Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201019637 nr. 1359

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1359 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 augustus 2010

Bijgaand bied ik u aan het rapport «Evaluatie beleidswijzigingen Somalie» dat is uitgebracht door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).1

De toenmalige Staatssecretaris van Justitie kondigde op 3 april 2009 in een brief aan uw Kamer2 een aantal maatregelen aan om de door diverse partners in de vreemdelingenketen gegeven signalen omtrent misbruik van de asielprocedure door een deel van de – met name – Somalische asielzoekers tegen te gaan. Na instemming met de maatregelen door uw Kamer na een Algemeen Overleg op 13 mei 2009 en stemmingen op 19 mei 2009, is ten behoeve van de implementatie van de beleidsmaatregelen een ketenbrede task force Somalie opgericht onder voorzitterschap van de IND.

De IND heeft in samenwerking met de andere leden van de taskforce Somalië een rapport opgesteld waarin de resultaten van de maatregelen geëvalueerd worden over de periode van begin 2009 tot begin 2010. Dit rapport doe ik u hierbij toekomen.

Tevens doe ik u met dit rapport de toezegging van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie van 14 oktober 2009 gestand, om uw Kamer te informeren over strafrechtelijke vervolging van frauderende Somalische asielzoekers.

In deze brief geef ik kort de resultaten van de evaluatie weer en ga ik tevens – voor zover van toepassing – in op actuele ontwikkelingen. Ik sluit de brief af met een korte conclusie.

Beëindigen categoriaal beschermingsbeleid Somalië

Met ingang van 19 mei 2009 is het categoriale beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Zuid- en Centraal-Somalië beëindigd. Na een aanvankelijk fluctuerend beeld vertoont de instroom van Somalische asielzoekers vanaf november 2009 een dalende trend van tussen de 400 en 600 aanvragen per maand naar circa 200 per maand, zo blijkt uit de evaluatie. Het landgebonden asielbeleid Somalië is ná 19 mei 2009 nog gewijzigd in de zin dat de bevolkingsgroep Reer Hamar is aangewezen als groep die systematisch blootstaat aan schending van artikel 3 EVRM.3 Het percentage inwilligende beschikkingen op aanvragen van Somalische asielzoekers is in de periode van de evaluatie gedaald terwijl binnen de inwilligingen het aandeel van vergunningen op grond van artikel 3 EVRM van Somaliërs is toegenomen.

Aanscherping beleid nareizigers

Er zijn diverse maatregelen genomen ter aanscherping van het nareisbeleid met als doel fraude en misbruik van dit beleid tegen te gaan. Zo is de bewijslast om aan te tonen dat een genoemd pleegkind in het land van herkomst feitelijk tot het gezin heeft behoord meer bij de vreemdelingen komen te liggen. De evaluatie geeft aan dat het nog te vroeg is om conclusies te trekken ten aanzien van het effect van deze maatregelen. Sinds januari 2010 is een daling waarneembaar in het aantal mvv-aanvragen in het kader van gezinsvorming, gezinshereniging en asiel nareis door Somaliërs. Het inwilligingspercentage van aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van nareizende kinderen is na de beleidswijziging niet wezenlijk veranderd. Het inwilligingspercentage van mvv-aanvragen van partners is gedaald zo blijkt uit de evaluatie. Het beoordelen van nareis-aanvragen is arbeidsintensief vanwege de identificerende vragen die veelal moeten worden gesteld teneinde de gezinsband vast te stellen. Het tegengaan van misbruik van de nareisprocedure blijft een punt van aandacht.

Maatregelen bij opzettelijke mutilatie van vingertoppen

De bestuursrechtelijke maatregelen die zijn genomen om het opzettelijk mutileren van vingertoppen tegen te gaan, bijvoorbeeld het herhaald nemen van vingerafdrukken en het afwijzen van de asielaanvraag op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens als er sprake is van vingermutilatie waardoor herhaaldelijk geen goede vingerafdrukken kunnen worden genomen, zijn effectief gebleken volgens de evaluatie. Op dit moment melden zich nauwelijks nog asielzoekers met gemutileerde vingerafdrukken. Aangaande strafrechtelijke vervolging van personen met gemutileerde vingertoppen, waarover uw Kamer heeft verzocht geïnformeerd te worden, is in de beleidsevaluatie (paragraaf 4.3) gemeld dat er overleg is geweest met het OM over de mogelijkheid om in individuele gevallen waarbij vingertopmutilatie is geconstateerd strafrechtelijke vervolging in te stellen. Het OM heeft aangegeven dat eerst vastgesteld dient te worden dat sprake is van een strafbaar feit, waarna het OM een vervolging in overweging zou kunnen nemen. Het hebben van gemutileerde vingertoppen is niet te herleiden tot een van de artikelen van het Wetboek van Strafrecht en levert als zodanig geen strafbaar feit op. De bestuursrechtelijke aanpak van asielfraude door middel van vingertopmutilatie is evenwel inmiddels zeer effectief gebleken, zoals ook uit de beleidsevaluatie blijkt.

Maatregelen om terugkeer te intensiveren van Somaliërs die geen bescherming behoeven

Zoals ook al in de bovengenoemde brief van 3 april 2009 werd aangegeven, is terugkeer naar Somalie lastig te realiseren aangezien Somalische vreemdelingen over het algemeen niet over documenten beschikken en vervangende reisdocumenten door de Nederlandse overheid niet te verkrijgen zijn. Zelfstandige terugkeer naar Somalië is mogelijk. Gedwongen terugkeer heeft blijkens de evaluatie in de periode van 2009 tot en met begin april 2010 niet plaatsgevonden. Wel zijn ongeveer vijf vreemdelingen vrijwillig teruggekeerd naar Somalië. In de periode van 1 juli 2009 tot 1 maart 2010 zijn er ruim 400 vreemdelingen met de (gestelde) Somalische nationalteit overgedragen aan een ander EU-land op grond van een Dublin-claim.

Sinds begin juni 2010 worden er geen personen uit Centraal- en Zuid-Somalië meer overgedragen aan Griekenland vanwege een gemotiveerde interim measure van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.4 In de eerder genoemde brief van 29 maart 2010 heb ik u geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van terugkeer naar Somalië. Op 1 juli 2009 heeft de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) een Memorandum of Understanding (MoU) afgesloten met de de facto autoriteiten van de regio Somaliland. In januari 2010 hebben de de facto Somalilandse autoriteiten aangegeven tot na de verkiezingen geen uitvoering meer te zullen geven aan het MoU. De verkiezingen hebben inmiddels plaatsgevonden. De DT&V streeft ernaar zo snel mogelijk in contact te treden met de nieuwe Somalilandse autoriteiten om te spreken over hervatting van de gedwongen terugkeer naar Somaliland. Zelfstandige terugkeer naar Somaliland blijft mogelijk.

Op 3 mei 2010 heeft de DT&V met de internationaal erkende Somalische overgangsregering, de Transitional Federal Government van Somalië, een MoU gesloten. In dit MoU zijn werkafspraken gemaakt over zowel zelfstandige als gedwongen terugkeer van personen van Somalische nationaliteit. Ook voorziet het MoU erin dat de terugkeer plaats kan vinden met gebruikmaking van een EU-staat als reisdocument, indien de vreemdeling niet zelf over reisdocumenten beschikt. Deze werkafspraken in het kader van terugkeer zijn gebaseerd op de volkenrechtelijke verplichting van staten om de eigen onderdanen terug te nemen. Op 26 juli 2010 heb ik u geïnformeerd over de uitzetting van Somaliërs5.

Conclusie

Al met al zijn de getroffen maatregelen gericht op het tegengaan van fraude en misbruik in de asielprocedure effectief gebleken. Er blijft aandacht voor een zorvuldige beoordeling van de aanvragen in de vorm van een beoordeling van asielaanvragen tegen de achtergrond van de zorgwekkende situatie in Somalië, met voortdurende aandacht voor misbruik en fraude.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

XNoot
2

TK, vergaderjaar 2008–2009, 19 637, nr. 1261.

XNoot
3

Zie mijn brief van 29 maart 2010, TK vergaderjaar 2009–2010, 29 344, nr. 72.

XNoot
4

Zie ook mijn brief van 11 juni 2010 (19 637, nr. 1350).

XNoot
5

Beantwoording van de vragen van het lid Voordewind (Christen Unie).