Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 32802 nr. E |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 32802 nr. E |
Vastgesteld 13 juli 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken2 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de voortgang van de uitvoering van maatregelen en toezeggingen Wet open overheid en de meerjarenplannen digitale informatiehuishouding en openbaarheid 2026–2030 en herijkte Actieplan Open Overheid 2023–2027. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 3 juni 2026.
• De antwoordbrief van 8 juli 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN
Aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Den Haag, 3 juni 2026
De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van de beantwoording van de vragen over de voortgang uitvoering maatregelen en toezeggingen Wet open overheid en de meerjarenplannen digitale informatiehuishouding en openbaarheid 2026–2030 en herijkte Actieplan Open Overheid 2023–2027.3 Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de fractie van de PVV nog enkele vervolgvragen.
1. De gemiddelde doorlooptijd van Wet Open Overheid (Woo)-verzoeken van de ministeries bedraagt 188 dagen.
a. Kunt u aangeven in hoeveel procent van de gevallen een Woo-verzoek tijdig is afgehandeld? Dat wil zeggen binnen de in de Woo vermelde termijn van vier weken plus eventuele in de Woo vermelde bepalingen die deze termijn van vier weken verlengen?
b. In hoeveel procent van de gevallen hebben de ministeries de termijn van vier weken overschreden?
c. In hoeveel procent van de gevallen zijn er termijnen overschreden terwijl de verzoeker daarover niet of niet tijdig is geïnformeerd?
2. U heeft in de beantwoording aangegeven om, in het kader van het verzoek om alle documenten die betrekking hebben op de totstandkoming van kaders, stellingname en agendasetting uit de Gezamenlijke Oplegger, de belangrijkste documenten openbaar te maken, waarbij tevens de afstemming openbaar wordt gemaakt die met de koepels heeft plaatsgevonden.
a. Kunt u toelichten waarom u niet, zoals verzocht, besloten heeft alle documenten openbaar te maken?
b. Kunt u duiden wat u bedoelt met «belangrijkste»? Vanuit wiens of welke optiek belangrijk?
c. Kunt u aangeven waar de openbaar gemaakte documenten te raadplegen zijn?
3. U geeft in de beantwoording op de vraag over eigendomsrecht van Open Data aan dat de overheid niet kan afdwingen dat een partij diens (onderzoeks)gegevens als open data beschikbaar stelt. In de Rijksinkoopvoorwaarden Algemene Rijksinkoopvoorwaarden voor diensten (ARVODI)-2025 is in artikel 23 bepaald dat auteursrechten en databankrechten op de resultaten van geleverde diensten toekomen aan de opdrachtgever (de inkopende partij).4
a. Kunt u aangeven waarom u van mening bent, gezien bijvoorbeeld ARVODI-2025, dat bij het inkopen van onderzoek, analyse en advies, de resulterende onderzoeksdata niet het intellectuele eigendom van de overheid zou worden?
b. Ziet u ook dat bepalingen rondom het intellectueel eigendom van data, resulterend uit door de overheid ingekochte dienstverlening (bijvoorbeeld onderzoeksopdrachten), afdoende zijn vastgelegd in de Rijksinkoopvoorwaarden ARVODI-2025 en daarmee afdwingbaar?
4. Vragen over het «vergroten» van de transparantie van algoritmen heeft u van een reactie voorzien. Toch hebben de leden van de PVV-fractie niet het idee dat hun vragen zijn beantwoord.
a. Kunt u duiden met welke hoeveelheid transparantie u tevreden bent?
b. Bent u bereid om volledige transparantie alsmede openbare registratie van alle overheidsalgoritmes te realiseren? Zo nee, waarom niet?
5. U heeft gereflecteerd op de vraag van de PVV-fractie over wat u precies en uitputtend bedoelt met «betekenisvol delen». Zo geeft u aan: «Het gaat om het versterken van de informatiepositie van de samenleving waardoor verschillende groepen in de samenleving kunnen deelnemen aan het democratische proces, en door middel van de openbaar gemaakte informatie waarde kunnen toevoegen aan hun eigen (leef)omgeving.» [...] «Het gaat daarbij om de openbaarmaking van informatie die voldoet aan de informatiebehoeften van de doelgroep en die zorgt voor een verbeterde informatiepositie van burgers. De inzet van «betekenisvolle openbaarheid» moet gericht zijn op onderwerpen die landelijk of lokaal sterk leven in de maatschappij of die daar een duidelijke impact op hebben.» [...] «Burgers hebben met name behoefte aan openbaarmaking van informatie over voor hen relevante en concrete thema’s».5
a. Herkent u ook de vele voorbeelden van groepen burgers, wijken en dorpen die zich overvallen voelen door de komst van asielzoekerscentra (AZC's) in hun omgeving?
b. Concludeert u ook dat het thema AZC's en immigratie landelijk en lokaal sterk leven en daar een duidelijke impact op hebben?
c. Herkent u ook de vele voorbeelden daarbij van gemeenten die de inwoners onvoldoende, te laat of niet informeren over de plannen voor bijvoorbeeld AZC's?
d. Herkent u ook de zorgen van burgers, in relatie tot immigratie en asiel, over bijvoorbeeld de veiligheid van hun leefomgeving of de vele miljarden belastinggeld die eraan worden gespendeerd?
e. Bent u bereid het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de opdracht te geven om contracten openbaar te maken, alsmede afspraken met gemeenten, provincies en rijk? Zo nee, waarom niet?
f. Bent u bereid de gemeenten en provincies dringend te adviseren om alle afspraken met COA alsmede de financiële belangen samenhangend met asielopvang, actief openbaar te maken? Zo nee, waarom niet?
6. In antwoord op vragen van de leden van de PVV-fractie meldt u dat u de stelling onderschrijft dat bestuursorganen het misbruik of oneigenlijk gebruik-argument nooit mogen misbruiken om informatie niet openbaar te maken of de openbaarmaking onnodig te frustreren of vertragen en dat de toepassing van de antimisbruikbepaling terughoudend moet zijn. Tegelijkertijd is de afhandelingstijd van Woo-verzoeken een enorm punt van zorg. Waar maatregelen voor misbruik en oneigenlijk gebruik (terecht) worden getroffen, lijken maatregelen om de tijdige afhandeling van Woo-verzoeken te garanderen en realiseren nog afwezig.
a. Wat onderneemt u concreet om de rechten van burgers op tijdige afhandeling van hun verzoek om informatie te waarborgen?
b. Bent u in dat kader, om het speelveld tussen burger en overheid te egaliseren, bereid om de dwangsombepaling weer terug in te voeren in de Woo?
c. Zo nee, waarom niet?
De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2026
Hierbij stuur ik u mijn reactie op de vragen over diverse onderwerpen omtrent de Wet open overheid (Woo), die de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken bij brief van 3 juni 2026 heeft voorgelegd. Vraag 5 beantwoord ik mede namens de Minister van Asiel en Migratie.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vervolgvragen van de leden van de fractie van de PVV. Hieronder treft u de beantwoording aan.
Vragen van de leden van de fractie van de PVV
1. De gemiddelde doorlooptijd van Wet Open Overheid (Woo)-verzoeken van de ministeries bedraagt 188 dagen.
a. Kunt u aangeven in hoeveel procent van de gevallen een Woo-verzoek tijdig is afgehandeld? Dat wil zeggen binnen de in de Woo vermelde termijn van vier weken plus eventuele in de Woo vermelde bepalingen die deze termijn van vier weken verlengen?
b. In hoeveel procent van de gevallen hebben de ministeries de termijn van vier weken overschreden?
In 2025 is 34,5% van de Woo-verzoeken bij het Rijk binnen de wettelijke termijn afgehandeld ten opzichte van 29,7% in 2024. Bij 65,5% van de verzoeken is de wettelijke afhandelingstermijn overschreden. Daarnaast kunnen er afspraken over de termijn worden gemaakt met verzoekers, bijvoorbeeld als het om een groot verzoek gaat. Het kan hier onder andere gaan om afspraken over een nieuwe termijn of het afhandelen van het verzoek in deelbesluiten. In 2025 werd 12,2% van de Woo-verzoeken buiten de termijn afgehandeld, maar wel in overleg met de verzoeker.
Ik ben blij dat de afhandeling van Woo-verzoeken in 2025 sneller is gegaan, en dat er vaker overleg is geweest met verzoekers. Dit is echt een stap in de goede richting ten opzichte van voorgaande jaren. Voor meer inzicht in de cijfers over de afhandeling van Woo-verzoeken verwijs ik uw Kamer graag naar het Rijksdashboard Woo-verzoeken.6
c. In hoeveel procent van de gevallen zijn er termijnen overschreden terwijl de verzoeker daarover niet of niet tijdig is geïnformeerd?
Ik beschik niet over dergelijke gegevens. Uiteraard is het uitgangspunt dat verzoekers op tijd worden geïnformeerd over een termijnoverschrijding.
2. U heeft in de beantwoording aangegeven om, in het kader van het verzoek om alle documenten die betrekking hebben op de totstandkoming van kaders, stellingname en agendasetting uit de Gezamenlijke Oplegger, de belangrijkste documenten openbaar te maken, waarbij tevens de afstemming openbaar wordt gemaakt die met de koepels heeft plaatsgevonden.
a. Kunt u toelichten waarom u niet, zoals verzocht, besloten heeft alle documenten openbaar te maken?
Ik kan alleen de documenten openbaar maken die bij mijn ministerie berusten. De koepels van medeoverheden gaan zelf over het al dan niet openbaar maken van hun eigen interne stukken. Daarbij hebben niet alle documenten dezelfde inhoudelijke informatiewaarde, denk bijvoorbeeld aan niet-bestuurlijk gedragen concepten of e-mails van ambtenaren.
b. Kunt u duiden wat u bedoelt met «belangrijkste»? Vanuit wiens of welke optiek belangrijk?
Met «belangrijkste» doel ik op documenten die de meeste inhoudelijke informatiewaarde hebben en het beste aansluiten bij de informatiebehoefte van de doelgroep. Bij betekenisvolle openbaarmaking ligt de nadruk op documenten die overzicht, context en inzicht verschaffen in de gemaakte keuzes en de onderliggende afwegingen. In veel gevallen is de beste aanpak om eerst de formele stukkenstroom snel en efficiënt openbaar te maken.7
Ook in artikel 3.1 van de Woo (de inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking) komt de afweging tussen de inspanning die actieve openbaarmaking vergt en het belang dat met die openbaarmaking wordt gediend tot uitdrukking. Het prioriteren van openbaarmaking van de belangrijkste documenten met de grootste informatiewaarde sluit aan bij die afweging. Voor de openbaarmaking van de betreffende documenten heb ik dan ook het stappenplan gevolgd dat vorig jaar is opgeleverd om overheidsorganisaties te helpen in de uitvoering van de inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking uit de Woo.8
c. Kunt u aangeven waar de openbaar gemaakte documenten te raadplegen zijn?
Ja, de documenten zijn beschikbaar via https://www.open-overheid.nl/over-open-overheid/tijdlijnen/tijdlijn-totstandkoming-gezamenlijke-oplegger
3. U geeft in de beantwoording op de vraag over eigendomsrecht van Open Data aan dat de overheid niet kan afdwingen dat een partij diens (onderzoeks)gegevens als open data beschikbaar stelt. In de Rijksinkoopvoorwaarden Algemene Rijksinkoopvoorwaarden voor diensten (ARVODI)-2025 is in artikel 23 bepaald dat auteursrechten en databankrechten op de resultaten van geleverde diensten toekomen aan de opdrachtgever (de inkopende partij).9
a. Kunt u aangeven waarom u van mening bent, gezien bijvoorbeeld ARVODI-2025, dat bij het inkopen van onderzoek, analyse en advies, de resulterende onderzoeksdata niet het intellectuele eigendom van de overheid zou worden?
b. Ziet u ook dat bepalingen rondom het intellectueel eigendom van data, resulterend uit door de overheid ingekochte dienstverlening (bijvoorbeeld onderzoeksopdrachten), afdoende zijn vastgelegd in de Rijksinkoopvoorwaarden ARVODI-2025 en daarmee afdwingbaar?
Het klopt dat in de ARVODI-2025 is opgenomen dat de intellectuele eigendomsrechten van «de resultaten van de diensten» worden toegekend aan de opdrachtgevende overheidspartij. Voor een onderzoek gaat het hierbij om het eindrapport, en niet om de onderliggende onderzoeksdata. Op deze data rusten naar Nederlands recht zelden intellectuele eigendomsrechten, tenzij er sprake is van een (uitgebreide) «databank» waarop een databankrecht kan komen te rusten. In dat laatste – zeldzame – geval, zal het databankrecht inderdaad aan de opdrachtgevende overheidspartij toekomen, en kan die overheidspartij de databank vervolgens zelf als open data beschikbaar stellen.
In de rijksbrede modelovereenkomsten voor wetenschappelijk onderzoek die bij de ARVODI-2025 horen, is onder andere geregeld dat de opdrachtnemer de databestanden met onderzoeksgegevens beschikbaar moet stellen via één van de thematische Data Stations van Data Archiving and Networked Services (DANS) van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Deze databestanden zijn grotendeels volledig open datasets en daarmee voor iedereen beschikbaar voor hergebruik. Op deze wijze wordt door gebruik van de ARVODI-2025 in combinatie met een modelovereenkomst voor wetenschappelijk onderzoek voldaan aan het uitgangspunt dat bij extern uitgezet onderzoek de onderzoeksgegevens voor hergebruik beschikbaar worden gemaakt.
4. Vragen over het «vergroten» van de transparantie van algoritmen heeft u van een reactie voorzien. Toch hebben de leden van de PVV-fractie niet het idee dat hun vragen zijn beantwoord.
a. Kunt u duiden met welke hoeveelheid transparantie u tevreden bent?
Ik ben van mening dat de overheid open moet zijn over wat zij doet en op welke wijze. Dit geldt ook wanneer de overheid voor haar taken gebruik maakt van algoritmen. Deze vraag kan ik echter niet eenduidig beantwoorden, omdat de behoefte aan en de mogelijkheid van het bieden van transparantie per situatie verschilt. Algoritmen die gebruikt worden bij het bepalen van de rechten en plichten van inwoners vragen bijvoorbeeld om meer openheid dan algoritmen die worden gebruikt voor interne processen. Nog dit jaar ontvangt u een brief over «Algoritmische besluitvorming en de Awb», waar ik in mijn eerdere antwoord ook over schreef. In die brief wordt u geïnformeerd over het beleidsonderzoek naar de wenselijkheid van aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht met het oog op algoritmen die worden gebruikt ten behoeve van besluitvorming.
b. Bent u bereid om volledige transparantie alsmede openbare registratie van alle overheidsalgoritmes te realiseren? Zo nee, waarom niet?
Nee. Volledige transparantie en openbare registratie van alle overheidsalgoritmen acht ik niet mogelijk en niet wenselijk. In sommige gevallen zou openbaarmaking de effectiviteit van toezicht en handhaving schaden of strijd opleveren met wettelijke bescherming van bedrijfsvertrouwelijke informatie en intellectuele eigendomsrechten. Mijn uitgangspunt is daarom maximale transparantie, tenzij er een zwaarwegende reden is om dit niet te doen.
5. U heeft gereflecteerd op de vraag van de PVV-fractie over wat u precies en uitputtend bedoelt met «betekenisvol delen». Zo geeft u aan: «Het gaat om het versterken van de informatiepositie van de samenleving waardoor verschillende groepen in de samenleving kunnen deelnemen aan het democratische proces, en door middel van de openbaar gemaakte informatie waarde kunnen toevoegen aan hun eigen (leef)omgeving.» [...] «Het gaat daarbij om de openbaarmaking van informatie die voldoet aan de informatiebehoeften van de doelgroep en die zorgt voor een verbeterde informatiepositie van burgers. De inzet van «betekenisvolle openbaarheid» moet gericht zijn op onderwerpen die landelijk of lokaal sterk leven in de maatschappij of die daar een duidelijke impact op hebben.» [...] «Burgers hebben met name behoefte aan openbaarmaking van informatie over voor hen relevante en concrete thema’s».10
a. Herkent u ook de vele voorbeelden van groepen burgers, wijken en dorpen die zich overvallen voelen door de komst van asielzoekerscentra (AZC's) in hun omgeving?
Ja, hier zijn voorbeelden van bekend.
b. Concludeert u ook dat het thema AZC's en immigratie landelijk en lokaal sterk leven en daar een duidelijke impact op hebben?
Ja, ik herken dat het onderwerp asiel en immigratie leeft in de samenleving. Dit kabinet zet daarom in op het verlagen van de instroom, een versnelde en effectieve terugkeer en het realiseren van stabiele en voldoende opvang waarbij sneller meedoen de norm wordt.
c. Herkent u ook de vele voorbeelden daarbij van gemeenten die de inwoners onvoldoende, te laat of niet informeren over de plannen voor bijvoorbeeld AZC's?
De huidige druk op de asielopvang zorgt ervoor dat er met spoed noodzaak is voor het openen van noodopvang. In onder andere een brief van de Minister van Asiel en Migratie van 26 maart jl.11 werd hiervoor een klemmend verzoek gedaan aan alle gemeenten. De inzet van noodopvang is noodzakelijk om de druk op zowel de korte als lange termijn te kunnen verlichten. Het informeren van inwoners dat hieraan voorafgaat loopt vooral via de gemeenten. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kan daarin ondersteunen. Bij de realisatie van noodopvang is hier minder tijd voor dan bij reguliere opvangcapaciteit. Ook daarom is het van belang dat de spreidingswet wordt uitgevoerd om te zorgen voor voldoende reguliere opvangcapaciteit. Wanneer deze in voldoende mate aanwezig is hoeft er geen korte termijn beroep meer te worden gedaan op noodopvang.
d. Herkent u ook de zorgen van burgers, in relatie tot immigratie en asiel, over bijvoorbeeld de veiligheid van hun leefomgeving of de vele miljarden belastinggeld die eraan worden gespendeerd?
Het kabinet is bekend met de zorgen van mensen in de samenleving over asielopvang. Negatieve en onveilige ervaringen met asielopvang dienen echter tot een minimum te worden beperkt. Het kabinet zet zich er dagelijks voor in om overlastgevend gedrag te beperken. Op lokaal niveau is het tevens van belang dat er goede afspraken worden gemaakt tussen het COA, politie en gemeente in een veiligheidsplan.
Tevens zet het kabinet erop in om meer grip te krijgen op migratie en zo ook de kosten van asielopvang terug te dringen. Het Europees Migratiepact en een efficiënt terugkeerbeleid kunnen hieraan bijdragen. Daarbij is het voor het beperken van de kosten van belang dat dure noodopvang kan worden vervangen met reguliere capaciteit. De uitvoering van de spreidingswet blijft daarvoor van belang.
e. Bent u bereid het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de opdracht te geven om contracten openbaar te maken, alsmede afspraken met gemeenten, provincies en rijk? Zo nee, waarom niet?
Met het eerdergenoemde stappenplan12 voor de uitvoering van de inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking hebben bestuursorganen handvatten gekregen om hier zelfstandig invulling aan te geven. Het COA is als zelfstandig bestuursorgaan zelf verantwoordelijk voor de afweging welke informatie en documenten het, binnen de geldende wettelijke kaders, actief openbaar maakt. In dit geval kan het COA dergelijke contractuele informatie niet openbaar maken, omdat dit de onderhandelingspositie van het COA negatief zou kunnen beïnvloeden.
f. Bent u bereid de gemeenten en provincies dringend te adviseren om alle afspraken met COA alsmede de financiële belangen samenhangend met asielopvang, actief openbaar te maken? Zo nee, waarom niet?
Het is belangrijk dat inwoners zich kunnen informeren over zaken die zich afspelen in hun leefomgeving. Het actief openbaar maken van informatie door de overheid die aansluit bij de informatiebehoefte van inwoners hoort daarbij. Dit moet uiteraard wel gebeuren met inachtneming van de uitzonderingsgronden uit de Woo zoals de economische en financiële belangen van de Staat. Zoals hiervoor genoemd speelt hier de onderhandelingspositie van het COA een rol. Uiteindelijk hebben gemeenten en provincies zelf de verantwoordelijkheid om, binnen de geldende wettelijke kaders, keuzes te maken over welke informatie zij actief openbaar maken.
6. In antwoord op vragen van de leden van de PVV-fractie meldt u dat u de stelling onderschrijft dat bestuursorganen het misbruik of oneigenlijk gebruik-argument nooit mogen misbruiken om informatie niet openbaar te maken of de openbaarmaking onnodig te frustreren of vertragen en dat de toepassing van de antimisbruikbepaling terughoudend moet zijn. Tegelijkertijd is de afhandelingstijd van Woo-verzoeken een enorm punt van zorg. Waar maatregelen voor misbruik en oneigenlijk gebruik (terecht) worden getroffen, lijken maatregelen om de tijdige afhandeling van Woo-verzoeken te garanderen en realiseren nog afwezig.
a. Wat onderneemt u concreet om de rechten van burgers op tijdige afhandeling van hun verzoek om informatie te waarborgen?
Laat ik allereerst benoemen dat ik het ontzettend belangrijk vind dat inwoners tijdig de informatie ontvangen waar zij recht op hebben. We werken hier hard aan en hier zijn wel degelijk al veel stappen op gezet. Ik herken dan ook niet het beeld dat hiervoor geen maatregelen worden genomen.13 De genomen stappen vertalen zich nu ook in kortere afhandelingstermijnen, zoals te zien is in de cijfers. De komende tijd gaan we hiermee verder om deze positieve trend door te zetten.
Concreet ondersteun ik overheidsorganisaties met onder andere praktische hulpmiddelen om het afhandelingsproces voor Woo-verzoeken te versnellen en te verbeteren. In dat kader werk ik momenteel aan een optimaal Woo-proces, gericht op het vergroten van de efficiëntie binnen afhandelingsprocessen van bestuursorganen. Ook door de inzet van informatiespecialisten en met het eerst openbaar maken van de 50–100 meest relevante documenten is veel winst te behalen. Met dit laatste zijn bij mijn eigen ministerie al goede ervaringen opgedaan in zowel doorlooptijden als tevredenheid van verzoekers. Een belangrijk uitgangspunt binnen al deze maatregelen is het versterken van samenwerking en contact met verzoekers, omdat ook daardoor aanzienlijke tijdswinst te behalen valt.
b. Bent u in dat kader, om het speelveld tussen burger en overheid te egaliseren, bereid om de dwangsombepaling weer terug in te voeren in de Woo?
c. Zo nee, waarom niet?
Onder de voormalige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) was de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van toepassing. In de praktijk bleek echter dat van deze regeling relatief eenvoudig misbruik kon worden gemaakt. Door het indienen van (omvangrijke) Wob-verzoeken konden dwangsommen worden verbeurd, waardoor de regeling in sommige gevallen een verdienmodel werd voor verzoekers. Daarom is per 1 oktober 2016 de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet langer van toepassing verklaard op de Wob.14
Gelet op deze overwegingen en op de rechtsbescherming die verzoekers onder de Woo reeds hebben, waaronder de mogelijkheid om beroep in te stellen wegens niet tijdig beslissen, zie ik op dit moment geen aanleiding om de dwangsombepaling weer terug in te voeren in de Woo.
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Advies «Wat zou u zelf willen weten?» van het Adviescollege Openbaarheid & Informatiehuishouding (ACOI) beschikbaar via: https://www.acoi.nl/.wh/ea/uc/f54286a350101d3350000931159030c4ebe2d2a9726c000/advies-over-betekenisvolle-actieve-openbaarmaking-door-de-overheid.pdf.
Beschikbaar via: https://www.open-overheid.nl/documenten/2025/06/23/rapport-en-stappenplan-aan-de-slag-met-de-inspanningsverplichting-uit-de-wet-open-overheid
Beschikbaar via: https://www.open-overheid.nl/documenten/2025/06/23/rapport-en-stappenplan-aan-de-slag-met-de-inspanningsverplichting-uit-de-wet-open-overheid.
Zie hiervoor onder andere de maatregelen die zijn aangekondigd in de kabinetsreactie op de invoeringstoets Woo, Kamerstukken II 2023/24, 32 802, nr. 94.
Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van de Wet openbaarheid van bestuur in verband met aanvullingen ter voorkoming van misbruik (Stb. 2016, 301)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32802-E.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.