Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-02 nr. 1749

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 1749 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 22 mei 2017

De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 12 mei 2017 over de geannoteerde agenda van de extra Raad Algemene Zaken (Brexit art.50) van 22 mei 2017 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1746), over de brief van 8 maart 2017 over het verslag van de Raad Algemene Zaken van 7 maart 2017 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1727), over de brief van 9 mei 2017 over onderhandelingen uittreding Verenigd Koninkrijk (Kamerstuk 23 987, nr. 180) en over de brief van 16 mei 2017 over onderhandelingen uittreding Verenigd Koninkrijk (Kamerstuk 23 987, nr. 181).

De vragen en opmerkingen zijn op 17 mei 2017 aan de Minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 19 mei 2017 zijn de vragen beantwoord.

De fungerend voorzitter van de commissie, Azmani

De adjunct-griffier van de commissie, Middelkoop

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Inhoudsopgave

blz.

   

Algemeen

2

Inzet van de onderhandelingen

2

Onderhandelingsproces

9

Transparantie

11

Toekomst EU

14

Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de extra ingelaste Raad Algemene Zaken over Brexit d.d. 22 mei 2017 en danken de Minister van Buitenlandse Zaken voor de toezending. De leden van de VVD-fractie hebben een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de overige voorliggende stukken.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de overige voorliggende stukken.

De leden van de D66-fractie hebben kennis genomen van de geannoteerde agenda voor de ingelaste Raad Algemene Zaken van 22 mei aanstaande.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben kennis genomen van de documenten op de agenda en willen op basis van de openbare documenten enkele vragen stellen.

De leden van de SP-fractie hebben met verwondering kennis genomen van de agenda van de RAZ over artikel 50.

De leden van de 50PLUS-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de overige voorliggende stukken.

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de overige voorliggende stukken.

Inzet van de onderhandelingen

De leden van de VVD-fractie zijn het eens met het kabinet dat het VK moet voldoen aan alle financiële verplichtingen die het is aangegaan tijdens het EU-lidmaatschap. Ook zijn de leden van de VVD-fractie van mening dat demet het VK te treffen financiële regeling moet voorkomen dat de Nederlandse bijdrage aan de Europese begroting van de EU27-lidstaten stijgt als gevolg van de uittreding van het VK. Volgens recente berichtgeving zou de Britse Minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson gezegd hebben dat het VK uit kan treden zonder Brussel te betalen. Verder zou hij ook verwachten dat Brussel het VK zou moeten betalen1. Heeft de Minister kennisgenomen van deze berichten? Kan de Minister bevestigen of deze uitspraken gedaan zijn namens de Britse regering? Is de Minister het eens met de leden van de VVD-fractie dat deze uitspraken niet kloppen en dat dit soort uitspraken, die duidelijk maken dat er aan de zijde van het VK sprake is van onrealistische verwachtingen, die aan rationale afspraken over de scheiding, een overgangsregime en een uiteindelijk handelsakkoord die van belang zijn voor al die mensen die belang hebben bij een goede relatie tussen het VK en de EU, in de weg staan?

1. Antwoord van het kabinet

Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraken van Minister Johnson over het Britse aandeel in de bezittingen van de Europese Unie (EU) die hij deed in de context van de verkiezingscampagne voorafgaand aan de aanstaande parlementsverkiezingen in het Verenigd Koninkrijk (VK). Op grond van art. 47 VEU heeft de Europese Unie (EU) een separate rechtspersoonlijkheid naast die van de lidstaten. Het kabinet is dan ook van mening dat het VK noch een andere lidstaat aanspraak kan maken op bezittingen van de EU. Er is geen sprake van een Brits of Nederlands aandeel in de bezittingen van de EU.

De leden van de PVV-fractie merken op dat enkele geleden zei de heer Verhofstadt, Brexit-onderhandelaar namens het Europees Parlement, dat Groot-Brittannië slechter af moest zijn buiten de Unie, omdat er anders geen noodzaak meer is om überhaupt een Europese Unie te hebben, omdat iedereen de club dan wil verlaten. Volgens hem vormt dit de basis van het onderhandelingsmandaat voor de Europese Commissie en het Europees Parlement. Voornoemde leden hebben daarover de volgende vragen: Deelt de Minister de mening dat het Verenigd Koninkrijk buiten de Unie slechter af moet zijn dan als lid van de EU? Vormt dit volgens de Minister de basis van het onderhandelingsmandaat? Is dit ook de onderhandelingsinzet van Nederland? Zo ja, op welke wijze dient dit dan het Nederlands belang? Deelt de Minister de mening dat deze uitspraken bijdragen aan het beeld wat bestaat dat er sprake is van een strafexpeditie van Brussel om ervoor te zorgen dat het Verenigd Koninkrijk het eerste en ook het laatste land is wat de EU zal verlaten? Dragen dergelijke uitspraken en het lekken uit gesprekken van de heer Juncker uit een gesprek met premier May volgens de Minister bij aan het doel van dit kabinet om te komen tot een goede relatie met de Britten?

2. Antwoord van het kabinet

Het kabinet streeft naar een ordelijk uittredingsproces van het VK en nauwe samenwerking tussen de EU en het VK in de toekomst. Die samenwerking zal op een andere leest geschoeid moeten worden dan de huidige en zal, als logisch gevolg van uittreding uit de EU, voor het VK niet alle voordelen kunnen omvatten die verbonden zijn aan EU-lidmaatschap. In dat licht kan het niet zo zijn dat het VK een gunstiger positie krijgt dan een EU-lidstaat. Een «strafexpeditie» is wat het kabinet betreft niet aan de orde. Het kabinet deelt in dat verband de mening van ER voorzitter Tusk in het Europees Parlement op 17 mei jl. waarin hij het onderstreept dat de EU zich tegenover het VK van zijn beste kant laten zien waarbij eensgezindheid, politieke solidariteit en fairness voorop staan.

In de geannoteerde agenda staat dat wat het kabinet betreft «terecht» één financiële regeling wordt overeengekomen die zeker stelt dat het VK en de Unie de verplichtingen respecteren die voortvloeien uit de gehele periode van het VK-lidmaatschap. De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister ondertussen duidelijkheid kan geven over welk bedrag er wordt gesproken? Wat is de juridische basis voor de financiële regeling en het betreffende bedrag? Betekenen «verplichtingen aangegaan tijdens het lidmaatschap» ook voor de duur van het lidmaatschap of strekt het zich uit tot de begrotingsperiode(s)? Is de Minister voornemens in de Raad Algemene Zaken duidelijk aan te geven dat het de financiële gevolgen voor de EU begroting van het vertrek van de Britten op geen enkele wijze op netto-betaler Nederland worden afgewenteld? Wat is het standpunt van de overige EU landen in deze?

3. Antwoord van het kabinet

Onder «verplichtingen aangegaan tijdens het lidmaatschap» vallen ook verplichtingen die pas tot betaling leiden na een eventueel uittreden van het Verenigd Koninkrijk (VK). Dit geldt bijvoorbeeld voor meerjarenprogramma’s in het kader van het cohesiebeleid. Het kabinet is van mening dat dit geldt voor alle verplichtingen die de EU is aangegaan naar aanleiding van het MFK-akkoord en de bijbehorende MFK-verordening uit 2013 voor de periode 2014–2020. Daarnaast betreft dit bijvoorbeeld ook fondsen en faciliteiten die verband houden met EU-beleid, zoals het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en de Facility for Refugees in Turkey, de terugtrekking van het VK uit alle door de EU-verdragen gevestigde organen of instellingen zoals de EIB en ECB, en pensioenverplichtingen. Dit standpunt wordt gedeeld door de EU-27. Het kabinet wil voorkomen dat de EU-afdrachten als gevolg van de Brexit stijgen. Dit standpunt wordt uitgedragen in de verschillende Europese gremia. De hoogte van het uiteindelijke bedrag is op dit moment nog niet te bepalen.

Wat is het kabinetsstandpunt inzake de uitspraken van de Britse Minister Johnson, die afgelopen zaterdag heeft gezegd dat niet het VK, maar de EU de kosten voor het vertrek van het VK moet betalen omdat «Het Britse aandeel in de bezittingen van de EU is zo waardevol dat Brussel ons daarvoor moet betalen als wij vertrekken.»? Wat is het Britse aandeel in de bezittingen van de EU? Wat is het Nederlandse aandeel in de bezittingen van de EU?

4. Antwoord van het kabinet

Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord onder 1.

In de geannoteerde agenda is niets te lezen over de 73 EP zetelsdie zullen moeten verdwijnen na vertrek van het VK uit de EU in lijn met de aangenomen PVV motie. Op welke wijze zal dit 22 mei a.s. ter tafel worden gebracht? Is de zetelkwestie al eerder ter sprake geweest en zo ja, hoe zag het krachtenveld er binnen de EU27 uit?

5. Antwoord van het kabinet

De verdeling van de Britse zetels van het Europees Parlement staat niet op de agenda van deze Raad. Conform artikel 14 lid 2 van het EU Verdrag is het Europees Parlement aan zet om een voorstel te doen over de samenstelling van het Europees Parlement, dit voorstel ligt er nog niet.

De leden van de CDA-fractie zouden graag spoedig inzichtelijk krijgen welke gevolgen de Brexit heeft voor verschillende Nederlandse sectoren. Tijdens de aanstaande RAZ staan de sectoren niet op de agenda. De leden van de CDA fractie vraagt de Minister of het kabinet flankerend beleid zal opstellen.

6. Antwoord van het kabinet

De gevolgen van Brexit voor verschillende Nederlandse economische sectoren hangen af van de inhoud van een nog uit te onderhandelen overeenkomst over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK en eventuele overgangsmaatregelen na de datum van uittreding. Deze onderwerpen zullen in de tweede fase van de onderhandelingen tussen de EU en het VK aan bod komen. Het kabinet zal de Nederlandse economische belangen bij de onderhandelingen scherp in het oog houden en acht de vraag naar eventueel flankerend beleid nu niet aan de orde.

In de geannoteerde agenda noemt de Minister twee richtlijnen aangaande sociale rechten. De leden van de CDA-fractie vragen de Minister of in deze context, van verordening 883 en richtlijn 2004/38, afspraken worden meegenomen die gemaakt zijn in de deal tussen het VK en de EU in februari 2016, te denken valt aan hetgeen toen is afgesproken over de indicatie van kinderbijslag.

7. Antwoord van het kabinet

De afspraken gemaakt tijdens de Europese Raad (ER) van februari 2016 waren gekoppeld aan de uitkomst van het Brexit referendum; deze zouden worden geëffectueerd op het moment dat het VK zou besluiten lid te blijven van de EU (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1093). De negatieve uitkomst van het referendum heeft ervoor gezorgd dat deze deal van tafel is. De afspraken gemaakt in deze deal zullen dus ook niet als zodanig worden meegenomen.

De leden van de CDA-fractie vragen niet alleen aandacht voor de rechten van EU burgers in het VK en VK burgers in de EU, maar ook voor de rechten die burgers wederzijds hebben opgebouwd. Zullen de rechten van die burgers gehandhaafd worden, als ware verordening 883 van kracht. Meer concreet: zullen mensen geen pensioenrechten verliezen of WW rechten (samentelling van tijdvakken die voor de Brexit liggen) na de Brexit? En is dat in ieder geval de inzet van de EU onderhandelaars?

8. Antwoord van het kabinet

Het is de inzet van de EU, zoals neergelegd in de ER richtsnoeren, dat de rechten die burgers wederzijds hebben opgebouwd zullen worden gehandhaafd. Dit geldt eveneens voor pensioen en WW rechten.

De financiële afhandeling van de Brexit zal een zeer moeilijk onderdeel van de uiteindelijk deal worden. Vooral het EU meerjarig Budget zal grote consequenties hebben voor alle lidstaten en daarmee de verhoudingen tussen de EU27. In de geannoteerde agenda stelt de Minister dat het kabinet de inzet heeft dat de bijdrage van Nederland aan de EU als gevolg van de Brexit niet stijgt. Volgens de leden van de CDA-fractie kan de Minister dat niet gegarandeerd. De leden van de CDA-fractie vragen de Minister daarom: 1) een indicatie van de korte termijn risico van een abrupte hard-Brexit voor de Nederlandse betalingspositie jaarlijkse begrotingen te geven, 2) de middellange termijn betalingspositie van Nederland in nieuwe MFK (2020–2027) te onderzoeken, en tenslotte 3) aan te geven wat de Nederlandse inbreng wordt en met wie vormen we coalities in de EU voor hervormingsbeleid in nieuwe MFK, onderhandelingen hierover starten in 2018.

9. Antwoord van het kabinet

Het kabinet verwijst voor vragen van de CDA- en D66-fracties over de relatie tussen de Brexit en het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) naar de brief van het kabinet die voorafgaand aan het AO MFK van 6 juni a.s. aan de Kamer wordt verzonden. Hierin wordt onder meer ingegaan op de aanloop naar het nieuwe MFK (post 2020) en de gevolgen van de Brexit voor het huidige en toekomstige MFK, alsmede de gevolgen voor de Nederlandse afdrachten.

De leden van de D66-fractie willen benadrukken dat de Brexit slecht is voor de Europese Unie, voor het Verenigd Koninkrijk maar zeker ook voor Nederland. Deze leden willen benadrukken dat de rechten van Unieburgers in het Verenigd Koninkrijk voorop moeten staan. Kan de Minister uiteenzetten hoe de informatie en communicatie richting deze groep wordt georganiseerd?

10. Antwoord van het kabinet

Het kabinet zet zich in om zo snel mogelijk een einde te maken aan de onzekerheid over de positie van EU-burgers in het VK, waaronder de circa 100.000 Nederlanders die in het VK wonen. De ambassade in Londen is het eerste aanspreekpunt voor deze groep. Nederlandse burgers, die in het Verenigd Koninkrijk wonen, kunnen hier terecht voor informatie en advies. Zij kunnen ook bellen of mailen met het 24/7 Contact Center van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De ambassade en de consulaten in het VK zetten zich in voor een goede en actieve informatievoorziening. Via de website van de ambassade en op www.rijksoverheid.nl is de belangrijkste informatie toegankelijk. Deze informatie wordt regelmatig aangepast aan de hand van de laatste ontwikkelingen omtrent verblijfsrechten van EU-burgers in het VK. Ook onderhoudt de ambassade nauw contact met de actiegroep «The3million» die de belangen behartigt van de ca. 3 miljoen EU-burgers in het VK. Op 17 mei jl. heeft de ambassade een informatieavond over de Brexit georganiseerd voor Nederlanders in het VK, die via livestream ook makkelijk toegankelijk was voor Nederlanders buiten Londen. De komende periode zal het kabinet zich actief blijven inzetten om te zorgen voor een optimale informatievoorziening aan Nederlanders in het VK, evenals aan het bedrijfsleven.

Op vele onderwerpen lopen onderhandelingen in het kader van uittreding logischerwijs over in onderhandelingen in het kader van de toekomstige relatie, merken de leden van de GroenLinks-fractie op. Zo ligt erkenning van diploma’s uitgereikt voor de datum van uittreding nu ter tafel. Zijn afspraken over diploma’s behaald op de dag na de uittreding voor nu uitgesloten van afspraken?

11. Antwoord van het kabinet

Ja. Dit onderwerp zal naar verwachting in de tweede fase van de onderhandelingen aan bod komen.

Ook op andere punten zijn er veel afspraken over uittreding die logischerwijze uitmonden in afspraken over de vervolgrelatie. Hoe gaan de onderhandelaars daarmee om? Wordt er ook over de grens tussen Gibraltar en Spanje gesproken? Wat is hier de inzet?

12. Antwoord van het kabinet

Volgens artikel 50 EU moet bij afspraken over uittreding rekening worden gehouden met de toekomstige betrekkingen met het VK. Zoals opgenomen in de ER richtsnoeren zal in de tweede fase van de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord een algeheel begrip gevormd worden van het kader voor de toekomstige betrekkingen. De overgangsregelingen zijn in dat licht van belang. Een daadwerkelijk handelsakkoord dat de afspraken over de toekomstige relatie weerspiegelt, kan pas worden gesloten na uittreding van het VK uit de Unie (aangezien de EU alleen met derde-landen een handelsakkoord kan sluiten).

Het territoriaal geschil tussen het VK en Spanje over Gibraltar beschouwt het kabinet als een bilaterale aangelegenheid. De inzet van de Unie zoals bepaald in de ER richtsnoeren is dat een akkoord tussen de EU en het VK na uittreding alleen van toepassing kan zijn op Gibraltar mits daarover overeenstemming bestaat tussen Spanje en het VK.

De concept richtsnoeren in detail richten zich op een nauw omschreven groep EU-burgers in het VK. Welke deel van de EU-burgers valt hier onder? Wordt er voor de overige groep niets geregeld in dit stadium? Is het denkbaar dat EU-burgers die langer dan vijf jaar in het VK hebben gewoond buiten de bescherming vallen omdat ze niet kunnen voldoen aan de zware bewijslast die wordt opgelegd?

13. Antwoord van het kabinet

De EU-27 zet in op het borgen van bestaande rechten van alle EU burgers die wonen (of hebben gewoond) en/of werken (of hebben gewerkt) in het VK en Britse burgers in de EU in dezelfde situatie. De functionele uitwerking aan de hand van de verschillende Europese richtlijnen en verordeningen genoemd omvat het overgrote deel van deze personen zoals werkenden, maar ook bijvoorbeeld gepensioneerden en studenten. Tegelijkertijd is deze opsomming voor dit moment slechts illustratief. De precieze juridische vormgeving zal in het vervolg nader moeten worden uitgewerkt. Het overkoepelende doel van het op transparante, effectieve en in praktijk werkbare wijze borgen van bestaande rechten van alle EU-burgers staat hierbij centraal. De inzet van het kabinet en de EU-27 is om de procedures en bewijslast hiermee samenhangend zo simpel en soepel mogelijk vorm te geven.

De leden van de SP-fractie vragen om de volgende zinsnede uit de kabinetsreactie op het AIV-advies over de Brexit nader toe te lichten: «Dit neemt niet weg dat er in het kader van de discussie over de toekomst van de EU momentum kan ontstaan om de Nederlandse inzet op dit beleidsterrein te verwezenlijken, zonder dat dit nadelige invloed op het Brexit-proces heeft.» Welke inzet zou Nederland op dit punt willen verwezenlijken?

14. Antwoord van het kabinet

Het kabinet zet zich ervoor in om oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden binnen de EU te voorkomen en onderbetaling van werknemers uit andere delen van de EU te bestrijden. In het kader van deze inzet voor gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats heeft Nederland er onder meer voor gepleit om de detacheringsrichtlijn aan te passen. Zoals ook de AIV adviseert, is het niet wenselijk deze agenda te verbinden aan de discussie over Brexit. Dit neemt niet weg dat er in het kader van de discussie over de toekomst van de EU momentum ontstaat die het mogelijk maakt de Nederlandse inzet op dit beleidsterrein te verwezenlijken, zonder dat dit nadelige invloed op het Brexit-proces heeft.

De fractie van 50PLUS onderstreept de stellingname van het kabinet in zijn brief van 12 mei dat bij de onderhandelingen over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk het belang van de burgers centraal moet staan. Daarbij gaat het om rechten op het terrein van verblijf, arbeid en sociale zekerheid. De fractie van 50PLUS waardeert het dat het kabinet daarbij extra aandacht vraagt voor de uitbetaling van pensioenrechten. Daarbij gaat het wat deze leden betreft om rechten die zijn opgebouwd door mensen die inmiddels niet meer in het Verenigd Koninkrijk wonen, om mensen die er nu nog werken en wonen en om mensen die zich er in de komende twee jaar nog gaan vestigen. Voornoemde leden verwachten dat het kabinet deze opvatting actief inbrengt in de besprekingen in de raad Algemene Zaken. Graag een bevestiging van de Minister.

15. Antwoord van het kabinet

De voorgaande uitleg komt overeen met de inzet van het kabinet en de EU zoals neergelegd in de richtsnoeren. Het kabinet zal hier ook in de besprekingen in de ad hoc Raadswerkgroep artikel 50 aandacht voor vragen.

De leden van de fractie van de SGP merken op dat tijdens de Raad Algemene Zaken van 22 mei de Europese Commissie het mandaat ontvangt voor het voeren van de onderhandelingen over de terugtrekking van het VK uit de Europese Unie en Euratom. Ook de richtsnoeren voor de onderhandelingen zullen vastgesteld worden. Over de inhoud van die richtsnoeren is in de Kamer reeds uitvoerig gedebatteerd. De leden van de SGP-fractie onderschrijven de Nederlandse inzet inzake de rechten van burgers en de noodzaak van goede afspraken met het VK over de afwikkeling van financiële verplichtingen. De leden van de SGP-fractie hebben nog een aantal opmerkingen en vragen betreffende het onderhandelingsproces, de opstelling van de EU tegenover het Verenigd Koninkrijk (VK), en het vormgeven van de EU van de toekomst.

Het resultaat van onderhandelingen over de toekomstige relatie met het VK zou een breed en diep vrijhandelsakkoord kunnen zijn met samenwerking qua veiligheids- en buitenlandbeleid.

De leden van de SGP-fractie zijn met de AIV en de regering van mening dat niet lang gewacht moet worden met de «2e fase»-onderhandelingen over de toekomstige relatie met het VK. In hoeverre is ook de Europese Raad, dat bevoegd is hierover een beslissing te nemen, inderdaad voornemens hier zo veel als mogelijk haast mee te maken? Welke precieze criteria hanteert de Raad voor het nemen van een beslissing in dezen?

16. Antwoord van het kabinet

De Europese Raad Artikel 50 heeft op 29 april jl. besloten tot een gefaseerde aanpak van de onderhandelingen. Dit betekent dat de toekomstige betrekkingen met het VK zullen worden besproken op het moment dat de ER tot het oordeel is gekomen dat voldoende vooruitgang is geboekt inzake drie onderwerpen: de rechten van burgers, de afhandeling van wederzijdse financiële verplichtingen en grenskwesties. De Europese Raad zal de voortgang in de eerste fase van de onderhandelingen voortdurend en van nabij volgen. De ER heeft geen precieze criteria geformuleerd om te bepalen wanneer sprake is sprake van voldoende voortgang. Het kabinet steunt deze gefaseerde aanpak en zet zich ervoor in dat de ER tijdig beziet of start van de volgende fase van de onderhandelingen opportuun is.

Wat betreft de opstelling van de EU jegens het VK menen de leden van de SGP-fractie dat deze bovenal rechtvaardig dient te zijn. De EU zal stevig met het VK moeten onderhandelen om de economische en politieke belangen van lidstaten te verdedigen, maar deze onderhandelingen mogen geen strafexpeditie worden. De Brexit is namelijk een legitieme en op democratische wijze tot stand gekomen beslissing van het VK. Op welke wijze wordt verzekerd dat verschillen van inzicht niet onnodig op de spits gedreven worden, en dat behandeling van het VK door de EU – waaronder door leden van de Europese Commissie en door de Europese hoofdonderhandelaar Barnier – alleszins rechtvaardig en redelijk is en blijft?

17. Antwoord van het kabinet

Zie ook antwoord op vraag 2.

In dit kader vragen de leden van de SGP-fractie of er in Europees verband nog gesproken is over de politieke toekomst van het VK – waaronder inzake de positie van Gibraltar en betreffende een verenigd Ierland? Is hierover een positie ingenomen door de Europese Raad, en zo ja, welke?

18. Antwoord van het kabinet

De positie van de Europese Raad à 27 staat verwoord in de ER-richtsnoeren die zijn aangenomen door de Europese Raad (ER) à 27 op 29 april jl. Hierover is verder nog geen inhoudelijke discussie gevoerd.

Onderhandelingsproces

Na de aanstaande verkiezingen in het VK zullen de onderhandelingen starten. De leden van de CDA fractie vragen de Minister of hij inzicht zou kunnen verstrekken in hoe deze onderhandelingen er praktisch uit gaan zien. Zo is het symbolisch van belang waar wordt onderhandeld, waar de vergadertafel staat. Kan de Minister aangeven of dat op het continent of in het VK. Welke cyclus wordt er toegepast, in een eerdere briefing was er sprake van een vier weken cyclus.

19. Antwoord van het kabinet

Nadat het onderhandelingsmandaat in de RAZ artikel 50 op 22 mei a.s. wordt vastgesteld kunnen de onderhandelingen beginnen. De verwachting is dat pas na met de verkiezingen in het VK op 8 juni a.s. een aanvang gemaakt kan worden met de daadwerkelijke onderhandelingen.

De exacte modaliteiten van de onderhandelingen tussen het VK en de EU zijn nog niet bepaald. Naar verwachting zullen hierover zo snel mogelijk na de verkiezingen nadere afspraken worden gemaakt met het VK. Binnen de EU zal de Europese Commissie vanuit de Raad worden ondersteund door Comité van permanente vertegenwoordigers van de EU-lidstaten (Coreper) artikel 50 en een speciale ad hoc Raadswerkgroep artikel 50. In deze werkgroep zal voorafgaand aan en na iedere onderhandelingssessie overleg worden gevoerd tussen de Commissie en de 27 Lidstaten. Deze werkgroep zal worden voorgezeten door het Raadssecretariaat en richt zich specifiek op het uittredingsproces. Deze werkgroep bespreekt als enige groep álle elementen die betrekking hebben op het artikel 50-proces.

Zoals het er nu uitziet wordt gewerkt met een cyclus van vier weken waarbij in de eerste week de ad hoc Raadswerkgroep artikel 50 de onderhandelingen zal voorbereiden. In de twee weken daarna zal de Commissie met het VK onderhandelen en waar nodig Coreper artikel 50 en/of de ad hoc Raadswerkgroep artikel 50 consulteren. In de laatste week zal terugkoppeling plaatsvinden in de Raadswerkgroep en beginnen de voorbereidingen voor de volgende ronde onderhandelingen. Eens per maand zal de RAZ in de artikel 50 samenstelling kennisnemen van de vorderingen en bijsturen waar nodig. Ook zullen vragen van politiek belang aan de orde komen tijdens de komende Europese Raden à 27.

De leden van de PVV-fractie merken op dat de Raad zal besluiten tot oprichting van een ad-hoc werkgroep op basis van artikel 50 VEU. Deze werkgroep bespreekt als enige groep álle elementen die betrekking hebben op het artikel 50-proces. Uit welke leden bestaat de artikel 50-werkgroep? Wie neemt er namens Nederland zitting in de werkgroep? Welke functies bekleden deze leden buiten hun functie als artikel 50-werkgroeplid? Wat is de juridische status van deze werkgroep? Wat is de exacte taakomschrijving van deze werkgroep? Krijgen de leden uit de artikel 50 werkgroep een vergoeding en zo ja, hoeveel en uit welke EU-middelen worden zij bekostigd?

20. Antwoord van het kabinet

De RAZ zal op 22 mei a.s. besluiten tot oprichting van een ad-hoc werkgroep op basis van artikel 50 VEU2. De juridische basis voor dit raadsbesluit is artikel 240 lid 3 van het EU-Werkingsverdrag. De taakomschrijving van deze ad hoc werkgroep is vastgelegd in het Raadsbesluit. Bij de ad hoc Raadswerkgroep artikel 50 bijeenkomsten zullen, afhankelijk van de agenda van de werkgroep, twee of drie vertegenwoordigers van de lidstaten aanwezig zijn. De Nederlandse delegatie zal ten minste bestaan uit een permanent lid dat het woord voert en een expert t.a.v. het betreffende agendapunt.

Dhr. Seeuws van het Raadssecretariaat, in het verleden de kabinetschef van de voormalige ER voorzitter Van Rompuy, treedt op als permanente voorzitter van deze Raadswerkgroep. Het staat uw Kamer vrij Dhr. Seeuws uit te nodigen.

Uw Kamer wordt in aanloop naar de maandelijkse RAZ artikel 50 bijeenkomsten middels de geannoteerde agenda en algemene overleggen, en indien nodig besloten overleggen, geïnformeerd over de werkzaamheden van deze werkgroep.

In de geannoteerde agenda geeft de Minister aan dat dergelijke gedetailleerde zaken, zoals de sociale richtlijnen, het onderhandelingsproces kan verstoren en daarom in het begin van het traject behandeld moet worden. De leden van de CDA fractie vragen de Minister of deze Nederlandse wens gehoord door het onderhandelingsteam van de EU.

21. Antwoord van het kabinet

Hoofdonderhandelaar Barnier heeft, in overeenstemming met de Nederlandse wens terzake, veelvuldig benadrukt dat rechten van burgers prioriteit zou moeten krijgen in de onderhandelingen met het VK.

De leden van de SP-fractie vragen de regering om in te gaan op de uitspraak van het Europees Hof van Justitie inzake de competentievraag naar aanleiding van het EU-Singapore verdrag. Klopt het dat de parlementen van de 27 lidstaten mogelijk buitenspel zullen komen te staan als het gaat om een nieuwe handelsovereenkomst met de Britten, omdat deze parlementen alleen instemmingsrecht krijgen indien er afspraken worden gemaakt over investeringen en investeringsbeslechting? Hoe groot acht de regering de kans dat de Europese Commissie zal aankoersen op een handelsverdrag waar het exclusieve bevoegdheid over heeft, waarbij er bijvoorbeeld aparte afspraken – buiten het verdrag om – gemaakt worden over investeringen en investeringsbescherming en -beslechting?

22. Antwoord van het kabinet

De onderhandelingen over het kader dat moet uitmonden in een handelsakkoord na de uittreding van het VK inzake de toekomstige relatie tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk, beginnen niet alvorens voldoende voortgang is bereikt in fase 1 van de artikel 50-onderhandelingen inzake het terugtrekkingsakkoord.

Het kabinet verwelkomt de uitspraak van het EU-Hof. Het handelsakkoord tussen de EU en Singapore kan alleen in werking treden na aparte goedkeuring van de nationale parlementen. De gevolgen hiervan op een eventueel handelsakkoord met het VK op termijn zijn nu nog onduidelijk. Het kabinet bestudeert thans de uitspraak.

De leden van de SGP-fractie beamen dat eenheid tussen de 27 overige EU-lidstaten belangrijk is tijdens het onderhandelingsproces met het VK. Omdat de Brexit de resterende EU-lidstaten echter op zeer verschillende manieren en in verschillende mate raakt, moet er voldoende ruimte blijven voor gelegenheidscoalities zoals tussen Nederland, Ierland en Denemarken. Welke garanties zijn er dat in de toekomst hiervoor ruimte blijft bestaan?

23. Antwoord van het kabinet

Het ligt voor de hand dat EU-lidstaten met gedeelde belangen coalities sluiten, dat zal ook zo blijven. Er zijn geen indicaties dat dit in de toekomst anders zal zijn.

Ook vragen de leden van de SGP-fractie wat de visie van de regering is op de rol van het Europees Parlement. In hoeverre, en waarom, wordt het wenselijk geacht dat het Europees Parlement middels een resolutie instemmingsrecht heeft voor zowel het uittredingsakkoord als de overgangs- en nieuwe akkoorden met het VK?

24. Antwoord van het kabinet

Het Europees Parlement heeft op basis van artikel 50 EU-verdrag goedkeuringsrecht voor wat betreft het terugtrekkingsakkoord. Een besluit tot het aangaan van een vrijhandelsakkoord behoeft eveneens goedkeuring van het Europees Parlement.

Transparantie

Het lijkt de leden van de VVD-fractie verstandig dat we binnen de Tweede Kamer en met de Minister afspraken maken over de vraag waarover en wanneer we in beslotenheid spreken over de Brexit.

De leden van de CDA-fractie merken op dat er nog steeds geen portal is voor de stukken en dat de Kamer al meerdere keren daarom gevraagd heeft. Is er nu een delegates portal voor Nederlandse bewindspersonen en ambtenaren, zo vragen de leden van de CDA fractie. En wanneer zijn de stukken op deze portal eindelijk beschikbaar voor de nationale parlementen.

25. Antwoord van het kabinet

Binnen de Raad worden de onderhandelingsdocumenten op een besloten gedeelte van het zogenaamde «EU delegates portal» geplaatst, dat niet toegankelijk is voor het VK. Er zijn specifiek twee nieuwe soorten Raadsdocumenten in het leven geroepen voor het Brexit proces: XT en XM documenten. XT documenten zijn de documenten voor de Coreper artikel 50, RAZ artikel en ER artikel 50 besprekingen. XM documenten zijn agenda’s en convocaties. Afhankelijk van de inhoud zijn de documenten openbaar, «limité» of «restreint».

Gezien de vertrouwelijkheid van het onderhandelingsproces is de toegang tot het systeem uit veiligheidsoverwegingen door het Raadssecretariaat voor slechts enkele personen opengesteld. Het zal daarom niet mogelijk zijn uw Kamer toegang te geven tot de besloten ruimte binnen het delegates» portal.

Normaalgesproken kan uw Kamer documenten vinden op het delegates» portal van de Raad, waar uw Kamer toegang toe heeft. Gezien het bijzondere karakter van de onderhandelingen en de uitzonderlijke situatie is in dit specifieke geval rechtstreekse toegang niet mogelijk. Het kabinet zal er daarom op toezien dat die «limité» documenten waar uw Kamer in de normale EU-28 situatie rechtstreeks over kan beschikken via EU-delegates portal voor de EU-27 situatie ter vertrouwelijke inzage met uw Kamer worden gedeeld. Het gebruik van leeskamers is hiervoor een geschikt middel.

Tijdens de bijeenkomst van het Comité van permanente vertegenwoordigers van de EU-lidstaten (Coreper) i.h.k.v. artikel 50 VEU bespreking van 17 mei jl. zijn de principes met betrekking tot transparantie in het onderhandelingsproces over uittreding van het VK vastgesteld. Zodra de definitieve versie beschikbaar is zal deze met uw Kamer worden gedeeld.

Nu dit document is vastgesteld is het mogelijk een volledig afsprakenkader over informatievoorziening met uw Kamer overeen te komen. Een kamerbrief met afsprakenkader komt u, na gesprek met uw griffie over de werkmethoden, zo snel mogelijk tegemoet. Deze afspraken zullen een uitwerking zijn van de afspraken die hierover eerder met uw Kamer overeen gekomen zijn (zie Kamerstuk 23 987, nr. 173).

In de geannoteerde agenda is te lezen dat er een Raadswerkgroep Brexit zal worden opgericht. De leden van de CDA fractie vragen de Minister wie hier namens Nederland in plaats zal nemen. Tevens vragen de leden van de CDA fractie hoe de Minister de Kamer zal gaan informeren over de werkzaamheden van deze werkgroep, en ten slotte kan de Kamer de voorzitter van deze werkgroep uitnodigen zodra bekend is wie dat is.

26. Antwoord van het kabinet

Zie beantwoording vraag 20.

De leden van de SP-fractie constateren dat vele stukken, waaronder ook de geannoteerde agenda voor de bijeenkomst van het Comité van permanente vertegenwoordigers van de EU-lidstaten (Coreper) in het kader van de artikel 50 VEU bespreking van 17 mei aanstaande, de herziene versie van de gedetailleerde onderhandelingsrichtsnoeren en de herziene versie van het Raadssecretariaat over de principes met betrekking tot transparantie in het onderhandelingsproces over uittreding van het VK, allemaal ter vertrouwelijke inzage zijn gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer. Daarmee zijn deze stukken vertrouwelijk en Kamerleden die deze stukken vertrouwelijk hebben ingezien mogen daar niet uit citeren of direct naar verwijzen. Bovendien kan de Minister, vanwege de vertrouwelijkheid van de stukken, niet of slechts zeer algemeen reageren op de inhoud van de stukken en de vragen die de Kamerleden daarover hebben. Kan de regering aangeven waarom deze stukken slechts ter vertrouwelijke inzage beschikbaar zijn gesteld voor de leden? Hoe legitimeert de aard van deze stukken exclusief vertrouwelijke inzage?

27. Antwoord van het kabinet

Nederland heeft zich te houden aan de Europese afspraken over het delen van EU-documenten en het beginsel van loyale samenwerking. Zolang een document niet officieel openbaar is, kan het kabinet het document niet in openbaarheid met u delen en zal gebruik gemaakt worden van vertrouwelijke inzage.

De leden van de SP-fractie vragen de regering hoe dergelijke overleggen in de toekomst voor zich ziet? Welke mogelijkheid ziet zij om debatten over de Brexit-onderhandelingen zo vorm te gegeven dat er inhoudelijk debat gevoerd kan worden over de onderhandelingen en de bijbehorende stukken? Welke opties ziet de regering om dit soort overleggen plaats te laten vinden op een manier die de Tweede Kamer in staat stelt haar kerntaak, namelijk het controleren van de regering, uit te voeren met het oog op het advies van de parlementair advocaat inzake transparantie?

Eén van de vertrouwelijke stukken betreft een document van het Raadssecretariaat over de transparantieprincipes tijdens de Brexit-onderhandelingen. In dit document staat dat openbaarheid het uitgangspunt vormt van het Raadssecretariaat, aldus de geannoteerde agenda. Erkent de regering dat deze situatie tegelijkertijd ironisch, maar ook onhoudbaar is?

De inzet van het kabinet is om de onderhandelingen zo transparant mogelijk te laten verlopen, zo lezen de leden van de SP-fractie in de geannoteerde agenda. Hoe is deze procedure geregeld in andere landen? Is daar sprake van meer openbaarheid van stukken, vinden daar meer besloten debatten plaats, of schriftelijke overleggen? Wat kunnen wij daarvan leren, of is deze situatie volgens de regering de best mogelijke situatie?

28. Antwoord van het kabinet

De bijeenkomst van Coreper Artikel 50 heeft de principes met betrekking tot transparantie in het onderhandelingsproces over uittreding van het VK op 17 mei jl. vastgesteld. Het kabinet is, zoals bekend, groot voorstander van optimale openheid en transparantie in het onderhandelingsproces.

In de transparantie notitie zijn deze uitgangspunten, conform de richtsnoeren van de Europese Raad, nogmaals onderstreept. Zodra de definitieve versie van dit document beschikbaar is zal het met uw Kamer worden gedeeld. Hierin is onder meer vastgelegd dat de Commissie de onderhandelingsdocumenten die worden gedeeld met EU-lidstaten, de Europese Raad, de Raad, het Europees Parlement, nationale parlementen en het VK openbaar zal maken, binnen de kaders van EU-wetgeving. Verder zullen bijvoorbeeld ook de agenda’s en convocaties van Coreper artikel 50, bijeenkomsten van de Europese Raad openbaar zijn. Openbare stukken van de Commissie ten aanzien van uittreding VK worden reeds nu gepubliceerd op de website van de taskforce artikel 50 van de Commissie.3 Documenten van de Raad kunt u vinden via het documentregister van de Raad.4

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 28 heeft Nederland zich te houden aan de Europese afspraken over het delen van EU-documenten en het beginsel van loyale samenwerking. Zolang een document niet officieel openbaar is, kan het kabinet het document niet in openbaarheid bekend stellen en zal gebruik gemaakt worden van vertrouwelijke inzage. Dit geldt als vanzelfsprekend ook voor de andere lidstaten. Elke lidstaat informeert zijn parlement binnen de eigen constitutionele arrangementen en voor zover in lijn met de EU-regelgeving inzake openbaarheid van documenten. Dit geldt ook voor Nederland.

De regering hecht grote waarde aan een optimale informatiepositie van de Kamer zodat uw Kamer haar controlerende rol optimaal kan uitoefenen. Basis hiervoor vormt artikel 68 van de Grondwet waarin het parlementair informatierecht is vastgelegd. Het kabinet geeft, zoals u weet, actief invulling aan artikel 68 Grondwet. Een Kamerbrief met nader afsprakenkader over informatievoorziening ten aanzien van de Brexit-onderhandelingen komt u, na gesprek met uw griffie over de werkmethoden, zo snel mogelijk tegemoet. Deze afspraken zullen een uitwerking zijn van de afspraken die hierover eerder met uw Kamer overeen gekomen zijn (zie Kamerstuk, 23 987, nr. 173).

De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat voor de buitenwereld het proces rond de Brexit ingewikkeld is en ook de berichtgeving in de media niet altijd bijdraagt tot een helder en evenwichtig beeld. Omdat het van het grootste belang is dat onzekerheid voor burgers en bedrijven moet worden geminimaliseerd – dat standpunt delen de aan het woord zijnde leden met het kabinet – is een gerichte communicatie richting burgers en bedrijven van groot belang.

Tot nu toe is, als het gaat om informatievoorziening, vooral aandacht gegeven aan het informeren van de Kamer door het kabinet. De wijze waarop dat gebeurt krijgt de waardering van deze leden. De fractie van 50PLUS vraagt zich echter af of het niet gewenst is dat er ook een informatieproces richting de Nederlandse bevolking wordt opgezet. De vraag aan het kabinet is of het deze mening deelt en of het kabinet bereid is een informatiecampagne over Brexit op te zetten. Dit als bijdrage aan het minimaliseren van de onzekerheid voor burgers en bedrijven.

29. Antwoord van het kabinet

Voor het antwoord op deze vraag wordt mede verwezen naar antwoord 10. Het kabinet deelt de mening dat goede voorlichting aan burgers en bedrijven nodig is. In het huidige stadium van de onderhandelingen – waarin over het eindresultaat nog zeer weinig valt te zeggen – gaat het vooral om bewustwording dat Brexit ons land zal gaan raken, informatie over het verloop van het proces en het beantwoorden van vragen die leven bij burgers en bedrijven. Hiertoe is o.a. een uitgebreide vraag en antwoordsectie aangemaakt die te vinden is op www.rijksoverheid.nl. Hierin worden de belangrijkste vragen voor burgers, bedrijfsleven en studenten beantwoord voor zover dat nu mogelijk is. Burgers kunnen uiteraard ook vragen stellen via de reguliere kanalen die daartoe bestaan bij de rijksoverheid. Ook is er kort na het Britse referendum een speciaal loket geopend waar het bedrijfsleven met vragen terecht kan. Ook worden er regelmatig informatiebijeenkomsten georganiseerd voor het bedrijfsleven dat wordt geraakt door Brexit en/of daar vragen over heeft.

Toekomst EU

De leden van de PVV-fractie hebben nog enkele vragen over de uitspraak van het Europees Hof van Justitie (Opinion 2/15) Hoe interpreteert het kabinet de uitspraak van het Europees Hof van Justitie? Betekent deze uitspraak volgens het kabinet dat het sluiten van handelsverdragen geen exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie is? Wat heeft deze uitspraak voor gevolgen voor het sluiten van het toekomstige handelsverdrag met het Verenigd Koninkrijk en voor verdragen als CETA en TTIP?

30. Antwoord van het kabinet

Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar antwoord 22.

De leden van de CDA fractie zijn van mening dat de Brexit moet worden aangegrepen om Europa als geheeld te veranderen. Dat moet verder gaan dan alleen in de relatie tussen EU en VK. De leden van de CDA fractie vragen de Minister welke mogelijkheden hij daarvoor ziet.

31. Antwoord van het kabinet

In de kabinetsappreciatie van het Witboek heeft het kabinet aangegeven wat het tijdspad is voor de discussie over de toekomst van de EU (zie Kamerstuk 21 501-20, nr. 1202). De discussie over de toekomst van de EU zal in de komende maanden verder gevoerd worden.

Zo lijkt de machtswisseling in Frankrijk mogelijkheden te scheppen om controversiële thema’s in Europa aan te pakken. De leden van de CDA fractie vragen de Minister aan te geven welke thema’s, verordeningen en richtlijnen en mogelijke institutionele veranderingen ziet als gevolg van de verschuivende panelen door de Brexit onderhandelingen. De leden van de CDA fractie vragen de Minister of hij bereid is een dergelijke bredere discussie parallel aan de Brexit onderhandelingen wil gaan initiëren in Europa.

32. Antwoord van het kabinet

In de kabinetsbrief voor de inzet voor de top in Bratislava (zie Kamerstuk 21 501-20, nr. 1143) en in verdere Kamerbrieven zoals de Staat van de Unie 2017 (Kamerstuk 34 648, nr. 1) heeft het kabinet uiteengezet wat de kabinetsinzet is ten aanzien van de samenwerking binnen de EU-27 in de toekomst. Het gaat in dat verband onder meer om een eerlijke en diepere interne markt, interne en externe veiligheid en migratie. Het is van belang dat in Europees verband resultaten worden geboekt op deze terreinen. Het initiëren van een brede discussie parallel aan de Brexit onderhandelingen is met de informele top in Bratislava van start gegaan en duurt voort, onder meer in het kader van de discussie over het witboek over de toekomst van Europa van de Europese Commissie.

De leden van de SGP-fractie hechten eraan te benadrukken dat het signaal van de Brexit serieus genomen moet worden. Ook in veel ander EU-lidstaten klinkt het geluid om al te vergaande Europese integratie een halt toe te roepen. In dat licht benadrukken deze leden, tot slot, dat een verkleining van het EU-budget redelijk én noodzakelijk is met het oog op het afkalvende draagvlak voor de EU bij veel burgers. Beaamt de regering dit, en wat is of wordt de concrete inzet om dit daadwerkelijk gedaan te krijgen? Bovendien vinden de leden van de SGP-fractie dat het Europese Hof van Justitie moet stoppen met het overdragen van bevoegdheden aan de Unie ten koste van de soevereiniteit van de lidstaten. Is de Minister bereid om ook dit signaal over te brengen aan zijn Europese collega’s tijdens de Raad Algemene Zaken d.d. 22 mei?

33. Antwoord van het kabinet

Op de Raad Algemene Zaken artikel 50 op 22 mei a.s. zal over de Brexit onderhandelingen worden gesproken. Ten aanzien van soevereiniteit van lidstaten en Europese samenwerking in de EU verwijs ik u naar het rapport van de Raad van State van 17 juli 2014 (AdviesW01.14.0025/I/Vo/B) en het eerdere debat met uw Kamer hierover (Kamerstuk 33 848, nr. 17).

Voorts zijn de leden van de D66-fractie van mening dat de Brexit moet worden aangegrepen om het Meerjarig Financieel Kader grondig te hervormen. Deze leden lezen dat het kabinet erop inzet een financiële regeling te treffen met het VK die moet voorkomen dat de Nederlandse bijdrage aan de begroting stijgt. Die inzet delen de genoemde leden, maar zij vragen aan de Minister hoe er voor gezorgd gaat worden dat de Europese begroting nu echt grondig hervormd gaat worden. Is de inzet nu alleen dat Nederland niet meer gaat betalen of wordt er nu echt werk gemaakt van een begroting die gaat over de uitdaging van de toekomst in plaats van de economie van het verleden?

34. Antwoord van het kabinet

Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar antwoord 9.

Voorts verwijzen de leden van de D66-fractie naar hetgeen gewisseld is tijdens het debat over de uitkomsten van de Europese top op 9 mei j.l.