Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 30, item 7 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 30, item 7 |
Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
-het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik zag de vijfde spreker van de Kamer al enthousiast naar voren komen. Het verdient bijna tromgeroffel. Het is de beurt aan de heer Van der Burg namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Van der Burg (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik zeg het maar vast tegen alle aanwezige en niet-aanwezige collega's: vanuit de VVD zal het een vrij overzichtelijke bespreking van de begroting worden, want we zitten midden in de coalitieonderhandelingen. Dat betekent dat wij als VVD-fractie die vooral zullen afwachten, ook als het gaat om begrotingswijzigingen en dat soort zaken. Binnen begrotingsnummers kunnen we het over zaken hebben, maar zaken als vermindering of verhoging van budgetten zijn wat mij betreft allemaal aan de orde in de coalitieonderhandelingen en niet in dit debat dat we vandaag voeren met elkaar.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende, hebben we een derde van onze economie te danken aan buitenlandse handel. 2,6 miljoen mensen vinden hun werk dankzij buitenlandse handel. Dat maakt Buitenlandse Handel een van onze belangrijkste portefeuilles. Als ik kijk naar wat de verschillende politieke partijen allemaal willen volgens hun verkiezingsprogramma's, debatten et cetera, dan kunnen we deze staatssecretaris maar beter heel veel succes wensen, want dat betekent dat we economisch stevig moeten groeien. Daar is de VVD voor. Als we meer groei hebben, hebben we meer taart. Als we meer taart hebben, kunnen we die vervolgens in deze Kamer uitstekend met elkaar verdelen. Daarvoor hebben we dus niet alleen een veel reizende staatssecretaris nodig. We hebben haar heel wat zien reizen sinds zij weer terug is in vak K en in het kabinet. Maar ze heeft ook mooie resultaten behaald. Ik zeg het hier maar en daarmee zeg ik het ook D66 na: ik ben buitengewoon blij dat Mercosur door de Kamer is gekomen en in Europa is ondersteund. Ik hoop dat meer verdragen zullen volgen de komende tijd.
De voorzitter:
Dat geeft natuurlijk aanleiding tot een vraag. Meneer Markuszower, gaat uw gang.
De heer Markuszower (PVV):
Er is een interview verschenen met Rob de Wijk. Ik citeer: "Rob de Wijk is pleitbezorger van een krachtige agrofoodsector in Nederland en Europa." Ik wilde aan de heer Van der Burg vragen hoe hij kijkt naar die uitspraak van Rob de Wijk; hij is toch niet de minste in Nederland. Ik moet opschieten van de voorzitter.
De voorzitter:
Ja.
De heer Markuszower (PVV):
Ik wilde vragen of hij vindt dat dat Mercosur-verdrag onze agrofoodsector in Nederland sterker of zwakker maakt.
De heer Van der Burg (VVD):
Wij hebben een buitengewoon sterke agrosector in Nederland. We zijn niet voor niets de tweede voedselexporteur ter wereld. Dat komt doordat wij als klein land buitengewoon efficiënt zijn. Wij ondervinden daar overigens ook op sommige vlakken de nadelen van; zie de stikstofdiscussie. Maar het Mercosur-verdrag gaat over veel meer dan alleen de agrosector. Dat gaat bijvoorbeeld over de machinebouw. Door dit verdrag zullen we daarin 482 miljoen meer omzet krijgen. Dat gaat over farmaceutica, waarbinnen we 182 miljoen meer omzet krijgen. Het gaat over chemie, waarbinnen we 82 miljoen meer omzet krijgen. Het gaat over transport, waarbinnen we 63 miljoen kunnen krijgen. Het gaat over zware industrie, waarbinnen we — ik moet het even goed zeggen — 140 miljoen kunnen krijgen. Vergist u zich niet. Dienstverlening: 811 miljoen. Transportdiensten: 179 miljoen. Om de heer Markuszower een plezier te doen, zeg ik: ook zuivel profiteert hiervan met 33 miljoen. Dan heb ik alles rondom watertransport nog niet eens genoemd. Dat is ook iets waar we heel erg sterk in zijn. Je moet dit verdrag dus wel in de breedte zien en niet specifiek kijken naar één punt.
De heer Markuszower (PVV):
Ja, de heer Van der Burg strooit hier met miljoenen. Ze vallen allemaal uit de hemel als het heilige mannabrood. Maar dat zijn natuurlijk voorspellingen. Dat is nog helemaal niet zeker. Is de heer Van der Burg het met mij eens dat de bedragen die hij net noemde voorspellingen zijn van economen? Als economen het allemaal zouden weten, dan zouden ze geen hoogleraar zijn op een universiteit, maar dan zouden ze allemaal in een Bentley in Monaco rondrijden. Bent u het daarmee eens?
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is: klopt het dat dat slechts voorspellingen zijn voor bepaalde sectoren en dat het nog helemaal niet zeker is dat dat door dat Mercosur-verdrag realiteit gaat worden?
De heer Van der Burg (VVD):
Weet u, deze cijfers zijn niet van mij. Dit zijn cijfers van de Wageningen University. De PVV en de BBB, die nu niet meer bij het debat aanwezig is, geven altijd hoog op van agro, en terecht. Ik begon mijn bijdrage aan het debat met het feit dat we de taart eerst moeten vergroten voordat we hem kunnen verdelen. De PVV is samen met andere linkse partijen altijd heel erg goed in het verdelen van al het geld dat wij als politici te verdelen hebben, maar het gaat er wel om dat het eerst verdiend wordt. Al die bedragen die ik net noemde, worden verdiend door het bedrijfsleven, en dat bedrijfsleven heeft het sowieso al zwaar met dit parlement. Het is buitengewoon belangrijk dat we ervoor zorgen dat het bedrijfsleven kan bloeien, zodat het daardoor opbrengsten genereert en daarmee ook belastingopbrengsten genereert. En dan gaan de heer Markuszower en ik die wel verdelen.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
De heer Markuszower (PVV):
Daar houd ik de heer Van der Burg aan. Frankrijk heeft tegen het Mercosur-verdrag gestemd. Dat is echt niet voor niks. Het Mercosur-verdrag drukt onze boeren weg uit Nederland. Dat is problematisch voor de voedselveiligheid en voor de voedselzekerheid, want als hier minder boeren zijn die kunnen produceren — dat wordt voor hen gewoon te duur en zij worden beconcurreerd met goedkoop, vies vlees uit verre landen in Zuid-Amerika — dan komt onze voedselveiligheid in gevaar. Ziet de heer Van der Burg dat probleem niet?
De heer Van der Burg (VVD):
Ik zie dat er ook nadelen zitten aan dit verdrag. Die zijn er inderdaad bijvoorbeeld op het gebied van de vleesproducerende industrie. De vleesproducerende industrie zorgt voor een heel groot deel voor de welvaart en het welzijn in Nederland. Tegelijkertijd zorgt die voor heel veel export naar het buitenland en voor lichte problemen op het gebied van stikstof. Wij kijken naar het geheel; wij vinden het verdrag als geheel buitengewoon positief. Wij zijn dus blij dat het VVD/BBB-kabinet, een meerderheid van de Kamer en een meerderheid van de landen in Europa met Mercosur hebben ingestemd. Nogmaals: geld moet je eerst verdienen, dan kun je daar belasting over heffen en daarna kan de Kamer het met elkaar gaan verdelen.
De voorzitter:
Meneer Markuszower, u gaat mij verrassen met een heel andere vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Ja, zeker. Dat verdelen gaan we doen, hè, meneer Van der Burg, met deze begroting van inderdaad het VVD/BBB-kabinet. Dat gaan we doen: een half miljard euro meer naar ontwikkelingssamenwerking. De VVD zegt altijd in haar partijprogramma's dat zij daar niet zo'n grote fan van is. Ook mevrouw Yeşilgöz strooide daarmee als dekking voor allerlei zaken die zij …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is hoe het nou kan dat onder de verantwoordelijkheid van de VVD wéér een half miljard meer naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Überhaupt wordt de taart van 6,7 miljard waar de heer Van der Burg het over heeft, dat zuurverdiende geld, gedrukt in het gezicht van de mensen die hun boodschappen niet meer kunnen betalen. Er wordt helemaal niks verdeeld. Het geld dat de mensen in Nederland allemaal verdienen, geeft de VVD als een soort sinterklaas weg aan Afrika. Dat komt helemaal niet terug in een taart voor de Nederlanders. Hoe ziet de heer Van der Burg dat?
De heer Van der Burg (VVD):
Als de PVV niet meteen was weggelopen, zoals altijd bij moeilijke beslissingen, maar in het kabinet was gebleven, dan had er nu ook een begroting gelegen waarin geld werd uitgetrokken voor ontwikkelingssamenwerking. Als het goed is, had de PVV daar dan gewoon braaf voorgestemd, want als je met elkaar afspraken maakt, kom je die na. Zo zit de VVD in ieder geval in de wedstrijd. Er kunnen dan dingen in het coalitieakkoord en dus ook in een begroting staan waar je het wel mee eens bent of niet mee eens bent, maar afspraak is afspraak. Of je nou, zoals in dit geval, in een kabinet zit met de restanten van de BBB of straks in een nieuwe coalitie met D66 en het CDA: wij zijn goed voor ons woord. Wat wij doen, en dat is een verschil met de PVV, is verantwoordelijkheid pakken als het moeilijk wordt. Dan gaan wij niet het hazenpad op.
De heer Markuszower (PVV):
Zeker is het zo dat de PVV goed is voor haar handtekening. Als er afspraken worden gemaakt, dan moeten we die nakomen. Maar waarom moest de PVV die afspraken maken? Dat komt juist doordat er partijen zijn zoals de VVD die helemaal niet minder geld willen uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking en die blijven zeggen: laten we dat geld maar uitgeven en uitgeven en uitgeven; dat geld moet niet in Nederland worden uitgegeven, maar naar Afrika. Dát is de VVD die we binnen de Kamers kennen. In het verkiezings…
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Markuszower?
De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is: ziet de heer Van der Burg niet de hypocrisie daarvan? De VVD zegt naar buiten toe: wij gaan bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Maar tijdens de onderhandelingen, ook voor het nieuwe kabinet, wil zij constant geld uitgeven aan Afrika en wil zij dat geld niet in Nederland uitgeven.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik hoop dat de heer Markuszower bij het hele debat aanwezig blijft ...
De voorzitter:
Laten we zo met elkaar debatteren dat we zo meteen weer teruggaan naar de begroting.
De heer Van der Burg (VVD):
Dat wilde ik ook doen, voorzitter, uiteraard. Maar dan kan de heer Markuszower straks mevrouw Kröger worden. En dan gaat mevrouw Kröger ongetwijfeld zeggen dat er veel te weinig geld gaat naar ontwikkelingssamenwerking. En dan zal de heer Ceder daarover beginnen en de heer Van Baarle er ook over beginnen. Kortom, de visie van de PVV wordt in ieder geval niet gedeeld door de VVD of door de meerderheid van deze Kamer.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Markuszower (PVV):
Nee, voorzitter, ik heb nog een ...
De voorzitter:
Nee, meneer Markuszower, ik heb u net ook al ... Ik wil graag dat de heer Van der Burg nu verdergaat met de inhoud van zijn bijdrage. Op de inhoud sta ik u zeker nog meer interrupties toe, maar niet nu. De heer Van der Burg gaat eerst verder.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, voorzitter. Wat voor de VVD buitengewoon belangrijk is, is dat we in die verdeling, die we vroeger de "koopman-domineeverdeling" noemden, de koopman de komende tijd hard nodig zullen hebben — en dan nog even los van het woord "man" in dezen, want dat is minder op deze staatssecretaris van toepassing. Ik heb het volste vertrouwen dat de staatssecretaris door zal gaan met er in ieder geval voor zorgen dat het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland goed weet te verkopen.
Ik sprak over de verdeling dominee en koopman, maar eigenlijk is er tegenwoordig, in de nieuwe geopolitieke situatie, een derde component bij gekomen, namelijk koopman, dominee en generaal. Daarin moeten we ook, als het gaat om buitenlandpolitiek, de juiste verhoudingen weten te vinden, bijvoorbeeld als het gaat om veiligheid. Veiligheid is niet alleen iets van Defensie of van Buitenlandse Zaken, maar juist Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is ook een instrument dat je kan inzetten om de veiligheid in Europa en in Nederland te bevorderen. En als ik spreek over ontwikkelingssamenwerking, dan loop ik niet weg voor het feit dat de VVD, in tegenstelling tot wat de PVV doet geloven, medeverantwoordelijk is voor de bezuinigingen die ook onder het kabinet-Schoof zijn ingevoerd. Het is niet alleen maar kommer en kwel, want er is bijvoorbeeld ook afgesproken dat je vanaf 2027 de ODA-gelden, de systematiek waarin je ook andere posten ten laste mag brengen van het ontwikkelingsbudget, bijvoorbeeld de asielportefeuille, mag beperken tot 10%, waarmee er feitelijk een cap op is gezet. In mijn vorige rol als staatssecretaris vrat ik zo ongeveer het hele ontwikkelingssamenwerkingsbudget leeg, gezien de opvangproblematiek. Die cap erop van 10% werkt in die zin gunstig, maar we lopen daar niet mee weg.
Wel zeggen wij als VVD heel nadrukkelijk dat we moeten kijken hoe we de gelden die we nog hebben, beter kunnen inzetten. Daarin zijn er wat mij betreft twee prioriteiten. Eén is natuurlijk de noodhulp, waar het kabinet ook budget voor heeft neergezet. De tweede prioriteit werd net ook genoemd in de bijdrage van mevrouw Van Ark: dat is gezondheid. Ik denk dan met name aan drie specifieke onderwerpen: vrouwen, lhbti en preventie. Bij preventie moet je bijvoorbeeld denken aan vaccinatie. Mevrouw Van Ark noemde al het voorbeeld van hoe rendabel die investering is. Denk bijvoorbeeld ook aan het onderdrukken van de aidsepidemie. Je denkt dan dat dat zaken zijn die ver weg zijn, dat dat zaken zijn die ons niet raken. Maar als het gaat om vrouwenemancipatie en empowerment van vrouwen, raakt dat in bepaalde landen meteen en direct aan de economie: als die economieën sterker worden, worden de democratieën sterker, krijg je minder migratie en krijg je meer veiligheid. Ook als het gaat om het opkomen voor andere minderheidsgroepen is het belangrijk om daar aandacht aan te blijven geven.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, ik zag iemand bewegen, voorzitter.
De heer Markuszower (PVV):
Ja, en inhoudelijk. Het is op zich ook interessant om met het Kamerlid Van der Burg te spreken over migratie. Hij zei, als ik goed heb geluisterd, dat we door het stimuleren van en geld geven aan vrouwenrechten in bijvoorbeeld Afrika, of aan lhbti-cursussen of zo, migratie beperken. Maar — via de voorzitter — meneer Van der Burg, het is toch precies andersom? Elke euro die wij geven aan Afrika zorgt er toch voor dat die mensen daar meer geld hebben? En met dat geld kunnen ze toch mensensmokkelaars betalen, en bevorderen wij dus juist migratie? Geld geven aan Afrika, of dat nou via ontwikkelingssamenwerking is of anders, zorgt voor meer migratie naar Nederland, en toch niet voor minder?
De heer Van der Burg (VVD):
Nee, dat is niet zo.
De heer Markuszower (PVV):
Het argument is dan dus: doordat we geld uitgeven aan — wat is het? — vrouwenrechten- en lhbti-cursussen of zo, zal er minder migratie zijn. Meent de heer Van der Burg dat nou echt?
De heer Van der Burg (VVD):
Wat ik meen, is dat als economieën sterker worden, mensen minder een prikkel hebben om weg te trekken uit een bepaald land. Ik meen dat als economieën sterker worden, het kiezen voor extremen, of dat nou gaat om terrorisme of anderszins gedrag dat de heer Markuszower en ik niet willen, daardoor minder wordt. Uit allerlei onderzoeken blijkt ook dat je dan, zeker in de zwakste economieën, het beste kunt investeren in de empowerment van vrouwen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Ik ben het daar totaal mee oneens, ook wat betreft dat terrorisme. Osama bin Laden was multimiljonair. Als je arm bent, hoef je geen terrorist te worden. En als je terrorist bent, ben je echt niet per se arm. Dat heeft echt heel veel met andere dingen te maken. Ik heb andere onderzoeken gelezen, zeg ik tegen de heer Van der Burg. Ik heb gelezen dat we de economieën in Afrika toch nooit op hetzelfde peil kunnen krijgen als die van Nederland. En omdat iedereen in Afrika weet dat er vaak staatssecretarissen of ministers van VVD-huize zijn die alles weggeven wat we hier hebben — gratis zorg, gratis wonen, gratis alles ...
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Als je een eurootje geeft aan een Afrikaan, dan gaat hij naar Nederland met die euro; dan gaat hij echt niet in Afrika blijven. Die onderzoeken heb ik gelezen. Ik zou het op prijs stellen als de heer Van der Burg daar ook eens naar kijkt.
De heer Van der Burg (VVD):
Nou, ik ben heel erg benieuwd of de heer Markuszower een onderzoek kan produceren waaruit blijkt dat iedereen in Afrika weet dat er in Nederland altijd VVD-staatssecretarissen op Migratie zitten. Naar dat onderzoek ben ik buitengewoon benieuwd. Verder is het een zegen voor dit land dat er veel meer VVD-staatssecretarissen en -ministers zijn dan van de PVV, op welke portefeuille dan ook. Dat gezegd hebbende, is investeren in economieën door middel van buitenlandse handel, waarbij je vervolgens ontwikkelingssamenwerkingsgeld als instrument gebruikt om daarmee economieën sterker te maken, landen veiliger te maken en landen sterker te maken, in het voordeel van Nederland.
De heer Dassen (Volt):
Bij dat laatste sluit ik me aan. Ik denk ook dat het goed is dat de heer Van der Burg hier aangeeft dat er inderdaad geïnvesteerd moet worden, juist ook in die groepen die er uiteindelijk voor zorgen dat economieën in andere landen sterker worden. Een van de belangrijkste groepen daarin zijn kinderen. Op dit moment zien we dat er nog veel onduidelijk is over hoe daar vanuit ontwikkelingshulp voldoende aandacht aan besteed kan worden. Slechts een heel klein percentage van het geld gaat daadwerkelijk naar kinderen toe. Zou het niet goed zijn om te zorgen dat we daarvoor een vast percentage of in ieder geval een hoger percentage dan nu vaststellen, omdat juist als je het hebt over kinderen en economieën, dat een hele belangrijke groep is om in te investeren? Hoe kijkt de VVD daarnaar?
De heer Van der Burg (VVD):
In mijn bijdrage net vanuit de interruptiemicrofoon had ik kritiek op het feit dat mevrouw Van der Plas niet bij een belangrijk debat aanwezig was. Wat ik nu ga zeggen, is geen kritiek, maar gewoon even als korte inleiding. Ik begon mijn bijdrage toen nog niet iedereen in de zaal was. Dat is geen verwijt, want u bent er altijd, meneer Dassen. Maar toen ben ik begonnen met zeggen dat omdat we bezig zijn met coalitieonderhandelingen, mijn bijdrage in die zin saai zou worden dat ik heel nadrukkelijk zeg: verwacht niet nu vanuit de VVD een motie of amendement op het gebied van extra middelen hier of extra middelen daar, omdat ik dat nu echt iets vind voor de coalitieonderhandelingen die plaatsvinden. Wij gaan dus akkoord met de voorliggende begroting. We kunnen eventueel nog wel kijken naar schuiven binnen de nummers, maar wij zullen hier niks aan veranderen.
Waarom zeg ik dat als inleiding op de reactie op de heer Dassen? Omdat als ik nu op de vraag van de heer Dassen inga, daaruit voort kan vloeien dat de heer Dassen zegt: maar zou je dan nu niet ook budgetten moeten verschuiven, toevoegen of anderszins iets moeten doen? Daarvan heb ik dus gezegd: dat ga ik in dit debat niet doen, niet voor de heer Dassen en zelfs niet voor mevrouw Dobbe als ze straks aan het woord komt, omdat ik dat nu dus echt even overlaat aan de coalitieonderhandelingen.
De heer Dassen (Volt):
Prima. Dank voor deze verheldering, maar dit is niet helemaal een antwoord op mijn vraag. Dat vraag ik niet, en dat zal ik ook niet vragen aan de heer Van der Burg. Ik ga alleen maar door op het betoog dat hij hier houdt, namelijk dat we moeten investeren in de groepen die ervoor zorgen dat de economie wereldwijd versterkt. Een van de belangrijkste groepen daarin zijn kinderen. Dat is een groep waar we vaak nog weinig oog voor hebben en die op het moment wereldwijd behoorlijk met bezuinigingen te maken krijgt. Daarvan zeg ik: zouden we er niet meer oog voor moeten hebben om te zorgen dat, als je het hebt over weerbare samenlevingen, je ook investeert in de groep die de meeste toekomst daarin heeft?
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, ik snap wat de heer Dassen zegt, mevrouw de voorzitter. Het lastige is alleen dat de VVD medeverantwoordelijk is voor de begroting en de bezuinigingen die er nu liggen, zoals ik net ook zei. Binnen die bezuinigingen, en daarmee binnen het budget dat er nu ligt, stel ik twee hoofdprioriteiten. De ene is noodhulp en de andere is preventie op het gebied van gezondheidszorg. Bij die laatste sloot ik aan bij de woorden van mevrouw Van Ark. Die twee kies ik nu als prioriteit binnen deze begroting gezien de budgetten die er nu liggen. Vervolgens kleur ik dat wel in door te zeggen: als je het hebt over preventie en over maatregelen die erbuiten liggen, kies ik heel nadrukkelijk voor het leggen van de koppeling tussen buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking door vrouwen te versterken en daarmee te economie te versterken. Maar ik ga graag met de heer Dassen op een nader moment, als er een nieuw coalitieakkoord ligt, kijken hoe het dan voorliggende beleid en de dan voorliggende gelden zich concentreren op die prioriteiten. Ik ben het sowieso met de heer Dassen eens om altijd voor de meest kwetsbaren te gaan, en daar vallen kinderen zeker onder.
De voorzitter:
Volgens mij heeft u een uitnodiging gekregen om koffie te drinken, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Die uitnodiging neem ik zeker aan. Ik ga daar graag verder over in gesprek met de heer Van der Burg. Juist als het gaat om een preventieve werking, moet je ook beginnen bij de jongste groepen, en dat zijn in dit geval kinderen. Ik ga daar dus graag met de heer Van der Burg verder het gesprek over aan.
De voorzitter:
Dan mevrouw Dobbe. Wellicht krijgt u ook een uitnodiging voor koffie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Nou, altijd lekker! Daar ging mijn interruptie echter niet over. Ik hoorde de heer Van der Burg goede woorden spreken over vrouwenrechten. Ik weet dat de VVD die heel belangrijk vindt. We trekken vaak samen op, bijvoorbeeld in het tegengaan van de mondiale antirechtenbeweging die we overal zien, waardoor vrouwenrechten nog meer onder druk staan. De heer Van der Burg weet ook dat wij het niet goed vinden dat de post vrouwenrechten is wegbezuinigd uit deze begroting en ook uit de vorige begrotingen. Ik snap dat er wordt gezegd dat vrouwenrechten en de participatie van vrouwen binnen het huidige beleid worden meegenomen, maar de heer Van der Burg weet ook dat dat niet hetzelfde is. Voor de empowerment van vrouwen heb je echt een aparte investering nodig. Het is niet enorm veel geld. Ik snap dat de heer Van der Burg zegt dat hij niet gaat schuiven. Maar volgens mij staat de beoogde coalitie hier welwillend tegenover, dus misschien zou de heer Van der Burg het toch kunnen steunen dat wij die post terughalen en weer vullen met het bedrag dat erin zat.
De heer Van der Burg (VVD):
Er komt een moment in de coalitieonderhandelingen dat de leiders van die onderhandelingen zeggen: het akkoord nadert nu en er doen zich momenten voor waarop we nu al gaan handelen, omdat we weten dat we straks dit pad op gaan. Zodra ik een seintje krijg — ik spreek even voor mijzelf, want ik kan uiteraard niet spreken namens mevrouw Van Ark en de heer Bamenga — van mijn fractievoorzitter en mijn politiek leider dat het moment daar is, zal ik dat gaan doen. Maar dat moment is er nu nog niet en dan is het niet aan mij om dat te zeggen. Dat laat ik dan graag aan mijn geliefde fractievoorzitter over.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat ontslaat de heer Van der Burg toch niet van de verantwoordelijkheid om te kijken naar de begroting die nu voorligt? Er kunnen dingen in zitten die de heer Van der Burg en de VVD eigenlijk ook niet goed vinden en waarvan we weten dat andere partijen voorstellen wel zouden steunen. Los daarvan gaat het ook gewoon om wat de VVD vindt, volgens mij. Als de VVD vrouwenrechten belangrijk vindt, zou die post terug in de begroting moeten, als dat kan. Er moet in ieder geval wel serieus worden gekeken naar zo'n voorstel, zodat er niet van tevoren al wordt gezegd "we steunen helemaal niks", terwijl het wel een goed voorstel zou zijn.
De heer Van der Burg (VVD):
Maar ik had al wel aan de heer Dassen aangekondigd dat ik niet voor hem zou zwichten en ook niet voor mevrouw Dobbe, dus ik moet mijn belofte aan de heer Dassen wel nakomen. Wij gaan als VVD nu in beginsel niet met verschuivingen komen, omdat we bezig zijn met coalitieonderhandelingen. Als hier aan de coalitieonderhandelingstafel andere afspraken over worden gemaakt, is mevrouw Dobbe misschien niet de eerste die het hoort, maar dan zal zij dat wel heel snel horen. Op dit moment is het wat ons betreft niet aan de orde, omdat er aan de coalitietafel onderhandeld wordt over een nieuw coalitieakkoord. Daar is heel, heel, heel veel geld mee gemoeid en daar gaat deze woordvoerder nu geen plukjes uit plukken.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat zou wel betekenen dat het zeker nog een jaar duurt voordat er weer geld beschikbaar komt voor vrouwenrechten, terwijl die organisaties er nu juist zo mee worstelen om het hoofd boven water te houden. We hebben het bijvoorbeeld ook over de vrouwen in Iran, die we nu de straat op zien gaan en heel moedig zien opstaan tegen het regime, omdat ze opkomen voor hun rechten. We zien het overal in de wereld. Die organisaties verliezen nu, op dit moment, hun financiering, niet alleen van Nederland, maar ook van andere landen. Daarom is het belangrijk om daar niet mee te wachten. Ik wil de heer Van der Burg uitnodigen om daar nu wel serieus naar te kijken en deze vrouwen niet nu te laten zitten en er misschien over een jaar, als er dan een coalitieakkoord ligt, pas op terug te komen. Zij verliezen namelijk nu hun financiering al.
De heer Van der Burg (VVD):
Er zijn tientallen, zo niet honderden redenen waarom we zo snel mogelijk een coalitieakkoord moeten hebben. Daar wordt door ons drieën dan ook hard aan gewerkt. Hoe eerder, hoe beter. Wat dat betreft zit ik er iets positiever in dan mevrouw Dobbe. Op het moment dat er een coalitieakkoord ligt, zal daar denk ik echt voortvarend mee aan de slag gegaan worden en zal er, voor welk onderwerp dan ook, niet automatisch gewacht worden tot december dit jaar of januari volgend jaar.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter. Als het gaat over de combinatie van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, kom ik ook op Europa. We hebben hier de afgelopen tijd veel debatten gevoerd, zowel over Sudan — ik ga geen debatten overdoen; maakt u zich geen zorgen, voorzitter — als over Gaza. Daarin heb ik steeds gepleit voor meer Europese samenwerking, omdat ik echt geloof dat de schaal van de 27 een andere is dan de schaal van 27 keer 1. Dat geldt ook voor ontwikkelingssamenwerking, omdat je dan veel makkelijker kunt prioriteren. Je hebt meer schaal, je hebt meer macht, je hebt meer kracht. Daar hoor ik dus graag een reflectie op van de staatssecretaris.
Ook hoor ik graag van de staatssecretaris hoe zij aankijkt tegen de hopelijk snel startende wederopbouw in Oekraïne, want ook daar zal het kabinet, in ieder geval het toekomstige kabinet, fors mee aan de gang moeten gaan. Ook daar is er een heel nadrukkelijke rol voor Nederland.
Tot slot, voorzitter, nog een klein puntje waar ik erg van gecharmeerd was, omdat het een combinatie is van zowel ondernemerschap als ontwikkelingssamenwerking, en dat is het project Wings For Aid. De staatssecretaris kent het ongetwijfeld. Ik weet in ieder geval dat haar collega's van Defensie daarbij betrokken zijn. Het is een project waarbij gekeken wordt of je via cargodrones juist de moeilijke gebieden kunt bereiken voor het verspreiden van bijvoorbeeld medicijnen en andere zaken. Ik weet dat ze bij het ministerie aan de bel hebben getrokken voor verdere steun. Ik dacht: ik breng dat hier nog even onder de aandacht van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag.
De heer Dassen (Volt):
De heer Van der Burg zei dat 27 landen gezamenlijk een stevigere vuist kunnen maken dan die landen individueel zouden kunnen. Daar sluit ik me natuurlijk van harte bij aan. Is dat dan een pleidooi van de VVD om ontwikkelingshulp ook op Europees niveau te gaan doen? Is de VVD dan ook bereid om daarvoor de middelen naar Europa te brengen, om te zorgen dat dit ook gezamenlijk gedaan kan worden?
De heer Van der Burg (VVD):
Ik denk dat we nog niet zo ver zijn, maar ik zie er in ieder geval nadrukkelijk de meerwaarde van in om meer zaken te doen op Europees niveau, ook als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. En dan moet je daar in de Europese begroting ook middelen voor hebben.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, staat u klaar voor uw bijdrage of voor een interruptie? Voor een interruptie? Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de heer Van der Burg weinig horen zeggen over de belangrijke rol die maatschappelijke organisaties spelen, niet alleen in onze eigen democratie hier in Nederland maar natuurlijk ook wereldwijd, de civil society. Mijn fractie was, samen met nogal wat andere fracties, zeer ongelukkig met de brief die de staatssecretaris daarover schreef. Daarin gaf zij aan dat ze voornemens is om twee Kamermoties niet uit te voeren. In die moties gaat het erom dat maatschappelijke organisaties de mogelijkheid zouden moeten hebben om ook met subsidiegeld toch aan beleidsbeïnvloeding te doen. Ik weet dat de fractie van de heer Van der Burg tegen de betreffende motie heeft gestemd. Toch wil ik graag van de heer Van der Burg weten wat hij vindt dat een bewindspersoon moet doen als een Kamermeerderheid een motie zo duidelijk aanneemt, ook in het licht van het feit dat we naar een minderheidsregering toe bewegen.
De heer Van der Burg (VVD):
Als Kamerlid vind ik dat Kamermoties moeten worden uitgevoerd, ook als het moties zijn waar ik het niet mee eens ben. Mijn fractie heeft inderdaad tegen deze motie gestemd. Als de meerderheid van het parlement iets wil, dan moet het kabinet dat buitengewoon serieus nemen. Dus in beginsel voert het kabinet moties uit. Het verschil tussen een motie en een amendement is echter wel dat het kabinet bij een amendement geen ontsnappingsclausule heeft en bij moties wel, en dat dit dus mag. Als Kamerlid kan ik niet anders vinden dan dat Kamermoties moeten worden uitgevoerd, want daarvoor dien ik ze zelf in. Maar het is het recht van de staatssecretaris — van het kabinet, moet ik natuurlijk zeggen, want als het goed is, wordt het altijd in het kabinet gemeld — om te zeggen: deze motie voeren wij niet uit. Ik sta nu even als Gerrit Zalm met het koffertje boven mijn hoofd. Dat mag het kabinet doen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Uiteindelijk is het natuurlijk ook aan ons als Kamer om met elkaar de mores van dit huis te bewaken. Ik ben blij dat de VVD duidelijk aangeeft: ook al steunden wij deze motie niet, het is belangrijk dat de bewindspersoon in principe een aangenomen Kamermotie uitvoert. In het licht van dat we nu naar een minderheidskabinet toe bewegen, vind ik dat dan toch nog zwaarder zou moeten wegen dat Kamermeerderheden worden gerespecteerd. Ik hoor de heer Van der Burg wel de suggestie doen dat een amendement dwingender is, maar in principe moet deze bewindspersoon aan de slag, gegeven het feit dat er twee aangenomen moties liggen.
De heer Van der Burg (VVD):
Een amendement is niet dwingender. Een amendement is dwingend. Er is geen enkele ontsnappingsclausule voor het kabinet. Een motie is, tussen grote aanhalingstekens, "slechts een uitspraak van de Kamer". Het kabinet kan zeggen: wij voeren die niet uit. Dan hebben we als Kamer middelen om dit alsnog te corrigeren. Ik kan u op voorhand zeggen: als die middelen worden ingezet, zal dat niet de steun hebben van de VVD. Ik zeg dit al dan niet ter geruststelling van mevrouw Kröger. Dus wat de staatssecretaris doet, mag zij doen namens het kabinet, binnen haar bevoegdheden. Verder hebben we straks minder een minderheidskabinet dan wij nu hebben, maar dat zal een andere manier van opereren worden dan met de meerderheid die we ooit een keer hadden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik mevrouw Kröger graag uit voor haar bijdrage namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het jaar 2026 is op een verpletterende manier begonnen. Sinds de Tweede Wereldoorlog was er niet zo veel conflict: Oekraïne, Sudan, Gaza, het gruwelijke neerslaan van de dappere protesten in Iran, het illegale handelen van de VS in Venezuela, de dreiging richting Groenland en de door de VS ingetrokken steun aan cruciale VN-organisaties. De geopolitieke verhoudingen staan op scherp. Ons nu achter de dijken verschuilen is geen optie. Investeren in ontwikkelingssamenwerking en eerlijke handel is investeren in een veiligere, stabielere en welvarendere wereld. Conflict en klimaatverandering stoppen immers niet bij de grenzen. Hier is ook breed draagvlak voor. 92% van de Nederlanders vindt dat wij als rijk land moeten bijdragen aan landen die het minder hebben. Daarom is er de internationale afspraak om 0,7% van ons nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is een directe investering in een veilige, stabiele wereld, waar wijzelf ook nog eens van profiteren. Dat is solidair én rationeel, zeker in deze turbulente tijden.
Maar dit demissionaire kabinet kiest voor forse bezuinigingen op onze internationale relaties. Met een historische miljardenbezuiniging op ontwikkelingssamenwerking zakken we ver, ver onder de internationale 0,7%-afspraak. In welke wereld leeft deze staatssecretaris om dat een goed idee te vinden? Juist nu moeten we investeren in de internationale rechtsorde en in onze relaties met de rest van de wereld. We moeten pal staan voor de cruciale VN-instituties die door de VS verlaten zijn. Van het geld dat na de forse bezuiniging door dit kabinet resteert, wordt in 2026 bovendien bijna een kwart in eigen land uitgegeven aan asielopvang. Waarom maximeert het kabinet deze uitgaven niet nu al, zoals ook in de motie-Thijssen/Van den Brink is gevraagd?
Daarbovenop komt nog een stille, extra bezuiniging, doordat het budget voor ontwikkelingssamenwerking niet meer op dezelfde manier meegroeit met de economie. Ondanks drie aangenomen moties uit beide Kamers weigert het kabinet deze koppeling te herstellen. We hebben hier net uitgebreid het debat over gevoerd. Wij stellen vandaag voor om die koppeling in 2026 wél te herstellen. We hebben hier een amendement voor ingediend. Afgaand op de standpunten van de partijen zou hier een meerderheid voor moeten zijn.
De naar binnen gekeerde afbraakpolitiek van de afgelopen twee jaar heeft al heel veel stukgemaakt en dreigt nog veel meer kapot te maken. Maar het meest schrijnend is misschien wel het simpelweg cancelen van UNRWA. Op basis van desinformatie en onbewezen verdachtmakingen besloten rechtse partijen om de Nederlandse bijdrage drastisch te verlagen, terwijl de situatie in Gaza nog altijd catastrofaal is en UNRWA de belangrijkste voorziener is van scholen, ziekenhuizen en voedsel, zeker nu andere hulporganisaties de toegang wordt ontzegd. Daarom dienen wij een voorstel in om de Nederlandse bijdrage aan UNRWA te herstellen, want ze verdienen in deze tijd onze volle politieke, morele en financiële steun.
De heer Markuszower (PVV):
Mevrouw Kröger heeft het over "onbewezen verdachtmakingen" van UNRWA. Er liggen tal van rapporten met informatie dat UNRWA volledig geïnfiltreerd was door Hamas en dat UNRWA-medewerkers mee hebben gedaan aan de massaslachting, de genocide, die de Gazanen op 7 oktober op Israëli's hebben gepleegd. Daar zaten UNRWA-medewerkers bij. Er is een heel lijstje met dingen — dat gaat nog jaren terug — waaruit blijkt dat UNRWA echt gewoon een foute, foute, terroristische organisatie is en geïnfiltreerd is door terroristen. Daarmee is het dus een terroristische organisatie.
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Markuszower (PVV):
Hoe kan het zijn dat GroenLinks-PvdA bepleit om nog geld aan die terroristen te geven?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik zou de heer Markuszower vragen om even terug te lezen wat voormalig staatssecretaris Klever van zijn eigen partij aan de Kamer heeft geschreven over UNRWA en over de onderzoeken die gedaan zijn. Daarin is juist geconstateerd dat waar er misstanden waren, er ingegrepen is. Er is in die onderzoeken geen structureel probleem geconstateerd.
De heer Markuszower (PVV):
Dan is het maar goed dat die brief niet door mij is geschreven, hè. Laten we het daarop houden. Maar nee, onlangs nog heeft Israël gezegd ... Israël heeft tegen UNRWA gezegd: als jullie willen blijven werken, geef dan gewoon een lijst met daarop de namen van mensen die bij jullie werken; dan kunnen wij even controleren of dat geen terroristen zijn. UNRWA weigert dat tot op de dag van vandaag. Ik weet dus niet wat voor brieven er door het kabinet in het verleden allemaal zijn geschreven, maar feit is dat Israël zegt — en dat er ook andere rapporten zijn zoals die van UN Watch, eveneens uitgenodigd hier in de Tweede Kamer om daarover te getuigen — dat UNRWA gewoon geïnfiltreerd is door terroristen van Hamas. Daar kunnen we toch niet van weglopen?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Nogmaals, er zijn onafhankelijke studies gedaan. Die zijn ook door deze staatssecretaris en door haar voorganger, die van de partij van de heer Markuszower was, met de Kamer gedeeld. Daarbij is gezegd dat er is ingegrepen op een moment dat er misstanden zijn geconstateerd, maar dat er geen structureel probleem is geconstateerd. Dat is wat mij betreft een basis om een VN-instantie juist wel te steunen, zeker op het moment dat de Israëlische overheid andere hulporganisaties het werken onmogelijk maakt. Ik denk dat het juist daarom ongelofelijk belangrijk is om de steun aan UNRWA te herstellen. Ik hoop ook eigenlijk dat daar brede steun voor is in de Kamer.
Voorzitter. Trump voert een politiek van fossiel revanchisme. Met oliegeld en aanvallen op de klimaatwetenschap saboteert hij de groene transitie, om zo onze afhankelijkheid van vervuilende brandstoffen te vergroten. Juist nu de Verenigde Staten het klimaat laten vallen, moet ons antwoord glashelder zijn: zo snel mogelijk op een rechtvaardige manier weg van fossiel. Maar ook wij laten het helaas afweten op klimaat. In deze begroting worden de klimaatbijdragen gehalveerd en slimme rekentrucs verhullen dat niet. Landen in het Mondiale Zuiden willen terecht hulp bij de groene transitie en steun voor geleden klimaatschade. Je ziet dat dit ook in de klimaatonderhandelingen bij de afgelopen COP een cruciaal element was om tot ambitieuzere afspraken te komen. Hoe komt al het geld dat het kabinet als klimaatsteun rekent op papier daadwerkelijk bij klimaatprojecten terecht? Erkent de minister dat wij niet aan onze internationale doelstellingen voldoen?
Overstappen naar een groene, klimaatneutrale economie maakt ons geopolitiek onafhankelijker. Zon en wind in plaats van kolen en gas vergroten onze welvaart, onze weerbaarheid en onze gezondheid. Het beschermen van de natuur wereldwijd maakt ons sterker. Maar wat gebeurt er? Europese wetten voor de groene transitie van onze bedrijven en handel, en tegen ontbossing, worden afgezwakt of uitgesteld. Deze keuzes zijn kortzichtig en missen realiteitszin. Nu Europese regels zelfs onder de OESO-richtlijnen voor duurzaam ondernemen dreigen te zakken, vraag ik: hoe gaat het kabinet deze richtlijnen toch stevig verankeren in het handelsbeleid? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat Nederlandse bedrijven zich eraan houden en is zij bereid dit rijksbreed, dus breder dan BHO, te verankeren in subsidies, aanbestedingen en handelsbevorderende programma's?
Hoe zorgen we ervoor dat mensenrechten in handelsverdragen meer zijn dan dode letters? Het voorbeeld Sudan is al een aantal keren genoemd. In Sudan worden burgers vermoord met wapens uit onder meer de Emiraten. Nederland en Europa kunnen hier een grens trekken door dit heel duidelijk in de handelsbetrekkingen mee te nemen, maar het kabinet weigert dit te doen. Ik wil de staatssecretaris toch vragen hier opnieuw op te reflecteren.
Het kan anders. We kunnen handel inzetten voor het versterken van de internationale rechtsorde voor democratie en voor een welvarende toekomst. Dat is precies waarom Handel en Ontwikkelingssamenwerking ooit zijn samengevoegd en waarom het zo onverstandig zou zijn om deze portefeuilles weer te scheiden. Dan verliezen we coherentie en raken onze doelen steeds verder uit zicht. Ons handelsbeleid raakt mensen wereldwijd: vissers in Mozambique, cacaoboeren in Ivoorkust en naaisters in Bangladesh. Zij kunnen niet hier in Den Haag aankloppen voor de effecten die zij ervaren van ons beleid. Gelukkig zijn er dan maatschappelijke organisaties. Zij zien welk ongewenst effect ons beleid heeft en vertellen ons daarover. Wat wij vervolgens met die informatie doen, blijft aan onszelf als Kamer. Maar waarom zou je een stokje steken voor een luisterend oor? Toch verbiedt dit kabinet maatschappelijke organisaties om met overheidssteun te lobbyen. Daarmee breekt het met jarenlang beleid, dat altijd op de steun van D66, CDA en VVD heeft kunnen rekenen.
Waarom schaart het kabinet zich bij regeringen die kritiek smoren? Waarom blijft deze demissionaire VVD-staatssecretaris PVV-beleid voeren tegen de wens van de Kamer in en tegen de wens van haar toekomstige coalitiegenoten in? Het is beleid op basis van onzekerheid, want een zelfverzekerde overheid omarmt kritiek, zorgt ervoor dat alle stemmen gehoord worden in het publieke debat, en neemt dan besluiten. Maatschappelijke organisaties zijn cruciaal in een gezonde democratie. Hen kort houden en de mond snoeren past in de ondemocratische wind die wereldwijd waait, maar niet in Nederland. Dat is ook wat de Kamer tot tweemaal toe bij meerderheid heeft gezegd met de motie-Hirsch en de motie-Kröger. Mijn vraag aan de staatssecretaris is ten slotte: waar zit de democratische legitimiteit om die moties naast u neer te leggen?
Voorzitter, ik rond af.
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Anders heb ik morgen geen tijd.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Hoogeveen. Hij spreekt namens de fractie van JA21. Ga uw gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. West-Europa is niet welvarend geworden omdat het ontwikkelingshulp heeft ontvangen of rijk is aan grondstoffen. Venetië is op modder gebouwd. Zeventiende-eeuws Holland had niet veel meer. Geld is geen noodzakelijke voorwaarde voor ontwikkeling. Als geld een noodzakelijke voorwaarde was, zaten we nu allemaal nog in het stenen tijdperk. "Geld is het gevolg van economische prestaties." Dat is een citaat van wijlen Frits Bolkestein.
Voorzitter. Vandaag behandelen we een BHO-begroting van ruim 3,5 miljard voor het komende jaar. Het kabinet-Schoof heeft besloten om vanaf 2027 structureel 2,4 miljard te bezuinigen op ontwikkelingshulp. JA21 steunt dit beleid. Hoe meer geld er naar ontwikkelingslanden vloeit, des te meer zij aan de zijlijn van de wereldhandel en daarmee de goudpot van economische groei lijken te staan. Het Afrikaanse continent had in 1970 een wereldaandeel van een magere 5% in de handel. Dat is vandaag de dag 3%. Die marginale positie in de wereldhandel hangt samen met het type export. Volgens de VN Conference on Trade and Development bestaat bijna 77% van Afrika's goederenexport nog altijd uit onbewerkte primaire producten. Dat betekent: weinig toegevoegde waarde, weinig industriële werkgelegenheid en grote kwetsbaarheid voor prijsschommelingen. Ondanks decennia aan ontwikkelingshulp is die structurele economische transformatie grotendeels uitgebleven.
Voorzitter. Geen enkel land is groot geworden door ontwikkelingshulp, maar wel door handel, commercie en investeringen. Daarom moet altijd voorzichtig omgegaan worden met het verstrekken van ontwikkelingshulp. Want ondertussen biedt China vooral hetgeen Afrika wil: handel. "Teken maar, dan gaan we geld verdienen". Dan krijg je er met Europa echter allemaal moeilijke groene, rode of anderskleurige bijsluiters bij.
Voorzitter. We moeten er bovenal scherp op toezien dat hulp geen corrupte of inefficiënte overheden in stand houdt. Het medicijn is dan namelijk erger dan de kwaal. Zo werd in een Oxfordstudie geschat dat ongeveer 40% van de militaire uitgaven in Afrika indirect gefinancierd wordt uit ontwikkelingshulp, wat "aid fungibility" heet. Buitenlands geld schept ruimte op de begroting. Sindsdien is er meer onderzoek naar gedaan, maar ik vraag de staatssecretaris toch graag om een toelichting. Wat doet Nederland als blijkt dat hulpgeld begrotingsruimte vrijmaakt voor militaire uitgaven? Zo ging dat ook onlangs in EU-verband, waarbij altijd nog 100 miljoen naar Pakistan gaat, terwijl dat land ook een peperduur kernarsenaal onderhoudt.
Bij ontwikkelingshulp zien we ook regelmatig dat projecten langer doorlopen dan noodzakelijk, of dat getracht wordt nieuwe opdrachten binnen te halen, zonder dat ze hulp zo snel mogelijk overbodig maken. Hulp kan dan niet langer bevrijdend, maar juist verstikkend werken voor de opbouw van lokale instituties. Graag een reactie van de staatssecretaris. Wat herkent zij hiervan in de besteding van de ODA-gelden?
Voorzitter. Ziet JA21 dan niet in dat we geopolitiek volwassen moeten worden en landen moeten helpen aan ons te binden? Jazeker. Vrijhandel is dan de oplossing. In deze context wil ik ook het EU-Mercosur-verdrag maar genoemd hebben. Open handelsbeleid stelt landen namelijk in staat om comparatieve voordelen in te zetten en om te zetten in economische groei. Het creëert samen met Europa een gelijkwaardige relatie van wederzijdse belangen. Het is dan ook cruciaal dat Nederland in EU-verband inzet op nieuwe handelsverdragen, zoals met Indonesië en India. Wij van JA21 zijn ook blij dat in de Europese Raad vervolg is gegeven aan de motie-Hoogeveen/Van der Burg/Boswijk om daarin koploper te zijn.
Voorzitter. Het Globale Zuiden loopt nu meer inkomsten mis door handelsbarrières die westerse landen hebben opgeworpen dan de som van alle hulpgelden bij elkaar. De Wereldbank wijst er al jaren op dat handelsbelemmeringen en tariefescalatie ontwikkelingslanden miljarden aan exportinkomsten kosten. Zo mogen Trumps importheffingen een knauw zijn voor de wereldhandel, maar ook de EU kan er als handelsblok wat van. Neem bijvoorbeeld cacao- en koffiebonen. Momenteel heft de EU op beide producten 0%, maar zodra ze worden verwerkt tot cacaoboter of gebrande koffie belasten we ze met tarieven en heffingen. De chocoladefabriek en de koffiebranderij komen zo niet in Nigeria of Ethiopië te staan. Dat is keihard protectionisme. We ontnemen landen bewust cruciale kansen op ontwikkeling en betalen ontwikkelingshulp als goedmakertje. Uiteindelijk wordt de chocoladereep of koffie hier in de supermarkt alleen maar duurder.
Voorzitter. Mijn fractievoorzitter heeft eens gezegd: misschien moeten we nadenken of we de tomaat moeten gaan importeren in plaats van de tomatenplukker. Ook dat slaat hierop terug. Als we ontwikkeling oprecht willen stimuleren en landen aan ons willen binden, dan moeten we eens kijken naar onze invoerheffingen. Komt dit in Brussel weleens ter tafel, vraag ik aan de staatssecretaris. We moeten namelijk meer inzetten, ook in EU-verband, op het creëren van nieuwe, gelijkwaardige handelsrelaties. Het terugdraaien van het ingeslagen pad van het kabinet zou eerder een stap achteruit dan vooruit zijn.
Voorzitter. Want om ook maar te eindigen met Bolkestein: ontwikkelingshulp is geen kritische factor, hoezeer wij met een schuldcomplex dat ook graag zouden willen zien. Schuldgevoel is een egocentrische emotie. In tegenstelling tot mededogen is het niet op de ander gericht, maar op het eigen ego.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen. Mevrouw Kröger, ga uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het hele betoog gehoord, een heel inhoudelijke analyse waar ik het volstrekt niet mee eens ben, maar wel een inhoudelijke analyse. Ik was alleen benieuwd hoe JA21 naar deze begroting kijkt, zeker in het licht van het feit dat we op een minderheidskabinet afstevenen. Voor mijn fractie is deze begroting met zulke forse bezuinigingen niet acceptabel en ik ben benieuwd hoe JA21 daarnaar kijkt.
De heer Hoogeveen (JA21):
Fijn dat er goed is geluisterd naar mijn betoog. Inderdaad, we kunnen het met elkaar oneens zijn. Op dit punt ben ik het met de collega oneens. Wij zien het anders, wij steunen de begroting zoals die nu is, maar mocht die door met name de linkerzijde van de Kamer flink worden vertimmerd, dan gaan wij onze steun heroverwegen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Laten we hopen dat het de linkerkant van de Kamer lukt om de begroting flink te vertimmeren. Ik hoorde de woordvoerder van JA21 in het begin van zijn betoog zeggen of in ieder geval de suggestie doen dat meer ontwikkelingssamenwerking zou leiden tot meer oorlogen en conflicten. Hij noemde een bepaalde paradox, geloof ik. Ik zou JA21 willen uitnodigen om ook te kijken naar het rapport dat het IMF heeft gepubliceerd. Dat zegt dat elke dollar die wordt geïnvesteerd in fragiele staten waar conflict zou kunnen ontstaan, en dan in economische groei maar ook bijvoorbeeld in publieke voorzieningen, tot 103 dollar kan besparen qua conflictkosten als gevolg van het mogelijk in conflict raken van zo'n land.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is wel tegenovergesteld aan het beeld dat JA21 schetst. Als je investeert in ontwikkelingslanden, leidt dat tot minder conflict en het brengt ook allerlei goede dingen met zich mee. Zou dat ook waar kunnen zijn volgens JA21?
De heer Hoogeveen (JA21):
Een kleine correctie: ik heb niet gezegd dat ontwikkelingshulp leidt tot oorlog en conflict. Dat heb ik niet gezegd. Wel denk ik dat ontwikkelingshulp — dat empirisch onderzoek doen we nu langer dan 60 jaar — niet altijd leidt tot een verbetering van de situatie daar. Vaak leidt het wel tot afhankelijkheden en het ontnemen van kansen. Er moet dus een goede afweging worden gemaakt. Dat was ook de kern van mijn betoog: waar zet je hulp wel in? Wij zeggen: vooral noodhulp, dus als er een conflict is en er opvang in de regio nodig is. Maar bij ontwikkelingshulp moet je heel gericht kijken hoe je de lokale economie helpt om zelfstandig te worden. Hoe zorg je ervoor dat je handelsafspraken kunt maken? Hoe zorg je ervoor dat je wederzijdse belangen kunt creëren en Afrika in die zin ook als een volwaardige handelspartner ziet, in plaats van als een soort suikeroom — ik zeg het even oneerbiedig — binnen te komen en te zeggen wat er wel en niet moet gebeuren? JA21 gelooft heel erg in persoonlijke autonomie. Wij geloven ook dat het Afrikaanse continent daartoe in staat is.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is wel bijzonder dat JA21 ontwikkelingssamenwerking consistent ontwikkelingshulp blijft noemen. Als je afhankelijkheden wilt afbouwen, moet je volgens mij vooral streven naar samenwerking, iets wat dit kabinet heeft afgebroken maar wel hard nodig is. Wellicht wil JA21 ook steunen dat we weer toe kunnen naar samenwerking. Maar het is geen antwoord op de vraag. Elke dollar die je investeert in een kwetsbare staat, in een ontwikkelingsland, kan leiden tot 103 dollar aan besparingen qua conflictkosten en natuurlijk ook heel veel menselijk leed. Als je dat weet, zou JA21 toch wat constructiever kunnen kijken naar ontwikkelingssamenwerking, in plaats van alleen te zeggen "we moeten hulp bieden"?
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan zou ik dat onderzoek moeten zien. Ik raad de collega ook aan om een wat ouder boek te lezen, dat echter nog steeds relevant is, namelijk Doodlopende hulp van Dambisa Moyo. Zij komt zelf uit Zambia en heeft na onderzoek een uitstekende analyse gegeven van de effecten van ontwikkelingshulp. Dan gaat het om het creëren van afhankelijkheid van Afrika, het voorkomen van verzelfstandiging van de economie en ook het ontnemen van kansen. Het verschilt natuurlijk, je kunt niet alles over één kam scheren. Naar microkredieten of het stimuleren van ondernemerschap wil JA21 altijd kijken, maar er zijn ook projecten die juist heel erg leunen op het overvliegen van westerse adviseurs, consultants en ngo's om landen te vertellen wat ze moeten doen. Daar zijn wij wat kritischer op.
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark. Ik had tegen mevrouw Dobbe gezegd "kort en afrondend".
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb een vraag aan de collega. U zegt dat JA21 vooral wil investeren in noodhulp, maar dan mis ik een beetje de analyse van wat preventie kan doen. Investering in lokale organisaties, bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties, kan soms wel een betere investering zijn dan alleen je geld inzetten op noodhulp, want die kosten zijn soms twee keer zo hoog. Dan is het conflict namelijk al gaande; dan heb je enorme kosten. Hoe kijkt JA21 daarnaar?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik vind dat een interessante kwestie. Ik denk dat dat moeilijk te kwantificeren is. Je moet ook eigenlijk per geval kijken. Ieder land is verschillend. Iedere cultuur is verschillend. Ieder conflict is verschillend. Je zou dus kunnen zeggen dat als we nou meer hadden geïnvesteerd in ontwikkelingshulp, dat conflict dan misschien niet was gebeurd. Maar van heel veel conflicten in Afrika, bijvoorbeeld het conflict in Sudan, vraag ik me af of meer ontwikkelingshulp die had kunnen voorkomen. Hetzelfde geldt voor de brandhaarden van decennia geleden, bijvoorbeeld die in Sierra Leone, waar het vooral om de bloeddiamanten ging. Ik denk dat ontwikkelingshulp daar niet zozeer had geholpen. Ik denk dat het wel beter had geholpen om kritischer te kijken naar de import van diamanten uit die regio. Dit is een "enerzijds, anderzijds"-antwoord.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik moet dit een beetje als volgt interpreteren: JA21 is op zich niet tegen de preventie, dus tegen het investeren in lokale organisaties, maar vindt dat je per land die afweging zou moeten maken.
De heer Hoogeveen (JA21):
Bij ons is een criterium dat het vooral handel en persoonlijke autonomie in de landen daar moet bevorderen. Dan kijken we dus echt naar microkredieten en het stimuleren van ondernemerschap. Wij kijken wat kritischer naar meer culturele samenwerkingsverbanden; daar werden net ook al door de PVV-collega een aantal voorbeelden van gegeven.
De heer Stoffer (SGP):
De heer Hoogeveen praatte snel, maar als ik dit goed heb beluisterd, had hij het erover dat veel ontwikkelingslanden vaak primaire grondstoffen exporteren. Volgens mij klopt dat ook wel; ik heb dat ook weleens gezien als ik op werkbezoek ging. Hoe kijkt de heer Hoogeveen ertegen aan om met landen te kijken of zij de keten wat kunnen opbouwen? Zij exporteren dan dus niet alleen maar die grondstoffen, maar kunnen vooral ook hun eigen economie op gang helpen door die keten wat te verlengen en zelf ook op z'n minst een deel van de verwerking van die primaire grondstoffen te doen. Ziet de heer Hoogeveen brood in zo'n soort combinatie van hulp en handel? Dan kom je, denk ik, uiteindelijk ook op de situatie van een gelijkwaardige samenwerking.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoop dat ik niet te snel sprak. Ik zag mijn timer lopen en ik dacht: ik moet binnen de tijd blijven.
De voorzitter:
Keurig!
De heer Hoogeveen (JA21):
Excuses als ik te snel sprak. Ik ben het helemaal met de heer Stoffer eens. Die vraag stelde ik juist aan de staatssecretaris. De EU is een vrijhandelszone, maar is in feite ook een protectionistisch machtsblok. We willen heel graag de primaire grondstoffen importeren om ze zelf te kunnen verwerken en om zelf onze industrie op te zetten. Daar is wat voor te zeggen; wij hebben een vrij efficiënte en goede industrie, maar concurrentie zou daar niet per se slecht voor zijn. Je zou juist ook kunnen kijken hoe je ervoor kan zorgen dat de tarieven op verwerkte producten worden verlaagd, dat er meer markttoegang kan worden gecreëerd voor andere landen en hoe je daar handelsafspraken mee kan maken, want dan creëer je juist die wederzijdse belangen en krijgen ontwikkelingslanden uiteindelijk zelf ook de kracht om economisch te groeien en toegang te krijgen tot onze markt en daarmee ook geld te verdienen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de bijdrage van de heer Van Baarle namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Terwijl overal ter wereld nieuwe brandhaarden ontstaan, spreken we vandaag over de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Oorlogen, vervolging en honger: in Oekraïne, Sudan, Myanmar, Palestina en vele andere plekken worden elke dag miljoenen mensen wereldwijd keihard geraakt. Juist in zo'n wereld, waarin menselijk lijden zich opstapelt en het internationaal recht steeds verder wordt uitgehold, zou Nederland verantwoordelijkheid moeten nemen in plaats van zich terug te trekken. Maar helaas gebeurt de laatste jaren het tegendeel. De 0,7%-norm, de afspraak om voldoende van ons inkomen uit te geven aan hulp aan andere mensen, raakt steeds verder uit zicht en solidariteit wordt ingeruild voor beleid dat vooral het eigenbelang dient.
Voorzitter. DENK hoopt dat de nieuwe Kamer niet kiest voor eigenbelang, maar voor solidariteit, voor aandacht voor internationale klimaatsolidariteit, voor kinderrechten, voor vrouwenrechten, voor het bestrijden van de meest kwetsbare groepen en voor het bestrijden van internationale armoede. DENK hoopt dus dat Nederland terugkeert naar wat ooit vanzelfsprekend was, die 0,7%-afspraak en het verder beperken van de ODA-toerekening voor opvang in Nederland, zodat we de PVV-sloopkogel uit dit ministerie halen.
Ik wil in dit debat stilstaan bij groepen die hard geraakt worden. Neem de Rohingya in Myanmar. Al jaren is deze minderheidsgroep slachtoffer van etnische zuivering, geweld en vervolging. Velen wonen in vluchtelingenkampen in erbarmelijke omstandigheden zonder perspectief op terugkeer. Internationale organisaties waarschuwen dat terugkeer onder de omstandigheden die er nu zijn, levensgevaarlijk is. Tegen de junta in Myanmar is zelfs een genocidezaak aangespannen. Bij de vorige begroting is een amendement van DENK aangenomen om extra middelen beschikbaar te stellen voor de ondersteuning van de Rohingya. Dat amendement was nodig en dat is het nog steeds. Daarom hebben wij dat amendement opnieuw ingediend. Nederland moet namelijk blijven bijdragen aan humanitaire hulp en bescherming van de kwetsbare Rohingya. Ik vraag de staatssecretaris of zij, net zoals haar voorganger, opnieuw oordeel Kamer kan geven aan dit amendement. Ik hoop dat de Kamer, net zoals vorig jaar, ook weer mijn amendement kan steunen om aandacht te geven aan deze kwetsbare groep. Op welke andere manieren, boven op dit amendement, kan de staatssecretaris de Rohingya helpen?
Er is een andere groep die onze aandacht hard nodig heeft: de Oeigoeren in China, die het slachtoffer zijn van etnische zuivering en dwangarbeid. Producten die met deze dwangarbeid tot stand zijn gekomen, komen nog steeds onze markt op. Dat is verwerpelijk. Er zijn moties over ingediend, ook door DENK. In 2027 gaat er een antidwangarbeidverordening in werking. Hoe gaat de staatssecretaris daarop voorsorteren? De tijd om daarop te wachten hebben de Oeigoeren niet. Daarom heb ik ook een amendement ingediend waarmee we geld vrijmaken voor organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de Oeigoeren, maar ook documentatie van die dwangarbeid, zodat we gerichter iets daartegen kunnen doen. Ook bij dit amendement hoop ik op een positief oordeel van de staatssecretaris. Op welke manieren kan zij nu die producten die met dwangarbeid tot stand zijn gekomen, weren en de Oeigoeren in China verder ondersteunen?
Dan de situatie van de Palestijnen. De humanitaire ramp in Gaza vanwege de Israëlische misdaden, de gepleegde genocide en de voortdurende bezetting van de Palestijnse gebieden, vragen om daden. Ze vragen om actie. Noodhulp is dringend nodig. Keiharde druk tegen Israël is keihard nodig. Sancties tegen Israël zijn nodig. Een genocide stoppen vraagt namelijk actie. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel middelen er in 2026 in totaal door het ministerie van Buitenlandse Zaken beschikbaar zullen worden gesteld voor hulp aan de Palestijnen? Het is echt onacceptabel dat deze Kamer en deze regering ervoor hebben gekozen om op basis van een hetze die door de PVV wordt gevoerd tegen UNRWA, vol met leugens, deze organisatie die de Palestijnen ondersteunt, kapot te bezuinigen. DENK heeft dan ook een amendement ingediend om 1 miljard euro vrij te maken voor de wederopbouw van Gaza en hulp aan de Palestijnen. Ik vraag de staatssecretaris het volgende. Er was eerder, in 2024, 20 miljoen gereserveerd voor de wederopbouw van Gaza. Die was toen niet uitgegeven en is in 2025 op de begroting blijven staan. Klopt het dat dit nu niet meer in de begroting staat? Wat is daarmee gebeurd?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag.
De heer Markuszower (PVV):
Misschien wel meer.
De voorzitter:
Nee, ik denk één.
De heer Markuszower (PVV):
De heer Van Baarle had het over een hetze die de PVV zou voeren tegen UNRWA. Maar is de heer Van Baarle er niet mee bekend dat bij UNRWA minstens twaalf medewerkers hebben deelgenomen aan de terroristische aanslagen van 7 oktober, waarbij vrouwen zijn verkracht en vermoord, mannen zijn onthoofd en baby's zijn verbrand, en dat tientallen andere medewerkers van UNRWA die aanslagen hebben toegejuicht?
De heer Van Baarle (DENK):
Allereerst zou ik willen ingaan op wat ik de heer Markuszower eerder hoorde zeggen over UNRWA en over de Palestijnen. De heer Markuszower had het namelijk erover dat er terrorisme gepleegd werd door "de Gazanen" en "de Palestijnen". Wat hij daarmee doet is de Palestijnen collectief verantwoordelijk stellen, schuldig maken en daarmee demoniseren. Echt giftig. Hij noemde UNRWA net een terroristische organisatie. Op basis van geen enkel feit kan je zeggen dat UNRWA een terroristische organisatie is. Dit is prietpraat vanuit de koker van Netanyahu, gedaan door een soort extreemrechtse, zionistische club die UN Watch heet en wordt gefinancierd vanuit Israël, terwijl UNRWA zelf al die aantijgingen heeft ontkracht. Er was een internationaal onderzoek, het Colonna-onderzoek, dat heeft gezegd dat UNRWA weerbarstige praktijken heeft voor het waarborgen van de onafhankelijkheid. Zijn er verbeterslagen te maken? Zeker. Deze hele Kamer, inclusief DENK, heeft gezegd: voer de aanbevelingen uit het Colonna-rapport uit; het is verstandig als dat gebeurt. Maar deze zionistische leugens, deze pro-Netanyahu prietpraat vanuit de PVV om de Palestijnen en een organisatie die de Palestijnen helpt, te demoniseren, alleen maar om de agenda van Netanyahu te dienen, moeten echt hard bestreden worden.
Bij dezen, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan dit debat niet verder voeren. Ik ga u bedanken voor uw bijdrage en ik ga de heer Stoffer uitnodigen voor zijn bijdrage namens de fractie van de SGP. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Nu het kerstreces achter ons ligt, blijft de vraag hangen wat na deze tijd van bezinning politiek van ons gevraagd wordt. Ik zou denken dat internationale gerechtigheid in de kern ook draait om offers brengen. Bij offerbereidheid staat het besef voorop dat alles wat je hebt, ontvangen is. Dat offer kleurt dan ook onze verhouding tot ons bezit. Ons bezit is tijdelijk en staat nooit van los van inspanningen van anderen. Dat mogen we, denk ik, wel stellen. Vrijgevigheid heeft daarom ook altijd iets van teruggeven, in het besef van hoe bevoorrecht je zelf bent en, in dit geval, van hoe bevoorrecht we als Nederland zijn. Ik denk dan aan bezoeken die ik in het verleden gebracht heb aan boerinnen in Uganda, maar ook aan gezinnen in Benin die in een steengroeve grote keien tot fijn grind hakten. Dat deden ze omgerekend voor misschien €3 per dag voor een heel gezin.
Voorzitter. De wijze koning Salomo wijst erop dat goed leven vraagt om meer dan offerbereidheid alleen. Hij zegt: "Gerechtigheid en recht te doen is bij den HEERE uitgelezener dan offer." Dat kunt u lezen in Spreuken, als u het na zou willen lezen. Rentmeesterschap vraagt om royaal delen, maar ook om eerlijk handelen. Handel draait om halen en brengen. Daarom passen handel en ontwikkelingssamenwerking ook zo goed bij elkaar. Het doet mij goed om te zien dat bedrijven en ngo's, die elkaar in het verleden nog weleens bestreden, vandaag de dag steeds beter samenwerken, onder meer als het gaat om water en voedsel. Die samenwerking wordt ook internationaal gewaardeerd als de Dutch Diamond.
Invest International wijst erop dat de Nederlandse concurrentiekracht voor een belangrijk deel afhangt van onze bereidheid om te investeren in ontwikkelende economieën. Daarom riep een brede coalitie van bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties de Nederlandse overheid laatst op om alle actoren uit deze Nederlandse diamant te ondersteunen, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Daarom dien ik straks — het zal morgen zijn, schat ik in — een motie in om deze samenwerking tussen publieke en private partijen te borgen en te faciliteren.
Voorzitter. Met de inhoudelijke koers van het kabinet-Schoof kon de SGP op veel punten best leven, ook wat betreft ontwikkelingssamenwerking. Maar het loslaten van de koppeling met de 0,7%-norm boven op de miljarden bezuinigingen, was en is voor ons wel een onacceptabele richting. Het kabinet slaat hiermee ook drie aangenomen moties van de Eerste en Tweede Kamer in de wind. Ik zeg u maar eerlijk dat wij daardoor nog echt twijfelen over steun aan de begroting die nu voorligt, na alles wat er de afgelopen een à twee jaar is gepasseerd. Ik overweeg ook om op de een of andere manier nog een motie in te dienen die wellicht een betekenisvolle stap kan zijn om daar toch verandering in aan te brengen.
Ik zie de heer Markuszower bij de microfoon staan.
De voorzitter:
Ik dacht: ik geef u de gelegenheid om uw bijdrage af te ronden.
De heer Stoffer (SGP):
Mag ook, voorzitter, maar ik ben nog wel een minuutje bezig.
De voorzitter:
Ik laat de heer Stoffer zijn bijdrage afronden.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Tussen al het geweld over Venezuela en Groenland kondigden de VS aan zich opnieuw terug te trekken uit een reeks internationale organisaties, waaronder het IPCC en het klimaatraamverdrag. De SGP vraagt in het bijzonder aandacht voor het Amerikaanse vertrek uit de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling. Deze exit raakt niet alleen de technische bijstand aan arme landen die willen profiteren van wereldhandel, maar treft ook de beschikbaarheid van onafhankelijke data en analyses over handelsstromen en invoerheffingen. Daarmee komt een voor beleidsmakers belangrijke informatiebron onder druk te staan. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij kan aangeven welke gevolgen dit heeft voor de kwaliteit en de rechtvaardigheid van het Europees handelsbeleid en het Nederlandse imvo-beleid, met name in relatie tot ontwikkelingslanden.
Voorzitter. Ik refereerde daarstraks aan de kinderen en gezinnen die in de steengroeves in Benin werken, want kinderen worden het hardst geraakt door de gevolgen van armoede, conflicten en honger. Het goede nieuws is dat de kindersterfte in 25 jaar tijd wereldwijd gehalveerd is. Het slechte nieuws is dat deze vooruitgang afvlakt door bezuinigingen op mondiale gezondheid, waaronder moeder-en-kindzorg. Daarom is de oproep van de SGP: geef kinderen een centrale plaats in het ontwikkelingsbeleid. De eerste levensjaren vormen een krachtige basis voor een gezonde ontwikkeling, die later de zorgkosten drastisch kan verminderen. Daarom stel ik de volgende vragen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat kindgerichte en kindspecifieke investeringen ondanks bezuinigingen ten minste op peil blijven? Is de staatssecretaris bereid om in VN-verband meer aandacht te vragen voor prenatale gezondheid en bescherming van moeder en kind, juist nu er wordt nagedacht over nieuwe ontwikkelingsdoelen voor na 2030? Jongerenontwikkeling is niet langer prioritair, maar kan wel dwarsdoorsnijdend een plek krijgen, zo gaf haar voorganger aan, bijvoorbeeld bij opvang in de regio. Hoe wordt dit jaar geïnvesteerd in beroepsonderwijs en jongerenwerkgelegenheid?
Voorzitter, het allerlaatste punt. Vandaag komt de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors uit. Daarin zien we: een op de vijf in Afrika en maar liefst twee op de vijf in Azië, ook in landen waarmee Nederland een handels- en ontwikkelingsrelatie heeft. In het Focus-kader is een instrument opgenomen met als doel mensenrechten en fundamentele vrijheden te bevorderen. Kan de staatssecretaris aangeven welk deel van het budget van in totaal 60 miljoen specifiek naar de aanpak van christenvervolging gaat, in lijn met onze unaniem aangenomen motie?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
De heer Stoffer pleit volgens mij voor een verhoging van het budget. Nu al geeft elk gezin ongeveer €800 per jaar uit aan ontwikkelingssamenwerking. Met het voorstel van de heer Stoffer zou dat naar €1.100 of zo gaan. Wat is daar nou precies barmhartig aan? Wat is er nou precies, als ik zo vrij mag zijn, zelfs christelijk aan dat de Tweede Kamer of de regering bepaalt hoe een Nederlands gezin aan liefdadigheid moet doen? Is het niet veel beter dat wij het aan gezinnen die aan het eind van de maand geld overhouden, zelf laten om ervoor te kiezen geld aan liefdadigheid uit te geven? Is het niet barmhartiger, vraag ik aan de heer Stoffer, om gezinnen die in Nederland in armoede leven en kinderen die in Nederland met honger naar bed gaan, te helpen, bijvoorbeeld door de boodschappen goedkoper te maken, zodat mensen hier makkelijker kunnen leven? Wat is er zo barmhartig aan om Nederlanders te dwingen geld te geven aan landen hier heel ver vandaan, terwijl we hier in Nederland zo onze eigen problemen hebben?
De heer Stoffer (SGP):
Twee dingen. In Nederland heeft bepaald niet iedereen het heel goed. Dat we hier barmhartigheid moeten tonen en met elkaar moeten delen, is, denk ik, heel belangrijk. Daarover voeren we met elkaar een ander debat, bijvoorbeeld bij SZW. Op wereldniveau gezien heeft Nederland het gewoon heel goed. Nederland is een van de welvarendste landen. Dat wij een deel van ons geld elders investeren … Ja, het is een christenplicht — lees de Bijbel er maar op na — dat je ook zorgt voor mensen om je heen die het minder hebben. Gaat dat inhoudelijk allemaal goed? Bepaald niet. Daar heb ik veel kritiek op. Dat mag ook andere richtingen op. Ik vond dat dit kabinet, waar nog maar een heel klein deeltje van over is en waar u en uw collega Klever ook in zaten, daar best in de goede richting op inzette. En ja, dan zeggen wij: houd dat percentage van 0,7% of doe op z'n minst, nu we in een andere situatie zitten, je best om daar weer naartoe te bewegen. Daar zoek ik naar. Ik denk dat dat echt onze christenplicht is, dat we met elkaar hebben te delen en dat je met elkaar het goede moet zoeken voor elkaar. En dan is er nog één, voorzitter. Terug bij de PVV.
De voorzitter:
We waren bij twee, maar nu zijn het er drie.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, soms krijg je toch nog een soort brainwave.
De voorzitter:
Een soort openbaring.
De heer Stoffer (SGP):
Terug bij de PVV. Stel dat je zegt: laat niet te veel mensen naar Nederland komen. Daarover zijn we het niet eens met elkaar oneens. Dan zullen we er toch voor moeten zorgen dat de omstandigheden van mensen elders redelijk goed zijn? Ik kan me niet voorstellen dat de heer Markuszower en ik het daar niet over eens zijn. Ik snap namelijk heel goed dat je naar een gebied gaat waar het economisch beter is als je het in een bepaald land heel belabberd hebt. Als ik in die omstandigheden zou verkeren, zou ik namelijk hetzelfde doen. Dat heeft wat opgewekt, hoor ik!
De voorzitter:
U kunt ook bevestigend "ja" knikken, meneer Markuszower. Zeer gewaardeerde collega's, ik zit echt naar de klok te kijken. We hebben hierna nog een aantal debatten en het loopt uit. Ik heb het idee dat we soms met iets andere woorden dezelfde vragen aan het stellen zijn. U kunt de collega een compliment geven voor het laatste wat gezegd is, en dan ga ik door naar de heer Ceder, die één vraag mag stellen.
De heer Markuszower (PVV):
Wat heeft u rare rollen, voorzitter: én mijn coach, én de voorzitter ...
De voorzitter:
Ik ben van alle markten thuis, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
En in beide doet u dat geweldig goed, voorzitter. Ik zal heel kort zijn. Ik heb net al iets gezegd hierover in mijn interruptie van de heer Van der Burg, namelijk dat er allerlei onderzoeken zijn die zeggen dat er eigenlijk een negatieve correlatie is tussen het geven van ontwikkelingshulpgeld en migratie: dat leidt tot meer migratie. Ik ben zo vrij geweest om de heer Van der Burg een e-mail te sturen, met behulp van ChatGPT, met een verwijzing naar al die onderzoeken. Ik wil u vragen om met de heer Van der Burg samen naar die onderzoeken te kijken en ...
De voorzitter:
Ik heb het idee dat u de heer Stoffer uitnodigt voor een leesclub. We kunnen dat dan misschien kort houden, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Het is dus precies het tegenovergestelde, echt verschillende onderzoeken die precies het tegenovergestelde zeggen: als wij geld geven aan die landen, aan Afrika, dan leidt dat tot meer migratie naar Europa.
De heer Stoffer (SGP):
Op mijn bucketlist staat nog altijd dat ik een kop koffie met de heer Van der Burg wil drinken, dus als we dat kunnen doen ... Ik wil hem wel betalen.
De voorzitter:
Kijk, deze dag levert zo veel op ... Nog één vraag van de heer Ceder. Ga uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Vorig jaar waren deze plannen al bekend. Toen waren er ook zorgen van de SGP. Ik heb net ook D66 geïnterrumpeerd, en meerdere partijen. Een van de punten was natuurlijk de bni-koppeling. Het was toen de PVV-minister die met deze plannen kwam. Inmiddels zijn die niet echt aangepast. En de grote klap viel niet vorig jaar, maar dit jaar. Ik heb van de heer Stoffer een aantal keer, ook deze keer weer, gehoord dat de bni-koppeling hem zwaar valt. Volgens mij, als ik zo D66 hoor, gaat de begroting een meerderheid halen. Daarmee worden de plannen die de voormalig PVV-minister heeft gepresenteerd en waar we toen kritisch op waren, gewoon uitgevoerd.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is: hoe hard wil de heer Stoffer het spelen ten aanzien van die bni-koppeling? Want de steun van de SGP aan ook deze begroting zal die mogelijk maken. De gevolgen daarvan hebben we vorig jaar al met elkaar uitgewisseld. Ik ben gewoon benieuwd hoe zwaar dat voor u weegt. Wij hebben een amendement. Ik ben bereid om met elkaar te bekijken of we elkaar kunnen vinden, zodat we dit de goede kant op kunnen sturen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb het amendement van de heer Ceder gezien. Ik wil nog even met mijn fractie in overleg over de dekking, maar ik sta in beginsel positief voorgesorteerd voor dat amendement. Voor de rest heb ik mijn overwegingen al aangegeven, namelijk dat ik er echt heel veel moeite mee heb. Hadden we in het reguliere proces gezeten van een kabinet dat er nog full demissionair had gezeten, terwijl het nu op de laatste tanden loopt, dan schat ik in dat wij die begroting, als er niks was gebeurd, sowieso niet zouden steunen. Nu is het natuurlijk wel zoeken in dit tijdsgewricht: waar gaan wij dadelijk heen? Dus ik zoek naar perspectief. Dat je denkt: als er dadelijk een nieuw kabinet zit, gaan we dan wel stappen zetten, en wachten we dan niet totdat er een volgende begroting komt ergens eind dit jaar? Er moet tussentijds wel wat gebeuren wat mij betreft. Het kan natuurlijk zijn dat een nieuw akkoord van de partijen die nu onderhandelen ons inhaalt, dus dat daar wat van ligt voordat we gaan stemmen. Tja, dan moet je dat denk ik ook meewegen. Maar vooralsnog, als alles nu zo blijft, hoop ik eigenlijk dat het zover kan komen dat ik het amendement van de heer Ceder kan steunen. En dan zou ik zeggen: als wij zover zijn, laat de rest van de Kamer dat dan alsjeblieft ook doen; laten we ervoor zorgen dat we dan op die manier een stap gaan zetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu, kijkend of iedereen scherp blijft, luisteren naar de heer Dassen namens de fractie van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's mevrouw Teunissen, mevrouw Dobbe en de heer Ceder dat ik eerst mag spreken omdat ik zo naar de informateur moet.
Ik wil beginnen met mevrouw Van Ark nog van harte te feliciteren met haar maidenspeech, een erg mooie. Heel veel succes hier in de Kamer.
Voorzitter. We voeren dit debat tegen een achtergrond waarin de wereldorde fundamenteel aan het kantelen is. 80 jaar internationale rechtsorde wordt door de grondlegger, de Verenigde Staten, in rap tempo kapotgemaakt. Zo zijn de Verenigde Staten, zoals meerdere collega's al aangaven, deze maand nog uit 66 internationale verdragen gestapt, waaronder handelsverdragen. Ook zien we op dit moment dat er wereldwijd steeds meer flinke schendingen van het internationaal recht zijn. Dit laat zien hoe makkelijk het is om iets af te breken, maar ook hoe moeilijk het zal zijn om het vervolgens weer op te bouwen.
Voorzitter. Juist in die context is het schrijnend dat dit kabinet de afgelopen jaren fors heeft bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Langjarige partnerschappen zijn stopgezet, hulpprojecten zijn teruggeschroefd en de financiering is onzeker gemaakt. Wat op papier een bezuiniging lijkt, is in de praktijk een verzwakking van onze internationale positie. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris hoe zij nu kijkt naar de afgelopen weken en maanden, waarin we zagen dat Trump de wereldorde aan het afbreken is. Hoe plaatst zij de bezuinigingen van dit kabinet daarbij? Moeten wij niet, juist nu we zien dat de Verenigde Staten die terugtrekkende beweging maken, als Europa een stap naar voren doen? Moeten we niet juist gaan toewerken naar die 0,7% bni?
Dat Trump de wereldorde aan het afbreken is, biedt ook mogelijkheden, zoals voor een gezamenlijke Europese ontwikkelingssamenwerking die kosteneffectief, voorspelbaar en beter afgestemd is op wat partnerlanden nodig hebben. Ziet de staatssecretaris daarnaast ook kansen voor de Europese positie op het wereldtoneel door het achtergelaten Amerikaanse vacuüm in te nemen en de diplomatieke macht van Europa daarmee te versterken, juist omdat we ook zien dat China en andere landen dat nu vaak proberen in te vullen? Is de staatssecretaris bereid zich actief in te zetten voor verdere Europese coördinatie en gezamenlijke uitvoering van ontwikkelingssamenwerking, zodat we versnippering tegengaan, middelen effectiever inzetten en Europa als geheel een sterkere, meer samenhangende rol laten spelen?
Voorzitter. Het werd door enkele collega's ook al genoemd: wie in kinderen investeert, investeert in de toekomst van een land. Ongeveer 46% van de bevolking van ontwikkelingslanden is kind, maar er gaat slechts een klein deel van de ontwikkelingssamenwerking naar hen. Dat zien we in de onderwijsbudgetten. Door mondiale bezuinigingen dreigt het onderwijsbudget flink naar beneden te gaan. Zoals de heer Bamenga ook al aangaf, zullen 6 miljoen kinderen daardoor niet meer naar school kunnen. Dat is niet alleen onacceptabel maar ook economisch onverstandig, want elke euro die wordt geïnvesteerd in een kind, levert gemiddeld €10 op. Erkent de staatssecretaris de noodzaak van kindgerichte investeringen, juist in die gebieden waarin het hard nodig is? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om de belangen van kinderen structureel te verankeren in de verschillende beleidsprioriteiten, dus niet als een apart onderdeel maar als onderdeel van al die beleidsprioriteiten?
Voorzitter. Juist in tijden van grote verandering is het belangrijk om vast te houden aan onze eigen principes en waarden. Europa heeft een nieuw verhaal nodig en een eigen koers. Nederland en Europa zijn juist sterk wanneer we normen stellen, wanneer we het Brusselse effect gebruiken om standaarden op het gebied van milieu, duurzaamheid een mensenrechten te verbeteren. Deze ambitie begint steeds meer te vervagen en krijgt zelfs geen prominente positie meer in de positieve agenda's. Het is cruciaal om in te blijven zetten op klimaat, niet alleen omdat dit aansluit op wat wij belangrijk vinden in Europa, maar ook omdat het ons toekomstige verdienvermogen zal versterken. Deze begroting toont die ambitie niet. Sterker nog, we spreken over nieuwe handelspartnerschappen in Afrika en Latijns-Amerika, maar we investeren te weinig in hun klimaatweerbaarheid. Klimaat is geen bijzaak van buitenlands beleid, het moet centraal staan in onze handelsstrategie. Is de staatssecretaris het met me eens dat het uitstellen van de Ontbossingsverordening op Europees niveau voor onherroepelijke milieuschade in Latijns-Amerika zal zorgen en dat we daarom gelden voor ontbossing naar voren moeten halen om dat uitstel te dekken? Mijn fractie heeft hier een amendement over ingediend. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe zij daarnaar kijkt. Is zij ook bereid toe te werken naar een nieuw Europees handelsmodel waarin niet concurrentie op de laagste standaarden centraal staat, maar waarin we kiezen voor gelijkwaardige partnerschappen?
Voorzitter. Overal in Europa zien we dat er bezuinigd wordt op ontwikkelingssamenwerking. Maar terwijl deze ondoordachte bezuinigingen plaatsvinden, zien we dat een klein groepje Amerikaanse multinationals of techoligarchen rijker en rijker wordt. Dat kunnen we niet accepteren. Amerikaanse multinationals kunnen zomaar uitgezonderd worden van rechtvaardige bijdragen. Hun waarde wordt op onze markten gecreëerd, maar de winsten vloeien terug naar de Verenigde Staten. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom Nederland bereid is om te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, maar geen rode lijn trekt richting grote Amerikaanse multinationals? Wat gaan Nederland en Europa doen om de 109 miljard aan handelstekort terug te brengen als het gaat om die digitale economie? Ziet de staatssecretaris ook dat een Europees gecoördineerde digitaledienstenbelasting de balans weer kan terugbrengen? Is zij bereid zich actief in te zetten voor een Europese digitaledienstenbelasting, samen met andere landen?
Voorzitter, tot slot. We bewegen steeds meer naar een wereldorde waarin het recht van de sterkste geldt. In deze tijd, waarin harde macht vaak zwaarder lijkt te wegen dan zachte macht, is het voor Europa en Nederland van cruciaal belang dat we de waardegemeenschap zijn die we zeggen te willen zijn en dat we die ook daadwerkelijk uitdragen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Teunissen, die spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Midden in de puinhopen die dit kabinet heeft veroorzaakt met de grootste bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking ooit, die ook neerslaat in deze begroting, is het goed het belang van ontwikkelingssamenwerking nog eens te benadrukken. Daar zal de Partij voor de Dieren vandaag dan ook mee beginnen. Ontwikkelingssamenwerking is in het belang van dieren, mensen en de planeet. Het vermindert armoede en ongelijkheid door investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en voedselzekerheid. Het bevordert stabiliteit in de wereld en voorkomt conflicten. Ook worden met ontwikkelingssamenwerking de grondoorzaken waardoor mensen moeten vluchten weggenomen en ondersteunt ze de bescherming van mensenrechten en gendergelijkheid. Bovendien is internationale ontwikkelingssamenwerking cruciaal voor het aanpakken van de klimaat- en biodiversiteitscrisis en het voorkomen van nieuwe pandemieën. Daarom wil Partij voor de Dieren altijd al dat 1% van ons bruto nationaal inkomen naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Dat is in deze tijden van conflict en klimaatcrisis nog belangrijker geworden.
Het kabinet benadrukt steeds dat ontwikkelingssamenwerking en handel in het Nederlandse economische belang moeten plaatsvinden. Dit is een zeer kortetermijngedachte, een zeer nauwe gedachte. Want in een tijd van escalerende klimaatcrises, een toenemend aantal gewapende conflicten en een toenemend aantal mensen, waaronder veel vrouwen en kinderen, dat afhankelijk is van noodhulp, kun je niet sec aan je eigen economische belangen denken en je de hele tijd daarop blindstaren, terwijl de wereld om je heen afbreekt. Daarom moet een fundamenteel onderdeel van het beleid zijn dat we de overconsumptie van het rijke Westen aanpakken en de voetafdruk van de rijke landen inperken. Nederland en Europa moeten nadenken over hoe hun beleid in andere landen uitpakt en wat dat betekent voor mens, dier en natuur.
Zo is het Mercosur-verdrag desastreus voor de Amazone, waarvan al enorm veel vernietigd is, onder andere door Nederlandse vleesbedrijven. Europese landbouwsubsidies verstoren lokale economieën elders nog meer. Ook importeren we producten die slecht zijn voor het milieu of waarbij tijdens de productie mensen- of dierenrechten worden geschonden. Een krachtig beleid moet ervoor zorgen dat arme landen niet langer de dupe zijn van de schade die rijke landen, waaronder ook Nederland, elders veroorzaken.
Het huidige ontwikkelingsbeleid is helaas niet dat krachtige beleid. Het is een "Trump light"-beleid: het maatschappelijk middenveld uitkleden en een historische bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Vooral de jongeren zijn de dupe. Dit gaat namelijk over hun toekomst. Het is kortetermijnpolitiek en populisme; het is de problemen heel veel erger maken door ze voor je uit te schuiven. Deze tijd schreeuwt om meer conflictpreventie, vrede en diplomatie. Hoe verantwoordt het kabinet de bezuinigingen op deze begroting, als de wereldwijde realiteit om ons heen toch is dat spanningen toenemen, klimaatrampen toenemen en de voedselonzekerheid toeneemt? Is de staatssecretaris op z'n minst bereid om de koppeling van het ODA-budget met het bni volledig te herstellen? Graag een reactie.
Voorzitter. Dan de klimaatfinanciering. Internationale klimaatrechtvaardigheid vereist dat rijke, historisch vervuilende landen, zoals Nederland, aan klimaatfinanciering doen voor landen die de dupe zijn van klimaatverandering. Het kabinet-Schoof besloot tot een bezuiniging van 1 miljard; dat is de helft. Door creatief boekhouden zegt het kabinet nu dat het genoeg bijdraagt aan klimaatfinanciering, maar er wordt fors bezuinigd op projecten met klimaat als hoofddoel. Steeds meer programma's voor bijvoorbeeld voedselzekerheid en water worden meegeteld. Daarmee wordt financiering voor het klimaat wel heel ruim geïnterpreteerd. Is de staatssecretaris bereid expliciete kwaliteits- en impactcriteria te ontwikkelen voor klimaatfinanciering met klimaat als hoofddoel, inclusief transparante monitoring en bijsturing wanneer de klimaatimpact onvoldoende blijkt? Tijdens de klimaattop is beloofd om tegen 2035 de adaptatiefinanciering te verdrievoudigen. Hoe anticipeert de staatssecretaris hierop en is zij bereid om een opbouwpad voor een eerlijke Nederlandse bijdrage te ontwikkelen?
De Kamer heeft een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen die de regering vraagt te pleiten voor de randvoorwaarde bij klimaatfinanciering dat niet de schuldenlast van andere landen wordt vergroot. Volgens het Climate Finance Shadow Report verloopt de huidige klimaatfinanciering voor een steeds groter deel via leningen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat Nederland als randvoorwaarde voor klimaatfinanciering stelt dat de schuldenlast van landen niet wordt verhoogd?
Dan de voedselzekerheid. Door uitblijvende klimaatactie neemt de voedselonzekerheid toe. Dat zien we ook in Nederland, doordat de koffie en de chocola duurder worden, maar andere landen worden natuurlijk veel harder geraakt door klimaatverandering. Zoals altijd proberen bedrijven uit winstbejag daarvan te profiteren. Mijn fractie mist concreet beleid op een aantal punten, waaronder de schade die door ons aan het voedselsysteem wordt veroorzaakt. Is de staatssecretaris bereid om nationale maatregelen te nemen tegen de afzet van overtollige, met EU-subsidies geproduceerde voedselproducten, zoals kippenvlees, zuivel en uien op Afrikaanse markten? Kan zij dit soort ondermijning van lokale voedselproducenten in de WTO en de EU aan de kaak stellen? Kan de staatssecretaris op VN-niveau pleiten voor wettelijke waarborgen die het zich onrechtmatig toe-eigenen van inheemse zaden door bedrijven tegengaan? Is er ruimte in de begroting om andere landen te helpen bij het ontwikkelen van alternatieve beleidskaders voor zaaizaad voor boeren die registratie, certificering en legalisatie mogelijk maken?
Tot slot. Plantaardig eten is zeer goed voor de voedselzekerheid, omdat het efficiënter is wat betreft het gebruik van land en water. Het veroorzaakt minder uitstoot van broeikasgassen en draagt zo bij aan een betere wereldwijde voedselverdeling Welke ruimte ziet de staatssecretaris in het voedselzekerheidsbeleid voor het stimuleren van de eiwittransitie?
Voorzitter, ik heb nog één punt, over Gaza. Ik besef dat ik over de tijd heen ga, maar dat is dan aan onze fractie. Er vallen elke dag nog Israëlische bommen op Gaza. Inwoners vrezen voor verheviging van het geweld. In haar brief over noodhulp schrijft de staatssecretaris dat er gedegen gronden moeten zijn waarop een organisatie wordt beschuldigd van terrorisme. We hebben gezien dat UNRWA is vrijgesteld van enige verdachtmaking. Nederland heeft eerder de steun aan UNRWA ingetrokken. Is het kabinet bereid om de broodnodige noodhulp aan deze organisatie te hervatten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Eén vraag, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Heel kort. Ik citeer: "Er vallen elke dag nog bommen op Gaza."
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat klopt.
De heer Markuszower (PVV):
Wanneer is de laatste bom van het Israëlische leger op Gaza gevallen en op welk doel was dat dan?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Uit de NRC blijkt vandaag dat er gisteren nog bommen gevallen zijn.
De voorzitter:
Nee, dit gaan we niet doen, meneer Markuszower. U heeft antwoord gekregen van mevrouw Teunissen. Ik ga u bedanken voor uw bijdrage. Ik ga de heer Ceder, die net al stond, uitnodigen voor zijn bijdrage namens de fractie van de ChristenUnie. Ga uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. We spreken in gure tijden over de Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulpbegroting. De internationale rechtsorde wankelt nu een van de architecten en de politieagent ervan er afstand van heeft genomen, nooit eerder zo veel als nu. Als het recht van de sterkste geldt, delven de meest kwetsbaren het onderspit. Juist dan is het van belang dat Nederland verantwoordelijkheid neemt. Dat moet het doen met beleid dat én verstandig én barmhartig is, diplomatieke relaties versterkt en investeert in ontwikkelingssamenwerking, wetende dat dat ook in het belang van Nederland is. De internationale concurrentiepositie moet versterkt worden om geen geopolitieke speelbal te worden en niet in een race to the bottom te belanden. Daarom is het zo bizar dat we OS aan de ene kant terugtrekken en daarmee onze eigen invloedssfeer tenietdoen, maar wel instemmen met Mercosur, waarmee sectoren in Nederland er weinig op vooruitgaan. Het lijkt alsof het beleid niet integraal is.
Ik ga nog even verder. Diplomatieke posten worden in spannende geopolitieke tijden gesloten. Er is steun voor het verder verschralen van een wet die moderne slavernij in productieketens tegengaat. Er zijn flinke bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Meerdere aangenomen moties die verzoeken om de koppeling tussen het budget voor ontwikkelingssamenwerking en 0,7% van het bni te herstellen, worden genegeerd door het kabinet. Vorig jaar was het een groot probleem, nu lijkt de minister makkelijk op een meerderheid af te koersen. De koppeling met het bni betekent dat we meer geld uittrekken voor de meest kwetsbaren als de Nederlandse economie groeit. Dat is een afspraak die we al decennia maken. Ik geloof dat die vrijgevigheid Nederland ook veel opgeleverd heeft, maar het kabinet voerde deze moties niet uit.
Voorzitter. De ChristenUnie stemde vorig jaar dan ook tegen de begroting. Dat doen we niet vaak. Ook stemden sommige partijen voor, maar gaven ze afgelopen jaar al een winstwaarschuwing voor het geval deze koppeling niet zou worden hersteld. We zien nog niet voor ons hoe we deze begroting nu wél zouden kunnen steunen. Nog steeds zijn er stevige bezuinigingen en nog steeds is er geen volledig herstel van de koppeling. Ik zal het even hard zeggen: dit zijn nog steeds de beleidsplannen van minister Klever van de PVV. Wat vorig jaar de koers was, is die nu nog steeds, ongeacht de nieuwe samenstelling van de Kamer. Dit kabinet nam en neemt het te nauwe eigenbelang als uitgangspunt voor zijn beleid. De allerarmsten en uiteindelijk ook de eigenbelangen lijden daaronder, terwijl volop ruimte voor eerlijke handel en investeringen van Nederlandse bedrijven, en een grote rol voor de kunde en expertise van maatschappelijke organisaties ook samen kunnen gaan, zoals Nederland in het verleden heeft bewezen. Het is niet alleen vanuit humanitair perspectief verkeerd, we voeren ook geopolitiek gezien dom beleid.
In dit kader vraag ik de staatssecretaris bijvoorbeeld om een reflectie op de voortgang van de Afrikastrategie. Is er niet meer urgentie op deze strategie nodig, zeker wat betreft economische betrekkingen en concretisering van de actiepunten? Is de staatssecretaris bereid om per brief met een update te komen over de voortgang van deze strategie en daar waar het kan concreter te worden?
Dan heb ik een aantal specifieke vragen. Hoe borgt de staatssecretaris dat maatschappelijke organisaties een rol hebben in het hele BHO-beleid, met de bijbehorende ruimte en middelen, en dat er niet alleen wordt gefocust op het beleidskader? Ik heb ook vragen over imvo. Vorig jaar diende ik met oud-collega Hirsch een motie in die verzocht om een plan om meer bedrijven de OESO-richtlijnen te laten onderschrijven. Wanneer kan ik dat plan van dit kabinet verwachten? Hoe borgt de staatssecretaris dat ons OS-beleid ook specifiek ten goede komt aan kinderen? Heeft de staatssecretaris inzicht in hoeveel van onze investeringen kindgericht zijn? Graag hoor ik ook een update over de uitvoering van de motie-Ceder/Bamenga, over het aantoonbaar garanderen van toegang voor mensen met een beperking tot interventies op het gebied van voedsel, water en gezondheid.
Tot slot. Vandaag komt de jaarlijkse Ranglijst Christenvervolging van Open Doors uit. We zien dat het aantal vervolgde christenen wereldwijd toeneemt en inmiddels staat op 388 miljoen, een niet te bevatten aantal. Meer dan eens zijn ze slachtoffer van geweld en bloedvergieten in landen waar straffeloosheid heerst en rechtssystemen niet functioneren. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe zij naar die nieuwe ranglijst kijkt, wat dat betekent voor haar beleid en hoe zij met haar beleid van hulp en handel ervoor zorgt dat het voor christenen en andere minderheden in al die landen waar Nederland actief is, veilig wordt. Graag een reflectie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft nog aanleiding tot één vraag van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij delen de lijn dat die koppeling moet worden hersteld. Wij dienen daarop ook een amendement in. Hoe de begroting er nu uitziet, met die gruwelijke bezuiniging erop, is onacceptabel. Ik vroeg mij alleen iets af. De ChristenUnie kiest in haar amendement voor een dekking waarvan ik mij afvraag hoe de ChristenUnie denkt daar een Kamermeerderheid voor te vinden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Wij kiezen voor het eigen risico. Voor zover ik weet zijn er meer partijen die vinden dat je dat moet hervormen. Dat zou kunnen passen binnen de kaders en budgetten. Ik weet dat het CDA dat richting de verkiezingen als plan heeft uitgedragen, en D66 en de VVD volgens mij ook. Kortom, volgens mij is het in lijn met de motie-Huizinga uit de Eerste Kamer, van Eerste Kamerlid Huizinga van de ChristenUnie, en is het, gehoord de genoemde partijen, mogelijk om in de Kamer zaken te doen. Dan kijk ik natuurlijk ook mevrouw Kröger aan. De dekking is misschien voor de ene partij wat makkelijker dan voor de andere, maar ik ben wel op zoek naar die Kamermeerderheid.
Ik hoorde de heer Stoffer net zeggen dat hij daar ook goed naar ging kijken, dus ik zie daar wel muziek in. Ook omdat dit — ik zal het even scherp stellen — een continuering is van het beleid van PVV-minister Klever, zoals ik net zei. Als ik de mildheid hoor van D66 en ook van andere partijen, alsof dit een andere lijn zou zijn, dan denk ik dat het gewoon echt niet kan dat deze koppeling net zoals vorig jaar niet wordt hersteld. Wij doen een poging tot dat herstel. Als wij samen tot een betere dekking, een andere dekking kunnen komen die misschien breder gedragen wordt, dan kijk ik daar graag naar. Wat ons betreft wordt het wel structureel hersteld. Ik weet dat u ook een amendement heeft, maar die dekking is incidenteel. Daarmee herstellen we het voor dit jaar. Ik zal voorstemmen. De structurele koppeling is, volgens mij, echter het uitgangspunt van de Tweede Kamer vorig jaar en de huidige Eerste Kamer.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik deel de analyse dat wat dit dubbeldemissionaire kabinet zit te doen gewoon het voortzetten van het PVV-beleid is. Dus nogmaals: het herstellen van de koppeling is belangrijk, maar om dat nou te financieren ten koste van zieke mensen in Nederland is, wat ons betreft, vanuit solidariteit geen begaanbaar pad. Ik denk dus dat het belangrijker is om te zoeken naar een dekking die op steun van een bredere Kamermeerderheid kan rekenen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Nogmaals, het hervormen van de zorg is niet iets waar heel veel discussie bij een groot deel van de Kamer over bestaat. Er zijn meerdere partijen — ik heb er net een aantal genoemd — waar dit een deugdelijke dekking voor is. Ik begrijp dat dat voor mevrouw Kröger wat moeilijker is. Ook uw zetels hebben wij nodig, zal ik erbij zeggen. Dus als wij tot een vergelijk kunnen komen — gelukkig hebben we nog een paar weken — dan hoop ik graag dat we met z'n allen kunnen zitten, vanuit het uitgangspunt dat die bni-koppeling hersteld moet worden. Ik wil dat. U wilt dat. Vorig jaar wilden D66, CDA en SGP dat ook. Volgens mij komen we dus een flink eind. Als het om de dekking gaat ben ik bereid, zeg ik er nu ook bij, om te kijken naar een dekking die we met z'n allen kunnen dragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik tot slot mevrouw Dobbe uit, die namens de fractie van de SP gaat spreken in deze eerste termijn. Ga uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het laatste rapport van Oxfam laat zien dat het vermogen van miljardairs in de EU in de eerste helft van het vorige jaar met 400 miljard euro is gestegen. De rijken worden rijker, terwijl miljoenen mensen elke dag worstelen om te kunnen overleven. Mensen die denken dat ongelijkheid ons niet raakt, hebben het mis. Kijk naar vrede. Een wereld in oorlog raakt ons ook. Het IMF berekende dat met elke dollar die wordt geïnvesteerd in kwetsbare landen tot 103 dollar aan toekomstige conflictkosten voorkomen kan worden, en dus ook al het humanitaire leed dat daarmee gepaard gaat.
Met ontwikkelingssamenwerking investeren we in vrede en in stabiliteit. Maar wat doet dit kabinet in een tijd van oorlog, na een pandemie en terwijl de VS USAID hebben opgedoekt met grote gevolgen? In deze tijd startte dit kabinet een aanval op ontwikkelingssamenwerking met draconische bezuinigingen. Ontwikkelingshulp moet van dit kabinet meer gebonden worden, terwijl dat minder effectief en duurder is. Ook op humanitaire hulp wordt enorm bezuinigd. De SP heeft voorstellen om dit terug te draaien. Ik hoop op steun in deze Kamer. Wat de SP betreft wordt ook de bni-koppeling volledig hersteld. Dat doen we niet ten koste van het eigen risico, zal ik hier direct even zeggen. Graag een reactie.
Dan vrouwenrechten. Die staan wereldwijd onder grote druk door een groeiende antirechtenbeweging en bezuinigingen. En wat doet dit kabinet weer? Die schrapt de post vrouwenrechten uit de begroting. Wij stellen met een amendement voor om dit terug te draaien. De moedige vrouwen die overal ter wereld, bijvoorbeeld in Iran, met gevaar voor eigen leven de straat op gaan voor hun rechten, verdienen zij onze steun. Ik vraag ook heel specifiek aan de staatssecretaris: hoe kunnen we hen meer steunen dan we nu doen? Wij zullen hier zelf ook een voorstel voor doen.
Dan het uitvoeren van moties. Daar is eerder al over gesproken. Het kabinet besloot vorig jaar om beleidsbeïnvloeding uit het subsidiekader te schrappen. Naar aanleiding van onze motie wordt lobby op internationaal niveau in ieder geval niet meer uitgesloten. Dat is mooi. Maar wat niet mooi is, en zelfs heel lelijk is, is dat deze staatssecretaris nationale beleidsbeïnvloeding wel blijft uitsluiten, terwijl er meerdere moties zijn aangenomen door deze Kamer om dit wel te doen. De laatste dateert van 10 december vorig jaar. Gaat de staatssecretaris de wens van de Kamer uitvoeren om dat te doen? Moties moeten immers gewoon worden uitgevoerd.
Hetzelfde geldt voor onze aangenomen motie over het waarborgen van de financiering voor mondiale gezondheidsinitiatieven. De regering zou dat regelen. Nu zien we dat onder andere Gavi met 75% wordt gekort. Dat noem ik niet "regelen". Dat betekent dat het wereldwijde vaccinatieprogramma, dat levens redt en ook zeker in ons eigenbelang is, een enorme klap krijgt. Erkent de staatssecretaris dat? Wil ze er in ieder geval voor zorgen dat er niet wordt gekort op de Nederlandse financiering?
Tot slot. Hier is het ook al over gegaan. De regering erkent dat UNRWA onmisbaar is voor hulp aan Palestijnen. Er wordt ingezet op diversificatie, maar andere internationale organisaties worden door Israël geblokkeerd. De enige menselijke conclusie is dat de financiering van UNRWA nu niet kan worden afgebouwd. Is de staatssecretaris het daarmee eens? En wanneer worden de medische evacuaties van Palestijnse kinderen die dat nodig hebben weer opgestart? Zij kunnen namelijk niet wachten.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Morgen continueren wij dit debat.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Voordat ik voor enkele minuten schors, dank ik de collega's voor hun aanwezigheid en hun bijdragen. Ook dank ik de staatssecretaris voor haar aanwezigheid. Ik schors voor enkele ogenblikken. Daarna volgt het tweeminutendebat begrotingsproces. Ik schors voor enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-30-7.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.