3 Vragenuur

Vragenuur

Vragen Vondeling

Vragen van het lid Vondeling aan de minister van Asiel en Migratie over het bericht "'Haatprediker' onderweg naar Nederland".

De voorzitter:

Ik nodig mevrouw Vondeling uit voor het stellen van een vraag aan de minister van Asiel en Migratie. Gaat uw gang.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Weer dreigt Nederland het toneel te worden voor een islamitische haatprediker. De Amerikaanse-Libanese prediker Mohamed Baajour is van plan om op dinsdag 20 januari in een moskee in Utrecht te preken. Deze man staat bekend om zijn openlijke antisemitische uitspraken en het verheerlijken van geweld. Zo bejubelt hij Hamas en het bloedbad van 7 oktober 2023 en noemt hij Hamasterroristen verzetsstrijders. Ook beweert hij herhaaldelijk dat Joden overal ter wereld landen ruïneren en heeft hij gezegd dat moslims die niet accepteren dat dieven de hand wordt afgehakt, afvalligen zijn. Zoals u weet, staat op afvalligheid de doodstraf. Ik heb eigenlijk maar één vraag aan de minister. De PVV eist van de minister van Asiel en Migratie nu hier vandaag dat hij onmiddellijk actie onderneemt en ervoor zorgt dat deze gevaarlijke haatbaard Nederland niet binnenkomt.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Van Weel:

Voorzitter, dank. Dank aan mevrouw Vondeling voor haar vraag. Wij hebben eerder dit soort debatten gehad in uw Kamer over mensen die hierheen kwamen, haat predikten en waar het kabinet op gereageerd heeft. Laat ik vooropstellen dat er voor dit kabinet geen ruimte is voor mensen die hier alleen maar heen komen om haat te zaaien en zich af te zetten tegen onze manier van leven of om terrorisme te verheerlijken. Dat betekent dat we elk geval waarbij we denken dat daarvan sprake kan zijn, zullen leggen langs te lat van de wet en dat we zullen kijken of we daar wat tegen kunnen doen. Dat hebben we in het verleden ook gedaan. Met wisselend succes, zeg ik daarbij. In enkele gevallen heeft de rechter ons teruggefloten. In enkele gevallen heeft een inreisverbod wel degelijk zijn effect gehad. We zijn op dit moment bezig om ook in dit geval deze meneer langs diezelfde lat te leggen. Dat loopt langs twee sporen.

Dat loopt langs het spoor van de openbare orde en veiligheid. Dat is aan het lokaal gezag. De gemeente Utrecht is al in overleg met deze moskee om te kijken of hier sprake is van een mogelijk gevaar voor de openbare orde, of dat er überhaupt kan worden afgezien van deze bijeenkomst.

Het andere spoor is het spoor van de nationale veiligheid. Dat betekent dat op dit moment de IND samen met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de anderen die mogelijk relevante informatie hebben, bezig is een analyse op te stellen. Die analyse is nog niet gereed. De gemeente is nog niet klaar met haar huiswerk. Op het moment dat dat zo is, dan is het aan het kabinet om daar uiteindelijk een besluit over te nemen. Dat besluit kan dan altijd weer worden aangevochten bij de rechter, maar een voor een.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dat is geen antwoord op mijn vraag, want ik heb gevraagd aan de minister: gaat u ervoor zorgen dat deze haatbaard Nederland niet binnenkomt? De vorige keer toen deze minister de minister van Justitie en Veiligheid was, kwamen er drie haatpredikers naar Nederland. Toen is er een flutbriefje van de NCTV gekomen, waar deze minister verantwoordelijk voor was, en heeft de rechter de minister teruggeroepen en mochten de haatpredikers Nederland in. Dus ik vraag de minister nu of hij samen met zijn collega van de VVD ervoor zorgt dat zijn huiswerk op orde is en dat deze man Nederland niet binnenkomt. Dat is eigenlijk het enige wat ik wil weten van deze minister.

Minister Van Weel:

We gaan ons huiswerk goed doen.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Het is duidelijk dat dit toch slappe hap van de minister is, want de minister garandeert niet dat hij deze haatzaaier de toegang tot Nederland ontzegt. Dat is een hele kwalijke zaak. Ik verwacht dat de minister, eigenlijk vandaag nog maar uiterlijk morgen, met een brief naar de Kamer komt waarin hij toch toezegt dit te zullen doen, want deze man zou volgende week al naar Utrecht komen. Het duurt allemaal gewoon veel te lang. Ik verwacht vandaag nog een brief van de minister hierover.

Minister Van Weel:

Daar gaat niet zo veel in staan anders dan wat ik hier net al heb gezegd, namelijk: het proces zoals dat loopt. Er lopen nu twee sporen. Eén loopt via de gemeente. Ik wacht echt af waarmee de gemeente terugkomt. De gemeente kan zelf een bijeenkomst verbieden op grond van openbare orde en veiligheid. Het kan zijn dat de uitnodiging wordt ingetrokken. Dan is dat een spoor dat wordt afgelopen. Tegelijkertijd wordt er nu een analyse gemaakt van wat deze man allemaal aan uitspraken gedaan heeft en of we op basis daarvan tot een inreisverbod kunnen komen. Dan ga ik dat besluit nemen. En ja, dat moet allemaal voordat deze man inreist, maar ik heb het vandaag nog niet af.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Maar is de minister bekend met de uitspraken van deze man? Dan kan de minister toch hier vandaag zeggen dat deze man Nederland niet inkomt? Ik vind dat de minister zich hier wel heel makkelijk van afmaakt.

Minister Van Weel:

De minister zou zich er makkelijk van afmaken als hij zich niet aan de wet zou houden. We hebben eerder gezien dat als je dit niet zorgvuldig doet, je dan door de rechter wordt teruggefloten. Ik wil dus een zorgvuldig proces doorlopen. Ik vind een aantal van deze uitspraken op voorhand uiterst verwerpelijk. Denk alleen al aan het verheerlijken van de terroristische aanval op 7 oktober. Echt, van mij krijgt u daarover geen enkel goed woord te horen. Tegelijkertijd wil ik er wel voor zorgen dat als ik iemand de toegang ontzeg, ik dat ook kan volhouden en dat het ook bij de rechter standhoudt, want anders zijn we uiteindelijk nog verder van huis. Daar werk ik aan.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ik concludeer gewoon dat dit slappe hap is. De minister zegt hier vandaag namelijk niet toe dat hij deze haatprediker de toegang tot Nederland ontzegt. Dat is een hele kwalijke zaak.

Dank u wel.

De voorzitter:

Wenst de minister daar nog op te reageren?

Minister Van Weel:

Ja. De minister heeft gezegd dat hij daaraan werkt en dat hij daarbij de wet en een proces volgt. U hoort van mij.

De heer Flach (SGP):

Ook de SGP wil graag een inreisverbod voor deze gevaarlijke haatprediker. Iemand die zegt dat elke moslim zou moeten willen sterven voor Allah in Gaza en die pro-Hamas is, is een gevaar voor onze samenleving. Dat moeten we hier niet willen. Wat mij toch enigszins verbaast in de procedure die de minister schetst, is dat Nederland een soort draaideur lijkt te hebben voor haatpredikers. De een is nog niet weg of de volgende staat voor de deur. Is het niet tijd voor structureel beleid op basis waarvan we gewoon op voorhand via de IND kunnen zeggen: deze meneer of mevrouw komt ons land gewoon niet in? Nu lijkt het toch iedere keer incidenteel te worden beoordeeld en dat zorgt ervoor dat de Kamer iedere keer aan de bel moet trekken.

Minister Van Weel:

Wij hebben geen landelijk overzicht van welke sprekers waar worden uitgenodigd. We zien wel altijd dat er in aanloop naar de ramadan een toename is van dit soort evenementen en dat daardoor gelukkig ook — dat gebeurt soms door uw Kamer, soms door de media en soms doordat wij dat zelf doen — dit soort gevallen naar boven komen. Daar kijken we dan natuurlijk met spoed naar. Er bestaat een procedure, maar tegelijkertijd ben ik het met u eens dat we er ook voor moeten zorgen dat we binnen het grote goed van de vrijheid van meningsuiting niet te veel ruimte moeten geven aan echt verwerpelijke uitspraken. Ik noem een voorbeeld. We zijn op dit moment het verheerlijken van terrorisme strafbaar aan het stellen. Daarvoor ligt een wetsvoorstel bij de Raad van State. Dat heb ik zelf destijds nog in consultatie gebracht. Daarmee wordt het dus strafbaar om een aanslag als op 7 oktober door Hamas, of überhaupt Hamas zelf, te verheerlijken. Dan kan het natuurlijk niet waar zijn dat we iemand die dat continu doet, toelaten om hier diezelfde boodschap uit te storten en dat we dan weer moeten wachten totdat hij dat gedaan heeft om dán vervolgens strafrechtelijk op te treden. Ik deel uw wens dat op basis van wat mensen hebben gedaan in het verleden er sneller moet kunnen worden overgegaan tot een inreisverbod bij dit soort zaken, die verder als ze in Nederland zijn gedaan al strafbaar zijn.

De voorzitter:

Een tweede vraag, meneer Flach?

De heer Flach (SGP):

Klopt. We geven jaarlijks vele miljoenen uit om extremisme en radicalisering tegen te gaan. Op deze manier lijkt het toch beetje alsof we aan het blussen zijn terwijl we iedere keer een pyromaan binnenlaten. Zoals de minister het nu formuleert, klinkt het ook gewoon te onsamenhangend, namelijk dat gelukkig de media en de Kamer aan de bel trekken. Dat zou toch niet zo moeten zijn. Het zou toch zo moeten zijn dat de overheid zelf in de gaten heeft wie hier binnenkomen en daar beleid op heeft. Als iemand bekend staat om haat prediken of het verheerlijken van geweld, kom je inderdaad gewoon het land niet binnen.

De voorzitter:

De minister.

De heer Flach (SGP):

Dat soort besluiten zouden niet eens in de Kamer aan de orde moeten komen.

De voorzitter:

De minister.

De heer Flach (SGP):

Dat zou de minister zelf moeten kunnen regelen met de diensten die hem ter beschikking staan.

Minister Van Weel:

Er bestaat op dit moment geen Europese database met mensen die dit soort uitspraken doen en daarom kunnen worden geweigerd. Elk land gaat daar op dit moment anders mee om. Als u vraagt of we gezamenlijk gevaar lopen en of we als Schengenlanden één lijn zouden moeten trekken, dan ben ik het met u eens. Ik ben ook bereid om dat in Europees verband aan te kaarten om te kijken of we tot gezamenlijk beleid kunnen komen. Als mensen geen visum nodig hebben, dan blijft het voor de overheid altijd lastig om te weten wie er überhaupt naar Nederland komt. Daarvoor zullen we altijd afhankelijk blijven van aankondigingen, van het lokaal gezag of van de media, die alerteert. Dat kan ik niet helemaal ondervangen.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Ook de VVD heeft geen behoefte aan deze haatprediker in Nederland. Er zijn inderdaad eerder inreisverboden opgelegd, soms met succes en soms niet. De VVD ziet liever een minister die dit toch elke keer probeert, die elke keer kijkt hoe we het kunnen oprekken om te voorkomen dat dit soort haatpredikers naar Nederland komen om misbruik te maken van onze vrijheden, dan een minister die vooraf zegt: ik weet niet of het gaat lukken. Als ik de minister zo hoor, dan denk ik dat hij meer van het eerste is. Kan hij dat nog even bevestigen?

Minister Van Weel:

Jazeker. Daarom zijn we ons huiswerk nu ook met volle kracht aan het doen.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Ik dank mevrouw Vondeling voor het stellen van haar vraag en ik dank de minister voor de beantwoording.

Naar boven