21 501-04 Ontwikkelingsraad

Nr. 221 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 mei 2019

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking van 16 mei 2019.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD BUITENLANDSE ZAKEN OVER ONTWIKKELINGS-SAMENWERKING VAN 16 MEI 2019

2019 – behouden momentum voor de 2030 agenda en klimaatdoelstellingen

De Raad zal spreken over de noodzaak momentum te behouden voor het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) en de klimaatdoelstellingen van Parijs. Het behalen van de klimaatdoelstellingen is een integraal onderdeel van de succesvolle uitvoering van de SDG’s. Nederland zal tijdens de Raad aandringen op het formuleren van sterke EU-boodschappen ter bevordering van de wereldwijde implementatie van beide agenda’s.

De VN-bijeenkomsten over de SDG’s en de Overeenkomst van Parijs, die in juli en in september 2019 worden georganiseerd, respectievelijk de jaarlijkse VN-conferentie over de SDG’s, het High-Level Political Forum on Sustainable Development (HLPF) in juli, en de SDG-Top en de Climate Action Summit in september, zijn belangrijke fora waar deze boodschappen kunnen worden uitgedragen. Voorafgaand aan het HLPF brengt de Secretaris-Generaal van de VN een rapport uit over de voortgang op het behalen van specifieke SDG’s. Tijdens de conferentie presenteert de EU haar SDG-inspanningen, onder andere op basis van het zogeheten Joint Synthesis Report, een samenvattend verslag van de vorderingen van de EU en de lidstaten op de externe uitvoering van de 2030 agenda, dat naar verwachting in mei wordt gepubliceerd. De presentatie biedt naar het oordeel van het kabinet een goede gelegenheid voor de EU-lidstaten om gezamenlijke boodschappen uit te dragen.

Tijdens de VN Algemene Vergadering op 24 en 25 september vindt een SDG-Top plaats voor regeringsleiders, de eerste sinds de aanname van de SDG’s in 2015. Voorafgaand aan de top publiceert een panel van wetenschappers onder leiding van de VN het Global Sustainable Development Report over de voortgang op de wereldwijde uitvoering van de SDG-agenda. Doel van de top is dat VN-lidstaten zich op basis van het rapport in een politieke verklaring uitspreken over de aanvullende actie die nodig is voor het behalen van de SDG’s. Het is belangrijk dat de EU lidstaten in de onderhandelingen over de verklaring een sterke gezamenlijke stem laten horen om de internationale consensus over de SDG-agenda te bestendigen. De Raad nam op 9 april 2019 conclusies aan ten aanzien van de discussienota «Naar een duurzaam Europa in 2030», die op 30 januari jl. door de Commissie werd gepubliceerd.1 In lijn met de Nederlandse inzet (conform motie Asscher/Jetten, Kamerstuk 35 078, nr. 17) wordt in de Raadsconclusies opgeroepen tot een EU-brede implementatiestrategie onder de nieuwe Europese Commissie die concrete maatregelen en termijnen bevat om de Agenda 2030 in het algehele EU-beleid (intern en extern) ten uitvoer te brengen.

Het kabinet is tevens van mening dat de EU een leidende rol moet spelen in het motiveren en assisteren van landen buiten de EU om meer klimaatactie te ondernemen en ambities te verhogen. De Raad heeft in februari 2019 conclusies2 aangenomen waarin deze ambities duidelijk doorklinken. De EU kan ontwikkelingslanden ondersteunen in hun klimaatactie door het EU-ontwikkelingsinstrumentarium in lijn te brengen met de Parijs agenda. Het vergroten van het aandeel klimaatfinanciering, ondersteuning van de implementatie van Nationally Determined Contributions (NDC’s) en het klimaatrelevant maken van de EU-ontwikkelingsprogramma’s zijn daarin cruciale elementen, evenals het beëindigen van financiële ondersteuning aan fossiele activiteiten. Het kabinet ziet op punten ruimte voor meer ambitie van de EU, zoals op de doelstelling van tenminste 25% klimaat-relevante uitgaven binnen het nieuwe MFK. Dit is nader toegelicht in de Kamerbrief van de Staat van de Unie3.

Jeugd en Ontwikkeling

De Raad zal van gedachten wisselen over het beter verankeren van Jeugd en Ontwikkeling in het EU-beleid. De Europese Commissie benoemt jongeren als belangrijke spelers in de implementatie van de 2030 Agenda en wil zich inzetten voor het verbeteren van perspectief voor jongeren in ontwikkelingslanden.

Het kabinet werkt aan een jongerenstrategie, waarover uw Kamer voor het zomerreces per brief zal worden geïnformeerd. In de Raad zal Nederland toelichten dat de inzet gericht is op zowel het verbeteren van basisonderwijs in ontwikkelingslanden, als op beroepsonderwijs voor jongeren en het stimuleren van ondernemerschap. Juist het goed laten aansluiten van (beroeps)onderwijs op de vraag van de arbeidsmarkt is bepalend voor het bieden van perspectief aan jongeren op een betere toekomst. Digitale vaardigheden en levensvaardigheden (bijvoorbeeld samenwerken, kritisch denken) zijn hierbij cruciaal, om zo jonge mannen en vrouwen meer kans te geven op de lokale arbeidsmarkt. Daarnaast zorgt het stimuleren van lokaal ondernemerschap, met extra focus op jonge vrouwen, voor meer en betere banen. Door verbetering van het ondernemingsklimaat en door betere toegang tot financiering en afzetmarkten worden lokale, jonge, ondernemers gesteund een eigen inkomen te verdienen en een beter bestaan op te bouwen.

Naast het verbeteren van het toekomstperspectief van jongeren middels onderwijs en werk, is jongerenparticipatie in besluitvorming voor Nederland een aandachtspunt. Nederland onderstreept dit onder andere met een actieve deelname aan het door UNICEF geïnitieerde Generation Unlimited. Dit is een nieuw wereldwijd partnerschap, dat jonge mensen verbindt met de private sector, overheden, internationale en lokale organisaties, en hen in het centrum van het besluitvormingsproces wil plaatsen, zodat jonge mensen co-creators worden van innovatieve oplossingen voor de uitdagingen in hun leven. Minister Kaag is bestuurslid van dit initiatief dat een sterke focus heeft op inclusiviteit en empowerment van jongeren.

Nederland zal in de Raad benadrukken dat er bij het verbeteren van perspectief voor jongeren speciale aandacht moet zijn voor gelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes. Jonge vrouwen met onderwijs zijn minder vaak slachtoffer van huiselijk geweld of kindhuwelijken. Relevant onderwijs biedt hen kans op beter werk en een fatsoenlijk inkomen. Dit bevordert gelijke kansen tussen mannen en vrouwen en gaat uitsluiting tegen. Het zorgt voor een betere onderhandelingspositie van jonge vrouwen in de familie en gemeenschap. Naast hun eigen sociaal-financiële en economische positie is onderwijs en werk voor vrouwen ook in het belang van het gezin en kinderen die daarmee meer kansen en perspectief hebben op een relevante opleiding, fatsoenlijk werk en een betere toekomst.

Sahel: versterken EU-inzet

De Raad zal tevens spreken over het EU engagement in de Sahel regio. De Sahel staat eerder die week ook op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken van 13 mei. Op 14 mei is er ook een bijeenkomst tussen de Europese Ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie met hun collega’s uit de G5-Sahel landen (Burkina Faso, Mali, Mauritanië, Niger en Tsjaad). Zoals vermeld in de geannoteerde agenda voor deze bijeenkomsten (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2004), intensiveert de EU de samenwerking met de Sahel regio op basis van een geïntegreerde en regionale aanpak.

De Raad buigt zich onder andere over de demografische trends en grote ontwikkelingsuitdagingen in de regio die een langdurige inzet gericht op stabiliteit, armoedebestrijding en inclusieve groei vereisen. De snelgroeiende groep jongeren – en met name meisjes – in de Sahel hebben perspectief nodig op een toekomst met werk, onderwijs, gelijke kansen, bescherming van hun rechten en veiligheid.

Het kabinet intensiveert de Nederlandse inzet en diplomatieke aanwezigheid in de «focusregio» Sahel (zoals uiteengezet in de Kamerbrief uitbreiding en versterking postennet, 8 oktober 2018. Kamerstuk 32 734, nr. 32) en doet dit in nauwe afstemming met de landen in de Sahel, maar ook met Europese en overige internationale partners. Zo draagt Nederland gericht bij aan het verder opschalen van bestaande en goedlopende internationale initiatieven. De recent toegezegde Nederlandse bijdrage van EUR 15 miljoen aan een samenwerkingsverband van Niger, Luxemburg, Denemarken en de EU dat de toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningen verbetert, is hiervan een goed voorbeeld (Duurzaam Ontwikkelingsdoel (SDG 6).

Ook is Nederland lid geworden van de Alliance Sahel, een door Frankrijk en Duitsland opgezet netwerk van multilaterale (Afrikaanse Ontwikkelingsbank, Wereldbank, UNDP, EU) en bilaterale (Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk, Italië, Denemarken, Spanje en Nederland) donoren alsook private partners (zoals de Bill Gates Foundation) dat een belangrijke rol speelt bij het coördineren van de internationale inzet in de Sahel regio. In aanloop naar de G5-Sahel top van 6 december 2018 mobiliseerde het netwerk EUR 266 miljoen voor urgente ontwikkelingsinitiatieven in de meest instabiele (grens-)regio’s. Op initiatief van Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zullen in de Alliance Sahel ook diplomatieke boodschappen worden afgestemd richting autoriteiten in de Sahel regio over het belang van goed bestuur. Nederland zal het belang van goed en inclusief bestuur tijdens de Raad nadrukkelijk naar voren brengen.

In de Sahel regio richt Nederland zich de komende jaren op uitdagingen waarop het een duidelijke expertise en meerwaarde heeft, onder meer op het gebied van voedselzekerheid, water, klimaat en het tegengaan van landdegradatie (SDG 2). De opkomst van hernieuwbare energie in de Sahel en de snel toenemende vraag naar voedsel bieden mogelijkheden voor werk en inkomen, ook voor de vele jongeren werkzaam in de informele sector. De inzet op beroepsonderwijs en private sector ontwikkeling wordt in samenhang hiermee vormgegeven (SDG 3, 5). Ook het versterken van regionale handelsnetwerken die de Sahel regio en West-Afrikaanse groeipolen met elkaar verbinden, biedt economische kansen (SDG 1, 4, 8).

Tenslotte zet Nederland zich met Europese en andere internationale partners in voor het versterken van de rechtsstaat in de Sahel regio. Zo organiseerde Nederland op 21 januari jl. samen met Denemarken, Zweden, de EU en vertegenwoordigers uit de G5-Sahel landen (politici, militairen, politie, en maatschappelijke organisaties) een bijeenkomst in Niger over het belang van civiel-militaire samenwerking en mensenrechten. Deze diplomatieke inzet combineert Nederland de komende jaren met financiële steun voor programma’s die bijdragen aan het versterken van de strafrechtketens en het verbeteren van de toegang tot recht in drie landen (Burkina Faso, Mali en Niger) in de regio (SDG 16). In de Raad zal Nederland het belang van deze samenhang tussen veiligheid en rechtstaat, als voorwaarde van duurzame stabiliteit, onderstrepen. De rol van vrouwen in conflictbemiddeling en vredesopbouw verdient eveneens meer steun en Nederland zal hier tijdens de Raad nadrukkelijk aandacht voor vragen.

De toekomstige financiële architectuur voor duurzame ontwikkeling en het nabuurschap

De Raad zal tijdens de lunch van gedachten wisselen over de toekomstige financiële architectuur voor duurzame ontwikkeling en het nabuurschap. Voor het behalen van de duurzame ontwikkelings-doelstellingen (SDG’s) zijn zowel publieke als private investeringen benodigd en is het van belang dat publieke middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Het kabinet informeerde uw Kamer al eerder over initiatieven om de externe investeringsarchitectuur van de Europese Unie te versterken, onder andere in de brief die uw Kamer op 19 oktober 2018 toekwam (Kamerstuk 22 112, nr. 2713). Het kabinet deelt de visie van de Commissie dat een combinatie van financieringsstromen voor ontwikkelingssamenwerking nodig is om de wereldwijde uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.

Onlangs heeft de Raad een «Group of Wise Persons» benoemd, die in opdracht van de Raad analyseert hoe de toegevoegde waarde van de Europese ontwikkelingsfinancieringsarchitectuur gemaximeerd kan worden, via inzet van diverse actoren zoals de Europese Investeringsbank (EIB), de EBRD en nationale ontwikkelingsbanken zoals FMO.

Tijdens de Raad zal naar verwachting vooral gesproken worden over de inrichting van het European Fund for Sustainable Development Plus (EFSD+), onderdeel van het Neighbourhood, Development and International Cooperation Instrument (NDICI) dat door de Commissie is voorgesteld voor het nieuwe MFK. De Nederlandse inzet zoals vervat in de Geannoteerde Agenda van de Raad van 26 november (Kamerstuk 21 501-04, nr. 218) is nog steeds actueel. Nederland zal blijven onderstrepen dat binnen het EFSD+ het genereren van investeringen geen doel op zich mag zijn. Het behalen van ontwikkelingsimpact en bijdragen aan de doelstellingen van het extern beleid van de Europese Unie moeten voorop blijven staan. Nederland hecht waarde aan een goede balans tussen beleids-inhoudelijke aansturing en bancaire expertise die nodig is om een fonds met dergelijk grote risico’s effectief in te zetten en prudent te beheren. Het kabinet verwelkomt daarnaast de aanstelling van de «Group of Wise Persons». De aanbevelingen van deze werkgroep zullen waar mogelijk meegenomen worden in de besluitvorming over de vormgeving van EFSD+ en kunnen zodoende mogelijk de impact van de EU ontwikkelingsfinancieringsmiddelen vergroten.


X Noot
1

Een appreciatie van de discussienota is middels het BNC-fiche «Naar een duurzaam Europa in 2030» verzonden op 15 maart 2019 (Kamerstuk 22 112, nr. 2784).

X Noot
3

Kamerstuk 35 078, nr. 1.

Naar boven