Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-02 nr. 2158

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 2158 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2020

Hierbij bied ik u het verslag aan van de videoconferentie van de leden van de Raad Algemene Zaken van 22 april 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

VERSLAG VIDEOCONFERENTIE VAN DE LEDEN VAN DE RAAD ALGEMENE ZAKEN D.D. 22 APRIL 2020

Op woensdag 22 april jl. vergaderden de leden van de Raad Algemene Zaken per videoconferentie. De Minister van Buitenlandse Zaken nam deel aan deze vergadering.

COVID-19

Verschillende lidstaten namen het woord over de COVID-19-crisis, en dan specifiek over het afschalen van lockdown-maatregelen en de plannen voor economisch herstel.

Nagenoeg alle lidstaten gaven aan beperkende maatregelen te hebben getroffen om de uitbraak van COVID-19 te bestrijden. Een grote groep lidstaten constateerde dat deze maatregelen effect hebben gehad en dat de groeicurve inmiddels afvlakt en dat de piek naar verwachting is gepasseerd. Een grote groep lidstaten heeft inmiddels ook een exit strategie vastgesteld en sommige lidstaten zijn inmiddels bezig met het geleidelijk afschalen van maatregelen. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepte het belang van een gedeeld afwegingskader ten aanzien van het afschalen van noodmaatregelen en dat de Routekaart1 van de voorzitters van de Europese Commissie en de Europese Raad (de «Roadmap towards lifting COVID-19 measures») hiervoor als een goede basis kan dienen. Er is gesproken over het belang van het goed en duidelijk informeren van burgers en van tijdige uitwisseling tussen lidstaten van informatie over genomen maatregelen.

Wat betreft de plannen voor economisch herstel lichtte de Commissie toe dat de herstelstrategie gebaseerd is op drie pijlers: 1) green deal; 2) digitale transitie; 3) weerbaarheid van de EU. Nederland en vele andere lidstaten gaven aan dat we onze gezamenlijke inzet op de strategische agenda niet uit het oog moeten verliezen en benadrukten het belang van de groene en digitale transities. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, hebben het belang van de interne markt bij het herstel van de Europese economie benadrukt. Andere lidstaten benadrukten het belang van cohesie- en landbouwbeleid. Ten slotte hebben enkele lidstaten aangegeven dat het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) een belangrijke rol moet spelen in het ondersteunen van het herstel. Ten aanzien van het herstelfonds waren er verschillende opvattingen, met name ten aanzien van de omvang, wijze van financiering en relatie met het MFK. De Europese Commissie zal hiertoe binnenkort met een voorstel komen, waar het kabinet vervolgens het parlement over zal informeren.

Een aantal lidstaten benadrukte het toegenomen belang van een discussie over de toekomst van Europa, met burgers, als gevolg van de COVID-19-crisis. De eerder aangekondigde Conferentie over de Toekomst van Europa zou hier volgens een aantal lidstaten een rol in kunnen spelen. Over de opportuniteit van de timing daarvan waren de meningen verdeeld. Voor Nederland is het van belang dat de aandacht nu eerst uitgaat naar de crisis en het herstel.

Rechtsstatelijkheid COVID-19-maatregelen

De leden van de Raad en de Commissie stonden uitgebreid stil bij het belang van het naleven van de beginselen van rechtsstaat, democratie en grondrechten, juist ook in crisistijd. De Commissie benadrukte dat de maatregelen die de lidstaten treffen ter bestrijding van de COVID-19-uitbraak proportioneel, in de tijd beperkt en voorwerp van evaluatie dienen te zijn. Mede gelet hierop is in de bovengenoemde Routekaart opgenomen dat in de afbouwfase COVID-19-maatregelen moeten worden afgeschaald als deze voor bestrijding van de crisis niet langer nodig zijn en dat algemene maatregelen moeten worden vervangen door gerichte maatregelen. De Commissie gaf verder aan de maatregelen in de lidstaten te monitoren, en noemde daarbij met name de zorgen omtrent de Hongaarse noodwetgeving. Zij merkte tevens op over verschillende instrumenten te beschikken om rechtsstatelijke problemen te adresseren. Een grote meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, benadrukte vervolgens eveneens het belang van het respecteren van de beginselen van de rechtsstaat en sprak steun uit voor de monitoring door de Commissie. Nederland riep de Commissie daarbij op indien noodzakelijk nadere actie te ondernemen. Ook wees Nederland op de handreiking van de Raad van Europa die op 7 april jl. met alle 47 lidstaten is gedeeld.2 Een aantal lidstaten, waaronder ook Nederland, pleitte tevens voor het koppelen van de toekenning van EU-gelden aan de naleving van rechtsstatelijke beginselen.

Verlenging besluit tot tijdelijke aanpassing van besluitvorming als gevolg van de beperkende maatregelen tegen COVID-19

Vanwege het niet plaats kunnen vinden van fysieke Raden als gevolg van de beperkende maatregelen ingesteld tegen COVID-19 is de schriftelijke procedure momenteel de enige manier om besluiten te nemen. De tijdelijke afwijking van het Reglement van Orde van de Raad die hiertoe was aangenomen, liep tot en met 23 april 2020.3 Omdat de beperkende maatregelen voorlopig nog voortduren, is besloten de afwijking met een maand te verlengen tot 23 mei. Zie Besluit (EU) 2020/556 van de Raad van 21 april jl. Deze maatregel is ingegeven door het feit dat videoconferenties informeel van aard zijn en er derhalve geen besluiten in deze videoconferenties kunnen worden genomen. Het kabinet informeert uw Kamer volgens de bestaande afspraken inzake de EU-informatievoorziening.