Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121109 nr. 202

21 109 Uitvoering EG-Richtlijnen

Nr. 202 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 2011

Hierbij bied ik u het periodieke overzicht aan van de stand van zaken bij de implementatie van EG/EU-richtlijnen en EU-kaderbesluiten in de Nederlandse wet- en regelgeving aan het einde van het tweede kwartaal van 2011.1

In deze brief wordt eerst ingegaan op de implementatieachterstand zoals die op 30 juni jl. gold. Daarna worden de oorzaken van deze implementatieachterstand behandeld en vervolgens worden dreigende implementatieachterstanden genoemd. Ten slotte volgt een opsomming van de ingebrekestellingprocedures die de Europese Commissie tegen Nederland is gestart als gevolg van niet-tijdige implementatie. Mede op uw verzoek zijn de lopende infracties wegens (vermeende) onjuiste implementatie in het overzicht «ingebrekestellingen» per departement opgenomen.1

Aangezien de benamingen van de ministeries in de Rijksadressengids nog niet zijn aangepast, zijn in de bijlage (overzicht van de i-Timer) de oude benamingen van de ministeries gehanteerd. Ook de ministeries die als eerstverantwoordelijke voor de implementatie worden genoemd, zijn in het overzicht van de i-Timer nog niet aangepast aan de huidige situatie.

In deze brief worden omwille van de actualiteit wel de nieuwe benamingen van de ministeries gebruikt bij de duiding van achterstanden. Ik vraag er uw begrip voor dat bij het vergelijken van de gegevens uit deze brief met de uitdraai van de i-Timer de benamingen derhalve niet één op één lopen.

Huidige achterstand

In het tweede kwartaal van 2011 zijn er 29 richtlijnen/kaderbesluiten die vertraging hebben opgelopen bij de implementatie. Het aantal richtlijnen/kaderbesluiten met een implementatieachterstand is in het tweede kwartaal van 2011 gestegen met zeven.

Van zes richtlijnen/kaderbesluiten die in het eerste kwartaal van 2011 een achterstand hadden, is de implementatie in het tweede kwartaal van 2011 afgerond. Tegelijkertijd zijn er in dit kwartaal dertien nieuwe achterstallige richtlijnen/kaderbesluiten bijgekomen. Het gaat om zeven richtlijnen van EL&I2, van Financiën drie3, van SZW4 twee, en één van V&J5. Bij zestien richtlijnen/kaderbesluiten die al in het vorige kwartaal achterstallig waren, kon de implementatieachterstand niet worden weggewerkt.

De 29 achterstallige richtlijnen of kaderbesluiten zijn aan de volgende ministeries toegedeeld: EL&I (9), Financiën (6), I&M (6), V&J (5), SZW (2) en BZK (1).

De overschrijding van de implementatiedatum varieert sterk: zo bedroeg op 30 juni 2011 de kleinste overschrijding één dag, terwijl de uiterste implementatiedatum van een richtlijn met ruim 63 maanden was overschreden. Een exacte aanduiding van de overschrijding per richtlijn/kaderbesluit is te vinden op de laatste pagina (pagina 154) van bijgevoegd kwartaaloverzicht.

Bij dit alles wordt vermeld dat in het tweede kwartaal van 2011 negentien richtlijnen tijdig zijn geïmplementeerd. Het kabinet houdt het implementatieproces in de gaten en betreurt dat er in het afgelopen kwartaal wederom geen daling, maar een stijging van de implementatieachterstand is te constateren.

Voor de goede orde merk ik nog op dat in het in bijlage meegezonden overzicht van de i-Timer bij enkele richtlijnen abusievelijk nog is vermeld dat de implementatie nog niet voltooid was per 1 juli jongstleden. Het betreft de richtlijnen 2008/48, 2009/44 en 2010/83 welke volledig waren geïmplementeerd met ingang van 1 juni, alsmede richtlijn 2011/38 die is geïmplementeerd m.i.v. 11 juni jongstleden.

De uiterste implementatiedatum van RL 2011/39 stond abusievelijk op 30 juni 2011 in plaats van 30 november 2011.

Achterstanden en hun oorzaken

Wat betreft de oorzaken voor de implementatieachterstand ultimo tweede kwartaal van 2011 speelt een aantal factoren een rol. Deze factoren worden hieronder per ministerie toegelicht.

BZK

– Richtlijn 2008/115 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PbEU L 348):

De richtlijn wordt geïmplementeerd door middel van een wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 (32 420) en bijbehorende lagere regelgeving. Het wetsvoorstel is op 17 juni 2010 ingediend bij de Tweede Kamer. Op 6 december 2010 is een tweede nota van wijziging ingediend. De Tweede Kamer heeft naar aanleiding daarvan op 28 januari 2011 een nader verslag vastgesteld, dat op 23 maart 2011 is beantwoord met een nota naar aanleiding van het nader verslag.

De Tweede Kamer heeft vervolgens aan de Afdeling advisering van de Raad van State verzocht om een voorlichting omtrent de door de regering op 6 december 2010 ingediende tweede nota van wijziging. De ontvangen voorlichting is op 14 juni 2011 door de Tweede Kamer openbaar gemaakt. Het wetsvoorstel is inmiddels (nogmaals) aangemeld voor plenaire behandeling. In verband met het zomerreces wordt de plenaire behandeling van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer niet verwacht voor september 2011.

EL&I

– Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54;

– Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG:

De Raad van State heeft op 18 april jl. advies uitgebracht op het vereiste wetsvoorstel, dat vervolgens op 17 juni jl. aan uw Kamer is aangeboden (32 814). Naar wij hopen zullen de richtlijnen per 1 januari a.s. zijn geïmplementeerd. De oorzaak van de overschrijding van de uiterste implementatiedatum van 3 maart 2011 is mede gelegen in het feit dat het om complexe wetgeving gaat.

– Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming;

– Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische communicatienetwerken en -diensten:

Het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie (32 549) is op 3 november 2010 naar uw Kamer gestuurd en op 22 juni jl. aangenomen. Voor volledige implementatie is tevens uitvoeringsregelgeving vereist. De oorzaak van de overschrijding van de uiterste implementatietermijn van 25 mei 2011 is mede gelegen in het feit dat het om complexe wetgeving gaat.

– Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten.

De richtlijn heeft een krappe implementatietermijn van 13 maanden. Het wetsvoorstel ter implementatie (32 626) is op 16 juni jl. door de Tweede Kamer en op 5 juli jl. door de Eerste Kamer aangenomen. Implementatie vergt ook intrekking van het huidige Kaderbesluit etikettering energiegebruik en vaststelling van een nieuw besluit. Momenteel ligt dit besluit bij Actal ter toetsing op administratieve lasten. Conform de eerdere toezegging aan uw Kamer zal dit advies aan u worden gezonden gelijktijdig met de voorhang van het besluit. Het streven is het Kaderbesluit eind dit jaar af te ronden.

– Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad.

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet ter implementatie (32 343) op 31 mei jl. aangenomen. Hiernaast dienen nog het Mijnbouwbesluit alsmede twee andere besluiten te worden aangepast. Voor het opstellen van het wijzigingsbesluit diende te worden gewacht op richtsnoeren van de Europese Commissie over onderwerpen zoals financiële zekerheid te verstrekken door de houder van de opslagvergunning en monitoring; deze richtsnoeren werden op 31 maart bekend gemaakt. Het advies van de Raad van State wordt op 13 juli a.s. verwacht. Het wijzigingsbesluit zal naar verwachting in de komende maand worden vastgesteld.

– Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensie gerelateerde producten binnen de Gemeenschap;

– Richtlijn 2010/80 van de Commissie van 22 november 2010 tot wijziging van Richtlijn 2009/43 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst van defensie gerelateerde producten:

De Raad van State heeft op 27 mei jl. advies uitgebracht over de wijziging van het Besluit strategische goederen. Naar wij hopen zal alle vereiste regelgeving nog deze zomer worden vastgesteld. De overschrijding van de termijn is mede gelegen in het feit dat de implementatie de invoering van een nieuw vergunningensysteem behelst, waartoe diverse regelgeving dient te worden aangepast en vastgesteld. Het gaat hier om een omvangrijke wijziging van voornoemd Besluit strategische goederen en de Uitvoeringsregeling strategische goederen, alsook het vaststellen van vier nieuwe ministeriële regelingen.

– Richtlijn 2011/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 houdende intrekking van de Richtlijnen 71/317/EEG, 71/347/EEG, 71/349/EEG, 74/148/EEG, 75/33/EEG, 76/765/EEG, 76/766/EEG en 86/217/EEG van de Raad inzake metrologie.

Per 1 juli 2011 is alleen richtlijn 71/349/EEG, inzake de inhoudsbepaling van scheepstanks, ingetrokken. De implementatie behelst slechts het verwijderen van referenties naar de richtlijn in het Meetinstrumentenbesluit I en II. Het wijzigingsbesluit is begin juni ter advisering naar de Raad van State gestuurd. De implementatie van de richtlijn zal naar verwachting binnen één maand na de uiterste implementatiedatum van 30 juni jl. plaatsvinden. De oorzaak van deze geringe overschrijding is mede gelegen in de krappe implementatietermijn van minder dan vier maanden.

Financiën

– Richtlijn 2009/111/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot wijziging van de Richtlijnen 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2007/64/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer:

Bij brief van 21 december 2010 is de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de vertraging die is opgelopen bij de implementatie van RL 2009/111/EU. De benodigde wijzigingen van de Wet financieel toezicht (Wft) zijn inmiddels ingediend bij de Tweede Kamer. De benodigde wijzigingen van het Besluit prudentiële regels (Bpr) Wft zullen in juli in consultatie gaan. Naar verwachting zal deze wetgeving ultimo 2011 in werking kunnen treden.

– Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG:

Bij de implementatie van richtlijn 2009/110/EG is vertraging ontstaan als gevolg van een samenloop van de nasleep van de kredietcrisis en beperkte beschikbare wetgevingscapaciteit. Ter voorlopige implementatie van Titel III van de richtlijn is op 30 juni 2011 een algemene maatregel van bestuur in werking getreden. Het wetsvoorstel ter implementatie van de gehele richtlijn, inclusief de definitieve nederlegging van Titel III in wetgeving, is bij Koninklijke boodschap van 24 juni 2011 ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II, nr. 32 826). Het verslag daarvan wordt medio juli verwacht. Aangetekend wordt dat terzake van de implementatie van deze richtlijn naast Nederland nog 17 lidstaten door de Commissie in gebreke zijn gesteld.

– Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (herschikking) (PbEU L 302) en de daarbij behorende uitvoeringsrichtlijnen;

– Richtlijn 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure;

– Richtlijn 2010/43/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij:

Bovengenoemde richtlijnen vormen de herziening van de EU-regelgeving voor de instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s). Richtlijn 2009/65 is de level 1 richtlijn, de richtlijnen 2010/44 en 2010/43 zijn uitvoeringsrichtlijnen. De implementatietermijn van deze richtlijnen verliep op 1 juli 2011. De implementatie van deze richtlijnen is op dit moment nagenoeg afgerond. Op 5 juli heeft de Eerste Kamer ingestemd met het voorstel van wet (Kamerstukken 32 622, nr. A.). Het nader rapport inzake de algemene maatregel van bestuur is voorgelegd aan de Koningin. De vertraging bij de implementatie is het gevolg van een aantal factoren. In de eerste plaats betreft het een omvangrijk pakket regelgeving met een hoge mate van complexiteit. Daarnaast was de implementatie voor een deel afhankelijk van uitvoeringsrichtlijnen die pas in de zomer van 2010 werden vastgesteld. Tot slot geldt dat de implementatie deels vereist is op wetsniveau, hetgeen de nodige tijd vergt.

– Richtlijn 2009/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 tot wijziging van Richtlijn 94/19/EG inzake de depositogarantiestelsels wat dekking en uitbetalingstermijn betreft:

De implementatie van deze richtlijn geschiedt in twee fasen. De eerste fase, waarvoor de deadline 30 juni 2009 was, is inmiddels afgerond. De deadline voor de tweede fase was 31 december 2010. Ondanks enige vertraging kan ook deze fase elk moment worden afgerond: de behandeling van het voorstel door de Staten-Generaal is afgerond en het wachten is op de ondertekening door de koningin en het contraseign van de minister. De reden dat deze richtlijn niet genoemd is in het overzicht van het vorige kwartaal, is dat het tot voor kort niet mogelijk was om meerdere deadlines voor dezelfde richtlijn te registreren. Na de afronding van de eerste fase is deze richtlijn ten onrechte uit het i-Timer systeem gehaald. Inmiddels is het systeem aangepast en zijn de overzichten te allen tijde actueel.

V&J

– Richtlijn 2008/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens:

Omdat de implementatie een technisch ingewikkelde uitvoeringskwestie betreft, heeft de voorbereiding van het implementatievoorstel veel tijd gekost. Het voorstel is inmiddels in behandeling bij de Tweede Kamer. De Kamer heeft verslag uitgebracht dat op korte termijn zal worden beantwoord.

– Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken:

Het wetsvoorstel tot implementatie van het kaderbesluit (Kamerstukken II, 32 554) is gereed voor plenaire behandeling door de Tweede Kamer in mei 2011. Het onderhavige kaderbesluit is tot op heden slechts door Letland tijdig geïmplementeerd.

– Kaderbesluit 2008/978 (Europees bewijsverkrijgingsbevel ter verkrijging van voorwerpen, documenten en gegevens voor gebruik in strafprocedures:

Het wetsvoorstel tot implementatie van dit kaderbesluit (Kamerstukken II, 32 717) is gereed voor plenaire behandeling door de Tweede Kamer. Tot op heden is dit kaderbesluit slechts door Denemarken tijdig geïmplementeerd.

– Kaderbesluit 2009/299 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584/JBZ, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783/JBZ, Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces:

Op 12 mei jongstleden is de implementatiewet vastgesteld (Stb. 2011, 232). De wet en het bijbehorende uitvoeringsbesluit treden op 1 augustus a.s. in werking, waarmee de implementatie zal zijn voltooid. Tot op heden is dit kaderbesluit slechts door Finland tijdig geïmplementeerd.

– Richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken:

Het voorstel is op 21 juli 2011 door de Tweede Kamer aanvaard. Het voorbereidend onderzoek door de Eerste Kamer is voorzien voor 13 september. Nederland heeft als een van de weinige EU-lidstaten al een bloeiende mediationpraktijk. Er is daarom veel overlegd met organisaties van mediators en de rechterlijke macht over de behoefte aan en wenselijkheid van een accreditatiestelsel voor mediators en de verhouding tot de «reguliere» civiele rechtspraak.

SZW

– Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers:

De implementatie van deze richtlijn heeft enige vertraging opgelopen, aangezien het wenselijk was de sociale partners verenigd in de Stichting van de Arbeid om advies te vragen. Dit vanwege het feit dat zij een belangrijke rol hebben bij de toepassing van de richtlijn in de praktijk en vanwege het belang van een zo effectief mogelijke rol van Europese ondernemingsraden. Daarnaast is tot en met september 2010 in Brussel door expertgroepen gesproken over de wijze van implementatie en interpretatie van de richtlijn. Dit overleg is meegenomen bij het opstellen van het wetsvoorstel. Op 28 juni heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel aangenomen. Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Eerste Kamer. De verwachting is dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel na het zomerreces zal behandelen.

– Richtlijn 2009/127/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot wijziging van Richtlijn 2006/42/EG met betrekking tot machines voor de toepassing van pesticiden:

De implementatie van de richtlijn verloopt via wijziging van een AMvB, het Warenwetbesluit machines. Het onderliggende artikel 80 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (inmiddels is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer) bevat een verplichte voorhangprocedure (opgenomen via een amendement). Het ontwerpbesluit is op 29 maart aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer (Kamerstukken II 2010/11, 32 372, nr. 47) Na afloop van de voorhangprocedure (26 april 2011) zou het voor spoedadvies naar de Raad van State gaan. De Tweede en Eerste Kamer hebben tijdens de voorhangprocedure uitgebreid vragen gesteld over het ontwerpbesluit (het gewasbeschermingsmiddelen deel). Op 21 juni heeft de Eerste Kamer de zaak voor kennisgeving aangenomen. De Tweede Kamer heeft de voorhangprocedure op 29 juni gestuit. Er komt alsnog een inhoudelijke behandeling tijdens een op 7 september met de Staatssecretaris van EL&I gepland AO. Tot dat moment kan er niets worden gedaan met het ontwerpbesluit; ook niet met het SZW-deel. Een alleengang van SZW is niet aan de orde. Rekening houdend met het feit dat de Afdeling advisering van de Raad van State nog moet adviseren, betekent dit publicatie op zijn vroegst eind september 2011.

In dit verband zij nog gewezen op het volgende. Het wijzigingsbesluit had 15 juni gepubliceerd moeten zijn volgens de richtlijn. De datum van inwerkingtreding is ingevolge de richtlijn echter 15 december 2011. Verder is de inhoud van het ontwerp-wijzigingsbesluit al bekend (via de voorhang en de parlementaire stukken).

I&M

– Richtlijn 2007/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 tot wijziging van Richtlijn 91/440/EEG van de Raad betreffende ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap en van Richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuren;

– Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen;

– Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (herschikking);

– Richtlijn 2009/131/EG van de Commissie van 16 oktober 2009 tot wijziging van bijlage VII bij Richtlijn 2008/57/EG;

– Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 2004/49/EG inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen (spoorwegveiligheidsrichtlijn):

Wetsvoorstel 32 289 bevat de formele wetgeving ter implementatie van de richtlijnen 2007/58, 2007/59, 2008/57, 2008/110 en 2009/131 (het derde en het vierde Europese spoorpakket). Wetsvoorstel 32 289 is inmiddels door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer aangenomen en gepubliceerd in Staatsblad nummer 218 van 13 mei 2011. De voorbereiding van het wetsvoorstel kostte gezien de veelheid aan onderwerpen en de complexiteit van die onderwerpen meer tijd dan vooraf was ingeschat. De implementatie van de vijf richtlijnen vergt ook de vaststelling van twee algemene maatregelen van bestuur en van een aantal ministeriële regelingen. In de Tweede Kamer is besloten dat de verdere implementatie van RL 2007/58/EG in plaats van bij ministeriële regeling bij AMvB moet geschieden. De AMvB moet tevens de lichte voorhangprocedure doorlopen. Dit leidt tot verdere vertraging van de implementatie. Als alles meezit, kan deze AMvB komende winter gepubliceerd worden. De andere AMvB, een wijziging van het Besluit spoorwegpersoneel, betreft de verdere implementatie van richtlijn 2007/59/EG. Deze AMvB is op 24 mei 2011 in Staatsblad nummer 240 gepubliceerd.

– Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2006 betreffende het rijbewijs (herschikking).

De achterstand wordt veroorzaakt door de grote omvang en complexiteit van de wet- en regelgeving die voor de implementatie van deze richtlijn nodig is. Om deze reden is de planning thans gericht op de inwerkingtreding en toepassing met ingang van 19 januari 2013, de datum waarop op grond van de richtlijn niet alleen de regelgeving, maar ook de uitvoeringspraktijk conform de richtlijn moet zijn aangepast. Dit heeft mede te maken met het feit dat, anders dan in veel Europese landen, in Nederland het traject van het wijzigen en publiceren van regelgeving enerzijds en het ter hand nemen van de uitvoering anderzijds, parallel loopt. Het wetsvoorstel met de benodigde wijzigingen van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 ter implementatie van richtlijn 2006/126/EG is op 30 juni jl. naar de Tweede Kamer gezonden. De AMvB ligt inmiddels voor advies bij de adviesinstanties. Naar verwachting zal de regelgeving ruimschoots voor 19 januari 2013, namelijk rond de zomer van 2012, worden gepubliceerd.

Dreigende overschrijding

Bij de volgende richtlijnen dreigt in meer of mindere mate een overschrijding:

BZK

– Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.

Voor de implementatie van deze richtlijn is een wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen, het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en het Vreemdelingenbesluit 2000 vereist. De verantwoordelijkheid voor de implementatie van deze richtlijn berust bij de minister voor Immigratie en Asiel. De wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 is in werking getreden op 19 juni 2011. Een voorstel tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen is recent ingediend bij de Tweede Kamer onder verantwoordelijkheid van het ministerie van SZW, dat eveneens de wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen realiseert.

– Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking).

Voor de implementatie van deze richtlijn is een wijziging van de Woningwet, de Kadasterwet, het Besluit energieprestatie gebouwen, het Bouwbesluit 2003 en de Regeling energieprestatie gebouwen vereist. De verantwoordelijkheid voor de implementatie van deze richtlijn berust bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Woningwet en de Kadasterwet is op 6 juni 2011 voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Naar verwachting zal dat wetsvoorstel in september 2011 aan de Tweede Kamer worden gezonden, zodat een tijdige implementatie (9 juli 2012) geen gevaar loopt. Ook wat betreft de wijziging van de genoemde algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regeling is de verwachting dat de implementatietermijn zal worden gehaald.

EL&I

– Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG.

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied (32 768) is op 11 mei jl. aan uw Kamer gezonden. Eind juni jl. is het Verslag van uw Kamer ontvangen. De implementatietermijn verloopt op 28 augustus 2011. Overschrijding van de termijn dreigt, gelet op de nog te nemen stappen en de gevoeligheid van de richtlijn die een zorgvuldige en afgewogen implementatie vereist. Naar wij hopen zal implementatie nog dit kalenderjaar plaatsvinden.

Ingebrekestellingsprocedures

Het ministerie van Financiën heeft er in het tweede kwartaal één procedure wegens te late implementatie bijgekregen (RL 2009/110 over toezicht op het bankwezen). Het ministerie van Infrastructuur en Milieu kreeg een zaak over luchthavengelden maar die richtlijn (2009/12) is in de loop van hetzelfde kwartaal alsnog afgerond.

Doorgehaald zijn een zaak van het ministerie van Financiën over richtlijn 2007/44 (deelnemingen financiële sector), van Infrastructuur en Milieu over RL 2008/98 afvalstoffen, van het ministerie van Veiligheid en Justitie over RL 2008/52 (mediation) en als laatste een zaak van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over RL 2011/8 (zuigflessen).

Voor een uitgebreidere rapportage over ingebrekestellingsprocedures verwijs ik graag naar het bijgesloten kwartaaloverzicht ingebrekestellingen.

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Noot 1 van pagina 2.

RICHTLIJN 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten; RICHTLIJN 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, Richtljn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonljke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming; RICHTLIJN 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten; RICHTLIJN 2009/31/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad; RICHTLIJN 2011/17/A/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 houdende intrekking van de Richtlijnen 71/317/EEG, 71/347/EEG, 71/349/EEG, 74/148/EEG, 75/33/EEG, 76/765/EEG, 76/766/EEG en 86/217/EEG van de Raad inzake metrologie; RICHTLIJN 2010/80/EU van de Commissie van 22 november 2010 tot wijziging van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst van defensiegerelateerde producten; RICHTLIJN 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap.


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Zie pagina 10.

X Noot
3

RICHTLIJN 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG; RICHTLIJN 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s); RICHTLIJN 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure en RICHTLIJN 2010/43/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij.

X Noot
4

RICHTLIJN 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers en RICHTLIJN 2009/127/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot wijziging van Richtlijn 2006/42/EG met betrekking tot machines voor de toepassing van pesticiden.

X Noot
5

RICHTLIJN 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken.