Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201723987 nr. 173

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 173 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2017

Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft de Europese Raad op 29 maart 2017 kennisgegeven van zijn voornemen zich uit de Europese Unie en Euratom terug te trekken conform de procedure van artikel 50 EU-Verdrag. Hierdoor kunnen de onderhandelingen, die moeten leiden tot een ordentelijke uittreding van het VK uit de EU, beginnen. Ter voorbereiding daarop zal een extra Europese Raad (à 27) plaatsvinden op 29 april aanstaande om conform artikel 50 EU-Verdrag de richtsnoeren voor de onderhandelingen met consensus vast te stellen. Daarna zullen de richtsnoeren zo spoedig mogelijk door de Raad (RAZ art.50) worden uitgewerkt in een gedetailleerd onderhandelingsmandaat voor de Europese Commissie, de beoogde onderhandelaar namens de EU. Het mandaat voor de Unie-onderhandelaar wordt vastgesteld met gekwalificeerde meerderheid.

Na kennisgeving door het VK is een onderhandelingsperiode voorzien die volgens de schatting van de Commissie in uiterlijk 18 maanden tot een resultaat zou moeten leiden, teneinde binnen de tweejaarstermijn van artikel 50 lid 3 EU-Verdrag nog ruimte te laten voor goedkeuring van het terugtrekkingsakkoord door het Europees Parlement, sluiting door de Raad en ratificatie door het VK zelf.

Vanaf de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord zijn de EU-Verdragen niet meer van toepassing op het VK. Indien er na twee jaar geen akkoord in werking is getreden, en de Europese Raad en het VK niet unaniem besluiten tot verlenging van de termijn, treedt het VK uit de Unie zonder akkoord.

Kennisgeving VK

De inhoud van de kennisgeving van het VK komt grotendeels overeen met de boodschap die premier May gaf in haar speech van 17 januari j.l. en het White Paper1 dat de Britse regering op 2 februari jl. publiceerde. In de kennisgevingsbrief presenteert premier May met een zakelijke en constructieve toonzetting een aantal uitgangspunten voor de onderhandelingen. In essentie komen deze erop neer dat het VK na uittreding een diep en speciaal partnerschap wil met de EU in de vorm van een allesomvattend akkoord, waarbij economische en veiligheidssamenwerking centraal staat. De Britse inzet is een ambitieus vrijhandelsakkoord met een bredere reikwijdte dan bestaande vrijhandelsakkoorden.

Het VK wil in een vroegtijdig stadium een akkoord over de rechten van burgers en prioriteit geven aan het overeenkomen van een aanpak voor kwesties die voortvloeien uit het Brits vertrek uit de EU. Daarbij («alongside») wil men overeenstemming bereiken over de toekomstige relatie met de EU. De Britse regering spreekt de overtuiging uit dat het mogelijk is om hier binnen twee jaar overeenstemming over te bereiken. Het uitblijven van een akkoord is in niemands belang, aldus premier May. Daarom is een gezamenlijke inspanning noodzakelijk.

Voorts bepleit de Britse regering samenwerking om verstoringen zoveel mogelijk te vermijden en zoveel mogelijk zekerheid te bieden. Daarbij stelt zij implementatieperiodes voor om een soepele en ordelijke aanpassing aan de nieuwe regelgeving te bevorderen. Tijdens de resterende duur van het EU-lidmaatschap zal de Britse regering de verantwoordelijkheden die samenhangen met het lidmaatschap blijven nakomen.

Positie Nederland

Nederland wordt als buurland, groot handelspartner en «mainport» tot het continent relatief zwaar getroffen door de terugtrekking van het VK uit de EU. Zo verdiende Nederland in 2015 ongeveer 21 miljard euro aan de export, oftewel 3% van het BBP.2

Het CPB heeft becijferd dat op langere termijn (2030) de kosten van het uitblijven van een handelsakkoord voor Nederland kunnen oplopen tot 10 miljard euro (1,2 procent BBP), en als dynamische effecten van handel worden meegenomen zelfs tot 17 miljard euro. Ook als een vrijhandelsakkoord wordt bereikt met het VK waarin een deel van de handelsbelemmeringen zou worden weggenomen, zal de economische schade voor NL volgens het CPB substantieel zijn (naar schatting 0,9% BBP).3 Daarnaast is het VK voor Nederland een belangrijke partner bij de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme.

Inzet Nederland

De onderhandelingen met het VK zullen in de eerste fase focussen op een aantal belangrijke aspecten van de uittreding zoals de rechten van over en weer verblijvende burgers, de financiële afwikkeling van de uittreding, grenskwesties (vooral Ierland-Noord-Ierland) en hoe om te gaan met lopende administratieve en juridische procedures op het moment van uittreding. Nederland zet er op in dat de Europese Raad (à 27) nog dit jaar beziet of er voldoende overeenstemming is met het VK over de uitgangspunten en beginselen op deze punten en acht het wenselijk dit in de ER-richtsnoeren op te nemen.

Het kabinet zal zich in de onderhandelingen sterk maken voor het voortzetten van de bestaande rechten van NL- en VK-burgers op het terrein van verblijf, arbeid en sociale zekerheid, nu en in de toekomst.

Het VK moet voldoen aan de financiële verplichtingen aangegaan tijdens het EU-lidmaatschap. De inzet van het kabinet is erop gericht dat er een financiële regeling (financial settlement) komt met het VK, die voorkomt dat de bijdragen van EU27-lidstaten stijgen als gevolg van Brexit.

De toekomstige relatie kan deels worden vormgegeven in een vrijhandelsakkoord. Ook voor andere onderwerpen zoals landingsrechten, financiële diensten en onderzoek zullen passende afspraken moeten worden gemaakt. Eveneens vindt het kabinet dat afspraken nodig zijn over samenwerking op het terrein van justitie en binnenlandse zaken en het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Het kabinet zet zich in voor een zo goed mogelijke uitkomst van de onderhandelingen, maar zal ook rekening moeten houden met een uitkomst waarbij geen of zeer weinig overeenstemming bestaat over de toekomstige relatie. In het geval er geen zicht is op een tijdig akkoord op hoofdlijnen van de toekomstige relatie is het belangrijk om ernstige verstoringen waar mogelijk te voorkomen en te verminderen. Dat moet deels door afspraken te maken in het EU-VK uittredingsakkoord en deels door contingency planning, dat wil zeggen het nemen van eenzijdige maatregelen om verstoringen te voorkomen of voor zover mogelijk te verminderen en de schade te beperken.

Elk akkoord dat met het VK wordt gesloten, zal gebaseerd moeten zijn op een evenwicht tussen rechten en verplichtingen waarbij de integriteit van de interne markt en de EU-rechtsorde dient te worden gewaarborgd. Het kabinet acht het van belang dat dit in de ER-richtsnoeren wordt vastgelegd.

Voor wat betreft de verplaatsing van agentschappen die nu in het VK zijn gevestigd, zet het kabinet in op tijdige besluitvorming over de verplaatsing. Besluitvorming zou zo snel mogelijk, maar in ieder geval voor het einde van dit jaar, moeten plaatsvinden zodat de agentschappen voldoende tijd hebben om hun activiteiten zonder verstoringen te blijven voortzetten. Nederland heeft zich kandidaat gesteld voor het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) en zet zich actief in om het agentschap naar Nederland te halen.

Informatievoorziening

Het kabinet zal uw Kamer optimaal betrekken bij het onderhandelingsproces zodat uw Kamer haar controlerende rol naar behoren kan uitoefenen. Uitgangspunt is dat het Nederlandse parlement over dezelfde informatiepositie moet kunnen beschikken als het Europees Parlement. Mede in dit licht zal het kabinet zich de komende weken op Europees niveau inzetten voor een goede informatievoorziening door het EU-onderhandelingsteam richting de Raad, teneinde uw Kamer adequaat te kunnen informeren gedurende de onderhandelingen.

Bij de informatievoorziening aan uw Kamer hanteert het kabinet de volgende uitgangspunten: 1) via de gebruikelijke voorbereiding op Raden en Europese Raden; 2) via openbare of, indien de gevoeligheid van de te bespreken materie dit vereist, besloten politieke en technische briefings; 3) door het gebruik van leeskamers, zoals nu ook al geldt, voort te zetten indien er gebruik wordt gemaakt van RESTREINT-documenten. Het gebruik van leeskamers kan worden uitgebreid tot LIMITE-documenten indien het niet mogelijk blijkt uw Kamer toegang te geven tot de EU-27 database.

Het kabinet verwacht dat de komende weken, in aanloop naar de extra Europese Raad van 29 april meer duidelijkheid zal ontstaan over de informatievoorziening op EU-niveau. U wordt hierover, alsmede over de overige Nederlandse inzet voor de ER-richtsnoeren, nader geïnformeerd in aanloop naar de extra Europese Raad. De concept-richtsnoeren worden vandaag ter vertrouwelijke inzage aan uw Kamer voorgelegd4.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders


X Noot
1

«The United Kingdom’s exit from and new partnership with the European Union», https://www.gov.uk/government/publications/the-united-kingdoms-exit-from-and-new-partnership-with-the-european-union-white-paper

X Noot
4

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer