Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201719637 nr. 2254

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2254 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 november 2016

Op 19 september jl. informeerde ik uw Kamer dat ik eerder die maand met de medeoverheden aan de landelijke regietafel verhoogde asielinstroom geconstateerd had dat de inspanningen van gemeenten, provincies en het COA ertoe geleid hebben dat er voldoende opvangplekken zijn voor de verwachte instroom in 2016 en 2017.1 Gezamenlijke spraken we af dat de regionale regietafels een advies aan mij zouden uitbrengen over het perspectief van de plannen die er nog lagen voor opvanglocaties. Op 31 oktober jl. hebben we aan de landelijke regietafel met elkaar de balans opgemaakt. Met deze brief wil ik, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uw Kamer informeren over de stand van zaken. Om te beginnen zal ik daartoe de recente ontwikkelingen inzake de asielinstroom schetsen.

Ontwikkelingen asielinstroom

Zoals ik al in mijn brief van 19 september jl. schreef, is de asielinstroom substantieel gedaald ten opzichte van 2015, mede door de inspanningen van het kabinet, afspraken in Europees verband en maatregelen van andere landen.

In heel 2016 verwacht het Ministerie van Veiligheid en Justitie een totale asielinstroom van 32.000. Relocatie, hervestiging en nareis zijn daarbij inbegrepen. De samenstelling van de eerste asielaanvragen is de afgelopen maanden aanzienlijk gewijzigd ten opzichte van vorig jaar, waarbij aanvragen van personen afkomstig uit «veilige landen van herkomst» een groter aandeel in de instroom zijn gaan vormen. Het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen zal hierdoor dalen. In afgelopen periode was er tijdelijk een verhoging te zien in het aantal asielaanvragen van asielzoekers uit Balkanlanden, maar dit is inmiddels weer verminderd. De laatste weken worden juist veel asielaanvragen gedaan door Marokkanen en Algerijnen. Daarbinnen bevindt zich een groep die bovenmatig veel overlast veroorzaakt in en rond de opvanglocaties. Om deze reden bezie ik momenteel welke aanvullende maatregelen ik ten aanzien van deze groep kan treffen, naast de reeds bestaande maatregelen voor personen afkomstig uit veilige landen. Waar nodig doe ik dat in afstemming met de gemeenten.

Ik verwacht in 2017 (ten opzichte van 2016) een toename van het aantal nareizende gezinsleden van asielstatushouders. Dit houdt verband met de hoge asielinstroom in 2015 en het verwerken van de huidige voorraad MVV-nareisaanvragen. Deze ontwikkelingen hebben onder andere consequenties voor de huisvesting door gemeenten; er zijn nu nog veel alleenstaanden, maar velen van hen verwachten binnen afzienbare tijd nareizende gezinsleden. Mede hierom is het dus zaak dat gemeenten voortvarend werk blijven maken van het huisvesten van vergunninghouders.

Afhandeling plannen voor opvanglocaties

Gelet op het vorenstaande, hebben we op 31 oktober jl. aan de landelijke regietafel bevestigd dat we in de situatie verkeren dat er op dit moment ruim voldoende opvangplekken zijn en dat we kunnen vasthouden aan de afspraak om de plannen voor aanvullende locaties nu niet te realiseren.

Op basis van de adviezen van de regionale tafels is een totaalbeeld gemaakt van het perspectief van al die plannen. Hieruit blijkt dat de meeste plannen in goed overleg worden stopgezet. Enkele plannen kunnen (voorlopig) achter de hand worden gehouden en voor enkele plannen wordt onderzocht of ze ingezet kunnen worden voor de huisvesting van vergunninghouders. Ik heb veel waardering voor de wijze waarop de partijen aan de regionale regietafels in gezamenlijkheid deze inventarisatie hebben gedaan, en voor het werk van alle gemeenten die zich hebben ingespannen voor de planvorming van opvanglocaties.

Evaluatie bestuurlijke samenwerking hoge asielinstroom

Bij alle betrokkenen leeft een brede wens om de interbestuurlijke samenwerking rond opvang en huisvesting te evalueren, om zo ook lessen voor de toekomst te kunnen trekken. Deze evaluatie zal deel gaan uitmaken van het reeds lopende onderzoek van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) naar opvangmodaliteiten. Naar aanleiding daarvan zal vanzelfsprekend ook uw Kamer worden geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Kamerstuk 19 637, nr. 2223