9 EU-uitbreiding

EU-uitbreiding

Aan de orde is het tweeminutendebat EU-uitbreiding (CD d.d. 31/03 en 15/04).

De voorzitter:

Ik open het tweeminutendebat EU-uitbreiding. Negen leden hebben zich aangemeld voor dit tweeminutendebat. Ik begin bij mevrouw Becker namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

Mevrouw Becker (VVD):

Dank, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kopenhagencriteria het fundament vormen voor de toelating van nieuwe lidstaten;

overwegende dat het in het belang van Nederland en de Europese Unie is om bij uitbreiding niet alleen vanuit een juridische, maar ook vanuit een geopolitieke en economische bril te kijken;

overwegende dat met de hoeveelheid kandidaat-lidstaten de urgentie voor een hervormingspakket toeneemt;

verzoekt het kabinet om met gelijkgestemde landen bij de Europese Commissie te bepleiten om het toetredingsproces te versterken, en om daarin de volgende uitgangspunten te verwerken:

  • -Kopenhagencriteria zijn leidend voor volwaardig lidmaatschap;

  • -kandidaat-lidstaten kunnen corresponderende rechten en plichten krijgen zodra specifieke hoofdstukken van het EU-toetredingsproces succesvol zijn doorlopen;

  • -formeel lidmaatschap, inclusief volwaardig stemrecht, en volwaardige toegang tot Europese fondsen en een volledige deelname aan het MFK zijn pas mogelijk zodra een kandidaat-lidstaat voldoet aan alle toelatingsvoorwaarden;

  • -unanimiteit dient behouden te blijven;

verzoekt het kabinet tevens om bij toetredingsverdragen met kandidaat-lidstaten erop toe te zien dat het mogelijk wordt om de rechten van het lidmaatschap eenvoudig en voorstelbaar in te trekken indien er sprake is van terugval in het voldoen aan plichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Becker, Krul, Klos en Van der Lee.

Zij krijgt nr. 399 (23987).

Dank u wel. Dan gaan we door met de heer Stöteler namens de fractie van de PVV.

De heer Stöteler (PVV):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Turkije al geruime tijd de status van kandidaat-lidstaat van de Europese Unie heeft, terwijl de toetredingsonderhandelingen terecht zijn gestopt;

verzoekt de regering om zich er in Europees verband blijvend voor in te zetten de kandidatuur van Turkije formeel te beëindigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stöteler, Wilders en Vermeer.

Zij krijgt nr. 400 (23987).

De heer Stöteler (PVV):

De tweede motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verdere uitbreiding van de Europese Unie op de agenda blijft staan;

overwegende dat sterke en stabiele relaties met buurlanden bevorderlijk zijn voor samenwerking, zonder dat deze noodzakelijkerwijs tot EU-lidmaatschappen hoeven te leiden;

spreekt uit dat het versterken van partnerschappen met buurlanden de voorkeur verdient boven verdere uitbreiding van de Europese Unie;

verzoekt de regering om zich binnen de Europese Unie in te zetten voor een strategie die inzet op partnerschappen met buurlanden in plaats van uitbreiding van de Europese Unie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stöteler en Vermeer.

Zij krijgt nr. 401 (23987).

Dank u wel. We gaan ook door met de heer Vermeer van de fractie van de BBB.

De heer Vermeer (BBB):

Die eerste motie van de PVV was ook ingegeven door het feit dat er nog steeds geld naar landbouwsubsidies voor Turkije gaat, terwijl Turkije gewoon in een soort zweefmodus zit.

Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Oekraïne een grote landbouwsector heeft en mogelijke EU-toetreding grote gevolgen kan hebben voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

verzoekt de regering een berekening naar de Kamer te sturen van de gevolgen voor het Nederlandse aandeel in het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB-aandeel) indien Oekraïne onder de huidige GLB-regels zou toetreden tot de EU;

verzoekt de regering om zodra de nieuwe GLB-regels binnen het nieuwe Meerjarig Financieel Kader bekend zijn, een analyse naar de Kamer te sturen van de gevolgen voor het Nederlandse GLB-aandeel indien Oekraïne zou toetreden tot de EU,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 402 (23987).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat EU-uitbreiding grote gevolgen kan hebben voor Nederland, onder meer voor migratie, woningmarkt, landbouw, EU-begroting, stemverhoudingen en uitvoeringscapaciteit;

overwegende dat EU-uitbreiding geen geopolitieke reflex mag zijn, maar een besluit waarvan de gevolgen voor Nederland vooraf helder moeten zijn;

verzoekt de regering om voor iedere kandidaat-lidstaat in het toetredingsproces een Nederlandse impactanalyse aan de Kamer te sturen, waarin ten minste de gevolgen voor Meerjarig Financieel Kader, gemeenschappelijk landbouwbeleid, migratie, woningmarkt, landbouw, arbeidsmarkt, stemgewicht en nationale uitvoeringscapaciteit worden meegenomen, en deze elke drie jaar te actualiseren;

verzoekt de regering daarbij telkens expliciet aan te geven wat het Nederlandse belang is om de betreffende kandidaat-lidstaat wel of en niet in het toetredingsproces te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 403 (23987).

De heer Vermeer (BBB):

Deze moties zijn niet bedoeld om te propageren dat we meer lidstaten in de EU willen, maar om duidelijk te maken dat we wel een betere afweging willen als andere partijen wel meer lidstaten in de EU willen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vermeer. Er is een interruptie van mevrouw Becker.

Mevrouw Becker (VVD):

Omdat dit idee niet zo uitgebreid aan de orde is geweest in het commissiedebat, wil ik de heer Vermeer toch even vragen of hij kan toelichten wat het verschil is tussen wat hij voorstelt en wat we nu al krijgen van Buitenlandse Zaken in alle rapportages over de stand van zaken in alle clusters van de verschillende landen die in het toetredingsproces zitten, die de commissie EU-zaken wekelijks behandelt.

De heer Vermeer (BBB):

Naar onze mening is het niet een duidelijk op Nederland gerichte impactanalyse. Dat is het doel. Het interesseert ons alleen wat het op Nederland voor impact heeft. Dat willen wij in hapklare brokken naar de Kamer hebben, want wekelijkse rapportages hierover gaat niemand lezen. Daarmee is ook onvoldoende duidelijk wanneer er wel of niet een debat over gevoerd zou moeten worden.

Mevrouw Becker (VVD):

Zegt de heer Vermeer dan eigenlijk dat hij een ander kader wil dan de Kopenhagencriteria, namelijk alleen primair het Nederlandse belang en daar een toets op? Waar zijn die Kopenhagencriteria dan nog in zijn voorstel?

De heer Vermeer (BBB):

De Kopenhagencriteria zijn algemene criteria waar een land aan moet voldoen om mogelijk toe te kunnen treden. Vervolgens gaat ieder lid steeds weer beslissen en moeten wij het hier hebben over wat wij ervan vinden en met welke boodschap wij als Nederland het proces ingaan.

De voorzitter:

Mevrouw Becker voor de laatste interruptie.

Mevrouw Becker (VVD):

Ja, tot slot. Is het niet zo dat de unanimiteit die op dit moment bestaat, er ook voor zorgt dat we uiteindelijk die afweging hier met elkaar maken? Ik zie gewoon dus niet echt wat dit toevoegt aan hoe we dit met elkaar op dit moment al zorgvuldig doen.

De heer Vermeer (BBB):

In het vorige debat of tweeminutendebat ging het over het afschaffen van het vetorecht en dat soort dingen. Als de unanimiteit ook nog verder aangetast gaat worden … Ik wil dat wij hier in deze Kamer een goede discussie voeren over de impact voor Nederland. Als mevrouw Becker vindt dat zij voldoende informatie heeft om die af te kunnen wegen, staat het haar vrij om tegen te stemmen. Wij hebben een andere behoefte.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):

Ik denk dat niet alleen mijn partij, maar veel partijen hier bekijken wat het Nederlandse belang in zo'n traject is, maar ik heb niet echt behoefte aan al die informatie. Ik heb wel een vraag over de uitvoerbaarheid hiervan, want het is altijd makkelijk om dit te vragen, maar het is veel moeilijker om daar een goed antwoord op te geven, zeker als de financiële parameters nog volop in beweging zijn. We weten immers nog niet wanneer een specifiek land toetreedt en we weten ook niet welke financiële kaders er dan gelden, want het MFK is nog in onderhandeling. Hoe kun je dit nou uitvoeren?

De heer Vermeer (BBB):

Dat is de reden waarom we dit maar één keer in de drie jaar geactualiseerd willen hebben. Er verandert ook weer van alles in regeringen in de landen die in die processen zitten en die landen nemen andere besluiten. Wij denken dus dat het goed is om hier één keer per drie jaar even heel goed bij stil te staan. Wij hebben dan als Kamer ook een duidelijk haakje om dit eens aan de orde te stellen. Bij allerlei losse ontwikkelingen vraag je je soms af: moet ik daar wel of niet een punt van maken? Maar als je één keer in de drie jaar het totaalbeeld op een rij hebt, lijkt dat mij een goed punt om daar hier over te praten.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):

Ik wacht natuurlijk nog op de reactie van de minister, maar ik zie dit niet vliegen, want de toetredingsdatum van een land is afhankelijk van de Kopenhagencriteria en alle hoofdstukken. Je weet van tevoren dus nooit precies wanneer dat plaatsvindt; niemand weet dat. Niemand weet ook wat de financiële condities zijn. Achteraf kun je ernaar kijken. Als ik het zo moet lezen, heb ik er geen bezwaar tegen om achteraf te horen wat de gevolgen zijn, maar vooraf in kaart brengen wat de gevolgen zijn lijkt mij een onmogelijke opgave.

De heer Vermeer (BBB):

Deze motie heeft ook een relatie met de motie van de PVV waarvan ik medeondertekenaar ben. Die motie zegt dat er nog allerlei landen in dat proces zitten en dat die daar eeuwig in blijven zitten. Ook daarvoor hebben wij beoordelingscriteria nodig, zodat we kunnen beoordelen of ze er wat ons betreft uit gegooid zouden moeten worden of dat je ze moet laten zitten.

De voorzitter:

Dan nodig ik de heer Diederik van Dijk graag uit om namens de SGP naar het spreekgestoelte te komen. Ook voor u geldt: twee minuten.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste gaat over Georgië.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Georgië zich onder regeringspartij Georgische Droom (GD) ontwikkelt tot een oligarchische autocratie die zich steeds meer op Rusland oriënteert;

constaterende dat Georgië betrokken is bij het faciliteren van sanctieontwijking en daarmee indirect bijdraagt aan de financiering van de Russische oorlog tegen Oekraïne;

overwegende dat de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk al sancties hebben ingesteld tegen Bidzina Ivanishvili, de centrale figuur binnen GD, alsook tegen diverse functionarissen, rechters en media, wegens toenemende repressie, politiek gemotiveerde rechtspraak en het verspreiden van desinformatie;

verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor gerichte sancties tegen GD-ministers, veiligheidsfunctionarissen en zakelijke netwerken, en daarbij te waarborgen dat de Georgische bevolking zo veel mogelijk wordt ontzien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Becker en Dassen.

Zij krijgt nr. 404 (23987).

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Mijn tweede motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Centraal Planbureau de toename van het aantal migranten naar Nederland op 3.600 per jaar schat bij EU-toetreding van Albanië, Montenegro en Servië;

overwegende dat dit aantal ten opzichte van het jaarlijkse migratiesaldo en eerdere uitbreidingsrondes weliswaar beperkt is, maar toch extra druk geeft op de binnenlandse draagkracht, onder meer op de oververhitte woningmarkt, een overbelast stroomnet en de schaarse ruimte;

verzoekt de regering de effecten van EU-uitbreiding op de binnenlandse draagkracht expliciet mee te laten wegen bij de Nederlandse positie ten aanzien van toekomstige toetreding van nieuwe lidstaten, en de Kamer hierover op gezette tijden te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 405 (23987).

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Dijk. Dan gaan we door met de heer Dassen namens de fractie van Volt. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):

Dank u, voorzitter. Eén motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat desinformatie en buitenlandse beïnvloeding het maatschappelijk debat over EU-uitbreiding actief verstoren;

verzoekt de regering desinformatie over EU-uitbreiding expliciet op te nemen in de Nederlandse aanpak van buitenlandse beïnvloeding, te investeren in objectieve publieksvoorlichting over het uitbreidingsbeleid, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 406 (23987).

De heer Dassen (Volt):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zou ik de heer Van Houwelingen willen vragen om namens de fractie van Forum voor Democratie naar het spreekgestoelte te komen.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Dank u, voorzitter. We hebben het in het debat onder andere gehad over de EU-uitbreiding. Een heel belangrijk onderzoek waar dan vaak naar wordt verwezen is de Eurobarometer. Daar hebben we het uitvoerig over gehad. Het probleem met de Eurobarometer, waar de minister naar verwijst en waar hij zijn beleid op baseert, is dat er heel veel kritiek op is, onder anderen van allerlei wetenschappers, waarbij zelfs het woord "propaganda" valt. Ik heb de minister gevraagd wat met die kritiek te doen. Hij zou die kunnen weerleggen, de Europese Unie om een reactie kunnen vragen of kunnen stoppen met het gebruik van de Eurobarometer. Maar tot mijn verbazing — laat ik het zo noemen — zei de minister: ik vind het eigenlijk wel goed zo. Het is heel zorgelijk dat we een minister van Buitenlandse Zaken hebben die kritiek wegwuift, verder geen weerwoord heeft en denkt: nou, laat maar zitten. Hij vindt het dus verder ook geen probleem om onderzoeken die wellicht niet betrouwbaar zijn naar de Kamer te sturen. Op zich rechtvaardigt dat een motie van wantrouwen, maar ik ben heel mild vandaag dus daarom heb ik de volgende motie opgesteld. De minister kan dan zelfs kiezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in rapporten van de Rijksoverheid en overheidsinstellingen regelmatig wordt verwezen naar onderzoek uit de zogenaamde Eurobarometer, het opinieonderzoek van de Europese Unie;

constaterende dat inmiddels in diverse wetenschappelijke artikelen is aangetoond dat de Eurobarometer stelselmatig een te positief beeld geeft van de Europese Unie — je verwacht het niet — waarbij sommige onderzoekers, bijvoorbeeld van het Max Planck Instituut, zelfs spreken van "propaganda" en wij daar dan weer ons oordeel op baseren in de Kamer;

overwegende dat, indien correct, het vanzelfsprekend onwenselijk is dat de Rijksoverheid een dergelijk onbetrouwbaar en slecht onderzoek blijft gebruiken;

verzoekt de regering te kiezen tussen een van de volgende drie opties:

  • -zelf uitleggen in een Kamerbrief waarom de kritiek op de Eurobarometer onterecht is;

  • -de Europese Unie en het onderzoeksbureau verantwoordelijk voor de Eurobarometer, Verian, vragen te reageren op de kritiek en deze reactie door te sturen naar de Tweede Kamer;

  • -stoppen met het gebruiken van de Eurobarometer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.

Zij krijgt nr. 407 (23987).

De heer Van Houwelingen (FVD):

Andere opties zijn er wat ons betreft niet.

Voorzitter, dank.

De voorzitter:

Een meerkeuzemotie. Dank u wel, meneer Van Houwelingen. Dan zou ik graag de heer Klos namens de fractie van D66 naar voren willen vragen. Gaat uw gang.

De heer Klos (D66):

Dank, voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Eurocommissaris voor EU-uitbreiding heeft opgeroepen om vóór eind juli alle zes de onderhandelingsclusters voor de EU-toetreding van Oekraïne te openen;

overwegende dat naar verwachting het eerste onderhandelingscluster in juni zal worden geopend;

verzoekt de regering om, wanneer dit in Europees verband aan de orde komt, in te stemmen met het openen van alle zes de onderhandelingsclusters voor de EU-toetreding van Oekraïne,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.

Zij krijgt nr. 408 (23987).

Dank u wel. Tot slot de heer Hoogeveen namens de fractie van JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):

Dank, voorzitter. In de discussie rondom EU-uitbreiding ontbreekt vaak de discussie over hoe de EU dan beter, efficiënter, kan worden ingericht. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat eventuele uitbreiding van de Europese Unie ook gevolgen heeft voor de omvang en werking van de Europese Commissie;

overwegende dat het Verdrag van Lissabon al ruimte biedt om de Commissie kleiner en efficiënter in te richten;

verzoekt de regering zich in EU-verband ervoor in te zetten dat rondom ontwikkelingen van eventuele uitbreiding nadrukkelijk wordt gekeken naar verkleining van de Europese Commissie en een efficiëntere portefeuilleverdeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 409 (23987).

De heer Hoogeveen (JA21):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. In totaal zijn er elf moties ingediend tijdens het tweeminutendebat. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben voor de appreciatie. Ik schors deze vergadering dus voor tien minuten.

De vergadering wordt van 17.02 uur tot 17.13 uur geschorst.

De voorzitter:

Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat EU-uitbreiding. De heer Berendsen gaat de moties, elf stuks in totaal, appreciëren. Gaat uw gang.

Minister Berendsen:

Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 399 over versterken van het EU-toetredingsproces geven we oordeel Kamer. In de aanstaande beleidsbrief ga ik ook graag in op deze elementen.

De motie op stuk nr. 400 over Turkije ontraden we. Het toetredingsproces met Turkije ligt reeds stil en dat is terecht. Deze motie is echter onverstandig. We winnen er niets mee, maar we hebben er wel wat mee te verliezen. Turkije is op dit moment een hele belangrijke partner binnen de NAVO. Het is een belangrijke partner van Nederland en de EU op het gebied van veiligheid, economie en migratie. Het pleidooi voor het nu intrekken van de status kandidaat-lid heeft in het EU-krachtenveld weinig kans van slagen. Turkije heeft zelf ook niet aangegeven dat men het wil intrekken. Dat betekent dus ook dat er op het moment dat wij ervoor gaan pleiten, er geen eenheid is binnen de Europese Unie en het laatste dat we willen laten zien is onenigheid in de Europese Unie.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 401 gaat over partnerschappen in plaats van uitbreiding. Die ontraden we, zeker omdat er allerlei kandidaat-lidstaten zijn die in het proces zitten. Hun status willen we niet intrekken. Die landen hebben perspectief op toetreding tot de Europese Unie. Dat betekent niet dat partnerschappen niet soms een oplossing zijn voor goede samenwerking met de landen om ons heen. Wij ontraden deze motie echter.

De motie op stuk nr. 402 van de heer Vermeer zou ik graag het oordeel "ontijdig" willen meegeven. Die onderhandelingen zijn gaande. We hebben op dit moment nog helemaal geen inzicht in hoe de regels rond het GLB bij toetreding van Oekraïne eruit gaan zien. Dat betekent dat de motie op dit moment ontijdig is.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de heer Vermeer. Wilt u 'm aanhouden? U wilt 'm gewoon in stemming brengen. Dan krijgt de motie het oordeel "ontijdig".

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 403 van de heer Vermeer over een veel bredere impactanalyse van het Nederlandse belang ontraden we, omdat in de huidige systematiek het Nederlandse belang op allerlei manieren steeds wordt meegewogen. Het voldoen aan de Kopenhagencriteria van kandidaat-lidstaten is in het Nederlandse belang. Tegelijkertijd veranderen de regels ook weer bij ieder nieuw MFK en bij ieder nieuw toetredingsverdrag dat wordt afgesloten, dus dit is heel lastig te implementeren.

De heer Vermeer (BBB):

Ik vraag de minister: het klopt toch dat er in de rapportages van de Europese Commissie niets staat over de impact op lidstaten?

Minister Berendsen:

Er staat in dat er in algemene zin altijd wordt gekeken naar de impact op de Europese Unie, omdat ook het absorptievermogen van de Europese Unie onderdeel is van de Kopenhagencriteria.

De heer Vermeer (BBB):

Maar de Unie is niet hetzelfde als een individueel lidstaat als Nederland.

Minister Berendsen:

Dat klopt. Dat betekent ook dat het in het hele proces steeds weer aan het kabinet is. Ook in de vele debatten die wij op het gebied van uitbreiding met de Kamer voeren, gaat het steeds weer om hoe Nederland aankijkt tegen de Kopenhagencriteria en of men daaraan voldoet, maar het gaat ook om de bredere belangen die Nederland heeft bij de toetreding van lidstaten.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 404 geven we oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 405 krijgt ook oordeel Kamer voor wat betreft de migratiedruk.

De motie op stuk nr. 406 van de heer Dassen ontraden we, ook omdat ik niet de meerwaarde zie van het expliciet meenemen van specifieke desinformatie op het gebied van EU-uitbreidingsbeleid. De zorgen over desinformatie in het algemeen delen we en daar zetten we op in.

De motie op stuk nr. 407 van de heer Van Houwelingen over de Eurobarometer ontraden we. We hebben dit debat uitgebreid gevoerd. Ik verwijs voor wat betreft de appreciatie naar het debat.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Ik wil toch een toelichting. Waarom wordt deze motie ontraden?

Minister Berendsen:

De heer Van Houwelingen impliceert dat wij beleid bepalen op basis van opinieonderzoek. De Eurobarometer is een opinieonderzoek. Wij baseren daar geen beleid op. Hij wordt af en toe aangehaald, net als vele andere opinieonderzoeken. Het is vooral aan Eurobarometer en niet aan de Nederlandse regering om te reageren op de waarde die wordt gehecht aan de Eurobarometer en op de eventuele kritiek daarop.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Dat is het punt helemaal niet. De minister weet dat ook. Ik heb dat uitvoerig in het debat betoogd. Het punt is dat de Eurobarometer een onderzoek is dat wordt gebruikt, bijvoorbeeld door het CBS en door rijksoverheidsinstellingen. De regering verwijst er ook regelmatig naar in Kamerbrieven. Het wordt dus gebruikt, maar er is een probleem met het onderzoek. Dus of je stopt met het gebruik van het onderzoek of je laat zien waarom het geen probleem is. Je kunt toch niet deze weg van de minister kiezen, de weg dat je vervuilde informatie — dat is wat het is, tenzij de minister iets anders aantoont — naar de Kamer blijft sturen en daar Kamerbrieven enzovoort op baseert? Dat kan toch niet?

Minister Berendsen:

De heer Van Houwelingen en ik verschillen van mening over hoe de Eurobarometer wordt gezien. Het is aan Eurobarometer om eventuele kritiek op hun methode van een antwoord te voorzien. Uiteindelijk is een opinieonderzoek dat graag veel gebruikt zou willen worden, er vooral zelf bij gebaat om eventuele kritiek te weerleggen.

De voorzitter:

De heer Van Houwelingen voor zijn laatste interruptie.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Ik begrijp het, voorzitter. Dit is geen kwestie van meningen, maar een kwestie van feiten. Ik heb in het debat meerdere onderzoeken aangehaald, bijvoorbeeld van universiteiten en van Maurice de Hond, waaruit blijkt dat het onderzoek van Eurobarometer te positief is. De EU gebruikt het als propaganda. Er zijn onderzoeken die dat aantonen. Zolang die onderzoeken niet zijn weerlegd, staat dat. De minister kan dan niet zeggen dat dit maar een mening is en dat hij anders over de Eurobarometer denkt. Nee, de Eurobarometer klopt niet. Tenzij de minister iets anders kan aantonen of ermee stopt die te gebruiken. Hij doet helemaal niets. Ik concludeer hier, zeg ik via u, voorzitter, tegen de minister, dat hier een minister staat die iets heeft van: "Ja, het kan me niet schelen of het klopt of niet. Ik blijf het gewoon gebruiken en met kritiek doe ik helemaal niets." Ik ben benieuwd hoe het werkt op het ministerie als mensen met kritiek komen.

Minister Berendsen:

De Eurobarometer wordt niet uitgegeven door het Nederlandse kabinet. Dat is een opinieonderzoek en het is echt aan Eurobarometer zelf om eventuele kritiek op dat opinieonderzoek en de methodologie te weerleggen of te beantwoorden.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Berendsen:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 408 van de heer Klos geven we oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 409 van de heer Hoogeveen zou ik met "ontijdig" willen appreciëren. Vanzelfsprekend is dit een van de zaken waar eventueel naar gekeken kan worden voor een efficiëntere werking van de Europese Commissie. Het kabinet wil zeker alle mogelijkheden bekijken, maar op dit moment ligt er nog geen voorstel van de Europese Commissie om te kijken welke aspecten meegenomen kunnen worden in de vorming van de uitbreiding of in eventuele toetredingsverdragen. Op het moment dat die naar buiten komen, zullen we die meenemen.

De voorzitter:

Dan kijk ik in de richting van de heer Hoogeveen om te zien of hij zijn motie wil aanhouden.

De heer Hoogeveen (JA21):

Ik zou 'm toch wel in stemming willen brengen, omdat ik het belangrijk vind dat deze discussie op gang wordt gebracht. Zoals ik net in mijn bijdrage al aangaf, is er op dit moment gewoon te weinig aandacht voor. Ik zou 'm dus toch graag in stemming brengen om de Kamer hierover te laten oordelen.

De voorzitter:

Helder. Dan krijgt de motie op stuk nr. 409 de appreciatie ontijdig.

Minister Berendsen:

Mag ik nog één poging doen? Is dat …

De voorzitter:

U kunt het altijd proberen.

Minister Berendsen:

Als ik daar de gelegenheid toe krijg, dan graag. De beleidsbrief komt eraan en daarin gaan we precies op deze elementen in. Ik zou het heel graag bij die discussie met de Kamer betrekken. Het is dus mijn voorstel om de motie ontijdig te verklaren, omdat we 'm dan kunnen betrekken bij de beleidsbrief die specifiek op al deze thema's ingaat.

De voorzitter:

Dat lokt natuurlijk een reactie uit van de heer Van Houwelingen. Gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):

Van het lid Hoogeveen.

De voorzitter:

O, sorry. Excuus, meneer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):

Aan welke termijn moet ik dan denken, vraag ik de minister via de voorzitter.

Minister Berendsen:

Die beleidsbrief komt er snel aan. Ik meen dat we met de Kamer voor de zomer hebben afgesproken. Dat gaat sowieso lukken. En gezien het weer dat er voor de komende weken is voorspeld, komt die er rap aan!

De voorzitter:

Mijnheer Hoogeveen, wat gaat u doen?

De heer Hoogeveen (JA21):

In dat geval houd ik 'm aan.

De voorzitter:

Oké.

Op verzoek van de heer Hoogeveen stel ik voor zijn motie (23987, nr. 409) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter, de motie op stuk nr. 408 geeft de minister oordeel Kamer. Kan de minister echter uitleggen hoe dat mogelijk is bij een land dat in oorlog is?

Minister Berendsen:

De motie is erop gericht in te stemmen met het openen van onderhandelingsclusters. Zelfs bij Oekraïne, een land dat op dit moment in oorlog is, zien we dat er voortgang gemaakt wordt. Op basis van de criteria die we hebben gesteld om bijvoorbeeld cluster 1 te openen, op basis van wat de Commissie weegt en op basis van de voortgang die men ziet, zijn wij voornemens om dat te ondersteunen.

De voorzitter:

De heer Vermeer ziet af van een vervolginterruptie.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat EU-uitbreiding. Dank voor al uw appreciaties.

De beraadslaging wordt gesloten.

Naar boven