Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 februari 2026
Heden heb ik de capaciteitsraming 2026 vastgesteld zoals voorgeschreven in de wet
gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet). Deze
raming is gepubliceerd in de Staatscourant.1
De wet kent een cyclus waarbij elke 2 jaar de capaciteitsraming wordt gepubliceerd.
Deze raming bevat volgens de wet het aantal opvangplaatsen waaraan in de volgende
twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn, inclusief de verdeling van het benodigde
aantal opvangplaatsen over alle provincies en de indicatieve verdeling per gemeente.
Voor de capaciteitsraming is de invulling per algemene maatregel van bestuur vastgelegd
(Stb. 2024, nr. 13 dd. 26 januari 2024). De betreffende AMvB schrijft in artikel 2, eerste lid, voor
dat de capaciteitsraming tot stand komt op basis van de meerjaren productie prognose
(MPP) en het capaciteitsbesluit COA.
De meest recente MPP en het capaciteitsbesluit COA van 26 september 2025, op basis
waarvan de capaciteitsraming bij wet wordt voorgeschreven, stellen een verwacht aantal
opvangplaatsen vast van 88.000 plaatsen. Op 1 februari 2026 waren in totaal 77.663
plekken (conform opgave COA), waarvan 50.315 meerjarig2 beschikbaar.
Het is nu aan de Provinciale Regietafels (PRT’s), waar gemeenten onder voorzitterschap
van de commissaris van de Koning in overleg gaan, om te komen tot een verslag van
de provinciale inzet. Omdat publicatie van de raming niet voor 1 februari heeft plaatsgevonden
heb ik de voorzitters van de PRT’s laten weten dat zij de provinciale verslagen uiterlijk
tot 1 december 2026 kunnen toesturen.
Daarmee hebben zij voldoende tijd om het overleg te voeren. Ik zal – zoals de wet
voorschrijft – uiterlijk 31 december 2026 de verdeelbesluiten nemen.
De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink