Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202019637 nr. 2531

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2531 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2019

Inleiding

Sinds 3 november 2015 bent u in diverse tranches geïnformeerd over het beleid inzake veilige landen van herkomst in de zin van de Procedurerichtlijn1. Tot nu toe zijn als veilig land van herkomst aangemerkt Albanië, Algerije, Andorra, Australië, Bosnië-Herzegovina, Brazilië, Canada, Georgië, Ghana, IJsland, India, Jamaica, Japan, Kosovo, Liechtenstein, Macedonië, Marokko, Monaco, Mongolië, Montenegro, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oekraïne, San Marino, Senegal, Servië, Togo2, Trinidad en Tobago, Tunesië, Vaticaanstad, Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland.3

Op grond van artikel 37, tweede lid, van de Procedurerichtlijn moeten de lidstaten de situatie in derde landen die als veilige landen van herkomst zijn aangemerkt regelmatig opnieuw onderzoeken. Met deze brief geef ik u de tweede herbeoordeling van de landen die in de eerste tranche zijn aangemerkt als veilige landen van herkomst.4

Werkwijze herbeoordeling veilige landen van herkomst

Een herbeoordeling van veilige landen van herkomst hoeft in eerste instantie geen volledige beoordeling te zijn zoals de eerste beoordeling. Het volstaat om te bezien of ten aanzien van de belangrijkste criteria de situatie in het land aanmerkelijk is gewijzigd. Ik sluit hiermee aan bij de werkwijze die in Canada door de IRCC (Immigration, Refugees and Citizenship Canada) is ontwikkeld, waarbij op basis van een beperkt aantal bronnen (met name de landenrapporten van het US State Departement en de rapporten van Freedom House) in een snelle beoordeling een aantal criteria wordt onderzocht. De criteria die ik daarbij hanteer zijn:

  • democratisch bestuur,

  • bescherming van het recht op vrijheid en veiligheid van de persoon,

  • vrijheid van meningsuiting,

  • vrijheid van godsdienst en vereniging,

  • bescherming tegen discriminatie en vervolging door derden,

  • toegang tot onafhankelijk onderzoek,

  • toegang tot een onafhankelijke rechterlijke macht, en

  • toegang tot rechtsmiddelen.

Indien er een aanmerkelijke achteruitgang is op één van de eerste drie punten of als er op een meerderheid van de criteria een achteruitgang wordt geconstateerd, volgt een uitgebreide beoordeling van het land van herkomst. In de tussentijd zal dan het veilige landenbeleid ten aanzien van dat land worden opgeschort.

Uitkomst van de herbeoordelingen

Uit de herbeoordeling op grond van bovengenoemde criteria komt naar voren dat ten aanzien van Servië sprake is van aanmerkelijke achteruitgang op de eerste drie van de hierboven genoemde punten, te weten democratisch bestuur, de bescherming van het recht op vrijheid en veiligheid van de persoon en vrijheid van meningsuiting. Op grond van het geldend beleid was derhalve een uitgebreidere beoordeling van Servië aangewezen.

Tijdens het zomerreces heeft de uitgebreidere beoordeling van Servië reeds plaatsgevonden, aansluitend op de herbeoordeling. Op basis van de uitgebreide beoordeling kom ik tot de conclusie dat Servië nog steeds kan worden aangemerkt als veilig land van herkomst, met uitzondering van journalisten en personen van wie aannemelijk is dat ze in strafrechtelijke detentie zullen worden geplaatst. In individuele zaken dient bijzondere aandacht te worden geschonken aan LHBTI’s.

Ten aanzien van alle andere landen is geen sprake van een aanmerkelijke achteruitgang op één van de eerste drie punten, noch is er sprake van een achteruitgang op een meerderheid van de criteria. Een uitgebreidere beoordeling is voor geen van deze landen aangewezen. Ook de aanwijzing van deze landen als veilig land van herkomst wordt voortgezet.

De uitkomsten van de herbeoordeling en uitgebreide beoordeling van Servië vindt u in bijlage 1 bij de brief5. De herbeoordelingen van de overige landen vindt u in bijlage 2 bij deze brief6.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol


X Noot
1

Richtlijn 2013/32/EU, Pb EU L 180 van 29.6.2013.

X Noot
2

De aanwijzing van Togo als veilig land van herkomst is per 7 december 2018 opgeschort in afwachting van een uitgebreidere herbeoordeling, zie hierover de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van die datum (Kamerstuk 19 637, nr. 2448).

X Noot
3

Zoals aangegeven in mijn brief van 26 september 2017 worden de lidstaten van de EU niet op basis van de Procedurerichtlijn, maar op basis van het rechtstreeks werkende Protocol nr. 24 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzake Asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie, (C326/1, 26.10.20124) als veilige landen van oorsprong beschouwd.

X Noot
4

De eerdere beoordelingen vindt u in de brieven van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 3 november 2015 (Kamerstuk 19 637, nr. 2076) en 26 september 2017 (Kamerstuk 19 637, nr. 2349).

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
6

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl