Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-02 nr. 1852

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1852 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 maart 2018

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan van de Raad Algemene Zaken inclusief Artikel 50 van 20 maart 2018.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

GEANNOTEERDE AGENDA VAN DE RAAD ALGEMENE ZAKEN EN DE RAAD ALGEMENE ZAKEN IN ARTIKEL 50 SAMENSTELLING VAN 20 MAART 2018

De Raad Algemene Zaken (RAZ) van 20 maart a.s. zal de agenda vaststellen van de Europese Raad (ER) van 22 en 23 maart a.s. Het voorstel is dat de ER zal spreken over werkgelegenheid, groei en concurrentievermogen, waaronder over de voortgang van de vier Interne Markt Strategieën, over sociaal beleid en over handel. Daarnaast zal de Raad Algemene Zaken in Artikel 50 samenstelling (RAZ Artikel 50) de agenda vaststellen van de Europese Raad in Artikel 50 samenstelling (ER Artikel 50) op 23 maart a.s., waarbij gesproken zal worden over de Britse uittreding uit de EU. Tot slot staat op 23 maart ook een Eurotop over de Economische en Monetaire Unie gepland. Over de voorbereiding van deze Top bent u separaat geïnformeerd via de geannoteerde agenda van de Eurogroep van 12 maart 2018 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1488).

Raad Algemene Zaken

Interne markt

Verdere verdieping van de interne markt is voor Nederland van groot belang. Het kabinet verwelkomt daarom een bespreking van de Interne Markt Strategieën door de ER. Het kabinet acht het van belang dat de ER de ambitie herbevestigt om de voorstellen onder de verschillende interne marktstrategieën voor het einde van 2018 af te ronden en te implementeren. Daarom zal in 2018 hard worden gewerkt om de lopende strategieën voor de digitale interne markt, de kapitaalmarktunie, de energie-unie en de interne marktstrategie af te ronden, op het ambitieniveau dat door de ER in juni 2016 is vastgesteld, tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Raad van de EU. Het kabinet acht het voorts van belang dat de ER onderkent dat de inspanningen om tot een diepere en eerlijkere interne markt te komen, na de afronding van de strategieën, niet voorbij zullen zijn. Ook na 2018 moet in Europees verband continu aandacht bestaan voor versterking van de Europese economie. Zie tevens de Staat van de Europese Unie van 27 november 2017 (Kamerstuk 34 841, nr. 1).

Sociaal beleid

Tijdens de Europese Raad van maart zal de Commissie een voorstel doen voor de monitoring van de Europese pijler voor sociale rechten. Tijdens de Europese Raad van 14-15 december 2017 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1281) is, mede naar aanleiding van de «sociale top voor eerlijke banen en groei» in Gotenburg (Kamerstuk 21 501-31, nr. 470) een raadsconclusie over de Europese pijler van sociale rechten aangenomen. In deze raadsconclusie wordt opgeroepen tot implementatie van de pijler op EU- en lidstaat niveau met inachtneming van de bestaande competentieverdeling. Tevens wordt in deze raadsconclusie de Europese Commissie opgeroepen om gepaste monitoring van deze implementatie voor te stellen.

Nederland heeft het akkoord over de pijler verwelkomd. Sociaal beleid is in eerste plaats een verantwoordelijkheid van de lidstaten zelf. De principes in de pijler kunnen een bijdrage leveren aan goed functionerende, eerlijke en toekomstbestendige arbeidsmarkten en sociale zekerheidsstelsels. Bovendien kan de pijler een leidraad vormen voor effectief sociaal- en arbeidsmarktbeleid en de uitwisseling van «best practices» tussen lidstaten op dit terrein bevorderen. Zo kan de pijler bijdragen aan noodzakelijke hervormingen in de lidstaten en een proces van opwaartse convergentie op sociaal terrein stimuleren.

Zoals ook uiteengezet in het BNC-fiche over de pijler (Kamerstuk 22 112, nr. 2355) vindt het kabinet het van belang dat bij de verdere uitwerking en implementatie van de pijler zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij bestaande instrumenten binnen het Europees Semester en de Open Methode van Coördinatie.

De ER zal ook kennis nemen van het Social Fairness-pakket. Dit pakket zal naar alle waarschijnlijkheid op 13 maart worden gepubliceerd door de Commissie en omvat het opzetten van een Europese arbeidsmarktautoriteit, het bezien van de toegang tot sociale zekerheid voor ZZP’ers, de mogelijkheid om een Europees Sociaalzekerheidsnummer te introduceren en het herzien van de Written Statement-richtlijn. De Commissie hoopt op goedkeuring voor deze voorstellen in 2018, waarbij het voorstel voor een Europese arbeidsmarktautoriteit de meeste prioriteit geniet.

Op dit moment is het niet bekend hoe het voorstel voor een Europese arbeidsmarktautoriteit eruit zal komen te zien. Nederland is voorstander van het versterken van de sociale dimensie om te komen tot een diepere en een eerlijkere interne markt, waarbij rekening gehouden moet worden met het feit dat sociaal beleid in de eerste plaats een nationale aangelegenheid is. Daarnaast is het zaak dat de handhaving van de regels versterkt wordt, om fraude en misbruik tegen te gaan. Dit is mogelijk door versterkte samenwerking tussen lidstaten en hun inspectiediensten. Nederland staat in principe positief tegenover de versterking van grensoverschrijdende samenwerking op gebied van arbeidsmarktmobiliteit en daarmee tegengaan van grensoverschrijdende fraude. Nederland zal het voorstel voor een arbeidsautoriteit op zijn merites beoordelen, met name op de toegevoegde waarde ten opzichte van huidige structuren. Daarbij zal aandacht zijn voor taken, bevoegdheden, structuur en ophanging van de autoriteit.

Nederland heeft deze insteek ook via de publieke consultatie aan de Commissie meegegeven. Gezien het voorbehoud van uw Kamer op dit voorstel, ontvangt u binnen drie weken na publicatie van het voorstel een appreciatie.

Handel

De Europese Raad zal naar verwachting spreken over de huidige ontwikkelingen in de internationale handelsrelaties in het licht van de recente aankondiging van de president van de Verenigde Staten ten aanzien van invoerheffingen op staal en aluminium. Nederland hecht grote waarde aan vrije handel en maakt zich daarom zorgen over de voorgenomen maatregelen van president Trump. Het is echter belangrijk te benadrukken dat deze maatregelen nog niet definitief zijn. Nederland steunt de Commissie in het formuleren van een proportionele WTO-conforme tegenreactie. Het is belangrijk dat de EU hier eensgezind opereert. Daarbij vindt het kabinet het van belang dat we met de VS in gesprek blijven om de oorzaken van staalovercapaciteit aan te pakken.

Daarnaast zal de Europese Raad spreken over de lopende onderhandelingen over handelsakkoorden. Nederland heeft belang bij ambitieuze en gebalanceerde handelsakkoorden en is dan ook voorstander van snelle afronding van de onderhandelingen met bijvoorbeeld Mercosur. De Europese Raad zal ook spreken over de stappen die de EU kan zetten ten behoeve van een meer gelijk speelveld. Dit is recent ook besproken tijdens de informele Raad Buitenlandse Zaken/Handel. Het verslag van deze bijeenkomst zal uw Kamer op korte termijn toegaan.

Europees Semester

De Europese Commissie heeft op woensdag 22 november jl. de start van het Europees Semester 2018 ingeluid met de publicatie van de jaarlijkse analyse van groeiprioriteiten van de EU voor 2018 (Annual Growth Survey, AGS), het jaarlijkse rapport over het waarschuwingsmechanisme (Alert Mechanism Report, AMR) in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP), en het voorstel voor de aanbevelingen voor de coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten van de eurozone.

Deze documenten zijn de afgelopen maanden besproken in verschillende Raadsformaties. Het kabinet heeft op 8 december jl. met de Kabinetsreactie startdocumenten Europees Semester 2018 zijn appreciatie gegeven van deze documenten (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1283).

In de Raad Algemene Zaken zal worden gesproken over een nog te verschijnen synthese rapport van het voorzitterschap met een weergave van de besprekingen in de verschillende Raadsformaties. Op 23 januari jl. zijn daarnaast de geamendeerde aanbevelingen voor de coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten van de eurozone door de Ecofin Raad goedgekeurd. De Raad Algemene Zaken zal deze aanbevelingen doorgeleiden naar de Europese Raad ter bekrachtiging, waarna de Ecofinraad de aanbevelingen formeel zal aannemen.

Westelijke Balkan Top

De Europese Raad zal conclusies aannemen ter voorbereiding op de Westelijke Balkan Top, die op 17 mei in Sofia zal plaatsvinden. Nederland is tevreden met de inzet van het Voorzitterschap om de Top te richten op transport- en energieverbindingen en samenwerking op het terrein van veiligheid. Conform de Nederlandse inzet wenst het Voorzitterschap van Sofia geen uitbreidingstop te maken. Het «strikt en fair» beleid dat de Westelijke Balkanlanden een EU-toetredingsperspectief hebben wanneer zij aan alle strikte voorwaarden voldoen, blijft van kracht.

Belastingen

Verder is een discussie zonder ER-conclusies voorzien over belastingen in de EU. Onderdeel van deze discussie is het onderwerp van belastingheffing in de «digitale economie». Hierover zal de Commissie naar verwachting op 21 maart a.s. twee richtlijnvoorstellen publiceren. Zoals gebruikelijk zal uw Kamer door middel van een BNC-fiche geïnformeerd worden over de appreciatie van het kabinet van beide voorstellen. Naar aanleiding van de Mededeling van de Commissie «Een eerlijk en efficiënt belastingstelsel in de EU voor de digitale eengemaakte markt» heeft het kabinet in november jl. al een BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 2418) naar uw Kamer gestuurd, waarin het kabinet ingaat op het onderwerp van belastingheffing in de digitale economie.

Raad Algemene Zaken in Artikel 50 samenstelling

Voorbereiding Europese Raad in Artikel 50 samenstelling

Stand van zaken

Sinds het gezamenlijk verslag van 8 december 2017 waarin de Europese Commissie en het VK een principeakkoord bereikten over de rechten van burgers, financiële afwikkeling en de Iers/Noord-Ierse grenskwestie, is maar zeer beperkte vooruitgang geboekt in de onderhandelingen over de uittreding van het VK uit de EU. Dit geldt zowel voor de onderhandelingen over het voltooien van de ordelijke uittreding als voor de overgangsperiode. Tijdens de RAZ Artikel 50 heeft hoofdonderhandelaar Barnier zijn zorgen geuit over het tempo van de onderhandelingen. Er resteert weinig tijd tot dit najaar, wanneer er uiterlijk een akkoord over het terugtrekkingsakkoord inclusief een protocol over Noord-Ierland moet liggen plus een politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen, om genoeg tijd te hebben voor de sluitingsprocedures binnen de EU en het VK. De EU27 en het VK verwachten het op korte termijn eens te kunnen worden over de voorwaarden voor een overgangsperiode.

Op 28 februari 2018 heeft de Europese Commissie een concept-verdragstekst voor het gehele terugtrekkingsakkoord gepubliceerd. De concept-verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord bevat 168 artikelen en verschillende protocollen en bijlagen en is een juridische vertaling van: (i) het principeakkoord over de drie onderwerpen van de eerste fase (rechten van burgers, financiële afwikkeling, de Iers/Noord-Ierse grenskwestie) zoals opgenomen in het gezamenlijke verslag van de Europese Commissie en VK van 8 december 2017, (ii) de onderhandelingsinzet van de EU27 voor de overige onderwerpen die in het terugtrekkingsakkoord moeten worden opgenomen, zoals Euratom, governance, intellectuele eigendom, douane en aanbesteding, (iii) de onderhandelingsinzet van de EU27 over de overgangsperiode. In het protocol over Noord-Ierland is de terugvaloptie (optie c) opgenomen, met als doel om een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland te vermijden.

De concept-verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord wordt volgende week eerst binnen de EU27 en daarna met het VK besproken.

Naar het oordeel van het kabinet is de concept-verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord een degelijke juridische vertaling van het principeakkoord uit het gezamenlijk verslag. Dat geldt ook voor de onderhandelingsinzet van de EU27 voor de overige onderwerpen die in het terugtrekkingsakkoord moeten worden opgenomen en voor de overgangsperiode. Daarbij zijn de risico’s voor de integriteit van de interne markt voor het kabinet blijvend punt van aandacht, conform de motie van het lid van Haersma Buma (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1268).

Op 2 maart 2018 heeft de Britse premier May haar «Road to Brexit» Mansion House speech gehouden in Londen. De speech was positiever van toon en was realistischer over de gevolgen van de uittreding van het VK uit de EU voor het VK dan haar eerdere speeches, maar bevatte inhoudelijk weinig nieuwe elementen over de onderhandelingspositie van het VK. De rode lijnen van het VK zijn in de speech opnieuw bevestigd als kader voor de Britse inzet: het VK zal de interne markt en de douane-unie verlaten, het parlement van het VK moet volledige autonomie hebben over nationaal recht, het VK zal de directe rechtsmacht van het Europese Hof van Justitie niet langer accepteren, het vrij verkeer van personen zal beëindigd worden en het VK wil onafhankelijke handelspolitiek kunnen bedrijven.

Het kabinet zal, samen met de Commissie en andere EU-lidstaten, het VK blijven oproepen om duidelijkere onderhandelingsposities in te nemen in de vorm van position papers die in Brussel aan de onderhandelingstafel kunnen worden besproken. Dit geldt in het bijzonder voor de onderhandelingen over het kader van de toekomstige relatie. Die oproep deed Minister-President Rutte ook aan de Britse premier May bij zijn bezoek aan Londen op 21 februari 2018.

Concept-richtsnoeren

De ER Artikel 50 van 23 maart a.s. wil aanvullende richtsnoeren vaststellen voor een onderhandelingsmandaat voor het kader van de toekomstige betrekkingen. Op 7 maart 2018 zijn de concept-richtsnoeren gepresenteerd aan de EU27. Deze concept-richtsnoeren consolideren de positie van de EU27 in het licht van de positie en de bekende rode lijnen van het VK. Vanwege het ontbreken van een gedetailleerde Britse onderhandelingspositie zijn deze concept-richtsnoeren algemeen geformuleerd en zullen zij niet de laatste richtsnoeren zijn voor de onderhandelingen over het kader van de toekomstige betrekkingen.