Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201219637 nr. 1470

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1470 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 2 november 2011

De algemene commissie voor Immigratie en Asiel1 heeft op 6 oktober 2011 overleg gevoerd met minister Leers voor Immigratie en Asiel over:

  • de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 20 mei 2011 inzake de aanpassing van de financiële verstrekkingen aan asielzoekers (19 637, nr. 1421);

  • de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 7 juli 2011 inzake de bereikte resultaten in de aanpak van fraude in asiel- en nareisbeleid door Somalische asielzoekers (19 637, nr. 1439);

  • de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 8 juli 2011 inzake de aanpak van illegaal verblijf in reactie op het WODC-rapport illegalenschatting 2009 (19 637, nr. 1435);

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de algemene commissie voor Immigratie en Asiel,

Brinkman

De griffier van de algemene commissie voor Immigratie en Asiel,

Roovers

Voorzitter: Brinkman

Griffier: Hessing-Puts

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Brinkman, Dibi, Fritsma, Gesthuizen, Knops, Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, Schouw, Vermeij en Voordewind,

en minister Leers voor Immigratie en Asiel, die vergezeld wordt door enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Ik open dit algemeen overleg van de commissie Immigratie en Asiel en heet welkom de minister met zijn ambtenaren en de woordvoerders. De minister geeft aan dat er net een antwoord op de vragen aan Eurocommissaris Malmström bij de Kamer is binnengekomen. Deze brief staat niet op de agenda van dit overleg.

De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. Ik begin maar eens met het goede nieuws, want zo ziet de PVV-fractie de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Eindelijk komt er een einde aan de naïeve praktijk om illegaal verblijf te gedogen. Illegaliteit is een groot probleem, dat een harde aanpak verdient. De strafbaarstelling van illegaal verblijf is in dit licht gezien niet meer dan logisch. Hoe meer illegaal verblijf wordt ontmoedigd, hoe beter het is. Ik hoop dat het betreffende wetsvoorstel zo snel mogelijk wordt behandeld, want daarmee wordt de Nederlandse samenleving een grote dienst bewezen. De PVV-fractie is ook erg blij met het punt dat illegale vreemdelingen direct in bewaring worden gesteld ter fine van uitzetting. Ze mogen hier immers niet zijn en dus moet er aan hun vertrek worden gewerkt. Als je illegalen vrij rond laat lopen nadat ze tegen de lamp zijn gelopen, is de vogel natuurlijk snel gevlogen.

Ook pure winst is dat eerder illegaal verblijf straks kan worden tegengeworpen bij een verblijfsaanvraag. Als je hier illegaal bent of bent geweest, is de boodschap dat je kunt fluiten naar een verblijfsvergunning. Dit is een goede boodschap en een trendbreuk met het verleden, waarin illegaal verblijf bijvoorbeeld met een generaal pardon juist werd beloond met een verblijfsvergunning. Ik vraag het kabinet hierbij wel met klem deze afwijzingsgrond voor iedereen te laten gelden, dus ook voor gezinsmigranten die als gevolg van Europese regels nu zijn uitgezonderd op dit punt. Kan de minister bevestigen dat het veranderen van die regels ook ten aanzien van deze kwestie grote prioriteit heeft?

Te midden van het goede nieuws heb ik één groot zorgpunt; dat is de werkwijze van gemeenten. Steeds weer geven gemeenten aan dat ze niet willen stoppen met het opvangen van illegale vreemdelingen. Dit staat een effectieve aanpak van illegaliteit ernstig in de weg. Als gemeenten blijven zorgen voor kost en inwoning voor illegalen, wordt de prikkel om terug te keren naar het land van herkomst er niet groter op. Kan de minister aangeven met hoeveel gemeenten er op dit punt nog problemen zijn en hoe groot die problemen zijn? In het verlengde hiervan wil ik weten hoe die tegenwerkende gemeenten worden aangepakt. De PVV-fractie zou een fikse korting op het Gemeentefonds willen suggereren. Wie niet horen wil, moet maar voelen.

Ik wil ook wijzen op de aanpak van criminele illegalen. We zijn het er over eens dat dit topprioriteit moet hebben, maar ik vind dat het probleem van criminele illegalen slecht in kaart is gebracht. In antwoord op Kamervragen van de PVV-fractie wordt bijvoorbeeld gezegd: «Het aantal criminele vreemdelingen dat vrij in de samenleving rond kan lopen, al of niet na herhaalde uitzetpogingen, wordt niet cijfermatig bijgehouden.» We weten dus niet wat de ernst van het probleem is, en daarmee weten we niet goed wat er nodig is om het aan te pakken. Ik wil de minister vragen hoe dit beter in kaart kan worden gebracht.

Bij de aanpak van illegaliteit verdienen ook louche werkgevers aandacht; werkgevers die illegalen rekruteren en daarmee het probleem in stand houden. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaat het sanctiebeleid aanscherpen. De precieze boetebedragen moeten nog worden uitgewerkt. Ik wil het kabinet vragen er een flinke schep bovenop te doen. Nu is de boete voor bedrijven € 8 000 en voor eenmanszaken € 4000. Dat vind ik lage boetes, gelet op het geld dat het oplevert om illegalen in dienst te hebben. Van mij mogen de boetes richting € 50 000. Ik hoor graag hoe de minister daarover denkt. Malafide uitzendbureaus kunnen wat de PVV-fractie betreft niet hard genoeg worden aangepakt. Met hoge boetes gaan ze hopelijk allemaal failliet.

Ik heb geen vragen over de brief rond het bijstellen van de financiële verstrekkingen aan asielzoekers. Er kan gekort worden op uitkeringen aan asielzoekers. Het is goed dat gebeurt. Ik heb nog wel vragen over de fraudeaanpak. Ik ben nieuwsgierig naar de wapenfeiten van de opgerichte antifraude unit binnen de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Is die unit inmiddels volledig operationeel? Wat is de werkwijze van de unit en wat zijn de resultaten tot nu toe? Misschien kan de minister daar nader op ingaan. Ik wil weten of alle dossiers met fraude-indicaties naar deze unit worden gestuurd, met het oogmerk de fraude boven water te krijgen en in voorkomende gevallen de aanvragen af te wijzen. Het is een praktisch maar wel belangrijk punt, omdat individuele medewerkers vaak niet de tijd en de middelen hebben om er zelf in te duiken.

Ik ben blij dat de fraudeaanpak bij Somaliërs vruchten afwerpt en dat daardoor bijvoorbeeld het aantal toegelaten nareizenden flink is afgenomen. Dat neemt niet weg dat er in voorgaande jaren ontzettend veel aanvragen van Somaliërs zijn ingewilligd. Ik zie graag dat ook op die reeds toegelaten groep Somaliërs flinke daadkracht wordt losgelaten ten aanzien van fraudeaanpak, zodat wellicht een aantal verblijfsvergunningen kan worden ingetrokken.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Wat vindt de heer Fritsma van de opmerkingen dat het zelfs biologische kinderen niet meer lukt bij hun vader en moeder te komen als ze uit Somalië komen, omdat de IND te weinig personeel heeft om het binnen de gestelde drie maanden voor elkaar te krijgen? Moet er dan niet ofwel meer personeel bij, ofwel een DNA-onderzoek komen zodat dit heel snel kan worden vastgesteld, ofwel de termijn worden verruimd, zodat je voorkomt dat geen gezinshereniging met biologische kinderen kan plaatsvinden?

De heer Fritsma (PVV): Die voorbeelden zijn mij niet bekend, dus is het voor mij moeilijk om daarop in te gaan.

De heer Voordewind (ChristenUnie): We hebben allemaal de brieven met dit soort voorbeelden gehad van VluchtelingenWerk Nederland. De heer Fritsma kan ze wegzetten als linkse organisatie, maar deze vereniging zit er bovenop en registreert dit soort situaties. Wat vindt hij van het feit dat er geen gebruik wordt gemaakt van DNA om snel te bepalen of het een biologisch kind betreft?

De heer Fritsma (PVV): Ik laat de werkwijze van de IND graag over aan de minister en de IND. Ik weet niet of de opmerkingen van VluchtelingenWerk Nederland bevestigd worden door de minister. Dat wil ik eerst afwachten. Ik heb wel andere informatie gekregen van VluchtelingenWerk Nederland, die niet altijd klopt. Ik ga hier verder niet op in.

Mevrouw Vermeij (PvdA): Voorzitter. Ik vervang mijn collega de heer Spekman. We spreken vandaag voor het eerst uitgebreid over een voorstel van de minister voor het strafbaar stellen van illegaliteit, dat eigenlijk niemand in deze Kamer echt ziet zitten. VVD-minister Verdonk, hoe stoer ook, vond dit helemaal geen goed idee. Het CDA in het vorige kabinet was uitgesproken tegenstander van het strafbaar stellen van illegaliteit. Dat was voormalig minister Hirsch Ballin. De Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ) is ook tegen. Waarom? De nadelen zijn gewoon groter dan de voordelen. Dit blijkt telkens weer als er een goede analyse wordt gemaakt van het illegalenprobleem. Strafbaar stellen leidt tot een grote toename van illegalen in de cel. De capaciteit van politie en justitie wordt enorm belast. In plaats van het land te verlaten verblijven de illegalen door de gevangenisstraf nog langer in Nederland. Dit alles kost de Nederlandse samenleving veel geld, zonder dat het iets oplevert. Strafbaarstelling leidt eenvoudigweg niet tot minder illegaliteit en meer terugkeer. Het enige argument van de minister om illegaliteit strafbaar te stellen is om een signaal af te geven. Het lijkt mij een duur plan voor slechts een signaal. Ik wil niet beweren dat het beter kan.

Ook de Partij van de Arbeid heeft net als andere fracties gepleit voor het keihard aanpakken van mensenhandelaren. We vragen al zolang om een goede aanpak van huisjesmelkers en illegalen tewerkstellers. Minister Kamp heeft, ondermeer op ons aandringen, een paar goede stappen gezet. Ik weet hoe belangrijk de terugkeer van vreemdelingen is. Het verschil is dat ik in echte oplossingen geloof, en niet in schijnoplossingen. Ik wil de minister namens mijn fractie met klem vragen af te zien van dit plan, Laat hij de belasting betalen, laat andere mensen die het moeilijk hebben in tijden van crisis en bezuinigingen niet opdraaien voor symbolische spelletjes. Wij hebben de centen op dit moment te hard nodig.

In dat kader heb ik een verzoek aan de minister. Ik wil de minister vragen een onderzoek in te stellen naar de financiële gevolgen van het strafbaar stellen van illegaliteit. Wij hebben het over celbelasting, over politie, over rechtspraak. De Kamer heeft recht om te weten hoeveel strafbaarstelling van illegaliteit kost. Ik kan me niet voorstellen dat er ook maar één collega is die dit niet wil weten. Dit moet ook worden afgezet tegen de verwachte opbrengsten. Ik heb onder andere op de website van de stichting Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (LOS) een voorzichtige berekening gezien. Strafbaarstelling kan wel eens vele miljoenen gaan kosten. Dat vind ik het niet waard.

Illegalen zijn en blijven mensen. Ook al hebben zij geen recht om in Nederland te wonen, ik wil niet van al deze mensen criminelen maken. Dat is niet mijn land. Wij zijn voorstander van de fraudeaanpak ten aanzien van Somalische asielzoekers, die al door staatssecretaris Albayrak is ingesteld. Toch wil de PvdA-fractie wel aandacht vragen voor de keerzijde. Mijn collega Voordewind stipte het net aan in zijn interruptie. Wij begrijpen van VluchtelingenWerk Nederland dat kinderen geen goede kans krijgen om bij de ambassade in Somalië aan te tonen dat zij kind zijn van een asielzoeker. Deze kinderen hebben vreselijke gebeurtenissen meegemaakt. Mijn fractie wil van de minister weten hoe dit zit. Kan de minister verklaren waarom biologische kinderen niet standaard een DNA-onderzoek aangeboden krijgen? Dat lijkt me een verplichte waarborg om te zorgen dat we geen getraumatiseerde kinderen ten onrechte terug de ellende in sturen en scheiden van hun ouders.

Het Internationaal Strafhof heeft vier Congolezen opgeroepen om te getuigen. Zij zitten al maanden in Nederland, want het Hof is klaar met hen. Zij hebben uitgebreid verteld over de twee betreffende verdachten en een boekje open gedaan over de misdaden van president Kabila. Vanwege het grote risico dat zij lopen als ze terug moeten naar Congo, heeft het Strafhof uitgesproken dat de vier getuigen moeten worden toegelaten tot de Nederlandse asielprocedure. Dit was al eerder toegezegd door de IND. De IND weigert dit nu zonder reden. Waarom worden deze vier getuigen niet toegelaten tot de Nederlandse asielprocedure? Waarom blokkeert Nederland de rechtsstaat door in te gaan tegen een uitspraak van het Internationaal Strafhof?

De heer Schouw (D66): Voorzitter. Het is en blijft kwalijke symboolpolitiek om illegalen weg te zetten als crimineel. Wars van de feiten en blind voor effectiviteit komt het kabinet met dit domme voorstel. Mijn fractie is hier uitgesproken tegen. Dit is niet omdat we het probleem niet zien. Het aantal illegalen en de overlast moet minder. Dit is niet omdat we geen maatregelen willen nemen. Het is omdat we positief zijn over de lopende aanpak. D66 is tegen dit voorstel omdat het niet de oplossing is voor het probleem. Dit kabinet verliest zich in verharding. Het is nepbeleid. Om dit aan te tonen omarm ik, met de grootste warmte en liefde die ik heb, het voorstel van de Partij van de Arbeid om heel verstandig en rationeel te kijken naar een kosten-batenanalyse. Dan zal blijken hoe onzinnig dit voorstel is.

De Nederlandse tuinbouw-, horeca- en bouwsectoren verwelkomen illegalen als goedkope arbeidskrachten. We hebben huisjesmelkers die mensonterende woningen volproppen met illegalen, waar ook de omgeving last van heeft. De handel in vrouwen en jonge meisjes viert hoogtij. Dat ziet mijn fractie als dé pijnpunten waar we als samenleving tegen op moeten treden. Pak dit aan en pak dit goed aan. Richt daar de capaciteit en de kwaliteit op en het aantal illegalen zal verder dalen. Dat weet deze doorgaans zeer verstandige minister Leers ook. Want door bestaande maatregelen is het aantal illegalen sinds 1997 gehalveerd.

Als een persoon een gevaar is voor de openbare orde of de nationale veiligheid kunnen we nu al optreden. Ook dat weet de minister. Op grond waarvan vindt de minister dat de ongewenstverklaring niet volstaat? Er wordt voorgesteld de glijdende schaal aan te scherpen. Kan de minister toelichten in welke mate die aanscherping feitelijk effectief zal zijn? Hoe garandeert hij dat vreemdelingen die geen gevaar zijn voor de openbare orde hun verblijfsvergunning kunnen behouden? Ik ben benieuwd of de minister van mening is dat rechtmatige inwoners van dit land voortdurend bedreigd moeten worden met uitzetting.

Bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) tekent zich het beeld af dat landen van herkomst criminelen niet terugnemen en het uitzetten van de gewone illegaal ook steeds moeizamer verloopt. Het valt mij op dat de minister dit beeld ontkent. Hoe moet het straks als alle illegalen het stempel crimineel dragen? Wat gebeurt er als zij een geldboete van € 3 800 niet kunnen of willen betalen? Worden ze dan allemaal opgesloten? Dan zijn ze niet weg en kost het ongelooflijk veel geld. Bovendien mag dit niet van de wet of van de verdragen. Zowel de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) laten het opsluiten van illegalen niet toe. Eurocommissaris Malmström zei hierover: «Algemeen criminaliseren en gevangen zetten van immigranten zonder verblijfsvergunning inclusief kinderen is in strijd met de EU-regels.» Ook het Hof van Justitie van de Europese Unie was hierover duidelijk: «Lidstaten mogen geen vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen, louter en alleen omdat iemand illegaal verblijft, gevraagd is te vertrekken en dat niet heeft gedaan. Lidstaten moeten zich richten op de uitvoering van de vertrekbeslissingen.» Kan de minister nog eens toelichten hoe het een en ander zich tot elkaar verhoudt?

D66 wil geen symbolische strafbaarstelling van illegalen. De focus ligt voor ons op het bestrijden van wanpraktijken. Daar moet hard tegen worden opgetreden. Daar heeft de minister voldoende instrumenten voor in handen. De focus moet liggen op het snel en consequent terugsturen van illegalen. Als de minister daar zijn aanscherpingen doet, heeft hij aan ons een bondgenoot. Een betere handreiking kan ik niet geven. Als hij bij dit onhaalbare plan blijft, is er geen steun van D66.

De heer Fritsma (PVV): Ik wil zuinig zijn met mijn interrupties, maar als er informatie op tafel komt die niet klopt, wil ik daar toch op reageren. De heer Schouw zegt dat het aantal illegalen heel erg is afgenomen door bestaande maatregelen, maar als hij de stukken goed heeft gelezen zou hij weten dat het aantal illegalen is afgenomen, omdat mensen uit Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen) die bij de EU zijn gekomen niet meer als illegaal te boek staan. Als de heer Schouw zegt dat bestaande maatregelen werken, hoop ik niet dat hij ervoor pleit om alle landen waar illegalen vandaan komen maar lid te maken van de Europese Unie.

De heer Schouw (D66): Ik heb gezegd: «Want door bestaande maatregelen is het aantal illegalen sinds 1997 gehalveerd.» In mijn tekst staat daar een uitroepteken bij, en een voetnoot. Die zal ik even voorlezen: «Cijfers WODC 2009. Brief minister Leers 2010. Het WODC noemt de cijfers over de afgelopen jaren in het rapport van 2008 zelfs een overschatting.» Daar baseer ik mij op, en niet anders dan dat. Dat is misschien het verschil tussen D66 en de PVV. Wij proberen ons te baseren op feiten en niet op allerlei veronderstellingen.

De heer Fritsma (PVV): De heer Schouw reageert juist niet op de feiten. Hij moet kijken naar de reden van de daling. Die is dat mensen uit MOE-landen niet meer illegaal zijn, omdat deze landen zijn toegetreden tot de Europese Unie. Dit ontkent hij en daarmee ontkent hij de feiten. Hij vindt dat het probleem is opgelost met goede maatregelen. Moet ik serieus nemen dat de fractie van D66 zegt dat illegaliteit wordt opgelost door alle landen van herkomst bij de EU te betrekken? Dat is toch gekkenwerk?

De heer Schouw (D66): Ik constateer feitelijk dat het aantal illegalen, het volume, in dit land is afgenomen. Dat is één. Dat kan de heer Fritsma niet ontkennen, dat staat gewoon in het rapport en de brieven van de minister. Dat zijn feiten. Ten tweede stel ik vast dat de maatregelen die dit kabinet wil nemen niet uitvoerbaar zijn. Dus zegt D66: wat je moet doen is het bestrijden van de misstanden. De illegaliteit, vrouwenhandel, illegaal werk, illegale bewoning, dat zijn de instrumenten om het aan te pakken. Dan zul je zien dat de illegaliteit vanzelf sterker daalt. Dat kun je beter doen dan de nepoplossingen te introduceren waar dit kabinet mee komt.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Het had nog erger gekund. Gelukkig heeft de minister de maatregelen die voorheen in het regeerakkoord stonden om de nareizende Somalische asielzoekers verder in te perken afgezwakt, ook op aandringen van de ChristenUnie. De inkomenseis en de inburgeringsexamens zijn er gelukkig niet gekomen voor nareizende gezinsleden. Dan was het nog veel moeilijker geweest dan nu. Daarvoor dank aan de minister. Daarmee zijn we er nog niet, want de problemen liggen er nog steeds. Het is goed dat er maatregelen zijn genomen. De ChristenUnie heeft die onder het vorige kabinet gesteund, laten we daar duidelijk over zijn. Fraude moet niet worden beloond. Dit werpt zijn vruchten af. Het doel was uiteindelijk niet het bemoeilijken van gezinshereniging, maar het bestrijden van fraude. Als ik de cijfers op een rijtje zie, lijkt het wel of met het opnoemen daarvan meer de quota moeten worden gehaald, dan dat we de fraude bestrijden. Dat is inlegkunde; ik hoop niet dat dit het doel en de inzet van de minister is.

Op de Nederlandse ambassade worden aangescherpte en aanvullende eisen gesteld met betrekking tot het identificeren van gezinsleden. Wij horen berichten dat twaalf- en dertienjarigen 235 vragen en elfjarigen 180 vragen krijgen voorgelegd. Als daar ook maar enigszins afwijkende opmerkingen in staan kan het kind geweigerd worden om zijn ouders na te reizen. Dit zijn kinderen uit Somalië, die soms heel traumatische dingen hebben meegemaakt. Ik las over een geval waarin de oma de kinderen naar Addis Abeba had gebracht. De oma was tijdens de reis overleden. De kinderen zijn uiteindelijk in Addis Abeba terechtgekomen, maar hebben daar tegenstrijdige berichten afgegeven. Uiteindelijk kunnen ze dus niet doorreizen naar Nederland, waar hun vader zit. Ik begrijp dat je goed moet kijken of het biologische kinderen zijn, en of inderdaad geen misbruik wordt gemaakt van het feit dat kinderen zeggen dat zij pleegkinderen zijn. Tegelijkertijd weten we dat in Afrika extended families heel vaak voorkomen. Op het moment dat ouders wegvallen is het gewoon dat andere familieleden de kinderen opnemen als pleegkinderen. Dit ligt gecompliceerd. Ik steun het voorstel om te kijken of we niet standaard de DNA-test kunnen uitvoeren. Dan weten we of het biologische kinderen zijn en hoeven we niet die ellenlange vragenlijst af te nemen om te zien of er een tegenstrijdigheid in zit. Kan de minister dit als standaardoptie meenemen richting de IND? Ik ben het niet eens met de heer Fritsma die zegt dat wij niet gaan over de methodes van de IND. Wij zitten hier om met de minister mee te denken en hem suggesties aan te reiken. Dat doe ik dus.

Er staat een termijn van drie maanden voor. Ik heb al in mijn interruptie gezegd dat dit soms te kort is, omdat de IND het bij gebrek aan personeel niet voor elkaar krijgt om de beoordeling binnen die drie maanden te doen. Ik mag toch aannemen dat dit niet een argument mag zijn om tegen biologische kinderen te zeggen dat ze hun ouders niet mogen nareizen. Graag hoor ik daarop een reactie van de minister.

Is altijd de juiste tolk aanwezig? Ik krijg berichten dat dit niet altijd het geval is. Er is soms een tolk die niet de juiste taal spreekt, of heel gebrekkig. Dat kan leiden tot verschillende interpretaties van de beweringen van de kinderen. Samenvattend zeg ik dat fraude bestrijden goed is, maar dat het niet ten koste mag gaan van het fundamentele recht op gezinsleven. Daar hebben wij allerlei verdragen over ondertekend. Ik mag toch aannemen dat een minister van CDA-huize dat principe nog steeds onderstreept.

Er zijn ongeveer 100 000 illegalen in Nederland. Dat aantal is de afgelopen twee jaar redelijk stabiel. Daarvoor is het flink gedaald. We hebben daarover in 2005 een heel uitgebreide brief gehad van minister Donner. Mijn collega van de PvdA heeft daar ook naar verwezen. De heer Donner heeft een trits aan argumenten opgesomd, pagina's lang, waarom het onverstandig zou zijn om deze lijn van strafbaarstelling in te zetten. De maatregelen zijn ongericht. De maatregelen kunnen zelfs de mensen treffen die vrijwillig terug willen, via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) bijvoorbeeld, maar in de tussentijd wel illegaal zijn. Het kan leiden tot cumulatie van bestuurs- en strafrechtelijke sancties en extra administratieve lasten. Ik steun het plan van de Partij van de Arbeid om daar maar eens een doorrekening voor te maken. Zelfs mevrouw Van Dooijeweert, de voorzitter van de ACVZ, zegt dat het symboolwetgeving is. Daarnaast pleit zij ook voor een Härtefallcommissie. Dat is een commissie die pleit voor schrijnende gevallen en die voorlegt aan de minister. Ik hoop dat de minister daar op reageert. Criminelen die illegaal zijn moeten strafbaar worden gesteld. Dat kan nu al. Daar hebben we de extra wet niet voor nodig.

Ik zie dat er een daling in de onkosten wordt genoemd. Ik heb voorheen ook in de media wel geopperd eens te kijken of we de procedures van het tewerkstellen van asielzoekers kunnen vereenvoudigen. Werkgevers hebben er op aangedrongen dat zij veel te veel procedures moeten doorlopen om een asielzoeker te laten werken. Asielzoekers willen dat heel graag; 20% werkt nu, 80% tot 90% wil graag werken. Kan de minister hier ook naar kijken?

De heer Knops (CDA): Voorzitter. In het regeerakkoord is een aantal maatregelen aangekondigd voor de aanpak van fraude en misbruik door Somalische asielzoekers. Ik proef in deze Kamer breed draagvlak om dat te doen. Het kan niet zo zijn dat als je je niet aan de regels houdt, je daarvoor wordt beloond. De maatregelen om fraude en misbruik aan te pakken hebben resultaat opgeleverd. Er zijn minder asiel- en nareisaanvragen en meer afwijzingen van nareisaanvragen. Het aantal ingewilligde aanvragen voor een Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis is fors gedaald van 50% naar 10%. Dat zijn er toch nog dertig per maand. Dat lijkt een aanzienlijk aantal. Vindt de minister dit ook?

Verblijfsvergunningen die reeds aan Somaliërs zijn verstrekt, worden gefaseerd opnieuw bekeken op mogelijke fraude. Wat is het tijdpad voor deze exercitie? Wat heeft dit tot dusverre opgeleverd? Wat zijn de cijfermatige gevolgen van de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) tegen het Verenigd Koninkrijk in de zaak Sufi en Elmi? We zien daar de onmogelijkheid om frauderende Somaliërs terug te sturen.

We hebben binnenkort een plenair debat over wetsvoorstellen die over de aanpak van illegaal verblijf gaan. Ik beperk me hier dus tot enkele korte opmerkingen. De CDA-fractie onderschrijft de stelling van het kabinet dat een consequente aanpak van illegaal verblijf essentieel is voor het draagvlak voor het immigratie- en asielbeleid. Illegaal verblijf is in verschillende opzichten maatschappelijk zeer belastend. De in de brief geschetste maatregelen om mensenhandel, mensensmokkel, illegale tewerkstelling en huisjesmelkerij aan te pakken, de glijdende schaal aan te scherpen, de ongewenst verklaring van EU-burgers uit te breiden en het visumbeleid en het grenstoezicht te verbeteren, kunnen op de instemming van de CDA-fractie rekenen.

Mevrouw Vermeij (PvdA): De heer Knops wandelt een beetje over de echt principiële kwestie van het strafbaar stellen van illegaliteit heen. Is hij het met de PvdA-fractie eens dat het wel eens nuttig zou kunnen zijn om de kosten van dit voorstel in kaart te brengen? Dan kunnen we zien wat we allemaal uit de kast trekken voor een schijnoplossing, in plaats van te doen wat veel fracties in dit huis vinden. Wij willen mensenhandel, huisjesmelkers en illegale tewerkstellingen in de kassen en waar dan ook aanpakken. Laten we dat eerst doen. Is hij het met mijn vraag aan de minister eens?

De heer Knops (CDA): Nee, ik ben het niet met de vraag van mevrouw Vermeij eens. Dat was denk ik wel helder, maar ik zal het toelichten. Het gaat erom alles parallel, tegelijkertijd aan te pakken. De punten die mevrouw Vermeij noemt onderschrijft het CDA. Huisjesmelken en illegale arbeid moeten fors worden aangepakt. In zijn algemeenheid heb ik geen enkel bezwaar tegen het in kaart brengen van kosten, maar rondom strafbaarstelling van illegaliteit gaat het niet alleen om de kosten. Ik vind het prima als het in kaart wordt gebracht, maar het is voor mij op dit moment geen drijvende kracht. Het is niet zo dat we het niet moeten doen als het meer gaat kosten dan we dachten, of als het minder oplevert dan dat het kost, zo dat al te bepalen is. Dat gaat me veel te ver. Er zijn meer dingen die geld kosten in dit land, en die we doen om regels te handhaven. Dit is voor mij geen drijvend argument om te zeggen dat we het niet moeten doen. Maar ik heb er geen bezwaar tegen als de kosten in kaart worden gebracht.

Mevrouw Vermeij (PvdA): We denderen met zijn allen met 140 km/u een crisis in. We voeren een debat over de Wet werk en bijstand (WWB) en de huishoudtoets, maar het CDA zegt dat het in dit geval niet uitmaakt wat het kost, omdat we het gewoon doen. Dit vind ik vrij onvoorstelbaar van een partij die de overheidsfinanciën hoog in het vaandel heeft. Ik constateer ook dat de heer Knops zegt dat hij mijn verzoek ondersteunt. Wij zijn benieuwd naar het antwoord van de minister.

De heer Knops (CDA): Mevrouw Vermeij heeft volgens mij de dopjes nog in haar oren. Dat heb ik niet gezegd. Het lijkt me goed dat de woorden die ik heb uitgesproken gelden, en niet de interpretatie die mevrouw Vermeij eraan geeft. Alsof het ons niet zou interesseren wat dingen kosten. Ik zeg alleen dat er dingen zijn in Nederland die geld kosten en die toch gedaan moeten worden, denk bijvoorbeeld aan politie-inzet. Dat levert weinig op en het kost geld, maar het zorgt voor veiligheid. Dat is ook iets wat ons geld waard is. Ik vind het veel te makkelijk zoals mevrouw Vermeij dit wegzet.

De heer Schouw (D66): Misschien is het goed dat ik vanuit mijn karakter als verbinder concludeer dat zich een meerderheid aftekent om een kosten-batenanalyse te doen. Daar ben ik ontzettend blij mee. Ik wil de heer Knops bedanken. Ik arresteer het punt even. Ik probeer er achter te komen wat bij het CDA de omslag heeft gebracht. Eerst wil de partij geen strafbaarstelling van illegaliteit, vanwege de effectiviteit et cetera. Nu moet het toch maar wel. Wellicht heeft de heer Knops argumenten die mij ook over kunnen halen. Welke inzichten zijn tot de CDA-fractie gekomen waardoor nu wel deze aanpak wordt voorgestaan?

De heer Knops (CDA): De heer Schouw kan teruggaan naar het regeerakkoord dat is gesloten. Daarin staat een aantal zaken dat is besproken tussen de partners en waarover afspraken zijn gemaakt. Hij weet dat ook op dit punt de zaak niet zwart of wit is. De paginalange brieven die door eerdere ministers zijn gestuurd geven aan dat dit onderwerp buitengewoon genuanceerd ligt. We kunnen erover van mening verschillen. Binnenkort komen er twee wetsvoorstellen naar de Kamer. Die worden besproken. Ik heb in mijn inbreng aangegeven dat ik me in die plenaire debatten, over de implementatie van de wetsvoorstellen, wil concentreren op het begrip strafbaarstelling. De heer Schouw heeft gelijk dat in de loop der jaren de opstelling van de CDA-fractie wel iets is gewijzigd. Maar dat geldt voor verschillende fracties en verschillende onderwerpen, dus dat is op zichzelf geen nieuws. Het is ook geen nieuws dat het CDA, sinds de partij in deze coalitie zit, een akkoord heeft gesloten waarin op dit punt afspraken zijn gemaakt.

De heer Schouw (D66): Ik versta het zo dat de CDA-fractie ook kritisch blijft op de uitwerking van de wetsvoorstellen, en dat het CDA zegt dat het onderdeel is van de package deal bij de coalitie. Sometimes you win, sometimes you loose.

De heer Knops (CDA): De CDA-fractie heeft al een aantal keer over dit punt gesproken en ik heb al een aantal interventies op dit onderwerp gepleegd. Dit betrof onder andere de hulp aan illegalen en de strafbaarstelling daaromtrent. De fractie blijft inderdaad nadenken over dit onderwerp. De laatste opmerking is in zijn algemeenheid natuurlijk altijd waar. Dat weet de heer Schouw ook uit het verleden. Als je afspraken maakt is, dat niet altijd helemaal hetgeen je zelf zou willen. Onze handtekening staat er onder en die staat er niet zomaar. Daar staan we voor.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Hoor ik de heer Knops zeggen dat er wel een meerwaarde in het wetsvoorstel om illegalen strafbaar te stellen moet zitten? Niet alleen ten opzichte van de kosten, want dat relativeert hij, maar ook ten opzichte van de uitzetting? Mijn vraag gaat over het DNA-onderzoek. Op dit moment worden er veel vragen gesteld en is DNA een mogelijke optie. Vindt het CDA ook niet dat we moeten beginnen met DNA-onderzoek, zodat op het moment dat dit positief is je niet een trits van vragen doormoet om te kijken of die kinderen biologisch zijn?

De heer Knops (CDA): Ik aarzel om op voorhand het DNA-onderzoek in te zetten. Er zijn ook in Nederland kwesties denkbaar waarbij we niet meteen overgaan tot DNA-onderzoek, dus het moet wel proportioneel zijn. Ik heb er op dit moment geen principiële bezwaren tegen, maar ik vraag me af hoe het in de praktijk zou kunnen uitwerken. Ik ken de casus, die is zojuist toegelicht. Daarvan zou je zeggen dat het op een snellere en effectievere manier moet kunnen. Dat is voor mij wel een argument, maar het gaat me te ver om op voorhand te stellen dat dit dan altijd met DNA-onderzoek moet.

De heer Dibi (GroenLinks): Ik wil ook terug naar het meer principiële punt van het strafbaar stellen van illegaliteit. Hoe zit het met een kerk die uit barmhartigheid onderdak biedt aan een asielzoeker?

De heer Knops (CDA): Het lijkt alsof we de plenaire wetsbehandeling al doen. Dit is typisch een onderwerp om in dat debat aan de orde te stellen. Dat was ook mijn aarzeling rondom de agendering van dit algemeen overleg net voor de behandeling van het wetsvoorstel. De vraag die de heer Dibi stelt is wel terecht. Waar ligt de grens precies? Voorop gesteld dat dit onderwerp van debat zal zijn in die wetsbehandeling, heeft mijn fractie gezegd dat als iemand hulp verleent aan illegalen uit barmhartigheid, dus niet met commerciële bijbedoelingen of omdat hij er zelf beter van kan worden, hij daarvoor vanuit de menselijke optiek niet gestraft kan worden. Dit zal op een goede manier een plek moeten krijgen bij de behandeling van het wetsvoorstel.

De heer Dibi (GroenLinks): Dit is een wonderlijk antwoord. Dit staat al in het regeer- en gedoogakkoord. De heer Knops zei zelf dat er al het een en ander over geschreven is, waarover je genuanceerd kunt denken. Er is een afspraak gemaakt met de gedoogpartner, namelijk het strafbaar stellen van illegaliteit. Dat betekent dat als een kerk straks onderdak biedt aan een asielzoeker, de kerk onwettig bezig is. Dan zouden we de kerk op basis van hetgeen in het regeerakkoord staat, moeten straffen. Kan een CDA’er het verkroppen dat een kerk die uit barmhartigheid onderdak biedt aan asielzoekers, straks aangepakt kan worden door politie en justitie?

De heer Knops (CDA): Ik ben een beetje verbaasd over deze interruptie van de heer Dibi, omdat wij hier niet voor het eerst over spreken. Ik heb al een aantal malen precies gezegd wat ik nu ook zeg. Het is een serieus verhaal vanuit mijn fractie. Er staan afspraken in het regeerakkoord, maar er zijn ook dingen niet afgesproken. Ik vind dat je bij een wetsbehandeling heel kritisch moet kijken naar wat verbeterd kan worden aan het voorstel om onbedoelde neveneffecten te voorkomen, en op welke punten je akkoord kunt gaan. In dat kader heb ik dit punt gemaakt, ik geloof bij de behandeling van de begroting vorig jaar. Ik heb gevraagd of de minister iets kan bedenken waardoor dit soort effecten niet optreedt. Ik heb hierover zelfs een motie ingediend, die is aangehouden. Kerken moeten niet een soort huis worden waardoor lieden vrijuit gaan, die andere bedoelingen hebben maar de kerk daarvoor gebruiken. Dat is niet mijn bedoeling. Het gaat puur over barmhartigheid en hulp aan de medemens, zonder commerciële of economische bijbedoelingen. Dat punt heb ik al eerder heel helder verwoord.

Wij onderschrijven de maatregelen ter versterking van de vreemdelingentoezichttaken van politie en Koninklijke Marechaussee (KMar). De vraag aan de minister is wat de stand van zaken is wat betreft de invulling van het inrichtings- en realisatieplan door de kwartiermaker nationale politie, met name bezien op de aspecten vreemdelingentoezicht als korpsbrede taak, de basispolitie als front office en het opereren van de vreemdelingenpolitie als specialist. Dat traject loopt natuurlijk ook.

Het CDA heeft er al vaker voor gepleit dat het meer dan tot nu toe mogelijk moet zijn EU-burgers die zich niet aan de Nederlandse spelregels houden, het land uit te zetten en hen tot ongewenst vreemdeling te verklaren. Wat zijn de resultaten van de instructie die de minister hierover begin dit jaar heeft laten uitgaan? Heeft dit geleid tot meer ongewenst verklaringen en uitzettingen?

Het tegengaan en aanpakken van mensenhandel is terecht een speerpunt van dit kabinet. Wat is er te melden over de bevindingen van de werkgroep die zich bezighoudt met het tegengaan van het misbruik van de B9-regeling? Bij illegale tewerkstelling onderschrijft het CDA de maatregelen zoals die zijn voorgesteld. Wat betreft de aangekondigde aanscherping van het sanctieregime voor frauderende bedrijven is de partij van mening dat recidive zwaarder moet worden aangepakt. Waarom is het bij een derde overtreding niet gewoon einde oefening? Laten we geen halfzachte maatregelen nemen, maar laten we een duidelijk signaal afgeven.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. De SP is blij te lezen dat de minister van mening is dat het illegaal verblijf maatschappelijk in verschillende opzichten zeer belastend is. Hij noemt hierbij onder andere mensenhandel, mensensmokkel, illegaal werken en huisjesmelkerij. Allemaal problemen die hij wil gaan aanpakken, maar hoe? De minister roept een inreisverbod in het leven en stelt daarmee illegaal verblijf in Nederland strafbaar. Hij gaat hiermee echter voorbij aan het feit dat hij de illegaliteit op deze manier juist in de hand werkt en mensen de criminaliteit en een mensonterende leefsituatie in jaagt. Problemen moeten worden opgelost, en niet in stand gehouden of zelfs gestimuleerd. Ik ben dan ook benieuwd waarom de minister denkt dat hij gaat voorkomen dat illegalen op straat belanden en met onbekende bestemming rechtstreeks het criminele circuit in worden gezogen.

Voor zover illegalen worden opgepakt omdat ze een boete niet hebben betaald, komen ze terecht in vreemdelingendetentie. Niemand weet voor hoelang, waardoor hun positie beduidend slechter wordt dan die van echte criminelen. De boete van € 3 800 en de dreiging om in hechtenis te worden genomen zal illegalen in ieder geval niet stimuleren om zich te melden. Dat dit een afschrikwekkende werking heeft geeft de minister toe. Vervolgens verbindt hij daar echter de verkeerde conclusies aan, door te stellen dat het een preventieve werking zou hebben. Wat hij daarmee bedoelt is mij niet duidelijk. Eerdere kabinetten constateerden bovendien het omgekeerde. Hoe verklaart de minister deze ommezwaai?

Illegaal verblijf op straffe van een boete of vervangende hechtenis zal niet leiden tot vertrek naar land van herkomst, maar tot vertrek met onbekende bestemming. Ik gaf dit al eerder aan. Nog steeds is onduidelijk hoe de minister voor elkaar denkt te krijgen dat dit leidt tot meer uitzettingen. Nederlandse Europarlementariërs van de fracties van de SP, GroenLinks, ChristenUnie, PvdA en D66 hebben hier recent vragen over gesteld. Hieruit is gebleken dat de plannen van de minister in strijd zijn met EU-regels. Bovendien waren ze in Brussel niet op de hoogte van de Nederlandse plannen. Graag de reactie van de minister hierop.

Instanties worden gelukkig niet strafbaar bij hulp uit humanitaire overwegingen, maar zullen terughoudender zijn dan normaal. Komt de bewijslast niet bij deze instanties te liggen wanneer zij hulp bieden? Wat gebeurt er als zij hulp bieden maar de illegaal, die in weerwil van het reisverbod in Nederland verblijft, niet aangeven bij de Vreemdelingenpolitie?

De kans voor vluchtelingen om hun recht te halen wordt in onze ogen doelbewust de nek omgedraaid. Mensen die eerder een inreisverbod opgelegd hebben gekregen en vervolgens op andere gronden opnieuw een vergunning aanvragen, bevinden zich in een bijzonder vervelende positie. Ook al zullen deze gronden wel leiden tot rechtmatig verblijf, toch blijven ze strafbaar bij overtreding van het inreisverbod. Kortom: eens illegaal, altijd illegaal. De SP is daarom benieuwd hoe de minister het inreisverbod rijmt met onder andere artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag.

De heer Fritsma (PVV): Ik wil vragen waarom de SP-fractie illegalen vluchtelingen noemt. Mevrouw Gesthuizen zei net dat de strafbaarstelling van illegaliteit vluchtelingen blokkeert om hun recht te halen. Zij weet toch ook wel dat deze mensen vaak verschillende keren door de molen zijn gegaan, bij de IND en bij de onafhankelijke rechter, waarbij juist is bepaald dat deze mensen geen echte vluchtelingen zijn? Anders hadden ze wel een verblijfsstatus gekregen. Ik vind het eerlijk gezegd misleidend om uitgeprocedeerde vreemdelingen, die hier niet mogen zijn, vluchtelingen te noemen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik hoor in ieder geval zowel qua inhoud als qua toon dat de heer Fritsma zich erg kan vinden in de stelling «eens illegaal, altijd illegaal». Dat mag hij vinden. Ik was vorige week bij een demonstratie van veel mensen die ik inderdaad wel aanduid met de term vluchteling. Ik heb de heer Fritsma daar niet gezien. Ik heb toen een grote stapel brieven gekregen van mensen die hun situatie uitleggen, wat er aan de hand is en wat is misgegaan. Zorgvuldigheid moet vooropstaan. Als iemand, ook nadat hij of zij hier al een tijdje is geweest, op andere gronden een verblijfsvergunning aanvraagt, kan het evengoed zo zijn dat daar terechte gronden tussen zitten.

De heer Fritsma (PVV): Dan wil ik mevrouw Gesthuizen vragen waarvoor we nog rechters nodig hebben. Als rechters zeggen dat iemand geen vluchteling is en moet terugkeren naar het land van herkomst, zegt mevrouw Gesthuizen dat dit niets uitmaakt. Alle rechterlijke uitspraken mogen in de wind worden geslagen. Waar zijn we dan mee bezig?

Mevrouw Gesthuizen (SP): Dat kan de heer Fritsma beter binnen zijn eigen fractie aan de orde stellen. Zijn fractie is de fractie van de eigenrichting hier. Ik blijf bij datgene wat ik hier net heb gezegd.

De SP is benieuwd hoe de minister het inreisverbod rijmt met artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag, waarin staat dat het verboden is sancties in te stellen op grond van illegale binnenkomst of verblijf. De consequenties van het inreisverbod zullen ook meer geld kosten dan het rendement dat het oplevert. Natuurlijk moet er geld worden uitgetrokken voor het oppakken en vervolgen van criminele illegalen, laat daar geen misverstand over bestaan. Het gaat echter ook om niet-criminele illegalen, die best willen meewerken aan terugkeer maar niet de kans hebben of krijgen. Er zal veel geld gestoken moeten worden in onder andere handhaving, opsporing, toename van rechtszaken en de detentie zelf. Een aantal andere woordvoeders heeft al gewezen op de enorme kostenpost die dit met zich mee zou kunnen brengen. Ik wilde de minister vragen of hij een indicatie kon geven van deze meerkosten, dus ik sluit me van harte aan bij het verzoek van mevrouw Vermeij van de PvdA. Uiteindelijk kan het geld wat de SP betreft beter worden gestoken in deugdelijke opvang en een efficiëntere begeleiding bij vertrek van diegenen die echt ons land moeten verlaten. Het gaat immers om kwetsbare personen, vluchtelingen, die niet allemaal bewust hebben gekozen om in Nederland een asielaanvraag in te dienen.

Ik kom bij de problemen met de glijdende schaal. Als iemand met een verblijfsvergunning een zwaar misdrijf begaat en een gevaar is voor de openbare orde en veiligheid, kunnen onder het huidige beleid al consequenties worden verbonden aan zijn of haar verblijfsrecht. Daar is niets mis mee. Je bent hier te gast en als je je misdraagt heeft dat consequenties, uiteraard afhankelijk van de ernst van het misdrijf en hoelang je al legaal in ons land woont. De consequentie moet echter proportioneel zijn en niet in strijd met internationaal en Europees recht. Ik vraag me daarbij een ding af. Nederlanders worden pas als veelpleger gezien indien zij drie of meer delicten binnen vijf jaar plegen. Wat is de reden dat de minister niet vasthoudt aan dit criterium? Waarom acht hij verscherping van de regels proportioneel wanneer het gaat om vergunninghouders?

Tot slot wil ik benadrukken dat fraude en misbruik bij asiel- en nareisbeleid zo veel mogelijk voorkomen moeten worden. De SP is blij dat de Nederlandse overheid dit onderkent en ermee aan de slag is gegaan. Er is succes geboekt en dat is goed. De SP is echter wel geschrokken van het grote verschil tussen het aantal aanvragen in de afgelopen jaren en vraagt zich af hoe dit enorme verschil te verklaren is. Hoe zwaar is de bewijslast die nu bij asielzoekers en nareizenden ligt? Wanneer is behoefte aan aanvullend bewijs en waaruit kan deze behoefte bestaan? Wordt men bij aanvang van de procedure goed ingelicht over de verwachtingen die de Nederlandse overheid heeft wanneer het gaat om bewijslast, en over welke informatie wanneer dient te worden verschaft?

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD): Voorzitter. Het eerste agendapunt van vandaag is de aanpassing van de financiële verstrekking aan asielzoekers. De VVD is blij dat dit is verminderd, want de partij vond het al langere tijd volstrekt onuitlegbaar dat gezinnen als ze een status kregen en in de bijstand terechtkwamen, er in inkomen op achteruit gingen. Dat was ook niet goed voor het draagvlak in de samenleving. Het is goed dat het nu aansluit op het normale bijstandsniveau.

De heer Dibi (GroenLinks): Tja, de samenleving was immers al jaren in rep en roer over die paar euro's meer die asielzoekers kregen. Het was een vraag van de PVV bij de begrotingsbehandeling. De minister gaf daar meteen gehoor aan. Als de VVD zich zoveel zorgen maakt over de financiële kosten voor asielzoekers, wil mevrouw Van Nieuwenhuizen dan ook weten hoeveel het strafbaar stellen van illegaliteit kost?

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD): Dit is wel een heel raar bruggetje om op het kostenverhaal van de PvdA te komen. De VVD staat bekend als partij die altijd op de kleintjes let. In die zin kan het nooit kwaad om de kosten van implementatie van iets in beeld te hebben. Je moet weten waar je het over hebt. Aan de andere kant deel ik volledig de opvatting zoals die door de heer Knops naar voren is gebracht. Er is een aantal zaken dat je om principiële redenen graag wilt. We hebben niet meer dan een herhaling van zetten gehad in het debat over de strafbaarstelling van illegaliteit. We hebben daar al verschillende malen over gesproken. Het is verstandig en zinvol straks concreet over het wetsvoorstel te praten. Ik hoop dat we snel het advies van de Raad van State krijgen, zodat we progressie kunnen boeken. Het moet me wel van het hart dat ik zo langzamerhand bij sommige Kamerleden het gevoel krijg dat illegaliteit helemaal niet erg is, terwijl het geweldig ondermijnend is voor de samenleving en het terugkeerbeleid ontzettend frustreert. Het is ook erg oneerlijk voor al die mensen die wel zijn teruggegaan. Dat is een van de redenen dat de VVD het heel gek vindt dat op zo'n punt nu geen enkele sanctie staat. Over de precieze uitwerking in bedragen zullen we nader met elkaar spreken bij de behandeling van het wetsvoorstel. Ik geef op voorhand aan dat het prima is om de kosten in beeld te hebben. Daaraan moet niet worden verbonden dat de VVD dit op een kostenplaatje gaat afrekenen.

De heer Dibi (GroenLinks): Winst is dat de VVD zich aansluit bij het verzoek van de PvdA. Hoorde ik mevrouw Van Nieuwenhuizen echt zeggen dat er nu voor illegalen geen enkele sanctie geldt? Zegt ze dat we dit dankzij het strafbaar stellen van illegaliteit eindelijk kunnen aanpakken? Ik neem aan dat zij bekend is met al die andere maatregelen die we al lang kunnen inzetten om illegalen te bewegen terug te keren.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD): Natuurlijk zijn die mij bekend. Het gaat me erom dat het enkele feit van illegaliteit nu niet strafbaar is. Dat is precies wat we in dit wetsvoorstel willen regelen. Wij vinden het gek dat iets dat zo ondermijnend is voor de samenleving niet strafbaar is.

De bestrijding van de fraude is het tweede agendapunt. Het is goed om te constateren dat de fraudeaanpak tot resultaat leidt. De enige vraag die ik daarbij aan de minister heb is dat de aanpak erg gericht is op Somaliërs. Er zijn natuurlijk ook andere bevolkingsgroepen waar fraude wordt gepleegd. Past hij deze fraudebestrijdingssystematiek ook toe op de andere groepen of onderdelen daarvan? Zo niet, waarom niet? Ik zou hem willen aanraden om dit beleid, dat succesvol is gebleken, ook in zijn algemeenheid toe te passen.

Wat ik net over de strafbaarstelling heb gesteld, geldt ook voor de aanpak van illegaal verblijf en een heleboel van de onderwerpen die in het stuk besproken worden. Er komen diverse wetsvoorstellen naar de Kamer. Het is goed dat we die kunnen bespreken, inclusief een advies van de Raad van State. In het stuk wordt ook aangegeven dat het een prioriteit is geworden bij de Vreemdelingenpolitie. De pakkans blijkt op dit moment nog niet heel hoog. Wat gaan we ervan merken dat het een prioriteit wordt? Heeft de minister daarbij een bepaald streven voor ogen? Ditzelfde wil ik koppelen aan het «Vreemdelingen in de strafrechtketen»-gebeuren (VRIS). Dit pakket gaat de minister verlengen. De VVD ondersteunt dit van harte. Ik wil graag weten welke resultaatverplichting of inspanningsverplichting de minister aan deze club heeft meegegeven. Ik neem aan dat de minister hen concrete eisen heeft gesteld.

Over ongewenstverklaring en verblijfsbeëindiging las ik het rapport van de commissie over de lessen uit de recente arbeidsmigratie. Dat rapport gaan we nog uitgebreid bespreken, maar ik kwam er iets intrigerends in tegen. Er werd aangegeven dat met de ongewenstverklaring in andere landen op een bredere manier wordt omgegaan. Ik vroeg me af of dit inderdaad waar is. Pakken wij het te strak op, of die andere landen te ruim? Heeft de minister daar al naar gekeken?

Verder wil ik een warm pleidooi houden voor systeemtoezicht waar het gaat om de aanpak van de malafide uitzendbureaus, de huisjesmelkers et cetera. Het merendeel van de bedrijven doet het gewoon goed en die hoef je dan niet eindeloos met allerlei controles lastig te vallen. Als jaar na jaar na jaar blijkt dat ergens alles op orde is, kun je daar je controle wel wat minder van toepassing verklaren en hou je aandacht en tijd over voor die bedrijven waar het niet goed zit. Ook denk ik dat er bepaalde, ons allen bekende, sectoren aan te wijzen zijn waar die malafide uitzendbureaus zich met name op richten. Ik deel volledig de opvatting dat bij de bestrijding van de illegaliteit daar onze prioriteit moet liggen. Daarbij moet de rol van de gemeente uitdrukkelijk in beeld worden gebracht. Ik ondersteun het pleidooi van mijn collega daarvoor. We hebben niet zo lang geleden beelden op tv gezien van huizen vol Bulgaren, waar de gevolgen niet te overzien zijn als daar ooit een keer brand uitbreekt. Ik ondersteun het pleidooi dat er bij gemeenten op aangedrongen wordt om het instrumentarium dat ze hebben om fatsoenlijke huisvesting af te dwingen en te controleren, ook daadwerkelijk toe te passen.

De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. De PVV stelde tijdens de begrotingsbehandeling vorig jaar een vraag over de aanpassing van de financiële verstrekkingen aan asielzoekers. Daar heeft de minister meteen gehoor aan gegeven. Dat is heel gehoorzaam van de minister. Ik sluit me aan bij de oproep van de burgemeester van Den Bosch, vandaag in de Volkskrant: «Maak u toch een beetje los uit die houdgreep van de PVV.» Ik zie dat de financiële vergoeding voor asielzoekers per week is verlaagd voor grotere gezinnen, omdat het relatief goedkoper is om voor meer mensen te koken. De SGP was er blijkbaar niet bij. Ik vind het een beetje jammer dat we hier onze tijd aan moeten besteden.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD): Ik heb net aangegeven dat de VVD er ook een groot voorstander van was. Vindt de heer Dibi het niet gek dat een gezin dat in asielzoekersopvang zat, en vervolgens een status krijgt en in de bijstand terechtkomt, er tientallen euro's in inkomen op achteruit ging? Dat was schrikken voor die mensen; dat was een rare situatie. Waarom zou iemand in de asielopvang als gezin meer inkomen moeten hebben dan een gezin in de bijstand?

De heer Dibi (GroenLinks): Ik vind het meest gekke aan de situatie dat wij asielzoekers die we goed kunnen gebruiken op de arbeidsmarkt, niet meer mogelijkheden geven om te werken om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Dat willen ze dolgraag. Dat heb ik liever dan constant debatjes over asielzoekers tegenover andere Nederlanders, en zeggen dat zij het zoveel beter hebben dan de anderen en dat de ene groep alles van de overheid krijgt en de andere niet. Ik vind dat debat niet gepast. Ik wil liever inzetten op het benutten van talenten bij asielzoekers, zodat ze in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD): Ik constateer dat de heer Dibi geen antwoord geeft op de vraag of hij het gek vindt dat het meer is dan een gezin in de bijstand krijgt. Vindt hij het dan ook niet gek dat, als het gaat over het werken, lang niet alle asielzoekers gebruikmaken van de mogelijkheid om hun zakgeld te verhogen door allerlei activiteiten op de centra te doen? Daar is vrij veel mogelijk, zo heb ik geconstateerd.

De heer Dibi (GroenLinks): Dat laatste vind ik zeker gek. Asielzoekers moeten mogelijkheden om meer geld te verdienen en zo in hun kosten te voorzien zeker aangrijpen. Daar mogen we best op inzetten. Als het over de bijstand gaat, wil ik mevrouw Van Nieuwenhuizen wijzen op een voorstel van gisteren. Dit voorstel betrof het ontheffen van alleenstaande moeders van de sollicitatieplicht. Het werd gesteund door de VVD. Ook wil ik haar wijzen op het debat over de WWB. Daar kunnen nog heel veel belangrijke maatregelen worden genomen om meer mensen aan het werk te zetten. Die leveren veel meer op dan ons nu focussen op de gemakkelijke slachtoffers, waar maar een paar euro's te halen zijn.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD): Ik constateer dat het geen gemakkelijke slachtoffers zijn. Ik vind dit een rare uitspraak, wanneer het erom gaat dat zij op eenzelfde niveau komen als mensen in de bijstand. Ik vind bepaald niet dat je dan over slachtoffers moet spreken.

De heer Dibi (GroenLinks): Als we zoveel aandacht zouden besteden om andere mensen in de bijstand aan het werk te krijgen, zou Nederland er veel beter uitzien.

Het tweede agendapunt is de aanpak van fraude door Somalische asielzoekers. Ik sluit me van harte aan bij het voorstel van de heer Voordewind om de DNA-test onderdeel te maken van de procedure. Het lijkt me dat moderne politieke partijen gebruikmaken van moderne middelen om fraude te bestrijden. Ik zie niet in waarom andere partijen dat niet met beide handen aangrijpen, in plaats van inderdaad ellenlange vragenlijsten af te vuren op jonge kinderen.

Het strafbaar stellen van illegaliteit is een principieel punt. We zijn het er allemaal over eens dat huisjesmelkers, uitzendbureaus maar ook mensenhandelaren en pooierboys die misbruik maken van asielzoekers, keihard moeten worden aangepakt. De GroenLinks-fractie meent dat dit het best gediend is met handhaven, handhaven en nog eens handhaven. In plaats van handhaven hebben we een strafbaarstelling van illegaliteit, die we inderdaad nog gaan bespreken bij het wetsvoorstel. Mijn eerste vraag is wat deze onzin de belastingbetaler kost. De PvdA was me eigenlijk voor; ik had dezelfde vraag. Er is helemaal geen kosten-batenanalyse gemaakt. De minister zegt dat de strafbaarstelling van illegaliteit geen doel op zich is. Volgens mij is het een doelstelling uit het regeerakkoord. Het moet verblijf in Nederland onaantrekkelijk maken: «Er gaat een preventieve werking van uit, een afschrikwekkende werking en een normatieve werking.» Is dat zo? En als dat zo is, waar is het bewijs daarvoor? Je kunt net zo makkelijk aannemen dat illegalen helemaal niet meer vindbaar zijn door deze strafbaarstelling en dat het dus averechtse gevolgen heeft.

De minister zegt hier topprioriteit van te willen maken, ook bij het inzetten van onze agenten die het moeten controleren. De politie krijgt er dus nog een taak bij, zonder dat die 3 000 fictieve agenten erbij zijn gekomen. De politie moet zich bezig gaan houden met dieren, boerka's, weedpasjes, weed met een te hoog THC-gehalte en prostituees die niet geregistreerd zijn. Ik word een beetje moe van ministers die elk onderwerp dat maatschappelijk leeft, bij de politie topprioriteit maken. Er is maar een beperkt aantal agenten. Die kunnen niet als sinasappelen worden uitgeknepen. Je moet prioriteiten gaan stellen. Is dit een prioriteit? Zo ja, waar gaat het vanaf? Waar gaan ze minder aandacht aan besteden?

Ik heb ook een vraag over oud-minister Verdonk. Minister Leers haalt IJzeren Rita onder druk van de PVV rechts in. Zij constateerde heel nuchter dat vanwege capaciteitsgebrek en vanwege de politie-inzet zo'n symbolische toevoeging aan het Wetboek van Strafrecht eigenlijk niets waard is en tijdsverspilling is. Hoe kijkt de minister hiertegen aan?

In de uitspraak van het Hof van Justitie van 28 april in de zaak El Dridi wordt gezegd dat het niet hebben van een geldige reden om in een land te zijn geen grondslag is voor een gevangenisstraf. Dat is in strijd met de Terugkeerrichtlijn. Gaan we wachten totdat het Europese Hof ook dit plan van het kabinet met de grond gelijk maakt en van tafel veegt of kan de staatssecretaris die uitspraak alvast verwerken in hoe hij om wil gaan met dit voorstel?

Hoe zit het met het onderdak bieden uit barmhartigheid, door bijvoorbeeld een kerk? De heer Knops zei dat het afhangt van de motieven. Als je het vanwege economische belangen doet, wordt daar anders mee omgegaan dan als je het uit barmhartigheid doet. Ik ben blij met het antwoord, maar het klinkt mij als justitiewoordvoerder vreemd in de oren. Als ik de wet overtreed op basis van barmhartigheid, staat daar geen straf tegenover. Iedereen die in de toekomst die wet heeft overtreden en claimt dat dit was uit barmhartigheid, kan de dans ontspringen. Kan de minister hierop reageren?

Minister Leers: Voorzitter. Ik dank de commissieleden voor de opmerkingen en de vragen. Ik heb de antwoorden gebundeld. Bij de plenaire behandeling zullen we op onderdelen uitgebreid terugkomen. Ik vind het heel goed dat we dit vooroverleg hebben. Strafbaarstelling van illegaliteit is een veel besproken onderdeel van het regeerakkoord, een onderdeel waar voor- en tegenstanders van zijn. Daar ga ik niet voor aan de kant, want dat is al tijden het geval.

Eerst ga ik in op de opvatting van het kabinet waarom dit noodzakelijk is en de afweging die het kabinet heeft gemaakt. Ik zal vervolgens de samenhang met andere instrumenten laten zien, de relatie met de Terugkeerrichtlijn bijvoorbeeld en de brief van Eurocommissaris Malmström. De kosten komen aan bod; dat is inderdaad een belangrijk punt. Als laatste komt de noodopvang, de betrokkenheid van derden et cetera aan de orde. Het tweede pakketje gaat over de problematiek van fraude door Somaliërs, het derde bevat diverse onderwerpen waaronder de uitspraak van het Internationaal Strafhof en de glijdende schaal.

Het is goed dat we dit debat hebben. Het is noodzakelijk, omdat strafbaarstelling van illegaliteit een instrument is waarvan in de loop van de decennia voor- en tegenstanders voortdurend hebben gepoogd elkaar te overtuigen. Het heeft nooit geleid tot een effectuering van de strafbaarstelling. De afgelopen jaren is dit bij verschillende formaties aan de orde geweest. Altijd waren er naast de voor- ook tegenstanders. Die afweging is heel lastig, dat geef ik zonder meer toe. Een dergelijk instrument heeft nadelen. Die moeten tegenover de voordelen worden gezet. Het vorige kabinet had geen aanleiding om de strafbaarstelling van illegaliteit te effectueren. Het huidige kabinet heeft een andere afweging gemaakt. Dat zit hem vooral in de wens om consequent te zijn. Naast een stevige inkadering en stroomlijning van het binnenkomen van mensen die asiel vragen, is ook het consequent doorzetten van vertrek van degenen die niet mogen blijven van belang. Het is een duidelijk signaal aan de mensen die zich niet meer in de procedure ophouden en in de illegaliteit verblijven. Illegaal verblijf mag niet; daar zijn we het over eens. Niemand kan beweren dat illegaal toch maar legaal moet zijn. Het is niet gewenst, en dus moeten we daar in principe tegen optreden.

Nu is de vraag hoe we dat doen. Doen we dat proportioneel of doen we dat met de knoet? Hoe steek je een instrument op de beste manier in elkaar als signaal, met afschrikwekkende werking en een effectieve aanpak? In het regeerakkoord zijn daar afspraken over gemaakt. De strafbaarstelling van illegaliteit moet worden gezien als een onderdeel van een samenhangend pakket aan maatregelen om illegaal verblijf tegen te gaan en te ontmoedigen. Daar speelt de Europese ontwikkeling in mee met de Terugkeerrichtijn. Die heeft ook een ontmoedigend effect en maakt duidelijk dat we op Europees niveau afspraken maken onder welke condities mensen moeten terugkeren.

Naar mijn overtuiging is het meer dan een signaal en meer dan symboliek. Het is effectief, waarbij ik streef naar proportionaliteit. Het moet een instrument zijn dat evenwichtig is.

Er gaat een signaalfunctie van de strafbaarstelling uit. Onrechtmatig verblijf wordt beschouwd als een serieuze inbreuk op de openbare orde, die door bestraffing moet worden hersteld. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat het strafbaar stellen ook een preventieve werking heeft. We geven de boodschap dat onrechtmatig verblijf niet wordt getolereerd, en wordt bestraft. Daarmee krijgen vreemdelingen het signaal dat het niet verstandig is om zich illegaal in Nederland te vestigen. Als je illegaliteit strafbaar stelt, beoogt dat ook een afschrikwekkende werking te hebben. Dan moeten de pakkans en de strafmaat behoorlijk zijn. Aandachtspunt is het zoeken van een uitvoering die de organisatie niet zodanig belast dat het middel erger is dan de kwaal, en die tot niets leidt. De uitwerking zoals het kabinet die voorstelt is redelijk en proportioneel.

Ik probeer kort uit te leggen wat de kernelementen van illegaliteit zijn. De strafbaarstelling van illegaliteit is geen doel op zich, maar een voorwaarde voor een consequent beleid. Illegaal verblijf mag niet en is in strijd met de regels. Diegenen die dat doen verblijven tegen de regels in en zadelen de Nederlandse samenleving op met problemen. Het is een duidelijk signaal dat we dit niet zullen accepteren. Ik geef de commissie in overweging dat andere landen om ons heen dit al hebben geregeld. Zowel België en Duitsland, als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben een maatregel waarbij illegaal verblijf strafbaar is. Nederland had dat nog niet. Dit leidde ertoe dat veel mensenhandelaren daar juist gebruik van maakten in het verkopen van de bestemming Nederland: het maakt niet uit als je uiteindelijk geen asielvergunning krijgt, illegaal zijn is niet strafbaar in Nederland. Dat is een verkeerde werking, en dus willen we dat aanpakken.

Er is heel wat voor te zeggen om de strafmaat stevig te maken, zodat de afschrikkende werking groot is. Ik heb ervoor gepleit om het proportioneel te houden. De strafmaat wordt gekwalificeerd als overtreding. Dat past naar mijn mening bij de ernst van het feit in vergelijking met verblijf in weerwil van het inreisverbod. Dat past ook in de uitwerking die we hebben gekozen. Ik verwijs naar de motie-Knops/Van der Staaij, waarin is aangedrongen op het niet medeplichtig zijn bij het bieden van humanitaire hulp of ondersteuning aan illegalen. Kerken die hulp bieden aan illegalen worden niet strafbaar gesteld, ook straks als dit wetsvoorstel is geïmplementeerd. Ik zeg daarmee niet tegen kerken dat ze er verder mee moeten gaan. Dat vind ik een verkeerd signaal. Ik zou liever willen dat de kerken samen zoeken naar mogelijkheden om mensen te bewegen om te vertrekken en ze te helpen bij dat vertrek. Ik ben hierover met hen in overleg. Het gaat niet aan de schone schijn op te houden dat het mogelijk is te blijven door asielzoekers voorzieningen aan te bieden.

De heer Dibi (GroenLinks): Laten we over een ding eerlijk zijn. Eigenlijk zit niemand te wachten op de strafbaarstelling van illegaliteit. De minister niet, de ambtenaren niet, de politieke partijen niet. Het draagvlak komt van de PVV en de VVD. Dat is de reden waarom nu gezocht wordt naar argumenten om de maatregel toch te verkopen. Ik waardeer dat de minister zijn best hiervoor doet. Ik begrijp niet wat hij zegt als hij spreekt over het uitstralen van een signaal naar de samenleving en naar asielzoekers, als hij in de volgende zin zegt dat kerken worden uitgesloten omdat hij dat signaal ook wil afgeven. Welk signaal wil de minister nu afgeven? Ik snap het niet meer.

Minister Leers: Volgens mij haalt de heer Dibi een paar zaken door elkaar. Het is onjuist te stellen dat niemand erop zit te wachten. Het is een redelijke maatregel, die proportioneel is en onderdeel uitmaakt van het totale pakket waar ik het over had. Het is een signaal voor de illegaal. Hij moet weten dat illegaal zijn niet zomaar wordt getolereerd en dat het strafbaar is. Vervolgens zeg ik wel dat het te ver gaat om mensen die uit medemenselijkheid een illegaal hulp bieden, onderdak bieden of de ernstigste noden willen lenigen, strafbaar te stellen vanwege hun medeplichtigheid aan die illegaliteit. Dat is niet proportioneel. Daarom is deze uitwerking gekozen. De sanctie op illegaliteit in de vorm van een misdrijf, staat inderdaad haaks op de Terugkeerrichtlijn en de intentie dat mensen juist teruggaan naar het land van herkomst. Er zijn dus verschillende argumenten waarom de proportionaliteit uit dit wetsvoorstel de juiste is.

De heer Dibi (GroenLinks): Ik hoor de minister zeggen dat het beeld bij asielzoekers bestaat dat ze in Nederland illegaal mogen zijn en dat ze alles krijgen wat ze maar wensen. Nederland is de afgelopen tien jaar juist te boek komen te staan als een zeer streng immigratie- en asielland. De minister heeft daarop in zijn hoedanigheid als burgemeester felle kritiek geuit, dus laten we niet doen alsof Nederland een verwelkomende en zorgzame uitstraling heeft voor illegalen. Mijn vraag was welk signaal de minister wil uitzenden. Is dit dat illegaliteit nooit mag en strafbaar is, of zegt hij dat hij strafbaarstelling liever niet wil en gaat hij op zoek naar manieren om kerken te ontzien? De minister hinkt op twee gedachten in zijn beantwoording.

Minister Leers: Ik zie toch maar een gedachte. We geven een helder signaal, we zijn consequent, we verbinden een sanctie aan het feit dat mensen hier illegaal zijn. Daarbij houden we de proportionaliteit in de gaten. Nederland is beslist niet harder geworden. Nederland is een land waar ook illegalen via het koppelingsbeginsel nog steeds recht hebben op onderwijs en medische zorg. Dat is een groot goed en dat zullen we behouden. De stelling van de heer Dibi dat Nederland op dit punt is afgezakt en een slecht voorbeeld is, deel ik niet.

De heer Dibi (GroenLinks): Ik wil niet dat de minister mij woorden in de mond legt. Ik heb gezegd dat Nederland de afgelopen tien jaar, mede door maatregelen van verschillende kabinetten, te boek is komen te staan als een streng immigratieland. Wij zijn na Denemarken het meest strenge land in Europa. Dat hoeft niet per se slecht te zijn, maar de minister wekt de indruk dat asielzoekers het gevoel hebben dat Nederland een soort Walhalla is, waar ze alles maar kunnen krijgen. Dat is niet het geval.

Minister Leers: Daar verschillen we misschien van mening over. Er zijn ontzettend veel mensen die onder het mom van een asielaanvraag naar Nederland komen, juist vanwege de positieve kansen die men hier denkt te krijgen en vanwege het feit dat men graag gebruik wil maken van de voorzieningen die wij in Nederland hebben. Dat is het probleem waarbij we een strenge selectie moeten maken tussen de echte asielzoeker en de economische migrant, die hier naar toe komt om gebruik te maken van de voorzieningen. Ik sta daar voor en vind dat ons beleid streng en rechtvaardig moet zijn. Dat ziet de Kamer terug in de proportionaliteitsafweging zoals het kabinet die heeft gemaakt.

De heer Voordewind (ChristenUnie): We zullen hierover uitgebreid spreken bij de behandeling van het wetsvoorstel. Als de minister zegt dat het hem om de signaalwerking gaat, en niet zozeer om de strafbaarstelling, vraag ik hem waarom hij de controle niet gewoon verscherpt. Elke illegaal moet zijn identiteitsbewijs laten zien. Op het moment dat hij niet kan aantonen dat hij hier legaal verblijft, kan de minister ook bij de bestaande wetgeving de man of de vrouw oppakken en uitzetten. De minister zegt dat het hem gaat om het bestrijden van de problemen die illegalen veroorzaken. Ook dat kan hij aanpakken met de bestaande wetgeving. Daar heeft hij de steun van de ChristenUnie voor. Dat hebben we in het vorige kabinet ook bepleit. Het strafbaar stellen van illegaliteit blijft signaalwerking en symboolwetgeving. Zelfs de voorzitter van de ACVZ zegt dat we hier in principe niets mee oplossen. Het signaal kunnen we nu al afgeven door strenger te controleren. Waarom kiest de minister niet voor die route?

Minister Leers: Ik dank de heer Voordewind voor zijn opmerking, maar ik heb vier punten genoemd: de signaalfunctie, de preventieve werking, de afschrikkende werking en de effectievere aanpak. Het oppakken van illegalen die niet strafbaar zijn heeft geen enkele zin. Omdat ze niet strafbaar zijn, kunnen ze de volgende dag met onbekende bestemming vertrekken. Het gaat er juist om dit effectiever te laten zijn. Daar hebben we de strafmaat voor nodig.

De heer Voordewind (ChristenUnie): De minister kan al wel illegalen oppakken, want hij kan ze uitzetten omdat ze illegaal zijn. Als je een illegaal strafbaar maakt, kan de minister daar natuurlijk prima een boete tegenover zetten. Dat helpt niets om de illegaal uit te zetten, wat toch het uiteindelijke doel van de minister is. Tegelijkertijd kan de illegaal op geen enkele wijze die boete betalen, dus het leidt alleen maar tot administratieve lasten.

Minister Leers: Ik heb net gezegd dat behalve de signaalfunctie en de preventieve werking, er ook een concrete effectieve aanpak moet zijn. Daarvoor is die boete, die strafbaarstelling van illegaliteit, het instrument. Het zou naar mijn gevoel zeer onrechtvaardig zijn als we voor degenen die wel in beeld zijn en die aan het eind van een procedure zijn, in het kader van de Terugkeerrichtlijn wel een strafmaat hebben. Als we iemand niet in beeld hebben mag hij rustig blijven zitten. Dat is totaal onevenwichtig. De Kamer moet het in die samenhang zien.

Mevrouw Vermeij (PvdA): Ik ga hier toch nog even op door, want ook mij viel op dat de minister allemaal termen gebruikt die onder die ene noemer van het signaal vallen. Hij noemt het woord niet voor niets in zijn betoog. Ik probeer goed te luisteren naar wat hij zegt, maar waarom zou dit middel effectief zijn? Waar blijkt dat uit? Wat zouden de effecten hiervan zijn? Naar onze informatie zijn die echt zeer beperkt. De minister noemt ook de relatie tot barmhartigheid en kerken, maar er is nog een andere categorie. Door de strafbaarstelling criminaliseer je ook anderszins kwetsbare groepen. We hebben te maken met kinderen, we hebben te maken met zieke mensen. Hoe denkt de minister over die keerzijde? Dat wil hij toch ook niet?

Minister Leers: Wat die laatste categorie betreft geldt «illegaal is illegaal». Dus moeten we daar consequent in zijn. Ik heb in de uitwerking aangegeven dat het enige onderscheid dat ik wil maken het onderscheid tussen kinderen en ouders is. Dat vind ik belangrijk, omdat kinderen niet de dupe mogen worden van de beslissingen die hun ouders nemen. Dus zal de Kamer zien dat kinderen in de uitwerking niet strafbaar worden gesteld. Die afweging heb ik ook gemaakt in het kader van de proportionaliteit. Blijft staan dat iemand die illegaal is, aangepakt moet worden. Ik vind de huidige situatie oneerlijk. Uitgeprocedeerden en illegalen moeten op dezelfde manier worden gesanctioneerd met het effectueren van de uitzetting. Dat is wat ons voor ogen staat. Iemand die illegaal is hoort hier niet en moet terug naar het land van herkomst. Hij wordt meteen in detentie geplaatst ter fine van de uitzetting. Dat is de consequentie die aan de orde is.

Mevrouw Vermeij (PvdA): Maar het punt dat diverse leden maken blijft bestaan. Het kan nu al. Ik voel hier een dreigend juridisch moeras, waarbij we instanties gaan uitsluiten die uit goede wil mensen helpen. We sluiten kinderen uit, maar ouders niet. Ik moet er niet aan denken wat er allemaal kan gebeuren. Dit is een beetje vooruitlopen op het wetsvoorstel, maar ik voorzie vele amendementen en een drastische verbouwing van het voorstel. Het liefste hebben wij het voorstel helemaal van tafel. Dat begrijpt de minister.

Minister Leers: Er zijn voor- en tegenstanders. Mevrouw Vermeij is het er niet mee eens, waarvan akte. Ik probeer te luisteren naar haar argumenten. Wij ontwikkelen instrumenten om de aanpak van illegaal verblijf zo effectief mogelijk te maken. Dat zijn behalve de bestuursrechtelijke instrumenten, waarvan mevrouw Vermeij zegt dat die er al zijn, een aantal strafrechtelijke argumenten. Wij willen een einde maken aan de aanwezigheid van illegalen. Wij doen dat om de geloofwaardigheid van onze asiel- en migrantenaanpak niet langer te ondermijnen. Daar zit de kern. Er zijn zoveel mensen die het, als het niet via de weg van de normale procedures kan, proberen door illegaal te zijn in de Nederlandse samenleving. Dat is een verkeerde ontwikkeling. Het is ondermijnend voor de samenleving en leidt tot misbruik van deze kwetsbare groep. Ik kan dan twee dingen doen. Ik kan degenen die misbruik maken van die groep aanpakken. Dat doen we keihard. Ik kan ook voorkomen dat die groep gaat bestaan. Daarom is dit instrument noodzakelijk en daarom geloof ik in deze aanpak. Voorwaarde is dat de aanpak proportioneel is. Daar probeer ik de commissie van te overtuigen.

Het gaat erom dat we behalve de mensen die in procedure zitten, ook de illegalen via de strafbaarstelling moeten kunnen aanpakken. Er is veel gedoe ontstaan of strafbaarstelling wel of niet mag, mede naar aanleiding van de brief van Eurocommissaris Malmström. Zij verwijst naar het El Dridi-arrest van het Europees Hof. De heer Dibi haalde het ook aan. Eurocommissaris Malmström gaat op geen enkele wijze in op het Nederlandse voorstel. Dat kende ze nog helemaal niet; zij sprak in algemene zin. Ik heb haar daarnaar gevraagd. Zij snapte de commotie eigenlijk niet. Zij heeft in algemene zin aangegeven dat het niet zo mag zijn dat de implementatie van de Terugkeerrichtlijn leidt tot een strafbaarstelling, waardoor mensen niet teruggaan maar juist in de gevangenis komen. Dan gaat het nuttig effect van de Terugkeerrichtlijn verloren. Het moet nooit zo zijn dat een maatregel, de strafbaarstelling van illegaliteit of de sanctionering van het inreisverbod, een averechts effect heeft op de bedoeling die we hebben. Doel is zorgen dat de betreffende personen teruggaan. Daar gaat het El Dridi-proces ook over. In Italië werd een gevangenisstraf gesteld op het niet naleven van het overheidsbevel het land te verlaten. Die straf werd door het kabinet gesteld op een jaar. Daarvan hebben de Europese Commissie en het Europees Hof gezegd dat het niet acceptabel is. Dit is wat wij ter harte hebben genomen en waarom we zeggen dat vertrek altijd voor sanctionering gaat. Zowel ten aanzien van de Terugkeerrichtlijn als ten aanzien van de strafbaarstelling zal de Kamer zien dat als de mogelijkheid van vertrek aanwezig is, deze altijd prioriteit krijgt. De bestraffing van het inreisverbod is daarom voorzien in de vorm van een overtreding met een geldboete als sanctie. De strafbaarstelling van illegaliteit is ook een overtreding van de tweede categorie. Er is geen sprake van een gevangenisstraf, maar van een geldboete. Als de betreffende persoon terug kan, gaat dat voor. De Kamer kan dit lezen in de uitwerking van het advies van de Raad van State.

De heer Dibi (GroenLinks): Het Europees Hof heeft gezegd dat het kabinet geen gevangenisstraf kan koppelen aan illegaal verblijf. De minister heeft daar een slimme omweg voor gevonden, door er een overtreding van te maken waar een geldboete op staat. Daar kan het Europees Hof in een later stadium over oordelen. In mijn ogen maakt de minister een uitzondering voor kerken. Ik neem aan dat die ook geldt voor moskeeën. Asielzoekers gaan dat zien als toevluchtsoorden. Vervolgens wil de politie iets doen, maar de kerken en moskeeën zijn niet strafbaar. Hoe ziet de minister dit in de praktijk voor zich?

Minister Leers: Ik vraag de heer Dibi straks het wetsvoorstel te lezen. Dan zal hij zien dat de sanctionering van de strafbaarstelling illegaliteit is voorzien in de vorm van een overtreding. Aan een overtreding ben je niet medeplichtig. Dat zou wel het geval zijn, als de strafbaarstelling van illegaliteit was voorzien in de vorm van een misdrijf. De discussie over de Terugkeerrichtlijn en de opmerkingen daarover van de Europese Commissie gaan helemaal niet over de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Die gaan over het inreisverbod. Stel er is iemand die is uitgeprocedeerd. Zo iemand krijgt aan het eind van zijn procedure een vertrektermijn. Die kan variëren van 0 tot 28 dagen. Dat heet het terugkeerbesluit. Het is een nieuw begrip, dat de Europese Commissie in het kader van de Terugkeerrichtlijn heeft geïntroduceerd. Houdt diegene zich niet aan het terugkeerbesluit en is hij na 28 dagen nog hier, dan krijgt hij een inreisverbod. Overtreedt hij vervolgens het inreisverbod, dan is hij strafbaar. Dat is een concrete invoering van een strafbaarstelling, ook op advies van de Raad van State. Zij heeft aangegeven dat wij dit moeten doen in verband met gemeenschapstrouw en om het nuttig effect van de Terugkeerrichtlijn te bevorderen. Als je nadat je een terugkeerbesluit hebt gehad het inreisverbod overtreedt, word je strafbaar. Daarnaast hebben we een aantal mensen, dat niet in procedure is. Die zijn illegaal en zitten ergens. Het is zo onrechtvaardig om degenen die in procedure zitten consequent en flink aan te pakken, maar degenen die zich illegaal verstopt hebben te laten voor wat het is. Dus wordt de illegaal strafbaar gesteld.

Hoe gaan we dit doen? Als zo iemand wordt opgepakt, is hij strafbaar vanwege het feit dat hij illegaal is. Daar krijgt hij een boete voor. Hij wordt vervolgens in detentie geplaatst ten behoeve van de uitzetting en krijgt ter plekke een inreisverbod uitgereikt, met een vertrektermijn van nul dagen. Hij moet meteen weg. Als hij dat niet doet, overtreedt hij het inreisverbod. Dat vergrijp is van een hogere orde dan de strafbaarstelling. Er is goed over nagedacht en een proportionele afweging gemaakt. Kerken en personen die helpen zijn niet strafbaar, kinderen ook niet.

De heer Dibi (GroenLinks): De minister heeft tijdens de onderhandelingen over het regeer- en gedoogakkoord de strafbaarstelling van illegaliteit genoteerd. Hij was er misschien zelf niet bij, maar zijn partijgenoten hebben dit opgeschreven omdat de PVV het graag in het gedoogakkoord wilde zien. Vervolgens is dit krabbeltje in het gedoogakkoord ingehaald door de Europese werkelijkheid en door de nationale werkelijkheid, en moet de minister zich op allerlei mogelijke manieren in bochten wringen om er nog iets van te maken. Wat je ziet is dat de minister het langzaam uitkleedt. Dat waardeer ik, maar vindt hij het niet heel jammer van zijn tijd, dat er zoveel tijd moet worden besteed aan iets wat eigenlijk allang kan? Ik vind de aandacht voor illegaal verblijf heel belangrijk. Zou de minister niet veel beter zijn tijd kunnen steken in maatregelen die effectief zijn, in plaats van in dit soort symboolpolitiek dat alleen de aandacht afleidt van waar we het over zouden moeten hebben?

Minister Leers: Nee, ik vind het helemaal niet zonde van mijn tijd. Ik vind dit debat met de commissie ontzettend belangrijk. In deze Kamer kunnen we vaststellen dat er een grote mate van overeenstemming is om de procedures snel te maken en consequent te zijn als iemand weggaat. We weten allemaal dat tussen de leer en de praktijk grote verschillen zijn. Er is niet voor niets discussie over allerlei discretionaire verzoeken, waarbij mensen in een schrijnende situatie een beroep op mij doen. Er zitten altijd lastige gevallen tussen. Het is nog niet zo simpel om tussen binnenkomen en vertrek zomaar een oplossing te hebben, ook al omdat veel asielzoekers tot het einde zullen gaan om hun verblijf te continueren. Er zijn veel asielzoekers die uiteindelijk geen status krijgen en met onbekende bestemming vertrekken. Dat vind ik een verkeerde ontwikkeling. Ik wil niet de aanzuigende werking hebben dat mensen denken dat dit in Nederland mag. Het speelt een rol in hun overwegingen om in te gaan op het aanbod van mensenhandelaren. Dat grieft mij nog het meest. Er zijn zoveel mensen die huis en haard verkopen om zo'n mensenhandelaar te kunnen betalen, om vervolgens hier te komen en volkomen ontgoocheld binnen zoveel dagen terug te moeten. Daar zit ik geweldig mee in mijn maag. Ik probeer een heldere en duidelijke signaalfunctie te maken, die tegelijkertijd tot een effectieve aanpak leidt. Wij maken daarmee duidelijk dat illegaliteit hier niet wordt getolereerd.

Mevrouw Gesthuizen (SP): We hebben dit debat al een aantal keren gevoerd. We gaan het nog een keer helemaal overdoen, grondiger en op basis van meer informatie. De discussie zo beluisterend komen er bij mij ook weer vragen boven. Ik werd getriggerd door de opmerking van de minister over de overtreffende trap van het overtreden van het inreisverbod. Ik weet even niet hoeveel ernstiger dat is. Is dat iets dat we wel kwalificeren als een misdrijf? Nee? Ik ga er dus vanuit dat de minister bedoelt dat iemand met zo'n inreisverbod dan ook direct in detentie zit en dus ook niet vrij kan komen. Mocht dat wel het geval zijn, dan is het ook dan niet strafbaar voor degenen die de illegaal op dat moment helpen.

Minister Leers: Ik kom hier bij de discussie over de implementatie van de Terugkeerrichtlijn en de strafbaarstelling van illegaliteit zeker op terug. Ik zal een overzicht maken hoe beide routes op elkaar aansluiten. Dat krijgt de Kamer van mij. De kern is dat het beide boetes zijn van de tweede categorie. De hoogte van de strafmaat moet worden vastgesteld door de commissie van het OM. Daar ga ik niet over.

Er zijn mensen die als illegaal in Nederland verblijven en mensen die aan het eind van hun procedure zitten. Beide overtredingen worden gesanctioneerd. Illegaal is overtreding tweede categorie met een bepaald boetebedrag. Als je toch hardleers bent en je blijft doorgaan en je komt weer terug, ondanks het feit dat je een inreisverbod hebt, dan moet de straf hoger zijn. Die moet effectiever zijn en steviger. Dit zal blijken uit het verschil in hoogte van de boete die wordt opgelegd.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik probeer met de minister mee te denken. Ik zie de complexiteit van het tegengaan van illegaliteit. De inzet van de minister is om mensen uiteindelijk uit te zetten. Daarvoor heeft hij een boete bedacht, zowel voor de mensen die uitgeprocedeerd zijn en een inreisverbod krijgen, als voor illegalen. Veel van die mensen zullen niet in staat zijn de boete te betalen. Dan volgt detentie. Dat betekent dat we veel mensen in de gevangenissen kunnen krijgen. Dan schiet de minister zijn doel weer voorbij, want hij wil ze juist op dag 1 uitzetten. Als ze in de gevangenis zitten kan dat niet. Vooral als het een hoge boete is, kunnen ze nog wel eens een tijdje in de gevangenis zitten. Dat levert voor ons extra kosten op. Bovendien willen we de gevangenissen juist beschikbaar hebben voor criminelen. Ik probeer met de minister mee te denken, maar ik zie ook allerlei dilemma's die niet bijdragen aan zijn doelstelling.

Minister Leers: Het is een terecht punt, dat we zeker bij de plenaire behandeling zullen bespreken. Iemand die een boete krijgt en die niet betaalt, kan een vervangende gevangenisstraf krijgen. Telkens moet de eerste afweging zijn of uitzetting mogelijk is. Ik vraag de Kamer die afweging voor ogen te houden. Uitzetting gaat voor boete. Degenen die uitgezet kunnen worden, zullen wij niet in de gevangenis zetten. Dat zou contraproductief zijn voor het doel wat we willen bereiken.

De boete blijft overigens vijf jaar bestaan. Als zo iemand na uitzetting ooit terugkomt, is dezelfde boete er nog. Daar zijn wettelijke regelingen voor. We doen alsof veel illegalen geen geld hebben, maar er zijn er voldoende met veel geld. Als hij vervolgens de boete niet kan betalen en er is sprake van vervangende gevangenisstraf, geldt steeds opnieuw de afweging of de illegaal uitzetbaar is of niet.

De heer Voordewind (ChristenUnie): De minister zegt dat er veel rijke illegalen zijn. Als ze rijke illegaal zijn, gebruiken ze hun geld volgens mij juist niet om hier illegaal te zijn. Ik weet niet welke feiten de minister daarvoor heeft. De illegalen die ik heb gesproken waren straatarm, juist omdat ze niet mochten werken en geen legale activiteiten mochten verrichten. De minister stelt dat uitzetting gaat boven beboeten in geval van gevangenisstraf. Ik begrijp de afschrikkende werking. Ik vraag me wel af waarom de minister de strafbaarstelling nodig heeft als hij de boete waarschijnlijk toch niet kan opleggen en de illegaal het liefst zo snel mogelijk wil uitzetten. Dan kunnen we die schakel er net zo goed uit halen, afgezien van het feit dat de minister zegt dat er een afschrikwekkende werking van moet uitgaan. De voorzitter van de ACVZ zegt dat het symboolpolitiek is. De minister kan beter zeggen dat we vanaf nu veel strenger gaan controleren. De illegaal die in de tram gepakt wordt zonder paspoort, moet meteen weg.

Minister Leers: We wisselen steeds dezelfde argumenten uit. Ik heb vier redenen genoemd waarom het kabinet de illegaliteit strafbaar wil stellen. Het is niet alleen symboolpolitiek. Het is ook het terugdringen van illegaliteit en van de aanzuigende werking van het feit dat het in Nederland niet strafbaar is om illegaal te zijn. Het is dus preventief. Het is ook de effectiviteit die een rol speelt. Je kunt mensen aanpakken omdat ze een overtreding hebben gepleegd. Dat alles maakt dat het kabinet dit instrument proportioneel inzet. Ik ben ervan overtuigd dat het straks goed werkt.

Dit is een mooi bruggetje naar de vragen over de kosten. Deze vragen zijn zeer terecht. Het is een maatregel die nog moet worden uitgevoerd, waarbij de Vreemdelingenpolitie een rol krijgt en waarmee grote kosten zijn gemoeid. Over de financiële consequenties gaan we uitgebreid praten bij de plenaire behandeling. Op dit moment worden alle kosten die deel uit gaan maken van de implementatie van het wetsvoorstel voor strafbaarstelling van illegaal verblijf in beeld gebracht, ook die van het ministerie van Veiligheid en Justitie (V en J). Het uitgangspunt is dat strafbaarstelling van illegaliteit niet gaat leiden tot een grote toename van nieuwe uitvoerende handelingen en betrokken overheidsdiensten. Als de Kamerleden goed lezen, staat in het regeerakkoord ook dat de effectuering zich vooral richt op de criminele en overlastgevende illegalen. Wij gaan geen grote jacht voeren op illegalen, we gaan niet in acties huizen binnen of markten over. Dat punt moet helder zijn. De inzet is met name aan te sluiten bij de strijd tegen criminele en overlastgevende illegalen, die reeds door de Vreemdelingenpolitie zijn geprioriteerd in het kader van de Aanpak van illegaal verblijf. De bijbehorende investeringen zijn daarin al voorzien. Ik ga ervan uit dat de kosten van deze invoering niet buitensporig zijn en zal dit met cijfers onderbouwen.

Mevrouw Vermeij (PvdA): Ik luister goed naar de minister. Ik hoop dat hij hierbij toezegt dat hij met een onderzoek komt en dat onderzoek naar de Kamer stuurt.

Minister Leers: Dat is een misverstand. Ik ga geen afzonderlijk onderzoek doen. De Kamer krijgt het vraagpunt van de kosten in brede zin bij het wetsvoorstel uitgewerkt.

Mevrouw Vermeij (PvdA): In strafbaarstelling zit meer detentie. Neemt de minister de kosten hiervan in zijn uitwerking mee? De minister zegt dat het gaat om criminele illegalen. Waarom doen we dit dan? Als je crimineel bent, ben je strafbaar. Dat was gisteren zo, dat is vandaag zo en dat is morgen zo.

Minister Leers: Ik moet altijd zorgvuldig zijn. Opsporing en handhaving zoals dat in het regeerakkoord gaat, wordt voornamelijk ingezet op criminele en overlastgevende illegalen. De strafbaarstelling van illegaliteit is niet meteen bedoeld om grote acties in het land op te tuigen. De handhaving zullen we uiteraard wel ter hand nemen. Het zou te gek voor woorden zijn als de politie weet van illegaliteit en daar niet op handhaaft. Ik wil het woord razzia niet gebruiken, want dat roept heel andere associaties op. De commissie weet wat ik bedoel. Het is niet de bedoeling een enorme jacht te maken op mensen. We blijven een fatsoenlijk land, maar we maken wel helder dat illegaliteit niet gewenst is en niet wordt getolereerd. Alle kosten worden in kaart gebracht, ook de kosten van detentie.

We krijgen bij de uitwerking ook de relatie met en de inbedding in de prioritering van de nationale politie. Hoe gaan we het vreemdelingentoezicht op dit punt versterken? De uitwerking daarvan is richting de kwartiermakers al duidelijk gemaakt. De Vreemdelingenpolitie is de instantie met de gespecialiseerde taak. De normale politie krijgt de opdracht daar waar in de handhaving illegaliteit aan de orde is, actief op te sporen. De Kamer ontvangt deze uitwerking ook.

Mede naar aanleiding van de opmerkingen van de commissieleden heb ik vastgesteld dat veel fraude wordt gepleegd door Somalische vluchtelingen. De aanpak hiervan is inderdaad door mijn voorganger ingezet. Naar aanleiding van vingertopmutilatie en het opsommen van allerlei gezinsleden die uiteindelijk geen gezinsleden bleken te zijn, is besloten dat we dit niet kunnen tolereren en dat we dit scherper gaan aanpakken. Het heeft ertoe geleid dat een stevige aanpak is uitgerold. De vraag is nu of die niet te stevig is. Slaan we op een aantal punten niet door? De commissieleden vragen zich af of het nu niet te moeilijk wordt om te bewijzen dat je gezinslid bent. Ik heb ook de brief van VluchtelingenWerk Nederland gelezen. Als de aanpak buitenproportioneel zou zijn, ben ik bereid daar nog eens naar te kijken. Ik vind het onterecht als jonge kinderen die tot een gezin behoren, niet de kans hebben conform artikel 8 EVRM tot gezinshereniging te komen.

Er zijn twee eisen die we steeds hebben gesteld. We willen het gezin herstellen in de omvang en de situatie zoals die was voor de binnenkomst. Daarbij moeten het wel de echte biologische kinderen zijn, en niet neefjes of nichtjes. Het is eerlijk om goed te bekijken hoe het precies zit met kinderen die worden opgegeven als behorend bij het gezin, maar er eerst niet bij hoorden. Ik vind dat niet meer dan terecht. De samenstelling van het gezin voor de inreis in Nederland is voor ons maatgevend. De biologische band moet goed worden vastgesteld. Dat betekent dat we consequent en reëel zijn. Het is beslist niet zo dat we alle aanvragen afwijzen. DNA-onderzoek kan uitsluitsel geven over de biologische band. Ik sluit niet uit dat we dat kunnen gaan doen, maar over kosten gesproken: dit is echt tijdrovend en kostenverhogend. Daar waar we dit op een andere manier kunnen doen, zullen we dat doen. In twijfelgevallen zeg ik toe dat dit instrument ingezet kan worden, maar inzet is echt uitzonderlijk. Van tevoren moet vastgesteld zijn dat het gezin zoals dat oorspronkelijk bestond, ook het gezin is waar we het over hebben.

Als de vreemdeling de aanvraag niet binnen drie maanden indient, kan hij niet meer in aanmerking komen voor nareis. Soms zijn gezinsleden zoek, dan wordt de nareis onmogelijk. Er is geen sprake van dat mensen buiten de boot zouden vallen, omdat de IND de aanvragen later dan drie maanden van een beslissing voorziet. Alles wat binnen de drie maanden wordt genoemd, wordt door hen behandeld en beschouwd als een aanvraag die binnen die termijn is gedaan.

De heer Knops vroeg naar de effecten van de uitspraak van het EHRM over Somalië. Dat is een zaak over het nieuwe beleid van het Verenigd Koninkrijk. De uitspraak van het Hof was van eind juni en eind augustus. Ik heb de Kamer over de beleidsconsequenties daarvan uitvoerig geïnformeerd. Ik heb de afgelopen dagen ook met onze rechter bij het Europees Hof over deze zaak gesproken. We zijn zeer benieuwd wat het Verenigd Koninkrijk-arrest gaat opleveren. Het is in Somalië niet makkelijk en dit is een heel moeilijke zaak. Volgens mij hebben we een evenwichtig beleid waarin uitzonderingen voor bijvoorbeeld Noord-Somalië wel tot de mogelijkheden behoren, onder bepaalde condities. Dat heb ik de Kamer per brief al laten weten.

De fraudeaanpak is niet alleen voor de Somaliërs. De beleidsmaatregelen uit mijn brief gelden voor alle nationaliteiten. We weten wel dat in Somalische zaken fraude aanzienlijk vaker voorkomt, dus pakken we dit op. De heer Fritsma vindt het goed dat we dit doen, zeker bij de nieuwe inreizenden. Maar er zijn ook veel Somaliërs die al eerder naar Nederland kwamen. We gaan gaandeweg die groep nog eens doorakkeren. We zullen een aantal tijdelijke verblijfsvergunningen moeten omzetten in definitieve. Dat is het moment om dezelfde aanpak van fraude toe te passen op de mensen die al langer hier verblijven. We zetten dit beleid stevig door, zodat uiteindelijk de gehele groep aan de orde komt.

De Partij van de Arbeid had nog een vraag over een uitspraak van het Haagse Hof.

Mevrouw Vermeij (PvdA): Die ging over de vier Congolese getuigen die vastzitten in Scheveningen. Het Internationaal Hof heeft gezegd dat ze toegelaten moeten worden tot de asielprocedure, omdat terugkeer extreem gevaarlijk is. De IND heeft anders besloten.

Minister Leers: Ik kan mevrouw Vermeij garanderen dat het verzoek van de gedetineerde personen bij het Internationaal Strafhof zorgvuldig individueel en inhoudelijk zal worden behandeld. Dit is altijd de insteek. We zijn nog niet tot een definitieve conclusie gekomen. Wat lastig is in deze situatie, is dat deze personen in de United Nations Detention Unit (UNDU) zitten. Dat is formeel niet op Nederlands grondgebied, waardoor de Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing is. Dit formele juridische punt doet niet af aan mijn voornemen om hier zeer zorgvuldig mee om te gaan. Nederland wordt vanwege het feit dat het Hof hier is, geconfronteerd met de vraag of we deze mensen willen opnemen. Eigenlijk moet het Hof eerst zijn uitspraak doen. Ik zal de juridische haken en ogen zorgvuldig bezien.

De aanscherping van de glijdende schaal is bedoeld om de criminaliteit onder vreemdelingen terug te dringen. Deze bestaat uit vier onderdelen. Als eerste geven we lik-op-stukbeleid voor de eerste drie jaren van verblijf. Mensen moeten weten dat ze zich aan de regels moeten houden. Als zij een misdrijf plegen, kan dit worden tegengeworpen. Ten tweede wordt de glijdende schaal aangepast voor de degenen die niet onder de regeling voor veelplegers vallen en die niet onder de regels voor zware misdrijven vallen. Bij de vorige aanscherping van de glijdende schaal zijn deze categorieën aangepakt. Met de nieuwe aanscherping worden ook gewone misdrijven aangescherpt. Ten derde wordt de definitie van veelplegers aangepast, zoals die in het kader van het moderne migratiebeleid is ingevoerd. Als veelpleger worden aangemerkt personen die hetzij ten minste vijf misdrijven hebben gepleegd, hetzij in de eerste twee jaar ten minste drie misdrijven hebben gepleegd. Met deze wijziging wordt de norm voor de toepassing van de schaal voor veelplegers gesteld op drie misdrijven, ongeacht de verblijfstermijn. Dit is behalve een aanscherping ook een lichte administratieve vereenvoudiging van de regel. Ten vierde komen de eindtermijnen van de glijdende schalen te vervallen, waardoor ook na een verblijf van meer dan twintig jaar bij zeer ernstige misdrijven de glijdende schaal kan worden toegepast. Dit is van belang, omdat de regeling soms geen recht deed aan het rechtsgevoel. Soms bestond ondanks een lange verblijfsperiode behoefte om voortzetting van het verblijf te ontzeggen, bijvoorbeeld bij misdrijven die de rechtsorde schokken. Het voorstel met deze vier elementen ligt bij de Raad van State en zal daarna bij de Kamer worden ingediend.

De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. Ik dank de minister voor de gegeven antwoorden. Strafbaarstelling van illegaal verblijf is gewoon gezond verstand. Mensen houden zich niet aan de regels en daar hoort een sanctie op te staan. Als ik mijn collega's van de linkse partijen hoor, ben ik blij dat het vreemdelingenbeleid niet in linkse handen is. Kennelijk moeten we dan goedvinden dat mensen zich niet aan de regels houden. Ik heb echt heel rare dingen gehoord. We moeten illegalen vluchtelingen noemen, ook al heeft de rechter bepaald dat het geen echte vluchtelingen zijn. Als de rechter zegt dat ze terug moeten keren naar het land van herkomst, is het geen enkel probleem om zo'n rechterlijke uitspraak in de wind te slaan. De grap van de dag vind ik dat onder aanvoering van de PvdA de kosten van de strafbaarstelling in kaart moeten worden gebracht. Toen de PVV-fractie vroeg om het in kaart brengen van de kosten van het generaal pardon van staatssecretaris Albayrak, een miljardenkwestie, gaf de PvdA niet thuis. Alle andere linkse partijen gaven ook niet thuis. Toen de PVV-fractie vroeg om het in kaart brengen van de kosten van de massa-immigratie gaf PvdA-minister Van der Laan niet thuis, want vreemdelingen mocht je immers niet langs de meetlat van de euro leggen. Maar nu gaat onder aanvoering van de PvdA een deel van de Kamer vragen om het in kaart brengen van de kosten van strafbaarstelling van illegaal verblijf. Het is de hypocrisie ten top. De minister hoeft daar wat mij betreft niet in mee te gaan. Het is trouwens totaal overbodig, omdat bij een wetsvoorstel altijd een financiële paragraaf zit. Het is goed dat de minister niet verder gaat dan dat.

Mevrouw Vermeij (PvdA): Voorzitter. Ik ben buitengewoon verheugd dat ik op steun van de PVV kan rekenen met mijn vragen, aangezien de partij onderschrijft dat het kostenaspect belangrijk is. Met betrekking tot de kosten wil ik er nog een paar vragen aan toevoegen. Het gaat erom dat we ook afwegen wat de baten zijn. Dat zit niet traditioneel bij een wetsvoorstel. Het gaat erom dat een inschatting wordt gemaakt van de te maken kosten van extra strafzaken en van veel meer detentie, afgezet tegen het instrumentarium dat we nu al hebben. Daarop wil ik een reactie van de minister horen. Ik dank de minister voor zijn antwoorden. Ik hoor hem worstelen met woorden als signaal, preventief, afschrikwekkend, proportioneel, effectief en barmhartig. Ik wil de minister in alle oprechtheid één ding meegeven. Sommige zaken zijn niet met elkaar te verenigen.

De heer Schouw (D66): Voorzitter. Eigenlijk was dit een heel verhelderend algemeen overleg, want het heeft opgeleverd dat de aanpak van het illegaal verblijf, een kernpunt uit het gedoogakkoord, stukje bij beetje wordt uitgekleed. Straks blijft er niets meer van over. Het is een prachtige fopspeen om de heer Fritsma en zijn partij bezig te houden. Ik merkte het ook in de tweede termijn van de heer Fritsma. Hij doet net alsof hij niets gehoord heeft over allerlei beperkingen en uitzonderingen die de minister neerlegt bij de aanpak van illegaal verblijf. Hij blijft geloven in zijn eigen droom. Van mij mag hij. We gaan er nog veel over spreken. Ik heb de minister goed verstaan. We hebben problemen met Europa en met het EVRM. We gaan nog eens kijken wat het allemaal kost en de minister kan erop rekenen dat D66 heel goed zal narekenen of alle kosten worden meegenomen. We zullen ook toetsen op de uitvoerbaarheid. De minister heeft duidelijk gemaakt dat we de wet moeten hebben, maar dat hij hem niet helemaal gaat uitvoeren. Hij gaat zich vooral bezighouden met criminelen. Dat kan nu al, dus waarom zouden we dan deze wet maken? Zo ontstaat één grote gedoogsituatie rondom illegalen in Nederland. We zitten niet te wachten op een wet die niet wordt uitgevoerd, maar we komen er de komende maanden fijn over te spreken. Ik voorspel alvast dat er beetje bij beetje stukjes af zullen gaan. Daar is de D66-fractie heel erg blij mee.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Over de strafbaarstelling van illegalen spreken we later verder. Mijn fractie heeft er een hard hoofd in of het allemaal uitvoerbaar is. Ik concentreer me even op de nareizende gezinsleden. Ik ben blij met de toezegging van de minister dat hij DNA-onderzoek wil gaan bekijken. Hij zegt er tegelijkertijd bij dat hij er terughoudend in is, omdat het kostbaar zou zijn. Ik wijs de minister erop dat de interviews ook heel arbeidsintensief en niet sluitend zijn, simpelweg omdat we geen ambassade in Mogadishu hebben. Het kan lang duren voordat de informatie boven water is. Bij de DNA-test is het een-op-een. Daarin zit een complicerende factor, omdat ook de vaders van Somalische kinderen toestemming moeten geven voor een DNA-test. Zo'n test kan heel snel werken en uiteindelijk kosten besparen op de langere termijn. De minister zegt dat als aanvragen binnen drie maanden worden aangemeld, ze ook worden afgehandeld. Maar ik lees dat zelfs die driemaandentermijn voor de aanmelding in sommige gevallen niet wordt gehaald, omdat de IND-medewerker door personeelstekort het dossier niet toegewezen heeft gekregen. Ik hoor graag de minister uitspreken dat dit niet de belemmering kan zijn om kinderen alsnog in procedure te nemen. Ik heb een vraag gesteld over het werken van asielzoekers. Het is een zijstapje, maar het hangt samen met de uitkering aan asielzoekers. Je zou kosten kunnen besparen als asielzoekers makkelijk kunnen gaan werken.

De heer Knops (CDA): Voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van een aantal van mijn vragen. Ik heb de indruk dat we dit debat als een soort voorwas kunnen beschouwen, en dat de hoofdwas over twee maanden of hopelijk eerder wordt gedaan. Ik heb aangegeven dat ik het zorgvuldig vind om dit bij de behandeling van het wetsvoorstel in alle details te bespreken. Het is nooit verkeerd om kosten te kennen, of ze nou voor het generaal pardon of voor strafbaarstelling van illegaliteit of voor andere zaken worden gemaakt. Het is niet verkeerd onder ogen te zien wat de effecten zijn van bepaalde maatregelen. Er zijn meer elementen die een rol spelen bij de bepaling of je uiteindelijk wel of niet instemt met een voorstel. Twee van mijn vragen zijn niet beantwoord. Dit betreft het tegengaan van misbruik van de B9-regeling en waarom het bij de illegale tewerkstelling bij de derde overtreding niet gewoon einde oefening is. Wellicht kan de minister daar nog op antwoorden.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden in eerste termijn. Ik begrijp de afweging die hij maakt rondom het DNA-onderzoek, waarbij hij zegt dat het heel kostbaar is om dit standaard uit te voeren. Het lijkt mij wel zo, dat als nareizenden en familieleden die hier in Nederland zijn er zelf om vragen, er meer dan voldoende reden is om te zeggen dat het wel zinnig zal zijn. Mensen die de boel willen beduvelen zullen zelf niet verzoeken om een DNA-onderzoek. Wellicht kan dit optioneel worden uitgevoerd. Ik krijg daarop graag een antwoord van de minister.

Ik ben niet overtuigd geraakt van de effectiviteit van het voorstel voor de strafbaarstelling van illegaliteit, ook niet in dit overleg. Ik ben wel overtuigd van de ellende die illegaliteit voor iedereen meebrengt, niet alleen voor de samenleving maar ook voor de illegalen zelf. Ik voel me op dit moment dan ook nog meer thuis bij de visie die het eigen adviesorgaan van de minister gisteren nog in de pers verkondigde: het wetsvoorstel is zeer symbolisch. Symbolen kunnen waardevol zijn, maar niet als ze voor iets staan dat niets voorstelt.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD): Voorzitter. Ik weet niet hoe vaak de anderen thuis de voorwas doen, maar normaal gesproken toch maar een keer. Ik heb het idee dat we er nu al vier keer over gesproken hebben. Ik denk dat we er nog heel vaak over zullen spreken, dus blijven we allerlei handwasjes doen. Ik dank de minister voor de beantwoording van de vragen. Ik heb ook niet op al mijn vragen antwoord gekregen. Kan de minister kort ingaan op de prioriteitsstelling bij de Vreemdelingenpolitie? Wat gaan we daarvan merken? Gaat de pakkans omhoog? Ik was blij met de uitleg dat het verscherpte fraudebeleid niet alleen bij Somaliërs wordt toegepast, maar dat dit in zijn algemeenheid geldt. Bij Somaliërs hebben we een spectaculaire teruggang in aantallen gezien. Heeft de minister iets dergelijks ook in brede zin kunnen constateren? Of was het fraudebeleid echt vooral bij de Somaliërs van toepassing en heeft de verscherping van de maatregelen bij anderen niets opgeleverd?

Minister Leers: Voorzitter. Ik dank de woordvoerders voor hun bijdragen in tweede termijn. Om aan te sluiten bij het idee van de voorwas en de hoofdwas, wil ik benadrukken dat het belangrijk is dat het schoon wordt, maar ook dat de kleuren niet vervagen. Ik hoop dat de idealen die ieder van de politieke partijen heeft overeind blijven. Dat is ook mijn inzet. Ik heb me altijd geërgerd aan instrumentalisme en aan een situatie waarin we alles op 100graden wassen en er uiteindelijk van kleur niets meer overblijft. Dat zou ik betreuren. Het is een pregnante keuze die we maken, waarbij de idealen overeind moeten blijven. Vanuit die gedachte probeer ik mee te denken in de gevoelens die er zijn en streef ik naar proportionaliteit. Het middel moet niet erger zijn dan de kwaal, maar we moeten durven ingrijpen en consequent zijn. Die afweging maak ik steeds.

Beleid moet effectief, consequent en proportioneel zijn. Dat gaat wel degelijk samen, maar is niet altijd makkelijk. Het is zoeken naar elkaar, waarbij het af en toe schuurt. We moeten daar wel een poging toe doen. Daarom vind ik dit debat goed, om te bezien waar beleid effectief, consequent en proportioneel is. De accenten liggen daarbij verschillend. De heer Fritsma wijst op consequent, mevrouw Vermeij op proportioneel. Dat zoeken verdient een open dialoog. Ik ben daarvoor in en wil kijken hoe we dat kunnen verbeteren. We wassen niet op 100 graden en behouden als het kan de kleuren.

Ik snap de stelling van de heer Fritsma dat strafbaarstelling vooral gezond verstand is. Hij wil met name het consequent zijn zien en zegt dat het moet appelleren aan het rechtsgevoel van de burger. Hoe kun je iets wat illegaal is toch accepteren en zeggen dat we dat laten gaan? De vraag is of daarbij kosten aan de orde mogen zijn. We moeten ons altijd afvragen wat de financiële consequenties zijn van een aanpak. Ik ben het daarmee eens, maar handhaven van het rechtsgevoel is een baat die ik niet meteen kan uitdrukken in euro's. Datzelfde geldt voor het voorkomen van uitbuiting van een heel kwetsbare groep. Als we met dit beleid kunnen voorkomen dat meer illegalen zich in Nederland bevinden, en daardoor minder kans lopen op uitbuiting, prostitutie et cetera, is dat een baat die niet in euro's is uit te drukken. De effecten aan de batenkant zijn dus niet precies bekend. Daarom is het lastig dat kosten voor detentie-uren en personeelsleden bij de Vreemdelingenpolitie wel in euro's worden uitgedrukt. Ik zal een poging doen om dit evenwichtig in beeld te brengen.

Ik vind het zo onrechtvaardig als we met de Terugkeerrichtlijn wel een strafmaat zouden introduceren voor uitgeprocedeerde asielzoekers, terwijl de illegalen die we niet in beeld hebben onbestraft blijven. Dat is voor mij niet evenwichtig. Dus wil ik met de Europese Terugkeerrichtlijn als instrument, dat overigens losstaat van de strafbaarstelling van illegaliteit, consequent zijn naar de groep die illegaal verblijft en die opsporen.

Ik ben het niet met de Kamerleden eens dat deze wet niet uitgevoerd gaat worden. De politie heeft de strafbaarstelling van illegaliteit als een van de tien prioriteiten in de nieuwe organisatie opgenomen. Ik ga daar consequent invulling aan geven. De Vreemdelingenpolitie krijgt de taak om de gespecialiseerde afdeling te worden, in het kader van de biometrische paspoortbeoordeling en de papieren en dergelijke. De Vreemdelingenpolitie kan de gewone politie helpen kennis te vergaren om handhaving op een goede manier aan te pakken. De Kamer krijgt die uitwerking voor de plenaire behandeling toegestuurd.

Ik wil de discussie over DNA-onderzoek bij Somaliërs terughoudend aan de orde stellen. Het gaat om twee zaken: de oorspronkelijke samenstelling van het gezin en de mensen die biologisch tot het gezin behoren. Om vast te kunnen stellen hoe dat gezin in de oorspronkelijke samenstelling was, zijn de interviews noodzakelijk. Het is noodzakelijk om te horen of men gelijkluidende motieven en gelijkluidende ervaringen heeft. Een tekort aan medewerkers mag nooit een doorslaggevende rol spelen om uit de procedure te vallen. Het moment van indienen is bepalend.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Even een puntje op de i dan. Het moment van indiening moet wel door een IND-medewerker bekrachtigd zijn. Nu blijven er dossiers liggen, die niet worden geregistreerd als aanmelding. Dat hoor ik van VluchtelingenWerk Nederland. Ik krijg graag van de minister een rapportage over de DNA-mogelijkheden die hij gaat onderzoeken, mogelijk binnen een half jaar. Ik ben erg benieuwd of de minister bereid is dit instrument in te zetten.

Minister Leers: Dit is een misverstand. We passen al DNA-onderzoek toe, maar niet in alle gevallen. Ik weet niet wat de heer Voordewind precies verwacht over een half jaar.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Het gaat erom dat het proces soms drie maanden lang via interviews wordt gevoerd en dat DNA-onderzoek als laatste redmiddel wordt gebruikt. Mijn voorstel is dat naar voren te brengen. Op het moment dat overduidelijk sprake is van biologische kinderen, kunnen we dat heel snel uitzoeken door meteen een DNA-test te doen.

Minister Leers: Ik heb net gezegd dat het ook van belang is vast te stellen hoe het gezin in zijn oorspronkelijke samenstelling was. Het zijn twee aspecten. Ik zet precies op papier hoe het gaat, dan bestaan daar geen misverstanden meer over.

De fraudeaanpak heeft ook bij andere personen en herkomstlanden effect gehad. De fraude met vingerafdrukken is ook bij andere personen geconstateerd en dus aangepakt. Het is niet te koppelen aan één specifiek land van herkomst. Generiek zien we deze ervaring en leermomenten bij andere landen van herkomst, dus zetten we de fraudeaanpak breed in.

Wij spraken eerder over het werken door asielzoekers. Na zes maanden kunnen asielzoekers in Nederland werken. Men wil in Europa naar een jaar gaan. Dat is een punt van discussie. Nederland wil dit graag op een half jaar houden, omdat wij overtuigd zijn van het feit dat wij met de stroomlijning van procedures mensen snel duidelijkheid kunnen geven of ze mogen blijven. In principe mogen asielzoekers werken. Ik weet zeker dat het niet verstandig is om dit te verbreden. Er bestaat in de eerste plaats na 24 weken recht op WW in het kader van de koppeling. Langer werken levert voor de overheid een grote financiële last op, omdat er recht op WW is. Ik weet zeker dat mijn collega Kamp daar niet om staat te springen. Ten tweede leidt het tot bevestigen van hoop, terwijl mensen in procedure zitten waarbij de afweging wordt gemaakt of ze mogen blijven. Het verblijfsrecht is nog niet duidelijk. Ik vind dat we dan nog geen verwachtingen moeten wekken bij mensen. De 24 wekentermijn vind ik prima.

Ik ben bij het asielzoekerscentrum in Terneuzen geweest. Asielzoekers konden hand- en spandiensten leveren bij de herbouw van een oude treinlocomotief. Die werd helemaal hersteld, waardoor die mensen een heel interessante tijdsbesteding hadden. Zij konden hun vaktechnische kwaliteiten onderhouden. Ik heb geen enkele moeite met vrijwilligerswerk. Ik heb wel moeite met betaald werk en het bieden van allerlei extraatjes. In vergelijking met andere EU-landen kent Nederland al een vrij gunstige regeling.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Deze discussie speelt al heel lang en is ook eerder in de Kamer gevoerd. Als wij de WW kunnen uitsluiten, is het wel mogelijk. Het kabinet heeft al eerder gezegd dat dit lastig is, maar er kan toch bekeken worden of het een uitsluitingsgrond kan zijn voor asielzoekers? Ik krijg daarnaast berichten dat de procedure om na zes maanden te mogen werken heel lastig is, zelfs binnen de bestaande regelgeving. Werkgevers geven aan dat zij verschillende instanties af moeten om de werkvergunning te krijgen. Mijn pleidooi was in eerste instantie om te bezien of we die procedure kunnen versimpelen, zodat de mensen die nu werkloos achter de geraniums zitten en heel graag willen werken, makkelijker aan het werk kunnen.

Minister Leers: In het algemeen ben ik terughoudend, om te voorkomen dat mensen er rechten aan gaan ontlenen en er verwachtingen worden gewekt. Er is voor asielzoekers geen toets op prioriteitsgenietend aanbod. Er moet een tewerkstellingsvergunning zijn. Dan is die 24 weken aan de orde. Het wordt een hell of a job om dit in het kader van de Europese uniformering überhaupt nog te handhaven, maar daar wil ik mijn best voor doen. Ik blijf dus inzetten op ons huidige systeem, maar ik ben het met de heer Kamp eens dat wij op dit punt geen verwachtingen moeten wekken die alleen een averechts effect hebben.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Misschien kan de minister in de brief die hij ons stuurt ingaan op de wijze wordt omgegaan met verzoeken van mensen die in procedure zijn en die graag aan een DNA-test willen meewerken?

Minister Leers: Dat zal ik doen.

Er is een werkgroep opgericht om maatregelen voor te stellen om de B9-regeling te stroomlijnen en te versnellen. Daaraan kleven een paar lastige principiële aspecten, waar ik nog goed naar moet kijken. Insteek is om het steviger aan te pakken. Er zijn door diverse woordvoerders vragen over gesteld. Ik hecht eraan dat we dit zorgvuldig doen, want het gaat om een kwetsbare groep. Misbruik is niet altijd aan te tonen. Dat is het lastige. Mensen doen een appel op die regeling. Die is er juist om mensen te ontzien die in een kwetsbare positie zitten, waarbij misbruik van ze wordt gemaakt. Ik vind dat het een veilige haven moet bieden als deze mensen aangifte doen. Er zijn ook mensen die daar misbruik van maken. We moeten proberen een goede weg te vinden. Ik kom binnen enkele weken met concrete voorstellen hiervoor.

De laatste vraag van de heer Knops staat me niet meer helder op het netvlies.

De heer Knops (CDA): Die ging over het aanpakken van illegale tewerkstellingen, bedrijven die zich daarmee bezighouden. De heer Fritsma heeft hier in eerste termijn ook iets over gezegd. Met name de recidive zou wat ons betreft zwaarder aangepakt kunnen worden. Voor bedrijven die keer op keer in herhaling vervallen is het dan einde oefening.

Minister Leers: Ik ben het met de heer Knops eens dat dit stevig moet worden aangepakt. Er is een Richtlijn illegale tewerkstelling (Richtlijn 2009/52/EG). Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet arbeid Vreemdelingen (Wav) ter implementatie van die richtlijn is in juli van dit jaar door de heer Kamp naar de Kamer gestuurd. Ik heb begrepen dat eind vorige week het verslag van de vaste commissie voor SZW is binnengekomen. Dit gaan we snel oppakken. Sluiting van het bedrijf bij recidive zit daarin. Na drie keer in de fout is het einde oefening. Dat is wat de minister van SZW gaat doen, zo heb ik begrepen.

De voorzitter: Ik dank de minister namens de commissie voor het beantwoorden van de vragen. Er zijn drie toezeggingen genoteerd:

  • De minister zal de Kamer bij het wetsvoorstel voor strafbaarstelling van illegaliteit informeren over de kosten daarvan.

  • De minister zal de Kamer per brief informeren over de gang van zaken bij onderzoek naar nareizende gezinsleden wat betreft interviews en DNA-onderzoek en hoe wordt omgegaan met mensen die graag aan een DNA-test willen meewerken.

  • De minister zal de Kamer binnen enkele weken informeren over het tegengaan van misbruik van de B9-regeling.

Ik sluit dit algemeen overleg en dank de aanwezigen voor hun inbreng.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Staaij (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Sterk (CDA), Van Bochove (CDA), Aptroot (VVD), Van Dam (PvdA), Knops (CDA), Brinkman (PVV), voorzitter, Voordewind (ChristenUnie), Spekman (PvdA), Thieme (PvdD), Fritsma (PVV), Karabulut (SP), Gesthuizen (SP), Dibi (GroenLinks), Kuiken (PvdA), ondervoorzitter, Berndsen (D66), Van Nieuwenhuizen (VVD), Schouw (D66), Van der Steur (VVD), Van Klaveren (PVV) en Taverne (VVD).

Plv. leden: Dijkgraaf (SGP), Arib (PvdA), Çörüz (CDA), Omtzigt (CDA), De Liefde (VVD), Çelik (PvdA), Smilde (CDA), Elissen (PVV), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Van Dekken (PvdA), Ouwehand (PvdD), Bontes (PVV), De Wit (SP), Kooiman (SP), Sap (GroenLinks), Jadnanasing (PvdA), Hachchi (D66), Azmani (VVD), Pechtold (D66), Venrooy-van Ark (VVD), Kortenhoeven (PVV) en Schaart (VVD).