Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201719637 nr. 2253

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2253 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 november 2016

In de Kamerbrief van 8 september 2015 (Kamerstuk 19 637, nr. 2030) informeerde het kabinet u over de aanpak van de vluchtelingen- en migratiecrisis. Deze aanpak bestaat uit:

  • Versterking vluchtelingenopvang in de regio van herkomst

  • Aanpak grondoorzaken

  • EU-programma voor hervestiging

  • Een op solidariteit gestoelde billijke verdeling van de verantwoordelijkheid voor asielzoekers en vluchtelingen binnen de EU

  • Het realiseren van effectieve terugkeer van mensen in de EU zonder verblijfstitel

  • Ontmanteling van het cynische bedrijfsmodel van mensensmokkel om de migratiestromen naar Europa te verminderen en beter beheersbaar te maken.

In deze brief wordt u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, nader geïnformeerd over één van de onderdelen van deze aanpak, namelijk versterkte vluchtelingenopvang in de regio. Het kabinet geeft met deze brief opvolging aan:

  • 1) uw verzoek om de Kamer per brief te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het beleid op het gebied van Migratie en Ontwikkeling;

  • 2) de toezegging uit het Algemeen Overleg noodhulp van 23 juni 2016, inzake nadere rapportage over de voortgang op het terrein van opvang in de Syrië-regio;

  • 3) de motie Verhoeven (Kamerstuk 21 501–20, nr. 1098) van 15 maart 2016, waarin de regering wordt verzocht om in Europees verband structurele, substantiële en meerjarige partnerschappen aan te gaan met Jordanië, Irak en Libanon.

Er is wereldwijd consensus over de noodzaak om tot een nieuwe aanpak te komen van langdurige vluchtelingensituaties. Het aantal vluchtelingen en ontheemden is sterk toegenomen, het duurt steeds langer voordat vluchtelingen terug naar huis kunnen keren en vluchtelingen verblijven steeds vaker in steden in plaats van in vluchtelingenkampen. Het tekort aan humanitaire hulp is structureel en wordt steeds groter, waardoor het extra belangrijk is geworden om duurzame oplossingen te bevorderen. Er is daarom behoefte aan noodhulp en ook aan steun om vluchtelingen in staat te stellen in het land van opvang (tijdelijk) een nieuw bestaan op te bouwen.

Nederland vervult internationaal een voortrekkersrol bij het vormgeven en uitvoeren van nieuw beleid voor verbeterde opvang in de regio. Nederland werkt nauw samen met de EU, VN, Wereldbank en gelijkgezinde landen. Het kabinet concentreert de Nederlandse inspanningen voor opvang in de regio op de twee regio’s waar de meeste vluchtelingen verblijven: de Syrië-regio (4,5 miljoen vluchtelingen) en de Hoorn van Afrika (2 miljoen vluchtelingen). In EU en VN verband maakt het kabinet zich bovendien sterk voor meer structurele, ontwikkelingsgerichte steun voor alle langdurige vluchtelingen en ontheemden en de gemeenschappen die hen opvangen.

Betere opvang in de regio

Het kabinet maakt een onderscheid tussen noodhulp, bedoeld om de humanitaire noden van vluchtelingen te verlichten, en steun voor opvang in de regio, die tot doel heeft de opvangcapaciteit van gastlanden te vergroten en de perspectieven van vluchtelingen en gastgemeenschappen te verbeteren. Het kabinet zet in op een zo goed mogelijke aansluiting tussen noodhulp en steun voor opvang in de regio.

Versterking bescherming en rechtspositie van vluchtelingen

Het is van belang om de rechtspositie van vluchtelingen te versterken in het land waar zij verblijven. Vluchtelingen hebben behoefte aan een legale verblijfsstatus, documentatie, bescherming, duidelijkheid omtrent hun rechten en plichten en toegang tot rechtsmiddelen om naleving van hun rechten zeker te stellen. Het kabinet zet zich in voor verruiming van de rechten en vrijheden van erkende vluchtelingen: de vrijheid om zelf te kiezen waar zij willen wonen (dus geen verplicht verblijf in vluchtelingenkampen), het recht om te werken en het recht op onderwijs. Toegang tot werk is om meerdere redenen van groot belang: werken stelt vluchtelingen in staat zelfredzaam te worden en ter plaatse een nieuw bestaan op te bouwen; door te werken leveren vluchtelingen een positieve bijdrage aan de economie van gastlanden; en het leidt tot een structurele afname van de behoefte aan internationale hulp. Het kabinet zet zich in voor betere bescherming binnen de woongemeenschap. Vluchtelingen zijn vaak getraumatiseerd en zij leven doorgaans onder moeilijke, onzekere en uitzichtloze omstandigheden. Binnen vluchtelingengemeenschappen doen zich daarom relatief vaak problemen voor als kindermishandeling- en verwaarlozing, kinderarbeid, kindhuwelijken en (seksueel) geweld tegen vrouwen. Er is behoefte aan psychosociale zorg, maatregelen om de veiligheid van vrouwen en kinderen te vergroten, activiteiten om geweld tegen vrouwen en kinderen te voorkomen en speciale opvang voor alleenstaande kinderen en voor slachtoffers van mishandeling.

Betere perspectieven voor vluchtelingen en gastgemeenschappen

Verreweg de meeste mensen die hun land zijn ontvlucht wegens een gewelddadig conflict verblijven in een buurland. In die buurlanden gaat het vaak om specifieke regio’s. In deze gebieden is sprake van overbelaste basisvoorzieningen, stijgende prijzen voor huisvesting en voedsel, toenemende werkloosheid, dalende lonen, verslechterende arbeidsomstandigheden, ernstige milieudegradatie en schaarste van water, land en energie. Dit leidt tot toenemende spanningen tussen vluchtelingen en gastgemeenschappen en ondermijnt de stabiliteit van het betreffende land. Gebrek aan onderwijs en economisch perspectief vormt bovendien een belangrijke reden voor vluchtelingen om te migreren naar landen buiten de regio.

Het kabinet werkt samen met lokale belanghebbenden en internationale partners om de sociaal-economische situatie van zowel vluchtelingen als de lokale bevolking te verbeteren. Het gaat daarbij om het uitbreiden en verbeteren van lokale basisvoorzieningen, het bevorderen van werkgelegenheid – voor mannen èn vrouwen – en het verbeteren van het ondernemingsklimaat. In dit kader is het van belang in kaart te brengen welke economische sectoren het meest kansrijk zijn in een bepaalde regio en om private investeringen in deze sectoren te stimuleren, door een gezamenlijke inspanning van lokale en internationale partners. Tegelijkertijd hecht het kabinet waarde aan uitbreiding van het beroepsonderwijs in deze sectoren, om te zorgen voor een optimale aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Om vluchtelingen voor te bereiden op terugkeer naar het land van herkomst, zodra de situatie dat toelaat, wordt bovendien training aangeboden die vluchtelingen in staat stelt een waardevolle bijdrage te leveren aan de wederopbouw van hun land.

Investeringen in de opvangcapaciteit van gastlanden

In de meeste opvanglanden hebben vluchtelingen beperkte toegang tot werk en lokale basisvoorzieningen. Meestal is er een parallel systeem voor vluchtelingen, waarbij de VN en NGO’s – samen met een overheidsinstantie voor vluchtelingen – zorgen voor huisvesting, eerste levensbehoeften, scholen en klinieken voor vluchtelingen, gefinancierd vanuit internationale humanitaire hulp. Dit belemmert lokale integratie van vluchtelingen en het leidt tot relatief hoge kosten en geringe duurzaamheid. Het kabinet zet zich daarom in voor het uitfaseren van parallelle structuren in het geval van langdurige vluchtelingenopvang. Vluchtelingen moeten worden opgenomen in lokale plannen voor ontwikkeling en ruimtelijke ordening en toegang krijgen tot werk en diensten als onderwijs en gezondheidszorg.

Veel landen zijn begrijpelijkerwijs zeer terughoudend om vluchtelingen gelijke toegang tot werk en dienstverlening te bieden, omdat het binnenslands tot protest leidt van de lokale bevolking, die ook grote problemen ervaart als werkloosheid, armoede en een gebrek aan adequate voorzieningen. De ervaring van het afgelopen jaar leert dat gastlanden in beginsel bereid zijn hierover afspraken te maken wanneer het duidelijk is dat het niet gaat om «extra hulp voor vluchtelingen», maar om ondersteuning van nationale of regionale ontwikkelingsplannen, waardoor de perspectieven verbeteren van de vluchtelingen en van de lokale bevolking. Het is het meest effectief als de EU-lidstaten en de Europese Commissie extra steun combineren met maatregelen om handel en investeringen te bevorderen en hechtere samenwerking op andere terreinen die voor betrokken landen belangrijk zijn.

Het is niet eenvoudig om (binnen korte tijd) adequate opvang en voorzieningen te realiseren voor grote aantallen vluchtelingen. Gastlanden hebben steun nodig bij het uitbreiden en verbeteren van publieke voorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg, water en sanitatie, infrastructuur en duurzame energie en bij het bevorderen van werkgelegenheid. Het kabinet ondersteunt gastlanden bij het integreren van vluchtelingen in plannen voor ruimtelijke ordening en publieke dienstverlening en bij het opbouwen van lokale systemen voor vluchtelingenbescherming, asielverlening, registratie en documentatie.

Voortgang bij de structurele opvang van vluchtelingen in de Syrië-regio

De druk op de buurlanden van Syrië, die het merendeel van de Syrische vluchtelingen opvangen, blijft onverminderd hoog.1 Om die reden stelde het kabinet in mei 2016 een extra bedrag van EUR 260 miljoen ter beschikking voor opvang in deze regio.

Zoals vermeld in de Kamerbrief van 2 mei jl. (Kamerstuk 32 605 nr. 182) is de EUR 260 miljoen aan extra middelen toegevoegd aan de BHOS begroting voor 2016. Omdat het programma’s met een meerjarig karakter betreft, zijn ook uitgaven voorzien in 2017. Naar verwachting wordt EUR 180 miljoen besteed in 2016; EUR 80 miljoen wordt besteed in 2017. De verdeling per land is:

Land

Sector

Bedrag in EUR

Libanon

 

86 miljoen

 

Onderwijs

22 miljoen

 

Landbouw en water

14 miljoen

 

Economische groei en werkgelegenheid

13 miljoen

 

Concessionele leningen

15 miljoen

 

Steun aan gastgemeenschappen

20 miljoen

 

Registratie van vluchtelingen

2 miljoen

     

Jordanië

 

60 miljoen

 

Onderwijs

17 miljoen

 

Economische groei en werkgelegenheid

31 miljoen

 

Steun aan gastgemeenschappen

12 miljoen

     

Irak

Funding Facility for Immediate Stabilisation (FFIS)

20 miljoen

     

Turkije

EU Faciliteit voor Vluchtelingen in Turkije

93,9 miljoen

Aandacht voor vrouwen en meisjes komt terug in alle programma’s. Nederland zet in op bevordering van vrouwelijk ondernemerschap en het actief werven van vrouwelijke wijkagenten. Binnen het onderwijs wordt toegang voor vrouwen en meisjes verbeterd via speciale klassen voor meisjes en vrouwen, veilig vervoer naar school en het aanstellen van maatschappelijk werkers om met ouders in gesprek te gaan over participatie van dochters in het onderwijs. Daarnaast worden in de onderwijsprogramma’s en veiligheidstrainingen onderwerpen als seksuele voorlichting en gender gerelateerd geweld behandeld.

Libanon

Onderwijs is een leidend thema in Libanon. De Nederlandse steun richt zich op beroepsonderwijs voor 15 tot 24 jarigen. 94% van de Syrische vluchtelingen in deze leeftijdscategorie geniet momenteel geen formeel onderwijs. Via UNICEF steunt Nederland trainingen voor jongeren op het gebied van ondernemerschap, ICT en technische en sociale vaardigheden, waarbij nauw wordt samengewerkt met maatschappelijke organisaties. Docenten worden getraind om jongeren met psychosociale problemen te identificeren en door te verwijzen naar professionele instanties.

Landbouw is een belangrijke sector waarin veel Syrische vluchtelingen werkzaam zijn. Hervorming van het landbouwonderwijs moet leiden tot verhoogde deelname van zowel Libanese als Syrische jongeren aan praktijkgericht landbouwonderwijs en tot verbeterde aansluiting van het curriculum op de behoeften van de arbeidsmarkt. Nederland zet ook in op het rehabiliteren van oude landbouwgronden en het verbeteren van waterbeheer om de voedselzekerheid en inkomens van kleine boeren en van Syrische vluchtelingen te verbeteren. Om werkgelegenheid te bevorderen is er steun voor het midden- en kleinbedrijf en voor oprichting van nieuwe ondernemingen door kwetsbare groepen.

Nederland draagt bij aan de concessionele leenfaciliteit van de Wereldbank, zodat Libanon tegen gunstige voorwaarden leningen kan aangaan voor grootschalige infrastructurele programma’s, die op korte termijn werkgelegenheid opleveren en op de lange termijn bijdragen aan de economische ontwikkeling van het land. Via het Host Community Support Program van UNDP wordt ingezet op het verbeteren van basisvoorzieningen, economisch herstel, inclusieve planning en activiteiten die het vertrouwen tussen vluchtelingen en gastgemeenschappen vergroten. Binnen dit programma werkt UNDP samen met VNG International, dat met Nederlandse steun technisch advies levert aan gemeenten in Libanon.

Jordanië

In Jordanië is onderwijs een belangrijke prioriteit. Via UNICEF worden «inhaallessen» gesteund. Deze lessen richten zich op zowel Syrische als Jordaanse kinderen van 8 tot 12 jaar die een achterstand hebben ten opzichte van het reguliere onderwijs. Het doel is om deze kinderen na een jaar te laten instromen in het reguliere onderwijs in Jordanië. Tevens is een bijdrage gereserveerd voor het verbeteren en uitbreiden van schoolgebouwen in gebieden waar veel vluchtelingen zijn gevestigd. UNRWA ontvangt steun voor onderwijs voor Palestijnse vluchtelingen uit Syrië. Psychosociale steun is integraal onderdeel van de onderwijsprogramma’s.

Het kabinet zet in op verhoogde productiviteit in de landbouwsector en verbeterde toegang van vluchtelingen tot de Jordaanse arbeidsmarkt. Nederland ondersteunt de introductie van waterbesparende landbouwtechnieken. Naast verbeterde voedselzekerheid en versterkte waardeketens beoogt dit programma extra banen te scheppen en de agrarische export te stimuleren. De organisatie SPARK start een programma dat trainingen en werkstages voor jongeren aanbiedt en het technisch beroepsonderwijs verbetert. Jongeren krijgen steun bij het starten of uitbreiden van een eigen bedrijf.

Het kabinet in op versterking van «community policing» (wijkagenten) in gebieden die veel vluchtelingen huisvesten, waarbij aandacht wordt besteed aan psychosociale zorg en het tegengaan van huiselijk geweld. Voor gastgemeenten is er steun via de Wereldbank voor publieke voorzieningen en arbeidsintensieve infrastructurele projecten, waarbij Syrische vluchtelingen in dienst worden genomen. Nederland draagt ook bij aan de leenfaciliteit van de Wereldbank, zodat Jordanië net als Libanon tegen gunstige voorwaarden leningen kan aangaan.

Turkije

Nederland heeft EUR 93,9 miljoen bijgedragen aan de EU Faciliteit voor Vluchtelingen in Turkije (FRIT) voor 2016 en 2017. De EU wil de levensomstandigheden verbeteren van Syrische vluchtelingen en hun gastgemeenschappen in Turkije. Via een programma van UNICEF krijgen 500.000 Syrische vluchtelingen onderwijs. Een miljoen Syrische vluchtelingen ontvangen via WFP (World Food Programme) financiële ondersteuning om in hun basisbehoeften te voorzien. In samenwerking met de internationale financiële instellingen worden projecten ontwikkeld om de sociaal-economische omstandigheden van vluchtelingen en hun gastgemeenschappen te verbeteren.

In samenwerking met het Nederlandse bedrijfsleven in Turkije is een pilot gestart waarbij 200 Syrische vluchtelingen een baan krijgen bij Nederlandse bedrijven in Turkije, na een kort leer-werk traject. Als deze pilot slaagt, wordt de aanpak op grotere schaal ingezet.

Irak

In Irak draagt de door UNDP beheerde Funding Facility for Immediate Stabilization (FFIS) bij aan de stabilisatie en vroege wederopbouw van dorpen en steden in Irak die op ISIS zijn teruggewonnen. De FFIS richt zich op herstel van de water- en elektriciteitsvoorziening, renovatie van scholen en klinieken, cash-for-work programma’s voor het ruimen van puin en activiteiten om de lokale economie weer op gang te brengen. Mede dankzij dit programma konden de afgelopen maanden meer dan 155.000 ontheemden naar huis terugkeren in bevrijde gebieden, waaronder Fallujah en Nineve.

EU migratiesamenwerking in de Syrië-regio

Het kabinet is verheugd dat de EU onlangs met Libanon en Jordanië overeenstemming heeft bereikt over de inhoud van migratiecompacts als onderdeel van de herziening van de nabuurschapsrelatie met deze landen. De EU biedt handelsvoordelen, financiële steun en expertise, en Libanon en Jordanië verplichten zich om de opvang van vluchtelingen te verbeteren, bijvoorbeeld door vluchtelingen betere toegang te geven tot onderwijs en de arbeidsmarkt. Er zijn afspraken gemaakt over democratische, rechtsstatelijke en economische hervormingen en over inzet om de stabiliteit en veiligheid in de regio te vergroten. Nederland is sterk pleitbezorger geweest van brede afspraken met Libanon en Jordanië, waarbij een sterk geïntensiveerde inzet van de EU gepaard gaat met duidelijke toezeggingen van beide landen, waaronder die op het gebied van verblijfs- en werkvergunningen voor vluchtelingen.

Een belangrijk onderdeel van de EU-Jordanië compact is een akkoord over de versoepeling van EU-oorsprongsregels. In ruil voor verbeterde toegang tot de EU-markt heeft Jordanië toegezegd om in vier jaar tijd 200.000 werkvergunningen aan Syrische vluchtelingen te verstrekken. Nederland adviseert de Jordaanse overheid bij de toepassing van de EU-oorsprongsregels via detachering van een handelspolitiek expert.

In Irak zijn belangrijke stappen gezet om de migratiesamenwerking te verbeteren. Zo is migratie onderdeel van de herziene regionale EU-strategie voor Syrië, Irak en de bestrijding van ISIS. De inspanningen in Irak richten zich op de grondoorzaken van irreguliere migratie en de opvang van ontheemden. Mede op initiatief van Nederland is in Bagdad een informele dialoog gestart tussen de EU en de Iraakse autoriteiten om de migratiesamenwerking te versterken. Daarnaast voert Nederland samen met een aantal gelijkgestemde landen (EU en niet-EU) een dialoog met Irak over samenwerking bij (gedwongen) terugkeer.

Voortgang bij de structurele opvang van vluchtelingen in de Hoorn van Afrika

In de Hoorn van Afrika leidt Nederland een EU programma om perspectieven voor vluchtelingen en gastgemeenschappen te verbeteren (Regional Development and Protection Programme – RDPP) met een totale investering door de EU van EUR 140 miljoen. Nederland draagt EUR 5 miljoen bij. Met lokale overheden en andere belanghebbenden zijn regionale en landenspecifieke plannen uitgewerkt. Het RDPP richt zich op Ethiopië (EUR 30 mln.), Kenia (EUR 15 mln.), Oeganda (EUR 10 mln.), Somalië (EUR 50 mln.) en Soedan (EUR 15 mln.).2

Regionale programma’s

In Soedan, Ethiopië en Kenia zijn vluchtelingen in principe verplicht in kampen te verblijven. Werkvergunningen worden zelden afgegeven. Vluchtelingen die toch naar de steden trekken, op zoek naar werk, zijn kwetsbaar voor afpersing en mishandeling, onder meer door politieagenten. UNHCR voert een regionaal programma uit ter bevordering van de rechtspositie en mensenrechten van vluchtelingen in Soedan, Ethiopië en Kenia. Hierbij gaat speciale aandacht uit naar stedelijke vluchtelingen, de bescherming van kinderen en het voorkomen van geweld tegen vrouwen, inclusief vrouwenbesnijdenis.

Ethiopië

Ethiopië is een belangrijk land voor een brede migratiesamenwerking, inclusief opvang in de regio, aanpak van grondoorzaken en het bestrijden van mensensmokkel- en handel. Ethiopië biedt opvang voor 736.000 vluchtelingen uit de buurlanden. Het RDPP richt zich op verbeterde perspectieven in de gebieden waar veel Eritrese en Somalische vluchtelingen verblijven. Via programma’s van NGO’s worden marktgerichte vakopleidingen opgezet en wordt geïntegreerde dienstverlening voor vluchtelingen en gastgemeenschappen bevorderd. Er is steun voorzien voor opname van vluchtelingen in het gedigitaliseerde, biometrische bevolkingsregister dat wordt opgezet door de Ethiopische overheid en de VN. Vluchtelingen krijgen zo betere toegang tot basisdiensten (zoals gezondheidszorg, onderwijs, openen bankrekening, aanvragen rijbewijs) en hun rechtspositie wordt versterkt. Dit bevolkingsregister lost bovendien het probleem op dat in Ethiopië geboren kinderen van vluchtelingen (ongeveer 10.000 per jaar) nu nergens geregistreerd worden, omdat ze buiten lokale systemen vallen en UNHCR alleen bij binnenkomst registreert.

Er is in Ethiopië belangrijke vooruitgang geboekt bij het vergroten van de mogelijkheden voor vluchtelingen om buiten de kampen te wonen, werken en onderwijs te volgen. Om dit mogelijk te maken hebben de EU en Ethiopië in september 2016 een «Jobs Compact» afgesloten, waarbij EU, Wereldbank en het VK leningen en ondersteuning beschikbaar stellen voor nieuwe industriële- en agroparken, om investeringen en werkgelegenheid te bevorderen. Dertig procent van de banen wordt opengesteld voor vluchtelingen. De Ethiopische regering werkt deze toezeggingen nu uit in wet- en regelgeving. Internationale partners, waaronder Nederland, hebben steun aangeboden bij operationalisering van dit verruimde vluchtelingenbeleid. In Ethiopië financiert Nederland programma’s voor aanpak van de grondoorzaken van irreguliere migratie, vakopleidingen voor Eritrese vluchtelingen en informatiecampagnes om irreguliere migratie te ontmoedigen.

Soedan

In Soedan verblijven 310.000 vluchtelingen uit de buurlanden. Het kabinet benadrukt dat het RDPP zich in Soedan richt op vluchtelingen en kwetsbare bevolkingsgroepen. Nederland ziet er op toe dat de middelen niet ten goede komen aan de Soedanese regering en dat de inzet wordt gekoppeld aan een kritische politieke dialoog waar ruimte blijft voor het aankaarten van mensenrechtenschendingen, humanitaire toegang en interne conflicten. In Soedan richt het RDPP zich op de regio’s waar veel Eritrese vluchtelingen verblijven (het oosten van Soedan en Khartoem). In het oosten van Soedan worden programma’s uitgevoerd om vluchtelingen toegang te geven tot lokale basisvoorzieningen, om marktgerichte beroepsopleidingen op te zetten en om kansen op inkomen en werk te verbeteren voor vluchtelingen en gastgemeenschappen. Eén van de partners is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die samen met een lokale NGO werkt aan een programma voor landbouwontwikkeling, met betrokkenheid van de private sector.

Oeganda

Oeganda heeft een ruimhartig beleid voor de 477.000 vluchtelingen in het land: vluchtelingen krijgen grond om op te wonen en om te bewerken, mogen vrij reizen door het land en mogen overal in het land werken. Het RDPP draagt bij aan verbetering van publieke dienstverlening, water en sanitaire voorzieningen en perspectieven om inkomen te genereren, zowel voor vluchtelingen (vooral Zuid-Soedanezen) als gastgemeenschappen in het noorden van Oeganda. In het noorden van Oeganda geeft Nederland steun aan programma’s voor ontwikkeling van de landbouwsector.

Kenia

Kenia vangt 554.000 vluchtelingen op. In Kenia levert het RDPP een bijdrage aan een nieuw op te richten nederzetting in Kalobeyei in het noordwesten van Kenia, waar vluchtelingen en de lokale bevolking op gelijke voet toegang krijgen tot werk en voorzieningen.

Somalië

In Somalië richt het RDPP zich op negen steden waar veel Somalische vluchtelingen naar terugkeren vanuit Kenia. Kenia heeft aangekondigd het Dadaab-kamp te willen sluiten. Het is belangrijk dat terugkeer van Somalische vluchtelingen geschiedt op een vrijwillige en menswaardige manier. Ook moet er rekening worden gehouden met de fragiele (veiligheids)situatie in Somalië en de beperkte absorptiecapaciteit. Het RDPP richt zich daarom op uitbreiding van de basisvoorzieningen en steun bij herintegratie om te voorkomen dat er conflicten ontstaan tussen terugkeerders en de lokale bevolking. IOM zal de Somalische overheid helpen om de terugkeer en herintegratie zo goed mogelijk te laten verlopen.

Rapportage over resultaten

Uw Kamer wordt in 2018 in het kader van de jaarlijkse resultatenrapportage geïnformeerd over de resultaten die in 2017 worden behaald met de programma’s om opvang in de regio te versterken.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

In de Syrië-regio verblijven in totaal 4.554.025 geregistreerde vluchtelingen, verspreid over Turkije (2.541.352 vluchtelingen), Libanon (1.070.854 vluchtelingen), Jordanië (664.118 vluchtelingen) en Irak (277.701 vluchtelingen). Bron: http://reporting.unhcr.org (geraadpleegd op 7 november 2016).

X Noot
2

In de Hoorn van Afrika verblijven in totaal 2.076.824 geregistreerde vluchtelingen, verspreid over Ethiopië (736.086 vluchtelingen), Oeganda (477.187 vluchtelingen), Kenia (553.912 vluchtelingen) en Soedan (309.639 vluchtelingen). Bron: http://reporting.unhcr.org (geraadpleegd op 7 november 2016).