Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-02 nr. 1464

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1464 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 maart 2015

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan van de Raad Algemene Zaken van 17 maart 2015.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 17 MAART 2015

Voorbereiding van de Europese Raad van 19 maart 2015

Energie-unie

De Europese Raad (ER) in maart a.s. zal een gedachtewisseling hebben over de recent uitgebrachte Commissiemededeling over de Energie Unie (document nummer COM (2015)80). In aanloop naar deze ER heeft de Commissie haar mededeling in meerdere Raden gepresenteerd (Milieuraad, Energieraad, Raad voor Concurrentievermogen). Verdere inhoudelijke bespreking zal plaatsvinden in de relevante vakraden na deze ER. Daaraan voorafgaand zal uw Kamer de uitgewerkte kabinetspositie ten aanzien van de mededeling toegaan via een BNC-fiche.

Het doel van de Energie Unie is te zorgen voor een betaalbare energievoorziening, het verminderen van de energieafhankelijkheid van de EU en te zorgen voor een toekomstbestendig klimaatbeleid. Om dit te bereiken richt de Energie Unie zich op vijf dimensies, die onderling verbonden zijn: het verbeteren van de energievoorzieningszekerheid, het voltooien van de interne energiemarkt, het verminderen van de energievraag, het CO2-vrij maken van de EU-energiemix, en onderzoek en innovatie in de energiesector.

Europees Semester 2015

De Europese Raad zal de eerste fase van het Europees Semester 2015 afsluiten op basis van het werk in de Raad. Verderop in deze geannoteerde agenda wordt nader op het Europees Semester 2015 ingegaan.

Oostelijk Partnerschap Top in Riga

De ER van maart zal eveneens spreken over de voorbereiding van de vierde Top van het Oostelijk Partnerschap (OP), die op 21 en 22 mei a.s. in Riga zal worden gehouden. Naar verwachting zal tijdens de Top de stand worden opgenomen van de samenwerking binnen het OP, in het bijzonder met betrekking tot de implementatie van de Associatieakkoorden van de EU met Georgië, Moldavië en Oekraïne. Mede op basis van deze bespreking in maart, zal het kabinet zijn inzet voor de Top bepalen, die voorafgaand zal worden gedeeld met uw Kamer.

Oekraïne

De ER zal teven spreken over de laatste ontwikkelingen met betrekking tot Oekraïne en Rusland. De visie van het kabinet hierop gaat uw Kamer toe in de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart a.s.

Libië

Voorts zal de ER stilstaan bij de laatste ontwikkelingen in Libië. De visie van het kabinet hierop gaat uw Kamer toe in de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart a.s.

Europees Semester 2015

Tijdens deze Raad Algemene Zaken zal gesproken worden over de sinds december jl. in verschillende Raadsformaties gevoerde besprekingen in het kader van het Europees Semester 2015, op basis van de Annual Growth Strategy. Deze bespreking zal plaats vinden op basis van een nog te verschijnen Synthesis Report van het voorzitterschap. Daarnaast zal een nog te publiceren geactualiseerde Road Map voor volgende stappen binnen het Semester 2015 worden besproken.

Het kabinet is voorstander van een strikte handhaving van het Stabiliteits- en Groeipact en volledige toepassing van de mogelijkheden die geboden worden door de Macro-Economische Onevenwichtighedenprocedure voor het stimuleren van de implementatie van structurele hervormingen. Het kabinet onderschrijft de accenten die de Commissie heeft gelegd in de in november jl. gepubliceerde Annual Growth Survey (doc.nr. COM(2014)902) op het belang van gezonde overheidsfinanciën, structurele hervormingen en investeringen, alsmede de onlosmakelijke samenhang tussen deze elementen om Europese groei, werkgelegenheid en concurrentiekracht te bevorderen. Het is van mening dat dit moet worden ondersteund door een verdere verdieping van de interne markt.

IIA Better lawmaking

De RAZ zal spreken over de interinstitutionele betrekkingen en de herziening van het inter-institutioneel akkoord «Beter wetgeven». Tijdens de RAZ op 10 februari jl. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1459) kwam de herziening van het interinstitutioneel akkoord reeds aan de orde, mede naar aanleiding van een gemeenschappelijk Deens-Fins-Nederlands non-paper. Naar aanleiding van de discussie in de RAZ op 10 februari heeft het voorzitterschap voorstellen gedaan om tot een Raadsstandpunt te komen. De besprekingen daarover zullen tijdens de RAZ worden voortgezet. Het kabinet zet zich er voor in dat de Raad net als het Europees parlement op gelijke voet, in een vroegtijdig stadium wordt betrokken bij de voorbereiding van het Commissie Werkprogramma, waarmee ook de nationale parlementen betrokken worden bij de totstandkoming van het CWP. Tevens zet het kabinet zich er voor in dat ten aanzien van betere regelgeving, transparantie, gedelegeerde handelingen, trilogen en omzetting van richtlijnen voortgang wordt geboekt in de herziening van het interinstitutioneel akkoord «Beter wetgeven». Naar verwachting komt de Commissie op 22 april 2015 met nadere voorstellen voor de herziening van het interinstitutioneel akkoord.

Rapporten Coöperatie- en Verificatiemechanisme Roemenië en Bulgarije

Tijdens de Raad Algemene Zaken worden conclusies aangenomen over de stand van zaken in Roemenië en Bulgarije met betrekking tot de voortgang van hervormingen in het kader van het Coöperatie- en Verificatiemechanisme. De concept Raadsconclusies (doc.nr. 6308/2/15 rev 2) weerspiegelen de analyse en conclusies van de rapporten, erkennen de reeds gerealiseerde resultaten, en dringen aan op spoedige en strikte opvolging van de aanbevelingen. Ze verwijzen naar het belang van de waarden en principes van de Europese Unie, en onderstrepen dat beide landen nog stappen moeten zetten om de duurzaamheid van de hervormingen te waarborgen. Ook wordt benadrukt dat een onpartijdig, onafhankelijk en effectief administratief en justitieel systeem onontbeerlijk is voor het juiste functioneren van het Europese beleid en voor het nut dat de bevolking heeft van het lidmaatschap van de Unie. De concept Raadsconclusies zijn in lijn met de Nederlandse invalshoek zoals verwoordt in de kabinetsappreciatie zoals die uw kamer op 2 maart jl. is toegegaan (Kamerstuk 23 987, nr. 152) Tevens wordt bevestigd dat het CVM dient te worden gecontinueerd totdat alle ijkpunten zijn verwezenlijkt. De Commissie zal over een jaar opnieuw schriftelijk rapporteren over de ontwikkelingen in het kader van het CVM.

IPA

De Raad zal zonder verdere discussie conclusies aannemen over het rapport van de Europese Rekenkamer over IPA-steun aan Servië. Aan de hand van een steekproef van 25 projecten in periode 2007–2012, concludeert de Europese Rekenkamer dat de pretoetredingssteun aan Servië over het algemeen doelmatig is beheerd en een doeltreffende bijdrage levert aan de doorvoering van sociale en economische hervormingen en de verbetering van goed bestuur. De Europese Rekenkamer stelt dat de Commissie, op basis van ervaring in andere IPA-landen, meer nadruk legt op bestuurskwesties bij het plannen van haar financiële en niet-financiële steun aan Servië. Verbeterpunten ziet de Rekenkamer in onder andere het ontwerp, de uitvoering en de duurzaamheid van projecten. Zij tekent daarbij aan dat de Commissie deze kritiek deels al heeft meegenomen onder IPA II (2014–2020). Zo zijn de prestatie-targets meetbaarder gemaakt, is medefinanciering door IPA-landen van zo’n 20 à 30 procent een harde eis geworden en moeten sectorale strategieën opgesteld door de ontvangende landen zelf de duurzaamheid verbeteren. De Rekenkamer complimenteert de Commissie met de wijze waarop zij het maatschappelijk middenveld ondersteunde. Het kabinet ondersteunt de bevindingen van de Rekenkamer en bevestigt dat de Commissie al werk heeft gemaakt van een aantal aanbevelingen. Het kabinet roept de Commissie op verdere opvolging te geven aan de verbeterpunten die de Rekenkamer signaleert en de lidstaten hierover op de hoogte te houden.

Mogelijkheden om functioneren Comité van de Regio’s te bezien

Naar aanleiding van het besluit over de zetelverdeling voor de nieuwe termijn van het Comité van de Regio’s werd tijdens AO RAZ d.d. 10 december 2014 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1457) gevraagd naar de mogelijkheden om het functioneren van dit Comité te bezien.

Het Comité van de Regio's, het onafhankelijk adviesorgaan voor de EU dat de steden, gemeenten en regio's in Europa vertegenwoordigt, heeft tot taak de regionale en lokale overheden bij het Europese besluitvormingsproces te betrekken, hetgeen naar mening van het kabinet een waardevolle bijdrage vormt voor verbinding en participatie in de EU. Het kabinet hecht daarom belang aan het goed functioneren van dit orgaan, waarvoor het Comité in eerste instantie zelf verantwoording draagt.

Gezien de tendens van decentralisatie en regionalisering is het kabinet voornemens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) te verzoeken een onderzoek uit te voeren naar de inhoudelijke «match» tussen de Europese agenda en de regionale agenda en naar mogelijke verbeterpunten in een Europese werkwijze die aansluit bij deze trends. Het kabinet ziet graag dat ook de rol en effectiviteit van het Comité van de Regio’s in dit onderzoek wordt meegenomen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen uw Kamer na afronding worden toegezonden. Het kabinet is uiteraard graag bereid daarover vervolgens met uw Kamer in gesprek te gaan.