21 501-20 Europese Raad

Nr. 1093 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 maart 2016

Naar aanleiding van uw verzoek van 25 februari jl. sturen wij u hierbij, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, een reactie op de berichtgeving in de media over de humanitaire situatie op de Balkan, in het bijzonder in Griekenland.

De situatie op de Balkan en de ontwikkelingen langs de zogenaamde Westelijke Balkanroute worden zeer nauwlettend gevolgd door het kabinet. Hoewel het kabinet begrijpt dat landen zich genoodzaakt voelen om unilaterale maatregelen te treffen om grip te krijgen op deze ongekende migratiestroom, maakt het kabinet zich samen met de Europese Commissie, tegelijkertijd zorgen over de gevolgen van de verschillende maatregelen.

Het kabinet onderschrijft1 de noodzaak, die ook de Europese Raad2 bevestigde, dat bestaande EU-regelgeving inzake asiel- en grensmanagement volledig dient te worden toegepast. Aan het laten doorreizen van migranten die niet voldoen aan bestaande en afgesproken toegangscriteria, enkel op grond van een bepaalde nationaliteit, moet een einde komen. Dat betekent dat migranten nog altijd een asielaanvraag in kunnen dienen. Indien zij er echter zelf voor kiezen dat niet te doen, moet hen de toegang aan de grens geweigerd worden.

Strengere controles kunnen ertoe leiden dat groepen migranten zullen stranden aan de verschillende grenzen. Daarom werkt het kabinet nauw samen met de Europese Commissie en de meest betrokken landen, waaronder Griekenland, om er voor te zorgen dat de nodige voorbereidingen worden getroffen om deze personen op een menswaardige manier op te vangen en hen te kunnen voorzien van basisvoorzieningen. Deze week komt de Europese Commissie met voorstellen met betrekking tot de humanitaire situatie in Griekenland.

Bovenstaande uitgangspunten zijn bevestigd tijdens een extra overleg met de meest betrokken landen in de marge van de extra JBZ-Raad op 25 februari jl. (Kamerstuk 32 317, nr. 387), dat op initiatief van het Nederlands Voorzitterschap van de Raad plaatsvond. Ook is afgesproken dat alle betrokken landen, de Commissie en het Voorzitterschap in het vervolg worden uitgenodigd voor vervolgoverleg waar grensmaatregelen zullen worden besproken die gevolgen kunnen hebben voor andere landen langs de route. Mede naar aanleiding van zulk overleg treft de Commissie, samen met UNHCR en IOM, op dit moment voorbereidingen om landen als Griekenland en Macedonië bij te staan en er voor te zorgen dat voldoende fondsen beschikbaar zijn om eventueel snel benodigde opvangplekken te creëren. Nederland is hier nauw bij betrokken en dringt bij alle partijen aan op volledige flexibiliteit om de benodigde hulp beschikbaar te maken.

Expliciet moet er aandacht zijn voor hulp aan kwetsbare groepen zoals alleenreizende vrouwen, alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarige kinderen. Ook heeft Nederland tijdens de JBZ-Raad bij alle lidstaten aangedrongen op het beschikbaar stellen van extra bijdragen.

De huidige situatie en ontwikkelingen baren het kabinet grote zorgen. Het kabinet onderstreept nogmaals het belang dat in Europese context wordt gewerkt aan het oplossen van de migratiedruk om situaties zoals langs de Westelijke Balkanroute te voorkomen. Dat betekent onder andere het tegengaan van instroom uit Turkije, betere registratie van migranten, verbeterd grensbeheer en herplaatsing via de hotspotbenadering. Daarbij is het echter van groot belang dat het menselijk aspect niet uit het oog wordt verloren bij de aanpak van de Europese vluchtelingenproblematiek.

Het kabinet heeft voorts, op Grieks verzoek, besloten bij te dragen aan het kunnen lenigen van de eerste nood van de in Griekenland gestrande migranten. Op korte termijn stelt Nederland gespecialiseerde voertuigen en medische goederen beschikbaar die kunnen worden ingezet op de plaatsen waar vluchtelingen zijn gestrand. De hulpverlening zal in elk geval bestaan uit negen mobiele hulpposten, oftewel twee voertuigen met een generator, een tent en medische voorzieningen. Daarnaast krijgt Griekenland als verzocht onder meer slaapzakken, dekens en lakens. De hulpgoederen worden zo snel mogelijk naar Griekenland gebracht. Deze donatie komt bovenop eerdere Nederlandse bijdragen, zowel in 2015 als 2016, waarin diverse landen langs de Westelijke Balkanroute zijn ondersteund in het verbeteren van de opvangvoorzieningen voor migranten.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1076

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1092

Naar boven