Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201119637 nr. 1361

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1361 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 oktober 2010

Hierbij zend ik u de rapportage Vreemdelingenketen over de maanden januari tot en met juni 2010, waarin op hoofdlijnen de resultaten van de Vreemdelingenketen worden beschreven.1

Bij het opstellen van de rapportage is verder gewerkt aan de verbetering van de eenduidigheid, herkenbaarheid en leesbaarheid. In elk hoofdstuk wordt gerapporteerd over instroom, doorstroom en uitstroom in het betreffende proces. Bij de weergegeven cijfers is gestreefd naar consequente afronding op tientallen om tevens de rapportage beter vergelijkbaar te maken met andere rapportages die cijfers over de vreemdelingenketen bevatten. Verder zijn in het kader van de verbetering van de gegevenskwaliteit enkele administratieve correcties met terugwerkende kracht doorgevoerd.

Bovenstaande verbeterslag is mede een antwoord op de wensen van de toenmalige leden van de VKC voor Justitie, waarin bij de aanbieding van de vorige rapportage reeds uitgebreid op in is gegaan. Een onderdeel van het verzoek waar geen gehoor aan kan worden gegeven, is het inzichtelijk maken hoeveel asielaanvragen worden ingediend, zonder dat daarbij een identiteitsdocument wordt overlegd. Hiervoor zou uitgebreid nader onderzoek nodig zijn.

Nieuw is dat het hoofdstuk Toezicht is uitgebreid met het thema Handhaving. Binnen dit hoofdstuk «Toezicht en handhaving» zijn eenmalig cijfers opgenomen over het aantal veroordelingen mensenhandel en mensensmokkel. Dit komt voort uit een toezegging aan de Tweede Kamer op verzoek van het lid de heer Spekman. In het eerste halfjaar van 2010 zijn er circa 40 veroordelingen in mensenhandelzaken en circa 70 in mensensmokkelzaken.

Verder bevat de rapportage een eenmalige thematische bijlage over Somalië. Bij de beschrijving aan de hand van de processen uit de vreemdelingenketen wordt onder andere geput uit het evaluatierapport (Kamerstukken II, 2009–10, 19 637, nr. 1359) dat onlangs naar uw Kamer is gezonden.

Voorts meld ik enkele opvallende trends uit de onderliggende rapportage.

Het aantal aanmeldingen voor een asielaanvraag bedroeg circa 6 290 in het eerste halfjaar van 2010, een afname van 15% ten opzichte van het aantal van circa 7 380 in het eerste halfjaar van 2009. Mede door deze lagere instroom is de wachtlijst voor het indienen van een asielaanvraag vlak voor de invoering van de verbeterde asielprocedure op 1 juli 2010 tot een minimum afgebouwd. Op de invoeringsdatum bedroeg de bezetting in de TNV nog circa 320 personen terwijl dat een jaar eerder nog bijna 2000 was. Als bijlage bij deze rapportage is overigens een schematisch overzicht op dagbasis van de verbeterde asielprocedure weergegeven.

Het aantal in behandeling genomen asielaanvragen (inclusief tweede en volgende aanvragen) bedroeg circa 7300 in de rapportageperiode. De daling ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (circa 7750) komt met name door het gedaalde aantal aanmeldingen.

Naar aanleiding van de opvallend hoge instroom van Georgiërs in de laatste maanden van 2009 zijn maatregelen genomen om deze instroom te monitoren en indien nodig oneigenlijke instroom tegen te gaan. Inmiddels is de instroom van deze groep weer sterk afgenomen.

In vergelijking met de andere EU-landen neemt Nederland in 2009 een zevende plaats in voor wat betreft het aantal asielaanvragen. Nederland heeft een aandeel van 6% van de totale instroom in de EU. In de rangschikking over de eerste drie maanden van 2010 neemt Nederland een zesde plaats in met een aandeel van 7%.

De voorraad beroepsprocedures in asielzaken (inclusief voorlopige voorzieningen) bestond op 1 juli jl. uit circa 8120 zaken, wat een stijging van 30% betekent ten opzichte van een jaar eerder. Dit komt met name door het verhoogde aanbod van beroepszaken in het tweede halfjaar van 2009, maar ook doordat er bepaalde categorieën zaken niet zonder meer konden worden afgehandeld. Dit betreft onder andere consequenties van de jurisprudentie op het gebied van de toepassing van de Dublinverordening.

In het eerste halfjaar van 2010 bedroeg het aantal ingediende MVV-aanvragen circa 24 200, wat een stijging van 10% was ten opzichte van het eerste halfjaar van 2009.

Het totaal aantal afgehandelde MVV-aanvragen in het eerste halfjaar van 2010 bedroeg circa 26 630. Hiervan is circa 14 970 ingewilligd en circa 11 220 afgewezen. Onder deze afwijzingen bevinden zich relatief veel afwijzigingen van MVV-aanvragen van Somaliërs (circa 5630, 50%). Bijna 100% daarvan betrof MVV-aanvragen voor het verblijfsdoel gezinsvorming of gezinshereniging (inclusief nareis in het kader van asiel). Naar aanleiding van fraudegevallen is een maatregel getroffen waarbij de bewijslast bij een gesteld gezinsverband werd verzwaard. Vanaf het eerste halfjaar van 2009 neemt het aantal inwilligingen MVV-nareis sterk af ten opzichte van het aantal afwijzingen. Voor een verdere beschouwing wordt verwezen naar de bijlage 1 in de rapportage «Somaliërs in de Vreemdelingenketen».

Het aantal aanvragen voor een MVV voor het verblijfsdoel «Kennismigrant» is ten opzichte van het eerste halfjaar van 2009 met 4% toegenomen naar circa 2310. Deze toename is een indicatie van de licht aantrekkende economie, waardoor de vraag naar met name hoger opgeleide migranten ook toeneemt.

Het aantal aantoonbare vertrekken is met 18% gestegen ten opzichte van het eerste halfjaar van 2009. Ook in relatieve zin is er sprake van een stijging van het aandeel aantoonbare vertrekken, van 42% naar 52%. Het totaal aantal vertrekken in het eerste halfjaar van 2010 bedroeg circa 11 020. Dit is 3% minder in vergelijking met het eerste halfjaar van 2009 toen in totaal circa 11 350 vertrekken werden geregistreerd. Overigens is het totaal aantal vertrekken wel licht gestegen in vergelijking met het tweede halfjaar van 2009.

Over de managementinformatie van de IND kan ik u het volgende melden.

Met de introductie van INDiGO wordt ook gestart met een nieuw systeem voor managementinformatie. INDiGO heeft een geheel andere gegevensstructuur ten opzichte van de oude systemen, wat gevolgen heeft voor de cijfers en rapportages. Bij de start van INDiGO wordt gestart met het overbrengen van data uit de oude systemen naar INDiGO, waarbij de gegevens eveneens geschoond worden. Ook komt er een nieuw begrippenkader om van de gegevens in de nieuwe structuur managementinformatie te maken. Dit begrippenkader zal gelden voor nieuwe rapportages maar zal tevens met terugwerkende kracht gelden voor cijfers uit eerdere rapportages. De historische informatie in de nieuwe context is pas compleet aan het einde van de transitie.

Tijdens deze transitiefase is het niet mogelijk actuele managementinformatie te verstrekken. Dit moment gaat in vanaf het begin van de maand waarop de transitie start. Wel blijft het mogelijk om historische informatie, tot aan de start van de transitie, te verstrekken. Wanneer de transitie afgerond is kan alle informatie verstrekt worden volgens het nieuwe begrippenkader. Dit betreft dan zowel historische informatie, informatie over de transitiefase als informatie over de fase erna.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.