Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2014
Op 7 januari 2013 heb ik uw Kamer toegezegd het gebruik van de vragenlijst, die in
het kader van de discretionaire bevoegdheid gebruikt kan worden om het maatschappelijk
belang van een vreemdeling aan te dragen, te evalueren.1 Ik heb onderzoeksbureau DirectResearch gevraagd een enquête te houden onder de burgemeesters
die in de periode oktober 2012 tot oktober 2013 een beroep op mijn bevoegdheid hebben
gedaan en daarbij maatschappelijk belang hebben aangedragen. Met deze brief bied ik
uw Kamer de resultaten hiervan aan2 en kom ik mijn toezegging na.
Achtergrond
De vragenlijst is opgesteld naar aanleiding van het advies «Om het maatschappelijk
belang» van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ). Dat advies ging over
de vraag hoe bij de invulling van de discretionaire bevoegdheid rekening kan worden
gehouden met de maatschappelijke bijdrage die vreemdelingen leveren. De vragenlijst
is in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Nederlands
Genootschap van Burgemeesters tot stand gekomen. De vragenlijst is bedoeld om een
zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de persoonlijke omstandigheden waarin een
vreemdeling zich bevindt. De vragenlijst, die zeven vragen bevat, kan een burgemeester
helpen te bepalen welke informatie over het maatschappelijk belang relevant is voor
mijn beoordeling. Op basis van deze informatie en de informatie uit het dossier van
de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), maak ik een afweging of ik mijn discretionaire
bevoegdheid toepas. Daarbij heeft maatschappelijk belang geen zelfstandige betekenis.
Ik betrek het in de beoordeling van het samenstel van factoren. Er moeten ook altijd
andere individuele schrijnende factoren zijn. Ik heb in 2013 ongeveer tien zaken ingewilligd
waarin een burgemeester maatschappelijk belang heeft aangedragen. In een enkele zaak
heeft het, in combinatie met andere individuele schrijnende elementen, nét de doorslaggevende
factor gegeven.
Enquête
Voor de enquête zijn alle 28 burgemeesters benaderd die in de periode oktober 2012
tot oktober 2013 een beroep op mijn bevoegdheid hebben gedaan en daarbij maatschappelijk
belang hebben aangedragen. In de enquête is aan de burgemeesters het volgende gevraagd:
-
1. Of zij bekend zijn met de vragenlijst;
-
2. Hoe zij bekend zijn geraakt met de vragenlijst;
-
3. Of zij gebruik hebben gemaakt van de vragenlijst;
-
4. Hoe vaak zij bij het aandragen van maatschappelijk belang gebruik hebben gemaakt van
de vragenlijst;
-
5. Welke vragen zij hebben gebruikt;
-
6. Waarom zij geen gebruik hebben gemaakt van de vragenlijst (indien van toepassing);
-
7. Welke vragen bruikbaar zijn bij het aandragen van maatschappelijk belang.
Tot slot konden burgemeesters in de toelichting hun antwoorden toelichten. De resultaten
van de enquête zijn als bijlage bij deze brief gevoegd.
Resultaten van de enquête
Negentien burgemeesters hebben meegedaan aan de enquête. Gebleken is dat dertien burgemeesters
bekend zijn met de vragenlijst. De meesten (tien) hebben via de VNG van de vragenlijst
vernomen. Enkele burgemeesters zijn door het Genootschap op de vragenlijst gewezen.
Tweemaal hebben burgemeesters via de IND van de vragenlijst gehoord. Van de dertien
burgemeesters die de vragenlijst kennen, hebben acht deze ook daadwerkelijk gebruikt.
De burgemeesters die geen gebruik hebben gemaakt van de vragenlijst, hebben op een
alternatieve wijze informatie aangedragen over het maatschappelijke belang van een
vreemdeling.
In de enquête is de burgemeesters gevraagd naar de bruikbaarheid van de vragen. Dertien
van de negentien burgemeesters vinden alle vragen bruikbaar. Dit beeld herken ik ook
uit de gesprekken die hebben plaatsgevonden met de VNG en het Genootschap. Een aantal
burgemeesters vindt vraag 2 niet bruikbaar («Kunt u aangeven of en zo ja waar de betrokken
vreemdeling concreet zicht heeft op werk of het volgen van een opleiding?»). Deze
vraag is destijds opgenomen omdat de ACVZ dit als een van de factoren benoemde die
een rol kunnen spelen bij de beoordeling van het maatschappelijke belang.
Conclusie
Op basis van de resultaten van de enquête en de ervaringen van de IND, VNG en het
Genootschap, concludeer ik dat de vragenlijst een bruikbaar instrument is. Het geeft
richting aan diegenen die een beroep op mijn discretionaire bevoegdheid doen over
welke informatie voor mij relevant is. Tegelijkertijd vult de informatie het beeld
aan dat uit het IND-dossier naar voren komt. Ik krijg een completer beeld van de persoonlijke
omstandigheden waarin een vreemdeling verkeert. Dat komt ten goede aan de zorgvuldige
beoordeling en afweging die ik maak.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven