Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 30, item 5 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 30, item 5 |
Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Aan de orde is de behandeling van:
-het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
U kent mij als een zeer soepele voorzitter, dus ik zal ook soepel omgaan met het aantal interrupties, maar de soepelheid neemt af bij de lengte van de interrupties. Ik geef u die winstwaarschuwing alvast mee. Dat gezegd hebbende, heet ik wederom de staatssecretaris welkom in vak K.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Wij gaan luisteren naar de heer Bamenga, die spreekt namens de fractie van D66. Ga uw gang.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. In een wereld die razendsnel verandert, is het tijd dat Europa opstaat: opstaat voor het internationaal recht; opstaat voor de diplomatie; en opstaat voor ontwikkelingshulp en handel, als middel voor een eerlijkere en veiligere wereld. We zien overal ter wereld hoe mensen worden aangevallen en worden geconfronteerd met geweld, door Rusland in Oekraïne, door Israël in Gaza, door Rwanda in Congo en door de RSF en SAF in Sudan. Het laat zien dat waar rechtvaardigheid ontbreekt, vrede in gevaar komt. Daar waar het Westen zich terugtrekt, stappen China en Rusland in. Juist nu de VS zich terugtrekken uit VN-organisaties, kan Europa een stap naar voren zetten om onze positie op het wereldtoneel te versterken en mensen te beschermen. Daarom willen wij investeren in ontwikkelingssamenwerking en eerlijke handel, essentieel voor vrede, veiligheid en een gedeelde welvaart.
Voorzitter. Laat ik beginnen met handel. 2025 was een jaar van geopolitieke instabiliteit. Ook 2026 wordt een bumpy ride, maar dat kunnen we aan als we ons herinneren waar onze kracht ligt: bij Europa en de gezamenlijke markt. Want waar de VS voor zo'n 20 landen de belangrijkste handelspartner zijn, is de EU dat voor meer dan 80. Laten we onszelf niet onderschatten. Deze positie geeft ons macht. Die kunnen we inzetten om onze eigen economie te versterken, om ons onafhankelijker te maken en om een stap naar voren te doen waar andere grootmachten het laten afweten, bij het bevorderen van mensenrechten en bij het beschermen van onze planeet. Europa kan dat. Europese toegang tot de Amerikaanse markt is onder Trump onzeker; wat vandaag beleid is, kan morgen al geschiedenis zijn. Dat raakt onze ondernemers, consumenten en economie. Ook de toegang tot de Chinese markt is onzeker. Door ons losser te maken van Beijing op cruciale terreinen zoals medicijnen, grondstoffen en halfgeleiders, beschermen we onze veiligheid en onze economie. Kortom, we moeten onze toeleveringsketens beter begrijpen en slimmer verspreiden. Dat vraagt om een open houding tegenover nieuwe handelsverdragen. Alleen zo garanderen we stabiele welvaart hier en elders. Daarom is het geweldig dat er uiteindelijk een akkoord is bereikt over Mercosur; een grote geopolitieke doorbraak, waarvoor mijn complimenten aan het kabinet. Ook kijkt mijn fractie uit naar nauwere handelsbetrekkingen met India, Indonesië en Australië. Graag vraag ik het kabinet om druk op de Commissie te houden, zodat ook deze akkoorden spoedig aan de Raad kunnen worden voorgelegd.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een interruptie. Ga uw gang, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Als ik goed heb geluisterd, zegt de heer Bamenga van D66, en ik probeer hem zo letterlijk mogelijk te citeren: "Het is geweldig ..." — ik neem aan voor Nederland; dat vul ik in — "dat dat Mercosur-verdrag is ondertekend". Kan de heer Bamenga aangeven welke sectoren in Nederland gaan profiteren van dat Mercosur-verdrag?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij is het van belang voor de Europese consumenten, en ook voor de Europese markten. Dat kan de automarkt zijn, maar er zijn tal van markten die hiervan gaan profiteren, en tal van bedrijven die voorheen heel veel importheffingen moesten betalen, maar waaraan nu dus miljarden bespaard worden.
De heer Markuszower (PVV):
Ja, dat zal allemaal wel. Maar ik sta hier volgens mij tegenover een vertegenwoordiger van een partij in het Nederlandse parlement. Ik ben benieuwd welke sectoren in Nederland nou voordeel hebben van dat Mercosur-verdrag. Want de heer Bamenga zei: "Het is geweldig ..." — ik citeer letterlijk — "dat dat Mercosur-verdrag is ondertekend". Nogmaals, welke sector in Nederland gaat hiervan profiteren? Wat gaat u doen voor het gemiddelde inkomen van de Nederlandse burger? Kan de heer Bamenga wat meer duiding geven aan dat woord "geweldig"?
De heer Bamenga (D66):
Zoals ik al eerder zei, in mijn eerste antwoord, denk ik dat consumenten hiervan gaan profiteren. Ik denk dat er veel meer keuzevrijheid voor de consumenten zal komen. Er zijn heel veel bedrijven die al zakendoen met bijvoorbeeld Zuid-Amerika. Nu moeten die hele hoge importheffingen betalen. Al dat soort zaken worden versimpeld. Ook de bureaucratie wordt verder versoepeld. Volgens mij is dat ontzettend goed voor al die bedrijven. Dat is ook heel goed voor de consumenten en voor al die sectoren die bijdragen en zakendoen met Zuid-Amerikaanse bedrijven.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt, de heer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Ik vind het nogal vaag. Ik ben het wel met de heer Bamenga eens dat een aantal Duitse autoproducenten een grotere afzetmarkt kunnen creëren, maar het volgende gaat ook gebeuren. De Nederlandse boeren worden hierdoor weggedrukt uit hun eigen land. Ze krijgen dan namelijk te maken met oneerlijke concurrentie met goedkoop, vies en ongezond vlees uit verre landen, waar we niet precies kunnen controleren wat ze met al dat vlees doen. We importeren hiermee dierenleed. Het is ook schadelijk voor de volksgezondheid. Daarmee vallen we de voedselzekerheid en de boeren in Nederland aan. Dat doet Mercosur, maar dat benoemt de heer Bamenga niet. Dat vind ik jammer. Mijn fractie taxeert Mercosur dus als "niet geweldig"; het tegenovergestelde is dus de waarheid.
De heer Bamenga (D66):
Ik hoor geen vraag, maar ik wil wel aangeven dat ik het niet eens ben met de heer Mercosur. En ...
De voorzitter:
Het is de heer Markuszower.
De heer Bamenga (D66):
Sorry! Het lijkt ook wel heel erg op elkaar, hè?!
De voorzitter:
Ik ga mevrouw Van der Plas het woord geven voor haar interruptie. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil hier nog wel even op doorgaan, want Mercosur is helemaal niet goed voor Nederlandse consumenten. Consumenten gaan daardoor namelijk voedsel tot zich nemen waarvan zij niet weten welke productiewijze daaraan vooraf is gegaan. Dan praat ik bijvoorbeeld over transporttijden voor dieren en over het gebruik van antibiotica en middelen die wij hier in Nederland niet meer mogen gebruiken, maar die daar nog wel gebruikt worden. Denk ook aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij planten en gewassen. Bepaalde middelen die hier in Europa allang verboden zijn, mogen daar wel gebruikt worden, alle smoesjes die ik steeds hoor ten spijt, zoals "ja, maar het moet wel voldoen aan de Europese voedselveiligheidseisen". Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat die middelen daar niet gebruikt mogen worden. Die worden daar gebruikt, zolang ze maar onder de standaarden van de Europese Unie blijven op het moment dat ze hier als voedsel naartoe komen.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, mijn vraag is: wat vindt de heer Bamenga dan zo geweldig aan het Mercosur-verdrag, als wij hier gaan consumeren wat wij niet mogen produceren?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij hebben we hier eerder ook al heel veel debatten over gevoerd, maar de staatssecretaris heeft ook heel duidelijk aangegeven dat het inderdaad de bedoeling is dat het voldoet aan onze eigen voedselveiligheidseisen. Ik ben het er dus niet mee eens dat er nu wordt gedaan alsof producten die uit het Globale Zuiden komen, allemaal niet goed zouden zijn voor ons. Als er producten zijn die niet goed zouden zijn, dan is het volgens mij heel goed om dat goed te monitoren en te evalueren. Dan kunnen we daar vervolgens op inspringen. Maar om dan vervolgens te zeggen dat dat hele akkoord daardoor niet goed zou zijn, daar ben ik het absoluut niet over eens met mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
D66 heeft hier jarenlang geroepen: de veestapel moet met de helft krimpen. D66 legt geen taboe op het gedwongen onteigenen van boerenbedrijven op basis van stikstofregels. D66 draait de boeren de duimschroeven keihard aan, waardoor boeren gewoon ofwel stoppen ofwel massaal emigratieplannen hebben ofwel al geëmigreerd zijn. De boeren worden gewoon keihard weggejaagd uit ons land. En diezelfde partij zet de poorten van Europa open en noemt het ook nog "geweldig" dat andere landen, de Mercosur-landen in Zuid-Amerika, mogen produceren op een manier waarop wij niet mogen produceren. Ik vind het gewoon echt bizar om dat te horen. Dat heb ik ook al vaker gezegd in debatten. Het hier dan ook nog "geweldig" noemen, is gewoon een middelvinger naar onze eigen boeren.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kom op mijn vraag. De heer Bamenga zegt dat we moeten gaan monitoren of het wel aan de voedselveiligheidsstandaarden voldoet, maar het grote probleem is juist dat die capaciteit er niet is. Er kunnen niet genoeg controles zijn op bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica bij dieren. Er is in Europa namelijk niet eens genoeg capaciteit om al die producten te controleren. De kans bestaat dus wel degelijk, en de kans is zelfs vrij groot, dat hier wél voedselproducten het land en Europa in komen die niet voldoen aan die voedselveiligheidsstandaarden. Ik herhaal mijn vraag: hoe kan de heer Bamenga dat nou zo geweldig vinden?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zitten we hier niet in een landbouwdebat, maar in een debat dat onder andere gaat over de geopolitieke instabiliteit. Het is in de tijd waarin wij leven heel erg belangrijk dat we meer en meer internationale handel gaan drijven. Europa is immers naast interne samenwerking ook door die internationale samenwerking sterk geworden. Dat betekent dus dat wij ervoor willen zorgen dat wij de belangen van onze boeren, maar ook die van onze Europese consumenten zo veel mogelijk behartigen. Er is in Europa zelfs 45 miljard specifiek voor boeren vrijgemaakt. Dat is gedaan om te zorgen dat de noden die er zijn vanuit de boerensector in ieder geval beantwoord worden. Ik vind het heel erg belangrijk dat we juist met dit soort handelsverdragen ervoor zorgen dat er overal in de wereld wordt voldaan aan de eisen die wij hier hanteren, die zojuist ook door mevrouw Van der Plas zijn genoemd. Daarmee zorgen we ervoor dat wij overal in de wereld de juiste dingen doen op het gebied van landbouw en de zorg voor onze planeet.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De heer Bamenga zegt: het is geen landbouwdebat. Dit Mercosur-verdrag gaat juist heel erg veel over landbouw. Dat gaat over kippenvlees, over rundvlees. Dat gaat over allerlei landbouwproducten, allerlei voedselproducten. Die maken boeren dus. Het feit dat de heer Bamenga zegt dat dit geen landbouwdebat is, kenmerkt voor mij eigenlijk alleen maar dat hij niet goed op de hoogte is van de voedselcomponent in het Mercosur-verdrag. Het gaat juist over landbouw, niet alleen voor onze Nederlandse boeren, maar ook voor onze Europese boeren. We hebben het niet alleen over de voedselveiligheidsstandaarden waar producten aan moeten voldoen, we hebben het gewoon over een ongelijk speelveld. Heel goedkoop geproduceerde producten met een productiewijze die wij in Europa niet mogen hebben, mogen daar wel. Op deze manier is er een ongelijk speelveld. Dat betekent ook voor de boeren …
De voorzitter:
Wat is uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar kom ik op.
De voorzitter:
Graag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar ik moet hem wel inleiden, want ik merk dat de heer Bamenga niet helemaal op de hoogte is van de landbouwcomponent.
De voorzitter:
Dit gaan we niet doen. De heer Bamenga gaat over zijn eigen antwoorden. Ik heb net gezegd dat ik heel soepel ben qua interrupties, maar niet als die zulke enorm lange inleidingen hebben. Daarom verzoek ik u echt om tot uw vraag te komen. Ik wil namelijk ook mevrouw Teunissen het woord geven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Teunissen gaat ongetwijfeld verder op dit onderwerp. Ik vind het wel zorgelijk en daarom vraag ik het volgende aan de heer Bamenga. Maakt hij zich niet een heel klein beetje zorgen over het ongelijke speelveld voor de Europese boeren, waaronder onze Nederlandse boeren, die hier zo'n beetje weggejaagd worden? Wat gaat hij aan die zorgen doen? Wat gaan de heer Bamenga en D66 zeggen tegen onze Nederlandse boeren over het zo geweldig vinden van dit Mercosur-verdrag?
De heer Bamenga (D66):
Ik gaf aan dat ik de indruk kreeg dat mevrouw Van der Plas hier een soort landbouwdebat van wilde maken. Daar ging mijn reactie dus over. Natuurlijk maken wij ons ook zorgen over Mercosur en de belangen van de boeren. Wij willen ook dat zo veel mogelijk sectoren hier profijt van hebben. Het moet een win-winsituatie zijn voor iedereen. Ik weet ook dat de Europese fractie van mevrouw Van der Plas hiermee heeft ingestemd. Ik vind het heel erg belangrijk dat wij met z'n allen alle dingen oplossen waarvan wij zien dat ze niet goed gaan. Wij geloven namelijk dat het wél kan. Wij geloven dat het verdrag ook voor de boeren voordelig kan zijn, maar we moeten het wel eerst implementeren. Vervolgens moeten we kijken waar ze tegenaan lopen en moeten we dat oppakken.
De voorzitter:
Ik snap dat u ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Even een punt van orde.
De voorzitter:
Nee, even een moment. Volgens mij ga ik namelijk eerst. Ik snap dat u uitgelokt wordt, mevrouw Van der Plas, dus ik geef u de mogelijkheid om daar nog kort op te reageren, maar daarna ga ik naar mevrouw Teunissen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Onze Europese fractie is fel tegen het Mercosur-verdrag, dus wat de heer Bamenga zegt, klopt niet.
De voorzitter:
Staat genoteerd.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Lang geleden was D66 een partij die opkwam voor dierenwelzijn, ook voor dieren die in landen als Brazilië onder ontzettend slechte omstandigheden worden gefokt en gedood, en die tjokvol gestopt worden met antibiotica en hormonen. Ooit was D66 een partij die opkwam tegen de ontbossing en voor de bescherming van het regenwoud. Ooit was D66 een partij die opkwam voor mensenrechten en voor de inheemse volkeren in Brazilië, die worden verjaagd van hun grond door grote vleesgiganten zoals JBS. Mijn vraag aan de heer Bamenga is: waar is dat D66 gebleven? Waarom hoor ik alleen maar vol lof de economische argumenten om voor het Mercosur-verdrag te gaan en worden al die andere zaken aan de kant geschoven door D66?
De heer Bamenga (D66):
Wij staan achter de zaken die mevrouw Teunissen zojuist noemde: dierenwelzijn, ontbossing tegengaan en mensenrechten, ook die van de inheemse bevolking. Daar hebben we altijd achter gestaan. Volgens mij weet mevrouw Teunissen heel goed dat ik me daar persoonlijk ontzettend voor inzet. Die dingen zijn juist heel erg belangrijk voor ons. In mijn bijdrage heeft u mij horen zeggen dat ik dit handelsverdrag als kans zie om juist die mensenrechten te bevorderen, maar ook om onze zorg voor de planeet te bevorderen. Dat is hoe wij daarin staan.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Je kunt met de mond natuurlijk heel mooie woorden belijden, maar ik kijk naar het stemgedrag van D66. D66 heeft ingestemd met een vrijhandelsverdrag waarvan alle experts en alle milieuorganisaties zeggen: dit gaat zorgen voor extra klimaatverandering. Er komt namelijk extra uitstoot door het verslepen van dieselauto's naar de andere kant van de wereld. Er komt rundvlees hiernaartoe. Het is ontzettend vervuilend om dat te produceren, dus het leidt tot meer uitstoot. Experts zeggen: het leidt tot meer ontbossing van het Amazoneregenwoud, dat al in enorm slechte staat verkeert. Het leidt tot mensenrechtenschendingen. Arbeidsrechten zijn niet goed verankerd in het verdrag. Het gaat ten koste van de boeren: we ontnemen ze de kans om echt over te schakelen naar een duurzame landbouw.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Daar kom ik op, voorzitter. D66 zegt: "Dat schuiven we allemaal even aan de kant. Normaal vinden we dat heel belangrijk, maar nu even niet. We gaan toch instemmen met dat verdrag." Dat begrijp ik oprecht niet. Hoe is dat in lijn met jullie gedachtegoed?
De heer Bamenga (D66):
Dit is absoluut niet wat D66 zegt. D66 zegt absoluut niet: we schuiven het aan de kant. Volgens mij liggen wij veel dichter bij elkaar, zeker als het gaat om het doel, zeker als het gaat om het bevorderen van mensenrechten, zeker als het gaat om het streven om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. Volgens mij hebben wij dezelfde doelstelling. Alleen, wij geloven dat je zo'n handelsverdrag juist kan inzetten als middel om dat gesprek aan te gaan met partners die daar misschien minder aan doen. Op die manier zorgen we ervoor dat we niet alleen hier, maar overal in de wereld de zorg voor de planeet op een zo hoog mogelijk niveau houden.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot heb ik nog één concrete vraag. Het is heel jammer dat D66 hier niet de kant kiest van de bescherming van mensen, natuur en planeet, maar de kant van de multinationals. Mijn concrete vraag gaat over het tegengaan van ontbossing. De ontbossingswetgeving wordt op dit moment enorm afgezwakt in Europa. Dat is het handhavingsmechanisme in Mercosur om de ontbossing nog enigszins tegen te gaan. Er zijn allerlei beloften gedaan op de klimaattop, zoals een einde aan de ontbossing in 2030. Wat gaat D66 nou concreet doen om die ontbossing tegen te gaan?
De heer Bamenga (D66):
Wij zijn absoluut voorstander van het tegengaan van ontbossing. Wij zullen er dus, samen met de Partij voor de Dieren, alles aan doen om die tegen te gaan, als daar voorstellen voor zijn. Volgens mij is het juist de bedoeling van dit handelsverdrag om dat te doen. Wij zullen dat dus volledig aangrijpen om de juiste stappen te zetten die nodig zijn om dat te doen.
De voorzitter:
De voorzitter is even in de war, want ik zie schijnbewegingen van de heer Van der Burg. Die zijn echter niet in de richting van de interruptiemicrofoon, begrijp ik. Dan gaan we naar de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Even hierop doorgaand: een van de problemen met het Mercosur-verdrag en ontbossing is dat we binnen de Europese Unie de hele Ontbossingsverordening naar achteren hebben geschoven, waardoor de maatregelen die we hebben, niet meer van kracht zijn. Is de heer Bamenga het met mij eens dat we er met elkaar voor moeten waken dat we alleen maar jubelen over vrijhandelsverdragen? Is hij het met me eens dat we ook kritisch moeten blijven? Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat aandacht voor het klimaat en het tegengaan van ontbossing daar zeker in gewaarborgd blijven? Hoe gaan we dat doen?
De heer Bamenga (D66):
Ik ben het daar absoluut mee eens. Het sluiten van een handelsverdrag is één ding, maar ik vind wel — dat heb ik ook eerder aangegeven — dat het belangrijk is om dat goed te monitoren en ervoor te zorgen dat je zo'n handelsverdrag onder de juiste voorwaarden aangaat. We moeten elkaar er ook op aanspreken op het moment dat er bijvoorbeeld sprake is van ontbossing. Ik ben het volledig met de heer Dassen eens dat wij dat soort waarden heel erg hoog moeten houden.
De heer Dassen (Volt):
Precies, maar dat doen we dus niet, want we zien binnen de Europese Unie dat we de Ontbossingsverordening naar achter schuiven. Het Mercosur-verdrag gaat wel degelijk bijdragen aan de ontbossing, zoals mevrouw Teunissen net terecht zei. Ik ben dus benieuwd hoe we dat met elkaar kunnen tegengaan. Wij hebben een amendement ingediend om de middelen voor het tegengaan van ontbossing naar voren te halen, juist omdat die verordening op dit moment naar achteren wordt geschoven. Wil D66 daar positief naar kijken, om de ontbossing tegen te gaan?
De heer Bamenga (D66):
We zullen er altijd met een positieve bril naar kijken, maar dat geldt voor alle amendementen. We zullen die beoordelen en op een gegeven moment zullen wij dan zeker met een reactie komen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik zeg het natuurlijk ook omdat de heer Bamenga net zei: alle voorstellen die bijdragen aan het tegengaan van ontbossing, zullen wij als D66 steunen. Dit is zo'n voorstel, dus ik hoop inderdaad op steun van D66. Ik wil de heer Bamenga nog wel meegeven dat ik het helemaal met hem eens ben dat we moeten inzetten op het sluiten van vrijhandelsverdragen, maar dat ik wel vind dat we daar niet alleen over moeten jubelen, maar daar ook kritisch op moeten blijven. We zien namelijk dat er wereldwijd een verwatering gaande is van precies de normen en waarden waarvoor de heer Bamenga zegt te staan. Daar zullen wij als Europa wel een vuist tegen moeten maken. Dat betekent dat we kritisch moeten zijn op hetgeen we nu zelf doen.
De heer Bamenga (D66):
Ik ben het ermee eens dat we daar kritisch op moeten zijn. Ten aanzien van het amendement: we zullen natuurlijk ook kijken naar de dekking die u daarvoor heeft gekozen. We staan in ieder geval positief tegenover de maatregelen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wilde eigenlijk niet naar voren lopen, maar …
De voorzitter:
U heeft het toch gedaan.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, ik heb het tóch gedaan, want ik merk dat ik — mentaal, hoor, niet fysiek — een beetje allergisch word voor het argument dat wij handelsverdragen nodig hebben om bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen aan te pakken of het klimaat te redden. Daar worden dan handelsverdragen voor ingezet. Dat moeten we doen, want dat is dan zogenaamd het beste instrument om dat te doen. We hebben het bijvoorbeeld ook gezien bij Sudan. Deze staatssecretaris gaat op handelsmissie naar een land met een regime waar wij heel veel kritiek op hebben. Er worden wapens doorgestuurd naar Sudan en vervolgens zeggen we: ja, maar het is heel belangrijk dat we nu de handel uitbreiden, want dat helpt ons om zo'n regime op bepaalde zaken aan te spreken. Dat is natuurlijk niet waar. Kan de heer Bamenga zich voorstellen dat, als je een vrijhandelsverdrag zoals het Mercosur-verdrag ratificeert en installeert, de ontbossing juist toeneemt in plaats van afneemt?
De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we, op het moment dat er dingen gaan gebeuren die wij niet willen, er alles aan doen om dat tegen te gaan. Ik zeg niet dat het handelsverdrag dat we aangaan alleen maar positieve effecten heeft. We zullen juist ook oog moeten hebben voor de negatieve effecten. Als die inderdaad optreden, zullen we er met z'n allen voor moeten zorgen dat we die aanpakken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, maar welke mogelijke negatieve effecten ziet de heer Bamenga dan?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij geeft mevrouw Dobbe zelf aan dat ze die voorziet. Dat zijn niet mijn woorden, dat zijn de woorden van mevrouw Dobbe. Ik wilde daar in ieder geval op ingaan. Als dat inderdaad gebeurt, moeten we daarop inspelen.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als dat gebeurt, dan is dat wel het gevolg van het afsluiten van Mercosur. Dan is dat een gevolg. Ik vind wel dat de heer Bamenga nu niet ingaat op de negatieve effecten van dit verdrag. Volgens mij heeft zowel BBB als Partij voor de Dieren heel goed verwoord wat de mogelijke negatieve effecten zijn. Het is meer dan ontbossing. Het raakt ook de boeren, het raakt ook de kwaliteit van het voedsel. Er zijn ontzettend veel negatieve effecten die nu al worden voorspeld, waarvan we weten dat die gaan komen met het afsluiten van dit handelsverdrag. Dat weigert D66 te erkennen en daar weigeren ze ook wat aan te doen. Dan zegt D66: op het moment dat ze optreden, zitten we tenminste aan tafel en kunnen we het erover hebben. Maar als je al weet dat ze gaan plaatsvinden, dan moet je dit toch gewoon niet doen? Mogen we een reflectie van D66 op de vraag waarom we dan toch dit Mercosur-verdrag met al die negatieve effecten gaan afsluiten?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zijn we al meer dan 25 jaar bezig met Mercosur. Dit is niet iets wat nu even komt. Volgens mij hebben heel veel partijen, waaronder wij, gekeken naar alle voors en tegens. Als het gaat om de handelsverdragen, is het gezien de geopolitieke instabiliteit belangrijk dat wij meer en meer met verschillende partners aan de slag gaan. Dat geldt niet alleen voor Mercosur; ik heb in mijn bijdrage aangegeven dat ik vind dat wij als Europa ervoor moeten zorgen dat we veel breder gaan kijken, naar India, Indonesië, maar ook Australië. We moeten zorgen dat wij de beste producten kunnen hebben, maar we moeten inderdaad ook zorgen voor de economische groei die nodig is. Die handelsverdragen kun je gebruiken als instrumenten om de juiste voorwaarden te stellen, om onder andere te werken aan mensenrechten overal in de wereld en ook om te werken aan de betere zorg voor de natuur. Dat is wat ik zeg.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De heer Bamenga heeft gelijk dat Mercosur een lang onderhandelingstraject heeft gekend. We hebben de afgelopen jaren in een context gezeten waarin Europa juist heeft gezegd: we gaan zelf wetten en regels stellen om ervoor te zorgen dat we meer controle hebben op handel en op supplychains en dat we er meer controle op hebben dat ontbossing van de Amazone niet via de Rotterdamse haven ons land binnenvloeit. Nu is al die wet- en regelgeving eigenlijk ongelofelijk afgezwakt. In de logica van de heer Bamenga zou dat toch de safeguard moeten zijn. Wat stelt de heer Bamenga daar dan voor in de plaats?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij is de norm niet afgezwakt. Volgens mij moeten wij juist ook vanuit Europa ervoor zorgen dat die voorwaarden hooggehouden worden, zowel voor Europa als voor andere handelspartners, als het even kan. Volgens mij kunnen de verschillende partijen in Europa dat ook samen doen. Ik denk dat dit heel erg belangrijk is. D66 staat altijd aan de kant van Europese wetgeving die ervoor zorgt dat de mensenrechten gehandhaafd worden. Maar we willen ook die ontbossing tegengaan.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat de heer Bamenga het met mij eens is dat CSDDD in Europa heel erg is afgezwakt. De heer Bamenga zei net "het is niet afgezwakt", maar het is wel heel erg afgezwakt. CSDDD speelt een rol om de ketenverantwoordelijkheid te waarborgen en juridisch te borgen. De Ontbossingsverordening dreigt nu te worden uitgesteld en afgezwakt. Als die juridische borging wegvalt, hoe zorg je er dan voor dat die negatieve effecten van Mercosur, waar iedereen zich zorgen over maakt, gemitigeerd worden? Dat is mijn vraag aan de heer Bamenga. En wat is het antwoord daarop?
De heer Bamenga (D66):
Over dat afzwakken wil ik het volgende zeggen. Ik dacht dat mevrouw Kröger het had over Mercosur, maar zij heeft zeker gelijk wat betreft ontbossing en de EU. Wij zijn zeker tegen afzwakking. Natuurlijk zijn er in de handelsverdragen van Mercosur instrumenten ingebouwd om er juist voor te zorgen dat er gemonitord en geëvalueerd wordt. Zodra wij zien dat het inderdaad negatieve gevolgen heeft, moeten we daarop kunnen inspelen. Volgens mij zijn die instrumenten daarin opgenomen, zeg ik tegen mevrouw Kröger.
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat u verdergaat met uw betoog, verzoek ik de collega's heel vriendelijk om mijn soepelheid iets minder te testen en de interrupties iets korter en bondiger te houden. Gaat uw verder met uw betoog.
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Als liberaal ben ik ervan overtuigd dat alle kansen op zelfontplooiing en ontwikkeling beginnen bij goed onderwijs. Dat geldt niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld. Juist in landen waar perspectief op economische zekerheid en politieke stabiliteit vaak ver weg lijkt, kan een goed opgeleide generatie het verschil maken tussen stilstand en vooruitgang, chaos en stabiliteit, en wanhoop en hoop. Ontwikkelingshulp die inzet op onderwijs creëert stabiliteit en toekomstperspectief, vergroot economische kansen voor bedrijven daar en hier, en zorgt voor knappe koppen en vaardige handen die de uitdagingen van hun land zelf aankunnen. Dat is niet alleen solidair, maar ook verstandig beleid. Daarom doet het mij als liberaal pijn dat 250 miljoen kinderen vandaag geen onderwijs krijgen. Door de wereldwijde bezuinigingen verdwijnen er 6 miljoen extra kinderen uit de schoolbanken. Dat is alsof we alle basisscholen in Duitsland en Italië tegelijkertijd sluiten. Erkent de staatssecretaris dat het in ieders belang is, kinderen, jongeren en bedrijven, dat we blijven investeren in onderwijs? Is de staatssecretaris bereid om alsnog te kijken naar de toekomst van het onderwijs binnen het Nederlandse OS-beleid?
Voorzitter. Als er al een gebied is waarop Nederland en Europa altijd voorop hebben gelopen, dan is het wel het beschermen van vrouwen-, meisjes- en lhbti-rechten overal ter wereld. Voormalig minister Klever ging met de sloopkogel door de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking. Vrouwen, meisjes en onderwijs werden de grootste slachtoffers van dit beleid. Daarom is mijn vraag aan de nieuwe staatssecretaris van Ontwikkelingshulp: hoe ziet zij de bezuinigingen die invloed hebben op de toch al kwetsbare positie van vrouwen en meisjes?
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een korte vraag. Ga uw gang, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
De heer Bamenga maakte net een terecht punt over het grote aantal kinderen dat geen onderwijs krijgt. Het is mooi dat hij dat punt maakt. We zien ook dat een groot gedeelte van de ontwikkelingshulp niet naar kinderen gaat. Organisaties roepen op om ervoor te zorgen dat hulp voor kinderen juist een onderdeel wordt van al die verschillende beleidsprioriteiten. Hoe kijkt de heer Bamenga daarnaar?
De heer Bamenga (D66):
Ik heb er vaker voor gepleit dat het beleid inderdaad veel meer op kinderen gestoeld zou moeten zijn. Kinderen zijn eigenlijk de laatste mensen die bijdragen aan conflict. Dat doen ze namelijk totaal niet. Ze zijn altijd slachtoffer van conflict. Dat is waarom wij daar altijd voor gepleit hebben, waarom we bijvoorbeeld met het initiatief voor een ambassadeur voor kinderen in conflictgebieden zijn gekomen en waarom we altijd pleiten voor het inzetten op onderwijs.
De heer Dassen (Volt):
Dat waardeer ik ook zeer. Ik denk dat dat heel belangrijk is, juist omdat veel kinderen in conflictgebieden aanwezig zijn en het overgrote deel van de mensen daar vertegenwoordigen. Vandaar de oproep om ervoor te zorgen dat kinderen beter betrokken worden en gewaarborgd zijn in de beleidsprioriteiten en dat daar meer aandacht voor moet komen. Ik zou de staatssecretaris daar graag toe willen oproepen. Ik ben benieuwd of ik D66 daarbij aan mijn zijde kan vinden, om ervoor te zorgen dat kinderen meer meegenomen worden in de beleidsprioriteiten.
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist aangegeven dat het voor ons een prioriteit is om in te zetten op onderwijs. Wij hebben het altijd onze prioriteit gemaakt om te zorgen dat kinderen — juist kinderen, omdat zij niet bijdragen aan conflicten, maar er altijd slachtoffer van zijn — hoop geboden krijgen in conflictgebieden waar dan ook in de wereld.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Wanneer ik kijk naar twee van de grootste conflicten van dit moment, zie ik ruimte voor een leidende rol voor Europa. In Sudan vindt de grootste humanitaire crisis ter wereld plaats. De RSF en de SAF zijn elkaar aan het bevechten en miljoenen onschuldige burgers zijn hier slachtoffer van. Er heerst een hongersnood, de toegang tot humanitaire hulp wordt belemmerd en we horen het ene na het andere horrorverhaal. De RSF komt voort uit milities die al twintig jaar geleden verantwoordelijk waren voor de genocide in Darfur. Wat we nu zien, lijkt beangstigend veel op een poging om die genocide af te maken. Ook de Sudanese strijdkrachten, de SAF, zijn verantwoordelijk voor ernstige mensenrechtenschendingen. Beide voeren een machtsstrijd die het leven van gewone Sudanezen tot een nachtmerrie maakt, met miljoenen vluchtelingen tot gevolg.
Bent u bereid om in Europa te bepleiten dat de EU deelneemt aan een vredesproces in Sudan en dat Sudan en Congo structureel op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken blijven staan? Hoe gaat de staatssecretaris zich inzetten voor ongehinderde toegang tot humanitaire hulp in Sudan en de bescherming van hulpverleners? Staan inmiddels zo veel mogelijk leden van de RSF- en SAF-leiding op de Europese sanctielijst?
Op LinkedIn zie ik berichten van de staatssecretaris over haar bezoek aan Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Hoe beoordeelt zij de rol die deze landen spelen in de oorlog in Sudan en heeft zij hen hierop aangesproken?
De voorzitter:
Ik zie dat dat een vraag oproept. Gaat uw gang, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik keek even of dit het hele stukje over Sudan is.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde ook een punt. Die vraag, zeg ik tegen de heer Bamenga, hebben wij de staatssecretaris ook al gesteld in een eerder debat. Daarop heeft zij aangegeven dat ze weinig kan zeggen over die gesprekken. Volgens mij is het prangende punt natuurlijk — en ik hoor D66 pleiten voor een stevig Europees opereren — dat wij in onderhandelingen zitten voor een handelsverdrag met de Emiraten. Is de heer Bamenga het met me eens dat Sudan en de rol die de Emiraten daar spelen echt onderdeel moeten zijn van de afwegingen rond dat handelsverdrag?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zien we allemaal en delen we allemaal het doel met mevrouw Kröger dat wij er met z'n allen alles aan moeten doen om de ellende die daar nu speelt en die enorme humanitaire crisis, de grootste humanitaire crisis ter wereld, aan te gaan en om die aan te pakken. Volgens mij delen wij dat als doelstelling. De vraag is natuurlijk: hoe gaan we dat bereiken? Daar hebben wij in ieder geval allerlei initiatieven voor genomen. We hebben ervoor gezorgd dat het niet langer een genegeerde of een vergeten conflict is door Sudan vanaf 2023 continu te agenderen in de Kamer. Er zijn allerlei moties voor ingediend. Wij vinden dat we nu in de fase komen dat Europa een leidende rol moet nemen in dat vredesakkoord. We vinden ook dat de staatssecretaris juist zou moeten kijken naar de partners die op een negatieve manier bijdragen aan de strijd die geleverd wordt en dat we die partners zouden moeten aanspreken. Daar gaat natuurlijk mijn vraag over. Ik ben heel erg benieuwd naar wat de staatssecretaris daarover gaat zeggen. Wat mij betreft is dat inderdaad een eerste stap om nu te zetten.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat is een vrij lang antwoord met enige herhaling van vorige debatten. Mijn vraag was specifiek. Er vinden nu onderhandelingen plaats rond een handelsverdrag. In dat handelsverdrag wordt gezegd dat mensenrechten een rol moeten spelen. Er lag een motie voor van DENK die verzocht om de situatie in Sudan in ieder geval bespreekbaar te maken als onderdeel van die onderhandelingen. De staatssecretaris heeft die ontraden. Wij hebben gezegd: schort die onderhandelingen op. Mijn vraag aan D66 is: vindt D66 dat de rol die de Emiraten in Sudan spelen onderdeel moet zijn van de afwegingen die Nederland en Europa maken rond dit handelsverdrag?
De heer Bamenga (D66):
Ik heb geprobeerd een gedeeld belang te schetsen, en ook een gedeelde visie, namelijk dat die oorlog zo snel mogelijk moet stoppen en dat er zo snel mogelijk een staakt-het-vuren moet komen. Dat betekent dus dat wij een aantal dingen moeten doen. Die heb ik zojuist proberen te schetsen voor mevrouw Kröger. Wat mij betreft is het belangrijk dat wij geleidelijk aan meer en meer druk gaan zetten. Maar het zetten van meer en meer druk begint bij een gesprek dat gevoerd wordt door de staatssecretaris met de betrokkenen. Ik ben ontzettend benieuwd naar het resultaat daarvan, of die gesprekken effectief zijn en wat opleveren. Als dat niet het geval is, ben ik zeker bereid om daar nog veel meer stappen in te gaan zetten.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik interpreteer dit antwoord — daar ben ik eigenlijk wel heel erg verbaasd over — als een nee van D66. Ik interpreteer het als dat zij niet vinden dat de mensenrechtensituatie en humanitaire crisis in Sudan een onderdeel zouden moeten zijn van de afwegingen die dit kabinet en de Europese Unie maken aangaande het handelsakkoord met de Emiraten. Dat is de conclusie die ik trek uit de woorden van de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij trekt u de verkeerde conclusie. Ik probeer juist verbinding te zoeken met wat mevrouw Kröger wil. Volgens mij is hetgeen wij willen en wat ons verbindt hierbij — daar ga ik van uit — dat wij zorgen dat die oorlog stopt. Dat betekent dat wij met alle partners die daarbij betrokken zijn, bijvoorbeeld de partners die betrokken zijn bij het Quad-vredesproces, maar ook andere partners, ervoor zorgen dat we daarnaartoe werken. Dat betekent dat wij in gesprek zouden moeten met die partners, om daarvoor te zorgen. Hoe doe je dat? Ik heb geschetst dat dat begint bij gesprekken voeren en druk zetten. Dat kan de staatssecretaris doen, maar dat kan ook op Europees niveau gedaan worden. Als dat geen soelaas biedt, ga je natuurlijk verder. Dan ga je kijken naar andere middelen, zoals het dreigen met opschorten en noem maar op. Volgens mij zitten we dus veel dichter bij elkaar dan in uw samenvatting van zojuist.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit antwoord verbaast mij ook. Op het moment dat de heer Bamenga verbinding wil zoeken, moet hij ook duidelijk zijn. Dat is wat ik denk. Dan hebben we tenminste duidelijkheid met elkaar over wat we bedoelen. Natuurlijk zijn we het erover eens dat we willen dat die oorlog in Sudan stopt. Ik weet dat de heer Bamenga dat heel graag wil. Wij willen dat ook. We hebben daar samen heel veel voorstellen voor gedaan. Maar we zitten nu in een situatie waarin we weten — dat is gewoon feitelijk bewezen; er zijn allerlei rapporten over verschenen — dat de Emiraten een hele kwalijke rol spelen in de voortgang van die oorlog. Daar is de heer Bamenga het ook mee eens.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan zitten we in de situatie dat we weten dat de Emiraten die kwalijke rol spelen en dat het vreselijke conflict voortduurt. Dan gaat onze staatssecretaris daarnaartoe op handelsmissie om de handelsbetrekkingen uit te breiden. Want, zo hebben we gehoord in het vorige debat, bijvoorbeeld de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven en onze energietransitie zijn toch ook belangrijk. Dat zijn de belangen die dan blijkbaar belangrijker zijn dan de conflictsituatie.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit moeten we toch niet doen? Dit moet D66 toch ook niet willen? Dit is toch geen manier om de Emiraten aan te spreken op de kwalijke dingen die zij doen?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist gezegd dat we alle relaties die wij hebben, juist moeten aanwenden om mensen aan te spreken op de rol die zij vervullen, in het kader van mensenrechtenschendingen, en op welke negatieve manier zij bijdragen aan de oorlog. Volgens mij heb ik zojuist aangegeven dat we dat juist bespreekbaar moeten maken en dat we de relaties die wij hebben, juist moeten gebruiken om dat te doen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat heb ik gehoord. Dat heb ik de heer Bamenga inderdaad heel duidelijk horen zeggen. Maar ziet de heer Bamenga ook een tegenstelling in aan de ene kant dingen bespreekbaar maken, veroordelen en druk uitoefenen — die woorden heeft de heer Bamenga net allemaal gebruikt — en aan de andere kant direct in hetzelfde gesprek zeggen heel veel kansen te zien voor het bedrijfsleven en de handelsbetrekkingen met de Emiraten uit te willen breiden? Ziet de heer Bamenga daar een tegenstelling in? Ziet de heer Bamenga dat dit niet helpt bij het aanspreken van de Emiraten op de kwalijke rol die zij spelen? Ziet de heer Bamenga dat dit alleen maar het Nederlandse bedrijfsleven dient en niet de mensen in Sudan?
De heer Bamenga (D66):
Ik zie op dit moment eerder een kans om juist gebruik te maken van de relaties die wij hebben om invloed uit te oefenen. Dat is wat ik op dit moment vooral zie. Ik zou ook heel graag willen dat we dit samen doen. Ik weet inderdaad dat mevrouw Dobbe altijd mijn agendaverzoeken heeft gesteund om ervoor te zorgen dat de aandacht voor Sudan groot blijft. Ik weet ook dat wij op dezelfde manier erin staan. Wij willen ervoor zorgen dat er vrede komt in Sudan. Laten we dus kijken wat we samen kunnen doen om dat te bewerkstelligen.
De voorzitter:
De heer Ceder, op hetzelfde punt?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter.
De voorzitter:
Ik hoop dat u een andere vraag stelt op dit punt. Ik ben bang dat we anders met elkaar in cirkeltjes blijven lopen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zal een andere vraag stellen. Meerdere collega's stellen hier vragen over, omdat het belangrijk is dat D66 helderheid geeft over wat we de komende jaren kunnen verwachten. De heer Bamenga en ik trekken graag samen op. We hebben bijvoorbeeld samen een nota ingediend ten aanzien van Congo. Maar zeggen dat het uitbreiden van de handel met partijen die nauw betrokken zijn in conflictgebieden de komende jaren dé manier is, is gewoon niet te rijmen met hoe D66 bij verschillende conflicten opereert. Ik weet dat als we het over Rwanda hebben, de heer Bamenga en ik duidelijk zijn dat zolang er conflicten in Congo plaatsvinden en Rwanda daar een rol in speelt, we daar afstand van moeten nemen. Hetzelfde heeft D66 gedaan ten aanzien van het conflict in het Midden-Oosten, ten aanzien van Israël. Maar rondom de Emiraten lijkt het alsof er een draai wordt gemaakt. Ik zeg het grappenderwijs, ik zeg niet dat het zo is, maar het lijkt alsof D66 aandelen bij de Emiraten heeft.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Omdat het niet rijmt met consistent beleid. Wat kunnen wij en wat kunnen de kiezers die D66 veel vertrouwen hebben gegeven, de komende jaren verwachten? Hoe staat D66 tegenover zakendoen met conflictgebieden? Dan heb ik het over Indonesië, dan heb ik het over Congo en Rwanda, dan heb ik het over het Midden-Oosten, dan heb ik het over de Westelijke Sahara ...
De voorzitter:
Meneer Ceder, ik wil graag terug naar het punt waarover we het net hadden, want anders krijgen we ... Ik snap waar u naartoe wilt, maar ik ga nu de heer Bamenga de gelegenheid geven om tot een antwoord te komen. Ik wil zo meteen ook verder met zijn betoog, want ondertussen kijk ik ook naar de klok.
De heer Bamenga (D66):
De heer Ceder heeft volledig gelijk als hij zegt dat wij het ontzettend belangrijk vinden om in te zetten op mensenrechten en op het handhaven daarvan overal in de wereld. Ik denk dat je ten aanzien van de landen die de heer Ceder noemt, bij ieder land moet kijken wat je kunt doen en wat effectief is. Ik ga dadelijk ook praten over Congo en de maatregelen waarvan wij vinden dat ze genomen moeten worden omdat wij vinden dat die effectief zijn. Als het puur gaat om de VAE, want daar werd naar gevraagd: wij hebben heel duidelijk aangegeven dat het zeker begint bij het aanspreken op de rol die zij hebben. Daarbij maak je gebruik van alle tafels waaraan je zit met deze partijen. Wij zeggen niet dat je zaken moet doen met partijen die betrokken zijn bij conflicten. Nee, wij zeggen: maak gebruik van de tafels waaraan je zit met deze partijen om ze hierop aan te spreken en ze te bewegen om bij te dragen aan vrede. Dat zeggen wij. Wij zeggen ook heel duidelijk dat wij vinden dat je moet escaleren op het moment dat genomen maatregelen niet effectief blijken te zijn. Wij zijn ook absoluut van plan om dat te gaan doen.
De voorzitter:
Kort en afrondend, de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan ben ik het eens met de heer Bamenga, maar is de heer Bamenga het dan met mij eens dat het best vreemd is om vervolgens als beleid te hanteren dat we het pauzeren van een akkoord niet gebruiken als drukmiddel als bijvoorbeeld de situatie in Sudan — de grootste humanitaire crisis op aarde — niet stopt? Of denk aan het stoppen van de onderhandelingen met Indonesië zolang er in West-Papoea mensenrechtenschendingen plaats blijven vinden in plaats van het hanteren van het argument dat verder praten wel tot verbeteringen zal leiden. Kunt u begrijpen dat door mij en door meer leden in de Kamer de doelredenering niet begrepen wordt en dat het niet-pauzeren maar juist doorgaan en meer handelsafspraken op papier zetten, akkoorden sluiten en met elkaar op de foto gaan niet leidt tot het stoppen van die conflicten?
De voorzitter:
Voordat we het debat over Sudan overdoen dat we voor het kerstreces gehad hebben, geef ik de heer Bamenga de gelegenheid om hierop kort te reageren. Daarna is het de beurt aan de heer Van Baarle.
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist aangegeven hoe belangrijk het is om deze zaken wél bespreekbaar te maken, of het nou gaat om Indonesië of Sudan. Dat moet juist wel bespreekbaar gemaakt en op tafel gelegd worden. Volgens mij zitten we hierin op dezelfde lijn. Wij zeggen alleen dat op het moment dat het bespreekbaar maken niet tot de juiste effecten leidt, je moet escaleren naar andere middelen.
De heer Van Baarle (DENK):
Kijk. Ik zou even goed willen begrijpen waar de heer Bamenga en de fractie van D66 nu staan. Je hebt verschillende gradaties in deze discussie. Je hebt fracties waaronder die van mij die vinden dat het op dit moment niet gepast is om te onderhandelen met de VAE over een handelsakkoord. Je hebt ook fracties die dat wel gepast vinden. In het laatste debat over Sudan heb ik een poging gedaan om dat bij elkaar te brengen door een motie in te dienen die zegt: zorg er als staatssecretaris in ieder geval voor dat je je rol pakt om de Europese Commissie te verzoeken om dit onder het artikel mensenrechten bespreekbaar te maken. D66 heeft daar toen voorgestemd. In het Europees Parlement heeft D66 een kritischere houding ten aanzien van het akkoord. Kan ik daarmee nu begrijpen dat de heer Bamenga op dit moment nog steeds de staatssecretaris oproept om de Europese Commissie te verzoeken die gesprekken over dat artikel inzake mensenrechten aan te gaan met de VAE over de rol in Sudan, en dus graag zou zien dat de staatssecretaris die rol oppakt?
De heer Bamenga (D66):
Absoluut.
De voorzitter:
Van deze korte, bondige antwoorden houdt deze voorzitter. Gaat u met gezwinde spoed verder met uw betoog.
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Ook in het oosten van Congo escaleert het geweld opnieuw. Sinds begin december zijn volgens de Congolese regering meer dan 1.500 burgers gedood door de rebellengroep M23, ondanks een zogenaamd vredesakkoord. Op papier is er vrede, maar in werkelijkheid gaat het geweld onverminderd door. Vluchtelingenkampen zijn overvol, honger is wijdverspreid en meer dan 6 miljoen mensen zijn op de vlucht binnen Congo of daarbuiten. Dit conflict duurt al 30 jaar lang en draait om macht, land en bodemschatten, met een verwoestende prijs voor gewone burgers.
Voorzitter. De vraag die blijft hangen, is: is de staatssecretaris ook hier bereid om Europa op te roepen om een grotere rol te pakken in het vredesproces? Waarom is het MoU tussen de EU en Rwanda nog steeds niet opgeschort? Hoe staat het met de ontwikkeling van een Nederlandse en Europese diasporastrategie? Hoe faciliteert de staatssecretaris initiatieven vanuit de Congolese en Sudanese diaspora? Hoe staat het met de uitvoering van onze aangenomen motie over het Grote Merenprogramma?
Voorzitter. We kunnen het niet vaak genoeg benoemen: de situatie in Gaza is catastrofaal. Mensen leven al maanden in doorweekte tenten, terwijl voedsel, medicijnen en andere noodhulp de Palestijnen niet kunnen bereiken. Tientallen hulporganisaties is toegang tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever ontzegd. We wachten nog steeds op de antwoorden op onze schriftelijke vragen hierover. Daarom hebben wij zojuist een motie ingediend die de regering verzoekt om daadkrachtige en diplomatieke acties richting Israël te ondernemen, zodat humanitaire toegang voor Nederlandse hulporganisaties wordt hersteld, en om de Kamer periodiek te informeren over de voortgang. Nederland kan en moet hier meer mee doen.
Voorzitter, afrondend. Europa kan de hoeder zijn voor vrede, veiligheid en voorspoed, als we daarvoor durven kiezen, niet alleen vandaag, maar iedere dag opnieuw, bij ieder conflict weer, en tegen alle winden in.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een laatste vraag, zegt de voorzitter hoopvol.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, voorzitter, of het mijn laatste vraag wordt … Ik hoop dat ik er nog meer mag stellen.
De voorzitter:
Ik hoop zeker dat u er nog meer mag stellen.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel. Een uitstekende bijdrage vanuit D66. Er zijn heel veel inhoudelijke punten benoemd. Met het ene ben ik het meer eens dan met het andere. Maar er ligt natuurlijk ook een begroting voor vandaag. Daar zit een politieke vraag aan vast, namelijk: gaan we deze begroting steunen of gaan we die niet steunen? Als we kijken naar de behandeling van vorig jaar, dan zien we dat het vrij wankel was. Het kan nogal wat uitmaken wat D66 bij deze begroting gaat doen. Ik ben dus benieuwd of de heer Bamenga kan zeggen of hij al beelden heeft bij de vraag of hij deze begroting dadelijk gaat steunen of niet. Misschien moet die straks wel uitgevoerd worden door een partijgenoot van de heer Bamenga zelf. Zou hij daar nog iets over kunnen zeggen?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij hebben we juist dit debat om te kijken waar we hier en daar kunnen bijschaven om te zorgen dat we de begroting zo goed mogelijk kunnen maken en zo veel mogelijk mensen kunnen bijstaan. Ik ga natuurlijk uit van het positieve, dat wij deze begroting kunnen steunen, maar dat we ook deze begroting met z'n allen zo goed mogelijk kunnen maken, zodat we zo veel mogelijk mensen daarmee kunnen helpen.
De heer Stoffer (SGP):
Dank voor het antwoord. Dan kom ik gelijk op de vervolgvraag. Het grote discussiepunt van een jaar geleden was met name het budget en de bni-koppeling. Als we hier wat stijgen in welvaart, als het hier wat beter gaat, gaan we dan ook wat meer besteden aan onze verre naaste die het heel moeilijk heeft? Daar is veel inhoudelijk over gesproken, maar ik heb geen voorstel gezien van D66 om dat nu te veranderen. Ik snap dat dit een heel lastig politiek tijdsgewricht is. Maar als de begroting zo blijft als die op dit moment is en het perspectief niet verandert in wat meer oog hebben voor onze verre naaste, wat is er dan voor D66 veranderd ten opzichte van een jaar geleden?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij weet de heer Stoffer hoe wij erin staan. Wij zijn een groot voorstander van blijven investeren in ontwikkelingssamenwerking. We zien dat als een heel erg belangrijk punt dat onderdeel zou moeten zijn van ons integraal veiligheidsbeleid. We hebben ook in ons verkiezingsprogramma heel duidelijk aangegeven dat wij ernaar streven richting de 0,7% van het bni te gaan. Dat is een standpunt dat wij blijven hanteren.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt, meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Het zal mijn laatste zijn in dit blokje, voorzitter.
Dan nogmaals de vraag. De SGP steunt dat perspectief. Ik denk dat D66 en SGP daar identiek tegenover staan, maar ik zie dat niet terug in deze begroting. Ik worstel ook zelf met de vraag wat ik dadelijk met deze begroting ga doen. Vorig jaar hebben we de begroting nog gesteund. Ik zit echt te zoeken: moet ik dat nu opnieuw doen? D66 heeft die toen niet gesteund. Als er nu niets verandert, volgt D66 dan een consistente lijn en gaat zij dan ook deze begroting niet steunen?
De heer Bamenga (D66):
Ik kijk vooral naar wat we wel samen kunnen doen. Als er punten zijn waarover wij met z'n allen denken dat die beter kunnen, dan kunnen we inderdaad bekijken of we voor het aanpassen van die zaken de juiste dekking kunnen vinden. Ik zou dus juist aan mevrouw … Sorry, de heer Stoffer.
De voorzitter:
Het is nog steeds de heer Stoffer.
De heer Bamenga (D66):
Ja, de heer. Misschien was ik al naar de collega naast hem aan het kijken.
De voorzitter:
Gaat u vooral verder, want ik wil naar een afronding.
De heer Bamenga (D66):
Ik zou zeker tegenover de heer Stoffer willen zeggen: kijk juist met ons hoe wij de huidige begroting beter kunnen maken en hoe wij dit juist kunnen steunen om verder te gaan. Ik denk dat iedereen ermee geholpen is als wij dat kunnen doen.
De voorzitter:
Ik heb even niet gezien wie als eerste in de rij stond, mevrouw Dobbe of de heer Ceder. U bent beiden heel galant. Ik kan u ook beiden overslaan. De heer Ceder? U bent eruit? De heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, goed.
De voorzitter:
Ik wil u vragen om het bij één vraag te houden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. De ChristenUnie heeft vorig jaar tegen de begroting gestemd, net zoals D66, wetende dat de grote klap niet volgend jaar zou plaatsvinden, maar juist dit jaar. Wij zijn nu dus nog minder geneigd om voor te stemmen. D66 was vorig jaar tegen, maar ik hoor nu dat D66 erover denkt voor te stemmen, terwijl dit het verwoestende beleid is van OS waar heel veel partijen vorig jaar tegen hebben gestemd. De gevolgen zijn immens. Er is heel weinig teruggedraaid. De bni-koppeling is na tientallen jaren losgelaten.
De voorzitter:
Uw vraag, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik hoor nu een D66 die zegt: wij gaan dit gewoon steunen en in het kabinet dat eraan komt, gaan wij dit verwoestende beleid gewoon uitvoeren. Mijn vraag is hoe dat kan. Hoe kan het dat D66 niet met een eigen voorstel en een eigen lijn komt? Het kan toch niet zo zijn dat je een oppositietaal en coalitietaal hebt waar een wereld van verschil tussen zit?
De heer Bamenga (D66):
Ik merk dat de heer Ceder mij niet goed heeft gehoord. Dit is niet wat ik gezegd heb. Volgens mij heb ik aangegeven waar D66 voor staat. Dat weet u vanaf dag één. U heeft de uitgangspunten kunnen lezen die D66 en het CDA hebben gepresenteerd. Ook daarin wordt heel duidelijk aangegeven wat wij willen: wij willen toewerken naar die 0,7% bni. Ik geef aan dat wij juist in deze besprekingen die wij met z'n allen hebben, moeten bekijken welke maatregelen wij kunnen nemen om dat mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat wij met z'n allen instemmen met een betere begroting. Ik zie nu juist vooral kansen in plaats van heel veel barrières.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit is bijzonder.
De voorzitter:
Eén!
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat snap ik, voorzitter. Dit antwoord is wel bijzonder. Ik vind de vragen van de heer Stoffer en de heer Ceder heel terecht. Ik had die zelf ook. Het is inderdaad heel duidelijk waar D66 voor staat. Dat is ook in het tussenstuk met de uitgangspunten door D66 en het CDA bevestigd. Deze begroting is slechter dan die van vorig jaar. Zij staat verder weg van de uitgangspunten van D66 dan die van vorig jaar: de koppeling wordt niet hersteld, de bezuinigingen zijn draconisch. Het is echt dramatisch. Aangezien deze begroting zó ver van de standpunten van D66 afstaat en D66 vorig jaar heeft tegengestemd, kan de conclusie alleen maar zijn dat D66 ofwel tegenstemt ofwel zelf met voorstellen komt. En als dat niet gebeurt, dan moeten we eigenlijk nu al de VVD gaan feliciteren met het feit dat zij het hele beleid van D66 hebben bepaald en dat D66 vanaf nu een neoliberale, asociale koers gaat varen. Dus wat is het?
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe ...
De heer Bamenga (D66):
Ik merk hier op bij mevrouw Dobbe ... Volgens mij hebben we bij heel veel punten, bijvoorbeeld vrouwenrechten, met elkaar opgetrokken. Ik zou het juist jammer vinden ... In plaats van hier meer en meer tegenstellingen te creëren tussen hetgeen wij met z'n allen willen bereiken, zou ik willen voorstellen om juist te kijken naar wat ons verbindt en hoe wij er juist voor kunnen zorgen dat wij hier inderdaad een betere begroting kunnen gaan neerleggen. Ik heb zojuist ook aangegeven waar wij als D66 voor staan. U heeft allemaal kunnen lezen wat de uitgangspunten waren van D66 en het CDA. Volgens mij moeten we juist deze begroting gebruiken om het beter te maken, en dat kunnen we samen doen. Ik nodig juist ook mevrouw Dobbe uit om te kijken hoe we dat beter kunnen maken, zodat we uiteindelijk de mensen die wij hiermee kunnen helpen ook daadwerkelijk helpen. Ik heb een aantal voorstellen gedaan als het gaat om vrouwenrechten en onderwijs, en heb ook met een aantal voorstellen meegedaan. We doen mee aan een amendement dat gaat over de UNRWA. Zo zijn er een aantal dingen die wij hebben gedaan ...
De voorzitter:
Meneer Bamenga, wilt u afronden?
De heer Bamenga (D66):
Zeker, voorzitter. Ik zou graag ook aan mevrouw Dobbe willen zeggen: gebruik juist de kans die er is om deze begroting beter te maken, samen met ons.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Ik vind het antwoord van D66 en de opstelling van D66 in dit debat echt heel teleurstellend, want we hebben het over de grootste bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking ooit. Ik zie hier geen enkel concreet voorstel van D66 om dat te verbeteren, en toch neigt de heer Bamenga ernaar om vóór deze begroting te gaan stemmen. Eigenlijk vind ik dat echt onbegrijpelijk vanuit D66 en ik verwacht daarom een concreet voorstel in dit debat. Dus: wat is uw concrete plan om het budget alsnog te verhogen? En ga dan niet andere partijen oproepen om met een ander voorstel te komen. Wat is het concrete voorstel? En als dat niet komt, gaat u dan tegen de begroting stemmen?
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter, ik kom dan in herhaling, vrees ik.
De voorzitter:
Doe dat dan kort en bondig, zou ik voorstellen.
De heer Bamenga (D66):
Nou ja, ik heb net ook al aangegeven dat we volgens mij met z'n allen moeten gaan kijken hoe wij deze begroting kunnen verbeteren. Ik heb er alle vertrouwen in dat we dat zeker samen kunnen doen, als wij inderdaad willen dat wij flink meer gaan investeren in ontwikkelingssamenwerking.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, ook één vraag.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ja. Ik ben echt aan het proberen om de woorden van de heer Bamenga te duiden, want het is "met z'n allen kijken" en "samen" de schouders eronder. Mijn vraag is eigenlijk: als er een concreet amendement ligt om de koppeling te herstellen, die 0,7% als basislijn te herstellen, dus eigenlijk die bezuiniging, die stiekeme extra bezuiniging die is doorgevoerd van pak 'm beet 300 miljoen te herstellen, zou D66 dat dan steunen? Want dat is iets heel concreets om het beter te maken.
De heer Bamenga (D66):
Daarvan heb ik ook al eerder aangegeven: als dat er ligt, gaan we dat bekijken, gaan we het beoordelen, gaan we kijken naar de dekking. En als het gaat om de doelstelling, dan weet u al hoe wij daarin staan: dat wij er alles aan willen doen om juist dat van het bni te herstellen, maar ook vooral om naar die 0,7% te gaan, dus om daarnaartoe te bewegen.
De voorzitter:
De heer Bamenga gaat over zijn eigen antwoorden. Ik heb het idee dat we een beetje in een cirkeltje ronddraaien. Ik geef u dus de gelegenheid tot het stellen van een andere vraag op ditzelfde punt, maar heb toch het vermoeden dat dit debat is afgerond en ik wil graag door naar de volgende spreker. Als het over een heel ander onderwerp gaat, krijgt u nog de gelegenheid tot één vraag, maar als het over dit onderwerp gaat, dan ga ik de heer Van der Burg uitnodigen voor zijn bijdrage. De heer Ceder knikt heel enthousiast ja, dus dat is één vraag over een heel ander onderwerp. En ook niet het Sudandebat overdoen, alstublieft.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zou niet durven, voorzitter.
Wij hebben een amendement dat probeert de motie die in de Eerste Kamer is aangenomen, daarbij ook gesteund door D66, uit te voeren. Dit kabinet heeft namelijk geweigerd om die uit te voeren. Dat gaat over een volledig herstel van in ieder geval die bni-koppeling, maar dat gaat ook over uitvoering geven aan die motie.
De voorzitter:
Meneer Ceder, dit gaat wel over hetzelfde onderwerp, dus graag heel snel tot een hele concrete vraag komen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter.
Mijn vraag is of D66 bereid is om de uitspraken die vorig jaar gedaan zijn, ook door de Eerste Kamerfractie, gestand te doen en die koppeling randvoorwaardelijk te maken, of dat nou met mijn amendement is of met het amendement-Kröger of met een eigen voorstel. Zo niet, waarom dan deze opstelling qua samenwerking? Wat is het verschil ten opzichte van de begroting van vorig jaar, de PVV-begroting die het nog steeds is en die dit kabinet ook gaat uitvoeren, misschien met een D66-minister erop? Waarom is het nu wel een kwestie van kansen zien en kansen grijpen?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij kan ik hier ook heel kort over zijn. Wij hebben aangegeven waar we het mee eens zijn. Dat is onveranderd. Alleen, op het moment dat we dat willen herstellen — dat willen wij; wij willen dat herstellen — dan zullen we ook moeten kijken hoe we dat precies doen. Dat is wat ik gezegd heb. Volgens mij moeten we kijken hoe we samen tot overeenstemming kunnen komen.
De voorzitter:
Meneer Dassen, u gaat mij verrassen met een heel ander onderwerp.
De heer Dassen (Volt):
Absoluut, voorzitter. Ik zal u zeker verrassen. Of dat met een ander onderwerp is, laat ik aan u, maar ...
De voorzitter:
Dat gaat u meemaken, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
… de vraag is eigenlijk heel simpel: gaan wij bij deze begrotingsbehandeling die koppeling herstellen, ja of nee, en stemt D66 daarvoor, ja of nee?
De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat het heel erg belangrijk is, zoals ik net ook al aangegeven heb, dat wij weer met z'n allen gaan bewegen richting die 0,7% bni. Dat is altijd ons streven geweest. Wij hebben aangegeven dat wij flink willen investeren in ontwikkelingssamenwerking. We hebben daar ook internationale afspraken over gemaakt. Daar willen wij naartoe bewegen. Over hoe we dat doen, de dekking die we daarvoor gebruiken, moeten we juist met elkaar in gesprek. Volgens mij zitten we op één lijn als het gaat om het doel.
De voorzitter:
Dan ga ik nu de heer Van der Burg uitnodigen voor zijn bijdrage. Meneer Van Baarle, we draaien in cirkeltjes rond. De heer Dassen had het hier ook al over. Ik ben heel erg rekbaar, dus ik wil u één vraag toestaan, maar dan is mijn geduld ook op. Het is nu 12.15 uur. Ik wil ook heel graag naar de maidenspeech van een van de andere zeer gewaardeerde collega's in deze zaal.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat begrijp ik, voorzitter. Ik kan de vraag ook vrij kort houden, want samen met D66 heeft DENK altijd een lans gebroken voor de positie van de Rohingya. Dat hebben de heren Kuzu en Sjoerdsma in het verleden vaak samen gedaan.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Mijn vraag is of de heer Bamenga al kan aangeven of D66 bereid is om, net zoals in de twee jaren hiervoor, mijn amendement te ondersteunen om budget vrij te maken voor het ondersteunen van de Rohingya.
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zegt de heer Van Baarle dat heel terecht. Wij maken ons heel veel zorgen over de positie van de Rohingya. Ik denk dat wij positief gaan kijken naar ieder amendement dat daarvoor wordt ingediend, maar we zullen dus ook moeten kijken naar de dekking en noem maar op. Op die manier zullen we het moeten beoordelen, maar we staan daar natuurlijk positief tegenover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Van der Burg uit. Ik ga de collega's ook mededelen dat er wat geschoven is op de lijst. De vierde spreker zal namelijk mevrouw Van Ark zijn, die dan namens het CDA haar maidenspeech uitspreekt. Daarna gaan wij voor 45 minuten lunchen. Dat is inclusief felicitaties. Dat geeft aanleiding tot een vraag van mevrouw Van der Plas, terwijl de heer Van der Burg nu langzaam achteruit bewegend deze ruimte verlaat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. We zijn nu inderdaad een uur verder. Ik was de vierde spreker, maar ik heb de maidenspeech even voor laten gaan. Dat doe ik ook heel graag, maar ik heb om 14.00 uur een ander debat. Als u dus zegt dat we na de maidenspeech drie kwartier gaan lunchen, dan kom ik behoorlijk in de knel. Dan neig ik er toch naar om dan de vierde spreker te willen zijn, tenzij we de lunch na de vijfde spreker gaan doen.
De voorzitter:
Nu gaat de heer Van der Burg ook een goede suggestie doen.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Het is wel een fantastische dag, merk ik.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik geef natuurlijk graag mijn plek af aan BBB. Ik blijf toch bij het debat, dus mevrouw Van der Plas mag nu.
De voorzitter:
Dan ga ik nu mevrouw Van der Plas uitnodigen voor haar bijdrage. Nee, meneer Markuszower, u gaat niet ruilen op het lijstje.
De heer Markuszower (PVV):
Als ik moet schuiven om de maidenspeech mogelijk te maken, vind ik dat ook prima.
De voorzitter:
De collegialiteit ontroert mij enorm, maar we gaan nu luisteren naar mevrouw Van der Plas van BBB en daarna naar de heer Markuszower van de fractie van de PVV. Daarna gaan wij, in stille bewondering, luisteren naar mevrouw Van Ark voor haar maidenspeech en dan gaan wij, inclusief felicitaties, 45 minuten lunchen. Het is aan u allen hoe laat wij dit debat vandaag gaan eindigen. Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik hoop dat Nederland ziet dat wij als Kamer ook heel goed dingetjes met elkaar kunnen overleggen, snelle besluiten kunnen nemen en aardig kunnen zijn voor elkaar. Dank aan de heer Van der Burg dat hij mij nu al laat spreken. Haha, inderdaad niet altijd, meneer Van der Burg.
De voorzitter:
Gaat u vooral verder met uw bijdrage.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan geef je een keer een complimentje … Ik ken zijn humor wel een beetje!
Voorzitter. Onze welvaart is gebouwd op handel, ondernemerschap en wederzijds voordeel. Steeds vaker bekruipt mij echter het gevoel dat we buitenlandse handel steeds vaker inzetten als moreel instrument en steeds minder als middel om Nederlandse belangen daadwerkelijk te dienen. Internationale handel moet wat BBB betreft altijd berusten op wederkerigheid. Een handelsakkoord dat gesloten wordt, moet er altijd toe leiden dat beide partijen er beter uit komen, zonder dat dit ten koste gaat van onze eigen sectoren en burgers.
In de Mercosur-discussie zien we dat dit niet het geval is. Onze agrarische sector wordt geslachtofferd. BBB is niet tegen handelsakkoorden, maar wel tegen akkoorden waarbij we steeds strengere eisen opleggen aan onze eigen boeren en voedselproducenten, terwijl we tegelijkertijd producten toelaten die niet aan dezelfde standaarden voldoen. Ik wil daar nog heel duidelijk bij zeggen dat je aan voedselveiligheidsstandaarden moet voldoen, maar dat het hier gaat om de productiewijze waar je niet aan hoeft te voldoen. Het wringt dat juist boeren en vleesbedrijven worden blootgesteld aan extra concurrentie en onzekerheid, terwijl de opbrengsten van handelsakkoorden vooral bij de andere sectoren terechtkomen. Wij consumeren wat wij niet mogen produceren. Dat is slecht onderhandeld en zeer schadelijk. Wat daarbij extra schuurt, is dat andere landen in Brussel wel zichtbaar resultaat boeken. Importheffingen op kunstmest worden tijdelijk opgeschort om steun voor Mercosur te organiseren en landen regelen dat. Nederland zit netjes aan tafel, maar doet op dat gebied weinig of boekt te weinig resultaten, zoals we wel vaker zien.
Voorzitter. Dan China. We zien hoe geopolitiek daar steeds nadrukkelijker wordt ingezet als handelsinstrument. Heffingen op Europees en Nederlands varkensvlees, maatregelen richting de zuivelsector en voortdurende onzekerheid rond strategische bedrijven raken onze economie direct. Tegelijkertijd zegt het kabinet dat het deze maatregelen betreurt en de zorgen deelt, maar dat compensatie of mitigatie niet aan de orde is. Ik zie de heer Markuszower bij de interruptiemicrofoon.
De voorzitter:
Ik zag hem ook, maar ik dacht: ik wacht even tot u een punt maakt. Volgens mij was er namelijk een vraag bij het vorige blokje. De heer Markuszower gaat de trend zetten als het gaat om een zeer korte, bondige interruptie.
De heer Markuszower (PVV):
Wat een druk, voorzitter! Ik hoorde mevrouw Van der Plas verstandige dingen zeggen over Mercosur. Wij delen de kritiek op dat verdrag. De partij van mevrouw Van der Plas zit echter nog in het kabinet. Ik ben benieuwd hoe het nou gaat in zo'n kabinet. Er worden verstandige dingen gezegd door de voorvrouw van BBB. Er zitten ministers van BBB, ook verstandige mensen, in het kabinet. Een land als Frankrijk heeft gewoon tegen dat verdrag gestemd.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Nederland had natuurlijk ook tegen kunnen stemmen. Kan mevrouw Van der Plas wat inkleuring geven aan wat er is gebeurd in het kabinet?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zit niet in het kabinet, dus ik ben niet bij de gesprekken. Als partijleider en fractievoorzitter geef ik wel al heel lang aan — dat doen we natuurlijk al jaren — dat we tegen het Mercosur-verdrag zijn. Laatst is er een hoofdelijke stemming over Mercosur geweest en volgens mij is toen met één of twee stemmen … Wij hebben hier als fractie tegengestemd. De voltallige fractie, dus alle vier de Kamerleden, hebben gestemd tegen het feit dat wij moesten stemmen voor het Mercosur-verdrag. Dat hebben wij gedaan en dat zullen wij ook altijd blijven doen. Feit is wel — je kunt gewoon even de koppen in de ministerraad tellen — dat BBB geen meerderheid in de ministerraad heeft. Hier in de Kamer zullen wij als fractie altijd blijven strijden tegen het Mercosur-verdrag.
De heer Van der Burg (VVD):
Het is waar dat BBB in de ministerraad geen meerderheid van stemmen heeft, maar dat geldt voor alle dossiers. Toch heb ik BBB-bewindslieden en de BBB-partijleider in het verleden weleens dingen horen zeggen als: dat maken wij niet mee. Dan is het wel raar om BBB hier te horen spreken over een middelvinger richting de boeren, wetende dat het BBB/VVD-kabinet het voorstel heeft neergelegd. Er is hier alleen maar voorgestemd omdat het kabinet ermee had ingestemd, inclusief de BBB-bewindslieden dus.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik weet niet wat er in de ministerraad gebeurt, want ik zit niet in de ministerraad. Volgens mij is het ook niet toegestaan om te lekken uit de ministerraad. Volgens mij is dat zelfs strafbaar. Ik ga dus niet in op wat … Wij hebben elke week een overleg met onze eigen bewindspersonen. Dat heeft elke coalitiepartij. Ons standpunt over Mercosur is altijd heel duidelijk geweest. Nogmaals, we hebben laatst een hoofdelijke stemming gehad over een motie waarin stond dat de regering voor het Mercosur-verdrag moest stemmen in Brussel. Daar hebben wij als voltallige fractie, vier Kamerleden — buiten mijzelf zijn dat Henk Vermeer, Mona Keijzer en Femke Wiersma — tegengestemd.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik ben ook niet geïnteresseerd in wat er in de ministerraad is gezegd. Dat lees ik over 75 jaar wel, als de annalen openbaar worden. Maar het kabinet — dat weet mevrouw Van der Plas dondersgoed — spreekt met één mond en heeft één mening, dus als het kabinet voor Mercosur is, zijn alle ministers voor Mercosur, de VVD'ers én de BBB'ers.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. En de Kamerleden, ik, Henk Vermeer, Mona Keijzer en Femke Wiersma, hebben tegengestemd. Dat is waar ik over ga.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Goed. Even kijken waar ik ben gebleven.
Ik was gebleven bij China. De heffingen op Europees en Nederlands varkensvlees, de maatregelen richting de zuivelsector en de voortdurende onzekerheid rond strategische bedrijven raken onze economie direct. Tegelijkertijd zegt het kabinet dat het deze maatregelen betreurt en dat het de zorgen deelt, maar dat compensatie of mitigatie niet aan de orde is. Dat betekent dus dat sectoren die buiten hun schuld geraakt worden door geopolitieke spanningen, de rekening volledig zelf moeten dragen, terwijl het kabinet tegelijkertijd erkent dat handel steeds vaker politiek wordt ingezet. Dat is een ongemakkelijke tegenstelling. In de begroting lees ik dat handel, hulp en investeringen elkaar moeten versterken en dat het kabinet inzet op concurrentievermogen en verdienvermogen. Dat klinkt goed, maar dan moet dat ook zichtbaar worden in de keuzes die we maken: minder vergaderen, minder beleidsdogma's en meer doen wat andere landen ook doen, namelijk actief opkomen voor de eigen belangen en streven naar verbetering en versterking van onze eigen positie.
Voorzitter. Ik heb drie vragen aan de staatssecretaris. Welke ruimte ziet het kabinet nog om tussen nu en het moment van ondertekening van het Mercosur-verdrag in Paraguay geld los te krijgen voor onze boeren, zoals Frankrijk en Italië wel is gelukt? Welke concrete diplomatieke en handelsmatige stappen zet Nederland richting China om schade voor sectoren als varkensvlees en zuivel te beperken, nu het kabinet expliciet heeft uitgesloten dat compensatie of mitigatie aan de orde is? Hoe voorkomt het kabinet dat noodzakelijke veiligheidsafwegingen bij strategische bedrijven ontaarden in langdurige handelsconflicten die meerdere Nederlandse sectoren kunnen raken?
Voorzitter. Ik sluit af met een vraag over Iran. We zien van alles gebeuren in Iran. Grote protesten, mensen die worden vermoord door het regime. Jonge mensen die zonder enige vorm van rechtspraak worden opgehangen vanwege de protesten. Ik wil hierbij ook mijn steun uitspreken voor de mensen in Iran die aan die protesten meedoen, letterlijk met gevaar voor eigen leven.
Mijn vraag betreft de handel met Iran. Kan de staatssecretaris een beeld geven van wat er nu nog aan handel met Iran is? Hoeveel bedrijven uit Nederland zijn daar actief om handel te drijven en hoeveel handel is er vanuit Iran naar Nederland? Voordat ik daar allemaal dingen op ga doen, wil ik wel graag eerst dat beeld hebben. Ik weet dat het een rood gebied is …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, wilt u afronden?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… maar ik weet wel dat er gehandeld wordt met Iran of gehandeld kan worden met Iran. Daar zou ik graag een beeld van willen hebben.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
En ten slotte nog één …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, u bent echt ruim over de tijd.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Dat gaat ook af van mijn totale spreektijd in alle wetgeving die nog komt, dus daar ben ik mij van bewust. Ik wil er nog even op aanhaken dat de Europese fractie van BBB voor Mercosur zou hebben gestemd. Dat wil ik nog even verduidelijken. Er is nog helemaal niet gestemd. Wij hebben alleen voor de veiligheidsclausules gestemd. In februari of maart wordt er pas door het Europees Parlement over Mercosur gestemd en ik kan u nu al vertellen, ook aan de heer Bamenga, dat de Europese fractie daartegen zal stemmen.
De heer Van der Burg (VVD):
Volgens mij bestaat er geen BBB-fractie in het Europees Parlement, maar een EVP-fractie, waar BBB, NSC en CDA lid van zijn. De EVP is voor Mercosur. Het kan zijn dat individuele leden van de EVP tegenstemmen, maar de fractie van BBB, namelijk de EVP, stemt voor Mercosur. Maar dat was niet mijn vraag. Mevrouw Van der Plas kwam opeens met Iran op de proppen. Zij heeft van de week voor de camera nog GroenLinks-PvdA terechtgewezen. Die zouden er niks over gezegd hebben, maar gisteren hadden wij bij Buitenlandse Zaken een debat over Iran. Daar was één partij niet aanwezig: BBB, toen we het hadden over Iran. Kan mevrouw Van der Plas daarop reflecteren?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is wel echt een hele flauwe en valse suggestie. Er zitten twee mensen uit onze fractie nog in het kabinet: mevrouw Keijzer en mevrouw Wiersma. De heer Van der Burg weet dat. De BBB heeft nu dus effectief twee zetels. Henk Vermeer is onze buitenlandwoordvoerder, maar ook onze woordvoerder voor wonen. Gisteravond was er een debat over volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Dat ging over wonen. Je kunt jezelf niet opdelen of klonen. Dan is het wel heel flauw van de heer Van der Burg om dit op te merken. Voor een partij die nu met twee zetels in de Kamer zit, proberen wij bij bijna alle debatten aanwezig te zijn. Ook toen ik in mijn eentje in de Kamer zat, heb ik bijna alle debatten gedaan. Ik doe vandaag ook drie debatten, dus ik vind deze opmerking eigenlijk vrij onnodig, alsof wij er niet zouden zijn en daarmee Iran niet zouden steunen. Wij hebben dat altijd gedaan, in allerlei moties. Dus ik snap deze aanval van de heer Van der Burg niet zo goed en ik vind het ook onnodig, eerlijk gezegd. Het had niet gehoeven.
De voorzitter:
De heer Van der Burg, afrondend.
De heer Van der Burg (VVD):
Het was geen aanval, het was een vraag. Op het moment dat je andere partijen de maat gaat lopen nemen omdat die ergens niet bij zijn, wellicht ook om een goede reden, mag die vraag gesteld worden. Voor de helderheid: BBB heeft inderdaad wat minder zetels sinds de verkiezingen, maar er waren gisteren gewoon partijen aanwezig met minder Kamerzetels dan BBB. Zeker op het moment dat je anderen de maat neemt en aangeeft hoe belangrijk je dit vindt, mag ik gewoon even vragen waarom je er niet was.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dat de heer Van der Burg nu een heel lelijk beeld geeft. Ik zit net nog te complimenteren dat we goed met elkaar omgaan. Dit is echt totaal onnodig. Dit hoeft de heer Van der Burg helemaal niet te zeggen, zeker niet als hij nu op gaat komen voor GroenLinks-PvdA, terwijl daar een Kamerlid zit van GroenLinks-PvdA dat prima voor zichzelf …
De voorzitter:
Dit gaan we niet …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Laat me nou even … Sorry, voorzitter …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, één moment. We gaan nu niet een discussie voeren en ook nog anderen uitlokken. U kunt reageren op wat de heer Van der Burg gesteld heeft, maar we gaan daar niet nog een aantal andere Kamerleden bij uitnodigen. Daarna ga ik de heer Hoogeveen het woord geven voor zijn allereerste interruptie in dit debat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil graag even mijn zinnen afmaken. Dus nogmaals, iedereen weet dat BBB heel actief is in allerlei debatten. We doen mee aan allerlei schriftelijke overleggen. We zitten bij technische briefings, hoorzittingen en rondetafelgesprekken. We zitten in voorbereidingsgroepen om dingen te organiseren. We zitten in commissies die niet direct de aandacht hebben, zoals de commissie voor de Werkwijze en andere voorbereidende commissies. En dan wordt er gezegd dat ik een partij de maat heb genomen omdat ze ergens niet zijn. Ik heb helemaal niet gezegd dat GroenLinks-PvdA ergens niet is geweest. Het ging over de vraag waar nu het geluid voor Iran gebleven is, terwijl iedereen in de media en op de sociale media overal vooraan stond toen het over Israël-Gaza ging. Daar heb ik wat van gezegd. Maar ik wil dit graag afsluiten, want nogmaals …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik ga …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… ik vind dat dit een heel lelijk beeld geeft …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
... van hoe wij hier met elkaar omgaan.
De voorzitter:
Wat ik ook een lelijk beeld vind geven, is dat u continu door mij heen praat. Ik probeer dit debat in goede banen te leiden en het weer terug te brengen naar het onderwerp. Dit is niet het onderwerp, dus ik kijk de heer Van der Burg indringend aan of dit nog nodig is. Anders ga ik namelijk de heer Hoogeveen het woord geven voor een inhoudelijke interruptie.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik wil natuurlijk altijd dat de vergadering soepel verloopt en daar hebben we een goede voorzitter voor nodig. Dat bent u, dus ik hou mijn mond.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Hoogeveen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sjongejongejonge.
De heer Hoogeveen (JA21):
Mevrouw Van der Plas zei net tegen de staatssecretaris dat Nederland zijn best moet doen om net als Frankrijk en Italië geld los te weken bij de Europese Commissie. Kan mevrouw Van der Plas verduidelijken wat zij daar precies mee bedoelt?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dat het kabinet niet genoeg heeft gedaan. Het gaat niet alleen over nu, maar ook over de afgelopen jaren. Wij zijn als land nettobetaler in Europa. Kennelijk zijn regeringen in andere landen vrij eensgezind in het samen optrekken. Dat zie je ook bij Ierland wat betreft de derogatie. Ik denk dat wij daar meer op kunnen bereiken. Zolang wij in het kabinet hebben gezeten, hebben wij daar alles aan proberen te doen. Soms heb je ook te maken met wat tegenbewegingen, maar dat is wel triest. Ik denk dat wij een voorbeeld kunnen nemen aan heel veel andere landen die veel weten te bereiken in Europa. Dat zouden wij ook weleens mogen doen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Mevrouw Van der Plas duidde in haar vraag op het Mercosur-verdrag. Daarover is in Europees verband onderhandeld. Vanuit de Europese Commissie is er een tegemoetkoming gekomen van, als het goed is, 45 miljard, als onderdeel van het Meerjarig Financieel Kader. Dat geld gaat dus naar alle landen binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Mijn vraag aan mevrouw Van der Plas is dus wat voor haar partij voldoende compensatie van het Mercosur-verdrag is om toch positiever naar dit verdrag te kijken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kijk helemaal niet positief naar dit verdrag. Al gaat er 10.000 miljard naartoe, dit verdrag is gewoon slecht. Het is gewoon een slecht verdrag. Tijdens de bijdrage van de heer Bamenga hebben we daar met meerdere Kamerleden een uitvoerig interruptiedebat over gehad. Vanwege mensenrechtenschendingen, arbeidsomstandigheden, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die hier niet zijn toegestaan, antibiotica, gebrek aan controles en gebrek aan capaciteit is het gewoon een slecht verdrag. Zoals ik al zei, zijn wij niet tegen handelsverdragen, maar wel tegen handelsverdragen die boeren op achterstand zetten. Wij weten helemaal niet wat er van die 45 miljard bij ons op het boerenerf terechtkomt. Sterker nog, we hebben straks geen boer meer over op het erf als we in Nederland op deze manier doorgaan. Duizenden boeren stoppen of zijn al gestopt en gaan emigreren. Ze hebben er geen zin meer in. We zien nu al op het platteland de gevolgen daarvan verschijnen. Kleinere bedrijven om de agrarische sector heen stoppen er ook mee. Boerderijen stoppen met hun zorgtak of een agrarische kinderopvang stopt ermee. Zo verschraalt bijvoorbeeld de kinderopvang. Waar moeten die kinderen dan naartoe? Mensen met een beperking hebben daar een dagbesteding, maar kunnen er ook niet meer werken.
De voorzitter:
Wilt u komen tot een afronding, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat zegt u?
De voorzitter:
Wilt u komen tot een afronding?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Dus het is gewoon een heel slecht verdrag zolang niet aan alle standaarden wordt voldaan.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt, de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
De mening van de BBB over het Mercosur-verdrag is mij bekend, alleen ligt dit verdrag hier nu. U vraagt aan de staatssecretaris of zij meer geld kan lospeuteren als compensatie voor het Mercosur-verdrag, net als Frankrijk en Italië. Wat bedoelt u daar precies mee? Hoeveel hebt u dan voor ogen? En waar gaat dat geld dan naartoe?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wacht hier het antwoord van de staatssecretaris af op de vraag of dat überhaupt mogelijk is. Dan kunnen we daar verder over praten. Voor mij is gewoon heel erg belangrijk dat als er geld komt, dat terechtkomt op het boerenerf. Het moet niet naar allerlei andere projecten gaan die boeren niet helpen. Ik weet inderdaad dat JA21 hartgrondig voorstander is van dit Mercosur-verdrag en dat verbaast mij eerlijk gezegd heel erg, omdat JA21 altijd zo "voor de boeren" zegt te zijn, maar in dit geval is JA21 tegen de boeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de bijdrage van de heer Markuszower namens de fractie van de PVV.
De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Alvast veel succes aan de volgende spreker, mevrouw Van Ark van het CDA, met haar maidenspeech. Alvast gefeliciteerd ook en heel veel succes in deze Kamer.
Voorzitter. Vandaag en morgen bespreken wij de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De verantwoordelijke minister of in dit geval staatssecretaris is dubbeldemissionair, en dit rompkabinet, dat nog maar op 26 zetels in de Tweede Kamer leunt, staat al met anderhalf been bij de uitgang. Toch wil dit demissionaire kabinet voor deze begroting bijna een half miljard euro meer uitgeven dan vorig jaar. Waarom, vragen wij ons af. Hebben wij dat geld niet gewoon nodig voor onze eigen mensen en voor onze eigen problemen in ons eigen land?
In totaal geven wij in 2026 als Nederland een dikke 6,7 miljard euro uit aan ontwikkelingshulp. Dat is 6,7 miljard euro te veel. Dat is ongeveer €800 per jaar voor ieder Nederlands huishouden. Met dat geld zouden wij dus heel veel Nederlanders ontzettend blij kunnen maken en wat lucht kunnen geven. Maar dit demissionaire kabinet geeft het geld blijkbaar liever uit aan de bodemloze put genaamd "ontwikkelingshulp".
Het is decadent en asociaal. Miljoenen Nederlanders staan met buikpijn hun boodschappen af te rekenen. Het is voor veel mensen gewoon niet meer te betalen. De prijzen zijn veel te hoog, het inkomen is te laag en de belastingdruk is enorm. Meer dan een half miljoen Nederlanders leven in armoede. Meer dan honderdduizend kinderen in Nederland gaan met honger naar bed. In plaats van dat onze regering díe mensen en díe kinderen helpt en in plaats van dat wij de belastinginkomsten aanwenden om de problemen van Nederland en Nederlanders op te lossen, smijten wij al die zuurverdiende euro's weg naar de hoge salarissen van al die medewerkers die bij die half corrupte ngo's werken. Decadent en asociaal dus en bovendien ook onmenselijk. Liefdadigheid is een groot goed, hoor, maar nu pakt de overheid veel geld af van burgers die het vaak zelf niet kunnen missen en diezelfde overheid gaat dan voor sinterklaas spelen. Echte liefdadigheid is mensen de vrijheid geven — dat is ook liberaal — om zelf te bepalen wie zij willen helpen en met hoeveel geld.
Voorzitter. Waar is de solidariteit en barmhartigheid van onze regering voor onze eigen mensen in plaats van voor die mensen in Afrika? Waarom willen we de hele wereld redden terwijl we onze eigen mensen in Nederland in de kou laten staan? Wij zijn, vraag ik aan de staatssecretaris, toch niet de pinautomaat van de hele wereld?
We moeten dus geen cent meer geven aan ontwikkelingshulp. Als je bijvoorbeeld kijkt — ik heb er net al iets over gezegd — naar de salarissen van de directeuren van die ngo's, weet je toch dat Nederlands ontwikkelingsgeld vooral richting gretige graaiers gaat? Die gretige graaiers noemen zichzelf directeur en harken een salaris van meer dan €10.000 per maand binnen. Een deel van ons ontwikkelingsbudget loopt via de EU en ook de EU pompt dat geld weer door naar ngo's. Tussen 2019 en 2023 vloeide er vanuit de EU 17 miljard euro naar lobbygroepen en ngo's. De Europese Rekenkamer is keihard in zijn oordeel daarover. Er is geen fatsoenlijke controle en geen transparantie, en maar liefst 7,4 miljard euro is spoorloos verdwenen. Kan de staatssecretaris een overzicht geven van iedere euro die wij vorig jaar aan ontwikkelingshulp hebben gespendeerd en van wat er precies met al dat geld is gebeurd?
Met het gireren van onze dure euro's richting de derde wereld, stimuleren wij — dat komt nog boven op de kritiek — alleen maar massa-immigratie. Meer geld naar Afrika en het Midden-Oosten betekent ook meer geld naar mensensmokkelaars en corrupte regimes die hun allerslechtste mensen richting Europa sturen. De EU is naarstig op zoek naar nog meer geld van lidstaten om het gat te vullen dat is ontstaan doordat USAID is opgeheven. Dat betekent dat Nederlands belastinggeld via de EU-bijdrage nu nog meer gebruikt zal worden — althans, dat is de wens — om de inefficiënte ngo-structuren in leven te houden. Het is een absurde situatie. Waarom zouden wij, als Nederland, dit blijven financieren terwijl we onze eigen mensen in de kou laten staan? Graag een reflectie daarop van de staatssecretaris.
Onderzoek toont aan dat veel hulp niet leidt tot duurzame ontwikkeling, maar vastloopt in bureaucratie, corruptie en politieke agenda's. Denk aan UNRWA, dat geïnfiltreerd is door de terroristen van Hamas, of Oxfam Novib, met haar seksschandalen en haar antisemitische anti-Israëlbias. Dit is geen hulp. Dit is verspilling van Nederlands belastinggeld. De PVV pleit voor een volledige ontmanteling van geld dat naar ontwikkelingshulp gaat. Geen cent meer naar kansloze projecten, corrupte regimes en activistische ngo's. Stop met het geven van geld aan landen voor klimaatongelijkheid, transgenderrechten en non-binaire inclusie. Wij zitten daar niet op te wachten. Het is pure westerse arrogantie. Het is niks anders dan links neokolonialisme. Al dat geld voor klimaatprojecten is met andere woorden zeggen: "Jullie mogen geen door jullie zelf geïnitieerde economische groei doormaken. Jullie moeten de derde wereld blijven." Laat die landen toch met rust. Stop per direct de subsidies aan organisaties zoals UNRWA, die volgens rapporten structureel bijdragen aan antisemitisme, radicalisering en islamitisch terrorisme.
Voorzitter. Dan het rampzalige Mercosur-handelsakkoord. Daar is eerder over gesproken door onder andere mevrouw Van der Plas, die daarover verstandige dingen zei. Dat akkoord is een ramp voor onze boeren, onze voedselzekerheid en voedselveiligheid. Het stimuleert de invoer van goedkope rotzooi en dierenleed uit Zuid-Amerika. Dit akkoord geeft des te meer aan dat wij als Nederland gebonden zijn aan handelsakkoorden die absoluut niet in het belang zijn van Nederland en ook niet van alle andere Europese landen. We zijn als handelsnatie niet eens meer in staat om unilateraal handelsverdragen af te sluiten. Dat is een totaal ongewenste realiteit. We moeten onze soevereiniteit om zelfstandig handelsverdragen af te kunnen sluiten terugveroveren. We leven immers in een multipolaire wereld, of we dat nou leuk vinden of niet. Deze minister die verantwoordelijk is voor Buitenlandse Handel heeft zich laten wegblazen door haar VVD-collega en wonderboy: Karremans. Uiteindelijk is hij niet zo'n wonderboy gebleken. Zijn roekeloze actie met betrekking tot Nexperia heeft Nederlandse handelsbelangen met China ernstig beschadigd, waarmee hij ook onze economie schade heeft toegebracht.
Waar was de staatssecretaris van BHO eigenlijk in deze kwestie? Of heeft zij braaf en kritiekloos haar VVD-collega gevolgd? Wat vindt zij ervan dat de amateuristische opstelling van de heer Karremans en van dit kabinet heeft gezorgd voor blijvende problemen met de supplychain van bijvoorbeeld de Europese auto-industrie?
Daarmee rond ik af. Ik wens de staatssecretaris toch veel succes toe met het verdedigen van deze begroting. Al het goeds gewenst. Dank u wel.
De voorzitter:
Wat een plezierige afsluiting, meneer Markuszower. Ik zie dat de collega's er ook zijn. Dan nodig ik nu met heel veel plezier mevrouw Van Ark uit voor haar maidenspeech namens de fractie van het CDA. Zoals gebruikelijk is, laten we haar aan het woord en gaan we haar niet interrumperen. Ter afsluiting feliciteren we haar en gaan we lunchen. Ik geef u met veel plezier het woord. Geniet ervan.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben de politiek ingegaan om praktijk en politiek met elkaar te verbinden, om, in alle bescheidenheid, de wereld een klein beetje beter achter te laten dan we haar aantroffen. Niet geheel toevallig is dit een citaat ontleend aan de oprichter van scouting, Lord Baden-Powell: "Leave this world a little better than you found it." Dat is een boodschap die hij scouts naliet na zijn dood. Voor mij raakt deze gedachte aan een dieper besef dat ons mensen iets is toevertrouwd, dat wij deze wereld niet bezitten maar beheren en dat verantwoordelijkheid altijd verder rijkt dan het hier en nu. Precies daar raakt de boodschap van Baden-Powell aan wat het CDA verstaat onder rentmeesterschap: verantwoordelijkheid dragen voor wat ons is toevertrouwd, zodat we het beter doorgeven aan de volgende generatie. Dat is gelukkig een drijfveer die ik deel met veel mensen, hier en wereldwijd.
Maar als we het wereldnieuws volgen, zien we vaak het tegenovergestelde: een wereld die wordt gedomineerd door macht in plaats van verantwoordelijkheid, door leiders die eigendom en invloed najagen ten koste van hun bevolking. Te vaak zitten vrouwen en jongeren niet aan tafel wanneer besluiten worden genomen die hun toekomst bepalen. Ik vraag mij regelmatig af: hoe zou de wereld eruitzien als we hen wél structureel zouden betrekken? Zouden handelssystemen dan eerlijker zijn? Zouden conflicten minder snel escaleren?
Voorzitter. Soms zakt mij de moed in de schoenen als ik het leed zie: oorlog, honger en seksueel geweld. Tegelijkertijd zie ik iets anders: veerkracht, lokale organisaties, artsen en jonge leiders die overeind blijven onder de zwaarste omstandigheden; mensen die niet wachten op macht, maar verantwoordelijkheid nemen voor hun gemeenschap. Juist dáár ligt voor mij ook de kern van de christendemocratische politiek: niet alles centraal willen regelen, maar vertrouwen op kennis en kunde die al aanwezig is. Maatschappelijke organisaties spelen daarin een cruciale rol. Zij kennen de lokale context en bouwen aan stabiliteit en perspectief.
Die kennis en kunde zit ook in ons bedrijfsleven. Ik heb de afgelopen jaren veel bedrijven gezien die het goede willen doen. Een bijzondere ervaring die ik met mij meeneem hier in Den Haag is het bezoek aan een mijn in Bolivia samen met een Nederlands bedrijf. Ik mocht twee jaar geleden samen met de mijnwerkers de mijn in om te zien onder welke omstandigheden zij werken. Eerst gingen we in een karretje — dat was een open karretje — langzaam omhoog om vervolgens bovenaan bij de ingang te komen en de mijn in te lopen. Het werd steeds warmer en warmer. Gelukkig ben ik klein. Dat kwam goed uit omdat de stroomkabels eigenlijk net boven mijn hoofd uitkwamen. De warmte, het stof, het geluid: echt indrukwekkend dat men dagelijks onder de grond werkt voor onze energiebehoefte. Eerlijk gezegd was ik heel blij toen iemand voorstelde om weer om te keren, terug naar de frisse buitenlucht.
Waarom deel ik dit? We hebben het hier in Nederland en in Europa heel vaak over leveringszekerheid, maar we vergeten soms te denken aan de mensen die voor ons de metalen uit de grond halen. Metalen zoals nikkel en zink worden gewonnen door mensen die onder extreme hitte en in veel stof werken om deze metalen uit de grond te halen. Ik denk dat we dit perspectief nooit mogen vergeten, de keerzijde van onze handel.
Vanuit dit vertrekpunt bekijkt het CDA dan ook de inzet op handelsverdragen. Voor verdragen die belangrijk zijn voor de levering van grondstoffen moeten we niet alleen kijken naar wat het aan onze kant van de wereld oplevert, maar ook naar de verwerkingscapaciteit in de landen zelf. Wie alleen grondstoffen afneemt, houdt afhankelijkheid in stand. Wie inzet op lokale verwerking, draagt bij aan echte ontwikkeling.
Voorzitter. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de impact van de historische bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft internationaal altijd een koploperspositie ingenomen. Zoals ook VNO-NCW helder zegt: internationale samenwerking is geen kostenkost, maar een strategische investering. Nederland lijkt zich op dit moment weer terug te trekken achter de dijken, alsof we niet onlosmakelijk verbonden zijn met de rest van de wereld. Het CDA ziet met zorg dat de Verenigde Staten onder president Trump zich terugtrekken uit 66 veelal VN-organisaties en -verdragen en dat is precies de weg waarvan wij denken dat hij leidt tot minder invloed, minder stabiliteit en uiteindelijk meer onzekerheid. Ook in Nederland zien we een snelle kaalslag waarmee ons land zijn positie en invloed verliest. Juist daarom wil het CDA dat de uitvoering van de Afrikastrategie voortvarend wordt opgepakt. Dat vraagt nu om een geïntegreerde aanpak van handel en ontwikkeling en het aangaan van wederkerige partnerschappen. Kan de staatssecretaris concreet aangeven welke stappen zij op korte termijn zet om deze Afrikastrategie daadwerkelijk tot uitvoering te brengen?
Al vaker heeft mijn fractie aangegeven dat investeren in veiligheid en ontwikkelingssamenwerking hand in hand moeten gaan. Veiligheid creëer je niet alleen met wapens maar ook door te investeren in zaken zoals watermanagement, voedselzekerheid en diplomatieke softpower. Humanitaire organisaties geven aan dat zij juist door hun lokale aanwezigheid in conflictgebieden zoals Jemen op bilateraal niveau aan Nederland toegang bieden om conflicten te helpen beëindigen en onze positie als handelsland te verstevigen. In welke landen ziet de staatssecretaris mogelijkheden om deze relatie tussen humanitaire hulp, conflictbemiddeling en handel te versterken?
Voorzitter. Het maatschappelijk middenveld wordt gekort met 1 miljard euro, waarbij de focus komt te liggen op lokale ngo's. In brieven over deze bezuiniging heeft minister Klever destijds aangekondigd maatwerk toe te passen. Mijn fractie wil daarom van de staatssecretaris concreet horen hoe dit maatwerk vorm krijgt en in hoeverre daarbij ruimte is voor een ruimhartige en zorgvuldige toepassing. Mijn fractie hecht hieraan omdat we nu zien dat veel kennis en kunde van Nederlandse organisaties waarin Nederland jarenlang heeft geïnvesteerd dreigt te verdwijnen.
Tot slot, voorzitter, wil ik stilstaan bij mensen die vaak hun leven riskeren om anderen te helpen: artsen en zorgverleners. In conflictgebieden is hun bescherming geen luxe maar echt een absolute noodzaak. Het internationaal humanitair recht is hierover duidelijk en onze inzet moet dat ook blijven. Het kan niet waar zijn dat Artsen zonder Grenzen en het Rode Kruis steeds vaker te maken krijgen met aanvallen — niet van rebellen maar van statelijke actoren. We kijken als CDA uit naar het aangekondigde AIV-advies over wat we kunnen doen aan de straffeloosheid en vragen om een spoedige reactie van het kabinet hierop.
Voorzitter, tot slot. Nederland is altijd een voorvechter geweest van verbeterde mondiale gezondheid. Dankzij het CDA ligt er sinds 2022 een mondiale gezondheidsstrategie. Maar ondanks de belofte om hierop vol in te zetten met scherpe keuzes zoals inzetten op pandemische paraatheid, rijst de vraag hoe realistisch het is dat Nederland hierbij nog een relevante speler blijft. We constateren dat Nederland 31 miljoen euro minder per jaar gaat besteden, terwijl we tegelijkertijd zien dat elke dollar die wordt uitgegeven aan vaccinaties 54 dollar oplevert, onder meer doordat behandelingskosten worden voorkomen. Toch lukt het veel landen niet om zelf die investeringen te doen, omdat zij meer betalen aan schulden dan ze kunnen investeren in hun eigen gezondheidssystemen. Hoe zet Nederland zich internationaal in om dit probleem aan te pakken, bijvoorbeeld via het IMF en in EU-verband? Deze diplomatieke inzet kost weinig, maar betaalt zich wel uit.
Voorzitter. Medemenselijkheid zit niet alleen in grote gebaren, maar ook in kleine dingen, in kiezen voor samenwerking, menselijke waardigheid en rentmeesterschap, juist wanneer de wereld die waarden onder druk zet. Vanuit die overtuiging zal ik mij in deze Kamer inzetten, met oog voor de praktijk, met vertrouwen in mensen en met de verantwoordelijkheid die het CDA al generaties lang kenmerkt.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel voor uw prachtige maidenspeech. Het is mij een eer om u als eerste te mogen feliciteren. De collega's staan al klaar. De bloemen zijn er. Ik vraag u om voor het rostrum te gaan staan en de felicitaties in ontvangst te nemen. Dan schors ik tegelijkertijd tot 13.40 uur. Geniet van dit moment.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De vergadering wordt van 12.56 uur tot 13.40 uur geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-30-5.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.