Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-02 nr. 2170

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 2170 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juni 2020

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de videoconferentie van de leden van de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

GEANNOTEERDE AGENDA INFORMELE VIDEOCONFERENTIE VAN DE LEDEN VAN DE RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 16 JUNI 2020

Op dinsdag 16 juni 2020 vindt een videoconferentie met de leden van de Raad Algemene Zaken (RAZ) plaats om te spreken over het Meerjarig Financieel Kader en het herstelpakket, de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk en de prioriteiten van het komende triovoorzitterschap. De Minister van Buitenlandse Zaken is voornemens deel te nemen aan de videoconferentie.

Meerjarig Financieel Kader 2021–2027 en het herstelpakket

De leden van de Raad zullen spreken over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het daaraan gerelateerde voorstel voor een herstelfonds. Op 27 mei jl. presenteerde de Europese Commissie haar strategie voor het herstel van de Europese Unie in reactie op de crisis als gevolg van COVID-19. Met deze strategie komt de Europese Commissie tegemoet aan het verzoek van de leden van de Europese Raad op 23 april jl. Een eerste bespreking van het voorgestelde pakket is voorzien tijdens de videoconferentie van de leden van de Europese Raad (ER) van 19 juni aanstaande. Deze bespreking zal worden voorbereid in deze informele RAZ. Het gaat om een eerste gedachtewisseling. Hier zal nog geen nieuw onderhandelingsdocument (negotiating box) aan ten grondslag liggen.

Het kabinet informeert uw Kamer met een separate Kamerbrief over de nieuwe Commissievoorstellen voor het MFK en herstelstrategie. Die appreciatie vormt de basis voor de Nederlandse inzet tijdens de bespreking in de RAZ. Zoals in die brief in meer detail uiteengezet, is de inzet van het kabinet erop gericht om via Europese samenwerking duurzaam herstel van deze uitzonderlijke crisis als gevolg van de COVID-19 uitbraak te bespoedigen en verdere economische groei te bevorderen. De maatregelen die hiervoor genomen worden moeten leiden tot sterkere lidstaten en een sterkere Unie. Hiervoor zijn Europese solidariteit tussen lidstaten onderling en de daaraan verbonden verantwoordelijkheid centrale uitgangspunten. Het door de Europese Commissie voorgestelde pakket komt op een aantal punten overeen met de Nederlandse inzet, zoals op het gebied van het belang van hervormingen in de lidstaten en van modernisering van de begroting, evenals de tijdelijkheid van de aanvullende middelen. Op een aantal belangrijke andere punten, zoals de financiering, staan de voorstellen ver af van de Nederlandse inzet. Het kabinet zal zich hier sterk voor inzetten en gezamenlijk optrekken met gelijkgezinde lidstaten. Het kabinet zal uw Kamer in de aankomende periode op de hoogte houden van de voortgang in de onderhandelingen.

Toekomstige relatie EU-VK

De leden van de Raad zullen van gedachten wisselen over de stand van zaken in de onderhandelingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk over het toekomstige partnerschap. Hoewel de onderhandelingen in goede en constructieve sfeer plaatsvinden, is het duidelijk dat er grote verschillen zijn tussen de standpunten van de EU en die van het VK. In de week van 1 juni vond de vierde onderhandelingsronde tussen de EU en het VK plaats via videosystemen. Later deze maand zal, zoals afgesproken in de politieke verklaring, een EU-VK conferentie op hoog niveau plaatsvinden om de balans op te maken van de vorderingen aan de verschillende onderhandelingstafels. Ook tijdens de VTC van de leden van de Europese Raad van 18 en 19 juni zal worden stilstaan bij de stand van zaken in de onderhandelingen tussen de EU en het VK.

In de brief van 4 mei jl. over de onderhandelingen tussen de EU en het VK en in de beantwoording van het Schriftelijk Overleg over de videoconferentie van de leden van de Raad Algemene Zaken van 26 mei jl. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2167) is uw Kamer een laatste stand van zaken in de onderhandelingen toegegaan. De in het terugtrekkingsakkoord overeengekomen overgangsperiode loopt tot en met 31 december 2020. De bepalingen van het terugtrekkingsakkoord leggen vast dat de overgangsperiode eenmalig kan worden verlengd met maximaal 24 maanden, indien het VK en de EU daar vóór 1 juli 2020 gezamenlijk toe besluiten in het gemengd comité. Het kabinet blijft zich ervoor inzetten dat een zo groot mogelijk deel van het toekomstig partnerschap van toepassing kan worden aan het einde van de overgangsperiode. Indien een verlenging van de overgangsperiode hier aan kan bijdragen, staat het kabinet daar voor open. Hierbij dient echter te worden aangemerkt dat de regering van het VK zich herhaaldelijk heeft uitgesproken tegen een verlenging van de overgangsperiode. Op 12 juni vindt de tweede bijeenkomst van het Gemengd Comité plaats waar vertegenwoordigers van de EU en het VK stil zullen staan bij de voortgang van de implementatie van het terugtrekkingsakkoord, en het werk dat de gespecialiseerde comités daarop verricht hebben.

Prioriteiten triovoorzitterschap

Duitsland, Portugal en Slovenië vormen samen het triovoorzitterschap voor de periode 1 juli 2020 tot 31 december 2021. Duitsland zal als eerste het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie vervullen vanaf 1 juli. Tijdens de Raad Algemene Zaken zal het triovoorzitterschap naar verwachting een presentatie geven van de prioriteiten die zij stelt. Als overkoepelende prioriteit zien de komende voorzitterschappen het robuuste herstel van de COVID-19 crisis. Daarnaast noemt het triovoorzitterschap de volgende prioriteiten: het beschermen van burgers en vrijheden, het ontwikkelen van een toekomstbestendige economie, het bouwen aan een klimaatneutraal, groen eerlijk en sociaal Europa en het behartigen van Europa’s belangen en waarden in de wereld. Naast deze prioriteiten gaat de aandacht uit naar de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk. Nederland zal ook bij het inkomend triovoorzitterschap het belang onderstrepen van voortdurende aandacht voor bescherming van de rechtsstaat en transparante besluitvorming in de EU.

Toezegging informatieafspraken Conferentie over de toekomst van Europa en De Capitani-zaak

In het Algemeen Overleg van 15 januari 2020 betreffende EU-informatievoorziening (Kamerstuk 22 112, nr. 2851) is de toezegging gedaan om schriftelijk terug te komen op aanvullende informatieafspraken betreft de Conferentie over de toekomst van Europa. Uw Kamer heeft deze toezegging in herinnering gebracht en verzocht geïnformeerd te worden over de stand van zaken hiervan. Zoals toegelicht in het Schriftelijk Overleg voor de Raad Algemene Zaken van 26 mei jl. en het verslag hiervan, zijn de onderhandelingen over het Raadsmandaat over de Conferentie nog niet afgerond. De verwachting is dat het Raadsmandaat binnenkort door het Kroatisch voorzitterschap zal worden geagendeerd in Coreper, met het doel de onderhandelingen af te ronden. Vervolgens zal de Raad (het voorzitterschap) het gesprek aan moeten gaan met het Europees Parlement en de Europese Commissie over het mandaat, de inhoud en de vorm van de Conferentie. Een overeenkomst hierover zal vermoedelijk worden vastgelegd in een gezamenlijke verklaring, waarin de modaliteiten van de Conferentie worden bepaald. Het kabinet zal er aandacht voor blijven vragen dat de Raad tussentijds geïnformeerd en geraadpleegd wordt over de onderhandelingen, zodat ook nationale parlementen kunnen worden geïnformeerd. Zodra meer bekend is over de modaliteiten van de Conferentie zal uw Kamer hierover worden geïnformeerd. Daarbij zal het kabinet – zoals toegezegd in het algemeen overleg voor de Raad Algemene Zaken van 28 januari jl.(Kamerstuk 21 501-02, nr. 2112) – een voorstel doen om aanvullende afspraken te maken over de wijze waarop het parlement gedurende de Conferentie informatie wordt verschaft, indien nodig en gewenst.

Tevens is tijdens het Algemeen Overleg van 15 januari 2020 betreffende EU-informatievoorziening de toezegging gedaan om schriftelijk terug te komen op de procedure van het beroep en of het kabinet voornemens is te interveniëren in de zaak als het beroep in de nieuwe De Capitani-zaak is gepubliceerd. In het verslag van de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2020 wordt uw Kamer hier nader over geïnformeerd.