een verantwoorde wijze op orde krijgen van de overheidsfinanciën. Bij de samenstelling van het pakket zijn, gezien de economische situatie, de gevolgen voor ondernemerschap en werkgelegenheid zo veel mogelijk beperkt, is het onderwijs ontzien en is ook ruimte gemaakt voor een aantal stimulerende maatregelen. Met dit kabinetsbeleid wordt koers gezet richting gezonde overheidsfinanciën en een stevige basis gelegd voor het versterken van de economische groei in Nederland.

Met het oordeel ten aanzien van «effectieve actie» van de Commissie, verlaat Nederland niet automatisch de buitensporigtekortprocedure. Aangezien volgens de huidige inzichten het buitensporigtekort niet in 2014 gecorrigeerd zal zijn, gaat de Commissie op een later moment een nieuwe aanbeveling voorstellen aan de Raad.

Ook voor andere landen die in het afgelopen voorjaar nieuwe aanbevelingen hebben gekregen in het kader van de buitensporigtekortprocedure (België, Frankrijk, Slovenië, Spanje en Malta) heeft de Commissie geoordeeld dat effectief gevolg is gegeven aan de aanbevelingen in het kader van de buitensporigtekortprocedure. Aan Spanje en Malta vraagt de Commissie om voor 2014 met additionele maatregelen te komen, omdat anders de aanbevelingen in het kader van de buitensporigtekortprocedure niet lijken te worden gehaald.

2. Annual Growth Survey – vijf prioriteiten voor groei

In de Annual Growth Survey beschrijft de Commissie vijf prioriteiten die van belang zijn voor het herstel van economische groei in de EU. Op basis van deze prioriteiten bepalen de lidstaten de komende maanden in diverse Raden de EU-brede prioriteiten voor het Europees Semester. In aanvulling op deze prioriteiten herhaalt de Commissie in de Annual Growth Survey de eerdere ideeën over het verdiepen van het Europees Semester, bijvoorbeeld via de ex ante coördinatie van hervormingen en het instellen van lidstaatcontracten. De Kamer is over deze ideeën voor het verdiepen van het Europees Semester geïnformeerd via de Kamerbrief van 22 april 2013.4

De vijf prioriteiten die de Commissie beschrijft sluiten goed aan bij de uitdagingen waar we EU-breed voor staan. De prioriteiten zullen zowel op EU-niveau als op nationaal niveau navolging krijgen, waarbij iedere lidstaat andere accenten zal leggen. Hieronder volgt per aanbeveling een beschrijving van de wijze waarop het kabinet de prioriteiten nationaal en in de EU wil invullen.

Prioriteiten van de Europese Commissie

  • 1. Streven naar gedifferentieerde en groeivriendelijke begrotingsconsolidatie

    • a. Groeivriendelijke begrotingsconsolidatie via een goede mix tussen uitgaven en inkomsten maatregelen.

    • b. Lange termijn investering in educatie, innovatie, energie, klimaatbescherming en een sociaal vangnet.

    • c. Groeivriendelijke inrichting van belastingbeleid

  • 2. Kredietverschaffing aan de economie normaliseren

    • a. Verminderen private sector schuld

    • b. Herstructureren en herstellen van banken

    • c. Ontwikkelen van alternatieven voor bankfinanciering

  • 3. Bevorderen van groei en concurrentievermogen

    • a. Implementatie van derde energiepakket in 2014

    • b. Verbeteren implementatie dienstenrichtlijn

    • c. Moderniseren van onderzoekssystemen in lijn doelen van de Europese Onderzoeksruimte

  • 4. Tegengaan van werkloosheid en de sociale consequenties van de crisis

    • a. Versterken van activerend arbeidsmarktbeleid

    • b. Hervormingen in loonvorming en herstellen van segmentatie op de arbeidsmarkt

    • c. Moderniseren van onderwijsstelsels

    • d. Verbeteren van sociale bescherming

  • 5. Moderniseren overheden

    • a. Meer toepassen van digitale overheidsdiensten

    • b. Verbeteren ondernemingsklimaat en verminderen regeldruk

2.1 Groeivriendelijke begrotingsconsolidatie

De eerste aanbeveling is gericht op het streven naar een gedifferentieerde en groeivriendelijk begrotingsconsolidatie. Nederland hecht sterk aan handhaving van de Europese begrotingsafspraken. In het kader van de buitensporigtekortprocedure is de Nederlandse aanbeveling om voor de begroting van 2014 voor ten minste 1 procent bbp (6 miljard euro) aan aanvullende structurele maatregelen te nemen. Hiertoe is een aanvullend consolidatiepakket van deze omvang samengesteld, waarbij de gevolgen voor ondernemerschap en werkgelegenheid zo veel mogelijk zijn beperkt, het onderwijs wordt ontzien en ruimte is gemaakt voor een aantal stimulerende maatregelen. Met dit kabinetsbeleid wordt koers gezet richting gezonde overheidsfinanciën en een stevige basis gelegd voor het versterken van de economische groei in Nederland. Een uitgebreide appreciatie van de opinie van de Commissie in het kader van de buitensporigtekortprocedure is aan het einde van deze brief opgenomen.

2.2 Kredietverlening

Het bevorderen van een gezonde financiële sector met normale kredietverschaffing aan de economie is de tweede prioriteit van de Commissie. Het kabinet kan zich hier goed in vinden en heeft ter stimulering van ondernemingsfinanciering een pakket aan maatregelen genomen.5 Nieuwe bedrijven en bedrijven met duidelijke groeiambities vormen immers een belangrijke basis voor (duurzame) economische groei, werkgelegenheid en productiviteit. In de begroting van 2014 is extra geld uitgetrokken voor de ondersteuning van bedrijfsfinanciering. Zo wordt 75 miljoen euro extra uitgetrokken voor startende ondernemers en voor innovatieve ondernemingen en gaat er 30 miljoen euro extra naar de kredietinstelling Qredits om leningen van maximaal 150.000 euro te verstrekken aan starters en kleine bedrijven. Ook private partijen dragen bij aan het herstel van kredietverlening. Pensioenfondsen en verzekeraars dragen bij aan de kredietinstelling «Qredits» en verzekeraars hebben het commitment uitgesproken om circa 200 miljoen euro te investeren in een mkb-investeringsfonds. Om kapitaal van (internationale) institutionele beleggers voor de Nederlandse economie te mobiliseren wordt een Nederlandse Investeringsinstelling (NII) opgericht. Naast de inzet om de toegang tot financiering voor het bedrijfsleven te bevorderen, zet het kabinet zich in voor het verlagen van de schulden van huishoudens, zoals hieronder in de reactie op het Alert Mechanism Report nader beschreven is.

2.3 Groei- en concurrentievermogen

De derde prioriteit voor 2014 is het versterken van groei- en concurrentievermogen. Het kabinet onderschrijft dit volledig. In Nederland zet het kabinet in op het versterken van het concurrentievermogen via het wegnemen van belemmeringen om te investeren, te ondernemen en te onderzoeken en innoveren. Ook in de EU zijn maatregelen nodig om het Europese groeivermogen te versterken. Dit wordt geïllustreerd door de analyse over de interne markt die als bijlage bij de Annual Growth Survey is gepubliceerd waaruit blijkt dat de interne markt nog altijd gefragmenteerd is. Juist daarom is het positief dat de Commissie in haar Survey oproept tot concrete acties: verbeterde implementatie van het derde energiepakket, de dienstenrichtlijn en de doelen van de Europese Onderzoeksruimte. Volledige implementatie van het derde energiepakket in alle EU-lidstaten is daarbij van groot belang voor een goed werkende interne energiemarkt, een succesvolle energietransitie en betaalbare prijzen. Daarnaast is Nederland voorvechter van een ambitieuze afschaffing van resterende belemmeringen voor dienstverleners, onder andere via de wederzijdse evaluatie van nationale eisen aan gereglementeerde beroepen in lidstaten. Tot slot onderschrijft Nederland het belang van de verdere ontwikkeling van de Europese Onderzoeksruimte en draagt daar zelf ook aan bij door het op peil houden van het eigen kwalitatief sterke onderzoekssysteem.

2.4 Tegengaan werkloosheid en sociale consequenties van de crisis

De Commissie benoemt als vierde prioriteit het bestrijden van werkloosheid en de sociale gevolgen van de crisis. Het kabinet onderschrijft deze prioriteit van harte. Net als in veel andere lidstaten is de werkloosheid in Nederland het afgelopen jaar snel opgelopen. Ook stijgt het risico op armoede. Tegelijkertijd zijn de niveaus van werkloosheid en armoede nog altijd laag in Europees perspectief. Om de werkloosheid en het risico op armoede in Nederland tegen te gaan, houdt het kabinet vast aan zijn hervormingsagenda zoals uiteengezet in het Sociaal Akkoord van 11 april 2013. In de begrotingsafspraken 2014 is bovendien overeengekomen dat een aantal hervormingen versneld wordt doorgevoerd. Zo is afgesproken dat de maatregelen rond de verbetering van de positie van flexwerkers en aanpassing van het ontslagrecht met een half jaar zullen worden versneld, en dat binnen de WW-hervorming de verbreding van het begrip passende arbeid en de inkomstenverrekening een jaar eerder zal worden ingevoerd. Naast de verbetering van deze arbeidsmarktinstituties blijft het kabinet hoge prioriteit geven aan de bestrijding van jeugdwerkloosheid. Ook de gelden vrijgemaakt ten behoeve van de sectorplannen zullen in dit kader worden aangewend. Met de Commissie acht het kabinet het van belang dat de sociale gevolgen van de crisis worden bestreden. Voor wie niet kan werken is een adequaat vangnet beschikbaar, en dit blijft het geval.

2.5 Moderniseren overheden

Tot slot kan het kabinet zich ook goed vinden in de laatste prioriteit van de Commissie: het moderniseren van overheden. Nederland heeft een van de meest efficiënt presterende overheden, maar zal desalniettemin alle kansen benutten om een goedkoper, flexibeler en efficiënter functionerende rijksoverheid te realiseren.6 Hiertoe wordt onder andere de Hervormingsagenda Rijksdienst uitgevoerd. De Nederlandse overheid heeft de ambitie dat bedrijven en burgers in 2017 alle zaken die zij met de overheid doen, zoals het aanvragen van een vergunning, digitaal kunnen afhandelen. Daarnaast zet het kabinet zich in voor een structurele verlaging van administratieve lasten ter waarde van 2,5 miljard euro in 2017 (t.o.v. 2012). Ook op EU-niveau moet de regeldruk worden teruggedrongen, ondermeer via een ambitieuze invulling van het REFIT-programma, dat gericht is op eenvoudigere en beter uitvoerbare EU-regelgeving en vermindering van de EU-regeldruk. De Kamer is hierover op 25 januari 2013 geïnformeerd via het BNC-fiche inzake de Commissie-mededeling «Gezonde EU-regelgeving».7 Naast het moderniseren van overheden heeft het kabinet nadrukkelijk aandacht voor het functioneren van de talrijke instellingen die op het snijvlak van publieke en private sector belangrijke maatschappelijke diensten leveren op het terrein van zorg, onderwijs, sociale woningbouw, energie en infrastructuur.

Bijlagen bij Annual Growth Survey

Naast de beschrijving van de vijf prioriteiten voor groei, heeft de Commissie als bijlage bij en bijdrage aan de Annual Growth Survey twee rapporten gepubliceerd die hierboven genoemd zijn: een onderzoek naar de interne markt en een werkgelegenheidstudie met een scorebord met belangrijkste arbeidsmarkt- en sociale indicatoren. Het kabinet verwelkomt de opname van dit scorebord in de werkgelegenheidsstudie, dat dit jaar voor het eerst gepubliceerd is om sociale ontwikkelingen in de lidstaten beter zichtbaar te maken. Dit scorebord wordt meegenomen in de landenspecifieke besprekingen tijdens het Europees Semester, met het oogmerk de sociale dimensie van de Economische en Monetaire Unie te versterken. Tot slot heeft de Commissie bij de Annual Growth Survey een werkdocument gepubliceerd met daarin een beoordeling van de implementatie van de landenspecifieke aanbevelingen door lidstaten. Het is goed dat de Commissie dit jaar de prestaties van lidstaten duidelijk in kaart brengt. Dit maakt het mogelijk voor de lidstaten om elkaar aan te spreken over de voortgang in de implementatie. Het verdient dan ook aanbeveling om dit werkdocument te bespreken tijdens de discussies over de Annual Growth Survey in de diverse Raadsformaties. Ten aanzien van de beoordeling van de Nederlandse implementatie van aanbevelingen, zal het kabinet wijzen op de ambitieuze voortgang. De woningmarkt wordt geleidelijk hervormd, waarbij het kabinet kiest voor een robuuste balans tussen het tempo van de hervormingen en stabiliteit op de woningmarkt. Daarnaast worden hervormingen op de arbeidsmarkt (deels versneld) doorgevoerd, zoals hierboven beschreven. Tot slot worden ook de investeringen in innovatie en fundamenteel onderzoek in Nederland gewaarborgd. De uitgaven aan R&D zijn toegenomen tot 2,16 procent van het bbp in 2012 ten opzichte van 2,03 procent in 2011.

3. Alert Mechanism Report – Mogelijke risico’s in de EU

Het Alert Mechanism Report is het startpunt van de jaarlijkse cyclus van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP), die ook onderdeel uitmaakt van het Europees Semester. Met het Alert Mechanism Report identificeert de Commissie zestien lidstaten die in de komende maanden nader onderzocht worden om vast te stellen in hoeverre deze lidstaten kampen met economische onevenwichtigheden. De resultaten van het onderzoek worden in het voorjaar van 2014 verwacht. Indien het onderzoek uitwijst dat een lidstaat kampt met onevenwichtigheden kan de Raad op voorstel van de Commissie een preventieve aanbeveling doen of, bij onevenwichtigheden die een risico vormen voor de stabiliteit van de eurozone, overgaan tot een buitensporige onevenwichtighedenprocedure. In deze procedure worden lidstaten via scherpe monitoring en in ultimo boetes gestimuleerd om hun onevenwichtigheden aan te pakken. Een ambitieuze invulling van het Alert Mechanism Report en van de MEOP in den brede is van belang om in de toekomst de opbouw van onevenwichtigheden die mede geleid hebben tot de economische crisis te voorkomen.

Onevenwichtigheden in de EU

De Commissie beschrijft dat de ernst en de aard van de onevenwichtigheden van de zestien lidstaten die zijn geselecteerd voor een diepteonderzoek sterk van elkaar verschillen. De Commissie onderscheid drie categorieën. Lidstaten die volgens de Commissie kampen met i. buitensporige onevenwichtigheden, ii. onevenwichtigheden waarvoor resolute beleidsmaatregelen noodzakelijk zijn en iii. lidstaten met onevenwichtigheden. Nederland is ingedeeld in deze laatste categorie. De onevenwichtigheden in de lidstaten concentreren zich met name op hoge kredieten, zowel overschotten als tekorten op de lopende rekening, verlies aan concurrentievermogen en een toename in private en publieke schuld als gevolg van de crisis. De Commissie geeft aan dat de lidstaten belangrijke stappen hebben gezet om de externe en interne onevenwichtigheden te verhelpen. Volgens de Commissie zijn er echter aanvullende inspanningen nodig zijn om o.a. de hoge private schulden te verlagen, de netto internationale investeringspositie te verbeteren en de tekorten op de lopende rekening aan te pakken.

Diepteonderzoek naar Nederland

De Commissie zal evenals vorig jaar een diepteonderzoek starten naar mogelijke onevenwichtigheden in de Nederlandse economie. In april 2013 heeft de Commissie reeds vastgesteld dat er een onevenwichtigheid in de Nederlandse economie bestaat met betrekking tot de relatief hoge private schulden en de situatie op de woningmarkt. Het komende diepteonderzoek zal derhalve dienen om vast te stellen of deze onevenwichtigheid nog altijd bestaat in de Nederlandse economie. In het afgelopen jaar zijn namelijk significante maatregelen getroffen om gelijktijdig zowel de huur- en koopwoningmarkt te hervormen. Dit doet het kabinet onder andere door het ontmoedigen van scheefwonen met een inkomensafhankelijke huurverhoging, door het stimuleren van annuïtair aflossen voor nieuwe hypotheken en met de geleidelijke beperking van het maximale leenbedrag tot 100 procent van de woningwaarde. Vanaf 2014 wordt tevens het maximale tarief voor de aftrek van hypotheekrente stapsgewijs verlaagd, voor zowel bestaande als nieuwe gevallen. De afbouw van de schulden van huishoudens vergt tijd en de hoge Nederlandse hypotheekschuld zal niet direct sterk verlaagd kunnen worden. Met de bovengenoemde maatregelen is echter wel een gedragsverandering ingezet die op termijn zal leiden tot een evenwichtig niveau van schulden bij huishoudens.

De Commissie kan in het diepteonderzoek naar de Nederlandse economie ook aandacht besteden aan de omvang van de overheidsschuld, het overschot op de lopende rekening, het exportmarktaandeel en de reële effectieve wisselkoers. Ook op deze terreinen overschrijdt Nederland de gestelde drempelwaarden voor het bestaan van een mogelijke onevenwichtigheid. De Commissie benoemt deze overschrijdingen echter niet als potentiële onevenwichtigheden. De overheidsschuld wordt conform Europese regels afgebouwd. Het overschot op de lopende rekening wordt volgens de Commissie voornamelijk gedreven door wederexporten en gasbaten en lijkt dus niet te duiden op onderliggende belemmeringen in de Nederlandse economie. De afname van de exportmarktaandelen en de depreciatie van de reële effectieve wisselkoers zijn in lijn met de ontwikkelingen in de meeste eurolanden.

Conclusie

Het kabinet verwelkomt het Commissieoordeel ten aanzien van de buitensporige tekortprocedure voor Nederland en ziet dit als een ondersteuning van het kabinetsbeleid. Het kabinet kan zich goed vinden in de verschillende Commissiepublicaties die in het kader van het Europees Semester van economische en budgettaire beleidscoördinatie zijn verschenen. Met de publicaties worden de belangrijkste uitdagingen van lidstaten en de EU als geheel op budgettair en economisch gebied in kaart gebracht. Het is van belang dat alle lidstaten ambitieus invulling geven aan de prioriteiten en uitdagingen die de Commissie identificeert. Dit is niet alleen in het belang van deze lidstaten zelf, maar ook in het belang van de EU als geheel. Zoals de crisis heeft aangetoond, kunnen kwetsbaarheden in EU-lidstaten vergaande effecten hebben voor andere lidstaten. Deze verwevenheid vraagt om verantwoordelijk beleid van alle lidstaten. Tijdens de Europese discussie zal het kabinet er dan ook op aandringen dat er concreet en ambitieus navolging wordt gegeven aan de prioriteiten en aandachtspunten die de Commissie identificeert.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Bijlage 1: overzicht van de opinie van de Commissie ten aanzien van de draft budgetary plans

Country

Overall compliance of Draft Budgetary Plan with Stability and Growth Pact

Overall compliance with the fiscal-structural reforms suggested in 2013 CSRs

Overall conclusion based on the Commission 2013 Autumn Forecast

Compliance with the Excessive Deficit Procedure in 2013/2014

Compliance with the Preventive Arm requirements in 2014

Overall conclusion on progress towards fiscal-structural reforms

Progress on individual reforms in response to the structural part of the fiscal CSR since June 2013

BE

Broadly compliant

Durable correction of the excessive deficit in 2013

Some deviation from the adjustment path towards the MTO

Limited progress

Limited action: Explicit coordination arrangements between federal and sub-federal levels

DE

Compliant

n.r.

MTO overachieved

No progress

No action on the structural parts of the fiscal CSR

EE

Compliant

n.r.

At MTO

Some progress

Progress: Budget-balance rule

Limited action: Multi-annual expenditure rules and ceilings

ES

Risk of non-compliance

Fiscal effort delivered in 2013, at risk in 2014

n.r.

Some progress*

Progress: Independent fiscal institution; public sector arrears; indexation schemes; pension system; public administration reform; health care spending.

Limited action: Comprehensive expenditure review; review of tax system

FR

Compliant with no margin

Fiscal effort delivered both in 2013/2014

n.r.

Limited progress*

Progress: Pension system

Limited action: Spending review; tax system; decentralisation

IT

Risk of non-compliance

n.r.

Compliance with the debt benchmark in 2013, at risk in 2014

Limited progress

Limited action: Public expenditure; tax policy

LU

Risk of non-compliance

n.r.

Significant deviation from MTO

Some progress

Progress: Medium-term budgetary framework

MT

Risk of non-compliance

Headline target met in 2013, fiscal effort at risk in both 2013/2014

n.r.

Limited progress*

Progress: Fiscal framework; efficiency of public administration (adoption and implementation risks remain); healthcare (information is inconclusive)

Limited action: Pension system

NL

Compliant with no margin

Fiscal effort delivered both in 2013/2014

n.r.

Some progress*

Progress: Fiscal framework; housing market (implementation of past reforms)

Limited action: Pension system; tax credits and allowances

AT

Broadly compliant

Durable correction of the excessive deficit in 2013

Some deviation from adjustment path towards the MTO

Some progress

Progress: Pension system; labour market

Limited action: Linking pension benefits to changes in life expectancy; harmonisation of pension ages

SI

Compliant with no margin

Fiscal effort delivered both in 2013/2014

n.r.

Limited progress*

Progress: Tax system; fiscal framework; long-term care

Limited action: Pension system

SK

Broadly compliant

Durable correction at risk in 2014 – Fiscal effort delivered

Some deviation from adjustment path towards the MTO

Limited progress

Progress: Tax system (collection)

Limited action: Pension system; tax policy; health care; budgetary rules

FI

Risk of non-compliance

n.r.

Significant deviation from adjustment path towards the MTO, breach of the 60% threshold in 2014

Some progress

Progress: Public sector efficiency; finances of the municipal sector; pension reform

Legend: n.r.: not relevant

* This Member State submitted an Economic Partnership Programme.


X Noot
1

Deze Kamerbrief vervangt het BNC-fiche.

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1086.

X Noot
3

Kamerstuk 33 750, nr. 19.

X Noot
4

Kamerstuk 21 501-20, nr. 780.

X Noot
5

Het gehele pakket wordt beschreven in Kamerstuk 32 637, nr. 85.

X Noot
6

Europese Commissie, Excellence in public administration for competitiveness in EU Member States (2012)

X Noot
7

De Kamer is hierover op 25 januari 2013 geïnformeerd via het BNC-fiche inzake de Commissie-mededeling «Gezonde EU-regelgeving». Kamerstuk 22 112, nr. 1555, Het BNC-fiche over de (vervolg)mededeling «Gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT)» van 2 oktober 2013 wordt de Kamer binnenkort toegezonden.