Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202121501-02 nr. 2207

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 2207 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 oktober 2020

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 13 OKTOBER 2020

Op dinsdag 13 oktober 2020 vindt een Raad Algemene Zaken (RAZ) plaats. De Raad zal naar verwachting spreken over het Meerjarig Financieel Kader, de toekomstige relatie met het VK, de Europese Raad van 15 en 16 oktober, de jaarlijkse rechtsstatelijkheidsdialoog, de coördinatie van de COVID-19-maatregelen en de conferentie over de toekomst van Europa. De Minister van Buitenlandse Zaken is voornemens deel te nemen aan deze Raad.

Meerjarig Financieel Kader 2021–2027

Het voorzitterschap zal rapporteren over de laatste stand van zaken in de gesprekken met het Europees Parlement over de uitwerking van het op 17–21 juli jl. bereikte akkoord van de Europese Raad over het MFK, het herstelinstrument in reactie op de COVID-19-crisis en het nieuwe Eigenmiddelenbesluit (EMB).

Goedkeuring van het Europees Parlement (met meerderheid van zijn leden) is nodig voordat de Raad (met unanimiteit) de MFK-Verordening definitief kan vaststellen (artikel 312 VWEU). Voor het EMB geldt dat deze na raadpleging van het EP (artikel 311 VWEU) door de lidstaten moet worden goedgekeurd. In Nederland wordt het EMB in een wetstraject ter goedkeuring voorgelegd aan het parlement. Op 16 september jl. stelde het EP zijn advies over het EMB vast.

Het Europees Parlement heeft aangegeven dat het zal aandringen op een aantal wijzigingen van het in de ER bereikte akkoord, waaronder extra budgettaire ruimte voor enkele prioritaire thema’s zoals klimaat en het Horizon Europe-programma, een grotere rol bij de financiering van het herstelinstrument, een sterke conditionaliteit t.a.v. rechtsstatelijkheid en een bindend tijdpad voor de invoering van nieuwe eigen middelen.

Zoals toegelicht in het verslag van de Europese Raad van 17–21 juli jl. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1575), komt het bereikte ER-akkoord op voor Nederland prioritaire elementen in grote mate overeen met de inzet van het kabinet. Het kabinet zet zich ervoor in om deze uitkomsten zo goed mogelijk te borgen in de verschillende wetgevingsinstrumenten. Het kabinet acht het mogelijk om binnen de kaders van de conclusies van de Europese Raad tot overeenstemming te komen met het Europees Parlement, waarbij het kabinet het totaalpakket integraal zal beoordelen. Meer middelen voor prioritaire programma’s is voor Nederland aanvaardbaar op voorwaarde dat dit niet gepaard gaat met een verhoging van het totale plafond voor het MFK 2021–2027. Een juridisch bindende tijdlijn voor de invoering van nieuwe eigen middelen is voor Nederland niet aanvaardbaar.

Over de conditionaliteit t.a.v. rechtsstatelijkheid verspreidde het voorzitterschap op 28 september jl. een aangepast voorstel waarin het een uitwerking geeft aan de conclusies van de Europese Raad van 17–21 juli jl. op dit terrein. Uw Kamer ontvangt een separate appreciatie van dit voorstel.

Het kabinet blijft zich inzetten voor een sterke, effectieve koppeling tussen de ontvangst van EU-middelen uit het MFK en het herstelinstrument en de naleving van rechtsstatelijkheidsbeginselen. Wederzijds vertrouwen tussen lidstaten en hun respectievelijke rechtsstelsels is het fundament voor Europese samenwerking en effectief instrumentarium is nodig om dat te kunnen beschermen. Nederland zal zich in de Raad inzetten voor een directe koppeling tussen de ontvangst van EU-middelen en de naleving van rechtsstatelijkheidsbeginselen en voor een effectieve besluitvormingsprocedure met gekwalificeerde meerderheid in de Raad.

Toekomstige relatie VK

De Raad Algemene Zaken zal stilstaan bij de voortgang in de onderhandelingen tussen de EU en het VK over het toekomstig partnerschap. De negende onderhandelingsronde vond plaats in de week van 28 september.

De EU en het kabinet blijven inzetten op het bereiken van een zo ambitieus mogelijk akkoord, op basis van de Europese en Nederlandse uitgangspunten en belangen, zoals eerder met uw Kamer gedeeld.1 Een ambitieuze toekomstige relatie is in het belang van de EU en zeker ook in het belang van het VK. Tegelijkertijd is duidelijk dat op een aantal fundamentele onderwerpen de posities nog ver uit elkaar liggen. Zoals bekend betreft het de waarborgen voor een gelijk speelveld, visserij en de governance van het akkoord. Voortgang op deze fundamentele onderwerpen is een voorwaarde voor het sluiten van een akkoord. Op andere onderwerpen liggen de posities dichter bij elkaar, maar ook daar is nog werk te verrichten. De Europese Commissie en het kabinet blijven inzetten op parallelle voortgang op alle onderhandelingstafels. Dit is voor Nederland cruciaal omdat de belangen zeer breed zijn en het risico bestaat dat er anders op voor Nederland belangrijke onderwerpen geen of ontoereikende afspraken tot stand komen. Parallelle voortgang is daarnaast de beste manier om een akkoord te bereiken dat een goede balans van rechten en verplichtingen bevat.

De uitkomst van de onderhandelingen zal uiteraard in grote mate afhangen van de opstelling en inzet van het VK. Ongeacht de uitkomst van de onderhandelingen tussen de EU en het VK zal er na het aflopen van de overgangsperiode veel veranderen, ook als het lukt om afspraken over het toekomstig partnerschap te maken. De voorbereidingen op de nieuwe relatie met het VK na het aflopen van de overgangsperiode zijn een belangrijk punt van aandacht voor het kabinet. In alle gevallen zijn readiness-voorbereidingen nodig door alle actoren: (mede)overheden, instellingen, bedrijven en burgers. Op 21 augustus jl. ontving uw Kamer een uitgebreid overzicht van de Rijksbrede voorbereidingen op het aflopen van de in het terugtrekkingsakkoord overeengekomen overgangsperiode.2

Voorbereiding Europese Raad van 15–16 oktober 2020

Op de agenda voor de Europese Raad van 15 en 16 oktober staan klimaat, de onderhandelingen tussen de EU en het VK, het partnerschap tussen de EU en Afrika en mogelijk Rusland.

Wat klimaat betreft verwelkomt het kabinet het Climate Target Plan en bijbehorend Impact Assessment, in het bijzonder het Commissievoorstel om het Europese broeikasgasreductiedoel voor 2030 op te hogen naar «ten minste 55%». Het kabinet zal binnenkort een appreciatie van de voorstellen toezenden via een BNC-fiche. Het kabinet heeft, conform het Regeerakkoord (Bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34), gepleit voor een ophoging naar 55%. Dit past bij het meest kosteneffectieve reductiepad richting klimaatneutraliteit in 2050. Het kabinet zet in op een tijdig akkoord hierover, uiterlijk op de ER van december.

Aangaande de onderhandelingen tussen de EU en het VK is de verwachting dat de bespreking in zal gaan op de stand van zaken, daar de onderhandelingen op het moment van schrijven op fundamentele punten nog niet tot een doorbraak hebben geleid.

Het kabinet verwelkomt blijvende aandacht voor het EU-Afrika partnerschap ondanks het uitstel van de EU-AU ministeriële en de EU-AU-Top die eerder gepland stonden voor het najaar van 2020, maar vanwege COVID-19 op een later moment zullen plaatsvinden. In dat licht steunt het kabinet het plan van de voorzitter van de Europese Raad Charles Michel om in december een bijeenkomst tussen regeringsleiders van de EU en de AU te organiseren in aangepaste vorm.

Mogelijk staat ook Rusland op de agenda, in het bijzonder de situatie van de Russische politicus Alexei Navalny.

Tot slot zal de Raad Algemene Zaken de opvolging van de conclusies bespreken van de Europese Raad die plaatsvond op 1 en 2 oktober waar de Interne Markt, Digitaal, de situatie in de Oostelijke Middellandse Zee inclusief de relatie met Turkije en Wit-Rusland op de agenda stonden.

Jaarlijkse rechtsstatelijkheidsdialoog

De Raad zal zijn jaarlijkse rechtsstatelijkheidsdialoog houden. Daaraan zal voor het eerst het nieuwe rechtsstatelijkheidsrapport van de Europese Commissie aan ten grondslag liggen, dat op 30 september jl. gepubliceerd werd.3 De Commissie geeft hierin een overzicht van belangrijke rechtsstatelijke ontwikkelingen in de lidstaten en op EU-niveau, zowel positieve als negatieve, waarbij zij put uit een grote hoeveelheid interne en externe bronnen, waaronder de Raad van Europa, de OVSE en maatschappelijke organisaties. Ook zijn alle lidstaten in staat gesteld input te leveren. Daarbij richt het rapport zich op vier aandachtsgebieden: het justitiesysteem, het anti-corruptiekader, mediapluriformiteit, en overige zaken die verband houden met checks and balances. Ook zijn er landenhoofdstukken over alle 27 lidstaten. Een kabinetsappreciatie van het rapport zal beide Kamers op korte termijn toegaan.

Op de komende Raad zal met name gesproken worden over de horizontale trends en thema’s die uit het chapeau van het rapport naar voren komen. Nederland zal daarbij onder meer het cruciale belang benadrukken van respect voor de beginselen van de rechtsstaat voor het functioneren van de Unie en het kunnen bestaan van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten. Op de Raad in november zal vervolgens een begin gemaakt worden met de roulerende landenspecifieke dialoog (of peer reviews) met de eerste vijf lidstaten: België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken en Estland. De bedoeling is om dergelijke peer reviews van 5 lidstaten onder ieder Voorzitterschap eenmaal te houden. In december is het Voorzitterschap voornemens om de meer juridische aspecten van het rapport te agenderen voor de JBZ-raad. Met zowel de horizontale als ook de landenspecifieke en JBZ-besprekingen neemt de Raad een belangrijke, nieuwe stap om de follow-up van het Commissierapport te verzekeren en bespreking van rechtsstatelijkheid in de Unie en de lidstaten structureel binnen de Raadsagenda te verankeren.

De rechtsstatelijkheidsdialoog werd in december 2014 onder Italiaans Voorzitterschap in het leven geroepen, mede op aandringen van Nederland. In 2019 werden Voorzitterschapsconclusies aangenomen, die beoogden de dialoog om te vormen van een thematische discussie naar een dialoog over de staat van de rechtsstaat in de Unie en de lidstaten. Nederland sprak zich toen, samen met gelijkgezinde lidstaten, uit voor een dergelijke versterking van het rechtsstatelijkheidsinstrumentarium van de Unie.

COVID-19-maatregelen

De Raad Algemene Zaken zal zich mogelijk wederom buigen over het versterken van de Europese coördinatie van nationale COVID-maatregelen. Het voorzitterschap heeft aangekondigd dat er in aanloop naar deze Raad een herziene versie van het eerder door de Commissie gepresenteerde voorstel voor een Raadsaanbeveling4 zal worden gepresenteerd. De kabinetsappreciatie van de nieuwe versie van dit voorstel zal binnenkort met Uw Kamer worden gedeeld. Het kabinet is zoals eerder aangegeven voorstander van een gemeenschappelijk Europees afwegingskader met afgestemde indicatoren en signaalwaarden. Dit ondersteunt onderlinge communicatie, ook naar burgers, zowel pan-Europees als regionaal. Hierbij dient er echter wel voldoende ruimte te blijven voor nationale afwegingen en maatregelen.

Conferentie Toekomst Europa

De Conferentie over de Toekomst van Europa staat als mogelijk informatiepunt op de agenda van de Raad Algemene Zaken. De precieze inhoud van dit agendapunt is nog niet bekend. Naar verwachting zal het voorzitterschap van de Raad de weg voorwaarts bespreken richting de gezamenlijke verklaring, volgende op de bereikte overeenstemming over het Raadsmandaat op 24 juni jl. in Coreper waarover uw Kamer in de brief van 26 juni jl. (Kamerstuk 35 403, nr. 12) is geïnformeerd.

Het mandaat geeft de positie van de Raad weer over het doel, de inhoud en de vormgeving van de Conferentie. De Raad (het roulerend voorzitterschap), het Europees Parlement en de Commissie onderhandelen nu over het mandaat, de inhoud en vorm van de Conferentie. Het resultaat daarvan wordt vastgelegd in een gezamenlijke verklaring. Het kabinet zal blijven aansturen op goede tussentijdse terugkoppeling aan en raadpleging van de Raad, mede om uw Kamer tijdig te kunnen informeren.

Het kabinet acht het van belang dat de nationale parlementen actief betrokken zijn bij de Conferentie. Zodra meer bekend is over de modaliteiten van de Conferentie zal uw Kamer hierover worden geïnformeerd. Daarbij zal het kabinet – zoals toegezegd in het algemeen overleg voor de Raad Algemene Zaken van 28 januari jl. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2112) – een voorstel doen om aanvullende afspraken te maken over de wijze waarop het parlement gedurende de Conferentie informatie wordt verschaft, indien nodig en gewenst.